Camera Obscura door Hildebrand

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 2345 woorden
  • 29 juni 2002
  • 54 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 54 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Methode
Eerste uitgave
1839
Pagina's
448
Geschikt voor
vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen

Boekcover Camera Obscura
Shadow
Camera Obscura door  Hildebrand
Shadow
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Literatuurgeschiedenis van de negentiende eeuw tot 1880

Hildebrand, Camera Obscura, Haarlem 1839 (eenentwintigste druk)

Beschrijving

Weergave van de realiteit
De titel van het boek is niet moeilijk te verklaren; de camera obscura is de voorloper van het huidige fototoestel. Deze geeft, net als de verhalen van Hildebrand, de dagelijkse werkelijkheid weer.

Wanneer je een boek gaat lezen uit een periode waar je nog maar weinig vanaf weet, heb je van te voren geen precies idee van wat je te wachten staat. Welk boek zou ik leuk kunnen vinden? Ik heb uiteindelijk op basis van de titel en de in het verwerkingsboek geciteerde teksten gekozen voor Camera Obscura.

De samenstelling van de Camera Obscura is nogal eens veranderd. In de loop der tijd zijn er steeds stukken toegevoegd.Alle gebeurtenissen vinden plaats in het tweede kwart van de negentiende eeuw in diverse Nederlandse dorpen en steden. Het boek is een verzameling van humoristisch-realistische opstellen, brieven, verhalen en beschouwingen, waarvan ik de twee grootste en bekendste zal samenvatten; De familie Stastok en De familie Kegge.


Op een fraaie dag in oktober komt Hildebrand, het pseudoniem van Nicolaas Beets, per diligence aan in de plaats D. Hij wordt daar opgewacht door de knecht, Keesje, die hem naar het huis van zijn oom een tante Stastok brengt. Op het moment dat hij informeert naar zijn onhandige en verlegen neef Pieter - die hem eigenlijk af zou halen, maar hem zogenaamd was vergeten - komt deze binnen. De volgende dag laat Pieter Hildebrand de stad zien en gaan ze biljarten in een koffiehuis, tot groot vermaak van de andere gasten.
Een paar dagen later vertelt Keesje, die in een armenhuis woont waar het niet toegestaan is geld te hebben, Hildebrand een droevig verhaal. Keesje blijkt stiekem geld gespaard te hebben voor zijn begrafenis, maar moest dat geld afstaan nadat een medebewoner hem had verraden. Hildebrand zorgt er met behulp van zijn oom voor dat Keesje zijn geld terugkrijgt.
Op zondagavond komt er bezoek van de familie Naslaan en het echtpaar Dorbeen. Zo ontstaat het plan dat de jongelui een vaartochtje gaan maken. Pieter valt daarbij in het water en moet droge kleren lenen van een boer. Hij blijkt verliefd te zijn op Koosje, de dochter, maar dankzij de gesjeesde student Dolf lukt het hem niet om iets voor elkaar te krijgen. De volgende dag vertrekt Hildebrand weer naar huis.

Tijdens zijn studie maakt Hildebrand kennis met William Kegge. Vanwege het grote leeftijdsverschil gaan de twee niet zo veel met elkaar om, maar als William tyfus krijgt, verzorgt Hildebrand hem. Kort voordat hij overlijdt, geeft William Hildebrand een ring met de initialen E.M., waar hij goed voor moet zorgen. Hildebrand besluit de ouders van William een brief te schrijven om hen op de hoogte te brengen van de situatie van hun zoon.
Na Williams overlijden ontvangt Hildebrand een schrijven waarin vader Kegge zijn dank aan hem betuigt. Twee jaar later komt de schatrijke familie Kegge terug uit West-Indië. Vader Kegge nodigt Hildebrand uit om eens te komen logeren en de familie te ontmoeten. Hildebrand maakt onder andere kennis met mevrouw Kegge, grootmoeder en de zeventienjarige Henriëtte, die van mening is dat Nederlanders stijf zijn. De heer Van der Hoogen, die zeer gesteld is op Henriëtte, komt die avond ook op bezoek. Hij vraagt haar de koekvergulding af te zeggen, omdat hij alleen vrijdags haar concert bij kan wonen. Hildebrand neemt daarna haar plaats in en vindt dat heel gezellig. Na afloop brengt hij Suzanne Noiret naar huis, die hem vertelt dat haar moeder erg ziek is. De volgende dag ontmoet Hildebrand de grootmoeder van William in de bibliotheek en hij komt erachter dat de ring van haar is. Hij geeft de ring terug.
Tijdens het concert van Henriëtte, dat een groot succes is, ontdekt Hildebrand dat de heer Van der Hoogen achter zowel Suzette als achter Henriëtte aanzit. Hildebrand dreigt vervolgens alles openbaar te maken, als Van der Hoogen Suzette en Henriëtte niet met rust laat. In de avond komt er een brief van hem, waarin hij schrijft er vanaf te zien de familie nog langer te bezoeken, waarop Hildebrand het waarom verklaart. Drie dagen later keert Hildebrand terug naar de Sleutelstad. Henriëtte trouwt later met een kapitein van de rijdende artillerie, Suzette trouwt met een jongeman die al tijden verliefd op haar was en grootmoeder Kegge overlijdt.


Kritiek op de maatschappij
De Camera Obscura is niet zo zeer een origineel, als wel een nieuwsgierig makend boek. Veel boeken uit de negentiende eeuw zijn geschreven in de vorm van bundels. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Max Havelaar, die een bundel van brieven is. Ook wat betreft het thema, de gegoede stand, en het gebruik van typen is Beets niet origineel. Maar de vertellingen over de tijd waarin Hildebrand leefde, en zijn kritiek op de burgerlijkheid van de ‘gegoede stand’, maken je nieuwsgierig naar wat hij nog meer te vertellen heeft.
Soms is het gedrag van Hildebrand herkenbaar, wanneer hij kritiek geeft op belachelijke gewoontes en typen. Dat zal de meesten niet onbekend voorkomen, we worden immers opgeleid tot kritische mensen. Erg diepzinnig is het boek verder niet, al laat Nicolaas Beets wel zien dat hij een zogenaamde poeta doctus is, een onderwezen schrijver. Hij gebruikt Latijn en Frans om de domheid van anderen te benadrukken.

Het onderwerp van de vertellingen is in alle gevallen de ‘gegoede stand’ en de kritiek daarop. In de verhalen neemt Hildebrand het gedrag van die gegoede stand op een ironische en soms zelfs sarcastische manier onder de loep. De kritiek op de maatschappij was op zich al interessant, en ironie is een goede manier om die kritiek te brengen en het gelijk een beetje luchtig te houden.
Het onderwerp wordt maar oppervlakkig uitgewerkt, maar heeft eigenlijk geen diepgang nodig; alleen al de gebeurtenissen en de ironie geven het beeld dat de schrijver wil creëren van de bevolkingslaag die hij zo bespottelijk vindt.
Ik kan me niet goed verplaatsen in de tijd waarin het boek geschreven is, maar wel in het onderwerp, wat van alle tijden is; kritiek op de maatschappij. Sommige gevallen waren zelfs heel herkenbaar, zoals de man die zich alleen maar negatief uitlaat over anderen.

De gevoelens van Hildebrand en de gebeurtenissen gaan samen in dit boek en spelen een even grote rol. In feite zijn de gevoelens en de gebeurtenissen met elkaar verbonden, want Hildebrand reageert op de acties van de typen. En als de verhouding ongelijk zou zijn zou het boek óf te saai worden, doordat er weinig gebeurt, óf zijn functie verliezen als maatschappij kritiserende vertelling. Een goed voorbeeld van de combinatie van spot en gebeurtenis is een stuk uit De familie Stastok, waarin de familie een discussie voert of het wel gepast is hun gast in de achterkamer te laten zitten:
‘.... waarop mijn moei aanmerkte, dat neef het wel zo voor lief zou nemen en dat hij zeker in zijn ouders huis ook wel eens in een achterkamer gezeten had; waarop neef zei, dat deze een hele lieve achterkamer was, en dat hij wel van een achterkamer hield; waarop oom zei, dat hij er, al zei hij ’t zelf, niet van hield, en tante het met neef eens was dat zij er wel van hield, waarop oom nog wat bijkwam met te zeggen, dat hij er ‘s avonds nogal van hield; waarop tante en neef zeiden, dat zij er ook ’s avonds het meest van hielden; zodat er met eenparigheid van stemmen besloten werd, dat een achterkamer met hooglicht ’s avonds op haar voordeligst is. Ik ben verplicht hier bij te voegen dat de gehele redewisseling op de goelijkste en vriendelijkste wijze gevoerd werd, terwijl oom zijn ingebrande pijp met een zwavelstok weer op de wijs bracht, en tante de kopjes van ’t koffiegoed met een minzaam lachje en een bonte theedoek zat af te drogen.’.

Aan dit citaat is ook te zien dat Beets met lange zinnen werkte. Zo lang soms zelf, dat één zin meer dan een bladzijde in beslag neemt en het moeilijk wordt om die te volgen. Een andere moeilijkheid is het ouderwetse taalgebruik, waardoor enkele woorden onbegrijpelijk overkomen, zoals ‘de bink steken’. In de context van de zin is de betekenis van dat soort woorden gelukkig meestal wel duidelijk. Als je dan ook nog eens het Latijn en het Frans begrijpt, en weet waarover Beets het heeft als hij schrijft over de ‘Laokoön-groep’, slaak je een zucht van verlichting; hè, gelukkig, ik ben niet zo dom en burgerlijk als de mensen in het boek.
Het grappige aan het taalgebruik is de onverhulde spot. Het citaat ‘...de goede, beste liefdekwekende en vriendhoudende Nurks...’ onderstreept mijn stelling. Het is me duidelijk geworden dat Nicolaas Beets ook beeldspraak niet schuwde. Het volk dat Hildebrand bij een koetsreis tegenkwam, beschrijft hij als ‘...de hooghoedigen, de langpandigen, de langlijvigen enz.,...’.
Het taalgebruik van de personages in het boek wordt aan hun type aangepast. Zo zegt Mr. J. H. Bruis het betuttelende ‘Goed, goed, goed’, en prat en schoenlapper een dialect; ‘Ze benne in de toin en de maid is om een boskap. Daar komt ze al an.’.

En als we het dan toch over de personages hebben, zijn er nog andere opvallende dingen te vertellen. Zo bedient Nicolaas Beets zich, zoals gewoonlijk bij kritiek op bepaalde lagen van de bevolking, van typen. Zelfs de namen zijn aan de karakters aangepast; ze heten bijvoorbeeld Nurks (een nurkse neef) en Suzette Noiret (een ijdele Franse jongedame). Hildebrand is het enige ronde karakter. Hij speelt in bijna alle verhalen de hoofdrol en wordt geprojecteerd als de held en een intelligente man, die andere mensen een lesje leert.

De Camera Obscura is opgebouwd uit een verzameling van korte en langere verhalen. Alle verhalen worden door Hildebrand en in chronologische volgorde verteld. De enige flashback is het verhaal van Keesje (zie samenvatting).

Verdieping

Geen enkele relatie tussen Camera Obscura en de achtergronden van de tijd waarin het is geschreven, is zo duidelijk als de relatie tussen het boek en de sociaal-economische achtergronden. In Nederland was voor de negentiende eeuw de gegoede burgerij al lange tijd erg belangrijk. Heel groot was dus de invloed van hun burgerlijke ideologie, die vaderland, vorstenhuis en gezin centraal stelde. De zelfgenoegzame burger was ervan overtuigd in een veilige, rationele en georganiseerde tijd te leven en vond zijn normen en waarden dé normen en waarden. Kortom; de burger geloofde in zijn wereld en in zichzelf.
Deze burgerlijke ideologie kwam in de loop van de negentiende eeuw niet alleen onder druk te staan door inzichten van de wetenschappers en filosofen van die tijd, zoals Darwin en Marx, maar ook door maatschappijkritische schrijvers als Nicolaas Beets. Neef Nurks, bijvoorbeeld, een ontevreden mens uit de Haarlemmerhout, spreekt over niets anders dan de negatieve kanten van zijn medemens, welke vaak zo dicht in de buurt is, dat hij of zij mee an luisteren. Hij is daarmee een overdreven voorbeeld van de burger voor wie er maar één patroon van normen en waarden is, namelijk dat van hemzelf. De gegoede burger had geen oog voor de keerzijde van de handel en industrie, de verpaupering en de slechte woon- en werkomstandigheden. Hildebrand heeft eigenlijk een goed woord voor hem over, maar juist door enorm positief over hem te schrijven, laat hij zien hoe naïef negatief en belachelijk de houding van zijn neef is.

De titel, Camera Obscura, laat al direct merken dat het hier om een bundel uit de literaire stroming van het realisme gaat. Met behulp van de Camera Obscura, immers, kon de realiteit worden weergegeven. Maar uit de rest van het boek blijkt dat dit niet gewoon realisme te zijn, maar, een subjectieve beschrijving van de werkelijkheid, oftewel idealistisch realisme. Een heleboel eerder in dit verslag geciteerde passages maken dit duidelijk; de gebeurtenissen zouden werkelijk plaats gevonden kunnen hebben, maar worden op een manier verteld die een zedelijke verbetering van het publiek moet bewerkstelligen.

Hiermee is het belangrijkste verteld over de relatie tussen boek en achtergrond. Het thema van Camera Obscura is niet voor niets kritiek op de gegoede burgerij. Camera Obscura is één van de bekendste boeken uit het idealistisch realistisch genre. Het is het geval van ons Laagland boek zelfs het enige voorbeeld dat wordt gegeven. Alhoewel er ook boeken geschreven zijn met meer diepgang, moet de invloed van Camera Obscura niet onderschat worden.

Evaluatie

Uit de beschrijvingsopdracht bleek Camera Obscura een nieuwsgierig makend, maar niet erg origineel boek te zijn, dat door de ironie op een luchtige manier scherpe kritiek uitte op de maatschappij. De uitkomst van de verdieping onderstreept mijn aanvankelijke mening alleen maar.
Hoewel het nog makkelijker is als je onderwezen bent in klassieke talen, zijn de verhalen goed te begrijpen. Ze lezen ook prettig, door de hiervoor genoemde redenen, al geloof ik dat na té veel maatschappijkritiserende boeken je interesse zal afnemen. Al met al kan ik dus positief oordelen over het gelezen boek.

Ik wist zoals gezegd niet goed wat ik moest verwachten van het lezen van een boek uit de romantiek of het realisme, maar, gezien mijn positieve eindoordeel, is het niet tegengevallen.
Het uitwerken van de verdiepingsopdracht was geen enkel probleem. Het is altijd meer de beschrijvingsopdracht waar ik veel tijd aan besteed. Bij sommige boeken is er veel te vertellen over de inhoud, het onderwerp, de personages, over alle dingen waar je een mening over kunt hebben, zoals nu ook het geval was.

Ik ben zeer tevreden over het uitvoeren van de opdrachten. Ik heb al tijdens het lezen bijgehouden wat mij opviel aan verschillende aspecten zoals taalgebruik en personages, maar ook de passages die kenmerkend konden zijn voor de periode waarin het boek geschreven is. Ik ben veel te laat op dit idee gekomen, aangezien we al halverwege al onze leesopdrachten zijn, maar ik ben zeker van plan om het dossier op deze manier af te maken. Eén klein minpuntje was wel weer dat ik veel te laat begon aan het schrijven van het verslag. Badat ik het boek had uitgelezen, moest ik het nog drie maal verlengen voordat ik eindelijk aan het verslag begon

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Camera Obscura door Hildebrand"