The yellow moped door Martyn Blake

Beoordeling 8.6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 4389 woorden
  • 17 augustus 2006
  • 172 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.6
  • 172 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1989
Oorspronkelijke taal
Engels

Boekcover The yellow moped
Shadow
The yellow moped door Martyn Blake
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
De gele motor

Hoofdstuk 1

De eerste keer dat Daniel de gele motor zag, kwam hij naar hem toe rijden zonder dat er een bestuurder op zat. Eerst kon hij zijn ogen niet geloven. Hij startte en glom. Daniel staarde ernaar, maar, zeker weten, de motor had geen berijder.

Toen de motor Daniel inhaalde, moest hij de stoeprand hebben geraakt, voor hij begon te waggelen. Het voorwiel draaide naar het trottoir. Hij kwam wankel omhoog, raakte de trottoirband, en zou eindigen als een hoopje op de grond, maar Daniel sprong ervoor en pakte het bij zijn stuur.

Ik heb je gered zij hij lachend. Je zou er heel gek uitzien, liggend in de goot, zou je niet? Je hebt dan je mooie gele lak beschadigd en je zou al je olie en benzine morsen. Maar wat ga ik nu doen moet jou?


De motor stond daar, zijn motor zoemde, zo nu en dan gaf hij een kleine schok naar voren. Alsof hij zij tegen Daniel, stap op dan gaan we een stukje rijden.

Daniel hield het stuur vastberaden vast. Hij weerde het voorstel van de motor.
Ik kan niet op je rijden zei hij. Ik ben nog maar 16. Ik heb nog geen rijbewijs, en dan moet ik belasting en een verzekering betalen, en les platen en een helm en…

Daniel wist deze dingen allemaal omdat hij had het verleden jaar gedroomd om zo’n motor te hebben. Hij had zijn zak geld gebruikt om tijdschriften en had geschreven naar bedrijven voor de aanbevelingsteksten en glimmende brochures, en ging naar de bibliotheek en lees de Which? Verslagen van motors (en de bibliotheek had ze niet en moest ze speciaal bestellen), en hij had gezeurd en gesmeekt of zijn vader hem een motor voor zijn 16e verjaardag wou geven (toen was het toegestaan van de wet om er een te hebben). Maar zijn vader had gezegd dat het te gevaarlijk was, hij moest wachten tot hij 17 was, en dan kon hij rijlessen nemen.

Het was echt niet eerlijk! Daniel zat in het zadel van de gele motor en liet de motor een beetje harder draaien. Hij antwoordde zoet door het stuur in draaigreep vast te pakken en trok een beetje harder aan Daniels armen.

Kom op, leek het te zeggen. Laat je voeten rustten op de steunen en ik neem je mee voor een klein ritje. Je kunt me niet op straat laten staan, toch? Iemand zal me stelen.

Daniel keek de straat door. Er was niemand die interesse zou hebben in de bestuurderloze motor. Ik kan je beter naar het politiebureau brengen, denk je niet? Nou, ik weet zeker dat niemand het erg vind als ik je daar heen rijd.
Hij gaf gas en haalde zijn voet van de grond….


Hoofdstuk 2

Toen het toerental opliep en de automatische versnellingsbak schakelde naar de hoogste versnelling, kwam Daniel erachter dat de kleine gele motor freewheelend snel 30 miles per uur kon halen. Winkels, huizen, busstations, geparkeerde auto’s en voetgangers flitsten voorbij in zijn ooghoeken, terwijl hij zijn blik geconcentreerd op de weg hield. De snelheid en de wind in zijn gezicht waren opwekkend.

Verder vooruit was een knipperbol aan het knipperen, en Daniel zag dat iemand aan het wachten was bij een zebrapad om over te steken. Hij gaf gas terug en de motor ging langzamer. Maar waar waren de remmen?

De wachtende vrouw stapte op het zebra pad, en Daniel begon in paniek te raken. Er was een pedaal bij zijn rechter voet, en hij trapte erop, hard. Hij ging langzamer, maar niet genoeg. Zijn linkerhand vond een hendel, en hij drukte hem in.

Het voorwiel remde en de motor gierde, slipte, en kwam trillend tot stilstand. Precies op tijd. Daniel keek op en zag een bekend gezicht naar hem staren, onderzoeken, op 2 feet weg.

Is dat Daniel Hope niet? Is me dat remmen, Daniel! Ik denk dat ik me veiliger voel in deze stad als je op een gewone fiets rijdt.

Daniels hart sloeg een slag over toen hij zag wie het was. Gillian had in zijn klas gezeten en hij had haar altijd aardig gevonden, maar hij had afstand gehouden van haar superieure bespottende stijl. Hij had gehoord van geruchten dat ze een goed examen resultaat had en ze werkte in het lokale ziekenhuis, maar ze had haar niet gezien sinds ze de school hadden verlaten. En hier was ze, in haar verpleegsters uniform, ze zag er goed uit en was echt volwassen geworden.

Gillian eh hai! Stamelde hij, en probeerde iets slims te bedenken om te zeggen. Ik was eh bijna over je heen gereden, maar ik veranderde van gedachten in de laatste seconden!

Het was een raar ding om te zeggen, maar nu wist hij niet wat hij verder moest zeggen. Nerveus liet hij de motor een beetje draaien, en de gele motor bromde aardig/vriendelijk.

Mooie machine, zei Gillian. Is hij van jou? Ik hoorde dat je nog geen baan had.

Nee, die heb ik niet. Maar het is mijn verjaardag vandaag, antwoordde Daniel, hij vertelde de waarheid, maar niet de hele.
Fijne verjaardag, sweet sixteen, zei Gillian, in een plagerige toon. Nou, ga je daar nu gewoon zitten of geef je me een ritje naar mijn werk?

Daniel dacht dat hij de motor echt naar het politiebureau moest brengen, maar hij kon Gillian niet zeggen dat de motor niet van hem was. Maar, hoe dan ook, hij wou de kans niet mis lopen om iets meer over Gillian te weten te komen. Hij gebaarde dat Gillian op moest stappen.

Het voelde goed met Gillian achter hem, haar handen rustten rustig op zijn heupen. Ze was een goede duopassagier, leunde met hem voorover in de bocht, maar toch voelde de kleine motor haar gewicht bij langzame snelheden en bij heuvels. Daniel wou ook zeker weten dat hij gewend was aan de remmen, remde soms meer af dan nodig, zo dat er geen paniek meer was bij oversteekplaatsen en bij wegaansluitingen.

Op een punt kwam hij er op een rare manier achter dat andere mensen hem vertrouwden met hun leven. Het was een groot, serieus gevoel, en toen het langer duurde, voelde hij zich meer volwassen dan hij zich ooit had gevoeld.

Al veel te snel, echter, waren ze bij het ziekenhuis, en Gillian stond weer en was apart en superieur.

Leuke rit, Jarige jongen! Waarom bel je met niet en neem me mee uit voor een ritje dit weekend?

Daniels hart sprong op. ‘Ook, misschien doe ik dat wel!’

Gillian was klaar om te gaan, maar draaide zich toen om, bedachtzaam, ‘Oh, maar helmen mee. Je bent een goede rijder, maar ik hou er niet van om domme risico’s te nemen. Tot ziens. En een fijne verjaardag!’

Hoofdstuk 3
Daniel zat en keek hoe Gillian terug liep naar de glazen deuren van het ziekenhuis die haar opslokten en achter haar sloten, hem alleen latend. Hij richtte zijn aandacht aan de gele motor, welke trouw zoemend tussen zijn benen zat.

‘Nou, maat,’ zij hij tegen de motor, weemoedig, ‘het heeft zeker mijn leven veranderd, een jou om me heen hebben. En nu geloof ik dat ik je naar het politiebureau moet brengen. Gillian zal niet meer in me geïnteresseerd zijn als ze erachter komt dat jij niet van mij bent. Damn!’

Een golf van woede en zelfmedelijden rees op in Daniel. ‘Het is niet eerlijk’ huilde hij. Vader reed motor voor hij een auto kreeg, maar hij wil mij er geen laten hebben. Damn, damn!

Hij liet de motor vel draaien, maar in plaats van op te ronken hem op hoge snelheid wegdragen van het ziekenhuis grond, de motor van de gele motor begon te sputteren en sloeg af. Daniel trapte tegen de starter een keer, twee keer, drie keer. Er was een raar gezoem. Maar de motor weigerde om aan te slaan.

‘Laat je me nu in de steek?’zij Daniel tegen de gele motor. The chromen motor knipoogde naar hem in de zon. ‘Nee, je bent nog steeds mijn vriend. Je wilt niet dat ik weg cross in een topsnelheid en vermoord wordt. Ok, ik ben nu kalm,’zij hij tegen de motor. ‘En aangezien we nu dicht bij huis zijn, zullen we Gillians advies opvolgen en vaders oude valhelm ophalen voor we naar het politiebureau rijden.

De motor grinnikte. Alleen het geluid van de motor die aan het afkoelen was, ongetwijfeld, maar voor Daniel leek het een vriendelijk akkoord. Hij trapte op de starter. De motor sloeg aan, makkelijk…

Hoofdstuk 4

Daniel en de kleine gele motor neurieden langs de lommerrijke landwegen die van het zieken huis naar Daniel’s huis ging. Daniel neuriede: ‘Oh, wat een lol om te leven, om 16 te zijn, om te rijden met Gillian, om te rijden op de gele motor!’ De gele motor neuriede, ‘De weg is voor mij, de kronkelige weg, de gladde zwarte landweg, de hangend bomen!’ Daniel en de gele motor neurieden, samen, in overeenstemming met elkaar.

Al veel te snel, verscheen Daniels huis voor hen. Daniel keek in de spiegel om zeker te weten dat weg achter hem schoon was, toen deed hij de richting aanwijzer aan, remde, en reed in zijn vaders oprijlaan. Toen stapte hij van de motor af en zette hem op zijn standaard, toen opende hij de garage deur. Hij reed de motor de laatste paar feet in de garage, zette hem terug op zijn standaard en deed de motor uit.

Daniel liep naar achteren en bekeek de motor, zijn glimmende gele schilderwerk is nu een beetje gespetterd met vuil door de landwegen. Zijn koplamp, stond schuin naar voren, het leek alsof hij hem vragend beschouwde met zijn grote oog. Wat gaan we nu doen? leek het te zeggen.

Daniel huilde. Het is niet eerlijk, snikte hij. Je zou van mij moeten zijn. Waarom mag ik geen motor hebben van vader? De gele motor keek naar hem met zijn ene vaste oog. Het leek te zeggen, Huilen zal niet helpen, wel?

Nee, huilen helpt helemaal niet. Maar ik heb alles geprobeerd maar vader wil me nog steeds geen motor geven.

Later, Daniel stopte met huilen, toen hij afgekoeld was, een nieuwe gedachte schoot hem te binnen. Hij dacht aan hoe Gillian verdween achter de ziekenhuis deuren en zo, ontstond het, Ik neem een baan, veel banen, en ik koop een motor op afbetaling, vader of geen vader!

De gele motor leek hem verwijtend van opzij aan te kijken.

Oh, kleine gele motor! Huilde Daniel. Jij bent degene die ik echt wil. Maar ik weet niet van wie je ben en of je te koop ben. Maar als het kan koop ik je.

Nu de valhelmen, dacht Daniel, en begon te rommelen in de kasten. Er waren spullen in alle soorten. Auto spullen en timmerman spullen, tuin spullen en huis spullen, zagen en sleutels, schoppen en reserveonderdelen. Er waren dozen met poetsdoeken, dozen met oud porselein, dozen met bloempotten. Zaadjes, kweekbakken, bloembollen. Rubberlaarzen, handschoenen en een motor helm.

Beter, ontdekte Daniel, toen hij de spullen van de kast uitstrooide over de garage vloer, waren er 2 helmen. Een voor Gillian, dacht hij opgewekt. Als ik een motor kan kopen voor ze haar interesse verliest.

Daniel inspecteerde zijn vindingen zorgvuldig. Het waren ouderwetse helm typen, maar ze waren in een goede staat, met hun leren binnenwerk en riemen intact, en stevig. Waarom had vader er twee? Daniel vroeg zich af, nadat hij ze geprobeerd had. Een paste goed, de andere was veel te klein. Daniel keek er opnieuw naar. De kleine was wel goed voor Gillian. Het leek een meisjes helm, maar wie was vaders duopassagier?

Daniel stond op met zijn prijzen en draaide zich om, waar hij zijn moeder zag die vragend naar hem aan het staren was, vanuit de garage deur.

Hoofdstuk 5

…Scotland en Wales, Cornwall, the Lakes, The Peak District, we gingen overall heen op die motor. Daniel moeder stond op om de lunch borden van de tafel op te ruimen. Ze ging koffie inschenken. ‘Wel, een zomer stoken we het continent over. We zagen Frankrijk, België, Holland, Denemarken. Een beetje van Duitsland ook nog een beetje, als ik me het goed herinner.’ ‘Ik kan me het niet voorstellen, jij achter op een motor, Mam,’ merkte Daniel op, een stukje chocolade cake accepterend.

‘Nee. Nou, nadat jij was geboren, was er niet veel tijd meer voor. Vader vind het nog steeds leuk om hem te gebruiken als hij uitging in zijn eentje; dat herinner je. Maar toen kregen we de Mini, nou, de arme motor werd verwaarloosd, tot hij nergens fit meer voor was behalve voor de sloop. Deze dagen, natuurlijk, een beetje enthousiasme zou haar weer beter maken, maar ze was een veteraan. Maar toen…’

Daniel en zijn moeder dronken hun koffie op in stilte. Daniel dacht aan zijn moeder voor ze hem had. Ze was, wat, 35 nu, dus ze was 19 toen hij werd geboren. Dat was maar 3 jaar ouder dan dat hij nu is. Hoe was zij toen? Had ze spijt dat ze hem gekregen had, om de motor vakanties op te geven voor hem? Wat had ze nog meer opgegeven voor hem?

Daniels moeder dacht ook terug. Ze was 16 toen ze Peter ontmoette, Daniels vader. Zo oud was Daniel nu. Ze hadden zulke leuke tijden. Haar ouders hadden iets tegen Peter. ‘Wat is er goed aan hem?’ vroegen ze. ‘Alles wat hij weet is hoe hij op die motor moet rijden. Je hebt een vast iemand nodig.’ Nou, ze hadden het verkeerd. Ja, hij leefde voor zijn motor. Ze waren naar plaatsen geweest waar geen van hun vrienden ooit van had gehoord. Maar toen Daniel kwam, hij was vast als steen. Hij stond haar bij. Hij wist wat belangrijk was.

‘Mam,’ zei Daniel, de stilte doorbrekend. ‘Kijk, ik kan niet inzien waarom in geen motor zou mogen hebben.’

Ze keek op naar Daniel, bedachtzaam. Ja, hij was volwassen aan het worden. Je kon bijna veranderingen zien gebeuren.

‘Okee, lieverd. Ik zal er met vader over praten. Maar ik denk dat je een baantje moet nemen om te helpen hem te betalen. Ik denk niet dat we het ons anders kunnen veroorloven.

Daniels hart sprong op. ‘Mam, meen je het? Dat is geweldig! Ik weet zeker dat ik een baantje krijg, ergens.

‘Nou, ik zei alleen dat ik er met vader over zou praten.’

‘Maar je kunt hem wel ompraten, zou je niet, mam? Vroeg
Daniel bezorgt.

‘Ik geloof van wel,’ lachte ze.

Hoofdstuk 6

Na de lunch met zijn moeder, ging Daniel weer op weg naar de gele motor. ‘Ik ben nu een echte motor rijder,’ dacht hij, zijn vaders riempje van de valhelm voelend onder zijn kin.

‘Broom, brr-,’ leek de gele motor te antwoorden. ‘Zeg me maar waar je heen wilt en ik breng je erheen,’ zong het. ‘We kunnen suizen langs de landwegen, de wind in ons gezicht voelen, mussen van heggen jagen, en het grazende vee in de wei opschrikken. ‘Of we rijden de stad in en gaan naar wat vrienden, wat lol maken, een film kijken. Vertel me alleen waar je heen wilt.’

Maar ze gingen naar de stad, puften steile High Street op waar het politie bureau stond, de motor zong een toontje lager. ‘Oh, het is tijd om te scheiden. Je gaat me nu verlaten. Oh, woe!

Daniel zette de gele motor aan de voorkant van het politiebureau en zette de motor uit. ‘Geef de moed niet op, kleine motor,’ troostte hij, en gaf klopjes op de benzine tank. Binnen in, voelde Daniel zich leeg. Dit was het afscheid van de gele motor.

Daniel zette de motor op zijn standaard en nam de sleutels uit het contact. Toen, zette hij een braaf gezicht op en marcheerde naar het politie bureau.

Hoofdstuk 7

Binnen het politiebureau was het donker, koud en stil. Daniel keek op naar de toonbank dat de receptie door de helft verdeelde, en drukte op de bel. Aan de andere kant van de toonbank zag hij donkere gestalten bewegen achter een matglazen raam. Na een tijdje ging de deur open en de sergeant stapte erdoor.

‘Goede middag, jongeman,’ zei de politieman, vriendelijk. ‘Wat kan ik voor je doen?’

Al snel voelde Daniel zich bang. Hij had rondgereden op iemand anders motor, de hele morgen, zonder helm, zonder rijbewijs, zonder L-plates. Hij bad dat de politieman hem geen lastige vragen zou stellen.

‘Goede middag, meneer,’ zei hij, diep adem halend. Ik heb een motor gevonden. Hij reed naar beneden zonder berijder. Ik dacht dat ik hem beter hierheen kon brengen.

De politieman pakte een groot leergebonden boek van beneden de toonbank en legde het neer met een harde plof. Hij keek vluchtig naar de klok aan de muur en begon met schrijven, en in zichzelf te mompellen tegelijker tijd.

‘Veertien-nul-zeven. Gevonden. Motor.’ Toen tegen Daniel, ‘Wat is je naam, meneer?’

‘Daniel Hope,’ antwoordde Daniel.

‘Daniel Hope,’ herhaalde de politieman toen hij aan het schrijven was. En waar vond je de motor?

‘In Market Street,’ zei Daniel.

‘Mar-ket-Street,’ schreef de politieman. ‘En hoe laat was dat meneer?’

‘Uhm – een paar uur geleden,’ antwoordde Daniel, zo vaag mogelijk.

De politieman keek op, vragend. Hij keek in Daniels gezicht. Daniel voelde zichzelf blozen. De politieman keek hem nog even aan, en knikte langzaam. ‘Laten we zeggen late morgen, zullen we meneer?’. Hij ging verder met schrijven en Daniel begon weer te ademen.

Daniel nam de politieman mee naar buiten om hem de motor te laten zien.
De politieman liep langzaam om de motor heen, hem zorgzaam inspecterend. Toen schreef hij in een klein zwart notitieboek. ‘Geel – Suzonda – TDA 99F.’

Misschien zou je willen wachten terwijl ik informeer, meneer? Of je kunt je naam en adres achterlaten. Soms is er een beloning.’

Daniel scheidde onwillig van de kleine gele motor, maar hij wou niet terug naar binnen bij het politiebureau, dus ging hij op het zadel van de motor zitten terwijl de politieman terug naar zijn bureau ging.

Hoofdstuk 8

Er gingen vijf minuten voorbij, toen tien, en Daniel zat nog steeds te wachten. Hij had geen neiging om uit te gaan vinden wat de politieman aan het doen was. Hoe langer hij weg was, hoe beter. Zo kon Daniel nog een paar minuten met de gele motor doorbrengen.

‘Je gaat nu weer terug naar je echte eigenaar,’ zei hij tegen hem, verdrietig. ‘De politieman zal zo weer terug komen, en iemand, iemand zal je als vermist hebben opgegeven. Ik moet de sleutel straks overhandigen aan de politieman en weglopen van je en je nooit weer zien. Of , ik zal je nog een keer zien, met iemand anders die je berijd.’

Daniel zat ingestort over het stuur. De wereld om hem heen was donker geworden. Hij was zich nergens van bewust behalve van de gele motor.

‘Niet opgeven, Daniel,’ een stem leek naar hem te fluisteren. ‘Je begon de dag met niets. Je hebt de gele motor deze morgen gehad. Je bent vrienden geworden met Gillian. Mam gaat vader ompraten om je een motor te laten hebben. Dit allemaal is uit het niets gekomen. Wacht en zie wat er nu gebeurt. Geef de hoop niet op.’

Daniel trok zich recht omhoog, en zag de politieman weer verschijnen door de deuren van de politiepost. ‘Ah, Meneer Hope,’ riep hij. ‘We hebben de eigenaar van de motor gevonden. Hij is jou heel dankbaar omdat je hem hebt terug gebracht en hij vraagt of je de motor bij hem af wilt leveren. Hij woont niet ver weg, en hij wil je wat geven.’

‘Natuurlijk zal ik hem brengen,’ antwoordde Daniel, zo blij dat hij nog een excuus had om nog een ritje te maken op de motor. Hij zou het, indien nodig, aan de andere kant van de stad of, beter nog, aan het andere eind van het land af leveren. Maar, toen de politieman hem het adres gaf, hij zag dat het, inderdaad, maar een paar minuutjes rijden was.

‘Weet je waar het is?’ vroeg de politieman.

‘Ja, dat weet ik,’ bevestigde Daniel, en hij en de motor maken zich klaar voor hun laatste ritje.

Hoofdstuk 9

De motor startte met tegenzin. Daniel schopte, en schopte en schopte tegen de starter en uiteindelijk ging de motor akkoord om te gaan. ‘Vroom!’ brulde het. ‘Onze laatste rit!’

‘Onze laatste rit,’ echode Daniel, hij vertrok, reed door de High Street, door het stadscentrum druk met klanten en verkeer, over de kanaalbrug, in de stillere, armere, industriële kant van de stad.

Heel veel fabrieken die ze passeerden vertoonden geen teken van leven, het was donker, er waren gebroken ramen, de poorten waren op slot met een hangslot of hingen gewoon open, er waren geen auto’s of mensen zichtbaar in de concrete werven. Andere fabrieken leken schaduwen van hun vroegere zelf, waar een klein stuk van de begaande grond gebruikt werd, terwijl de rest van het gebouw een gebroken lege romp was. Alsof het de indruk wekte dat het wegkwijnde, de motor wordt langs een ziek gehouden weg met kuiltjes gestuiterd en geschokt.

Uitvoerig, echter, kwamen ze aan in een nieuwer gebied. De weg werd ‘smoother’, de gebouwen werden kleiner, schoon en goed- aangestoken. Gras en bomen groeiden voor hun. Daniel vond het adres waar hij naar aan het zoeken was. ‘Autospeed Ltd.’ zei een bordje op de poort, toen Daniel de motor het werf op reed. ‘Dit is het,’ zuchtte de gele motor.

‘Vaarwel, gele motor,’zei Daniel, verdrietig, terwijl hij de sleutels uit het contact haalde. Hij zette de motor op zijn standaard voor de laatste keer en liep weg zonder achterom te kijken. ‘Vaarwel, Daniel Hope,’ dacht hij te horen. Of was het, ‘Vaarwel, Daniel. Hoop!’?

Hij ging het gebouw in. Er was een receptie balie en daarachter een grote heldere ruimte, vol met werkende mensen. Mensen achter schrijfmachines, mensen bij telefoons. Mensen bij computerterminals. ‘Had ik maar een baan,’dacht Daniel boos, ‘dan kon ik de motor houden.’

Hij ging aan de balie staan en liet de sleutels erop vallen. Hij voelde zich zo slecht dat hij weg wou gaan zonder iets te zeggen tegen wie dan ook. Als hij tegen iemand zou moeten praten, voelde hij dat hij in tranen uit zou barsten. Hij draaide zich om, om weg te lopen.

‘Jij moet de jonge man zijn die onze motor heeft gevonden.’ Een gezette man op middelbare leeftijd liep haastig naar hem toe. Zijn buik klotste en hij stak zijn arm uit. ‘Laat me je een hand schudden. Ik weet niet hoe ik je moet bedanken. Je hebt mijn dag echt gered. Kom alsjeblieft mee naar mijn kantoor. Kom, Kom, hierlangs.’ De mand wond zich om hem op, zodanig dat Daniel niet kon helpen dat hij moest glimlachen, en hij liet toe om voor te gaan naar het kleine kantoor.

‘Ik ben Mr Smart,’ stelde de man zichzelf voor, ademloos. ‘Ik ben de verkoop manager hier. En jij bent…?’

Daniel Hope,’ antwoordde Daniel.

‘Ah, Hope, ja, Daniel. Het was zo vreselijk, weet je. Ik ging de stad in om deze motor van de winkel op te halen. Gloed nieuw, weetje. We zouden hem gaan gebruiken voor leveringen aan garages. Onmiddellijke reactie, en al dat, u kent dat soort dingen.

Daniel wist het niet, maar Mr Smart stopte zijn stroom van woorden niet om erachter te komen.

Goed, ik ben geen motorrijder, weet u, maar iemand moest gaan, en onze advertentie staat niet in de krant tot vrijdag, weet u, en ik probeerde op de motor te komen, en de verkoper hield hem voor me vast, en hij reed weg in zijn eentje. Ik viel plat op mijn gezicht, nog steeds een pijnlijke neus en de verkoper kwam boven op mij neer in een poging mij te vangen, later toen we van elkaar af waren, moest de motor ergens gezien zijn. Goed, we gingen in de auto van de verkoper, en zochten er overal naar, angst aanjagend, hij zou maar tegen een of andere slechte voetganger op gelopen zijn. Ik dacht dat ik hem kwijt was.

Daniel begon Mr Smart aardig te vinden en voelde zich comfortabel genoeg bij hem om hem te onderbreken. Ook, had hij iets gehoord waar hij iets meer over wou weten.

‘Mr Smart,’ begon hij.

‘Oh excuseer mij, Daniel, snaterde hij zoals dit, ik ben gewoon zo opgelucht, weet je. Maar ik moet je een kop thee geven. Hoe wil je het hebben? met melk? Met suiker?

‘Het is goed, Mr Smart. Ik wil geen thee. Dank u wel.

‘Oh, heel erg, Daniel. Dan moet ik je iets geven voor je moeite. Het is een dergelijke hulp voor mij, dat je hier helemaal bent gekomen.’ Mr Smart pakte zijn portemonnee en startte met 10 pound briefjes te pakken. ‘Twintig?’ Nee je verdiend meer. Dertig?’

Daniel lette op de geld tellende Mr Smart en werd verleid. Hij had nooit zoveel geld voor zichzelf gehad. Maar hij hield zich in.

‘Ik wil geen van beiden, dank u, Mr Smart.’

‘Hij deinsde terug. ‘Je wilt het niet? Waarom in hemelsnaam niet? Je hebt het verdiend.’ Hij probeerde de briefjes in Daniels hand te drukken.

Daniel sprong terug alsof hij hem wilde vergiftigen. Hij nam een grote hap lucht.

‘Dank u Mr. Smart, maar ik wil iets anders.’

Mr. Smart keek wachtend naar Daniel.

‘U zei dat u de motor zelf op moest halen omdat u wachtte voor een advertentie in de krant. Je adverteerde een baantje, om op de motor te rijden. Ik wil dat baantje?’

Hoofdstuk 10

Dus Daniel kon terug naar huis rijden op de gele motor, na alles, en de volgende dag hij reed naar zijn werk, naar Autospeed Ltd., voor hun reed hij door de stad en soms naar dorpen in het omliggende land, hoe dan ook, inderdaad, iemand had motorreserveonderdelen met haast nodig. Hij was heel blij. Mr. Smart was heel blij, waar hij dan ook heen snorde.

Daniel verzond zijn voorlopige vergunning nog diezelfde dag. Zijn vader en zijn moeder lieten hem hun oude valhelmen houden en betaalden voor zijn rijlessen. Mr. Smart ging akkoord, dus hij mocht lessen in werk tijd en, toen hij realiseerde hoe graag Daniel een eigen motor wilde, stond hij het toe om voor een paar pound per week het uit zijn eigen loon te betalen. Toen het weekeind kwam nam Daniel zijn L- platen van zijn motor af toen hij Gillian ging ophalen, goed, iedereen zou in de verleiding zijn dat te doen, zou het niet?

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

N.

N.

mooi dit boekje moest ik lezen en kijk op internet en hier staat heel het verhaal en nu heb ik een 10 voor engels ik had het boekje in het engels

11 jaar geleden

D.

D.

The chromen motor knipoogde naar hem in de zon.??? das half engels half nederlands

10 jaar geleden

G.

G.

super handig! dank je wel

9 jaar geleden

Andere verslagen van "The yellow moped door Martyn Blake"