Samenvatting

Het verhaal begint met een korte beschrijving van het leven van de ik-persoon. Vervolgens belanden zijn vrouw, dienstmeisje, paard en hond in het water. Omdat hij niet weet wie hij wil redden sterven deze alle vier voor hij een beslissing heeft genomen. Hij wordt beschuldigd van moord op deze twee mensen en twee dieren en moet vluchten. Als hij over de grens is wil men hem niet gratis helpen en wordt hij naar het Aapenland verwezen: het land waar de apen wonen. De apen praten en geloven in reïncarnatie. Ze denken dat de ik-persoon de verdwenen “nommer 7854” (de apen hebben nummers in plaats van namen) is, die gereïncarneerd is tot mens. Hij spreekt ook zijn ‘vrouw’, dat is een foeilelijke aap. Vervolgens wordt hij ‘gepromoveerd’ tot “nommer 17” wat een hele eer schijnt te zijn en waardoor hij bij de vergadering van de belangrijkste apen mag zijn. De apen hebben het plan mensen te worden, omdat die verder ontwikkeld zijn. Ze denken dat ze vanzelf mensen worden als ze hun staarten afhakken en besluiten daarom na veel vergaderingen en discussies, waarin de verschillende partijen de onpartijdigen aan hun kant proberen te krijgen. Zo wordt de spraakverwarring tussen staarten (zoals wij ze kennen) en staarten als langwerpige uitsteeksels (penissen) expres veroorzaakt, waardoor de vrouwtjes tegen het afhakken worden. De spraakverwarring wordt echter recht gezet, maar inmiddels is het plan ontstaan om een extra penis aan te naaien en de vrouwtjes worden nu voor het afhakken. Hierdoor ontstaat er in ieder geval al vast een plek is voor het aanzetten van de tweede penis. Zo wordt uiteindelijk tot het afhakken besloten. Dit plan wordt ook bekend onder de mensen, en een groep reageert zeer verontwaardigd. De circusartiesten e.d. die met apen werken zullen hun baan kwijt zijn als alle apen mensen worden. Het afhakken gebeurd gestructureerd, maar toch niet goed, want als de staarten zijn afgehakt grijpen alle apen naar hun achterste, in plaats van de wond van de aap voor hem af te dichten. “Nommer 1,” die al de hele tijd het beste voor de apen wil, redt nog zo veel mogelijk apen, maar de meeste bloeden dood. De circusmensen e.a. hebben inmiddels over het afhakken gehoord maar komen te laat in het Aapenland. Zij kunnen alleen “nommer 1” nog aanmoedigen. Ze zijn heel kwaad op de apen die voor het afhakken waren en iedereen van hen die nog leeft nemen zij mee om in het circus voor ze te werken. De ik-persoon valt vervolgens in een diepe slaap, en als hij wakker wordt is de verwarring nog groter dan aan het begin van dit verhaal, want hij blijkt alles gedroomd te hebben en zijn vrouw, dienstmeisje, hond en paard leven gewoon nog.

Uitleg van de titel

De titel van het boek (“Reize door het Aapenland”) is makkelijk te verklaren: het boek gaat over de reis van de hoofdpersoon naar, en daarna door, het Aapenland. De vreemde spelling wordt verklaard door de ouderdom van het (origineel van het) boek.

De hoofdpersoon

De hoofdpersoon is de ik-figuur en hij is eigenlijk een heel gewoon mens. In de loop van het verhaal gaat hij de apen steeds beter begrijpen, maar hij blijft het vreemd vinden dat ze mensen willen worden, want hij kent de slechte kanten van de mensheid, zoals hun onvermogen om moeilijke beslissingen te nemen.

Het vertelperspectief

Het boek is zoals gezegd in het ik-perspectief geschreven. Dit is te zien aan het continue gebruik van “ik” en je leest ook overal de mening van de ik-persoon over. De mening van anderen lees je alleen als de ik-persoon met hen praat.

Verhaalruimte

Het verhaal speelt zich eerst af in het dorp waar de ik-persoon woont en later verplaatst het zich, door het land naar het buurland en bijna meteen door naar het Aapenland. Het verhaal eindigt weer in het dorp waar de ik-persoon woont. Aangezien de ik-persoon eigenlijk het hele verhaal droomt zou je ook kunnen zeggen dat het zich alleen maar in zijn huis en tuin afspeelt, maar ik reken de locaties waarover hij droomt toch wel tot de verhaalruimte.

Tijd en tijdsverloop

Het verhaal speelt zich vermoedelijk af in de verteltijd (1788). Dit denk ik omdat het ingaan op de gebreken van de mens goed in deze tijd - de verlichting - past.

Thema en motieven

Het thema van het boek is ‘de gebreken van de mens(-heid)’. Gerrit Paape beschrijft de gevolgen als een mens niet kan kiezen en hij noemt veelvuldig gebreken van de mens in zijn gesprekken met de apen die hun staarten willen afhakken. Het enige steeds terugkerende element (motief) dat ik heb gevonden is de vergaderingen van de apen en de mensen.

Auteursinformatie

Gerrit Paape werd in 1752 in Delft geboren en hij stierf in 1803 in Den Haag. Hij is misschien wel de meest tijdloze schrijver van de achttiende eeuw, zijn teksten spreken na meer dan tweehonderd jaar nog steeds mensen aan, ondanks dat hij over de actualiteit en politiek schreef. Hij was fel bestrijder van het oude politieke systeem en voorstander van enorme veranderingen. Hij heeft waarschijnlijk ongeveer 130 romans, dichtbundels en toneelstukken geschreven. Paape schreef vaak anoniem of onder een pseudoniem zoals Dr. Schasz (zoals bij dit boek). Hij schrijft veel over de lessen die hem geleerd zijn tijdens het leven. Omdat Gerrit Paape nooit carrière heeft kunnen maken in de politiek is hij altijd blijven schrijven. (Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren z.d. Gerrit Paape) Gerrit Paape is een schrijver uit de 18de eeuw: de verlichting.

Verwerkingsopdracht: Literaire stroming

Gerrit Paape wordt zoals gezegd tot de verlichting gerekend. De bekendste definitie van deze stroming is die van Emmanuël Kant. Zijn (vertaalde) definitie luidt als volgt: “Verlichting is het uittreden van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft. Onmondigheid is het onvermogen zich van zijn verstand te bedienen zonder de leiding van de ander.”

Gerrit Paape wordt zoals gezegd tot de verlichting gerekend. De bekendste definitie van deze stroming is die van Emmanuël Kant. Zijn (vertaalde) definitie luidt als volgt: “Verlichting is het uittreden van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft. Onmondigheid is het onvermogen zich van zijn verstand te bedienen zonder de leiding van de ander.”

Hieronder zal ik de belangrijkste kenmerken van de verlichting opsommen:

- Er werd veel gekeken naar hoe men leefde en hoe men een beschaafd mens werd. Veel schrijvers schreven in deze tijd teksten die ergens tussen fictie en autobiografie in zaten. Ook gewone burgers schreven dagboeken.

- De wetenschap bloeide op en men ging veel experimenteren.

- Men schreef twee keer zoveel boeken als een eeuw eerder, en er gingen mensen hun beroep maken van schrijven.

- Deze zogenaamde “broodschrijvers” werden niet erg gewaardeerd, omdat ze om rond te komen vaak over alles schreven waar geld mee te verdienen viel, waar of niet waar. Juist omdat de broodschrijvers het niet makkelijk hadden werden ze vaak een beetje rebels en hebben ze veel bijgedragen aan de verlichting.

- Er was ook veel criminaliteit. Vooral vrouwen moesten stelen en/of in de prostitutie voor hun geld, en daar is veel over te lezen in de literatuur.

-Bezoekjes aan de gevangenis en openbare terechtstellingen waren leuke uitstapjes voor de meeste burgers. In de gevangenis werden ook vele boeken geschreven.

- Aan het eind van de 18de eeuw brak er een revolutie uit waarin patriotten tegenover organisten stonden. In deze tijd werd de politieke pers geboren, doordat men anderen probeerden te overtuigen van hun mening via berichten in tijdschriften.

-Het gevolg van deze revolutie was onder andere dat in 1798 de eerste Nederlands grondwet ontstond.

-Er ontstonden veel genootschappen, waaronder leesgroepen, die zou je kunnen beschouwen als de voorloper van de bibliotheek.

-Sinds ongeveer 1660 had men koffiehuizen in Nederland. Dit waren plekken waar men kon roken, koffie en thee drinken, schaken, praten e.d. In deze koffiehuizen kwamen mensen van uit alle standen. Over deze koffiehuizen is veel geschreven.

-Er werd veel geschreven over liefde en seks. In het algemeen bleek uit deze verhalen dat de vrouwen van deze tijd makkelijk te verleiden waren.

-Vrouwen waren sterk achtergesteld. Zij mochten bijvoorbeeld niet alles lezen. Ondanks deze ongelijkheid waren er in deze periode ongelofelijk veel vrouwelijke dichters.

-De eerste encyclopedieën werden geschreven. Men hoopte met deze boeken alle andere boeken overbodig te maken, maar dat is nooit gelukt.

-Ondanks dat het draaide om kennis en het zelf nadenken in plaats van alleen naar de kerk te luisteren, is er ook redelijk wat 18de eeuwse literatuur waarin men probeert het hart van de lezer te raken.

-De vrijmetselarij ontstond. Dit was een genootschap wat werkte (metselde) aan vrijheid en verbetering van de samenleving.

(Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren z.d. Achttiende eeuw. Thema.

De verlichting zet zich duidelijk af tegen het gedachtengoed van de voorgaande tijd. In die periode geloofde men de kerk namelijk op zijn woord en dacht er niemand zelf na. Tijdens de verlichting werd dit zelf nadenken juist zeer belangrijk.
De volgende auteurs zijn wat voorbeelden van auteurs uit de 18de eeuw:

-          Jacobus Bellamy

-          Arend Fokke Simonsz

-          Arnold Hoogvliet

-          Pieter Langendijk

-          Gerrit Paape

-          Cornelius Martinus Spanoghe

-          Jozef de Wolf

-          Belle van Zuylen

(Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren z.d. Achttiende eeuw. Auteurs.)

Van de bovengenoemde kenmerken van de 18de eeuw heb ik de volgende kenmerken in het boek terug kunnen vinden:

-Er werd veel gekeken naar hoe men een beschaafd mens werd: het boek gaat over apen die mensen willen worden vanwege de menselijke beschaving

-Er wordt verwezen naar de vele experimenten en onderzoeken uit de verlichting: de apen experimenteren met hun eigen lichaam om te kijken of ze mensen kunnen worden

-Er wordt toch wel enigszins gesproken over seks: de vrouwtjes willen een extra penis laten aanzetten op de plek van de afgehakte staart

-Er wordt ook verwezen naar het streven naar vrijheid: de apen willen ontsnappen aan de overheersing door circusartiesten e.d.

Volgens het “voorberigt” op pagina 13 wil de auteur een “satijre, die vermaken en onderwijzen kan,” schrijven. “Satijre” is oud Nederlands voor satire. “Een Satire of hekeldicht is een kunstvorm waarbij vaak op humoristische wijze maatschappijkritiek wordt gegeven.” (Satire 2010)

De auteur vertelt niet of hij zichzelf tot deze stroming vindt behoren, maar gezien alle kenmerken van de Verlichting die in het boek voorkomen, denk ik dat hij tot deze stroming wil behoren.

Voor deze opdracht heb ik 741 woorden gebruikt.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

T.

T.

Dit vind ik echt super
Dank u zeer
U bent mijn held
Respect

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Frederik

Frederik

Over welke beschrijving van de ik-persoon heb je het? Het voorwoord is namelijk niet de ik-persoon, maar de schrijver van de satire. En het verhaal begint met het vertellen van de hachelijke situatie van degene die in het water liggen.

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast