Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Jacoba van Velde – De grote zaal

Samenvatting

Het boek begint als de 74-jarige Geertruida (Trui) van der Veen wakker wordt en niet weet waar ze is. De zuster zegt dat ze een attaque heeft gehad en dat ze in een rusthuis is. Trui kan niet meer goed lopen op haar been. Langzaam begint ze steeds meer dingen te herinneren.
De man van Trui, Willem, was gestorven tijdens de oorlog. Helena, de dochter van Trui en Willem, trouwde met de kunstenaar Jean en vertrok naar Parijs. Toen het slechter met Trui ging, zorgde Helena voor haar. Maar wanneer Trui een attaque kreeg, besefte Helena dat ze niet meer voor Trui kon zorgen. Trui moest naar het rusthuis in Nederland.
In het rusthuis is er een zitkamer, een kleine zaal en een grote zaal. Als je in de grote zaal lag betekende het dat het bijna afgelopen met je was. Trui lag in de kleine zaal met negen andere vrouwen. Er waren veel onenigheden en het was er saai, omdat er niks te doen was. Het enige waar Trui elke keer naar uitkeek waren de bezoekuren waar haar dochter Helena op bezoek kwam. Helena verbleef namelijk tijdelijk op de oude kamer van haar moeder. Ze wilde graag dat haar moeder in een beter tehuis kwam, maar helaas hadden ze daar niet genoeg geld voor.


Helena komt al vroeg in haar jeugd veel te weten over de zin van het leven en de dood. Als Helena er soms een uitspraak over deed, snapte haar moeder het niet en wilde ze er ook niet over nadenken. Nu Trui in het rusthuis ligt, begint ze de uitspraken steeds meer te begrijpen.
Naar verloop van tijd moet Helena weer terug naar Parijs naar haar man. Het afscheid tussen Trui en Helena was emotioneel. Trui beseft dat ze nu een eenzame oude vrouw is. Er gaan weken voorbij. Ze begint steeds meer pijnlijke steken in haar buik te krijgen en ze wordt in de grote zaal gelegd. Helena vertrekt meteen naar Nederland. Ze staat naast haar moeders bed als ze overlijdt.

Opgevallen zaken
- Wat me erg opgevallen is dat Helena en Trui twee tegenpolen zijn. Helena heeft al in haar jeugd geleerd hoe onrechtvaardig de wereld in elkaar zit en houdt dus altijd in haar gedachten dat je eerst naar jezelf moet kijken en dan pas naar de mensen in je omgeving. Ze snauwt mensen vaak af om te kijken hoe de mensen daaromheen op reageren en kijkt vervolgens vol ontzetting toe hoe iedereen de persoon die in het middelpunt staat uit staan te lachen. Ze heeft een sterke drang om nieuwe dingen te ontdekken op haar eigen houtje, omdat je volgens haar niemand kan vertrouwen.
Trui daarentegen is altijd behulpzaam en aardig tegen iedereen, zelfs tegen de mensen die ze niet aardig vindt of tegen mensen die niet aardig tegen haar doen. Ze durft vaak niet te praten en houdt er totaal niet van als ze in het middelpunt van iets staat. Na de dood van Willem, haar man, gaat dus ook het contact met haar kennissen grotendeels verloren, omdat het erg stil is als ze alleen Trui uitnodigen.
- Ook viel het me op dat in het begin van het verhaal nog veel afwisseling is tussen de twee vertellers, Helena en Trui. Verder in het boek is Trui de enige verteller, omdat Helena dan in Parijs is.


- Naarmate ik verder in het boek was, drong het steeds meer tot me door waarom dit boek juist ‘De grote zaal’ als naam heeft gekregen. Trui is erg bang voor de dood en je krijgt in het boek veel mee over de zin en de betekenis van het leven. Trui’s huisgenoten hebben Trui verteld dat alleen de vrouwen die er al te erg aan toe waren naar de grote zaal gingen. De grote zaal is dus een symbolische betekenis van de dood.
- Ook krijg je elke keer flashbacks van Trui van bepaalde momenten in het gezinsleven van Trui. Ze begreep toen ze in het rusthuis was pas wat ze allemaal verkeerd had gedaan. Het belangrijkste nog was dat ze de uitspraken van Helena begon te begrijpen. Trui snapte de uitspraken eerst niet en wilde er ook niet over nadenken, omdat ze ontzettend somber waren. Een citaat van de gedachten van Trui in het rusthuis:
‘Wat heeft Helena ook alweer gezegd? De mens is zo verschrikkelijk eenzaam, mijn lieve moedertje. Sommigen, de meesten zijn er zich niet van bewust. Een enkele keer, bij een groot verdriet, wanneer geen mens of redenering meer kan helpen, dan hebben ze er een vermoeden van. Maar meestal vergeten ze het weer en misschien is dat goed. Want hoe zouden we verder kunnen leven, als we, allen tezamen, ons bewust waren van onze eenzaamheid en het ontzettende van onze toestand ? Zouden we dan niet allen een paniekstemming krijgen als mensen in een …. concentratiekamp? […] dat bedoelde ze natuurlijk, dat de hele wereld een concentratiekamp is, waar je nooit uit kan ontvluchten. We zijn veroordeeld, zei ze, en we weten niet waarom.’
- De hoofdzaak van het verhaal is misschien nog wel dat Trui zo bang is voor de dood. Dit blijkt bijvoorbeeld uit dit citaat:
‘De angst, de verstikkende angst is er weer. Een ondeelbaar ogenblik was ik in de zwarte tunnel , waarvan ik het einde niet kon zien. Met mijn laatste krachten kon ik nog vluchten voor het verschrikkelijke. Voor het onbekende. Maar het is de laatste keer geweest. Ik weet het. Onafwendbaar komt het ogenblik dat ik erdoor zal moeten gaan. Tot het einde. Wat zal daar zijn? Wat is er aan het einde? Ik ben bang. Is er dan niets wat me helpen kan. Nee, ik ben alleen. Geen mens kan nog iets voor me doen. God! Help me. Laat me niet dwalen in die duisternis waar ik geen weg weet en die voor mij onbegrijpelijk is.’
- Wat me verder opgevallen is dat Trui eigenlijk nog precies hetzelfde is als vroeger. Ze is nog steeds zo verlegen en bang voor de dood.


Opgekomen vragen van tijdens en na het lezen
Waarom wordt het verhaal afwisselend verteld vanuit het gezichtspunt van de moeder en dat van Helena?
Dit is alleen in het begin van het boek. Je komt hierdoor veel te weten over de gedachtegang van de twee personages en daardoor kom je erachter hoe ze in elkaar zitten. Trui is dan wel de hoofdpersoon, maar Helena speelt ook een erg belangrijke rol in het boek, omdat zij uiteindelijk de enige is die Trui nog heeft en ze Trui veel geleerd heeft over de eenzaamheid waarin ze nu bekeerd.

Waarom komen er zoveel flashbacks in het boek voor?
Dit is van belang, omdat je de flashbacks en het leven in het rusthuis in verband kan zetten, waardoor je meer te weten komt over het thema van het verhaal: de dood.

Waarom zei Helena tegen haar moeder toen Willem was gestorven dat ze een doel moest gaan zoeken en dat dat doel niet Helena moest zijn?
In de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, speelde het existentialisme een grote rol. Dit is een 20e-eeuwse filosofische en literaire stroming die individuele vrijheid, verantwoordelijkheid en subjectiviteit vooropstelt. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit het volgende citaat uit het boek:
‘Ik wil geen man met een vast baantje, waardoor het leven geregeld wordt als een klok. Ik haat dit rustige leventje, waarin iedere dag op de voorgaande lijkt! Ik zou stikken! Ik wil vrij zijn.’
Centraal in het existentialisme staat de gedachte dat de mens per definitie een eenzaam schepsel is en vooral in de strijd tegen de dood een eenzaam schepsel is. Het bestaan op zich is zinloos, je moet het zelf zin geven. Dit wilde Helena er dus mee zeggen. Ze wilde niet dat als zij uit huis zou gaan, haar moeder bleef hangen in het verdriet om het verlies van Willem. Ze wilde dat haar moeder een ander doel ging zoeken, wat haar leven weer zin zou geven.

Waarom doet juffrouw Bijlevelt altijd zo onaardig?
Je kwam het te weten toen juffrouw Bijlevelt en Trui in de tuin samen gingen praten. Juffrouw Bijlevelt las een brief telkens opnieuw en huilde. Eerst wilde ze niet vertellen wat er aan de hand was, maar na een lange tijd van zwijgen kwam alles eruit over vroeger.
De liefde van haar leven (Charles) was katholiek, terwijl juffrouw Bijlevelt protestants was. Hierdoor mochten ze niet met elkaar omgaan van haar ouders. Ze deden het stiekem toch en haar ouders kwamen er achter. Ze mocht niet meer naar buiten of alleen thuisblijven. Het leven werd zinloos voor haar en Charles trouwde met iemand anders en kreeg twee kinderen. Ze schreven nog steeds brieven naar elkaar en dat was het enige wat juffrouw Bijlevelt nog had. Maar nu was Charles gestorven. Juffrouw Bijlevelt had een erg ongelukkig leven gehad en daarom deed ze altijd zo onaardig.

Hamvraag: Wat is er zo belangrijk aan de grote zaal?
De grootste angst van Trui is al heel haar leven lang de dood. De grote zaal is hier een symbolische betekenis van, omdat je hierheen gaat als je bijna gaat sterven. Trui vind het zo verschrikkelijk in het rusthuis, omdat ze allemaal zitten te wachten op de dood. Ze wil daarom ook beslist niet naar de grote zaal.


Evaluatie

Toen ik het verhaal begon had ik niet echt verwachtingen, omdat er geen flaptekst op de achterkant stond. De eerste bladzijdes vond ik onduidelijk. Ik dacht dat het een jong meisje was die in een ziekenhuis lag en het was me ook niet helder wat er met het meisje gebeurd was. Na een paar bladzijdes gelezen te hebben werd het allemaal uitgelegd.
Het boek is erg realistisch geschreven. Alles zou echt gebeurd kunnen zijn en ik vind dat dit het lezen wel leuker maakt. Het is wel een heel zielig verhaal. Vooral dat Trui niemand meer had toen Helena terugging naar Frankrijk en ze dus erg eenzaam was.
Het afscheid tussen Helena en Trui toen Helena terug naar Frankrijk vertrok was emotioneel. Maar vooral de laatste paar bladzijdes van het boek vond ik erg ontroerend en ik leefde me helemaal in Helena mee:
‘Zachtjes vroeg ze toen: Is er een hemel? Ik was duizelig, mijn hart klopte heftig en toen ik mij over haar heen boog zei ik: Als er een hemel is, mijn lieve moedertje, dan zal jij er met gejuich begroet worden. Ze lag heel stil. Moedertje, zei ik. […] Ze was in de zwarte tunnel. Alleen! […] Wilde ze vluchten? nog eenmaal ademde ze diep en kort. Ze lag roerloos. Haar gezicht werd vreemd en star. Ze was aan het einde gekomen.’
Ik vond het boek wel heel voorspelbaar. Toen ik doorkreeg dat als je naar de grote zaal ging het betekende dat je bijna dood was, wist ik al dat Trui later in het boek ook naar de grote zaal zou gaan en dood zou gaan.
Het verhaal was echter veel leuker dan ik gedacht had. De eerste paar bladzijdes vond ik maar saai, terwijl toen ik het boek verder begon te lezen het me echt aan het denken zette over wat nou precies de zin van het leven is als je toch uiteindelijk doodgaat.
Het taalgebruik was makkelijk en het verhaal was niet verwarrend geschreven. Ook kwam er soms lichte humor in voor. Ik vind dus dat dit boek een goede keus was om te lezen.

Samenvatting in één zin (thema)

Trui leeft de laatste maanden van haar leven in eenzaamheid en is bang voor de dood.
Jacoba van der Velde heeft tijdens het schrijven van het boek gewoond in Frankrijk, waarin het existentialisme een vrij grote rol speelde. Helena verkondigde de ideeën hiervan nadrukkelijk en hierdoor heeft Trui geleerd dat de angst voor de dood en de existentiële eenzaamheid van de mens aan elkaar verbonden zijn. Jacoba van der Velde heeft de lezers dan ook willen meedelen dat de laatste paar jaren van het leven erg eenzaam zijn, omdat je afhankelijk bent van je nog overgebleven familie en vrienden die waarschijnlijk niet vaak kunnen langskomen.
Ook heeft ze de lezers zoveel mogelijk proberen te leren over de filosofische ideeën van het existentialisme. De dood kan altijd en overal toeslaan. We bevinden ons allen in de grote zaal. Dit zei ze ook in een interview: ‘Dat tehuis in De grote zaal is alleen maar een situering. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.’

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

heb dinsdag een toets over dit boek. Dit verslag is zeer bruikbaar bij het leren.

8 jaar geleden