Titel: Beemdgras
Auteur: Judith Herzberg
Uitgever: G.A. van Oorschot
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 1968
Druk: eerste druk
Keuzeverantwoording:
Ik heb deze gedichtenbundel gekozen, omdat hij op de lijst stond van de gedichtenbundels die mochten en omdat u had gezegd dat hij wat makkelijker was dan andere gedichtenbundels. Ook trok de titel mij wel aan. De titel lijkt namelijk heel gewoon: beemdgras komt bijna overal wel voor.
Inhoud:
Ik vind sommige gedichten best lastig. Sommige stukken zijn wel leuk, mooi of interessant, maar dan snap ik bij sommige gedichten nog niet precies wat er mee bedoeld wordt.
Ook vind ik sommige dingen raar omschreven. Ik denk dan dat ik weet waar het over gaat, maar als ik verder lees, blijkt dat het niet zo is of ik weet het niet meer. Verder zit er niet veel rijm in de gedichten. De gedichten lijken me realistisch. De meeste gedichten gaan namelijk over dingen in het verleden of over het dagelijks leven. Ook spelen er vaak gevoelens in mee.
Samenvatting:
De bundel bevat 63 gedichten.
De gedichten zijn niet in hoofdstukken of in groepen onderverdeeld. Wel staan de gedichten onderverdeeld in delen van afwisselend lange en korte delen.
De meeste gedichten hebben een titel, maar 12 gedichten hebben dat niet. Meestal hebben de gedichten betrekking op kleine dingen. Judith Herzberg weet voorwerpen en dingen die in het dagelijkse leven niks voorstellen, hier tot het onderwerp van het gedicht te maken. Ook gaan een paar gedichten over voorbije tijd. Tenslotte bevat de dichtbundel een aantal gedichten over menselijke gevoelens.
De visie waarmee Judith Herzberg de werkelijkheid benadert en poëtisch doorlicht, bepaalt de thematiek van haar gedichten, maar er zijn wel veel verschillende thema’s:
De gedichten kunnen niet onder één thema geplaatst worden.
Onderzoek:
Alle gedichten die ik heb gekozen zijn modern.
Over de inhoud van de gedichten twijfel ik, omdat er bij alle gedichten een lied uit zou komen als ik in Eldorado bij inhoud kijk. Maar het lijkt me gek dat één van deze gedichten een lied is?) Daarom heb ik bij elk gedicht een vraagteken gezet bij de vraag wat voor inhoud het gedicht heeft.
De gedichten zijn allemaal ballades.
De opbouw van de gedichten verschillen wel een beetje. Ongelukken en Vergeefs blaffen zijn allebei kort. De andere 3 zijn wat langer. Verder zijn alle gedichten, behalve Beemdgras en zachte dravik duidelijk opgebouwd vind ik. De gedichten zijn namelijk allemaal een soort ‘’verhaal’’ en daardoor begint het gedicht bij het begin en eindigt bij het eind. Bij Beemdgras en zachte dravik weet ik het niet precies. Verder spelen bij alle gedichten de gevoelens mee.
In alle gedichten staat wel een kernwoord of kernzin. Maar als ik de kernzinnen of woorden met elkaar vergelijk, komt het er op neer dat ze niet allemaal op elkaar lijken of met elkaar in verband staan.
Hieronder staat een korte inhoudsbeschrijving en het thema van het gedicht:
Gedicht 1 : Beemdgras en zachte dravik
Het thema van dit gedicht = Je moet goed kijken om het diepere achter iets te zien.
* Korte inhoudsbeschrijving = Het gaat over de zomer. Alles is in de bloei. In het gras plaatst iemand een grasboeket in een theepot. Ook wordt er verwacht dat gras in een blauwe theepot apart is gezet, tussen het groeiende en doorlevend gras.
Gedicht 2 : Ongeluk
Het thema van dit gedicht = onoplettendheid.
* Korte inhoudsbeschrijving = Een jongen P. luistert naar zijn radio en let niet op. Doordat hij niet oplet, gebeurt er een ongeluk.
Gedicht 3 : Vergeefs blaffen
Het thema van dit gedicht = Individualisme
* Korte inhoudsbeschrijving = Er is een hond aan het blaffen, omdat hij aandacht wil, maar niemand reageert op hem. Er komt zelfs niemand uit het raam te hangen om ‘’koest!” te roepen.
Gedicht 4 : Beroepskeuze
Het thema van dit gedicht = Vrij willen zijn.
* Korte inhoudsbeschrijving: Als aan een vrouw wordt gevraagd wat ze wil worden, zegt ze dat ze invalide wil worden. Volgens haar heeft dat voordelen en ze vertelt dan ook welke dat zijn.
Gedicht 5 : Afwasmachine
Het thema van dit gedicht = Afscheid nemen.
* Korte inhoudsbeschrijving: Het gedicht gaat over iemand die een vaatwasser heeft aangeschaft. Nu hoeft diegene niet meer de vaat te doen. Het gedicht is aan het bestek gericht: daar wordt afscheid van genomen.
Ik denk dat het overkoepelende thema: Het dagelijks leven is. Er komen namelijk allemaal dingen in de gedichten naar voren die met het dagelijks leven te maken hebben en die niet heel bijzonder zijn.
De titel van de bundel is ‘Beemdgras’. Deze soort gras komt overal wel voor en is dus heel gewoon. En omdat ik denk dat de gedichten over het dagelijks leven gaan en dingen die heel normaal lijken, dus ik denk dat de bundel Beemdgras heet, omdat dat ook een heel gewoon iets is.
Onderzoek.
‘Beemdgras’ is voor het eerst gepubliceerd in 1968.
Judith Herzberg is geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Ze woont afwisselend in Nederland en Israël.
In 1963 verscheen haar eerste bundel, Zeepost. Hierna volgden o.a. Beemdgras in 1968 en Strijklicht in 1971. Vanaf het begin van de jaren zeventig volgden toneel- en tv-stukken, filmscripts en teksten voor musicals. Er bestaat veel waardering voor haar poëzie. De bloemlezing Doen en Laten behoorde in 1994 tot de honderd beste boeken. Haar gedichten zijn onder meer in het Duits, Turks en Engels vertaald.
Ze heeft dus heel veel gedichtenbundels geschreven en daarbij ook nog toneelteksten, tv scenario’s enz.. Omdat de poëzie voor mijn verslag het belangrijkst is, heb ik alle bundels opgezocht, die ze heeft geschreven:
- Zeepost
- Beemdgras
- Vliegen
- Strijklicht
- 27 liefdesliedjes
- Ethooi
- Botshol
- De val van Icarus
- Dagrest
- Twintig gedichten
- Dat Engels geen au heeft
- Zoals
- Zoals
- Doen en laten
- Wat zij wilde schilderen
- Landschap
- Bijvangst
- Staalkaart
- 10 mooiste gedichten van Judith Herzberg
- Soms vaak
In de jaren zestig, als ‘Beemdgras’ verschijnt, ontstaat het nieuw-realisme in de literatuur. De vertegenwoordigers van deze stroming pleiten voor een eenvoudig en direct taalgebruik en vragen opnieuw aandacht voor de gewone, alledaagse werkelijkheid. Dagelijkse voorwerpen worden onderwerp van gedichten of prozateksten of die voorwerpen worden soms de tekst.
Poëzie wordt deel van het gewone leven.
De dichtbundel kun je wel in verband brengen met de stroming van die tijd. De vertegenwoordigers pleitten voor eenvoudig en direct taalgebruik en dat doet Judith Herzberg ook. Ook vraagt Judith door middel van bijvoorbeeld het 1e gedicht in de bundel: ‘Beemdgras en zachte dravik’, aandacht voor de gewone, alledaagse dingen. Ik denk dus wel dat het met elkaar te maken heeft. De dichtbundel is typerend voor Judith Herzberg, omdat ze van kleine dingen poëzie maakt. Dat is in deze bundel duidelijk: van een gewoon iets: bijvoorbeeld beemdgras, maakt ze iets bijzonders. De gedichten van haar komen voort uit de poging om twee dingen, die als je het voor de eerste keer leest, geen verband lijken te hebben, maar toch lijkt het te rijmen.
Beoordeling
Gedichten waar emoties een grote rol spelen, hebben voor mij een positieve werking. Het kan wel zo zijn dat ik het gedicht ontroerend/aangrijpend vind, maar daardoor kan het gedicht wel weer heel mooi zijn en dus een positieve werking hebben.
Gedichten die heel diepzinnig zij, hebben een negatieve werking, want daar snap ik niet zoveel van. Ook saaie gedichten hebben een negatieve werking, want dan heb ik geen zin om het gedicht verder te lezen.
Vooral het gedicht ‘Beroepskeuze’ spreekt me wel aan. Vooral omdat ik het een raar gedicht vond en het daarom mijn aandacht trok en ook omdat het thema wat bij dat gedicht hoort, op dit moment ook zo is.
Ik vind dat de gedichten wel een herkenbare thematiek hebben, want het zijn onderwerpen die in het dagelijkse leven voorkomen en dus kunnen gebeuren.
Leesadvies:
Tenslotte kan ik het de mensen aanraden om te lezen,
want de bundel bestaat uit allerlei gedichten die gaan over het dagelijks leven,
en dus over dingen die je eigenlijk niet zou verwachten.
De meeste gedichten zijn realistisch en in veel gedichten spelen gevoelens mee.
Juist daardoor zijn ze mooi.
Ook zijn veel van de gedichten niet heel moeilijk te begrijpen.
Gedichten die ik heb gekozen om te lezen:
Gedicht 1:
Beemdgras en zachte dravik
Dit, dan, is wat wij maken:
in Juni als de weiden gloeien
van boterbloemen, zuring, klaver
en bloeiende kniehoge grassen;
een grasboeket, in een theepot
in het gras gezet. Met onbedroefde
kinderogen vlak voor mijn voeten
kijken, een van de vroege
genoegens die wij delen.
Dit, dan, wat we van
ons durven verwachten:
gras , in een blauwe theepot,
apart, tussen het groeiend
uitbloeiend, doorlevend gras gezet.
1. Zakelijke gegevens
Titel: Beemdgras en zachte dravik.
Dichter: Judith Herzberg
Bundel: Beemdgras, G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1968-1
2. Eerste reactie
Ik heb dit gedicht gekozen omdat het ook de titel is van het boekje.
Ik vind het wel een mooi gedicht, want het gedicht ‘’speelt zich af’’ in de zomer. Alles bloeit dan mooi. Ik vind het wel een realistisch gedicht. Er komt niets in voor wat niet zou kunnen. Het gedicht rijmt niet.
3. Verdieping
De schrijver is aan het woord, want die wil ons wat duidelijk maken. Er komt maar één persoon voor in het gedicht. Het is onduidelijk wie dat is.
Een grasboeket wordt in een theepot in het gras gezet. Dat boeket wordt dus gescheiden van de rest van het gras. Ook wordt er gras in een blauwe theepot, apart, tussen het groeiend, uitbloeiend, doorlevend gras gezet. Het gebeurt dus waarschijnlijk in een weiland of een plek waar gras groeit. Er komt 1 gevoel in naar voren: onbedroefd. Van onbedroefde kinderogen. Het is niet duidelijk welke sfeer er is. Er is ook geen gedachte, verlangen, droom of ideaal. Wel iets wat we durven verwachten.
De regel:
‘’ Met onbedroefde
kinderogen vlak voor mijn voeten
kijken, een van de vroege
genoegens die wij delen.’’ spreekt me het sterkst aan. De schrijver drukt het mooi uit, vind ik. En de betekenis vind ik ook mooi: Het isoleren van het doodgewone tussen andere gewone dingen, zodat je merkt dat het ongewoon is. Een veeleisende inspanning wordt niet gevergd. Als je goed kijkt, ontdek je wel het andere, het verdere, het diepere eronder.
Stijlfiguren: Opsomming,
Beeldspraakvormen: Geen.
Rijm: Geen.
Traditioneel of modern: Het is een modern gedicht.
Soort gedicht naar inhoud: ?
Opbouw: Er zit volgens mij niet echt een opbouw in. Het is geen verhaal wat ergens begint en ergens eindigt.
Kernregel/Kernwoord:
Dit, dan, wat we van
ons durven verwachten:
gras , in een blauwe theepot,
apart, tussen het groeiend
uitbloeiend, doorlevend gras gezet.
Thema: Je moet goed kijken om het diepere achter iets te zien.
Verband tussen titel en thema: Zachte dravik is een grassoort met overhangende pluimen. Beemdgras is een normale grassoort die bijna overal groeit. Het is allebei heel normaal, maar als je goed kijkt, zie je dat ze verschillend zijn. Je ziet dan het diepere erachter.
Soort gedicht: Het gedicht heeft 14 regels, dus dan zou het een Sonnet kunnen zijn.
Maar verder heeft het gedicht geen overeenkomsten met een Sonnet en ook niet met andere gedichtsoorten.
4. Beoordeling
Deze zin werkt voor mij positief:
Met onbedroefde
kinderogen vlak voor mijn voeten
kijken, een van de vroege
genoegens die wij delen.
Ik denk namelijk dat ze daarmee bedoeld dat je het net als een kind moet bekijken en dat je dan ziet dat het toch wel bijzonder is en dat je het diepere er dan achter kunt zien. Dat vind ik een mooie betekenis. Je hoort namelijk wel meer dat we eigenlijk zouden moeten zijn als een kind.
Dit gedeelte werkt voor mij negatief:
Dit, dan, is wat wij maken:
in Juni als de weiden gloeien
van boterbloemen, zuring, klaver
en bloeiende kniehoge grassen;
Ik snap namelijk niet zo goed wat de schrijver daar nou mee bedoeld en wat het nou met de rest te maken heeft.
Ik vind het thema van dit gedicht mooi en het spreekt me dus wel aan. Omdat we in Nederland rijk zijn, lijkt alles zo gewoon wat we hebben, terwijl het eigenlijk toch wel bijzonder is.
Dit gedicht vond ik dus mooi, ook al begrijp ik het nog niet helemaal. Het komt ook wel door de structuur van het gedicht, denk ik. Ik vind het mooier dan een gedicht wat helemaal rijmt en waar alle regels even lang zijn.
Gedicht 2:
Ongeluk
De jongen P.,
die toch al net van school zou gaan
had op zijn transistor
kleutertje luister zo keihard aan
dat een van de zebravinken
waar hij vlakbij was gaan staan
zijn linker vleugel van schrik verlamd werd
waar hij van dood kan gaan.
1. Zakelijke gegevens
Titel: Ongeluk
Dichter: Judith Herzberg
Bundel: Beemdgras, G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1968-1
2. Eerste reactie
Ik heb dit gedicht gekozen omdat ik nieuwsgierig werd. Ik was benieuwd over welk ongeluk het zou gaan. Ik heb het gedicht voor de 1e keer gelezen en vond hem toen een beetje raar. Ik dacht dat het om een mens zou gaan, maar het is een vogel die gewond raakt. Dat had ik zeker niet verwacht. Ik vind het gedicht niet erg gevoelig: er wordt de laatste twee regels, na dat ongeluk, nog even verteld dat hij er dood aan kan gaan. Dat maakt het gedicht wel realistisch. Het is wel erg dat als iemand niet oplet, iets of iemand anders daardoor een ongeluk krijgt en daardoor kan sterven.
Verder heb ik het woord transistor nog opgezocht. Ik wist niet wat het was: Het blijkt een draagbare radio te zijn.
3. Verdieping
De verteller is aan het woord, want de jongen die in het gedicht voorkomt, wordt alleen maar beschreven. Er komt 1 persoon in voor en dat is de jongen P. De jongen heeft zijn transistor zo hard aan staan dat als hij bij de vogel in de buurt komt, de vleugel van de vogel verlamd raakt van schrik. Het gebeurt na schooltijd, want de jongen gaat van school naar huis. Waar het precies gebeurt, is niet duidelijk, maar het zal in de buurt zijn van de school van de jongen. Het hele gedicht bestaat maar uit één zin, dus ik kan niet één zin uitkiezen die me het meest aanspreekt. Maar het hele gedicht spreekt me wel aan, omdat ik me door dit gedicht bedacht dat er wel zo ongelukken kunnen gebeuren, ook al is het dan maar met een vogel.
Stijlfiguren: die komen er niet in voor.
Beeldspraakvormen: Die komen er ook niet in voor.
Rijm: er komt klinkerrijm in voor: gaan – aan – gaan – staan.
Traditioneel of modern: het heeft kenmerken van een modern gedicht.
Soort gedicht naar inhoud: ?
Opbouw: De jongen luistert naar muziek, daardoor let hij niet op, waardoor er een ongeluk gebeurd.
Kernregel/Kernwoord: Ik denk dat de kernzin: ‘waar hij van dood kan gaan.’ is. Dat is namelijk het ergste wat iemand kan overkomen. En hier is het de schuld van de jongen, omdat hij niet oplette.
Thema: Onoplettendheid.
Verband tussen titel en thema: De titel ongeluk slaat terug op het ongeluk wat er gebeurt, doordat de jongen naar te harde muziek luistert en dus niet oplet wat er om hem heen gebeurt.
Soort gedicht: Het is een ballade, denk ik. Het gedicht heeft namelijk 8 regels. Ook het kenmerk dat het een verhalend gedicht is met eenvoudige versvorm over ontroerende gebeurtenissen klopt.
4. Beoordeling
In dit gedicht vond ik eigenlijk niks positief. Alleen als je de titel van het gedicht al leest, weet je dat het geen vrolijk gedicht is. Het negatieve eraan is dat het eindigt met: ‘waar hij van dood kan gaan.’ Toch vond ik het een mooi gedicht om te lezen, omdat je er bij stil wordt gezet dat er door zo’n dom foutje: even niet opletten, iemand een ongeluk kan krijgen en zo kan sterven. Het thema spreekt me daarom wel aan. Omdat dit in het echt kan gebeuren, vond ik het realistisch en daarom mooi om te lezen. Ook was het makkelijk om te begrijpen en daarom fijner om te lezen.
Gedicht 3:
Vergeefs blaffen
Een lege ochtend, Zondag zeker.
Een hond die onzin blaft
tegen de vreemde gevels, maar niet goed
zeker niet honds genoeg, want niemand
komt het raam uithangen,
niemand roept woedend "Koest!"
1. Zakelijke gegevens
Titel: Vergeefs blaffen.
Dichter: Judith Herzberg
Bundel: Beemdgras, G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1968-1
2. Eerste reactie
Ik heb dit gedicht gekozen omdat ik erg van honden houd en toen ik aan de titel zag dat het wel eens over een hond zou kunnen gaan, heb ik deze ook gekozen. Ik vond het leuk dat er ook een hond in een gedicht voorkomt.
Ik vind het wel een mooi gedicht. Een hond blaft, maar niemand luistert. Zelfs niemand reageert op de hond. Eigenlijk is het een somber bericht, maar het is wel heel realistisch: Op dit moment zijn heel veel mensen heel erg individualistisch. Daar past dit gedicht mooi bij. Mensen houden hun ogen gesloten voor andere mensen en hun problemen en doen alleen wat henzelf het beste uitkomt. Eigenlijk is dat heel triest. Ik ben het dus helemaal met de schrijver eens.
3. Verdieping
Het gedicht gaat over een hond die blaft. Maar helemaal niemand reageer op hem. Er komt namelijk niemand uit het raam hangen die ‘’Koest!’’ roept. Alleen deze hond komt voor in het gedicht. Het gebeurt op een zondag, de plaats is niet duidelijk. Het gaat denk ik om een gevoel, want de hond blaft, omdat hij aandacht wil, maar niemand schenkt hem aandacht. Hij voelt zich dus alleen. Ook in het stukje: ‘’Niemand roept woedend koest’’, omdat woedend zijn ook een gevoel is. De regel die mij het meest aanspreekt is:
want niemand
komt het raam uithangen,
niemand roept woedend "Koest!"
Het is wel erg dat gewoon niemand de hond aandacht schenkt, en dat dat eigenlijk in het echt ook zo is.
Stijlfiguren: Volgens mij komen er geen stijlfiguren voor.
Beeldspraakvormen: Volgens mij komen er ook geen beeldspraakvormen voor.
Rijm: De regels rijmen verder niet op elkaar, maar de zin: Zondag zeker, heeft 2 keer een z, dus ik denk dat dat stukje alliteratie is.
Traditioneel of modern: Dit is een modern gedicht.
Soort gedicht naar inhoud: ?
Opbouw: Er zit wel opbouw in. De hond blaft om aandacht en wacht, maar niemand reageert. Iedereen denkt namelijk alleen maar aan zichzelf. (individualisme)
Kernregel / Kernwoord:
want niemand
komt het raam uithangen,
niemand roept woedend "Koest!"
Want daarin staat het belangrijkste stukje, namelijk dat de mensen niet reageren op de hond die om aandacht blaft.
Thema: Individualisme
Verband tussen titel en thema: De hond blaft vergeefs, want iedereen is met zichzelf bezig.
Soort gedicht: Het gedicht heeft 6 regels. Verder is het een verhalend gedicht met eenvoudige versvorm over een ontroerende gebeurtenis. Dus daarom denk ik dat het een ballade is.
4. Beoordeling
Het hele gedicht is eigenlijk negatief en triest. De hond is namelijk zielig, omdat hij geen aandacht krijgt. En het gedicht is ook negatief, want niemand reageert.
Omdat het thema eigenlijk zo ‘’actueel’’ is, spreekt het thema me wel aan. Ik vind het juist belangrijk dat mensen zich wel met elkaar bemoeien en ik vind het ook belangrijk dat je elkaar moet helpen als je ziet dat iemand dat nodig heeft. In dit gedicht komt het tegenovergestelde naar voren.
Gedicht 4:
Beroepskeuze
En toen ze vroegen wat ze later wilde worden
zei ze 'Graag invalide' en zag zich al,
benen onbewegelijk in bruin-geruite plaid
door toegewijde man en bleke zonen
voortgeduwd, geen zegel zelf te plakken,
geen brief te schrijven, geen reis te maken.
Dan zou ze eindelijk echt vrij zijn
zo treurig kijken als ze wou, in winkels
voor haar beurt gaan, bij optochten
vooraan staan, geen mooie kleren aan
en elke avond zachtjes snikkend
zou ze zeggen heus niet om mij
maar om die last voor jou.
En beide zonen zouden altijd
bij haar blijven, hun leven
aan haar wijden en nooit
zou haar iets overkomen,
nooit, nooit zou ze slijten.
1. Zakelijke gegevens
Titel: Beroepskeuze
Dichter: Judith Herzberg
Bundel: Beemdgras, G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1968-1
2. Eerste reactie
Ik heb dit gedicht gekozen, omdat ik het een raar gedicht vind, want ik ken niemand die heel graag invalide wil zijn. En ik vind de argumenten van de vrouw uit het gedicht ook maar matig. Het lijkt me namelijk maar niks om altijd in een rolstoel te zitten. Het is dus ook niet echt een realistisch gedicht vind ik. Het is wel goed opgebouwd denk ik, omdat het gedicht begint bij die vrouw die graag invalide wil zijn en daarna wordt er beschreven waarom ze dat graag wil. Het is wel een interessant onderwerp.
3. Verdieping
Het gedicht gaat over de vrouw die invalide wil zijn. De vrouw komt er dus in voor en haar man en bleke zonen worden genoemd. Het is niet duidelijk waar en wanneer het gebeurd. Het is meer een verlangen van de vrouw. Ze wil namelijk heel graag invalide zijn. Het is dus nog niet zo.
De zin: ‘En toen ze vroegen wat ze later wilde worden zei ze 'Graag invalide', spreekt me het meest aan. Ik vind het namelijk het gekste antwoord wat ik ooit op die vraag heb gehoord. Normaal verwacht je dan dat iemand een beroep noemt, maar deze vrouw doet dat dus niet.
Stijlfiguren: Er komt een opsomming samen met een herhaling voor: ‘geen zegel zelf te plakken,
geen brief te schrijven, geen reis te maken’
Er komt nog een keer een herhaling voor: nooit, nooit.
Verder wordt er nog ironie gebruikt.
Beeldspraakvormen: Deze komen niet voor in dit gedicht.
Rijm: Er komt in dit gedicht eigenlijk geen rijm voor, alleen dit stukje:
in winkels voor haar beurt gaan, bij optochten vooraan staan, geen mooie kleren aan.
Gaan – staan – aan. Dit stukje is slagrijm.
Traditioneel of modern: Het is een modern gedicht, want de regellengte is wisselend en er is geen eindrijm.
Soort gedicht naar inhoud: ?
Opbouw: De opbouw is duidelijk. Eerst wordt de vraag gesteld, daarna ziet de vrouw het voor zich en vertelt ze waarom ze het wil.
Kernregel/Kernwoord: De regel die het belangrijkst is: 'Graag invalide', want daar gaat het hele gedicht over.
Thema: Iemand die vrij wil zijn.
Verband tussen titel en thema: De vrouw wil graag vrij zijn en met een beroep zou dit niet zo zijn, dus wil ze graag invalide zijn.
Soort gedicht: Het gedicht heeft 18 regels. Het is weer een ballade, want het gaat weer over een ontroerende gebeurtenis. De vrouw wil namelijk heel graag invalide zijn.
4. Beoordeling
Het thema spreekt me wel aan (het is namelijk een ingrijpend gedicht), maar niet op de manier zoals in het gedicht is beschreven. Op zich kan ik het me voorstellen dat je graag vrij wilt zijn, maar daar hoef je niet perse invalide voor te zijn. Die vrouw zou blij mogen zijn dat ze nog gewoon kan lopen! Mensen die echt invalide zijn, zouden wel heel graag willen ruilen.
Volgens mij neemt de dichter in dit gedicht niet echt een standpunt in, ook al gebruikt ze ironie, maar moet de lezer er zelf maar achterkomen. En ik vind het dus grote onzin dat je om vrijheid en vertroetelingen van je zonen en man, invalide wilt worden.
Gedicht 5:
Afwasmachine
Aan mijn bestek
Adieu messen en vorken, ik was jullie nooit meer af.
Het is uit tussen ons. Geen toegewijd leuteren meer
tussen zachte doeken, ik stop jullie als lastige kindertjes
in een crèche, ik ben blij dat ik jullie heb,
o, ik zou jullie niet willen missen! maar nooit
meer zullen jullie als bekenden door mijn handen gaan.
Handenbindertjes! voortaan zijn jullie vaat.
Hoor eens, we moeten redelijk zijn, het gaat niet aan
die conversatie na het ontbijt, hoe was de pap,
maakte het ei erg vlekkerig, is er niet al te hard op gebeten en was de rabarber verfrissend?

En het douwderideine lepeltje mijn deukje mijn
klein fijn mongooltje, moet jij ook door de molen?

O grote opscheplepel worden je kinderen nu voortaan
zonder aanzien des persoons door het water geslagen?

We moeten niet kinderachtig zijn. Warme sopjes
hebben hun tijd gehad. De wereld eist ons op
voor gewichtiger zaken. Mijn persoonlijkheid
bijvoorbeeld, moet nog ontplooid. Dat
kan natuurlijk niet met jullie, of met de kopjes.
1. Zakelijke gegevens
Titel: Afwasmachine
Dichter: Judith Herzberg
Bundel: Beemdgras, G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1968-1
2. Eerste reactie
Ik heb dit gedicht gekozen omdat ik het een grappig gedicht vond. De titel sprak me ook wel aan. Ik was namelijk benieuwd naar wat een schrijver nou over een afwasmachine zou kunnen vertellen in een gedicht. Aan de ene kant, vind ik het gedicht onrealistisch. Omdat mensen normaal niet met bestek praten, maar aan de andere kant is het wel logisch, wat in het gedicht wordt beschreven.
3. Verdieping
Het gaat om een persoon die een afwasmachine neemt en dus de vaat niet meer met de hand hoeft te doen. De persoon neemt afscheid van het bestek. Ze neem afscheid, zodat ze meer tijd heeft voor gewichtiger zaken. Verder komen er geen personen in het gedicht voor. Wanneer het gebeurt is niet duidelijk, maar waarschijnlijk vindt het plaats in de keuken, omdat daar normaal de afwasmachine staat.
De regel: ‘De wereld eist ons op voor gewichtiger zaken’, spreekt me het meest aan, omdat dit belangrijker is dan het bestek en het afscheid nemen daarvan. Ook is dat de oorzaak van het aanschaffen van een afwasmachine.
Stijlfiguren: Volgens mij komen er twee retorische vragen in voor (de 2 vragen die er in staan) Ik denk dat ze retorisch zijn omdat er geen antwoord op verwacht wordt.
Beeldspraakvormen: ‘Ik stop jullie als lastige kindertjes in een crèche.’ Dit is een vergelijking.
Rijm: Er rijmt niks op elkaar.
Traditioneel of modern: Het is een modern gedicht, want de stroferegels en lengte van de zinnen verschillen van elkaar.
Soort gedicht naar inhoud: ?
Opbouw: Het gedicht heeft een duidelijke opbouw. Eerst wordt er afscheid genomen van het bestek en daarna wordt het duidelijk waarom dat zo is.
Kernregel/Kernwoord: Ik denk dat het kernwoord ‘Adieu’ is.
Thema: Afscheid nemen.
Verband tussen titel en thema: De titel staat niet echt in verband met het thema. Maar in het gedicht zelf merk je wel ze eigenlijk afscheid moet nemen van het bestek, van het afwassen met de hand en dat heeft ook te maken met een afwasmachine.
Soort gedicht: Het gedicht heeft 20 regels. Er zijn 4 strofes in de volgorde: 11, 2, 2, 5 regels.
Ik denk dat het weer een ballade is, ook al zijn de strofes enz. wel anders.
4. Beoordeling
Ik vind het gedicht wel grappig, door de inhoud van het gedicht. Ik ken namelijk niemand die afscheid neemt van voorwerpen. Toch vind ik het gedicht wel mooi. Vooral de laatste strofe, want daar wordt uitgelegd waarom de persoon afscheid neemt. Wat me opvalt is dat er in de ik-persoon wordt gesproken. Ook valt me op dat het gedicht aan mijn bestek is gericht.
Er wordt denk ik duidelijk gemaakt dat je iets moet opgeven om iets anders te kunnen doen. Hier is dat het opgeven van het afwassen om wat meer tijd te hebben voor jezelf en zo kun je jezelf beter ontplooien. Dat lijkt me een goede reden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.