Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen
Alle literatuurprijzen

Karakter door Ferdinand Bordewijk

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 2576 woorden
  • 22 juni 2012
  • 18 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 18 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1938
Pagina's
248
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen
Verfilmd als

Boekcover Karakter
Shadow

Katadreuffe is bezeten van het verlangen advocaat te worden. Als zoon van een arme ongehuwde moeder in het vooroorlogse Rotterdam zet hij alles op alles om zijn doel te bereiken. De machtige deurwaarder Dreverhaven, zijn vader, werkt hem in alle opzichten tegen. Waarom? Twee onbuigzame karakters in een strijd die tot het uiterste lijkt te gaan - zelfde de liefde wordt…

Katadreuffe is bezeten van het verlangen advocaat te worden. Als zoon van een arme ongehuwde moeder in het vooroorlogse Rotterdam zet hij alles op alles om zijn doel te bereiken. D…

Katadreuffe is bezeten van het verlangen advocaat te worden. Als zoon van een arme ongehuwde moeder in het vooroorlogse Rotterdam zet hij alles op alles om zijn doel te bereiken. De machtige deurwaarder Dreverhaven, zijn vader, werkt hem in alle opzichten tegen. Waarom? Twee onbuigzame karakters in een strijd die tot het uiterste lijkt te gaan - zelfde de liefde wordt eraan opgeofferd. 

Karakter geldt als het meestwerk van de advocaat/schrijver F. Bordewijk (1884-1965). Het boek heeft ruim vijfenzestig jaar na verschijnen nog steeds iets aan kracht en leesbaarheid ingeboet.

Karakter door Ferdinand Bordewijk
Shadow
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Samenvatting


Jacob Willem Katadreuffe is de zoon van Joba Katadreuffe en de deurwaarder Dreverhaven. Joba Katdreuffe en Dreverhaven hebben geen relatie met elkaar en als de deurwaarder merkt dat Joba door zijn toedoen zwanger is vraagt hij haar meerdere malen ten huwelijk, maar Joba wil niet trouwen. Joba Katadreuffe verdient haar geld met handwerken en Katadreuffe – zoals Jacob Willem Katadreuffe in de rest van het boek bijna altijd wordt genoemd – groeit op in de arme buurten van Rotterdam. De relatie tussen Jacob en zijn moeder is niet bepaald goed, omdat ze beiden een sterk karakter hebben, waardoor ze steeds botsen. Bij Jacob en Joba thuis woont ook nog Jan Maan, die een goede vriend van Jacob wordt.


Met een lening van de Maatschappij voor Volkscrediet koopt Katadreuffe een sigarenwinkeltje in Den Haag. De winkel loopt helaas erg slecht en Mr. Schuwagt, de advocaat van de Maatschapij voor Volkscrediet, vraagt namens het bedrijf het faillissement van Katadreuffe aan. Katadreuffe krijgt menneer De Gankelijk als curator, dat is een medewerker op het kantoor van meneer Stroomkoning. Als hij een brief van zijn curator krijgt en later de naambordjes op de gevel van het kantoor van Stroomkoning ziet hangen weet Katadreuffe wat hij met zijn leven wil: hij wil advocaat en procureur (een procureur is een jurist die namens een partij optreedt in de rechtbank) worden. Katadreuffe blijkt te weinig te bezitten om een faillisement nut te laten hebben, dus het wordt opgeheven.


Katadreuffe besluit de Gankelaar te vragen of hij op het kantoor zou kunnen werken en hij krijgt een baan als typist – met name voor De Gankelaar, want op het kantoor heeft iedere advocaat zijn eigen typist.


Katadreuffe stort zich volledig op zijn werk en overtreft alle verwachtingen. Op het kantoor ontmoet hij voor het eerst zijn vader, Dreverhaven. Hij komt erachter dat Dreverhaven een deurwaarder is die zich met allerlei vreemde zaakjes bezighoudt.


Aangezien Katadreuffe na het opheffen van zijn faillisement nooit meer bedacht heeft dat hij zijn schuld nog af moest betalen, wordt hij opnieuw failliet verklaard door Mr. Schuwagt. Stroomkoning is echter een goed man en hij besluit Katadreuffes salaris te verhogen zodat hij weinig last heeft van het deel van zijn salaris waar beslag op is gelegd. Ondertussen wil Katadreuffe nog steeds advocaat en procureur worden en is hij aan het studeren voor zijn staatsexamen.


Als bekend wordt dat Rentenstein – de bureauchef van het kantoor van Stroomkoning – fraude pleegt, wordt hij ontslagen en mag Katadreuffe zijn taak overnemen.


Vlak voor Katadreuffe’s staatsexamen vraagt Mr. Schuwacht in opdracht van Dreverhaven – die de eigenaar van de Maatschappij voor Volkscrediet blijkt te zijn – opnieuw zijn faillissement aan omdat de bank plotseling besluit zijn lening in te trekken en hij het bedrag niet opeens af kan betalen, maar met de hulp van  Carlion – een van de advocaten en proceureurs van Stroomkonings kantoor wint Katadreuffe de rechtzaak en wordt hij niet failliet verklaard.


Als Katadreuffe uiteindelijk slaagt voor zijn studie rechten aan de universiteit moet hij zijn opvolger als bureauchef aanwijzen en met toestemming van Stroomkoning haalt hij Rentestein terug. Dreverhaven doet nog één poging om Katadreuffe dwars te zitten: hij laat Mr. Schuwacht bezwaar maken bij de deken tegen toetreding tot de orde van advocaten door Katadreuffe. De deken vertelt dat er op vier gronden bezwaar is gemaakt: dat Katadreuffe een onecht kind is, dat hij op het moment proceursklerk is, dat hij communistische beginselen is toegedaan (hij gaat wel eens met Jan Maan naar communistische films) en dat hij twee keer helemaal en één keer bijna failliet is gegaan. Katadreuffe verteld eerlijk over zijn verleden en de deken besluit kan worden toegelaten tot de orde van advocaten. Als Katadreuffe na zijn beëdiging als advocaat terugkomt op het kantoor van Stroomkoning hangt daar op de gevel ook zijn naambordje.


Katadreuffe besluit nog één keer op bezoek te gaan bij Dreverhaven om te zeggen dat hij heeft gewonnen, Dreverhaven wijst hem er op dat hij Katadreuffe misschien wel heeft meegewerkt in plaats van tegengewerkt. Als Katadreuffe op bezoek gaat bij zijn moeder vindt hij in een spaarbankboekje met op de eerste bladzijde een testament dat zegt dat dit geld voor haar zoon Jacob Willem Katadreuffe is en dan begrijpt hij dat ze altijd het beste voor hem heeft gewild.


Titelverklaring


De titel van het boek is “karakter.” Deze titel verwijst naar de slechte relatie tussen Jacob Willen Katadreuffe en Joba Katadreuffe die wordt veroorzaakt door het feit dat zij beiden een erg stroef karakter hebben.


Hoofpersonen


De hoofdpersoon van het boek is Jacob Willem Katadreuffe, die in het boek kortweg Katadreuffe wordt genoemd. Katadreuffe heeft een stroef karakter en heeft in zijn jeugd veel verschillende baantjes, maar groeit hierdoor niet in de maatschappij. Uiteindelijk besluit hij toch hoogerop te willen komen en opent hij een sigarenwinkel in Den Haag. Als deze winkel failliet gaat krijgt hij een curator toegewezen en als hij het advocatenkantoor waar deze curator werkt ziet besluit hij dat hij advocaat wil worden. Als zijn curator vervolgens besluit hem in dienst te nemen is dit het begin van Katadreuffes nieuwe leven, waarin hij steeds verder vervreemd van de Rotterdamse arbeidersklasse.



Andere belangrijke personen in het boek zijn:



  • Joba Katadreuffe: dit is de moeder van Jacob Willem Katadreuffe, die in het boek vaak benoemd wordt als ““zij”” of ““haar”” (dit staat in het boek dus tussen aanhalingstekens). Joba heeft net als haar zoon een erg stroef karakter, waardoor ze vaak botsen. Joba heeft tering en gaat in de loop van het boek langzaam maar zeker achteruit. Vanwege economische teruggang krijgt zij ook steeds meer moeite om van haar inkomen als handwerkster.

  • Jan Maan is een kostganger van Joba Katadreuffe die sterk communistische neigingen heeft en – zeker in het begin van het boek – een goede vriend van Jacob Willem Katadreuffe is. Naarmate deze hogerop komt wordt hun relatie echter steeds slechter.

  • Meneer De Gankelaar is een advocaat en procureur op het kantoor van Stroomkoning die de curator van Katadreuffe wordt. Hij is een aardige man die Katadreuffe graag wil helpen om hoogerop te komen.

  • Meneer Stroomkoning is eigenaar van een groot advocatenkantoor waar Katadreuffe in dienst komt. Hij houdt zich alleen bezig met grote zaken en vertrouwt zijn kantoor toe aan zijn bureauchef. Stroomkoning is erg goed voor zijn personeel en betaald hen goed.

  • Deurwaarder Dreverhaven is de vader van Jacob Willem Katadreuffe. Hij is een norse deurwaarder die iedereen zonder pardon op straat zet. Hij is ook de eigenaar van de woekerbank “Maatschappij voor Volkscrediet.” Dreverhaven laat zijn eigen zoon tweemaal failliet verklaren en probeert dit zelfs een derde keer. Als Katadreuffe tenslotte bijna beëdigd wordt als advocaat laat hij hier ook nog protest tegen aanteken. Als Katadreuffe Dreverhaven na zijn afstuderen voor een laatste keer bezoekt beschuldigd hij hem er van hem steeds te hebben tegengewerkt, Dreverhaven reageert hierop met de vraag “Of méégewerkt,” en het zou inderdaad kunnen dat Dreverhaven Katadreuffe op zijn manier heeft geholpen, want door hem tegen te werken is Katadreuffe zo groot geworden.


Vertelperspectief


Het boek is geschreven vanuit personaal perspectief. Het verhaal wordt dus verteld door een alwetende verteller, die echter steeds de hoofdpersoon – in dit geval dus Jacob Willem Katadreuffe – volgt, waardoor de lezer nooit meer weet dan deze persoon.


Verhaalruimte


Het verhaal speelt zich grotendeels af in het advocatenkantoor van Stroomkoning. Dit kantoor heeft naast een groot bediendenkantoor waarin alle typisten druk bezig zijn een aantal kantoortjes en een woonhuis van de conciërge, waar Katadreuffe een groot deel van de tijd woont. Een kleiner deel van het verhaal speelt zich af in het huis van Joba Katadreuffe en andere ruimtes die ook nog langskomen zijn de straten van Rotterdam, de sigarenwinkel van Katadreuffe in Den Haag, Katadreuffes nieuwe huis waar hij naar toe gaat als hij weg gaat bij de conciërge, het strand, het grote, sombere huis van Dreverhaven, het kerkachtige kantoor van de deken van de orde van advocaten en de communistische bioscoop “Caledonia.”


Tijd en tijdsverloop


Het verhaal speelt zich af met name af in de periode rond de economische crisis van de jaren dertig van de twintigste eeuw, maar ook de jeugd van Katadreuffe (die dus eerder moet zijn geweest) wordt verteld. De verteltijd is 243 pagina’s.


Het boek is chronologisch verteld en er zijn geen grote tijdsprongen. De auteur maakt wel gebruik van tijdverdichtingen om interessante gebeurtennissen zoals de rechtzaak rond het derde faillisement gedetailleerd weer te geven zonder de jaren waarin niets gebeurd net zo nauwkeurig weer te hoeven geven, anders zou het boek heel dik en saai worden.


Thema en motieven


De thema’s van het boek zijn de relatie tussen een kind en zijn ouders (met name de vader) en carrière maken. Belangrijke motieven in het boek zijn faillisementen, ruzies (tussen Katadreuffe en Dreverhaven), advocaten en diploma’s.


Auteursinformatie


Ferdinand Johan Wihelm Christiaan Karel Emiel Bordewijk viel het eerst op met zijn boek “Blokken” uit 1931, die samen met “Bint” en “Knorrende beesten” een drieluik vormt.


Ferdinand Bordewijk werd geboren op 10 oktober 1884 in Amsterdam. Op 10 jarige leeftijd verhuisde Bordewijk naar Den Haag en later is hij nog vaak verhuist. Nadat Bordewijk in Den Haag zijn gymnasium-opleiding had afgerond ging hij rechten studeren in Leiden. Na zijn promotie in 1912 werkte hij een paar jaar op een advocatenkantoor in Rotterdam. In deze periode is Bordewijk ook docent handelsrecht geweest.


In 1914 trouwde Ferdinand Bordewijk met Johanna Roepman, met wie hij twee kinderen kreeg. In 1919 werd Ferdinand advocaat en deze baan kwam voor hem altijd op de eerste plaats, het schrijven deed hij er gewoon naast. Hoewel veel van zijn werk gerelateerd kan worden aan Bordewijks leven beschouwde hij zelf leven en werk als strikt gescheiden. en overleed op 28 april 1965 in Den Haag.


Later in zijn leven heeft Bordewijk de belangrijkste oeuvre prijzen gekregen, zoals de P.C. Hooftprijs (1953) en de Constantijn Huygensprijs (1957). In 1954 werd Ferdinand Bordewijk benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau.


Ferdinand Bordewijk schreef in een opvallende stijl, die in verband kan worden gebracht met de tijd waarin hij leefde: het Interbellum (de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog). In deze periode heerste veel onzekerheid (vanwege de ervaringen uit de Eerste Wereldoorlog en de opkomende industrialisering). Kunst werd in deze tijd zakelijker en dat is terug te zien in de literaire stroming uit deze tijd waar Bordewijk toe behoord: de “Nieuwe Zakelijkheid.” Deze stroming kenmerkt zich door korte, bondige zinnen. Typisch voor Ferdinand Bordewijk is dat bij hem deze korte zinnen vaak in contrast staan met vreemde metaforen en beeldspraak.


(Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren 2009).


Ferdinand Bordewijk heeft ook geschreven onder de pseudoniemen Emile Mandeau en Ton Ven.


Verwerkingsopdracht: Autobiografische elementen


Het boek “Karakter” van Ferdinand Johan Wilhelm Christaan Karel Emiel Bordewijk bevat een grote hoeveelheid autobiografische elementen. De hoofdpersoon uit het verhaal – Jacob Willem Katadreuffe – doet een aantal dingen die duidelijk verwijzen naar het leven van Ferdinand Bordewijk en het is dus zeer waarschijnlijk dat de schrijver zijn eigen leven in zijn hoofd had toen hij het leven van Katadreuffe bedacht.


Allereerst heeft Ferdinand Bordewijk een periode van zijn leven in Den Haag gewoont. In deze periode heeft Bordewijk zijn gymnasium-diploma gehaald. Ook Jacob Willem Katadreuffe heeft een periode in Den Haag gewoond, maar niet om zijn middelbare school er toen, Katadreuffe heeft een sigarenwinkel in Den Haag gekocht toen hij hogerop wilde komen in de samenleving. Dit komt dus wel weer overeen met het leven van de auteur, want ook het behalen van een diploma doe je met de bedoeling later een betere baan te kunnen krijgen. Katadreuffe heeft overigens helemaal geen middelbare school gedaan, hij heeft toen hij in dienst was bij een Rotterdams advocatenkantoor privélessen genomen en staatsexamen gedaan.


Na zijn gymnasium opleiding ging Bordewijk naar Leiden om rechten te studeren aan de Universiteit Leiden. Ook Katadreuffe is na zijn staatsexamen rechten gaan studeren aan dezelfde Universiteit Leiden, maar hij kon de geen colleges volgen en moest het doen met geleende studieboeken en bijlessen van pivéleraren.


Na te zijn gepromoveerd werkte Ferdinand Bordewijk een paar jaar als advocaat bij een advocatenkantoor op de Boompjes 11 in Rotterdam en ook Jacob Willem Katadreuffe heeft (tot het eind van het boek) bij een advocatenkantoor aan de Boompjes in Rotterdam gewerkt – dat van advocaat, procureur, dispacheur meneer Stroomkoning – maar hij deed dit na te zijn geslaagd voor zijn doctoraalexamen terwijl hij alleen nog maar vage plannen had om in de toekomst misschien te gaan promoveren (het oude Nederlandse doctoraal diploma in de rechten – wat toen dit boek in 1938 geschreven werd nog bestond – komt tegenwoordig overeen met de graad van meester in de rechten, aangegeven met de afkorting LL.M. die achter de naam wordt geplaatst – dit staat voor “legum magister” wat Latijn is voor meester in de rechten).


Zoals te zien is beleefd Jacob Willem Katadreuffe veel avonturen die Ferdinand Johan Wilhelm Christaan Karel Emiel Bordewijk ook heeft beleefd, maar de verhalen zijn wel erg opgeleukt. Om te beginnen is het hele verhaal van de ruzie tussen Jacob Willem Katadreuffe en zijn vader deurwaarder Dreverhaven verzonnen, maar dit is niet het enige. Jacob Willem Katadreuffe komt uit een arm Rotterdams gezin terwijl Ferdinand Bordewijk in Amsterdam. Katadreuffe groeit op zonder zijn vader te kennen en Ferdinand Bordewijk had wel een vader, die een hoge ambtenaar bij het Departement van Waterstaat was, wat mij doet vermoeden dat hij ook niet bepaald arm was.


Jacob Willem Katadreuffe had een stroef karakter waardoor hij vaak ruzie had met zijn moeder, die net zo stroef was. Er is mij niet bekend of Ferdinand Bordewijk ook vaak ruzie met zijn moeder had, maar het zou mij niets verbazen als dit ook een autobiografisch element is, dit vermoeden is echter enkel gebasseerd op het feit dat veel dingen in dit boek autobiografisch zijn.


Aangezien er in dit boek geen tekst staat die zegt dat het op waarheid gebasseerd is en het een roman is, vindt ik dat je als lezer moet begrijpen dat delen van het boek verzonnen zijn, ook als je onderzoek gaat doen en er achter komt dat bepaalde elementen autobiografisch zijn. Daarom ben ik van mening dat het absoluut niet erg is dat Ferdinand Bordewijk in dit boek niet alleen de waarheid heeft verteld. Sterker nog, als een schrijver dit wel zou doen zouden autobiografische boeken volgens mij erg saai worden, want ik kan mij niet voorstellen dat iedere auteur een interessant verleden heeft. Ik denk zelfs dat het handig kan zijn om autobiografische elementen in een boek te zetten, omdat je dan als schrijver iets hebt om je verhaal aan ‘op te hangen’ en dan ken je ook de emotie die achter het verhaal zit, volgens mij maakt dat het makkelijker om een boeiend verhaal te schrijven.


Al met al kan ik maar één conclusie trekken: Ferdinand Bordewijk heeft er goed aan gedaan om een aantal autobiografische elementen in dit boek te zetten en ik ben er van overtuigd dat het hem zeer goed gelukt is een boeiend verhaal te schrijven wat is gebasseerd op waarheden, maar absoluut niet alleen de waarheid weergeeft.


Voor deze opdracht heb ik 731 woorden gebruikt.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Karakter door Ferdinand Bordewijk"