Ook deze week is het nog 'seksweek' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


DE KLEINE JOHANNES
ZAKELIJKE GEGEVENS
> auteur: Frederik van Eeden
> titel: De kleine Johannes, Salamander, Amsterdam, 1887-1, 154 blz.
> genre: Autobiografisch verhaal in sprookjesvorm.

Eerste reactie

> keuze: Ik heb dit boek gekozen omdat ik van andere mensen had gehoord dat het wel een leuk boek was.
> inhoud: Ik vind het een leuk boekje. Heel grappig om te zien dat Johannes samen Windekind tegen dieren en planten praat. Mooi aan dit boek vond ik vooral de dichterlijke taal waarmee alles beschreven word.

VERDIEPING
samenvatting

De kleine Johannes is helemaal verkikkert op zijn huis (met al zijn fijne kamertjes) en op zijn grote, gevarieerde tuin. Het liefst zwerft hij de hele dag door de tuin, samen met zijn hond Presto. Elke avond voor het slapen gaan zegt hij braaf zijn gebedje op en vraagt hij om een wonder. Het liefst verdwijnt hij naar de grot die gevormd wordt door de wolken. Op een dag gaat Johannes stiekem het water op met Presto. Plotseling verschijnt er een libel, die verandert in een elf, genaamd Windekind. Ze sluiten vriendschap, op voorwaarde dat Johannes nooit zijn naam zal noemen in de mensenwereld. Windekind zorgt ervoor dat Johannes klein en licht wordt en neemt hem mee op een wonderlijke reis. Hij spreekt nu de taal der bloemen en dieren. Ze komen eerst langs de krekelschool. Hier wordt hem geleerd dat de mens een groot, nutteloos en schadelijk dier is. De krekels zelf zijn natuurlijk de beste dieren, zij kunnen immers vliegen én springen. De reis goed ook nog langs een treurfeest in een konijnenhol, dit feest wordt gehouden ter nagedachtenis aan alle dieren die zijn omgekomen sinds de komst van de mens en hond. Johannes wordt voorgesteld aan Oberon, de elfenkoning. Deze geeft Johannes een gouden sleuteltje, waar de kleine jongen goed op moet passen. Dit is het sleuteltje van een kistje met vele schatten, die Johannes volgens Oberon moet gaan zoeken. De volgende morgen wordt Johannes in het duin wakker gemaakt door Presto. Johannes denkt natuurlijk dat hij gedroomd heeft, maar dan vindt hij het gouden sleuteltje. Een aantal dagen later gaat hij weer met Windekind op pad. Ze verstoppen eerst het sleuteltje, zodat Johannes’s vader hem niet vinden kan. Windekind vertelt hem allerlei verhalen over de dieren, die overeenkomsten met mensen vertonen. Zo hekelt hij de Oorlogsmieren in de godsdienstoorlogen. Johannes vindt dat de mieren dom zijn, maar Windekind zegt dat de mensen juist naar de mieren toekomen om wijzer te worden. Dan ziet Johannes in het bos hoe een groep mensen er de rust verstoord. Hij wordt droevig van hun wagelijke gedrag. Hij besluit daarom ook dat hij niet meer terug naar de mensenwereld wilt. Johannes is helemaal gelukkig en zou niet meer anders willen dat met Windekind leven. Hij blijft bij Windekind en samen gaan ze op bezoek bij de kabouters. De wijste der kabouters is Witsik. Johannes wil van Witsik weten in welk boekje de waarheid staat. Wistik weet het, maar zoekt er zijn hele leven al naar. Windekind vertelt Johannes dat dit de waarheid niet is, dat mensen alleen maar naar zichzelf zoeken, en niet naar het boekje. Windekind zegt dat Wistik al veel mensen naar het boekje heeft laten zoeken en hen zo ongelukkig heeft gemaakt. Maar Johannes gelooft Wistik toch en hij blijft maar aan het boekje denken. Hij kan niet meer genieten van de verhalen van Windekind. Johannes wilt weten wie het boekje zal vinden en gaat terug naar Wistik. De spreuk om het boekje te vinden luist als volgt: ‘mensen hebben het gouden kistje, elfen hebben de gouden sleutel, elfenvijand vindt het niet, mensenvriend slechts opent het, lentenacht is de rechte tijd en roodborstje weet de weg.’ Bij deze verlaat Windekind hem. Een echtpaar neem Johannes onder hun dak, maar Johannes voelt zich ongelukkig en eenzaam. Hij verlangt naar huis maar durft niet terug te gaan. Ook mist hij Windekind.
In de lente ontmoet hij Robinetta, die een roodborstje op haar schouder heeft. Johannes word verliefd op haar, en is weer helemaal gelukkig. Langzamerhand vergeet hij het bestaan van Windekind en het boekje. Wistik herinnert hem hier echter aan en zegt hem dat hij aan het roodborstje moet vragen waar hij het geluk kan vinden. Deze tjilpt: "Hier niet! Hier niet!". Robinetta vraagt hierop door, waarna Johannes Windekinds naam noemt. Robinetta zegt dat ze weet waar het is. Ze laat hem de bijbel zien, in de veronderstelling dat de kleine jongen dit boekwerk bedoelt. Johannes echter, beweert dat God helemaal niet bestaat. Bij deze wordt hij verbannen en mag hij Robinetta niet meer zien. Vanaf dan vertrouwen de planten en dieren Johannes niet meer. Johannes is hier allemaal heel verdrietig over, en wilt helemaal geen mens zijn.
Toen het Johannes bijna teveel werd, kwam Pluizer, een wagelijk, wreed wezen, net aanlopen.
Pluizer beweert dat Johannes maar moet aanvaarden dan hij een mens is (alleen mensen worden verliefd) Windekind en Wistik bestaan niet. En aangezien Johannes niemand meer heeft zal hij, Pluizer, voor hem zorgen en helpen het boekje te vinden zodat hij een echt mens wordt.
De volgende morgen wordt Johannes wakker in een kamertje van Pluizer midden in een grauwe, troosteloze stad. Deze stelt de jongen voor aan zijn vriend Hein (ook wel de dood genoemd...) Hij vertelt Johannes dat hij moet opgroeien tot een goed mens, wat een leven met alleen werken en zoeken inhoud. Hij moet in de leer gaan bij dokter Cijfer, die in een donkere achterbuurt huist. De voorwaarde is alleen dat Johannes sterk moet zijn en dus niet kinderachtig en teerhartig. Pluizer laat Johannes alle ellende en schijnheiligheid achter het gedrag van mensen zien. De rondleiding eindigt op het kerkhof. Pluizer maakt hen klein en ze gaan voorafgegaan door een worm de graven in en bekijken een graf van een vrouw die op het feest was (het is nu een halve eeuw later, voor Pluizer bestaat geen tijd). Ze bezoeken nog een aantal graven en op het laatst komen ze bij een nieuw graf waarvan het hout nog niet vergaan is, met moeite komen ze binnen, Johannes herkent zijn eigen lichaam. Hij probeert te blijven staan maar valt toch flauw. De volgende ochtend zijn ze terug bij dokter Cijfer en begint Johannes met leren. Hij doet dat maanden lang, maar hoe meer hij leert hoe duisterder het wordt. Pluizer bederft alle mooie dingen door te wijzen op de onvolkomenheden. Johannes voelt zich steeds ellendiger en somberder. Hij begint te geloven dat Windekind nooit bestaan heeft en dat de wereld alleen uit mensen en cijfers bestaat. Eeuwig zoekend is hij, zonder meer te weten waarna en waarom.
Dan breekt de lente aan. Er komt weer een beetje licht in Johannes zijn duisternis en hij verlangt ernaar om zijn vader nog een keer te zien. Hij spreekt hierover tegen Pluizer. Maar Pluizer zeide hem dat het volstrekt zinloos zou zijn. Toch trekken dokter Cijfer, Pluizer en Johannes er op een dag in de lente erop uit om een zieke te behandelen. Tot de grote verbazing van Johannes belanden ze in zijn eigen vertrouwde tuin. Ze betreden het huis, dat er leeg uitziet. Boven klinkt gekreun. Het blijkt Johannes’ vader te zijn. Hij ligt op sterven. Het kreunen sterft weg. En Hein, de Dood, neemt Johannes’ tot zich. Pluizer en meneer Cijfer zijn zeer benieuwd welke kwaal de vader tergde. Ze staan op het punt de man open te snijden, maar Johannes gaat in protest. Voor het eerst weigert om toe te geven. Hij vecht hevig tegen
Pluizer en overwint. Pluizer verdwijnt en Hein is trots op Johannes. Het liefst wil Johannes met de dood mee, maar Hein protesteert. Johannes heeft de mensen lief, zegt deze. Hij moet nog steeds een goed mens worden. Dan hoort hij plots de roep van Windekind. In de waan weer gelukkig te zullen zijn als hij weer bij Windekind is achtervolgt hij haar. Hij zweeft echter telkens vooruit tot aan het strand. Hier zitten Windekind en Hein op een bootje. Er is ook een derde persoon, die komt naast de kleine jongen staan. Dit is de liefde voor de mensheid. Hij stelt Johannes voor de keuze. Of het aanvaarden van de sociale verantwoordelijkheid of het opgaan in de fantasiewereld. Johannes kiest voor het eerste en gaat mee met de liefde voor de mens en haar weemoed ……….


verhaaltechniek

> schrijfstijl
Het boek is in de vorige eeuw geschreven. Vandaar ook het oude taalgebruik in het boek. De taal is heel beeldend.

> plaats
Het verhaal speelt zich grotendeels af in de tuin en de duinen (vrije natuur) achter het huis waar Johannes woont. Een ander groot deel van het verhaal speelt zich af in de stad.

> tijd
Het verhaal wordt chronologisch verteld en de vertelde tijd is ongeveer twee jaar.
Het verhaal wordt chronologisch verteld en de vertelde tijd is ongeveer vijftien jaar (van het tiende tot het vijfentwintigste levensjaar van Johannes). Het verhaal speelt rond 1900.
In totaal worden er vier verschillende fasen behandeld, namelijk het
1 Windekind-stadium : kinderlijke fantasie
2 Robinetta-stadium : de puberteit
3 Pluizer/Dr. Cijfer-stadium : de overgang naar de adolescentie, hierin overheerst de drang naar het rationalisme en materialisme.
4 Ongenoemde-stadium : de adolescentie, overwinning van fase 3, vanuit een sociale roeping kiezen voor de mensheid.

> karakters
Sommige sprookjesfiguren stellen begrippen voor :
-Windekind: kinderlijke fantasie
-de kabouter Wistik: weetgierigheid
-het meisje Robinetta: ontwakende seksualiteit
-Pluizer en Dr. Cijfer: de verstandelijke benadering van het leven
-de Ongenoemde: socialisme (vanuit sterk sociaal gevoel de lijdende mensen willen helpen)
-Johannes: Johannes is de hoofdpersoon van het boek. Het personage is gebaseerd op Van Eeden zelf. In het begin van het verhaal leeft hij gelukkig met zijn vader, zijn hond en zijn poes. Hij woont in een groot huis en vindt het heerlijk om in de tuin te spelen. Hij heeft een rijke fantasie en is erg nieuwsgierig. Iets wat leidt tot vele ontdekkingstochten. Hij is erg interesseert in alle dieren, planten en voorwerpen, en houdt gesprekken met ze, in de volle overtuiging dat ze hem begrijpen. Johannes is helemaal gelukkig als hij met Windekind kan leven en laat zonder pardon zijn oude vertrouwde leven vallen zonder spijt. Door Pluizer laat hij zich ook willoos helemaal inpalmen, ondanks dat hij niet gelukkig is. In de loop van de tijd leert hij dan ook de minder leuke kanten van de mens en zijn leven kennen.
-Windekind: Windekind komt tevoorschijn uit een libel. Hij is een wonderlijk en schoon wezen. Hij neemt Johannes mee naar een fantasiewereld en laat hem met de figuren (dieren en planten) die daar leven kennismaken. Zijn vader is de zon. Windekind staat symbool voor de kinderlijke fantasie. -Oberon: Oberon is de elfenkoning van wie Johannes een gouden sleuteltje krijgt. Dit sleuteltje moet op een gouden kistje met allerlei kostbaarheden passen. Dit kistje moet naar het geluk leiden. -Wistik: Wistik is de oudste en wijste van de kabouters. Hij maakt een einde aan de Windekindperiode en maakt Johannes nieuwsgierig naar Pluizer. Hij symboliseert de dorst naar kennis en weetdrang. -Robinetta: Johannes ontmoet Robinetta en hij wordt verliefd op haar. Uiteindelijk mag zij van haar vader niet meer met hem omgaan, omdat hij beweerd dat God niet bestaat. Zij symboliseert de ontwakende seksualiteit. -Pluizer: Pluizer is een vleermuis, die zich kan omvormen tot een afzichtelijk wezen dat iets weg heeft van een mens. Pluizer geniet ervan om angst in te boezemen bij andere. Hij geniet ervan om akelige verhalen over het lijden van de mens te vertellen aan Johannes. Zijn motto is dat een mens moet werken, denken en zoeken. Hij heeft Johannes een tijd lang in zijn macht. Pluizer symboliseert het rationalisme en materialisme. -Hein: Hein is de personificatie van de Dood. Hij laat Johannes zien wat er met de mens gebeurt na diens dood. Ondanks dit is hij wel een begripvol persoon. Hij spoort Johannes aan om een goed mens te worden. -Dr. Cijfer: Johannes komt bij Dr. Cijfer om te leren en te werken. Dr. Cijfer is een systematische onderzoeker, die alles probeert uit te drukken in cijfers. En altijd op zoek is. Dr. Cijfer symboliseert ook het rationalisme en materialisme -De Ongenoemde: De Ongenoemde symboliseert het socialisme. Hij is een Jezus-achtig figuur en staat symbool voor de liefde. Vanuit dit sociale gevoel kiest Johannes voor de mensheid en haar weemoed.

> vertelwijze
Het boek is geschreven vanuit een auctoriaal perspectief. Je kijkt vanuit het standpunt van een alomtegenwoordige, alwetende schrijver.


thematiek

> titelverklaring
De titel is vernoemd naar de hoofdpersoon: de kleine Johannes

> thema
In het verhaal staat de ontwikkeling van kind tot volwassene en de worsteling met de levensraadsels centraal. De volgende elementen spelen hierbij een rol: de levensfasen van de mens; contrasten (goed/kwaad, idealisme/materialisme); het verkleiningsmotief; kritiek op de mensenmaatschappij; het zoeken naar geluk; positivisme en pantheïsme (God is in alles aanwezig).

plaats in de literatuurgeschiedenis
Frederik Willem van Eeden wordt geboren op 3 april 1860 in Haarlem. In 1878 gaat hij medicijnen studeren in Amsterdam. Tijdens deze studentenperiode wordt hij onder andere redacteur van de Almanak van het Amsterdamse Studentencorps en later zelfs rector. Hij schrijft verscheidene gedichten en enkele blijspelen. Hij is één van de oprichters van Flanor, waaruit De nieuwe Gids ontstaat. Hierin publiceert hij De kleine Johannes in delen, die in 1987 uitgegeven worden in boek-vorm. De twee vervolgdelen komen uit in 1905 en 1906. In 1885 schrijft hij ook de bundel Grassprietjes onder het pseudoniem Cornelis Paradijs. Hij maakte ook gebruik van het pseudoniem Lieven Nijland. Van Eeden behoorde tot een groep dichters, de Tachtigers, die de strijd aan gingen met het burgelijke realsime. Na zijn artsenexamen in 1886 gaat hij naar Parijs om de psychiatrie te bestuderen. In 1887 vestigt hij zich in Bussum en samen met A.W. van Renterghem sticht hij een psychotherapeutische kliniek in Amsterdam. Als dokter krijgt hij veel te maken met de sociale misstanden. Daarom sticht hij onder andere de tuinbouwonderneming 'Walden' , die berust op gemeenschappelijk grondbezit. Dit initiatief loopt echter op een mislukking uit. In 1922 wendt hij zich tot de Rooms-Katholieke kerk om vrede te vinden in zijn rusteloos zoekende geest. In 1932 overlijdt Van Eeden, na een periode van geestelijke achteruitgang. Ander werk: Frans Hals (1884, toneel); Ellen (1891, poëzie); Van de koele meren des doods (1900, roman); De nachtbruid (1909, roman); Langs den weg (1925, essays) en Mijn dagboek, I-IV (1931), V-VI (1933), VII-VIII (1934), IX (1945).
Met de kleine Johannes begon het naturalisme in de Nederlandse literatuur. Van Eeden beschrijft in ´De kleine Johannes´ heel realistisch en met psychologische diepgang zijn eigen geestelijke wereld. (kindertijd, puberteit en adolescentie)


BEOORDELING

Het leukste aan dit boek vind ik de gedeeltes dat Johannes met Windekind meegaat aan het begin van het boek. Het geeft een heel gemoedelijk sfeertje om te zien hoe Johannes zich voortbeweegt in de wereld van de dieren en planten. De dingen die Johannes met Windekind mee maakt en de verhalen die Windekind vertelt zijn eigenlijk gewoon schattig en grappig. Ik vond het erg grappig om te lezen hoe Van Eeden de levens van bijvoorbeeld de meikevers, mieren, elfen, planten enz. afbeeld. Vooral het verhaal van de meikevers vond ik ijzersterk. Een meikever die wel 1 nacht oud is, acht zichzelf om deze reden zeer wijs. Aan een meikever die nog maar pas het licht heeft gezien vertelt hij verlangend dat je alleen door je levensroeping (eten en niet vliegen) te vervullen je in ´het huis met het heldere schijnsel´ zal komen. Wat natuurlijk het einde van hun leven betekend aangezien ze dan in mensenhanden zijn. Lekker ironisch.
Vervelend aan dit boek vind ik dat Johannes zich zo super afhankelijk opsteld en gewoon alles aanneemt wat men beweerd. Nadat hij Windekind heeft ontmoet is deze alles voor hem geworden. Hij verlangd alleen nog maar om bij Windekind te zijn, zijn vader en ouderlijk huis zijn niet meer van belang. Op een gegeven moment zie je zelfs dat Johnnes jaloers word als hij bedenkt dat Windekind misschien ook andere vrienden heeft waar hij tijd mee door brengt. Eigenlijk aanbid hij Windekind gewoon en denkt hij niet meer zelfstandig na, maar loopt als een schoothondje achter hem aan. Johannes gelooft ook gelijk in wat Wistik zegt, zonder dat hij hem kent. Daarna geeft Johannes zichzelf zowat aan Robinneta. Niemand anders bestaat meer. En als laatste gooit hij zichzelf in de armen van Pluizer, ondanks dat hij hier zelf niet gelukkig mee is. Ik kan mij hierzelf heel erg aan irriteren als mensen niet voor zichzelf opkomen en hun eigen leven leiden. De passage die mij dan ook het meeste aansprak is het moment waarop Johannes eindelijk voor dat gene opkomt wat hij zelf echt belangrijk vind. Echt tof om te lezen dat hij blijft doorzetten in het gevecht met Pluizer, ondanks dat dit heel moeilijk is. En dit ook tot het einde van de worsteling blijft doen zodat zijn vaders lichaam gespaard blijft. Tegelijk was het ook heel droevig. Omdat Johannes eindelijk besefte hoeveel hij om zijn vader gaf, en dan sterft deze. Daarom vond ik deze passage erg aangrijpend.
Nadat ik ´De kleine Johannes´ had uitgelezen en wat achtergrond informatie opzocht om het boekverslag te kunnen schrijven, vond ik het heel grappig om te merken wat het thema was. Ik had namelijk zelf niet kunnen bedenken dat in dit boek de ontwikkeling van een kind naar een volwassene het thema was. Ik vond het best wel interessant om te merken dat de sprookjesfiguren begrippen voorstellen. Dat opende mijn ogen wel een beetje, en hierdoor was ik beter in staat om een lijn in het verhaal en een diepere betekenis te zien. In plaats dat het gewoon een sprookje was.
Het taalgebruik is nogal oud en komt daarom een beetje verheven over. Bij het begin van het boek moest ik daar wel even aan wennen, maar het was niet zo´n heel groot probleem. Leuk aan dit boek vind ik dat Van Eeden bij bijna alles gebruikt maakt van hele dichterlijke beschrijvingen. Hij beschrijft alles heel beeldend en gedetailleerd en dat trekt mij wel. Daardoor was ik in staat om alles goed te kunnen verbeelden. Ook geven die dichterlijke beschrijvingen een soort dromerige, sprookjesachtige sfeer aan het verhaal. (bv. `Tussen de wolken, veel hoger, ontzaglijk hoog, zag hij het heldere, strakke blauw en daarop tedere, witte wolkjes, fijngepluimd, kalm zich uitstrekkend in onbeweeglijke rust´)
Mijn eindoordeel is dat ik het een leuk boek vond. Het heeft een heel vriendelijk en sprookjesachtige sfeer. Ondanks dat er ook zeker een donker gedeelte in voorkomt is het toch boeiend om te zien dat de hoofdpersoon zich ontwikkeld. En de beeldende taal is ook heel leuk, waardoor het makkelijk wegleest. Ik zou het dan ook aan andere mensen aanraden om te lezen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.