Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

De roos van Dekama door Jacob van Lennep

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas havo/vwo | 1627 woorden
  • 31 oktober 2019
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 4 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1836
Pagina's
633
Geschikt voor
vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover De roos van Dekama
Shadow
De roos van Dekama door Jacob van Lennep
Shadow
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Algemene gegevens:



De titel van het boek is De roos van Dekama. De schrijver is Jacob van Lennep en het jaartal van eerste druk is 1836. 



De schrijver:



Jacob van Lennep is de schrijver van dit boek. Hij werd geboren in 1802 (in Amsterdam) en overleed in 1868. Hij studeerde in Leiden. Hij heeft werken van Lord Byron en Walter Scott vertaald. Hij werd vooral beroemd door zijn historische romans (waaronder De roos van Dekama). Hij was Waals Hervormd maar had ook banden met de vrijmetselaars. Andere werken van hem:




  • Academische Idyllen

  • Het Dorp aan de Grenzen

  • Ferdinand Huyck

  • Elisabeth Musch 



Literaire periode/stroming:



De roos van Dekama is een historische avonturenroman. Het doel van het boek is amuseren. Het is een vlucht in het verleden (historie). En van de soorten historische romans is de historische avonturenroman. Hierin staat de historie centraal (niet de psychologische beschrijving van wat personages vinden, voelen en doormaken). De handelingen in het verhaal zijn gericht op het oproepen van spanning. De personages worden niet heel uitvoerig beschreven, niet uitgediept, wel de ‘couleur locale.’ 



Samenvatting:



Het gaat erom dat een Friese edelman een relatie had gehad met een Italiaanse vrouw. Daaruit was een kind voortkomen. De vrouw was al beloofd aan een andere man. Die was heel boos geworden. Het kind heeft ze laten opvoeden door een andere familie (vrienden). Zij hadden ook een zoontje van dezelfde leeftijd. Die 2 zijn later naar Holland gekomen. Daar vochten ze een werden ze ook edelman. Samen ontmoette ze een man uit Italië die het geheim van de jongens wist. Hij had een boodschap van de Italiaanse vrouw voor de Friese edelman (dat haar man overleden was) Die boodschapper kon ook vertellen wie de zoon van de Friese edelman was. Ze zouden er later achter komen wie de zoon van de Friese edelman was.



De Friese edelman was de voogd van een mooi Fries meisje. De twee jongens kregen ruzie wie haar mocht hebben. Het meisje heette de Roos van Dekama. Door de ruzie had de ene zoon de ander neergestoken. Hij was niet dood, maar dat wist de dader niet. De dader ontsnapte uit de gevangenis.



Ondertussen is er een oorlog aan het dreigen tussen Holland en Friesland. De ene zoon komt in het ene leger en de andere in het andere leger. Omdat de zoon in het leger van de Hollanders de zoon is van de Friese edelman, verraadt hij Holland. Omdat de zoon aan de kant van de Friezen er achter komt dat hij niet de zoon van de edelman is, verraadt hij Friesland. Zo komen ze allebei aan de goede kant. Friesland overwint en de Italiaanse vrouw komt op bezoek bij de Friese edelman. Ook de Roos van Dekama krijgt de persoon op wie zij verliefd is.



Genre:



Het boek is een historische roman, subcategorie: historische avonturenroman.



Thema:



‘Die wacht en stille zit’ krijgt geluk (Fortuyn), niet die er druk achteraan jaagt. (Deodaat merkt dit in zijn leven.)



Motieven:



De roos van Dekama komt de hele tijd terug. Het komt voor in een rijmpje (een voorspelling), het is Madzy’s naam, en aan het eind van het verhaal komt het nog terug omdat Deodaat daarmee het wapen heeft verrijkt.



Titel:



De titel slaat op Madzy. Zij is de roos, die het middelpunt is van de attenties en de onderlinge strijd van maar liefst vier mannen. De enige vrouwelijke hoofdpersoon in het verhaal. Het roosmotief heeft nog een tweede bindende functie: aan het eind van de roman lezen we dat dit symbool het wapen van Deodaat verrijkt heeft. Met terugwerkende kracht valt het verhaal samen te vatten als was het een sage: hoe de roos in het wapen der Aylva's terechtkwam.



Personages:



Jan van Arkel: Van Arkel is degene die de touwtjes in handen heeft, de regiefiguur. Hij is de sluwe intrigant die met mensen speelt en hen gebruikt als marionetten. Hij is superieur, hooghartig, onverstoorbaar. Van alle markten thuis. Moedig. Hoffelijk. 



Seerp van Adeelen: Seerp Adelen. Seerp is een Friese edelman. Altijd trots en hoogmoedig, toch is hij niet op persoonlijke macht uit, maar op politieke vrijheid. Fanatiek en agressief, zonder enige feelings voor intrige of diplomatie. Onverzettelijk, niet behoedzaam, wel achterdochtig.



Madzy: Lief, zit eigenlijk tussen drie vuren, omdat en Deodaat en Reinout en Seerp van haar houden. Zij is de aangenomen dochter van Aylva.



Deodaat: Hij is een Italiaan die naar Nederland is gekomen en hier edelman is geworden. Hij is dapper en rustig en eerlijk. Hij is een van de minnaars van Madzy ( hij trouwt later met haar) en hij is de wettige zoon van Aylva.



Reinout: Hij is ook een van de minnaars van Madzy. Hij is driftig en vooral jaloers maar hij heeft wel manieren (in tegenstelling tot Seerp van Adeelen).



Perspectief:



Het perspectief is hij/zij perspectief.



Tijd:



Het speelt zich af rond 1345.



Het verhaal is chronologisch. Maar wel met flashbacks.



Ruimte:



Het verhaal speelt zich af op heel veel verschillende plekken, in Haarlem, in Staveren, in Utrecht, op de boerderij van Aylva. Het zijn allemaal concrete aardrijkskundige plaatsen. Het verhaal speelt zich af in Holland en Friesland, en de ruimte is heel belangrijk omdat Holland en Friesland op dat moment oorlog hadden.



Structuur:



Er is geen proloog en ook geen epiloog.



Het verhaal heeft een gesloten einde.



Spanning en stijl:



WIe zijn die jongeman en dat meisje? Wie is die Barbanera? En wie zijn Sytsken en Seerp?



Die jongeman is Feiko en het meisje is Madzy, de roos van Dekama. Seerp is een Friese Edelman.



Hij roept vragen op bij de lezer.



De schrijver gebruikt hele lange en gedetailleerde beschrijvingen.



Het spannendste gedeelte vind ik als Deodaat wordt neergestoken: “Eer nog deze woorden geheel waren uitgesproken, had hij (Reinout) zijn dolk getrokken en stootte Deodaat in de borst. De jongeling wankelde en viel. Met een ontzettende gil schoot Madzy toe en ving hem op in haar armen, waarna zij, een knie ter aarde buigend, op de andere het hoofd van de gewonde steunde. Reinout had zijn dolk laten vallen en stond onbeweeglijk.” (Hoofdstuk 15)



Esthetische waarde



Het verhaal is mooi geschreven omdat je tot op het laatst niet weet hoe het af gaat lopen. Ook worden de emotionele situaties (bijv. tussen Deodaat en Reinout, Deodaat en Madzy, Reinout en Aylva, en Deodaat en Aylva) mooi beschreven. De schrijver heeft een mooie zinsbouw ondanks dat zijn zinnen vaak wel erg lang zijn. Bijvoorbeeld in de tweede alinea: “De bekoorlijke omtrek, die zich niet alleen door een in Holland zo zeldzame heuvelachtigheid onderscheidde, maar ook aan de adel de heerlijkste gelegenheid bood om in een klein bestek de rijkste genoegens van jacht en visserij te smaken, had in de nabijheid van de stad een steeds toenemend aantal aanzienlijke sloten en jachthuizen doen verrijzen.” Door deze lange zinnen en de ingewikkelde en lange beschrijvingen  vond ik het boek soms wel saai om te lezen en raakte ik ook soms de draad kwijt.



Ethische waarde:



Belangrijke waarden in dit verhaal zijn bijv, dat je moet wachten op het geluk en er niet achteraan moet jagen. Ik denk dat dit niet helemaal in lijn is met Bijbelse waarden, omdat de Bijbel zegt in Matteüs 5:3, Het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben. Want voor hen is Gods nieuwe wereld. (BGT) Het verhaal is redelijk spannend. Het 



mooiste gedeelte vind ik als Aylva zijn zoon en vrouw terugkrijgt:  



“ “Ach!” zuchtte de monnik: “het is al te waar! Deodaat ligt onder het puin van Sint-Odulf begraven.”



“Neen Broeder!” zeide de Abt, zich een traan uit het oog vegende: “Deodaat en nog een knaap zijn op den avond na den brand, toen gij op Awert-State waart, door Feiko halfdood in de kelders van het klooster gevonden: de Heer van Aylva en ik werden er alleen van onderricht, en wij besloten de beide jongelingen binnen Scharl verborgen te houden, uit vrees, dat het volk hen zou ombrengen. Wij hebben er met niemand over gesproken, ook met freule Madzy niet: want het was, dacht de Olderman, beter, dat zij den knaap dood waande, dan dat zij een hopelooze liefde voor hem bleef voeden:—en nu had de Bisschop ons beloofd, dat hij hen beiden, als tot zijn gevolg behoorende, zou met zich voeren;.... maar de Heer van Aylva is niet wel! hij moest wat schrikpoeder nemen.”



“Almachtige! hoe wonderbaar zijn uwe wegen!” riep de monnik: “ja waarlijk! mijn Heer van Aylva! Deodaat is uw zoon; hier is het geschrift, dat het u bewijst, de brief zijner moeder: en zoo wij u dien bedekt hielden, het was, omdat wij den jongeling als verloren beschouwden.”



“Ik kan niets lezen,” zeide Aylva, die, overstelpt van aandoeningen, in een zetel was neergezonken en vruchteloos de letters poogde te ontcijferen, die voor zijne van tranen glinsterende oogen schemerden: “maar wat behoef ik ook iets te lezen? mijn hart had het mij immers gezegd!”



“Bianca!” riep Aylva, opstaande en wankelende naar den Bisschop toetredende: “nog wel waardig!.... gij hebt haar dan gezien?.... o Hemel!.... die vreemde dame, die hier met u.... Hoogwaardigste! zijt gij een engel of een mensch?”



“Zij kon niet in Friesland komen,” vervolgde Arkel, dat vraagpunt in ’t midden latende, “eer de rust hier was teruggekeerd en ik had op mij genomen, haar tijding te zenden, zoodra gij gereed zoudt zijn, haar te ontvangen, en u op de wederzijdsche ontmoeting voor te bereiden.”



Aylva hoorde niets meer; hij snelde de trappen af: en weinige oogenblikken later lag hij in de armen van zijn gade en van hun zoon.”


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De roos van Dekama door Jacob van Lennep"