Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?



Volg ons nu op Instagram


Samenvatting
Henri Osewoudt is de zoon van een sigarenwinkelier te Voorschoten. Als hij nog op de lagere school zit, vermoordt zijn moeder zijn vader in een vlaag van waanzin. Henri wordt opgevoed door zijn oom Bart Nauta in Amsterdam. Op de middelbare school gaat hij niet om met zijn klasgenoten. Hij leeft in een isolement en gaat alleen om met zijn zeven jaar oudere nicht Ria. Hij doet aan judo, waardoor zijn voeten vergroeien. Hij is lelijk, heeft geen baardgroei en een hoge stem. Ook Ria is lelijk. Als Henri 18 is, trouwt hij met Ria; hij zet zijn vaders zaak voort en zijn moeder woont bij hen in. Henri is afgekeurd voor militaire dienst, maar is wel bij de Burgerwacht. Als de oorlog uitbreekt, moet hij op wacht staan bij een postkantoor. Luitenant Dorbeck, op wie Henri als twee druppels water lijkt, geeft hem een filmrolletje, dat ontwikkeld moet worden. Later komt hij weer terug met nog meer films, die ook ontwikkeld moeten worden en opgestuurd aan E. Jagtman.

Na het ontwikkelen krijgt Henri niets dan zwarte vlekken te zien. Hij durft de foto's niet terug te sturen, koopt een Leica en maakt zelf foto's van militaire objecten. Tijdens een hevig onweer komt Dorbeck, enige tijd later. Henri krijgt opdracht naar Haarlem te komen. Daar ontmoet hij Dorbeck en Zewüster. Met de laatste gaat hij naar de Kleine Houtstraat, waar ze in een huis twee mensen neerschieten. De zoon van de drogist uit Voorschoten heeft hen gevolgd. Henri ontwikkelt het filmpje dat hij in 1940 van Dorbeck had gekregen. Op een van de foto's staat Dorbeck met twee vriendinnen. Er valt een brandend vliegtuig op het huis van Jagtman, waardoor de hele familie Jagtman omkomt. In 1944 (Dorbeck heeft 3 jaar lang niets van zich heeft laten horen) krijgt Henri een brief van Dorbeck met het verzoek de foto's op te sturen naar een postbusnummer. Henri gaat kijken wie de foto's uit de bus haalt; dat blijkt een heilsoldate te zijn. Een paar dagen later wordt hij opgebeld door Elly Meier, die zegt dat ze uit Engeland is overgekomen. Ze toont hem een van de foto's die hij aan Dorbeck had opgestuurd. Hij brengt haar naar oom Bart. Terug in Den Haag hoort hij van Moorlag, zijn kamergenoot, dat de Duitsers hem in zijn huis opwachten en dat Ria en zijn moeder gevangen zijn genomen. Hij gaat met Moorlag naar Leiden, waar een student valse persoonsbewijzen maakt voor hem en Elly. Zijn haar wordt zwart geverfd door Marianne, een ondergedoken joodse studente. Henri duikt onder en gaat foto's ontwikkelen voor Labare.

Hij beseft nu hoe hij veranderd is. Marianne gaat voor hem naar oom Bart met Elly's persoonsbewijs. Deze is echter al verdwenen. Henri gaat naar Amsterdam en vertelt aan oom Bart dat Ria en zijn moeder zitten. Oom Bart maakt hem verwijten. Henri krijgt van Dorbeck opdracht naar het station in Amersfoort te gaan. Daar zal hij een vrouw ontmoeten in leidsteruniform van de Nationale Jeugdstorm. Samen gaan ze naar Lunteren, waar Lagendaal, die voor de Gestapo werkt, uit de weg moet worden geruimd. De aanslag lukt, maar op de terugweg wordt de vrouw aangehouden. In Amsterdam ontmoet Henri Marianne. In de bioscoop ziet Henri een oproep tot zijn eigen aanhouding. Als hij de zaal uitloopt, wordt hij gepakt. Tijdens het verhoor wordt hij zo gemarteld, dat hij naar het ziekenhuis moet. Hij wordt daaruit bevrijd door gemaskerde mannen, die hem naar Leiden brengen. Bij Labare ontmoet hij Marianne weer. 's Nachts worden ze door de Duitsers overvallen. 

Henri weet te ontkomen, maar wordt later toch gearresteerd. In de cel zoekt de Duitser Ebernuss hem op, die beweert hij hem goedgezind is. Hij heeft ervoor gezorgd, dat Marianne, die een kind verwacht, weer vrij is. Ebernuss houdt zich bezig met het probleem of Dorbeck, de dubbelganger van Henri, bestaat. Daarom moet Henri naar Amsterdam gaan, waar een clandestiene sociëteit is voor ondergrondse helden. Als Dorbeck bestaat, zal Henri hem zeker ontmoeten. Ebernuss geeft Henri zijn Leica en samen gaan ze naar Amsterdam. In de sociëteit is er een man van wie Henri gelooft dat het Dorbeck is. Van hem krijgt hij giftige kristallen, die hij in Ebernuss' borrel doet. Dorbeck en Henri gaan er samen in de auto van Ebernuss vandoor. In een leegstaand huis fotografeert Henri zichzelf met Dorbeck in een spiegel. Dorbeck vertelt hem dat Ria samen woont met de zoon van de drogist die Henri verraden had, toen hij de aanslag in Haarlem pleegde. Henri krijgt een verpleegstersuniform. Dorbeck bericht hem dat Marianne in een kraamkliniek ligt. Daar aangekomen wordt hij naar een kelder gebracht waar hij het lijkje van zijn kind ziet. Een Duitse soldaat neemt hem mee in zijn auto. In Voorschoten doodt hij Ria en in Dordrecht de Duitser; daarna vraagt hij hulp aan een pastoor. Met de hulp van de illegaliteit en een arts komt hij in Breda aan. Hij meldt zich bij het hoofdkwartier van de Nederlandse Strijdkrachten. Daar arresteert men hem, omdat men denkt dat hij een landverrader is. Hij wordt naar Engeland gebracht. Daar behandelt Selderhorst zijn zaak. Henri wordt van vele dingen beschuldigd en Dorbeck, die zal kunnen aantonen dat hij verzetsheld is, is onvindbaar.

Jagtman en Moorlag zijn dood en Marianne is in Israël. Oom Barts verklaring is zeer vaag. Eindelijk wordt de Leica van Henri gevonden. Hij ontwikkelt het filmpje, maar de foto met Dorbeck is mislukt. Henri rent naar buiten en wordt neergeschoten.

Tekstanalyse
Tijd
- Hoe is het tijdsverloop in het verhaal?
Het verhaal is chronologisch verteld. Het begint met een jonge Henri en eindigt met Osewoudt ’s dood. Flashforwards komen vrijwel niet voor in het verhaal, maar flashbacks zijn wel aanwezig. Deze worden in het verhaal beschreven alsof Osewoudt zich iets herinnert, maar is tegelijkertijd bedoeld om de lezer attent te maken op deze gebeurtenis.

Het boekverslag gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen

- Wanneer speelt het verhaal zich af?
De vertelde tijd loopt van ongeveer 1932 tot 27 december 1945.

- Maakt het tijdsverloop het verhaal spannend of juist saai, verwarrend of onduidelijk?
Spannend, omdat je alleen de verhaallijn van Osewoudt volgt en dus alleen die tijdsverloop weet en verder niets over de geschiedenis of toekomst. Het is soms wel verwarrend, omdat je de tijd weet door het verhaal van die persoon, andere tijdsindicaties zijn niet vaak gegeven.

- Om welke redenen geeft het verhaal volgens jou een (on)betrouwbare indruk van deze periode. Geef voorbeelden.
Er rijden auto’s, het is oorlogstijd, wel telefoon, geen mobieltjes, etc.

Perspectief
- Bij wie/welke verhaalfiguur ligt het perspectief?
De hoofdpersoon Henri Osewoudt.

- Welk effect heeft dit op het verhaal?
Het maakt het verhaal spannend, doordat je maar vanuit één persoon het verhaal verteld krijgt en verder niets van buitenaf te horen krijgt. Hierdoor wordt het verhaal soms wel verwarrend en onduidelijk, omdat niet alles wat er gebeurd verteld wordt, omdat de hoofdpersoon dat niet weet. 

- Hoe is de verteller bij de handeling betrokken?
Hij doet de handeling zelf.

- Hoe heeft het perspectief invloed op jouw manier van kijken naar de handeling?
Je ziet alles door de ogen van de hoofdpersoon en weet dus alleen de dingen die de hoofdpersoon weet, waardoor je beïnvloed wordt door zijn opvattingen.

- Hoe werkt het perspectief uit op je betrokkenheid bij het verhaal? Je bent erg bij het verhaal betrokken en je kunt je  inleven in de hoofdpersoon en maakt daarom precies mee wat de hoofdpersoon beleeft.

Personages
- Wie zijn de belangrijkste verhaalfiguren? Beschrijf ze kort qua innerlijk en uiterlijk.
Henri Osewoudt – is lelijk, klein en bleek, heeft vlassig dun blond haar, een meisjesachtig gezicht, geen baardgroei en een hoge stem. Henri is een heel onzeker persoon met een minderwaardigheidscomplex. Hij voelt zichzelf het ‘mislukte exemplaar.’ Ik vermoed ook dat hij schizofreen was, vanwege zijn beweringen over Dorbeck. Hij is ook zeer koelbloedig, zeker als hij iemand vermoord. Alsof hij zich niet bewust is van zijn actie.

Dorbeck – is “het gelukte exemplaar, “ heeft zwart haar, hetzelfde postuur als Henri en baardgroei. Dorbeck was goed georganiseerd en erg precies. Je komt verder niet veel over zijn karakter te weten, hij blijft mysterieus.

- Maken de personages een persoonlijke ontwikkeling door? Zo ja, beschrijf deze ontwikkeling.
Dorbeck niet, want je komt vrij weinig over zijn persoonlijke leven en karakter te weten waardoor je ook die ontwikkeling niet kan vaststellen. Henri maakt wel een ontwikkeling door, je ziet hem groeien van een jongen tot een man. In de oorlog maakt hij ook een ontwikkeling door, want hij verandert van een onzekere jongen, die niets heeft bereikt in zijn leven, tot een man die – volgens hem – heldhaftige dingen heeft gedaan en echt wat betekent in de maatschappij. Daarbij zet hij zich af tegen zijn oude leefgewoontes en zet alles in zijn macht om aan de wensen van een ander te voldoen. 

- Neemt de hoofdfiguur belangrijke beslissingen? Zo ja, welke?
Ja, Osewoudt kiest ervoor om met zijn nicht Ria te trouwen om zo voor zijn moeder te kunnen zorgen en hij kiest ervoor om de verzoeken van Dorbeck op te volgen, wat hem ook wordt opgedragen. 

- Met welke verhaalfiguur voel je je het meest verwant? Leg uit waarom dit zo is.
Eigenlijk met geen van de verhaalfiguren. Op sommige momenten kan ik me wel inleven in een figuur als Osewoudt, maar ik zal nooit de beslissingen kunnen en willen nemen die Osewoudt heeft genomen. Iemand in koelen bloede neerschieten op verzoek van iemand anders, is niet iets waar ik me verwant mee voel. De persoon die nog het dichtst bij me staat is Marianne, omdat zij een vrouw is en ik me aan de ene kant kan inleven in haar keuzes. Alleen haar voorkeur voor Osewoudt begrijp ik niet zo goed.

Ruimte
- Lijkt de auteur bewust te kiezen voor een bepaalde ruimte in het verhaal?
Ja, het zijn vaak donkere, niet aangename ruimtes. Nergens in het verhaal wordt een ruimte als aangenaam beschreven, maar altijd krijg je een nare indruk van de ruimte waarin de hoofdpersoon zich bevindt.

- Welke elementen gebruikt hij voor de beschrijving van en met welk effect?
Hij beschrijft de ruimtes vaak gedetailleerd, waardoor de indruk die de ruimte op de hoofdpersoon heeft gemaakt, bij jou wordt overgebracht. Je krijgt hierdoor hetzelfde beeld van de ruimte waarin de hoofdpersoon zich bevindt als de hoofdpersoon zelf. 

- Vind je de ruimte (omgeving, sfeer) bepalend in het verhaal? Verklaar je antwoord.
Jazeker, want ze zijn onmisbaar, de ruimtes die beschreven worden in het verhaal hebben vaak iets te maken met de verhaallijn. De meeste ruimtes die beschreven zijn in het verhaal waren ruimtes waar Osewoudt iemand zou ontmoeten. Het beschrijven van die ruimtes geeft dan ook een bepaalde spanning. Vaak worden details van een plek waar Osewoudt zich bevindt, later in het verhaal weer van belang.

- Spreekt de sfeer die door de omgeving ontstaat je aan? waardoor (niet)
Meestal niet, omdat de sfeer die wordt opgewekt onaangenaam is. Toch past dit wel bij het verhaal en maken de ruimtes het verhaal compleet.

Spanning
- Waaraan ontleent het verhaal zijn spanning? Waarom wil je wel/niet verder lezen?
Aan het perspectief van het verhaal en de opbouw. Je weet alles wat de hoofdpersoon weet, niet meer en niet minder. Hierdoor krijg je steeds een beetje meer te weten, maar krijg je totaal geen beeld van wat er in de toekomst staat te gebeuren en alles wat er in het verleden gebeurd is wordt ook in het ongewisse gelaten. Het verhaal werd hier en daar wel langdradig en soms moeilijk te volgen, waardoor de spanning minder voelbaar werd.

- In hoeverre vind jij de schrijver erin geslaagd om het boek spannend te maken?
Ik vind dat de schrijver in veel stukken van het verhaal geslaagd is om het verhaal spannend te houden. Door het gehele boek heen wil je als lezer te weten komen hoe het met Osewoudt afloopt, maar door sommige gebeurtenissen, wordt je van dit doel afgeleid en verslapt je aandacht, omdat het verhaal moeilijker te volgen is. Toch is het de schrijver gelukt om de spanning vast te houden, zeker op momenten waar er echt een spannende actie plaatsvind, bijvoorbeeld bij de moord van Lagendaal en zijn vrouw.

Stijl
- Citeer een passage die je typerend vindt wat betreft de schrijfstijl.
In enorme diepe kassen lagen zij. Hij had dikke aan elkaar gegroeide wenkbrauwen, die elk precies de vorm van een ^ hadden. Het leek alsof elk oog apart in een huisje met een puntdak woonde. Waterige fletse ogen waren het, ook het vel eromheen was zacht en waterig bijna. Zonder een ogenblik in de richting van de deur gekeken te hebben, verdween Lagendaal uit het zicht. Osewoudt draaide zich om, het pistool bijna op ooghoogte geheven in zijn trillende vuist.”

- Wat typeert deze stijl?
Het verhaal vordert heel langzaam, terwijl elk detail uitgebreid beschreven wordt op een zeer originele manier. Tegelijkertijd wordt de spanning opgevoerd en lijk je elk moment tot de climax te komen, die helaas steeds wordt uitgesteld door een ander detail dat de schrijver toch nog even genoemd wil hebben. Ook is vooropplaatsing iets wat de schrijfstijl typeert. In plaats van de zin: ‘Het waren waterige fletse ogen ‘ zegt de schrijver: “Waterige fletse ogen waren het.”

- Heb je van deze stijl kunnen genieten? Waardoor (niet)?
Op sommige momenten wel en op andere momenten niet. Ik vond leuk om de originele manier van het beschrijven van een persoon of gebeurtenis erg leuk. De schrijver gebruikt onverwachte vergelijkingen en dingen waar je tijdens het lezen om moet glimlachen. Toch vorderde het verhaal door al deze details langzaam. Niet altijd, maar soms werden de beschrijvingen me iets teveel en kreeg ik de neiging snel door te lezen naar de uiteindelijke actie.

- Ligt deze stijl dicht bij je eigen taalgebruik of wijkt hij duidelijk af? Licht je antwoord toe.
Het wijkt duidelijk af. Niet alleen de stijl, maar ook de woordkeuze. De ouderwetse spelling typeert de schrijfstijl daarom ook. Woorden als ‘likwideren’ in plaats van ‘liquideren’ vielen mij op. Het woord ‘pofmof’ moest ik opzoeken en deze handeling zou ik zelf ook anders hebben geformuleerd: “De telefoon belt.” De schrijver is over het algemeen erg origineel, waar ik wel van houd, maar wat wel ver van mijn eigen taal gebruik af ligt. 

Genre
- Tot welke genre reken je dit boek?
Psychologische (oorlogs) roman. 

- Welke kenmerken van dit genre herken je in dit boek?
Je kijkt in het hoofd mee van het personage in het boek(Osewoudt), waardoor je een goed beeld krijgt van hoe hij denkt en wat die gedachtes teweeg brengen. Ook maak je zijn ontwikkeling mee en zie je hoe moeilijk hij het heeft met de keuzes die hij soms moet maken en ook hoe makkelijk hij soms met die keuzes omgaat. In het boek is de gedachtegang dus vaak belangrijker dan de gebeurtenis die zich af afspeelt. De oorlog typeert dit boek natuurlijk ook, vandaar de benaming psychologische (oorlogs) roman.

Thema en motieven
- Formuleer het thema in de vorm van een zin waarbij je aangeeft wie de hoofdfiguur is, welke afloop er is, welke inzichten de hoofdpersoon krijgt.
Osewoudt is een onzekere jongen, die zekerheid probeert te krijgen door opdrachten van zijn ‘grote voorbeeld’ Dorbeck op te volgen, maar deze zekerheid niet krijgt, omdat hij niet kan bewijzen dat zijn opdrachtgever werkelijk bestaat.

- Welke motieven herken je in het verhaal?
Zoektocht naar eigen identiteit, oorlog, eenzaamheid, schizofrenie. Leidmotief: foto’s

- Welke betekenis heeft dit thema voor jezelf?
Ik vond het interessant om te lezen hoe de persoonlijkheid van Osewoudt zich ontwikkelt en hoe hij met bepaalde situaties omgaat. Ik kan me niet in het thema herkennen, maar me er wel in inleven.

- Is je visie op de problematiek die aan de orde wordt gesteld door het lezen van dit boek veranderd?
Ik kan Osewoudt wel beter begrijpen nu ik het boek uit heb. Als lezer leer je Osewoudt steeds beter kennen en begrijp je de keuzes die hij maakt beter, waardoor mijn visie inderdaad – positief – veranderd is. Ik zie hem niet meer als een gek die ontzettend stomme beslissingen neemt.

Titel
- Geef een verklaring van de titel.
De donkere kamer verwijst naar de doka’s waarin de foto’s, de leidmotieven, ontwikkeld worden en waar Osewoudt ook een periode heeft gewerkt. Damocles was een hoveling die van de tiran die hij diende een dag koning mocht zijn. Hij kreeg echter een zwaard boven zijn hoofd te hangen. Dit zwaard hing aan een paardenhaar. Hij wist dat het er hing, dit hing er om hem duidelijk te maken wat voor dreiging er boven een staatshoofd hangt. De dreiging die ook telkens boven het hoofd van Henri Osewoust hangt.

- Bedenk zelf een goede titel voor het verhaal.
“Negatieven”

Vergelijking
- Wat zijn de belangrijkste overeenkomsten tussen dit boek en je eerder gelezen boeken? Beschrijf minimaal twee overeenkomsten en twee verschillen.
Overeenkomsten;
- Het is een psychologische roman
- Het is geschreven in de ik-vorm
- Het heeft een open einde

Verschillen;
- De hoofdpersoon stond heel ver van mij af

In mijn eerder gelezen boeken was de verhaallijn vaak makkelijker te volgen. De schrijfstijl is vrij complex en ook de structuur in het boek (geen hoofdstukken en vaak hele abrupte tijdssprongen) is complex. 

- Wat is voor jou het meest opvallende aan dit boek?
Dat je een persoon leert kennen, die later waarschijnlijk helemaal niet bestaan heeft. Het is alsof je steeds leugens hebt gelezen. Toch weet je aan het einde van het boek niet zeker of dit nou echt leugens waren. Terwijl je leest ben je constant met de vraag bezig: ‘Bestaat Dorbeck wel of niet?’ Het antwoord op deze vraag is cruciaal voor jouw interpretatie van het boek. Ik vind dit erg opvallend en eigenlijk, nu ik het boek uit heb, erg bijzonder en ik heb respect voor die manier van schrijven.

Beoordeling
Over het algemeen heb ik genoten van het boek, met uitzondering van sommige passages die ik het liefst even over wilde slaan.

Structurele argumenten: Ik vond dat het boek een bijzondere opbouw had. Het leven van Osewoudt staat centraal in het boek en daardoor krijg je precies dezelfde visie als Osewoudt, alleen als lezer denk je vaak anders over bepaalde gebeurtenissen na en vorm je toch je eigen beeld over het hele verhaal. Ik  vond het origineel hoe het boek is vormgegeven; de hoofdstukken die niet waren aangegeven, tekst op borden die in het boek neer werden gezet in Caps Lock of in een ander lettertype, de beschrijving van de wenkbrauwen van Lagendaal - “^” – , enz. De spanningsopbouw waardeerde ik ook erg. Steeds wanneer je rustig het verhaal aan het lezen was en geen bijzondere actie verwachtte, gebeurde er ineens iets verbijsterend (,zoals toen Osewoudt bij Marianne op kraambezoek ging). Vaak beschrijft hij die onverwachte acties heel kort, bijna in één zin, in tegenstelling tot zijn gedetailleerde beschrijvingen van ruimtes en personen. Een voorbeeld: “Hij hield haar achterhoofd vast bij haar haar en brak haar nek tegen de rand van het aanrecht.” Het verhaal was totaal niet voorspelbaar en dat maakte het juist zo spannend. Ik vond het open einde goed gekozen, ondanks dat ik teleurgesteld was dat het verhaal zo af liep. Alles wat je dacht zeker te weten, of waar je achter hoopte te komen, werd door dat einde weer weggeveegd. Het open einde is daarom weer een voorbeeld van de verassende manier van schrijven van Willem Frederik Hermans. Als enig negatief punt wil ik noemen dat het verhaal soms langdradig werd en je aandacht verslapte. De schrijver heeft dit wel weer gecompenseerd door juist in de langdradige stukken informatie te verwerken die je later nodig hebt om andere gebeurtenissen beter te begrijpen. Het komt er daarbij op neer dat je het hele boek door alle informatie op moet slaan, wil je uiteindelijk een goed beeld hebben van het hele verhaal.

Emotionele argumenten: Ik leefde zeer met de hoofdpersoon mee. Ik wilde dat Dorbeck bestond. Ik hoopte dat die laatste foto het bevrijdende bewijsmateriaal zou geven. Ik wilde er niet aan toegeven dat ik een boek had gelezen waarin de hoofdpersoon wel van alles vertelde, maar waarvan vrijwel alles was bedacht. Aan het einde kom je tot het besef dat je niks in het boek als waarheid aan kon nemen. Elke gebeurtenis kon verzonnen zijn. Ik kan echt zeggen dat ik me heb ingeleefd in de hoofdpersoon. De teleurstelling over het open einde is hier alleen maar een bevestiging van. Nu ik het boek uit heb, ben ik er lichtelijk van overtuigd dat Dorbeck niet bestaan heeft. Verschillende factoren leveren voor mij dit bewijs, maar helemaal zeker weten doe ik het nog steeds niet.

Intentionele argumenten: Ik denk dat de schrijver het boek heeft bedoeld om de lezer te ‘triggeren’ . Steeds wanneer de lezer denkt eindelijk vat op het verhaal te krijgen, plaatst hij een andere gebeurtenis waardoor die zekerheid totaal verdwijnt. Misschien heeft de schrijver zijn lezers ook een beeld willen geven van een persoon met schizofrenie. Helaas weet je dit ook niet zeker, omdat het bestaan van Dorbeck in het ongewisse is gelaten. Het enige bewijs voor schizofrenie krijg je in het begin van het boek, als de problemen van de moeder beschreven worden. Problemen die je in het doen en laten van Osewoudt kunt herkennen. Bij het ontstaan van schizofrenie spelen erfelijke factoren een rol en dus zou dit een bewijs voor Osewoudt ’s denkbeelden over Dorbeck kunnen zijn

Morele argumenten: Osewoudt heeft in het boek veel misdaden begaan. Misdaden waar ik een oordeel over heb. Het in koelen bloeden vermoorden van mensen is maar een klein voorbeeld. Wat mij vooral tegenstond was dat hij die mensen vermoorde zonder enige reden. Zijn vrouw Ria bijvoorbeeld, heeft hij eigenlijk vermoord uit eigen belang. Het was een wraakactie, voor alles wat in zijn leven fout is gegaan. Zij was namelijk de eerste verkeerde keuze die hij had gemaakt. Verder staan zijn visies mij tegen. Hij voelt zichzelf onzeker en probeert zekerheid te krijgen over andermans leven heen. Hij dealt niet met zichzelf maar probeert zich te verrijken door daden.

Realistische argumenten: Het verhaal speelt zich af in de tweede wereld oorlog. In deze oorlog zijn genoeg absurde dingen gebeurd, waardoor dit verhaal als realistisch kan worden afgetekend. Al de mensen die hij heeft vermoord, zouden in werkelijkheid ook echt vermoord kunnen zijn. Toch weet je dankzij de stijl van de schrijver, niet zeker of deze mensen werkelijk vermoord zijn. Schizofrenie is een actueel onderwerp. Het bestaat. En is dus realistisch. Stel dat Osewoudt echt schizofrenie zou hebben is het verhaal dus zeker realistisch te noemen. Om tot een conclusie te komen, het verhaal heeft een gemiddeld realisme gehalte, maar zou een hoger realisme gehalte bereiken als het hele verhaal over schizofrenie echt waar zou zijn.

Vernieuwsargumenten: Ik heb veel van het boek geleerd. Niet alleen over hoe het er tijdens de periode dat Osewoudt leefde aan toe ging, maar ook over mijn manier van lezen en over trucjes die een schrijver gebruikt om de lezer te misleiden of op een ander spoor te zetten. Bij het lezen van een volgend boek zal ik er dus rekening mee houden dat niet alles wat er verteld wordt, waar hoeft te zijn. Wat ik al eerder heb genoemd is dat ik het boek origineel vind vooral vanwege de schrijfstijl. Ik vond het leuk om me te verdiepen in de manier van schrijven en ik kon dit zeker waarderen. De originaliteit van een boek weegt voor mij vaak zwaar in mijn eindwaardering en ik kan daarom zeggen dat ik over het algemeen een positief beeld heb over dit boek.

Vernieuwsargumenten: Ik heb veel van het boek geleerd. Niet alleen over hoe het er tijdens de periode dat Osewoudt leefde aan toe ging, maar ook over mijn manier van lezen en over trucjes die een schrijver gebruikt om de lezer te misleiden of op een ander spoor te zetten. Bij het lezen van een volgend boek zal ik er dus rekening mee houden dat niet alles wat er verteld wordt, waar hoeft te zijn. Wat ik al eerder heb genoemd is dat ik het boek origineel vind vooral vanwege de schrijfstijl. Ik vond het leuk om me te verdiepen in de manier van schrijven en ik kon dit zeker waarderen. De originaliteit van een boek weegt voor mij vaak zwaar in mijn eindwaardering en ik kan daarom zeggen dat ik over het algemeen een positief beeld heb over dit boek.

Stilistische argumenten: De stijl van dit boek, typeert het boek. Dat staat voor mij als een paal boven water. Als ik dit boek in een andere stijl had gelezen, zou het voor mij niet even interessant zijn geweest. Ik heb tijdens het lezen verschillende momenten gehad, dat ik me echt verbaasde over de vergelijkingen die Hermans gaf. Een voorbeeld hiervan is: “haar huid die wit was als kalfsvlees” en “de regen stroomde met een sissend geluid.” Vooral zijn beschrijvingen van personen zijn typerend. Er wordt een duidelijk beeld gevormd over een persoon waardoor het verhaal soms luguber wordt, omdat hij diezelfde gedetailleerde beschrijving ook vaak geeft wanneer Osewoudt iemand ter dood brengt, zoals in de passage waar Lagendaal vermoord wordt – die passage is ook mijn favoriet- : “Osewoudt schoot tweemaal achter elkaar. Lagendaal viel maar hij stortte niet ineen, zijn bovenlichaam bleef rechtop, zijn ene been was onder hem gevouwen, het andere schopte woest over de grond. Osewoudt kwam nu vlak bij hem en terwijl hij met de linkerhand zijn rechter elleboog vasthield, schoot hij het pistool leeg in Lagendaal ’s rug. Lagendaal’s mond hing open, zijn ogen bewogen niet meer.”  Verder gebruikt de schrijver een ouderwets taalgebruik, dat niet storend is en tegelijkertijd ook wel iets extra’s geeft aan het verhaal, zoals de woorden; dégeneré en plausibele.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast