Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

A: Verwachtingen en eerste reactie.



Ik had eigenlijk geen idee wat ik van dit boek kon verwachten, want het was van een schrijver die ik niet kende, uit de Verlichting waar ik nog nooit iets uit gelezen had en er was geen flaptekst op het boek. Het enige dat ik wist was dat het één van de betere te lezen boeken moest zijn uit de tijd van de Verlichting. Ik vond de eerste paar hoofdstukken echt heel erg saai, er was niet doorheen te komen. Maar toen ik aan hoofdstuk 5 begon ging het boek me boeien en was ik gewend geraakt aan de vreemde zinnen uit het boek.



B: Beknopte samenvatting en analyse.



Inhoud:



Het is 1745. De Franse soldaten van koning Lodewijk XV zijn zuidelijk Nederland binnengevallen. De bevolking is arm. Er heerst hongersnood, pest en cholera. Jan de Lichte, de hoofdrolspeler in dit verhaal, richt een bende op. Een bende van dieven, landlopers en ander gespuis. Cies Tincke, Gabriel van der Cruyssen en Simon Ysenbaert sluiten zich aan. Zij worden ieder leider van een deel van de bende. Cies Tincke wil kapitein zijn, maar Jan de Lichte steekt daar een stokje voor. Vanaf dan doet Cies Tincke van alles achter de rug van Jan de Lichte om. Er is ook nog een mysterieuze Brusselaar. Hij wilde zijn eigen dievenbende. Op de Brusselaar, Cies Tincke en de goede vrienden van Cies Tincke na zijn de mannen en vrouwen in het verhaal allemaal vrienden en bondgenoten van Jan de Lichte. Om aan te tonen dat Jan de Lichte het waard is kapitein van de bende te zijn, pleegt Jan met wat anderen een aanslag op een postkoets. Terwijl de mannen de buit naar het bos slepen, wordt Anne-Marie de Clerck, die ook lid is van de bende, gevangen genomen. Als tweede proef bevrijdt Jan haar uit het kasteel van baron de Creyl. Ook Baru, de Franse politiechef is daar. Nadat Anne-Marie bevrijd is plunderen de mannen van de bende het kasteel. Bij een vergadering in de kelder van de kroeg van Tjeef de Lichte (de vader van Jan de Lichte) ontstaat een ruzie tussen Tincke en aanhang en Jan de Lichte. Opeens klinkt het waarschuwingssignaal. Franse soldaten hebben de schuilplaats ontdekt. Iedereen is in paniek. Tijdens de vluchtpoging wordt Jan de Lichte opgepakt. Men verdenkt Tincke ervan dat hij Jan verraden heeft. Intussen zit Jan in de toren van Aelst opgesloten. Hij wordt vreselijk gepijnigd. Na twee dagen wordt hij tijdens de kermis van Aelst bevrijd door zijn makkers. In een zigeunerkamp moet hij uitrusten van de geselingen. Tincke wordt verdacht van verraad. Hij wordt bijna doodgeslagen door andere bendeleden en zint nu op wraak. Hij wil Jan de Lichte vermoorden. Mie Gendarme (de vrouw van Jan de Lichte) wordt verraden. Ze wordt ook opgepakt door Franse soldaten en in de toren van Aelst opgesloten. Deze keer kunnen ze niet zo gemakkelijk de toren in. Na een paar dagen staat ze weer voor de neus van Jan. Mie heeft zich vrij gekocht met haar lichaam. Niets is voor haar meer hetzelfde. Vrienden en andere bendeleden zeggen een paar keer tegen Jan dat hij te zacht is als leider van een bende. Nu slaat hij helemaal door. Hij wil wraak nemen op de mensen die zijn vrouw al die pijn aan hebben gedaan, of de bende verraden hebben. Al moordend en plunderend trekt hij door het land. Tijdens een klopjacht wordt een groot deel van de bende opgepakt en gegeseld en ter dood veroordeeld. Bij de geselingen ziet Jan de Lichte Baru, de Franse politiechef. Hij is de Brusselaar! Jan de Lichte wordt op de markt ter dood gebracht.



Analyse:

- Perspectief: Het boek is geschreven in het vertellers-perspectief. Het hele boek maak je mee door de ogen van de verteller, in dit geval de schrijver.

- Hoofdpersonen: De hoofdpersoon uit het verhaal is Jan de Lichte. Hij is een eenvoudige waardin en haar man, die een drankprobleem heeft en al het geld uitgeeft in de kroeg. Jan de Lichte werd vroeger “Klijster Licht” genoemd, omdat hij de mensen altijd aan het lachen kon krijgen. Aan het einde van het boek zweert hij dat “Klijster Licht” niet meer bestaat en dat hij vanaf nu meedogenloos is en dat wordt hij inderdaad. Het was aan het begin van het boek een vechtersbaar, maar wel een rechtvaardige. Aan het einde denkt hij alleen nog maar aan wraak nemen en winnen en verliest hij de rechtvaardigheid uit het oog.

- Bijpersonen:

* Cies Tincke, een bondgenoot, maar toch ook een vijand.

* Simon Ysenbaert, een bondgenoot en later ook vriend van Jan.

* Gabriel van der Cruyssen, een bondgenoot en later ook vriend van Jan.

* Mie Gendarme, de vrouw van Jan, om haar verliest hij aan het einde van het boek alle rechtvaardigheid uit oog, om haar te kunnen wreken.

- Tijdstructuur: De opbouw van het verhaal is niet erg ingewikkeld. Er zitten geen flash-backs in en de gebeurtenissen worden in de volgorde van tijd verteld. Wel zijn er af en toe vage vooruitwijzingen van de schrijver als: “Dat zou niet lang duren, maar dat verneemt u later in dit hoofdstuk.” Het boek begint in 1745 en eindigt in augustus 1748.

- Ruimte: Het boek speelt zich vooral af in de buurt van Aelst en Aelst zelf. Af en toe worden er omzwervingen gemaakt, maar dit is dan voor kortere tijd.



- Thema: Het thema van dit boek is het zoeken naar een beter bestaan. Degenen die zich bij de bende aansloten hoopten het beter te krijgen of een revolutie op gang te brengen. Ik vind het onderwerp erg boeiend. Zo slecht als de omstandigheden toen waren, dat kun je je nu niet meer voorstellen. En de straffen die toen gegeven werden zijn ook veel primitiever dan nu. Dat maakt het boek bijzonder en leuk om te lezen.

- Titelverklaring: Het boek gaat over de bende die Jan de Lichte heeft opgezet en waar hij de leider van is. De bende van Jan de Lichte dus.



C: Verwerkingsopdracht.



Hoofdstuk 1: De verlichting in Europa (1650-1800)



Rond de 15e en 16e eeuw kwam de Renaissance in Europa. In de 17e eeuw is de Barok heel belangrijk geworden. In deze tijd werd de geschiedenis bepaald door grote godsdiensttegenstellingen en oorlogen in West-Europa. Er was veel verzet van de mensen, maar hun verzet werd gesmoord door de kerkelijke leiders, welke veel macht hadden. Op een gegeven moment gingen de mensen inzien dat de kerkelijke leiders misbruik van hen maakten. Er ontstonden twee denkrichtingen: rationalisme en Empirisme.



In de 18e eeuw ontstond de term verlichting. Het begrip licht werd in verband gebracht met de rede, de vrijheid en het geluk. Verlichting is waarbij alleen het verstand, de natuurlijke rede, in staat is om de mens te leiden naar de perfectie van de wetenschap en naar het menselijk geluk. In Engeland noemden ze het Enlightenment, in Frankrijk Lumière, en in Duitsland Aufklarung. De Duitse filosoof Herder (1744-1803) omschreef zijn tijd als: ‘Unser Erleuchtes, Jahrhundert, dieses lichteste Jahrhundert’. De filosofen van de verlichting wilden hun ideeën door heel Europa verspreiden. Dit deden ze door honderden drukkerijen hun ideeën te laten publiceren. In het Zuiden van Europa wonnen de ideeën maar langzaam terrein, omdat daar de kerk nog de meeste macht had. Aan het einde van de 18e eeuw zei de Duitse filosoof Immanuel Kant over de verlichting: `Een vertrek van de mens uit zijn onmondigheid, waaraan hij zelf schuldig is‘.



In de 17e eeuw ontstond het Rationalisme. Dit is de leer, denkrichting die de menselijke rede, het verstand in staat stelt om de wereld te leren kennen. Een grondlegger van het rationalisme was de Franse filosoof Rene Descartes. Hij zocht lange tijd naar datgene waarvan hij zonder twijfel wist dat het waar was. Toen ontstond zijn beroemde uitspraak: `Ik denk dus ik ben‘. Een andere rationalist was (Baruch de) Spinoza. Hij zei dat het godsbegrip mathematisch benaderd moest worden. Hij zei ook dat God de natuur is en de natuur God. Nog een andere rationalist was Gootfried Wilhelm von Leibniz. Hij had een ideaal om wetenschappers en geleerden uit verschillende landen bij elkaar te brengen. Hij stichtte daartoe `Deutsche Akademie fur Wissenschaften‘. Tenslotte is er nog Pierre Bayle, die mensen onderzoekt, controleert, vergelijkt en kritisch afweegt. Hij verklaart de oorlog aan de oorlog en aan de leugens en vergissingen.



Naast het Rationalisme was er ook het Empirisme. Dit is de denkrichting waarbij de zintuiglijke waarneming belangrijk is om de wereld te leren kennen. Voor het Empiristisch denken waren waarnemingen en experimenten belangrijk. Francis Bacon betoogde dat ervaring en waarnemingen de enige bronnen zijn voor kennis. Bovendien was wetenschap ook de bron van geluk. Een van de grondleggers van het Emperalisme was John Locke. Hij zei dat de ervaring de oorzaak was van alle menselijke ideeën. Alleen dat wat zintuiglijk te ervaren is, biedt de mens houvast en is de moeite waard om te onderzoeken. De ideeën van John Locke vinden een snelle verspreiding in Europa.



Sir Isaac Newton zat in een appelboomgaard te filosoferen over hoe het mogelijk was dat de maan om de aarde blijft draaien. Hij kwam er niet uit, tot op een gegeven moment een appel uit de boom viel. De appel werd aangetrokken door de aarde, zwaartekracht. Dit gold ook voor de maan. In 1687 schreef hij zijn ontdekking in het boek: Philospiae naturalis principa mathematica. Het jaar 1687 kan gezien worden als het begin van de Verlichting.



In de 18e eeuw werd de natuur als een groot mechanisme beschouwt. Wanneer men de natuur helemaal kende zou men de natuur aan zich kunnen onderwerpen. Het was de eeuw van de grote ontdekkingen. Niet alleen in de natuurkunde, maar ook in de scheikunde werd geëxperimenteerd en ontdekkingen gedaan. In de burgerij kwam ook de drang om wetenschappelijke waarnemingen te doen.

Er werden allerlei genootschappen en sociëteiten opgericht met dit doel. De wetenschappelijke waarnemingen van de amateurs, de burgerij, is de pseudo-wetenschap.



In de 18e eeuw werden kranten en tijdschriften uitgevonden, waardoor de kennis snel verspreid kon worden. Echter, de grootste verspreiding vond plaats door de encyclopedie. Men wilde alle wetenschappelijke kennis verzamelen en in een boek zetten. De eerste was van Ephraim Chambers. Later verzamelde filosoof Dennis Diderot 200 geleerden om samen een boek te schrijven. Zo ontstond het grote monument van de verlichting: ‘L’encyclopédia ou Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers. De eerste Nederlandstalige encyclopedie, Algemeen huishoudelijk-, natuur-, zedenkundig-, en kunstwoordenboek, verscheen tussen 1768 en 1793. Het ging dus niet alleen over natuurkunde en scheikunde, maar over allerlei zaken die voor de burgerij nuttig waren.



Tijdens de 17e en 18e eeuw ontstaat de burgerij, een grote groep mensen die zich dankzij de handel, nijverheid en de ambachten, financieel meer konden permitteren. De burgerij ging veel luxer leven, grote huizen en veel versieringen. Niet alleen het interieur werd versierd maar ook zijzelf (hun eigen uiterlijk). Zowel voor mannen als voor vrouwen werd het uiterlijk heel belangrijk. Bij de rijkere mensen moesten zelfs de kinderen er volgens de laatste mode uitzien. In de tweede helft van de 18e eeuw ontstond er ‘protestkleding’, zoals open kragen en los fladderende broeken. De Franse revolutie van 1789 maakt een einde het luxueuze leven.



Verlichting hoofdstuk 2 Godsdienst, politiek en economie.



Godsdienst

Wetenschappelijke ontwikkelingen, met name de ontdekkingen in de wiskunde en natuurwetenschappen, zorgden ervoor dat mensen meer over de godsdienst gingen nadenken. In deze tijd nam de invloed van de kerk steeds meer af, ook wel rationalisme genoemd. Het menselijk denken werd ook in de filosofie steeds belangrijker. Filosofen die zich hier mee bezig hielden waren Descartes en Pascal. Deze filosofen probeerden wetenschappelijke oplossingen te vinden zonder gelijk uit te gaan van wat de bijbel voorschreef. Ondanks het feit dat de Kerk deze geloofsondermijnende schrijvers fel bestreed kwamen er steeds meer aanvallen op de praktijken van de Kerk. Een bekende critici was JACOB ZEEUS (1686-1718). Er zijn verschillende stromingen in de tijd van de verlichting:



Stroming Beschrijving

Theïsme Hier bestaat God wel maar onzinverhalen en iets als een bijgeloof zijn er niet. BALTHASAR BEKKER (1634-1698) was een dominee. Hij liet in zijn leven zien aan de mens dat bijgeloof taboe was

Atheïsme Hier bestaat God niet. Voor alles is een wetenschappelijke verklaring te vinden en de bijbel bestaat niet.

Piëtisme Deze aanhangers gingen uit van hun eigen gevoel, ziel en hart. Ze nemen de verdediging van het geloof op zich

Methodisme Deze aanhangers leefde heel sober en streng. Veel aanhang was in Engeland en Amerika en dan voornamelijk de zwarte bevolking.



In het begin van de 18de eeuw was de drang naar een tolerante samenleving heel erg groot. Dit resulteerde in een samenleving waarin veel stromingen met elkaar in harmonie leefden.



Politiek

In de 16de en 17de eeuw werden bijna alle landen van Europa bestuurd door een koninklijke familie met absolute macht. In verloop van tijd ontstonden er vrijere denkbeelden waarbij de vrijheid van de burgers belangrijker werd.



In Frankrijk komt in 1661 Lodewijk XIV aan de macht. Zijn doel was om van Frankrijk een rijk en groot land te maken. Dit kon echter niet zonder nadelen voor de burgers. Het volk werd dan ook uitgebuit door deze dictator. Hij bereikte niets en toen hij de besturing van het land overgaf aan zijn zoon Lodewijk XV had het land een enorme staatsschuld. Toen de zoon aan de macht kwam was er van Frankrijk nog maar weinig over.



In Engeland ging het er allemaal wat democratischer aan toe. Daar was sprake van een parlement. Veel heersers in het land hadden maar weinig macht omdat deze beperkt werd door wetten. Sinds de 18de eeuw raakte Engeland in veel oorlogen.



In Nederland was de leiding, na de 80 jarige oorlog overgegeven aan veel kleine stadshouders en regenten. Als in 1747 Nederland wordt aangevallen door Frankrijk wil het volk een vaste leider. Dit wordt dan de persoon stadhouder Willem III. Maar ook hier is de Nederlandse bevolking niet tevreden mee. Tot slot wordt Nederland, met behulp van Johan Derk van der Capellen, een republiek.



Economie

Om in landen (Frankrijk) de economische crisis te verhelpen werden er projecten gestard. Deze waren projecten als ‘staatsbanken’ en ‘aandelenpapieren’. Op lange termijn bleek dit geen succes te hebben. In de 2de helft van de 18de eeuw komt langzaam het marktmechanisme op gang, waarbij de macht niet meer in handen lag van een persoon. Een beroemde econoom uit de verlichting is Sir Adam Smith



Hoofdstuk 3: De pijlers van de Verlichting



Uit vriendenkringen ontstonden verenigingen: societeit.

Academies: wetenschappelijke doelen, want universiteiten niet konden werd hier vrijwillig onderzocht. Natuurwetenschappen, taal, literatuur en geschiedenis.

Genootschappen: Particuliere organisaties die hebben bijgedragen aan verspreiding van de ideeen van de verlichting.

wetenschappelijke genootschappen

menslievende en educatieve genootschappen

dichtgenootschappen

Franse salons: zonder organisatievorm bij elkaar komen, mannen en vrouwen, gastvrouw in het middelpunt (bracht mensen bij elkaar).

leesgezelschappen (georganiseerde vorm van salons)

Koffiehuizen: alleen voor mannen, dezelfde functie als Franse Salons, wel afgezonderde gezelschappen in aparte kamers mogelijk.



Kranten: 1536 eerste gedrukt in Venetie, veel navolging, geen censuur en erg populair.

Tijdschriften: vanaf 1650 tijdschriften voor wetenschappers en geletterden, later ontstaan van vakbladen.

Spectatoriale geschriften: Blad met gezichtspunt vna landedelman, groot succes door gemakkelijke taal en simpele onderwerpen

satirische en politieke tijdschriften



Opvoeding: kind kreeg speeltijd en eigen karakter, kinderen werden zo natuurlijk mogelijk opgevoed, spelend leren. Jeugd en kinderboeken verschenen.

Fabels (eerste fabels geschreven)

Grand Tour (reis in gezelschap gouverneur voor jongens)

Onderwijs: buiten school kostmeester of gouverneur. Jongens meer kansen dan meisjes, wel onderwijs voor meisjes.

Voor allerarmsten spinscholen. Vijf hoge scholen, waarin vier richtingen.



Hoofdstuk 4: De verlichting in de letteren.



In de 17e eeuw wordt het theater gekenmerkt door ongebondenheid. De toneelschrijvers lieten de regels voor wat ze waren en maakten ook stukken die waarheidsgetrouwer waren. Dit werd drama genoemd.



Daarnaast ontwikkelde zich het tegenovergestelde van het drama, het Frans-classisme. Hier waren wel regels om zich aan te houden en de schrijvers uit de klassieke oudheid waren de grote voorbeelden van de aanhangers van het Frans-classisme. Een typische gedachte uit de Verlichting hierbij was dat een toneelstuk uit 3 eenheden moest bestaan( handeling, tijd en plaats) om werkelijkheid te creëren. Ook moest de taal zo zuiver mogelijk zijn vanaf toen. Frankrijk was de voorganger wat dit betreft en zo volgde de rest van Europa naar haar voorbeeld.

Ook in NL was het toneel in de 17e eeuw slecht. Volgens dichtgenootschappen moesten zij het toneelspelen leren en zo kwam ook in NL het Frans-classisme op. Doordat mensen dachten dat kunst geleerd moest worden, was er geen originaliteit en spontaniteit in de literatuur. Zo ontstond Parnas-taal: de klassieke taal.



In de 18e eeuw werden de ideeën van de Verlichting vaak gebruikt in toneelstukken. De stukken werden sentimenteel, waarin liefde en bedrog vaak voorkwamen en waarin de burger de belangrijkste persoon was. Dit werd dan ook een burgerlijk drama genoemd.



Ook in de poëzie was de invloed van het classicisme groot. Mythen en bijbelse figuren waren de hoofdpersonen en door de kunstig in elkaar gezette zinnen werden deze moeilijk leesbaar. Maar ook bleven de mensen steden aan een rivier gelegen bezingen en waren de arcadia en heldendichten nog steeds favoriet, net als in de 17e eeuw.



Verhalend proza was in de Verlichting belangrijker geworden dan poëzie. Mensen wilden leesbare teksten waarin ze hun dagelijks leven terugvonden. Deze teksten werden populair proza genoemd, omdat ze voor de gewone burger bestemd waren.

Voorbeelden van geliefde genres van populair proza:

- Schelmen- en avonturenverhalen, waarin veel spannende dingen gebeurden. Het bekendste voorbeeld hiervan is het verhaal over Robinson Crusoë.

- De levensbeschrijving, waarin ook vooral verzonnen levensbeschrijvingen populair waren.

- Travestieverhalen, waarin een vrouw zich als man vermomde om zo te kunnen werken en overleven.

- Erotische verhalen, waarin het vooral vaak ging over de ontmaagding van meisjes en waarin vaak een oudere vrouw voorkwam om raad te geven. Deze boeken werden vak in briefvorm geschreven. Het bekendste voorbeeld hiervan is Fanny Hill.

- Criminele verhalen, waarin mensen werden gestraft voor hun misdaden. Later ging het de mensen meer om hun motieven.

- Reisverhalen, waarvan de mensen konden leren van andere landen zonder zelf te reizen.

- Imaginaire reisverhalen, waarin vooral fictie een grote rol speelde. Een bekend voorbeeld hiervan is het boek Gullivers Travels.



D: Eindoordeel en evaluatie.



Eindoordeel:

Ik vond het begin van het boek heel erg saai, maar naarmate het boek vorderde en ik meer aan het taalgebruik gewend raakte, ging het me steeds meer boeien. Ik vond het erg spannend en het was een soort boek dat ik nog nooit eerder had gelezen, dus dat was ook wel weer eens verfrissend. Ik ben blij dat ik dit boek gekozen heb, want als ik alle verhalen hoor van klasgenoten die hun boeken ontzettend saai vinden, mag ik blij zijn met dit boek!



A) Structurele argumenten: Er zitten geen flash-backs in en de gebeurtenissen worden in de volgorde van tijd verteld. Wel zijn er af en toe vage vooruitwijzingen van de schrijver als: “Dat zou niet lang duren, maar dat verneemt u later in dit hoofdstuk.” Hierdoor was het lekker om te lezen, want je hoefde niet steeds na te denken wat er eerst gebeurde en die vooruitwijzingen maken je nieuwsgierig.

B) Realistische argumenten: Er wordt gezegd dat dit boek gebaseerd is op een legende uit de tijd van de Verlichting. Ik weet niet of dit echt waar is, maar het boek is wel realistisch beschreven. Er gebeuren geen dingen waarvan je denkt dat het niet mogelijk is en de personages zijn ook heel realistisch weergegeven.

C) Emotivistische argumenten: Toen ik dit boek aan het lezen was zat ik er helemaal in. Het was spannend en ik zat af en toe met verkrampte handen te lezen. Het is duidelijk beschreven en de personen waren echt menselijk, dus kon je je makkelijk inleven, ondanks het moeilijke taalgebruik.

D) Intentionele argumenten: Ik denk dat Louis Paul Boon in de eerste plaats een avonturenroman wilde schrijven, a la Robin Hood of iets dergelijks. Maar ik denk ook dat hij de legende op wilde schrijven om zo iedereen erover na te laten denken en om iedereen te laten inzien dat taferelen zoals ze in het boek beschreven worden, nooit meer voor mogen komen.

E) Stilistische argumenten: Ik kan de stijl van Louis Paul Boon in dit boek niet vergelijken met die uit een ander boek van hem, want dit is het eerste boek dat ik va hem gelezen heb. Ook kan ik het niet vergelijken met de schrijfstijl van andere schrijvers uit de tijd van de Verlichting, want ik heb verder geen boeken uit deze periode gelezen. Het is me wel opgevallen dat het taalgebruik in het boek heel erg ouderwets is en dat er soms woorden tussen zitten die niet te begrijpen zijn. Ook is de zinsopbouw vaak anders dan de zinsopbouw die wij nu gebruiken, dit leest soms wat lastiger.



Evaluatie:

Het was niet moeilijk om dit boekverslag te maken, want ik heb er al zo veel gemaakt. Alleen de verwerkingsopdracht was erg veel werk.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

Louis Paul Boon leefde niet in de tijd van de Verlichting, maar in de 20-tigste eeuw.
Nogal belangrijk!!!!!!

11 jaar geleden

D.

D.

Oke, ik mag dit boek niet. Het is saai en ik kan niet tegen de schrijfstijl en de zinnen van het bodk. Te oud. Ik moest het helaas ook lezen voor school. Btw mooi dingetje!

3 jaar geleden