Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?



Volg ons nu op Instagram


(Correcties en verwerkingen staan onderaan.)
1. Bibliografische gegevens
Auteur: Willem Frederik Hermans
Titel: De donkere kamer van Damokles
Jaar van oorspronkelijke uitgave: 1958
Uitgeverij: G.A. van Oorschot
Plaats: Amsterdam
Jaartal: 2003
Druk van gebruikte uitgave: zevenendertigste druk
2. Opdracht en motto
Dit boek bevat geen opdracht.
3. Motivering boekkeuze
Mijn docent heeft dit boek aangeraden, omdat ik van geschiedenis houd.
4. Verslag van je leeservaring
Ik behandel vier tussenstanden, met een verdeling over ongeveer vier tussenstanden.
Tussenstand I: blz. 5 t/m 79
Datum: 29 september 2007
Inhoud
Henri Osewoudt is een jongen die een ongelukkige jeugd heeft gehad. Zijn moeder heeft zijn vader vermoord, waardoor hij ondergebracht wordt bij zijn oom Bart Nauta. Op de middelbare school heeft Osewoudt geen vrienden. Hij heeft geen baardgroei en klinkt als een castraat. Na de middelbare school neemt hij de sigarenwinkel over van zijn moeder en trouwt met de dochter van zijn oom Bart, Ria.
Op een dag komt er een Nederlandse luitenant in de winkel met de vraag of hij een aantal foto’s kan laten ontwikkelen. Dorbeck lijkt sprekend op Osewoudt, op de haarkleur na. Dorbeck overhandigt hem het rolletje en Osewoudt poogt het rolletje te ontwikkelen om de foto’s daarna naar ene E. Jagtman te sturen. Een paar dagen later, rond de capitulatie, kot Dorbeck weer om zijn uniform te verstoppen. Hij vertelt daarbij dat hij in de buurt van Rotterdam twee Duitse parachutisten heeft laten neerschieten. Later komt er ene Evert Turlings in de winkel en verteld hij dat hij de liquidaties verafschut.
Later komt Dorbeck nogmaals naar de winkel, ditmaal met de opdracht om naar Haarlem te komen. Hij gaat erheen, waar hij samen met ene Zéwüster naar een pand op de Kleine Houtstraat. Ze schieten de mannen neer en rennen naar buiten. Ze zien dat Dorbeck heeft gevochten.
Een tijd later neemt hij de tijd om Dorbecks foto’s te ontwikkelen. Hij zag wat er op de foto’s stond, maar een deel mislukt, waarop hij besluit militaire doelen te fotograferen. Als hij de foto’s wil wegbrengen bereikt het nieuws hem dat er een brandend vliegtuig is gevallen op het huis van Jagtman.
Drie jaar later krijgt Osewoudt een bericht van Dorbeck. De foto’s moesten verstuurd worden naar postbus 234 Den Haag. Hij blijft op het postkantoor om te kijken wie de foto heeft meegenomen. Het bleek een heilsoldate te zijn. Terug in zijn winkel rinkelde de telefoon. Het was ene Elly Sprenkelbach Meyer, iemand die uit Engeland is overgekomen. Henri moet naar een eindpunt voor een tram in Voorschoten, waar hij haar tegenkomt. Ze laat haar dezelfde foto’s zien als die van Dorbeck. Daarnaast komt hij erachter dat ze nog geen Nederlands persoonsbewijs heeft en uitgebannen zilveren munten bezit. Elly wordt ondergebracht bij Oom Bart in Amsterdam. Als hij in Den Haag terugkomt hoort hij van Moorlag dat de Duitsers hem in zijn woning opwachten en dat Ria en zijn moeder gevangen genomen zijn. Hij gaat met Moorlag naar Leiden, waar een student persoonsbewijzen maakt voor hem en Elly. Henri's haar wordt zwart geverfd door Marianne Sondaar. En tot zijn verbazing ziet Osewoudt dat hij nu precies lijkt op Dorbeck
Mening
Een boeiende eerste tussenstand, met een redelijke introductie maar mooie “introductie” op het verhaal.
Tijd
Chronologisch, van de capitulatie tot aan ’44.
Plaats
Voorschoten, Den Haag, Amsterdam en Leiden
Stijl
Een goede verhouding tussen vertelling en dialoog.
Perspectief
Een hij/zij- perspectief, vanuit het oog van Osewoudt.
Motieven
- Verzet
- Identiteit
- Ongelukkige jeugd
Verwachting
Osewoudt krijgt de foto’s ontwikkeld.
Tussenstand II
blz. 80 t/m 159
Inhoud
Osewoudt gaat op bezoek bij ene Labare waar hij leert foto’s te ontwikkelen. Op dat moment beseft hij dat Dorbeck een ander mens van hem heeft gemaakt. Na zijn verlof ’s avonds gaat osewoudt naar de kapperswinkel om Marianne op te zoeken. Hij vraagt haar het persoonsbewijs heeft afgegeven aan Elly. Ze antwoordde van niet, want ze was al een paar dagen weg. Daarop gaat hij zelf naar Amsterdam om zijn oom Bart op te zoeken, om hem te vertellen dat Ria en zijn moeder zijn opgepakt door de Duitsers. Oom Bart verwijt hem allemaal dat het zo gelopen is, waarop Osewoudt tegenstellend reageert. Dan vraagt hij waar Elly gebleven is. Oom Bart antwoordt dan dat Elly een paar dagen daarvoor weg was gegaan.
Osewoudt krijgt de opdracht om iemand te ontmoeten op het station. Het is een jeugdleidster. Ze moeten samen naar Lunteren. Osewoudt moet een aanslag plegen op de familie terwijl de jeugdleidster het kind meeneemt. Als het kind uit de omgeving van het huis is gaat Osewoudt naar binnen. Eerst brengt hij de moeder om, later de vader.
Op de terugweg in de trein wordt de jeugdleidster opgepakt. De tegenslagen zijn dan nog niet de wereld uit. In Amsterdam komt hij Marianne tegen. Het kindje, Walter genoemd, glipt ertussenuit. Marianne en Osewoudt gaan naar de bioscoop. Ondertussen komt hij erachter dat ze een jodin is. In de bioscoop wordt er opeens een beloning voor Osewoudt geprojecteerd, met portret, naam, beroep en woonplaats. Hij gaat weg uit de bioscoop, maar wordt buiten opgepakt. Hij beseft ondertussen dat hij in de war wordt gehaald met Dorbeck. Hij wordt geboeid en meegenomen tot in Den Haag.
In Den haag wordt hij gemarteld omdat de Duitsers informatie willen over bepaalde personen en daden. Ze vragen naar allerlei namen die hij niet kent. en wordt door het ontkennen tot bloedens geslagen. De ondervrager dreigt met andere ondervragers, waaronder Ebernuss.
Ebernuss vindt het schandalig hoe Osewoudt is toegetakeld en stuurt hem naar het ziekenhuis, maar met behulp van twee mannen ontsnapt hij uit het ziekenhuis.
Mening
Echt een meeslepend spannend stuk. Ben benieuwd naar het volgende deel.
Tijd
Tegen het eind van de oorlog, er wordt meerdere keren verteld over de oprukkende Amerikanen.
Plaats
Den Haag, Amsterdam en Voorschoten
Stijl
Over het algemeen een beschrijvende stijl, tijdens de ondervraging overwegend dialoog.
Perspectief
Een hij/zij- perspectief, vanuit het oog van Osewoudt.
Motieven
- Verzet
- Identiteit (krijgt meer nadruk)
- Marteling
Verwachting
Osewoudt weet te ontsnappen en wordt herenigd met Marianne. De Duitsers gaan echter verder achter hem aan.
Tussenstand III
blz.160 t/m 240
Inhoud
Osewoudt wordt met een auto meegenomen en hij ontmoet de mensen die hem meegenomen hebben: Cor en Ome Kees zijn de voornaamste mensen. Osewoudt verzoekt de mensen hem af te zetten, omdat ze geen onderduikadres voor hem hebben. Hij loopt naar het huis van Labare en gaat daar onderduiken. Het blijkt dat Marianne er ook is. Ook is er een man die hij eerder niet heeft ontmoet: Suyling. Labare noemt de bevrijdingsactie amateuristisch. Hij vertelt dat men hem zoekt voor de daden die Dorbeck gepleegd heeft. Tegen Marianne zegt hij dat hij het mislukte exemplaar is van Dorbeck. De man van de foto in de bioscoop is Dorbeck., zo legt hij uit.
Even later wordt het huis binnengevallen voor de Duitsers. Osewoudt laat zich in eerste instantie meenemen, maar bijna bij de auto maakt hij een judo-beweging en glipt er vandoor. Hij zwemt een singel over om even later druipnat in een huis terecht te komen. Maar toch wordt hij uiteindelijk opgepakt.
Als Osewoudt terug is in de gevangenis heeft hij weer te maken met de (naar Osewoudts mening té) goedaardige Ebernuss. Hij probeert Osewoudt ertoe over te halen hem mee te nemen naar die Dorbeck, aangezien Osewoudt vertelt dat hij het doet. Als tegenprestatie heeft hij Marianne vrijgelaten van Westerbork. Marianne is zwanger, Osewoudt leest dat in een brief dat hij heeft gekregen van Enerbuss. Tegen Osewoudts zin neemt hij hem mee naar het ondergrondse verzet, waar onder andere zijn oude bekende Moorlag in zit. Daar zal hij dan Dorbeck ontmoeten.
Bij Moorlag hoort Osewoudt het trieste nieuws dat Meinarend dood is. Ebernuss zit bij de rest van het volk. Osewoudt gaat naar het keukentje en daar is Dorbeck. Hij krijgt gif van Dorbeck en doet het in de drank van Ebernuss om hem te vergiftigen. Het gezelschap neemt nog een foto. Dorbeck en Osewoudt gaan ervandoor met de auto van Ebernuss en Osewoudt krijgt een pistool. Ergens in Amsterdam stoppen ze om een foto te maken in een spiegel, met beide erop. Dorbeck vertelt dat Ria samen met Turlings gaat. Daarnaast krijgt Osewout een verpleegstersuniform en een briefje. Er staat dat Marianne in het ziekenhuis ligt om te bevallen. Osewoudt gaat er heen en ziet zijn kind. De zuster zei dat het niet goed ging met Marianne.
Osewoudt neemt een lift van een Duitse officier en gaat naar Voorschoten. Hij vermoordt Ria, Turlings kon hij niet vinden. Terug in de auto rijden ze naar Dordrecht. In Dordrecht steekt hij de Duitser neer en gaat naar de pastoor.
Mening
Een stuk waarin veel gebeurt, maar soms met een saaiere sfeer.
Tijd
Tegen het eind van de oorlog.
Plaats
Amsterdam, Dordrecht, Haarlem en Voorschoten
Stijl
Veel dialoog in dit stuk.
Perspectief
Een hij/zij- perspectief, vanuit het oog van Osewoudt.
Motieven
-Gevangenschap
-Bewijzen van onschuld
Verwachting
Wordt Dorbeck bewezen als dader? Kan Osewoudt zijn onschuld bewijzen? Daar gaat het in de volgende tussenstand over. Ik zet mijn twijfels.
Tussenstand IV
blz. 241 t/m 334
Inhoud
Met dokter Sikkens gaat hij naar Breda om zich aan te melden bij de Nederlandse Strijdkrachten. Daar aangekomen wordt hij aangefloten door zijn verpleegsterspak. Hij wordt naar de commandant geleid, waar hij onmiddellijk wordt gearresteerd. Hij werd aangezien als landverrader.
Osewoudt wordt naar Engeland gebracht om ondervraagd te worden door Colonel Smaers, waar er vragen worden gesteld over onder andere Elly Berkelbach Sprenkel en de aanslagen door hem gepleegd. Osewoudt verteld dat het allemaal uit de opdracht van Dorbeck is gebeurd.
Na het gevangenschap in Engeland is Osewoudt naar het Achtste Exloërmond. Zijn zaak wordt onderzocht door Selderhorst. Bij de ondervragingen over zaken als Kleine Houtstraat 32, de foto’s en Elly komt tot irritatie telkens de naam Dorbeck naar boven. Osewoudt verklaart steeds dat Dorbeck de oprachten heeft gegeven, terwijl er in geen één document een Dorbeck geregistreerd staat. Osewoudt beweert echter aan te tonen dat zijn verhalen kloppen. Selderhorst wil er een aantal natrekken.
Selderhorst gaat met Osewoudt mee naar de wijk waar Labare woont, om uit te zoeken waar hij heen is gevlucht voor de Duitsers, aangezien Selderhorst beweert dat de bevrijding van Osewoudt uit het ziekenhuis is gedirigeerd door de Duitsers, en ook dat de achtervolging geen zuivere koffie was maar in spel was gezet door de Duitsers.
Osewoudt zoekt de straat en huis met portiek waar hij heen is gegaan, maar kan die niet vinden. Selderhorst raakt zwaar geïrriteerd.
De zoektocht van het begraven uniform resulteert echter in de vondst van een half vergaan uniform van een luitenant.
Er wordt een oproep gepubliceerd om Dorbeck te vinden, waarop twee noemenswaardige reacties komen: Oom Bart en de tandarts van Jagtman. Oom Bart wordt verhoord, maar er komt niets zinnigs uit, aangezien hij terugvalt op wat er is gebeurd tussen Osewoudt en Ria. Na het bezoek van de tandarts ontstaat de hypothese dat Dorbeck Jagtman geweest is, terwijl hij bij verschillende incidenten niet meer in Nederland was.
Osewoudt probeert nog eenmaal een bewijs te voeren dat Dorbeck bestaat, om zijn onschuld te bewijzen. Hij verklaart dat Dorbeck op een foto staat. De leica is echter in bezit van een soldaat. Osewoudt wordt ziek in de slechte condities van het gevangenschap. Dorbeck blijft onvindbaar, en mensen die hem gekend moeten hebben zijn dood (Meinarends, Moorlag), of weg (Marianne zit in een kibboets in Israël). In zijn ziekbed krijgt Osewoudt bezoek van de psychiater die zijn moeder in behandeling van heeft gehad. Hij vraagt of Osewoudt de Dorbeck-geschiedenis gelooft, waarop het antwoord is dat Osewoudt een foto heeft met hem en Dorbeck.
Osewoudt krijgt bezoek van een pater die voor hem blijft bidden dat de camera terecht komt, en na een tijdje brengt de pater het apparaat ingepakt naar Osewoudt toe. Hij moet de film zelf ontwikkelen. Er staat uiteindelijk maar één foto op, die met Ebernuss. De andere foto is verdwenen. Osewoudt glipt ertussenuit, rent het gebouw uit en wordt neergeschoten.
De pater roept om medische hulp om hem te redden, maar niemand kan komen. Osewoudt bloedt dood. De pater blijkt de enige die Osewoudt geloofde.
Mening
Ik vind het een boeiend stuk, aangezien de verhoren en de reacties van Osewoudt doen suggereren dat er iets niet goed zit psychologisch.
Tijd
Tijdens en na de bevrijding.
Plaats
Manchester, de wijk van Labare, de tuin waar het uniform werd begraven en kamp Achtste Exloërmond.
Stijl
Dialoog in vooral ondervragingsstijl.
Perspectief
Een hij/zij- perspectief, vanuit het oog van Osewoudt.
Motieven
- Onterechte gevangenschap
- Bewijzen van onschuld
Thema
- Realiteit (is wat Osewoudt ziet en zegt realiteit of niet?)
5. Korte samenvatting
Henri Osewoudt is een jongen met een ongelukkige jeugd. Op een dag komt er een luitenant binnen, genaamd Dorbeck, die hem allerlei opdrachten geeft. Osewoudt voert ze uit, maar hij wordt opgepakt door de Duitsers. Na bevrijding gaat hij naar de Strijdkrachten om zich daar aan te melden, maar ook daar wordt hij gevangen gezet en ondervraagd. Hij blijkt geestesziek, aangezien Dorbeck niet achterhaald kan worden.
6. Informatie over de schrijver
WF Hermans heeft een zeer uitgebreid oeuvre, waarvan de beschreven titel de meest gelezen is.
Hermans heeft de volgende soorten werken behandeld:
-Realistische romans, verhalen en novellen
-Surrealistische romans, verhalen en novellen
-Essays en diverse artikelen: vaak sterk polemisch van aard
-Wetenschappelijk werk als fysisch geograaf
-Vertalingen
-Poëzie
-Toneelwerken
-Brieven
Tussen de realistische en surrealistische romans vind er eigenlijk nog een overgangsgebied plaats, waarbij er in een realistische wereld niet-realistische verschijnselen voorkomen, of “de waarheid” onduidelijk blijft. Bij deze groep hoort De Donkere kamer van Damokles.
7. Secundaire literatuur
Schrijver
Hermans, Willem Frederik
Titel
Donkere kamer van Damokles, De
Jaar van uitgave
1958
Bron
Haarlems Dagblad
Publicatiedatum
??-??-????
Recensent
C.J.E. Dinaux
Recensietitel
Symboliek van een "verzetsman" in aangrijpende roman van W.F. Hermans
Na een urenlange gespannen lectuur, die al minder een 'lezen' en steeds meer een onvermijdelijk 'erbij betrokken zijn' ging betekenen, is er voor mij geen twijfel aan: "De donkere kamer van Damocles" - het jongste werk van Willem Frederik Hermans - is niet alleen het door zijn vorm en inhoud overtuigendste boek van deze veelomstreden auteur, het behoort bovendien tot de zeer zeldzame romans uit de naoorlogse literatuur die men niet kan ontwijken. Men kan het natuurlijk negéren, maar laat zich dan een unieke kans ontgaan om kennis te nemen van een haast feilloos gecomponeerd boek, van een werkstuk van de eerste orde. Men kan het lezen en waarderen om zijn onbetwistbare kwaliteiten: zijn suggestief plastisch vermogen, zijn voortreffelijke dialogen, zijn innerlijke stuwkracht, zijn vaart, zijn realiteitsgehalte, zijn 'surrealistische' achtergrond, zijn trefzekere uitbeelding van menselijke 'al te menselijke' figuren - en zich dan ijlings willen distanciëren van de houding ten opzichte van de actuele levenswerkelijkheid, van het leven in het algemeen, die er aan ten grondslag ligt. Maar men zal dit laatste - en daarom noemde ik dit boek 'onontwijkbaar' - niet kunnen doen zonder met zichzelf in het reine te zijn gekomen met de problematiek, waarvoor de auteur zijn lezer onverbiddelijk stelt. Dàt het daartoe dwingt, dàt het zelfs een bevooroordeelde lezer dusdanig zal aangrijpen dat hij, het zij vóór of tegen, wel stelling móét nemen, bewijst - hoe men ook over Hermans' vroegere werk oordeelt - de kracht van zijn schrijverschap en de authenticiteit van de man die daarachter staat. Ik heb daar vroeger anders over geoordeeld. Ik heb mijn standpunt in velerlei opzicht moeten herzien. Niet geheel. Ik blijf erbij, dat "De tranen der Acacia's" en "Ik heb altijd gelijk" mistekend werden door de overgrote mate van een weliswaar begrijpelijke, maar daarom nog niet waardeerbaar ressentiment, waarin ze, ondanks verschillende uitstekende passages, bleven steken. Maar even onmiskenbaar is het voor mij, dat "De donkere kamer van Damocles" daar ver bovenuit is gekomen - hoe bitter en wrang (maar wáár) de realiteit is, die in dit indrukwekkende boek wordt opgeroepen - en dat het Hermans' voorafgaande werk in een ander licht stelt - voor mij althans. Op het eerste gezicht is "De donkere kamer van Damocles" een verzetsroman, een boek dus dat de illegaliteit der bezettingsjaren tot onderwerp heeft. Ook als zodanig heeft het een niet te loochenen en zelfs uitzonderlijke betekenis, niet zozeer op grond van de ondergrondse activiteit, die er met een bijna authentiek 'feitelijkheid' in wordt gesuggereerd, dan wel door de sfeer van benauwenis, van spookachtige ontreddering, van onheilspellende geheimzinnigheid, van zeer wezenlijke onwezenlijkheid, van avontuurlijke roekeloosheid, van ijskoude amoraliteit, die er bladzij voor bladzij in wordt opgeroepen. Maar de gebeurtenissen als zodanig zijn niet de zin van dit boek. Zelfs de noodlottige ervaring van de 'hoofdpersoon' Henri Osewoudt, dit ogenschijnlijk zeer persoonlijke fatum van een door een toeval bij de illegaliteit betrokken geraakte jongemans, is in zekere zin secundair. Primair is Osewoudt als symbool. Hij is de mens, die niet mannelijk genoeg is om zijn leven in eigen hand te nemen en daarvoor de verantwoordelijkheid te dragen, voor eigen rekening en risico en tot in de uiterste consequentie. Hij is de mens in een situatie, waarin de traditionele normen hun kracht hebben verloren: goed en kwaad, onschuld en schuld, recht en geweld, zin en absurditeit - wat betekenen ze nog in de wereld van Osewoudt? Wat zich in dit beklemmende, zeer menselijke boek voltrekt, handeling na handeling, is het noodlot van de mens, die zich niet meer rechtvaardigen, zijn waarheid niet meer waarmaken, aan zijn volstrekte eenzaamheid in een absurde wereld niet meer ontkomen kan. Welbewust heeft Hermans zijn symbolische hoofdfiguur Henri Osewoudt, deze bleke jongeman met zijn meisjesachtige blonde haar en zijn baardeloze gezicht, geplaatst in een chaotische wereld, die de zedelijke maatstaven van het menselijk doen en laten terzijde heeft gesteld. Osewoudt, een sigarenwinkelier, wàs niets, wilde niets, kòn niets, tot op het ogenblik dat in de meidagen van 1940 een hem onbekende luitenant, een zekere Dorbeck, hem bij toeval - 'enkel' op grond van een frappante persoonlijke gelijkenis - betrok bij het verzet. Dorbeck werd zijn opdrachtgever, zijn deus ex machina. Op het bevel van Dorbeck, dat hem steeds langs onnaspeurlijke wegen bereikt, brengt hij, zonder enige overtuiging echter, daden van verzet ten uitvoer. Hij liquideert met een onverschilligheid, die men niet eens cynisch kan noemen, deze en gene, als een perfect instrument van zijn onzichtbare chef, zijn tweelingbroer als het ware, zijn mannelijke helft. Dóór Dorbeck - en wie, wat is Dorbeck? - leeft hij, handelt hij, is hij iets, neemt hij zijn plaats in temidden van de verzetshelden, maar niet uit eigen kunnen of willen, niet krachtens zichzelf. Hij gèldt, maar uit de tweede hand. Hij wordt door de Duitsers gevangen genomen, maar eerder op grond van zijn relatie met Dorbeck dan van de betekenis, die de Gestapo aan zijn persoonlijke illegale activiteit toekent. Hij wordt na mishandeld te zijn uit het ziekenhuis bevrijd, maar om duistere redenen en niet door de illegaliteit. Als de Obersturmführer Ebernuss hem spaart, dan is dat om zijn meisjesachtige aantrekkelijkheid - een twijfelachtige positieve hoedanigheid, die niet weinig tot de frustratie van zijn jeugd heeft bijgedragen. De valstrik snoert zich met een onafwendbare noodlottigheid om hem heen - Osewoudt zal aan de mens die hij wilde zijn, aan Dorbeck, ten gronde gaan - aan de geheimzinnige bevelgever, aan wie hij de zin van zijn bestaan en van zijn daden ontleent. Osewoudt heeft lief - zeer menselijk zelfs en eerlijk, maar die positieve liefde voor het joodse meisje "Marianne" wordt een hopeloze liefde. Het kind dat "Marianne" hem schenkt sterft bij de geboorte, zijn geliefde - zijn laatste redding zodra na de bevrijding het onheil zich voor Osewoudt tot het uiterste toespitst - is onbereikbaar. Zijn moeder sterft in een concentratiekamp, zijn negentiende-eeuws-idealistische oom, zijn eigenlijke opvoeder, raakt in gevangenschap, zijn wettige vrouw Ria heeft hij (nadat zij hem heeft verraden en met een landverrader is gaan samenwonen) eigenhandig gedood, zijn aanwezigheid veroorzaakt hier en daar de arrestatie van belangrijke 'illegalen'. Hij wordt opnieuw gearresteerd, ontkomt dankzij de lafhartige en dubbelzinnige Ebernuss opnieuw aan de kogel. En als hij na allerhande wederwaardigheden eindelijk in bevrijd gebied is aangekomen, wordt hij als landverrader en agent van de Gestapo gevangen genomen en eindeloos verhoord, zonder dat hij bij machte is om de waarheid van zijn illegale daden te bewijzen. Elk spoor, dat naar de onvindbare Dorbeck zou kunnen leiden, loopt dood. Elk argument, dat hij tot zijn rechtvaardiging kan aanvoeren, wordt tot een leugen ontzenuwd. Zijn enige uitkomst zou misschien nog kunnen zijn te erkennen dat hij, van moeders zijde erfelijk belast, het slachtoffer is geworden van een waandenkbeeld en dat Dorbeck - 'de man die hij had willen zijn' - niet 'bestaat'. Hij weigert, zoals hij elke metafysische 'genade' van de hand wijst. Hij stond bij de gratie van Dorbeck, van datgene wat hij niet was - en hij zal vàllen met de onachterhaalbaarheid van Dorbeck, met de onbewijsbaarheid van zijn waarheid. Hij zal vallen als slachtoffer van die waarheid. Op een vlucht die geen vlucht meer kan worden genoemd, wordt hij neergeschoten. Zijn dood is er één in de zin van die, welke Shakespeare's Richard de Derde wordt toegedacht: "wanhoop en sterf". Een dergelijke schematische samenvatting kan nauwelijks een denkbeeld geven van de literaire kwaliteiten, de verstrekkende symbolische betekenis en de menselijke waarden van deze uitzonderlijke roman. Maar dat men onder het lezen zonder aan enige navolging of zelfs maar een 'invloed' te denken - voortdurend het gevoel heeft niet ver van Kafka te zijn, bevestigt nog eens het niveau van dit werk. En al is zijn levenshouding niet in alle opzichten de mijne, ik ben Hermans dankbaar voor dit in zijn diepste wezen zeer positieve boek.
Schrijver
Hermans, Willem Frederik
Titel
Donkere kamer van Damokles, De
Jaar van uitgave
1958
Bron
De Volkskrant
Publicatiedatum
16-04-2004
Recensent
Arjan Peters
Recensietitel
Voorstudie Hermans ontdekt
Een uiterst zeldzaam en ongepubliceerd verhaal uit 1952 van Willem Frederik Hermans blijkt een voorstudie te zijn van zijn beroemdste roman De donkere kamer van Damocles (1958). Het onvoltooide en literair-historisch unieke manuscript zal op 26 mei worden geveild. Het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper taxeert de waarde op twintigduizend tot vijfentwintigduizend euro. In het voorjaar van 1952 schreef Hermans (1921-1995) het bewuste verhaal, Een overgevoelige natuur (43 pagina's tekst) in een dummy van Multatuli's Woutertje Pieterse die zijn toenmalige uitgever Van Oorschot hem had gegeven. Waarschijnlijk was het verhaal bestemd voor de bundel Paranoia (1953), maar daarin verscheen het niet.
Toen Hermans in 1973 van Haren naar Parijs verhuisde, verkocht hij een deel van zijn bibliotheek. Vermoedelijk dacht hij onder meer het boek van Multatuli van de hand te doen. Ook de nieuwe eigenaar (wiens naam het veilinghuis niet bekend wil maken) verkeerde in die veronderstelling. Totdat hij enige jaren later Woutertje Pieterse opensloeg, en daar het onbekende verhaal van de jonge Hermans aantrof. Meer dan dertig jaar later wil hij het verkopen.
Blijkens de samenvatting die Bubb Kuyper verstrekt, is in Een overgevoelige natuur het vertelperspectief niet dat van een anonieme verteller (zoals in 'De donkere kamer'), maar neemt hoofdpersoon Osewoudt in een terugblik zelf het woord.
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog runt hij de sigarenzaak van zijn vader die zich zes jaar eerder heeft verhangen. Op zekere dag krijgt Osewoudt bezoek van de jonge luitenant Jagtman, die sprekend op hem lijkt, en hem een fotorolletje geeft om te laten ontwikkelen. Het daaropvolgende spannende verhaal eindigt abrupt met de notitie: 'Rest vergeten'.
Willem Otterspeer, die een biografie voorbereidt over W.F. Hermans en inzage heeft in de nalatenschap, kent het verhaal niet: 'Het lijkt me een belangrijk document. Door zo'n voorstudie te vergelijken met de zes jaar later gepubliceerde roman kun je Hermans' ontwikkeling betrappen. Ik hoop dat het Letterkundig Museum dit manuscript verwerft, of in ieder geval dat de inhoud beschikbaar komt. Als het maar niet verdwijnt in een particuliere collectie.'
Of het Letterkundig Museum (beheerder van het Hermans-archief) op 26 mei toeslaat, moet directeur Anton Korteweg betwijfelen: 'Ik ga eerst kijken of zich hier toevallig niet ook een oer-manuscript bevindt. Er bestaan zeker meer oefenversies voor de grote roman, maar ik geef toe dat die van latere datum zijn.' Korteweg wist van het bestaan; jaren geleden bood de antiquaar Wout Vuyk hem het manuscript vergeefs aan.
'Hij vroeg te veel', zegt Korteweg. 'Ik veronderstel dat dezelfde Vuyk het nu laat veilen. Als ik dit zou kopen voor het gevraagde bedrag, ben ik de helft van mijn budget voor 2004 kwijt. Daarmee zou ik een gevaarlijk precedent scheppen, want hoe gaat zoiets, dan duikt volgende week het oer-manuscript op van Het stenen bruidsbed. En als ik eenmaal Hermans heb gekocht, kan ik Mulisch toch niet in de kou laten staan?'
Oer-versie 'Donkere Kamer' wordt geveild
Schrijver
Hermans, Willem Frederik
Titel
Donkere kamer van Damokles, De
Jaar van uitgave
1958
Bron
Vrij Nederland
Publicatiedatum
13-12-1958
Recensent
J.J. Oversteegen
Recensietitel
De donkere kamer van Damokles : Hoogtepunt in werk van W.F. Hermans een eigen wereld en een eigen taal
De laatste jaren heeft Hermans van de meeste critici niet veel goeds te horen gekregen. Het is hier niet de plaats om tegen de oppervlakkige behandeling van bij voorbeeld De god denkbaar protest aan te tekenen; ik wil alleen vaststellen dat ook het boek een symptoom was van beweging, van ontwikkeling. Het voorlopige hoogtepunt in die ontwikkeling is ongetwijfeld de zojuist bij Van Oorschot verschenen roman De donkere kamer van Damocles. Zozeer vult dit nieuwe boek de ruimte op die Hermans in vorig werk geschapen had, dat men achteraf geneigd is al dat oudere werk te beschouwen als 'voorstudie' - een gezichtsbedrog dat maar één ding bewijst: het uitzonderlijke niveau van De donkere kamer van Damocles.
Eerst een korte samenvatting van de inhoud: Henri Osewoudt komt, nadat zijn moeder in een vlaag van waanzin haar man heeft vermoord, in huis bij een oom (een soort Pangloss, die niets leert van de gruwelen waar hij het slachtoffer van wordt). Van de eerste dag af slaapt de jongen met zijn nichtje Ria: later trouwt hij met haar, al is ze lelijk.
Als de oorlog uitbreekt ontmoet Osewoudt een zekere Dorbeck, die sprekend op hem lijkt, maar dan 'als het positief van een foto op het negatief'. In opdracht van Dorbeck gaat Osewoudt verzetswerk doen. Hij helpt een Engelse agente en pleegt enkele moorden, tot hij dan tenslotte terechtkomt in het verzetscentrum van een zekere Labare, vermomd en onder valse naam. Zijn moeder en zijn vrouw zijn gearresteerd. Osewoudt heeft een verhouding met het joodse meisje Marianne.
Ten slotte wordt hij opgepakt, gemarteld, beschuldigd van allerlei dingen die hij niet gedaan heeft, bevrijd ( door wie weet hij niet), en weer gearresteerd, ditmaal tezamen met alle inwoners van het huis van Labare. Iedereen komt om, ook de Engelse agente en Osewoudts moeder. Alleen Osewoudt, Ria (die hem verraden schijnt te hebben) en Marianne leven nog - én Dorbeck. De SD'er Ebernuss beloofd Osewoudt de vrijheid als hij hem met Dorbeck in contact brengt. Dit gebeurt, maar op bevel van Dorbeck vergiftigd Osewoudt de SD'er en vlucht in verpleegsterskostuum naar het bevrijde zuiden. Onderweg vermoordt hij zijn vrouw en een Duitse officier die hem lastig valt. In Breda wordt Osewoudt onmiddellijk gearresteerd: zijn portret heeft al maandenlang in de verzetsbladen gestaan, hij gaat door voor een gevaarlijke Duitse agent. Eerst de Engelse, dan de Nederlandse politie beschuldigen hem van verraad van allen die in zijn omgeving in Duitse handen zijn geraakt. Alleen Dorbeck kan hem helpen, Dorbeck en misschien Marianne. Maar Dorbeck blijkt onvindbaar, en Marianne, die een dood kind van hem ter wereld heeft gebracht, is na de oorlog naar Israël gegaan en beantwoordt zijn brieven niet. Als hij in een donker kamer (de titel) eindelijk de kans krijgt een filmpje te ontwikkelen, waarmee het bestaan van Dorbeck bewezen zal worden, komt alleen een foto van Osewoudt en Ebernuss te voorschijn. Een foto van Dorbeck is er niet, of juist die foto is mislukt. Osewoudt loopt in wanhoop de gevangenis uit en wordt door een wachtpost met een stengun doodgeschoten. Als een hond sterft hij.
Wie bekend is met het andere werk van Hermans, zal in deze oppervlakkige samenvatting al enkele van zijn kernmotieven ontdekken: de identiteitswisseling, de verhouding met zijn nichtje Ria ('die altijd al een broertje had willen hebben'); de tijdelijkheid van het samenzijn met Marianne; het vergeefse zoeken naar Dorbeck, dat herinnert aan de documenten van Denkbaar, aan Lotti Fuerscheim ect. Nooit vinden de hoofdfiguren van Hermans hun Dorbeck, hun Marianne verliezen ze altijd. Fysiek afstotend of erfelijk belast zijn velen in zijn werk.
Zonder een diepere samenhang, echter, betekenen deze motieven niets, en juist dat verband is ontoegankelijk voor de literaire criticus, die nu eenmaal geen psycholoog en zeker geen psychiater is. Algemene motieven van een schrijver gaan de recensent slecht aan, voor zover zij bepaalde eigenschappen van het besproken boek verklaren, zoals dat het geval is met de geladenheid van schijnbaar toevallige zinnetjes als :"Wie heet nog zoals hij heet?' en 'Iedereen die met mij in contact komt vliegt er in' uit De donkere kamer van Damocles. Doel blijft dus de behandeling van een concreet object en de verklaring van de eigenschappen ervan voor de lezer, binnen de grenzen door dat object zelf gesteld worden.
Alles is misverstand.
In De Préambule van zijn novellenbundel Paranoia schrijft Hermans, dat er maar één woord is dat werkelijk iets betekent: chaos. Voor de rest schept de taal slechts een schijn-orde.
Onder deze omstandigheden kan het bestaan dat iemand zich zelf tegenkomt maar niet herkent of een ander ontmoet en meent zichzelf te herkennen. en verder: wanneer in het dagelijks leven iemand er voortdurend op bedacht is van anderen alles te kunnen ondervinden wanneer men doet alsof men trouw is en vertrouwd doet men alleen om te laten kijken dat men weet hoe het leven geleefd moet worden. De enkelen (binnenskamers zeer velen) die deze houding missen, die zich bezitten door achterdocht en wanen, verkeren alleen maar in de positie, dat zij kunnen inzien, waarom het ene gebeuren zou en het andere niet, waarom het ene feit bestaat en het andere een hallucinatie - Nergens, geloof ik, heeft Hermans zich zo expliciet uitgelaten over zijn visie op het bestaan als in deze Préambule, en nergens heeft hij aan die visie zo compleet weergegeven als in De donkere kamer van Damocles. Alles breekt in dit boek stuk op een misverstand van woorden. Iedereen geeft een andere interpretatie van Osewoudts daden, maar altijd zo dat hij er het slachtoffer van wordt. Vooral van de dingen die hij niet gedaan heeft, krijgt hij de schuld, of hij voorzichtig is of juist niet - achteraf blijkt het altijd verkeerd geweest te zijn. De constructie van De donkere kamer van Damocles is zeker niet in de laatste plaats gericht op het opheffen van het aanwijsbaar onderscheid tussen werkelijkheid en hallucinatie. Eerst ziet de lezer de gebeurtenissen zoals ze door Osewoudt geleefd worden, daarna volgt de interpretatie ervan door de Duitse politie, dan die van de Engelsen en Nederlanders, die hem verhoren. Zij geloven zelfs niet in het bestaan van Dorbeck, en daarmee maken ze alle daden van Osewoudt tot misdadig. Ten slotte komt een psychiater Osewoudt verzekeren dat Dorbeck een hallucinatie van hem is geweest. Wat de psychiater zegt is redelijk, want niet afwijkend van de formulea die wij plegen te gebruiken. Osewoudts moeder hallucineerde immers ook? En Osewoudt herkent mensen die hij helemaal niet kan herkennen omdat zij elders zijn. Dorbeck treedt bovendien steeds in schemersituaties (letterlijk) op.- Het zou dus kunnen.... Maar het doet er niet toe of het kan. Een brave arts zegt tegen de "verpleegster' Osewoudt, als deze zich als man bekendmaakt, dat 'zij' door overspanning terugvalt in een oud verlangen: man te zijn. Wie herkent deze redenering niet? Alleen omdat de lezer bepaalde feiten kent, weet hij dat de dokter onzin uitkraamt. Maar wat is, van Osewoudt uit gezien, het verschil tussen deze onzin en de argumentatie van de psychiater, tussen die medische wijsheden en de interpretaties die alle politiemannen van Osewoudts daden geven? Er is geen waarheid, zelfs geen werkelijkheid; er is alleen het beleven van wat gebeurt - als feit of als hallucinatie, dat maakt geen verschil. De wereld van De donkere kamer van damocles is een gesloten wereld, waarbinnen alles mogelijk is. Een gesprek tussen Osewoudt en een pater in de gevangenis (de interpretatie op metafysisch plan!) is niet diepzinniger dan de simpele verklaring die Osewoudt zelf van zijn wederwaardigheden geeft: "Alles komt door mijn uiterlijk" Voor Osewoudt is wat de pater zegt zelfs de taal van een ander diersoort, terwijl het voor hem een onweerlegbaar feit is, dat hij "maudit" is.
Gebeurende symbolen.
Een moment heeft de lezer het gevoel, dat de schrijver zelf zijn hoofdfiguur "de waarheid komt zeggen": als een jonge SS'er bij Osewoudt neerknielt en hem een gruwelijk perspectief van de mens en zijn toekomst ontvouwt.
Voorspellingen komen meer voor in het werk van Hermans. Zo vertelt de grootmoeder in De tranen der Acacia's aan Arthur Muttah welke verschrikkingen hem te wachten staan. In De donkere kamer van Damocles is het een onbekende Duitse officier die de waarheid over Osewoudt en zijn komende lotgevallen droomt. Maar het is niet wat wij gewoonlijk waarheid noemen, het is de waarheid van het symbool. En symbolen zijn bij Hermans natuurlijk niet objectief, abstracties á la Freud, het zijn eerder gebeurtenissen, dan interpretaties, eerder feiten dan beelden. Een goed voorbeeld van Hermans-symboliek is de persoonsverdubbeling Osewoudt - Dorbeck. Dorbeck is om een 'objectief' woord even te gebruiken en meteen weer te laten vallen, het superego van Osewoudt, maar hij bestaat, althans voor Osewoudt. Dergelijke gebeurende symbolen kan men ook in details terugvinden. Osewoudt heeft geen baardgroei, Dorbeck wél: hij is de verantwoordelijke, met de tekenen van 'volwassenheid'. De paranoïde Osewoudt (weer een abstracte term die Hermans niet gebruikt) ziet in een bioscoop zijn eigen portret op het doek: hij wordt gezocht! Binnen de hermetisch gesloten wereld, die geschapen wordt door de verwantschap van dergelijke gebeurende symbolen, met 'hallucinaties', bestaat tijd evenmin als objectieve waarheid. Vandaar de voorspellende dromen. Vandaar ook de werking van geniale vondsten als de obsederend-letterlijk terugkerende beschrijving van een prent met aangeklede apen, die zijn lugubere rol pas veel later onthult: bij de catastrofale Duitse inval in het huis van Labare staat het licht van een schijnwerper er star op gericht. Een soort vóór-echo waarvan de betekenis de lezer treft als een schot.
Geen oorlogsroman.
Wie schrijft, systematiseert en brengt verkortingen aan. Het gaat er maar om met hoeveel overtuigingskracht de schrijver zijn wereld aan de lezer weet op te leggen. Hermans zou daarbij zeker veel minder trefzeker zijn als hij de voor de lezer controleerbare feiten niet zo knap wist te hanteren. De donker kamer van Damocles een oorlogsboek noemen is wartaal spreken, maar het is een boek met de oorlog als decor, en daar heeft Hermans de consequenties van aanvaard. Tot in schijnbaar onbelangrijke details wordt de lezer steeds weer getroffen door de authenticiteit van de voorstelling (het rookverbod in de bioscopen bij voorbeeld, dat een rol speelt bij een Duits verhoor: de voorbeelden liggen verder voor het grijpen). Zelfs de waanzin van het hele geval-Osewoudt is op zichzelf niet onmogelijk. Het Engelandspiel was niet minder waanzinnig.
Voor het overige moet men De donkere kamer van Damocles lijnrecht stellen tegenover een boek als Charles' Volg het spoor terug'. Charles gebruikte de oorlog om zijn eigen 'waarheden' uit te spreken. Hermans had hem nodig als passend decor voor zijn hoofdfiguur. Een gesloten wereld waarbinnen alles mogelijk is, waarin iedereen ieder ander wantrouwt, een wereld van ter dood veroordeelden - dat is de oorlog, en dat is de wereld van Hermans. dromen over de bevrijding spelen in zijn boek geen rol: de Partij van de Arbeid komt er niet in voor, of het moest zijn in het plannetje van Osewoudt om zijn sigarenwinkel in Voorschoten een nieuwe naam te geven. In een zó inspirerende mate sloten blijkbaar de oorlogsfeiten aan bij de denkwereld van Hermans, dat hij in dit 400 pagina's tellende boek het gespannen, rukkende tempo heeft weten vol te houden dat zijn beste novellen kenmerkt. Er staat, zoals dat heet, geen woord te veel in De donkere kamer van Damocles. Of toch, een heel enkele keer is Hermans iets meer expliciet, iets tegemoetkomender tegenover de slechte lezers dan strikt noodzakelijk is (p. 125. 'een Daad, met hoofdletters!') Een ander bezwaar dat ik voelde wat het te kluchtige verkorten van sommige bijfiguren. Maar dergelijke dingen zijn tenslotte onvermijdelijk. Niemand vindt alles in het boek van een schrijver precies zoals het moet. Belangrijker is verder dat de schoolmeesterachtigheden, die in vroeger werk van Hermans soms storen (vooral in het polemiseren tegen moraliseren), hier verdwenen is, of beter opgevangen in schitterende terzijdes door kan een bijfiguur als Labare de schrijver een onthullende uitspraak als :'Maar nergens ter wereld komt aan het licht als in een donkere kamer. Nu moet je niet denken dat je er wat te maken hebt, met de dingen die hier het licht komen, als je maar zorgt dat het gebeurt.' Het lijkt haast een commentaar op de titel van het boek.
Een conclusie is overbodig. De comp die op een volkomen spontane wijze Hermans is staat stelt tot het minstens eenmaal interpreteren van dezelfde wijsheid, zonder dat de continuïteit verloren gaat ( alles gebeurt ten slotte toch met het leven van Osewoudt) - zo iets ligt maar binnen het bereik van een schrijver. De Hermans van De donkere kamer van Damocles is een van die weinigen die de lezer het gevoel geven dat hij kennismaakt met (wat niet wil zeggen: doordringt tot) een volstrekt authentieke wereld, en met een taal die schijnt te gehoorzamen aan eigen wetten van syntaxis en betekenis. In die potentie in ons land slechts zelden voorgekomen. Ik denk nu aan 'Max Havelaar', 'Het land van herkomst', en enkele hoogtepunten van werk van Vestdijk: Deze vergelijking heeft geen betrekking op het niveau van De donkere kamer van Damocles. Waardeoordelen hebben geen vat op tijdswerk. Van de naoorlogse schrijfvers van ons land houdt naar mijn smaak en Van het Reve het naast Hermans.
8. De voorlopige slotbeschouwing
De Donkere kamer van Damokles speelt zich af in de wereld van Henri Osewoudt, ten tijde van en rond de Tweede Wereldoorlog. Het lezen van de recensies heeft mijn vermoedens over het thema, of eigenlijk de wereld van Osewoudt, wel redelijk versterkt. Mijn gedachten gingen er tijdens het lezen uit naar de hallucinaties van de hoofdpersoon, aangezien er over wordt gesproken door een psychiater die zijn moeder heeft behandeld. Toch blijft er altijd wel een twijfel bestaan over de waanbeelden van Osewoudt. Zeker weten doe je het nooit, want je zit precies in de wereld van Osewoudt, waar de halve waarheden van de gevangennemers worden gepresenteerd. Aan de andere kant zijn die documenten verklaringen van getuigen die de daden van Osewoudt hebben gezien. En als het verhaal eindigt met het salvo weet je alleen maar zeker dat Osewoudt altijd heeft gehoopt op het terugkeer van Dorbeck tot het moment dat Osewoudt is neergeschoten.
9. Bronnenlijst
J.J. Oversteegen
De donkere kamer van Damokles : Hoogtepunt in werk van W.F. Hermans een eigen wereld en een eigen taal
Vrij Nederland, 1958
Arjan Peters
Voorstudie Hermans ontdekt
De Volkskrant, 2004
C.J.E. Dinaux
Symboliek van een "verzetsman" in aangrijpende roman van W.F. Hermans
Haarlems Dagblad, ????
Informatie over de thematiek heb ik gevonden op: http://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Frederik_Hermans#Inhoud_en_thema.27s_van_zijn_werk
Verklaring van de titel:
“De donkere kamen van Damokles”
De titel is een samenvoeging van een donkere kamer, jargoen voor de kamer waar foto’s worden ontwikkeld, en de uitdrukking “het zwaard van Damokles hangt hem/haar boven het hoofd”.
De uitdrukking komt voort uit de mythologie. Damokles was een hoveling van Dionysius de Oudere, tiran van Syracuse. Hij was een vleier die tegen Dionysius zei hoe jaloers iedereen wel op hem was. Dionysius bood hem daarop op een dag een banket aan in zijn paleis, maar boven zijn hoofd had hij een zwaard aan een paardenhaar gehangen om het gevaar te laten zien, waardoor iemand die gelukkig of machtig is, voortdurend wordt bedreigd.
In de roman is de foto het stuk paardenhaar. Als het mislukt valt het zwaard voor Osewoudt.
Reactie op de recensies
De eerste recensie beweert dat het boek lezen meer behalve lezen is. Men is ‘erbij betrokken’. De lezer is automatisch verplicht stelling te nemen over wat er gebeurt. Het vertelt verder het verhaal van Osewoudt, maar dan met nadruk op Dorbeck en zijn ervaringen met de gevangennemers en de zoektocht naar Dorbeck. Elk genoemd spoor bestaat niet, blijkt na onderzoek. Als laatste vlucht hij weg uit de gevangenis, om dan neergeschoten te worden.
De recensent is zeer tevreden over dit boek. En daar kan ik me ook goed in vinden.
De tweede recensie deelt mede dat er een manuscript is gevonden van De donkere kamer van Damokles. In het manuscript verteld Osewoudt zelf een deel in een terugblik.
Het verhaal wordt als zeer belangrijk ervaren omdat je met de voorstudie de ontwikkeling ontdekt van de schrijver Hermans. Dit manuscript is verder bijzonder omdat dit van een vroeg tijdstip is
Ik vind het bijzonder dat het manuscript is gevonden, maar ik vind het niet uitzonderlijk. Het geeft weliswaar een waarde aan de schrijver Hermans, maar aangezien ik geen fanaat ben laat het me verder koud.
De derde recensie gaat in op de wereld van Osewoudt, zijn zicht op de wereld. Volgens de recensent lukt Hermans het die wereld te beschrijven, of liever gezegd: de lezers binnen te laten in een volstrekt authentieke wereld.
Ik kan me vinden in de recensie. Zelf probeerde ik de wereld van Osewoudt te doorgronden, maar dat lukte pas op het laatste moment.
Het motief van de spiegel
Osewoudt kijkt naar zichzelf in de spiegel. Hij maakt van Dorbeck en hemzelf een foto in een spiegel.
Het café van het verzet ligt aan de Spiegelgracht.
Moorlag wordt dood aangetroffen in de Spiegelstraat.
Wat Osewoudt in de spiegel ziet is een idealisering van de realiteit. Buiten deze subjectieve werkelijkheidsbeleving bestaat niets, dé waarheid bestaat niet.
Wanhoop en sterf - thematiek
Osewoudt is een mislukkeling. Hij is lelijk en in het leven lijkt alles onsuccesvol. Dorbeck is zijn superego, de mens die Osewoudt wilt zijn. Hij doet alles wat Dorbeck zegt en denkt ook dat zijn vriendin, Marianne, eigenlijk liever met Dorbeck wil zijn.
Alles wat Osewoudt doet wordt in opdracht van Dorbeck gedaan. Dorbeck is de held. Osewoudt lijkt te wanhopen als alles in het water valt, alle bewijzen dat Dorbeck bestaat zijn verloren. Osewoudt blijkt de antiheld, iedereen wilt hem, Duitsers, Nederlanders of Engelsen. Als hij op het laatst probeert te vluchten wordt hij neergeschoten.
Definitieve Slotbeschouwing
Mijn mening is niet echt verandert. Het blijft een mooi gecomponeerd werk. Je leeft je helemaal in de persoon Osewoudt, je ziet zijn wereld, beleeft zijn werkelijkheid en denkt na over Dorbeck. De vraag of Dorbeck bestaat en waarom hij bestaat is de sleutel tot Osewoudts wereld. Want is het nou de wens voor Osewoudt om zo te zijn? Is het die mislukte jeugd dat Dorbeck doet verschijnen?
Het nieuwe motief en de thematiek laten wat meer antwoorden geven op het leven van Osewoudt. Daarbij vertellen ze wat over de schrijver Hermans, die niet altijd even positief was over de mensheid. Zijn boeken blijken zeer negatief over de mens, wat in het thema Wanhoop en Sterf naar voren is gekomen.
170

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast

R.

R.

Was niet de opdracht bij mij, maargoed... het zwaard van Damokles is een mythe waarbij er een zwaard is gebonden aan een dun touw, dat elk moment kan vallen. En een donkere kamer is een plaats waar foto's ontwikkeld worden. Het zwaard van Damokles staat symbool voor oordelen.

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Uhm, titelverklaring ?

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast