Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Titel: De hemel van Heivisj

Schrijver: Benny Lindelauf

Uitgever: Querido

Plaats van uitgave: Amsterdam

Jaar van uitgave: 2010

Jaartal eerste druk: 2010

Een verloren droom

Ik heb dit boek, De hemel van Heivisj, gekozen omdat het verhaal wordt verteld vanuit een meisje van ongeveer mijn eigen leeftijd waardoor ik me meer zou kunnen inleven in het verhaal. Het meisje Fing hoopt op een gouden toekomst maar het gaat fout en moet werken voor de ‘Pruusin’ waardoor haar droom in duigen valt. Dit soort problemen trekken mij erg aan omdat het problemen zijn waar je jezelf makkelijk kunt inleven en daardoor snel een beeld vormt bij de tekst. Ik werd niet teleurgesteld want het boek was fijn geschreven en had een goed verhaal, wat voor een schoolboek naar mijn idee redelijk bijzonder is.

Het verhaal speelt zich af voor en tijdens de tweede wereldoorlog. Het begin van de tweede oorlog vind plaats halverwege het boek. De oorlog had zeker een belangrijke rol in het verhaal want als de oorlog niet zou beginnen tijdens het verhaal was het schuilen en dergelijke helemaal nergens voor nodig en zou het al helemaal geen probleem zijn dat ‘De Pruusin’ een ‘Jud’ bleek te zijn. Als het verhaal niets met de oorlog te maken had, dan was het heel anders gelopen en was Fing haar droom misschien toch nog uitgekomen en was ze wel onderwijzeres. De oorlog is zeker een belangrijk aspect van het verhaal.

De hoofdpersoon in dit boek is Fing Boon, een meisje van ongeveer 15 jaar. Ze woont in het huis ‘Negen open Armen’ aan de Sjlammbams Sahara samen met haar strenge oma Mei, De Pap, haar twee broers en haar zusjes Muulke en Jes. Fing krijgt de mogelijkheid door te leren voor onderwijzeres, een ‘gouden toekomst’, ze is namelijk een heel slim en leergierig meisje. In het boek leer je Fing heel goed kennen. Haar karakter is heel duidelijk, maar niet alleen die van Fing worden duidelijk in het verhaal, elk familielid en zelfs ‘De Pruusin’en haar nichtje Liesl, krijgt een heel eigen karakter waar de tijd voor wordt genomen om hun karakter te vormen. Zij zijn allemaal round characters. Fing veranderd door de oorlog niet veel, aan het einde van het verhaal is ze misschien wel wat meer te weten gekomen van haar omgeving maar is nog even leergierig, slim en ambitieus.

Ik vind Fing meer een held dan een slachtoffer. Ze vecht namelijk nog steeds voor haar eigen toekomst en helpt tegelijk heel veel mensen. Nadat er een bom ontploft in de voortuin van Negen Open Armen en het gehele huis verwoest en troosteloos was, loopt ze met haar zusjes hoopvol en sterk het pad af en keken niet eens meer om omdat ze weten dat het hopeloos was om daar nog aan te denken, ze moesten door. Persoonlijk vind ik dan dat je een held bent. Je bent misschien wel slachtoffer van de bom, maar Fing gaat er mee om als een held. Dit was wel één van de momenten dat ik zelf echt niet zou kunnen bedenken wat ik zou doen. Dit is natuurlijk een andere tijd, in deze tijd gaat alles eigenlijk om spullen. Als mensen nu hun huis en alles wat ze bezitten kwijt zouden raken, zijn er denk ik weinig mensen die vrijwel meteen denken: ‘Ik moet door en ik vecht nog steeds voor mijn droom.’ Naar mijn mening zouden mensen nu veel langer blijven hangen.

Het verhaal wordt in een chronologische volgorde verteld. De schrijver verteld eerst over Fing op school, hoe haar een kans op een gouden toekomst wordt aangeboden en hoe vervolgens die kans wordt afgepakt omdat ze moet werken voor De Pruusin, daarna het begin van de oorlog en hoe Muulke daar in geïnteresseerd is en vervolgens alle problemen en geheimen van Liesl en De Pruusin. Voor dit verhaal is dit zeker een goede keuze, omdat er zo veel mysteries en aparte verhalen in dit boek zitten dat het onmogelijk te begrijpen zou zijn als het verhaal niet chronologisch verteld zou worden.

Ik vond het boek niet per se spannend maar het hield wel je aandacht vast. Als je een stukje meer te weten kwam over een mysterie is het boek, wordt de volgende hint 5 hoofdstukken verder op weer verteld. Dat zorgde er voor dat je bleef lezen. Alles werd niet in één keer verteld, alle geheimen werden elke vijf hoofdstukken weer een stukje duidelijker en aan het eind valt alles in elkaar. Deze manier van schrijven is naar mijn idee goed bedacht, alhoewel ik nog steeds moeite had met het (opnieuw) beginnen met lezen. Maar dat is meer een persoonlijk punt, dat ligt niet aan de schrijfstijl.

Als ik kijk naar de schrijfstijl in het boek valt me op dat er een Limburgse manier van vertellen wordt gebruikt. Bijvoorbeeld de vader die door iedereen ‘De Pap’ wordt genoemd. Hun huis heeft een eigen naam, Negen Open Armen. Als iemand droevig is, is diegene dreuvig. Een bangerik is een sjethoes. De weg waar Negen Open Armen aan ligt heet de Sjlammbams Sahara, sjlamm is een natte brij van kolengruis. Heel veel dingen worden op zijn Limburgs benoemd. Verder wordt het verhaal helemaal vanuit het ik-perspectief geschreven, vanuit Fing Boon. Ook worden gevoelens, beelden en personen redelijk uitgebreid beschreven. Bijvoorbeeld ‘De Hemel’: ‘De Hemel was de zolderverdieping van onze school. Behalve de kamer van het Slagschip bevond zich er ook de opslagplaats met kostuums en attributen voor de processies, waaronder honderdtwintig engelenvleugels van kippenveren. Ik beklom de steile trap die eindigde bij een azuurblauw geverfd trapportaal en een grote eikenhouten deur. Toen ik aangeklopt had en binnen mocht komen, zag ik dat de kamer op de directrice na leeg was. Verbaasd keek ik om me heen.’ In dit fragment zie je goed hoe alles wat Fing doet en ziet wordt beschreven. Ik vond deze drie eigenschappen heel leuk. De Limburgse woorden voegden juist net dat ene stukje toe.

Het boekverslag gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen

Als ik kijk naar de schrijfstijl in het boek valt me op dat er een Limburgse manier van vertellen wordt gebruikt. Bijvoorbeeld de vader die door iedereen ‘De Pap’ wordt genoemd. Hun huis heeft een eigen naam, Negen Open Armen. Als iemand droevig is, is diegene dreuvig. Een bangerik is een sjethoes. De weg waar Negen Open Armen aan ligt heet de Sjlammbams Sahara, sjlamm is een natte brij van kolengruis. Heel veel dingen worden op zijn Limburgs benoemd. Verder wordt het verhaal helemaal vanuit het ik-perspectief geschreven, vanuit Fing Boon. Ook worden gevoelens, beelden en personen redelijk uitgebreid beschreven. Bijvoorbeeld ‘De Hemel’: ‘De Hemel was de zolderverdieping van onze school. Behalve de kamer van het Slagschip bevond zich er ook de opslagplaats met kostuums en attributen voor de processies, waaronder honderdtwintig engelenvleugels van kippenveren. Ik beklom de steile trap die eindigde bij een azuurblauw geverfd trapportaal en een grote eikenhouten deur. Toen ik aangeklopt had en binnen mocht komen, zag ik dat de kamer op de directrice na leeg was. Verbaasd keek ik om me heen.’ In dit fragment zie je goed hoe alles wat Fing doet en ziet wordt beschreven. Ik vond deze drie eigenschappen heel leuk. De Limburgse woorden voegden juist net dat ene stukje toe.

Als je naar de titel van dit boek kijkt zou je kunnen denken aan de dood (hemel), maar verder niet heel veel. Je weet niet wat of wie ‘Heivisj’ is. De titel zei mij persoonlijk ook heel weinig. Na wat onderzoek ben ik erachter gekomen dat ik daarin zeker niet de enige ben. Je weet na het lezen wel dat Heivisj het oude paard is. Misschien is het paard wel symbolisch gebruikt. Een paard staat voor kracht, overwinning en vitaliteit. Uiteindelijk is dat wel wat Fing, Muulke en Jes bereiken. Kracht. In het boek staat: ‘‘Het enige wat dat paard nodig heeft,' had de smid gezegd, ‘is een hemel waar hij naar kan opkijken.’’ Dit is vrijwel het enige duidelijke fragment in het boek wat de titel verder kan verklaren. Het idee dat het boek over de dood gaat klopt dus niet. Ik vind de titel een goede titel, zolang je maar bij dat fragment denkt: ‘hé, daar komt dus de titel vandaan.’ Maar als je daar overheen leest, heb je geen idee waar de titel op slaat.­­­

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Bedankt! ik snap het boek nu al veel beter!

Groetjes

7 jaar geleden