Havisten en vwo'ers uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Hoofdstuk I Beschrijven



Paragraaf 1

W.F. Hermans, ‘Au pair’, Amsterdam 1992



Paragraaf 2


Paulina komt uit Vlissingen, ze is negentien jaar en 1 meter 92 lang. Ze wil Kunstgeschiedenis en Frans gaan studeren in Parijs. Omdat haar ouders de studie niet kunnen bekostigen gaat Paulina au pair. Via een bureau dat adressen verstrekt aan buitenlandse studenten komt ze terecht bij het advocatengezin Pauchard. Hier houdt ze het maar een paar dagen uit omdat ze een piepklein kamertje krijgt en slecht behandeld wordt door het gezin.

Dan gaat Paulina naar het bureau om een ander adres te vragen. Ze krijgt daar, van de vrouw achter de balie, het adres van de steenrijke, gepensioneerde generaal de Lune. De vrouw blijkt familie te zijn van de Lune en had de opdracht gekregen om een Nederlands meisje te zoeken met interesse voor kunst. Paulina lijkt geschikt. Generaal de Lune woont in een luxueus appartement en Paulina wordt van harte welkom geheten. De Lune blijkt een bewonderaar van Constantin Guys en van Paulina wordt verondersteld dat ze hem wel zal kennen omdat hij uit Vlissingen komt, maar ze heeft nog nooit van hem gehoord.



In het appartement van de generaal hoeft Paulina bijna niets te doen en ze vraagt zich af waarom de familie een au pair zocht. Het enige wat ze hoeft te doen is praten met de generaal en zijn familieleden. Ook wordt Paulina overladen met dure cadeaus.

In de loop van het verhaal maakt Paulina kennis met de andere personen in de familie de Lune. De vrouw van de generaal Germaine, hun zoon Armand en zijn vrouw Jacqueline en hún zoon Edouard en tot slot de tweede zoon van de generaal Michel.

Paulina probeert er achter te komen wat er van haar wordt verwacht en Edouard is de eerste die haar een beetje inlicht. De generaal legt haar de verdere details uit van het verhaal. Tijdens de tweede wereldoorlog heeft hij van het Joodse echtpaar Crémieux, destijds zijn buren, een koffer met geld en waardepapieren toevertrouwt gekregen. Het echtpaar was van plan om naar Spanje te vluchten. Hij heeft echter, op een briefkaart na, nooit meer wat van ze gehoord. Via het rode kruis hoorde de generaal dat de Joodse vrouw was gestorven; over de man was niets bekend maar aller waarschijnlijkst leefde hij ook niet meer. De enige nog levende erfgenaam is de niet-joodse halfbroer van mevrouw Crémieux, die een oud SS’er is. De generaal wil niet dat het geld in de handen van deze man komt en nu is er het plan om het geld aan een joodse organisatie voor kinderbescherming in Israël te schenken. Hiervoor moet de koffer eerst naar Zwitserland en van daaruit kan het worden doorgesluisd naar Israël. Wanneer Paulina dit hoort biedt ze aan om het plan op zich te nemen om zo wat terug te doen voor alle goede dingen die de familie de Lune voor haar gedaan heeft.

Edouard neemt haar mee naar de notaris om het plan voor te bereiden. Op de dag van vertrek zal ze de koffer met geld op moeten halen bij de notaris, dan met de trein naar Basel gaan, de koffer afleveren en weer terugkomen naar Parijs. Ze mag niemand vertellen van haar ‘geheime’ missie. Voordat ze vertrekt komt Paulina Michel tegen en hij vertelt haar dat er voor haar al twee au pairs met de koffer op stap zijn geweest, maar deze hebben de opdracht niet volbracht.

Op de bewuste dag gaat Paulina naar de notaris om de koffer op te halen en het plan uit te voeren. Daar blijkt dat haar reisbestemming Basel is veranderd in Luxemburg. Ze is erg verbaasd maar gaat toch naar Luxemburg. Bij de Frans-Luxemburgse grens wordt Paulina opgehaald door een employé van de bank. In het bankgebouw moet ze lang wachten, maar uiteindelijk blijkt haar missie volbracht. Ze gaat naar een hotel in Luxemburg en ze komt Michel tegen, die haar achterna gereisd is. Hij vertelt haar dat het geld toch bij de voormalig SS’er is terechtgekomen en dat het verhaal van de joodse kinderbescherming verzonnen is om de generaal wel te stemmen. Paulina voelt zich erin geluisd en verlaat de familie de Lune. Ze huurt nu een eigen ruimte in Parijs en gaat verder met haar studie. De generaal overlijdt en uiteindelijk blijkt dat Edouard het geld aan de SS’er wilde geven.



Paragraaf 3


Mijn motivatie om het boek te gaan lezen was de tekst op de achterflap. Uit de lijst met schrijvers die je mocht kiezen sprak W.F. Hermans mij het meest aan omdat hij een van de weinige schrijvers was van wie ik nog geen boek had gelezen (de overige schrijvers van wie ik nog geen boek had gelezen spraken mij niet aan omdat de omslagteksten van de boeken me niet boeiend leken). De tekst op de achterflap duidde op een spannend en een beetje absurd verhaal, dat trok me erg aan. Mijn verwachtingen waren dat het verhaal boeiend, spannend en een beetje grappig zou zijn.





Mijn eerste reactie op het boek is dat het erg leuk en spannend was. Het verhaal voldeed grotendeels aan mijn verwachtingen. Het boek was absoluut boeiend, alleen af en toe een beetje lastig te begrijpen, en ook best grappig op zijn tijd. Kortom een leuk en goed boek.



Hoofdstuk II Verdiepen



Een regelrecht misbaksel


Ik ben het niet eens met van den Bergh dat Au pair een regelrecht misbaksel is. Volgens van den Bergh is de roman in vergelijking met Hermans vroegere romans gewoon een zwakke echo. Daar kan ik niet over oordelen omdat ik geen andere boeken van Hermans heb gelezen, maar ik ben wel van mening dat Au pair geen mislukking is. In tegendeel, ik vind het een bijzonder boeiend boek.



Ook van den Berghs mening dat Paulina een onvolwassen beeldschoon meisje is, zonder al te veel diepgang vind ik niet terecht. In het begin is Paulina wel onvolwassen, maar naarmate de tijd verstrijkt doet ze ervaringen op en wordt ze volwassener. Diepgang heeft ze ook zeker wel, want ze denkt na over wat ze wil met haar leven en studeert om haar leven te verrijken. Ze is alleen niet zo heel erg assertief.



Wel heeft van den Bergh gelijk wanneer hij zegt dat de ‘ centrale handeling’ pas wordt besproken in hoofdstuk 47. Het eerste deel van het boek heeft geen duidelijk verband met het laatste deel, waarin het koffer-probleem wordt uitgewerkt. Maar het speelt wel een rol in het verhaal, want door de ervaringen van Paulina bij de Pauchards komt ze uiteindelijk wel terecht bij de familie de Lune. Als ze het bij de Pauchards niet zo slecht had gehad, was ze misschien niet eens bij generaal de Lune terechtgekomen. Het is dus niet zo dat het eerste deel van het boek weg gelaten kan worden.



Van den Berghs commentaar op Hermans beschrijvingen van de familie de Lune en de acties de ze ondernemen vind ik helemaal vergezocht. Van den Bergh beweert dat Hermans verhaal absoluut niet is te meten aan de werkelijkheid en dat het verhaal dus van geen kant klopt. Dit is volgens mij geen logische conclusie, want Hermans is er ook niet op uit om de werkelijkheid te beschrijven (zie zijn visie bij Hoofdstuk IIA) en daarbij fictie is niet voor niets fictie.



Sommige punten die worden aangestipt door de kritische van den Bergh zijn wel enigszins correct. Bijvoorbeeld dat waar het om draait in het boek pas laat duidelijk wordt en dat veel stukken van het verhaal absoluut niet kloppen als je kijkt naar de werkelijkheid. Maar het zijn geen redenen om het boek een mislukking te noemen. Omdat deze punten niet perse negatief hoeven te zijn. Ik ben het dan ook niet eens met van den Berghs conclusie en ik denk dat hij eerder iets tegen Hermans heeft dan tegen het boek Au pair. De details die hij namelijk noemt en afkraakt zijn voornamelijk voorbeelden van beschrijvingen van Hermans visie. Voorbeeld: dat Hermans zegt dat Nederlanders liever iets in het buitenland halen dan het zelf te maken is geen onzin, maar het heeft te maken met het feit dat Hermans geen Nederland liefhebber is.



Kortom: van den Bergh draaft een beetje door. Dat is tenminste wat ik er van denk.



Hoofdstuk IIA Verwerkingsopdracht



Poëtica


Willem Frederik Hermans rekent zichzelf niet tot een literaire stroming. Tegen Raymond J. Benders zei hij dat hij voortdurend de behoefte heeft om zich af te zetten tegen alles wat met Nederland en de Nederlandse literaire wereld te maken heeft. Hermans wil nergens bij horen. Het idee dat een auteur zich in zijn werk laat kennen als sterke persoonlijkheid met uitgesproken eigen standpunt en eigen stijl (idee komt van Menno ter Braak, redacteur van Forum) vindt Hermans onzin. Volgens hem heeft dit nog steeds invloed op de Nederlandse literatuur en daardoor wordt het eigene van de naoorlogse schrijversgeneratie niet gezien.



Auteurs die Hermans aanspreken zijn Multatuli, vanwege zijn tegendraadsheid en eigenzinnigheid, J. Slauerhoff, vanwege zijn afkeer van Nederland, Marcellus Emants, vanwege zijn pessimisme en J. van Oudshoorn om dezelfde reden en tot slot F. Bordewijk vanwege zijn voorkeur om het slechte in de mens te beschrijven.



Hermans beeld de mens uit als iets dat in een niet te begrijpen wereld tevergeefs op zoek is naar houvast of naar rechtvaardiging van zijn bestaan.



Hermans zegt dat zijn romans en verhalen bedoeld zijn om zijn visie op het bestaan uit te leggen. Deze visie houdt in dat de mens de werkelijkheid waarin hij leeft niet kan kennen omdat het te ingewikkeld, chaotisch en dubbelzinnig is. Ondanks dat heeft de mens toch behoefte aan zekerheid, orde en overzicht. Daarom heeft de mens een subjectief beeld van de werkelijkheid wat hij aanneemt als waarheid. Anderen zijn moeilijk te doorgronden omdat iedereen een eigen, subjectief beeld heeft van de werkelijkheid. Hierdoor ontstaan misverstanden, beelden van de werkelijkheid kloppen niet met elkaar of mensen begrijpen elkaar verkeerd. Ook zijn er anderen die je opzettelijk misleiden. Voor jezelf ben je ook moeilijk te doorgronden omdat je handelt uit motieven waar je zelf niet bewust van bent.

Voor Hermans is het dan ook ondenkbaar dat een roman een waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid zou kunnen zijn, want de werkelijkheid valt volgens hem niet te beschrijven. Het enige wat een schrijver kan bieden is een ordening van de werkelijkheid.



Dan zijn er nog drie andere ‘eisen’ die Hermans aan de literatuur heeft. De eerste is dat ‘schrijven een passie is die geen overeenkomsten accepteert’. De tweede is dat ‘verhalen verzonnen moeten zijn om vervolgens op basis van hun interne, literaire logica op indirecte wijze iets over de werkelijkheid te zeggen, dat qua diepzinnigheid door geen betekenis kon worden overtroffen’. De laatste is dat ‘het fantasie-scherm van een verzonnen verhaal is superieur aan alle dagboek- of bekentenisverhalen, maar alleen wanneer de schrijver ervoor zorg draagt dat zijn verhalen kloppen als een bus.’ In het sadistisch universum heeft hij deze laatste eis vastgelegd met de woorden: ‘een roman waarin alles wat gebeurt en alles wat beschreven wordt, doelgericht is; waarin bij wijze van spreken geen mus van het dak valt, zonder dat het een gevolg heeft en waarin dit geen gevolgen mag hebben, wanneer het de bedoeling van de auteur geweest is, te betogen dàt het in zijn wereld geen gevolg heeft als er mussen van daken vallen. Maar alleen dan’.



Toetsing van de geformuleerde opvattingen aan het gelezen werk

Dat Hermans het niet zo heeft met Nederland en Nederlanders blijkt uit de eerste zin van het boek Au pair: ‘ Het eerste waar Nederlanders aan denken, als ze iets willen verkrijgen dat hun eigen land niet oplevert, is niet het zelf te gaan maken, maar het te zoeken in den vreemde.’ Hier doelt Hermans op het feit dat Paulina in Parijs wil gaan studeren omdat geen enkele stad in Nederland haar bevalt. Ook vanwege haar studies kunstgeschiedenis en frans is Parijs ideaal volgens Paulina, ze kan er vinden wat in Nederland niet is ( en als het er wel is, dan vele maten slechter).



Dat Hermans de mens wil uitbeelden als iets dat in een onbegrijpelijke wereld vergeefs naar houvast zoekt komt niet echt terug in het boek Au pair. Paulina is wel bezig met een zoektocht naar wat het leven inhoudt en wat het te bieden heeft en ze wordt hier ook wel in teleurgesteld, maar aan het eind van het boek heeft ze toch wel zekerheid gekregen en weet ze veel beter wat ze wil.



Wel komt in het boek de visie van Hermans op het bestaan naar voren, zoals hij dat wenst uit te leggen in zijn romans.

‘Natuurlijk waren die vragen en antwoorden vervelend. Voor hem. En voor mij niet minder. Maar stel je nu eens voor dat ik nergens naar gevraagd had. Dan hadden we in doodse stilte zitten te kieskauwen, alle drie. Ik herinner me dat ik het eens een week op die manier geprobeerd heb, met opzet. Toen de week voorbij was, zei ik tegen mijn gade: Zie je het nou? Hij vertelt ons nooit wat.’ Uit deze passage komt naar voren dat mensen elkaar niet begrijpen omdat ieder zijn eigen, subjectieve beeld van de werkelijkheid heeft. Armand en Jacqueline snappen niet waarom hun zoon Edouard nooit wat vertelt over wat hij meemaakt of wat hij doet. Nu Edouard volwassen is en op zichzelf woont, belt of bezoekt hij zijn ouders nog maar sporadisch. Armand is bang dat Edouard zijn ouders haat, dit wordt niet letterlijk gezegd, maar het valt op te maken uit het volgende citaat: ‘ Hij heeft dus geen enkele reden een hekel aan zijn vader te hebben. Nietwaar Jacqueline?’ ‘ Absoluut niet. Aan mij soms wel, dan?’. Waarschijnlijk maken Armand en Jacqueline zich zorgen om niets want Edouard vertelde nooit veel, ook al niet toen hij klein was.



Ook iets wat uit het boek naar voren komt is dat mensen elkaar opzettelijk misleiden. Namelijk dat Edouard Paulina misleidt door haar te zeggen dat het kapitaal van generaal de Lune naar de Israëlische kinderbescherming gaat, terwijl het eigenlijk toch bij de erfgenaam, de oud SS’er, terechtkomt. Tijdens een gesprek met Michel komt Paulina er achter dat ze er is ingeluisd.

‘Waar heb je het over?’

‘ In Luxemburg heb je de koffer overgedragen aan een oude invalide man, waar of niet?’

‘ Ja nou?’

‘ Die oude man was Müller, de zwager van Crémieux en voormalig officier bij de SS.’

‘Hè? Je bent niet goed wijs.’

‘ Logisch toch. Dit was de reden waarom je op het laatste nippertje naar Luxemburg moest, en niet naar Basel.’

‘O…’ steunde ze, ‘oooh…maar dat vind ik een rotstreek!’



Verder komt nog een deel van Hermans’ visie uit het boek naar voren: dat je jezelf ook niet kunt begrijpen omdat je handelt uit onbewuste motieven. Paulina biedt aan om de koffer met geld te vervoeren naar Basel, nadat ze het ontroerende verhaal heeft gehoord over het kapitaal en de bestemming ervan. Maar ze begrijpt eigenlijk niet zo goed waarom ze heeft aangeboden te helpen. Wat kan zij nou doen, vraagt ze zich af.

‘Ik wil het wel doen.’

‘Meen je dat?’

Van verbazing dat hij er in ernst op inging, begon ze te stamelen, waardoor haar antwoord eigenlijk klonk alsof ze zomaar wat zei. (…)

Nu ze zich zo plompverloren bereid verklaard had met een koffer vol geld naar Zwitserland te reizen, mocht ze niet klagen dat hij er blijkbaar even voetstoots en in alle ernst op inging.

Vooral het woord ‘plompverloren’ duidt erop dat Paulina zomaar, in een vlaag van zogenaamde verstandsverbijstering aanbied om de koffer weg te brengen. Zonder dat ze weet waarom ze het aanbiedt.



Er zijn dus wel grote delen van Hermans visie aanwezig in het boek Au pair. Maar ze komen niet letterlijk uit de tekst naar voren. Daarvoor moet je wat tussen de regels doorlezen en goed kijken naar wat er bedoeld wordt. Maar de visie is zeker wel aanwezig.



Hoofdstuk III Evalueren




Au pair is een goed boek, boeiend en spannend. Soms is het wel enigszins moeilijk te lezen en dat is te wijten aan het feit dat sommige gebeurtenissen zo uitvoerig worden beschreven en je zo je aandacht moeilijk bij het boek kan houden. Bijvoorbeeld de geschiedenis van Constantin Guys is vrij saai en de beschrijving van Paulina’s vertrek naar Parijs en verblijf bij de Pauchards is af en toe ook langdradig (maar ook grappig en afwisselend). Aan de andere kant zijn er nog genoeg gebeurtenissen die wel erg boeiend zijn en die ervoor zorgen dat je door wilt lezen. De spanning komt eigenlijk pas wanneer Paulina vertrekt bij de Pauchards en naar de familie de Lune verhuist en wordt veroorzaakt doordat je wilt weten wat Paulina gaat doen en hoe ze erachter gaat komen wat het geheim is van deze familie.

De verdere opbouw van het boek is vrij makkelijk. De gebeurtenissen worden op chronologische volgorde verteld en er komen geen flashbacks voor zodat het verhaal goed te volgen is.



Het taalgebruik is niet erg makkelijk maar ook niet te moeilijk. Alleen de monologen en dialogen zijn soms lastig te lezen omdat ze zo lang zijn en vrij lange zinnen bevatten. Ondanks dat sommige dialogen en monologen saai zijn, passen ze wel goed bij de personages. Ze zorgen ervoor dat de personages nog beter gekarakteriseerd worden.



Het onderwerp van het boek vind ik wel aardig. Onder andere doordat het gaat over in het buitenland studeren na de middelbare school. Ikzelf wil graag een jaar stage lopen in het buitenland (niet een volledige studie) en dan zal ik toch ook woonruimte moeten bekostigen en dergelijke. Door dit boek te lezen is mijn mening over naar het buitenland gaan voor een studie niet veranderd. Dat komt ook wel doordat ik persoonlijk nooit als au pair zou willen werken. Het onderwerp is goed uitgewerkt, want je ziet duidelijk hoe Paulina in de loop van het verhaal veranderd. In het begin is ze nog een beetje naïef en later heeft ze al een heleboel geleerd over zichzelf en anderen.



De personages in het verhaal zijn goed uitgewerkt, ieder personage heeft duidelijk zijn eigen karakter trekjes. De beschrijvingen van de Pauchards zijn erg grappig omdat deze erg sarcastisch zijn, de familie wordt afgebeeld als een absurd, belachelijk stel. De familie de Lune wordt ook wel enigszins vreemd afgebeeld, maar niet negatief. Eigenlijk zijn alle personages wel raar, ze lijken levensecht maar ook hebben ze allemaal iets vreemds waardoor er een beetje een mysterieuze sfeer ontstaat. Vooral bij de familie de Lune.



Kortom vind ik het boek erg boeiend en het heeft een goed, apart verhaal. Het enige wat jammer is, is dat er af en toe wat bijzonder saaie stukken in voorkomen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.