The hairless Mexican and The traitor door William Somerset Maugham

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vmbo | 14570 woorden
  • 24 maart 2007
  • 48 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 48 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1928
Pagina's
395
Oorspronkelijke taal
Engels

Boekcover The hairless Mexican and The traitor
Shadow
The hairless Mexican and The traitor door William Somerset Maugham
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: The hairless Mexican and the traitor
Auteur: W. Somerset Maugham

Grote samenvatting:
De haarloze Mexicaan en de verrader

De eerste wereld oorlog begon in 1914. Veel landen vochten voor deze oorlog. De landen die het meest betrokken waren in deze 2 verhalen zijn Engeland, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Italië. Engeland en Frankrijk waren de ene kant, en Duitsland de andere kant. Zwitserland en Italië waren neutrale landen. Zij vochten niet in deze oorlog. De 2 verhalen in dit boek gaan beide over een man, genaamd Ashenden. Hij vocht niet als een soldaat in de oorlog, maar werkte als een spion voor de Britten. Een spion die informatie verzamelde over de plannen van de vijanden. Hij probeerde zoveel mogelijk te leren over de vijand en geeft informatie aan de mensen die achter hem stonden. Ashenden gaf de informatie die hij had verzameld aan een man, bekend als R. R behoorde tot de Britse geheime dienst. Hij verzamelde informatie van vele spionnen en gaf het aan het Britse leger. Zo kon het leger plannen maken om te vechten in de oorlog. Maar een paar belangrijke personen wisten dat Ashenden een spion was. In deze 2 verhalen vertelt Ashenden dat hij een schrijver is. Hij gebruikte de naam Somerville, dus niemand wist zijn echte naam.

Hoofdstuk 1: Ik leer van mijn nieuwe baan
Mijn naam is Ashenden en ik ben schrijver. Maar tijdens de eerste wereld oorlog werkte ik als spion voor de Britten tegen de Duitsers. Toen ik spion was, ontmoette ik de haarloze Mexicaan. Hij was een of de meest gevaarlijke en geïnteresseerde mannen die ik ooit had ontmoet. Maar nu begin ik waar mijn verhaal begon…..

Het verhaal begon in de lente van 1914. Ik was een boek aan het schrijven over Zwitserland en ik wilde meer leren over het land. Met deze gedachte verliet ik Engeland en ging ik 1 jaar in Zwitserland leven. Een paar weken voor ik vertrok uit Engeland, ontmoette ik een oude schoolvriend. Deze vriend legde uit dat hij werkte voor de geheime dienst van het Britse leger. Mijn vriend zei dat de oorlog komende was, en dat de hoofdvijand Duitsland was. Maar Zwitserland wilde niet met de oorlog meedoen. Zwitserland was een neutraal land, en ik wilde daar wonen. Iedereen zou denken dat ik een schrijver was, het zou makkelijk zijn om dingen te leren over de vijand’s plannen. Niemand zou weten dat ik een spion was. De resultaat van het bezoek van mijn vriend was dat ik begon met werken voor de geheime dienst van het Britse leger. Voor dat ik naar Zwitserland ging, ging ik naar een groot langhuis in het noorden van Engeland. Daar kon ik leren hoe ik een spion moest zijn. Ik had veel dingen om te leren. Een van de meest moeilijke dingen was berichten lezen in codes.
Een code is een geheime taal. Wanneer je een bericht schrijft in codetaal, kan niemand weten wat de code betekent. Dit is natuurlijk erg belangrijk in de oorlog. Je kunt zo berichten zenden over de plannen van de vijand, en niemand kan het berichtje lezen. Ik heb verschillende moeilijke codes geleerd. Tot slot ga ik naar Zwitserland in juni. De eerste wereldoorlog begon in augustus. Mijn taken waren simpel. Elke weer, moet ik een lijst zenden van de namen van de Duitsers naar London. Deze Duitsers bezoeken Zwitserland of andere landen. Ik moest deze lijst zenden in code. Ik vond het altijd moeilijk om de correcte code te herinneren. In de lente van 1915, had ik mijn eerste belangrijke taak. Ik kreeg taken binnen uit Londen, in code, dat ik naar Zwitserland toe moest. Ik ging naar een hotel in Lyon in Frankrijk. Ik ontmoette in het hotel het hoofd van de geheime dienst. Niemand wist zijn echte naam. Iedereen kent hem als ‘R’. Ik realiseerde dat het werk heel belangrijk was, omdat R mij zelf wilde ontmoeten. Mijn orders vertelde me om naar hotel Splendide in Lyon te gaan. In hotel Splendide zorgde ik ervoor dat ik in kamer 25 ging. Ik moest wachten in kamernummer 25 toen iemand op de deur klopte. Deze persoon zou vragen of ik een engelse krant wilde lenen. Dan wist ik dat het persoon R was. Ik ging in de avond naar Lyon en ging naar het hotel Splendide. Ik vroeg naar de kamer 25, deze was leeg. Ik maakte het mezelf comfortabel in de kamer en begon aan een spannend boek. Niet veel later, hoorde ik iemand op de deur kloppen. Ik opende de deur en daar stond een goed geklede Engelsman. Sorry, zei hij. Heb je een engelse krant die ik kan lenen. Ik realiseerde me dat deze man R moest zijn, ik vroeg hem binnen te komen.
R kwam de kamer binnen. Hij ging nergens zitten. Hij liep langzaam rond in de kamer. Wanneer hij bij de gordijnen kwam, opende hij ze een klein beetje en keek voorzichtig door de kamer. Ik dacht dat iemand me volgde, zei hij tegen me. Maar ik kan niemand buiten zien. Rustig, ik wil geen kansen geven. Hij keek naar me en ging zitten. Er was een glimlach op zijn lippen, maar zijn ogen waren koud en serieus. Ik wist wat hij dacht over de baan dat hij wilde dat ik deed. Er was een stilte van 2 of 3 minuten en toen begon hij te praten tegen me. Een man komt hierheen om ons vanavond te zien, zei R. Hij wil hier zijn rond 11 uur. R keek op zijn horloge. Het was pas half 11. De man kwam pas over een half uur.

3. De toer begint
Wanneer ik arriveerde op het station, ging ik naar de wachtkamer en ging zitten op een comfortabele stoel. Ik pakte een boek en begon te lezen. Het was bijna tijd, voordat de trein arriveerde bij het station. Ik voelde me een beetje angstig, want de Mexicaan was er nog niet. Daarom ging ik naar het perron en zocht hem. De trein voor Rome arriveerde. De Mexicaan was nergens te bekennen. Ik begon me zorgen de maken. Ik liep op en neer op het perron en keek in alle wachtkamers, maar ik kon hem niet vinden. Wat moet ik doen? Ik dacht eraan in de trein te stappen en 2 plaatsen te zoeken. Ik stond bij de deur en keek op en neer over het perron, en naar de klok. Ik moest mogelijk alleen reizen. Ik voelde me boos worden op de Mexicaan en vroeg me af wanneer hij eindelijk zou komen. Er waren nog 3 minuten te gaan, toen nog 2, daarna nog 1. Het was een late nacht en het perron was leeg omdat iedereen in de trein zat. Toen zag ik de haarloze Mexicaan. Achter hem 2 portieren met zijn bagage, een andere man weerde een uniform. Ze liepen langzaam naar de trein. Ze zagen er niet gehaast uit. De Mexicaan zag me en zwaaide naar me. Hallo, zei hij. Ik ben benieuwd wat je is overkomen. Schiet op, zei ik ongeduldig. Wanneer je jezelf niet haast, missen we de trein. Ik mis nooit de trein, zei de Mexicaan. Heb je goede plaatsen? Hij stelde de man voor in uniform. Dit is de stationchef. Ik knikte naar de man in uniform. De Mexicaan keek naar de plaatsen die ik had gevonden. Maar dit is een ordinaire ruimte, zei de Mexicaan verbaasd. Ik ben verschrikt, ik kan hier niet in reizen. Hij draaide en sprak tegen de stationschef. Je moet een betere coupé vinden. Inderdaad, generaal, zei de stationschef. Ik wil je de beste coupé geven die we hebben op de trein, met 2 bedden. De Mexicaan keek tevreden. Dat is veel beter, zei de Mexicaan. Ik ben je erg dankbaar. Hij schudde zijn hand met de stationschef. Ik zal je niet vergeten. Ik zal de Minister vertellen hoe behulpzaam u was. Dat is aardig van je, generaal, zei de stationchef. Ik ben je erg dankbaar. De pijpen van de trein blies, en de trein startte uit het station. Dit is beter dan die ordinaire coupé, meneer Somerville, zei de Mexicaan. Het is altijd beter om comfortabel te reizen, ik was een beetje geïrriteerd. Waarom was je zo laat, vroeg ik. Je had bijna de trein gemist. Wanneer je de trein had gemist, waren alle plannen mislukt. Er was geen enkel gevaar dat ik de trein miste, antwoordde de Mexicaan. Wanneer ik arriveerde, vertelde ik de stationschef dat ik Generaal Carmona was, de commandant van het Mexicaanse leger. Ik zei dat ik in Lyon was voor een paar uur, om te spreken met de Franse minister. Ik vroeg de stationschef of de trein kon blijven wachten wanneer ik te laat was. Ik vertelde hem dat mijn regering hem dankbaar zou zijn. Ik voelde me niet meer boos. Ik was geamuseerd in het verhaal dat hij had verteld aan de stationschef. Ik voelde dat de Mexicaan een goede partij was in het reizen naar Rome. Ik was er van overtuigd dat hij meer interessante verhalen zou vertellen. De Mexicaan trok zijn laarzen uit, en ging liggen op zijn bed. Hij pakte een sigaret en rookte het. Nu moeten we slapen, zei hij. Slaap zacht. Een paar minuten later, hoorde ik de Mexicaan stilletjes ademen, en ik realiseerde dat hij sliep. Even later viel ik zelf in slaap. Na een tijdje, werd ik wakker. Ik zag dat de Mexicaan nog steeds sliep en stil lag. Hij had een mantel over hem liggen als deken. Hij droeg nog steeds zijn pruik. Op een gegeven moment geen de trein langzamer, en remde met een hard geluid. Direct, voordat ik realiseerde dat er iets gebeurde, sprong de Mexicaan op. Wat is het, schreeuwde hij. Niets, zei ik. De trein stopte, dat is alles. De Mexicaan ging zitten op zijn bed, en deed de lamp aan. Je werd snel wakker, terwijl je een vaste slaper bent, zei ik. Je moet snel wakker kunnen worden in mijn baan, antwoordde de Mexicaan. Ik wilde hem vragen wat zijn baan was. Was het nou een moordenaar of een commandant van het leger?. Maar ik vroeg het hem niet, ik bleef stil. De generaal opende zijn tas, en pakte er een fles cognac uit. Wil je wat cognac, vroeg hij aan mij? Het is goed voor je wanneer je plotseling nachts wakker wordt. Ik wijste het af. De Mexicaan stopte het flesje naar zijn lippen, en stopte wat brandy in zijn keel. Daarna lachte hij en rookte een sigaret.

4: De volgende morgen.
De trein startte weer en ik sliep. Wanneer ik wakker werd, was het weer ochtend. Ik draaide om in mijn bed en zag dat de Mexicaan ook wakker was. De vloer bij zijn kant lag onder de sigaretten en de lucht was dik en grijs van de smok. De raam was dicht. De Mexicaan wilt de raam niet open doen, omdat hij dacht dat nachtlucht erg gevaarlijk was. Ik stond niet op, omdat ik bang was je wakker te maken, zei hij. Wil jij eerst wassen, of zal ik?. Ik heb geen haast, zei ik, jij kan eerst wassen. Ik rijd vaak met de trein, ik kan snel wassen, zei de Mexicaan. Het duurt niet lang. Poets jij je tanden elke dag, vroeg hij? Ja, zei ik. Ik ook, zei de Mexicaan. Het is gewoonlijk heb ik geleerd in New-York. Ik denk dat mannen veel aandacht besteden aan hun tanden. Er was een wascabine in de coupé van de generaal, en hij poetste zijn tanden. Hij pakte een flesje mondwater uit zijn tas en wrijft met zijn hand over zijn gezicht. Hij pakt een kam uit zijn bak en kamt zijn pruik. Hij pakt de mondwater en hij toont zichzelf zijn kleding. De Mexicaan zag er tevreden uit toen hij klaar was. Nu ben ik klaar, zei hij. Ik laat mijn spullen achter voor jou en je kunt mijn geurtje gebruiken als je wilt. Dank je, maar ik hoef hem niet te gebruiken, zei ik. Alles wat ik wil is zeep en water. Water? Zei de Mexicaan verrast. Ik gebruik nooit water, dat is niet goed voor mijn gezicht. Ik ging naar de badkamer en waste me met zeep en water. Dan pakte ik mijn scheermesjes en scheerde me. Ik had gescheerd en voelde me veel beter

De trein was bijna bij de grens. Ik herinnerde dat de generaal wakker werd tijdens de nacht dat de trein stopte, en hij een hand bij zijn zij had. Ik realiseerde dat hij een pistool had. Wanneer je een pistool bij je hebt, denk ik dat je het beter aan mij kunt geven, zei ik. Ik heb een paspoort van de overheid, dus zoeken ze bij mij niet. Bij jou wel, en dat geeft problemen. Het is niet echt een wapen, het is meer een speelgoedje, zei de Mexicaan. Hij pakte een groot pistool uit zijn zak. Ik kan niet meer dan een uur zonder mijn pistool, ging hij verder. Ik voel me niet volledig gekleed zonder pistool. Maar je hebt gelijk. We willen geen problemen bij de grens. Ik zal je mijn mes geven. Ik gebruik liever een mes dan een pistool. Een mes is een beter wapen. De Mexicaan opende zijn mantel langzaam en pakte een mes bij zijn riem. Hij pakte het mes en keek ernaar. Het mes had een lang snijvlak, en ik wist dat hij gevaarlijk zou zijn. De Mexicaan keek naar me met een lach op zijn lelijke haarloze gezicht. Ik stop het mes en het pistool in mijn tas. Heb je nog meer, vroeg ik? Mijn handen, zei de Mexicaan trots, maar de douane zullen er niet naar vragen. Ik herinnerde hoe ik de handen schudde van de generaal in het hotel in Lyon, hoe sterk ze waren. Ik keek opnieuw naar zijn handen. Ze waren groot lang en rimpelloos. Er zaten geen haren op. Hij had rode, puntige nagels. Ze leken dreigend. Wanneer de trein langs de grens reed, stapten we uit. We gingen afzonderlijk naar het kantoor van de douane. Wanneer we klaar waren bij de douane gingen we terug naar de wagon. Ik gaf het mes en de pistool terug aan de Mexicaan. Nu voel ik me weer comfortabel zei hij, en leunde op de leuning van zijn stoel. Nu wil ik je een verhaal vertellen.

5. De dood van de donkere vrouw
De Mexicaan begon me een verhaal te vertellen. Het verhaal ging over een meisje waar hij ooit verliefd op was. Ik zag haar voor het eerst in een huis in Mexico City, begon hij. Ze ging naar beneden terwijl ik naar boven ging. Ze was niet echt knap. Ik kende honderden vrouwen die knapper waren. Maar er was iets aan haar dat me interesseerde. Een oude vrouw keek naar het huis waar het meisje woonde. Op een dag, vroeg ik de oude vrouw om het meisje naar mij te sturen. De oude vrouw zei dat het meisje niet in het huis woonde, maar er soms kwam. Ik vroeg de oude vrouw of ze er vanavond kon zijn. Maar die avond arriveerde ik te laat. De oude vrouw verteld me dat het meisje nooit wilde wachten voor een man. Ze was gegaan. Ik lachte en ik gaf de oude vrouw wat geld voor het meisje. Ik beloofde dat ik de volgende dag niet te laat zou zijn. De volgende dag was ik niet te laat. Maar wanneer ik arriveerde, gaf de oude vrouw het geld terug en zei dat het meisje mij niet mocht. Ik deed de diamanten ring af die ik droeg. Ik vroeg het de oude vrouw te geven aan het meisje. Misschien dat ze nu op andere gedachtes komt. In de morgen, bracht de oude vrouw iets voor me mee als ruil voor de ring. Het was een rode bloem. Ik wist niet of ik blij of boos moest zijn. Maar ik was altijd makkelijk in het besteden van geld. Geld is ervoor om te besteden aan leuke vrouwen. Ik stelde voor het meisje 1000 dollar te geven, als ze vanavond met me ging uit eten. De oude vrouw vertelde dit aan het meisje, en het meisje kwam. Ze kwam bij het diner bij mij thuis. Ik vertelde tegen je dat ze niet echt knap was, maar dat was fout. Ze was de knapste persoon die ik ooit heb ontmoet. Ik voelde dat ik dolverliefd op haar was. Jij denkt dat ik gek was, maar ik was de trotste man ooit. Voor zeven dagen betaalde ik 1000 zilveren dollars om elke avond met me te eten. Elke avond, wacht ik nerveus op haar. Ik heb nooit zoveel van iemand gehouden. Ik kon aan nergens anders denken. Ik moet je vertellen dat toen ik haar ontmoeten een drukke man was. Ik ging om met verschillende personen. We hadden veronderstelt dat in het land de mensen slecht waren, en te veel mensen in het land te arm en hongerig waren. We vormden een groep. We wilde het land veranderen. We hadden geld, en mensen. Onze plannen waren gereed, en we hadden veel te doen. Ik moest naar bijeenkomsten, order geven en alles klaarmaken. Maar ik was zo verliefd op het meisje dat ik niets kon doen. Een avond achter het diner, lag het meisje in mijn armen. Ik begon haar te vertellen over de plannen en de mensen in de groep. Toen ik deze dingen vertelde, voelde haar lichaam angstig. Ze luisterde aandachtig wat ik allemaal zei. Plotseling vertrouwde ik haar niet. Ik liet het niet aan het meisje merken. Ze kwam dichter bij me. Ze zei tegen me dat deze dingen haar beangstigen. Ze vroeg me of er een zekere man in de groep zat. Ik antwoordde omdat ik wilde dat ze echt geïnteresseerd was. Heel knap overtuigde ze me om elk detail te geven van onze plans. Nu was ik er zeker van dat ze een spion was. Ze was een van de spionnen van de president, en ze was gezonden om alle geheimen te leren over de plannen van de groep. Nu had ze al onze geheimen geleerd. Het leven van ons was in gevaar. Ik wist dat wanneer ze de kamer verlaatte, dat alle andere mannen binnen 24 uur dood waren. En ik hield van haar, ik hield van haar. Ik kan mijn gevoelens niet beschrijven. Liefde als dat is geen plezier, het is pijn, pijn. Ik wist dat ze de kamer niet levend mocht verlaten. Ik wist dat ik moest acteren. Wanneer ik wachtte, had ik niet de kracht haar te vermoorden. Ze zei dat ze wilde slapen, en even later sliep ze. Ze was een spion, ik moet haar vermoorden. Maar ik wachtte tot ze sliep, voordat ik haar vermoorde, omdat ik van haar hield. Ik wilde dat ze geen pijn voelde. Het was vreemd, omdat ze een spion was. Ik was niet boos op haar. Ik bewoog mijn arm en pakte mijn mes. Maar ze was zo knap dat ik niet kon kijken wat ik deed. Ik keerde mijn gezicht weg en stopte het mes met al mijn kracht in haar keel. Ze werd niet meer wakker.
Wanneer de Mexicaan dit verhaal vertelde, leunde hij in zijn stoel. Hij maakte een sigaret en rookte hem. In een moment leek hij veel kalmer. Hij leek het even weer vergeten over de vrouw waar hij van hield en die hij heeft vermoord. De trein arriveerde in Rome. Het station stond vol met treinen, rumoer en mensen. Een portier kwam naar ons toe en de Mexicaan vertelde hem zijn bagage te dragen naar de Brindisi trein. Er waren niet veel mensen in de Brindisi trein, en we vonden een lege coupé. De Mexicaan pakte een pak kaarten, en begon te spelen. Op de een of andere manier won ik nooit een enkelspel, hoewel ik soms goede kaarten had. Ik bewonderde hoe de Mexicaan het flikte te winnen. Het leek of hij had vals gespeeld, maar ik denk het niet. Ik lachte. Ik vind het leuk je te zien lachen, zei de Mexicaan. Dat is goed, wanneer je kunt lachen als je verliest, heb je een succesvol leven. Wanneer ik terug aan land ben in Mexico, moet je komen en bij me blijven. Ik wil naar je kijken daarna. Hij begon te praten over Mexico. Hij vertelde me over het land, wie hij had verslagen en van wie hij heeft voor hem vluchtte. Ik wist niet of hij de waarheid wel of niet vertelde, maar ik vond het leuk om er naar te luisteren. Ik heb alles verloren waar ik van heb gewonnen, zei de Mexicaan. In Parijs moest ik Spaanse lessen geven om geld te krijgen om in elven te blijven. Ik was erg rijk in Mexico en leefde later als een sloeber in Parijs. Maar een man moet geduld hebben. Zijn problemen kunnen niet voor eeuwig duren.
De trein was bijna bij Brindisi. Het leek ons gevaarlijk wanneer mensen ons samen zagen, dus we verbleven in aparte hotels. De Mexicaan wil alleen bij mij in het hotel komen, wanneer hij belangrijk nieuws heeft. Wanneer iemand in de moeilijkheden komt in de straat, geven we niet aan dat we elkaar kennen. De trein arriveert in Brindisi. De Mexicaan ging eerst eruit. Hij ging direct naar zijn hotel. Ik wachtte in het station voor een paar minuten. Ik zocht geïnteresseerd in de kranten in de uitverkoop. Tot slot kocht ik er een en liep uit het station met de krant in de ene hand, en de tas in de andere hand. Ik liep naar hotel de Belfast, deze lag erg dicht bij het station. Ik boekte een kamer. Het was laat in de avond nou, dus ik wilde gauw dineren en naar bed. Ik was erg moe naar een hele dag reizen met de Mexicaan.

6. Brindisi
De volgende dag werd ik laat wakker. Ik had niets te doen die dag. Andereadi’s schip arriveerde pas de volgende dag. De Mexicaan zal me geen nieuws brengen, dus had ik veel tijd om rond te kijken in de stad. Ik had geregeld met R dat we opdrachten via de Britse ambassade in Brindisi stuurden. Dus ging ik naar de ambassade om te zien of er iets was gestuurd. Bij de ambassade vertelde ze me dat alles goed was. Ze wisten wie ik was en waarom ik kwam. De rest van de dag besteedde aan het rondkijken in de stad. Het was mei, einde lente, en de zon was heet. Ik liep de hele dag rond, kijken naar musea, kerken en de zee. De volgende dag was het de 15e van mei. Deze dag arriveerde Andreadi in Brindisi. Ik besloot in mijn kamer te blijven in de morgen voor 2 redenen. De eerste, zodat de Mexicaan mij makkelijk kon vinden. Als laatste om uit te rusten, als het mogelijk was omdat ik waarschijnlijk de komende dagen niet veel ging slapen. Ik lag op mijn bed en las een boek, wanneer de deur werd geopend. Een man die ik niet herkende stond voor me. Wat wil je? Ik praatte verbaasd en bang. Het is al goed, herken je me niet, zei de man? Jeetje, het is de Mexicaan, zei ik! Ik herkende je niet. De Mexicaan had zijn pruik veranderd. Hij droeg nu een zwarte pruik met kort haar. Hij leek heel anders, hoewel zijn lichaam nog sterk leek. Hij droeg nog wel een slordig, oud grijs kostuum. Ik kan hier maar zijn voor een paar minuten, zei de Mexicaan. Ik heb Andreadi gevonden. Hij is in een kapsalon op dit moment en hij wordt gescheerd. Hoe heb je hem gevonden, vroeg ik? Het was niet moeilijk, antwoordde de Mexicaan. Hij was de enige Griekse persoon van het schip. Ik zei dat de naam van mijn vriend Diogenidis was. Natuurlijk had niemand gehoord van hem. Ik was niet verbaasd dat hij niet op het schip was. In de zoektocht startte ik een gesprek met Andreadi. Andreadi reisde onder een valse naam. Het was niet zijn echte naam, hij noemde zichzelf Lombardos. Ik volgde hem wanneer hij van het schip af ging. Weet je wat hij als eerste deed? Hij ging naar een kapsalon en scheerde zijn baard. Wat denk je daarvan? Niets, zei ik, veel mensen scheren hun baard. Dat was niet was ik dacht, zei de Mexicaan. Andreadi wilde zijn uiterlijk veranderen. Jij hebt je uiterlijk ook veranderd, zei ik. Dat klopt, zei de Mexicaan. Dit is een pruik die ik draag. Ik zie er heel anders uit, is het niet?. Ik herkende je niet toen je naar binnen kwam, zei ik. We moeten voorzichtig zijn, antwoordde de Mexicaan. Maar ik moet je meer vertellen over Andreadi. Ik en hij zijn nu goede vrienden. Je begrijpt, hij kan geen Italiaans. Ik hielp hem, en hij was erg dankbaar. Ik vond voor hem een kamer hier in hotel Belfast. Hij zei dat hij morgen naar Rome ging, maar ik blijf naar hem kijken en volgen de hele tijd. Ik wilde niet dat hij van mij ontsnapte. Hij zei dat hij nu de stad wilde verkennen, en ik zei hem dat ik het hem wel wilde laten zien. Maar hij praat niet veel, zei de Mexicaan. Ik probeerde hem aan het praten te krijgen. Hij luisterde wat ik zei en ik zag dat hij geinteresseerd was. Maar hij vertelde niets over zichzelf. Hij houdt de documenten steeds bij hem. Ze zijn verstopt ergens in zijn kleren. Hoe weet je dat, vroeg ik? Hij ik niet bezorgd over zijn tas, dus de documenten kunnen daar niet zijn. Maar hij had zijn handen bij zijn buik, de hele tijd. De documenten moesten in zijn riem of in zijn mantel zitten. Maar waarom vroeg je hem om dit hotel te blijven? Vroeg ik. Ik dacht dat het makkelijker voor ons zou zijn, zei hij. We moeten zijn bagage doorzoeken. En wanneer we de documenten vinden, hebben we hem direct. Maar ik moet nu gaan. Ik heb hem belooft om voor de kapsalon te staan over 15 minuten. Het is goed, zei ik. Waar kan ik je vanavond vinden als ik je nodig heb, vroeg de Mexicaan? Ik ben de hele avond in mijn kamer, zei ik. Goed, zei de Mexicaan. Wil je eerst in de gang kijken voordat ik ga, ik wil niemand ontmoeten? Ik opende de deur en keer rond. Er was niemand. Het is goed, zei ik. Er is niemand buiten. De haarloze Mexicaan liep de deur uit en sloot de deur. Een paar minuten nadat de Mexicaan was weggegaan, ging ik weg. Het lijkt erop dat de Mexicaan de spion Andreadi had gevonden. Ik zou verbaasd zijn als de Mexicaan Andreadi zou vermoorden om de geheime documenten. Buiten, scheen de zon vol op. De straten waren vol met vrolijke, energierijkere mensen. Maar ik voelde me niet blij. Ik ging weer naar de ambassade gaan om te kijken of er een bericht voor mij was. Maar er was niets. Daarna ging ik naar het station en vroeg op welk tijdstip de treinen gingen naar Rome. Ik kwam erachter dat er een trein ging om 5 uur in de morgen. Ik voelde me slaperig nu met Brindisi. De hete, warmte afgevende straten maakte mijn ogen moe, ik hield niet van het rumoer en de stof. Het was nu lunch tijd, maar ik voelde me niet hongerig. Ik ging naar een café om wat te drinken. In de avond ging ik naar een bioscoop, en daarna terug naar mijn hotel. Ik vertelde de eigenaar van het hotel dat ik morgen heel vroeg in de ochtend ging, en dat ik alvast wilde betalen. Ik ging naar mijn kamer en mijn bagage stond al klaar. Ik pakte mijn bagage en legde het bij het station, daarna ging ik terug naar het hotel. Alles wat nu nog in mijn hotelkamer stond was een kleine kist. In deze kist zaten mijn codeboek en een of 2 andere boeken. Ik zat te wachten op de haarloze Mexicaan. Ik voelde me nerveus. Ik begon met een van de boeken te lezen, maar ik was niet echt geïnteresseerd en begon aan een ander boek. Maar ik kon het boek niet goed lezen. Ik dacht aan de Mexicaan en of hij de documenten al had. Ik keek op mijn horloge. Het was nog steeds erg vroeg. Ik pakte opnieuw mijn boek. Ik zei tegen mezelf dat ik 13 bladzijdes zou lezen en daarna weer op mijn klok zou kijken. Ik las een aantal pagina’s maar ik kon het niet goed lezen en onthouden was ik had gelezen. Ik keek weer naar de klok. Het was pas half 11. Ik vroeg me af waar de harloze Mexicaan nu was en wat hij deed. Ik was bang dat hij een fout zou maken. Ik stond op en sloot de raam en de gordijnen. Ik rookte de ene sigaret na de ander. Ik keek op mijn horloge en het was kwart voor 11. Het was een warme nacht maar mijn handen voelde koud. Mijn hersenen begonnen te denken aan een moord. Ik wilde hier niet aan denken, maar ik was een schrijver en had een sterke inbeelding. Nu kon ik mijn inbeelding niet beheersen. Ik vroeg mezelf af wie er vermoord zou kunnen worden, hoe, en op welke plaatsen. Ik keek opnieuw op mijn horloge. Nu voelde ik me moe na al het wachten. Ik deed niet meer eens de moeite om te lezen. Ik zat er nu zonder gedachtes en zonder iets te doen. Toen werd de deur langzaam geopend, en ik sprong op. De haarloze Mexicaan stond voor me.

7. Zoeken naar de kranten.
Liet ik je schrikken, vroeg de Mexicaan? En hij lachte. Ja, zei ik, zag iemand dat je hier naar binnen ging? Ik was binnengelaten door de nachtportier. Hij was aan het slapen toen ik op de bel drukte. Hij keek me niet goed aan wanneer hij de deur opende. Het spijt me dat ik zo laat ben, maar ik had geen keus. De haarloze Mexicaan droeg dezelfde kleren als hij aanhad in de trein, en dezelfde pruik. Hij zag er weer anders uit. Zijn ogen glinsterden en zagen er gelukkig uit. Hij keek me goed aan. Wat zie jij er wit uit, mijn vriend, zei hij. Je bent toch niet nerveus. Heb je de documenten vroeg ik. Nee, zei de Mexicaan. Andreadi droeg de documenten niet in zijn kleren. Dit droeg hij alleen. De Mexicaan legde een dik boek en een paspoort neer. Ik wil ze niet, zei ik snel. Jij mag ze houden. De haarloze Mexicaan stopte de spullen terug in zijn tas. Wat zat er in zijn riem, vroeg ik? Jij zei dat hij zijn handen bij zijn maag had. Er zat alleen geld bij zijn riem, antwoordde de Mexicaan. Ik keek opnieuw naar het boek. Er stond niets anders in dan persoonlijke verhalen en foto’s. Hij moet de documenten uit zijn tas hebben gedaan voordat hij met me uit ging vannacht. Verdikkeme, zei ik. Ik voelde me boos door dit nieuws. Het maakt niet uit, zei de Mexicaan. Ik heb de sleutel van zijn kamer. We kunnen in zijn tas kijken. Ik voelde me ziek en bang. De Mexicaan glimlachte naar me. Er is geen gevaar, zei hij, alsof hij tegen een klein jongetje aan het praten was. Maar als je jezelf niet gelukkig voelt, ga ik alleen. Nee, ik ga met je mee, zei ik. Er was niemand wakker in het hotel, en meneer Andreadi was er niet. Doe je schoenen uit als je wil, zei de Mexicaan. Ik antwoordde niet. Ik zag dat mijn handen shakete, en dit maakte me boos. Daarna deed ik mijn schoenen uit en de Mexicaan deed hetzelfde. Jij kunt beter eerst gaan, zei de Mexicaan. Ga naar rechts en ga direct naar de hal. Andreadi’s kamernummer is 38. Ik opende de deur en stapte eruit. De hal was niet verlicht. Ik was boos omdat ik me nerveus voelde, en ik wist dat de Mexicaan niet nerveus was. We bekenen de deur van kamernummer 38. De Mexicaan stopte de sleutel in het slot en ging naar binnen. Hij deed een licht aan. Ik volgde hem en sloot de deur. Nu is alles goed, zei de Mexicaan. We hoeven ons niet te haasten. Hij pakte een aantal sleutels uit zijn tas en probeerde Andreadi’s kamerkast te openen. Met de derde sleutel opende die. De kluis zat vol met kleren. Hij pakte de kleren uit de kluis en voelde ze goed. Daarna pakte de Mexicaan zijn mes en sneed in de binnenruimte van de kluis. Er waren geen documenten in de onderruimte. De documenten zijn hier niet, zei de Mexicaan boos. Ze moeten verstopt zijn in de kamer. Ben je er zeker van dat hij de documenten niet aan iemand gegeven heeft, vroeg ik. Dat is onmogelijk, zei de Mexicaan. Ik hield Andreadi de hele tijd in de gaten, behalve toen hij bij de kapper was. Ik opende de laatjes en de kast. Hij keek onder het bed, in het bed en onder het matras. Hij keek rond op de vloer, die geen vloerbedekking had. Zijn ogen keken op en neer in de kamer, proberen een verstopplek te vinden en ik voelde dat niks uit zijn ogen ontsnapte. Wellicht heeft Andreadi de documenten beneden bij de portier liggen, zei ik. Maar hij wilt ze daar niet laten liggen bij de portier, zei de Mexicaan. De documenten zijn hier niet, ik begrijp het niet. De Mexicaan keek rond in de kamer. Hij wist niet wat hij moest doen. Hij vroeg zich af wat er gebeurd was met de documenten. Ik voelde me een beetje frustrerend nu. Laten we hier weggaan, zei ik. Over een minuutje, zei de Mexicaan. Hij ging zitten op zijn knieën en vouwde de kleren zorgvuldig en netjes op, en pakte ze weer in. Hij sloot de kist en stond op. Daarna deed hij het licht uit, en opende de door zachtjes. Hij maakte een signaal naar me en we gingen uit de kamer. Hij stopte en deed de deur op slot, en de sleutel in zijn zak. We gaan terug naar mijn kamer, wanneer we erin zijn sluiten we de deur. De Mexicaan keek naar me en zag dat ik nerveus en boos was. Er was niet echt gevaar, zei de Mexicaan. Maar wat moeten we nu doen, je baas zal boos zijn dat je de documenten niet hebt gevonden. Ik ga naar Rome in de trein van 5 uur, zei ik. Ik zal daar vragen wat we moeten doen. Is goed, ik ga met je mee zei de Mexicaan. Is het niet beter dat je Italië verlaat als het mogelijk is, vroeg ik. Er is een boot die morgen naar Spanje gaat. Waarom reis je daar niet mee. Als je me nodig hebt dan kom ik en zie ik je in Spanje. Ik zie dat je me vaarwel wilt zeggen, zei de Mexicaan met een lach. Goed, ik ga naar Spanje. Ik keek op mijn horloge. Het was iets na tweeën. Ik had nog 3 uur voordat mijn trein vertrok naar Rome. De Mexicaan gaf zichzelf een sigaret. Daarna draaide hij zich naar mij. Zullen we een kleine avondmaal nemen, vroeg hij. Ik ben erg hongerig. Hoewel ik de hele dag niet had gegeten, voelde ik me niet hongerig. Ik wilde niet uitgaan met de harloze Mexicaan, maar ik wilde ook niet alleen in het hotel blijven. Het is laat, zei ik. Waar kunnen we een plek vinden die nog open is. Kom mee met mij, ik vind een plek zei de Mexicaan. Ik pakte mijn hoed van de kist. We verlaatten de kamer en gingen naar beneden.

8. De telegram.
In de hal van het hotel sliep de portier op het matras op de grond. We liepen langzaam langs hem met als de bedoeling hem niet wakker te maken. Ik zag een brief geadresseerd aan mij op de tafel liggen. Ik pakte hem voorzichtig op, en opende hem toen we buiten waren. De letter was van de regering. Er stond in: De gesloten telegram is gister aangekomen en is erg belangrijk. Ik zal hem onmiddellijk versturen. Ik opende de telegram en zag dat er een code inzat. We waren allebei hongerig en gingen eten, dus ik bewaarde de telegram voor later. Ik vouwde hem op en stopte hem in mijn portemonnee. Ik volgde de haarloze Mexicaan die snel door de straten liep. Tot slot kwamen we bij een café en we gingen naar binnen. Het café was een lange, onplezierige vieze kamer. Aan het einde van de kamer zat een jonge man met een oud mannen gezicht achter een piano. Er waren tafels en banken langs de muur. Een paar jonge mannen en vrouwen zaten aan de tafels. Ze dronken bier en wijn. De vrouwen oogden oud en lelijk. Ik hield niet van het café. Ik wilde het verlaten, maar de Mexicaan liet me niet gaan. Het is een goede plek, zoals je ziet, zei hij tegen me. Hier kun je goed en goedkoop eten, en je kunt er ook dansen. Ik keek naar de vrouwen. Ik was het niet met de Mexicaan eens, en wilde het café nog steeds verlaten. Op dit tijdstip, is dit de enige plek waar je een maaltijd kunt halen zei hij. Je kunt het nergens anders. We zaten aan een tafel. Iedereen staarde naar ons. Ik voelde me genegeerd en probeerde niet naar de mensen te kijken die me aanstaarden. Een ober kwam en de Mexicaan bestelde 2 borden macaroni en een fles wijn. Daarna keek de Mexicaan rond naar de vrouwen die aan de andere tafels zaten. De pianist startte met een liedje te spelen en een aantal mensen begonnen te dansen. Kun je dansen, vroeg de Mexicaan me? Hij wachtte niet op een antwoord en ging onmiddellijk. Ik ga een van deze vrouwen vragen of ze met me willen dansen. Hij ging naar een meisje toe die alleen zat aan een van de tafels. Ze was niet echt prettig, maar de Mexicaan was vrolijk en had zin om te dansen. Hij begon met praten tegen de vrouw en ze leek geinteresseerd in wat hij zei. Wanneer de dans eindigde, trok de Mexicaan haar terug naar de tafel. Wat denk je van mijn vrouw, vroeg hij, maar wachtte niet op een antwoord. Dansen is goed voor je, ging hij verder. Waarom vraag je niet een van de vrouwen om met jou te dansen. Dit is een fijne plek, vind je niet. Ik kan altijd een leuke plaats vinden zoals deze, in iedere stad. De pianist begon weer met spelen en de Mexicaan stond opnieuw op. Toen bracht de ober 2 grote borden met macaroni naar onze tafel. Wanneer de Mexicaan de macaroni zag, stopte hij onmiddellijk met dansen. Hij verliet de vrouw zonder haar terug te brengen naar haar tafel en ging naar onze tafel. We begonnen te eten. De Mexicaan at gulzig. Hij at net zo snel als hij had gedanst. Zeg mijn vriend, voel je jezelf nu beter, vroeg hij met een glimlach? Toen hij dit zei, leunde hij voorover en tikte me op mijn arm. Wat is dat vroeg ik verrast. Het einde van een Mexicaanse shirtmouw. Wat is die rode vlek op je knoop? De Mexicaan keek naar het einde van zijn mouw. Dat, vroeg hij? Dat is niets, alleen maar bloed. Ik had een klein incidentje en sneed mezelf. Ik was stil. Veel gedachtes kwamen naar boven. Ik herinnerde wat R zei over de Mexicaan. Hij zei dat de Mexicaan niet bang was om iemand te doden. De Mexicaan had iemand gedood. En hier was hij, pratend en lachend alsof er niets was gebeurd. Maar ik was niet boos. Dit was oorlog en iedereen had een taak om te doen. Ik moest praten met de Mexicaan, maar ik wilde niet. Ik wilde hem niet vertellen dat ik hem het geld niet kon geven wanneer ik de documenten niet had. Ik wilde weten hoe hij ging reageren. Maar ik wilde zo pas tegen hem spreken. Ik moest op tijd zijn voor de trein, en keek op de klok. De Mexicaan zag me op de klok kijken. Ik begrijp dat je op tijd moet zijn voor je trein, zei hij. Laat me nog een keer dansen en dan gaan we. Hij stond op en begon met dansen met dezelfde vrouw. Ik keek naar hem. Zijn bewegingen deden me denken aan een leeuw of een tijger. Hij danste prachtig, maar ik dacht er aan hoe gevaarlijk hij kon zijn. Ik wenste dat ik op kon staan en hem kon verlaten, maar we hadden een afspraak. Toen de muziek stopte kwam hij terug. Ik betaalde de rekening en we gingen. Het was een warme nacht, en we liepen naar het station. Er waren sterren in de hemel en de lucht stond stil. Er was complete stilte. We kwamen aan bij het station, die bijna helemaal leeg was. Er waren alleen 2 portieren en 2 soldaten. Ze stonden allemaal stil. Het station is erg rustig voor deze tijd in de ochtend. De wachtkamer was leeg en we gingen naar binnen. Toen herinnerde ik me de telegram die ik me nog niet had gelezen. Ik had nog een uur voor mijn trein vertrok, zei ik. Ik moet alleen nog even kijken wat er in de telegram staat. Ik pakte de telegram uit mijn portemonnee en vertaalde hem met de code. Ik begon met het vertalen. De haarloze Mexicaan zat in de hoek. Hij rookte wat sigaretten. Hij zat er gelukkig en maakte geen opmerkingen over wat ik aan het doen was. Ik keek naar hem. Hij leek op een man die goed werk had geleverd en er nu trots op was op wat hij had gedaan. Ik werkte aan het bericht. Ik had nooit eerder een bericht vertaald, ik schreef altijd op wat ik dacht dat ze betekende. Ik stond er niet bij stil dat ik al klaar was met het berichtje. Er stond op: CONSTANTINE ANDREADI IS NU IN ATHENE. HIJ GAAT ALLEEN ZEILEN NAAR BRINDISI. JE MOET TERUGKEREN NAAR GENEVA. Ik begreep het berichtje niet. Ik las het berichtje opnieuw. Ik schudde verrast en geschokt. Ik keerde naar de Mexicaan, jij lul, je hebt de verkeerde man vermoord.

DE VERRADER
Hoofdstuk 1: een andere baan.
Na mijn avontuur in Italië met de haarloze Mexicaan ging ik terug naar Zwitserland, naar de stad Geneva. Ik begon opnieuw met werken aan een boek dat ik aan het schrijven was. Ik was terug voor 3 maanden, en nu was het zomer. Op een dag had ik een brief van mijn baas, R. Het was in code. Ik pakte mijn codeboek en vertaalde wat er op het briefje stond. Op het briefje stond dat ik naar het centrale park in Geneva moest om 2 uur de volgende avond en ik daar R zou ontmoeten. R had een andere baan voor me. Hij zou me erover vertellen waarneer ik hem ontmoette. We ontmoetten elkaar de volgende avond in het park. Ashenden, zei R, ik wil dat je naar een stad gaan met de naam Lucerne. Er is daar een Engelsman in een hotel. Zijn naam is Grantley Caypor. Zijn vrouw is Duits. Omdat ze Duits is, kan ze niet in Engeland wonen. Caypor en zijn vrouw wonen in Zwitserland omdat het een neutraal land is. Waarom ben je geïnteresseerd in de man, vroeg ik. Omdat hij een verrader is, zei R. R vertelde me alles wat hij wist over de man. Caypor was 42 en is al 11 jaar getrouwd. Hij en zijn vrouw hebben geen kinderen. Caypor heeft een aantal belangrijke banen in zijn leven, en heeft in vele landen gewoond. Hij heeft 2 keer in de gevangenis gezeten wegen het stelen van kleine hoeveelheden geld. Dus zie je, zei R, het is geen brave man. Wanneer hij in Zwitserland kwam aan het begin van de oorlog, startte hij als spion van de vijand. Maar als je weet dat het een spion is, waarom heb je er dan niets aan gedaan, vroeg ik? We weten alle informatie die hij stuurt naar de vijand omdat onze spionnen de brieven openen, zei R. De letters zijn in code, maar we hebben de code geleerd en we kunnen de brieven lezen. De informatie die hij geeft aan de vijand is niet belangrijk, dus het maakt niet uit dat de vijand er iets van weet. Soms geven we hem valse informatie, zodat de vijand in de war raakt. Maar waarom wil je dan dat ik iets met hem ga doen, vroeg ik? Caypor heeft vorige maand een vieze streek geleverd. Hij ondervond dat een Zwitserse man werkte als een spion voor ons. Deze spion is naar Duitsland om meer informatie te krijgen voor ons. Caypor vertelde de Duitsers dat de man een spion was en dat ze hem neer moesten schieten. Dus, wat wil je dat ik doe, vroeg ik. Ik ehb een idee, zei R. Caypor heeft zijn land verraden in ruil voor geld. Wanneer we hem meer geld aanbieden, wilt hij misschien een spion worden voor ons tegen de Duitsers. Dit zou erg belangrijk voor ons zijn, omdat de Duitsers Caypor vertrouwen. Hij kan ons belangrijke informatie geven. R was stil voor een moment. Ik wachtte. Ik wist dat hij binnen een minuut verder zou gaan. Hij zou me precies vertellen wat ik moest gaan doen. Maar we moeten meer weten over Caypor, zei R. Wat voor soort man is hij? Jij moet dat uitzoeken voor ons. Ik wil dat je naar Lucerne gaat en meer over hem te weten gaat komen. Wanneer je denk dat hij wilt werken voor de Britten, dan kun je dit hem voorstellen. Maar je moet dit voorzichtig doen. Hij mag niet weten dat je een spion bent. En als ik denk dat hij niet voor de Britten wil werken, vroeg ik? Wat gaat er dan gebeuren. Dan moet je hem alleen in de gaten houden, ging R verder. Je moet ons dan vertellen waar hij heen gaat en welke mensen hij ontmoet. Maar ik moet je nog een ding meer vertellen. We hebben geleerd dat de Duitsers niet blij zijn met Caypor. De Duitsers betalen hem veel geld maar hij geeft niet genoeg informatie. Ze zullen hem ontslaan wanneer hij niet meer informatie geeft. Misschien beginnen ze dan te denken dat hij naar Engeland gaat als spion. Jou taak is er voor te zorgen dat Caypor naar Engeland kan. Maar weer voorzichtig zodat je niet verdacht lijkt. En als hij naar Engeland gaat, wat gebeurt er dan met hem, vroeg ik? We zullen hem neerschieten, zoals hij bij ons zou doen. R zei het simpel en kalm. Je vraagt me een moeilijke baan te doen, zei ik. Zoals ik je zei, Caypor is heel intelligent. Je moet intelligenter zijn dan Caypor, zei R. Dat is waar we je voor betalen.

2. Ik ga naar Lucerne
Ik verlaat R in het park en ging terug naar waar ik woonde. Ik begon met mijn tassen te pakken omdat ik de volgende dag naar Lucerne ging. Ik had een vals paspoort bij me, met de naam Somerville. Wanneer ik een taak voor R moest doen, moest ik zeggen dat ik Somerville heette. Ik wil naar het hotel gaan waar Caypor woont in Lucerne. Wanneer Caypor me vragen stelt over mij, zeg ik dat ik erg ziek was in Engeland. Ik vertel hem dan dat ik naar Zwitserland was gekomen om beter te worden. Iedereen weet dat bergenlucht goed is voor iemand die niet goed is. Dus zou Caypor me zeker geloven. Mijn gezicht was altijd al wit. Door dit witte gezicht lijkt het dat ik ziek ben, ook al ben ik dat niet. Wanneer Caypor me vraagt waar ik werk, zeg ik dat ik voor de overheid werk. Zo denk hij dat ik geheimen weet van de overheid. Ik wilde hem ook valse informatie geven wat hij door kan geven aan de vijand. Zo zou hij me langzaam beginnen te vertrouwen. Zo kan ik hem beter overtuigen naar Engeland te gaan. De volgende dag stond ik vroeg op om de trein naar Lucerne te pakken. Het was een fijne zomerdag, en er waren geen wolken in de lucht. Ik arriveerde in Lucerne vroeg in de avond, en ging naar het hotel waar Caypor verblijft. Ik boekte een kamer en deed mijn spullen erin. Daarna, omdat het een fijne dag was, ging ik naar buiten om te lopen aan de kust. Ik had geen haast om Caypor te ontmoeten. Het leek me natuurlijker om geen interesse in hem te tonen. Ik wilde wachten tot hij naar mij toe kwam voor een praatje. Wanneer ik naar hem toe ga, en vertel over mijzelf zou hij het verdacht vinden. Ik liet alleen blijken dat ik van een erge ziekte genas. Ik verdeed de rest van mijn tijd door rond te lopen in Lucerne en mezelf te vermaken. Het was een mooie avond. Ik was 5 jaar eerder in Lucerne geweest. Maar dat was voor de oorlog en was er een massa mensen in de straten en cafés aan de kust. Nu was er bijna niemand. De meeste hotels waren gesloten en de straten waren leeg. De boten werden niet gebruikt omdat er geen bezoekers waren die de kust op wilde. Voordat de oorlog begon waren er mensen uit heel europa hier. Nu was er niemand behalve Zwitsers en wat buitenlanders. Ik houd er van alleen te zijn, dus ik zat op een bankje bij het water. Ik keek naar het blauwe water van de kust en de bergen aan de andere kant van de kust. Het was erg liefdevol. Het was moeilijk te geloven dat er oorlog was in de rest van europa. Ik stond op en liep langzaam terug naar het hotel. Het was een klein, schoon hotel en mijn slaapkamer had een mooi uitzicht op de stad en de kust. Ik waste me en ging naar beneden naar de kleine eetkamer. Ik ging zitten bij een tafel en de verhuurder kwam naar me toe. Ik bestelde een glas bier en de verhuurder bracht het me. De verhuurder was nieuwsgierig naar me. Ze vroeg me waarom ik hier verbleef. Ze vroeg me of ik ziek was omdat mijn gezicht zo bleek was. Ik vertelde haar dat ik even terug erg ziek was, en dat ik hier kwam om beter te worden. De verhuurder vroeg wat mijn baan was. Ik vertelde haar dat ik werkte voor de overheid. Ik zei dat ik hier ook was, om Duits te leren. Ik had Duits geleerd veel jaar geleden, maar ik was veel vergeten. De verhuurder was een vriendelijke, mondige Zwitserse vrouw. Ik was er van overtuigd dat ze Caypor alles zou vertellen wat ik haar vertelde. Sinds ik liet schijnen nog maar een aantal minuten had, vroeg ik de verhuurder een aantal vragen. Ik vroeg haar of dit hotel altijd zo leeg was in augustus. O nee, antwoordde ze. Het hotel was altijd heel vol in andere jaren. We hadden niet genoeg kamers voor iedereen die hier wilde verblijven. Maar nu is er die stomme oorlog! Toen stopte het met mensen die kwamen. Soms komen er mensen voor een maaltijd, maar nu hebben we nog maar 2 stelletjes die in het hotel verblijven. Een is een oud Iers koppel, en het andere stelletje is een Engelsman met een Duitse vrouw. Omdat ze Duits is, leven ze in een neutraal land. Ik realiseerde me dat ze het over de Caypors had, maar ik liet blijken dat ik nieuwsgierig was. De verhuurder was spraakzaam, en had niet meer te vertellen over de Caypors. Ze zijn bijna de hele dag in de bergen vertelde ze me. Meneer Caypor is geïnteresseerd in planten en bloemen. We hebben zoveel mooie bloemen in de bergen hier. Zijn vrouw is niet blij met de oorlog. Maar de oorlog kan niet voor eeuwig duren. De landvrouw ging naar de keuken op het diner klaar te maken, en ik ging naar mijn kamer.

3. De Caypors
Het diner was om 7 uur. Wanneer ik naar beneden ging om naar de eetkamer te gaan was het kwart voor 7. Ik ging eerder omdat ik als eerste wilde zijn in de eetkamer. Ik wilde de andere mensen kijken als ze binnenkwamen. 2 of 3 mensen kwamen gescheiden en zaten gescheiden aan tafels. Ze leken me Zwitsers en ze lazen kranten wanneer ze hun soep luid aten. Toen kwam er een man met wit haar en een witte snor binnen. Bij hem was een kleine oude vrouw met witte haren met zwarte kleding. Dat waren niet de Caypors. Dit was het Ierse koppel waar de landvrouw het over had. Ze gingen zitten en wachtte in stilte tot het diner gebracht werd. Als laatste kwam het koppel binnen waar ik op wachtte. Ik had een Duits boek mee wat ik probeerde te lezen. Ik keek voor een moment op toen de Caypors binnen kwamen. Ik wilde er voor zorgen dat ze dachten dat ik geen interesse in ze had. Wanneer ik keek, zag ik een man met een middelbare leeftijd en kort haar. Hij had een middelmatige lengte, een beetje dik met een breed rood gezicht. Hij droeg een shirt dat bij zijn nek open was, en een grijze vest. Zo, dus dit was de spion, die ik bedoelde. Dit was de man die ik moest overhalen naar Engeland te gaan. Grantley Caypor en zijn vrouw ging zitten bij hun tafel. Hij begon luid te praten tegen de serveerster in het Duits. Ik verstond genoeg Duits om te begrijpen was hij zei. Hij zei dat hij een lange wandeling had gemaakt, bovenop de berg, en hij vertelde de naam van de berg. Ik had de naam nooit eerder gehoord, en wist dus niet wat hij bedoelde. Ik keek Caypor zorgvuldig aan vanuit mijn ooghoek, en liet blijken dat ik een boek aan het lezen was. Ik zag dat hij heel beleefd en vriendelijk keek. De serveerster ging uit, en Caypor schreeuwde haar na. Breng mijn eten snel, zei hij. We zijn erg hongerig. En breng een glas bier mee. Ik ben zo dorstig na de lange wandeling. Caypor begon te praten met zijn vrouw in het Engels. Alles wat hij zei kon door de andere mensen in de kamer gehoord worden. Op een gegeven moment zei ze iets tegen hem zo zacht dat ik het niet kon horen. Caypor stopte met praten. Hij keek naar me en ik deed net alsof ik mijn boek las. Ik was er van overtuigd dat meneer Caypor me eerst aan het bekijken was. Zijn vrouw had aan hem verteld dat er een vreemde man in de eetkamer zat. Ik deed net alsof ik stil aan het lezen was, en sloeg de bladzijde om. Caypor praatte tegen zijn vrouw, maar heel zacht. De serveerster bracht het eten. Caypor vroeg haar iets, en ik wist dat hij vroeg wie ik was. Ik kon niet horen wat de serveerster terug zei. Een van de 2 mensen was klaar met dineren en ging weg. Het Ierse koppel stond op en verliet de kamer ook, even later ik ook. In de hal bij de eetkamer, zag ik een kleine hond vastgebonden aan de tafel. Ik hou van dieren, en ik ging er met mijn hand heen om hem te aaien. De landvrouw stond dicht bij me. Ik keek naar haar en vroeg: van wie is deze hond. Het is een lieve hond. Hij behoord bij meneer Caypor zei de landvrouw. Zijn naam is Fritzi. Meneer Caypor is erg trots op zijn hond. De hond was vriendelijk, en ging met zijn neus naar mijn hand. Ik verliet hem en ging naar boven om mijn hoed te pakken. Ik had besloten een wandeling te maken en ergens een kop koffie te drinken. Wanneer ik beneden kwam met mijn hoed, zag ik Caypor bij de ingang van het hotel. Hij praatte met de landvrouw. Wanneer hij me zag, was hij plotseling stil. Ik wist dat Caypor dingen over mij vroeg aan de landvrouw. Wanneer ik de deur uit ging, passeerde ik Caypor en de landvrouw. Uit de hoek van mijn oog zag ik dat Caypor een inspecterende blik naar me had. Zijn gezicht, die zo vrolijk bij het diner was, keek nu onvriendelijk. Ik liep aan de kust en vond een café waar ik buiten kan zitten. Ik voelde me blij omdat ik de man had gezien. Ik had zoveel over hem gehoord, en ik wil nog meer over hem te weten komen. Hij had een vriendelijk hond. Het is makkelijk om te praten met een Engelsman wanneer hij een hond heeft, en de man altijd vriendelijk en plezierig is. Ik had geen haast om dingen over hem te weten te komen. Ik wilde dat Caypor tegen mij praatte voordat ik tegen hem praatte. Misschien was het waar dat Caypor’s baas niet tevreden was met zijn werk. Dan wilt Caypor mij zeker spreken. Hij dacht dat ik werkte voor de Britse overheid. Caypor moet denken dat ik geheimen weet. Wanneer hij achter deze geheimen kan komen, kan hij ze geven aan zijn baas die dan tevreden over hem kan zijn.

4. Een gesprek met Caypor
Het was de eerste dag in het hotel. Ik zat in de zon net buiten de deur van het hotel. Ik had een grote lunch gegeten en dronk nu een kop koffie, en ik voelde me slaperig. Toen voelde ik iets aan mijn been. Het was Fritzi, Caypors’ hond. Hij sprong tegen me aan op een vriendelijke manier. Kom hier, Fritzi! Schreeuwde Caypor. Daarna draaide hij zich naar mij. Het spijt me, maar hij is nogal vriendelijk. Hij wil je geen pijn doen. Dat is goed, zei ik. Maar hij is een onhandige hond, is het niet. Je ziet niet veel van zulke honden in Zwitserland. Wanneer ik sprak, zag ik dat Caypor me zorgvuldig aan zat te kijken. Ik denk dat hij probeerde te snappen wat voor soort persoon ik was. Op dat moment, kwam de serveerster naar buiten naar de volgende tavel. Ze pakte wat lege glazen. Caypor draaide naar har toe: Kan ik misschien een kop koffie krijgen, alsjeblieft. Daarna keerde hij zich terug naar mij: je bent pas aangekomen, is het niet? Ja, ik kwam gisteren zei ik. Echt, zei hij. Ik had je niet gezien in de eetkamer vorige avond. Verblijf je hier voor lang? Ik weet het niet zei ik, en dat was de waarheid. Ik ben ziek, en ik ben hier om beter te worden. De doktor zei dat bergenlucht me zou helpen. De serveerster kwam met de koffie. Ze keek even naar Caypor, en zag dat hij naar mij aan het praten was. Ze zette het dienblad met de koffie op mijn tafel. Sorry, zei Caypor onmiddellijk. Ik snap niet waarom de serveerster mijn koffie op jou tafel zet. Ik denk dat ik maar binnen drink. Nee, nee, ga zitten zei ik. Ik zei dit heel beleefd. Natuurlijk wilde ik beleefd zijn, maar Caypor wist niet dat hij in de val liep. Dat is aardig van je, zei Caypor. Even, ben je Engels of Amerikaans. Engels zei ik. Ik ben een erg nieuwsgierig persoon. Ik had momenten gewenst dat ik minder nieuwsgierig was. Maar nu was mijn nieuwsgierigheid wel bruikbaar. Wanneer Caypor dacht dat ik nieuwsgierig was, voelde ik me meer relaxed. Wanneer hij zag dat ik nieuwsgierig was, zou hij meer gaan praten tegen me. Ik kon alles over hem leren. Hij zou nooit denken dat hij in de val werd gelokt, maar gewoon dat ik nieuwsgierig was. Ik verklaarde mijn ziekte en waarom ik naar Zwitserland was gekomen. Het was hetzelfde verhaal als ik tegen de landvrouw had verteld. Ik was er van overtuigd dat de landvrouw het al had verteld aan Caypor. Lucerne is echt een goede plaats voor jou, zei Caypor. Het is een plaats waar je vrede kunt vinden. Hier in Lucerne, vergeet je dat er oorlog is in de andere landen. Dat is waarom ik naar Lucerne gekomen ben, omdat het zo liefdevol is. Ik ben een journalist. Ik gaf een brede lach. Oh, echt, zei ik? Om interesse te tonen. Nou kijk, zei Caypor serieus. Ik ben getrouwd met een Duitse vrouw. Ja, zei ik. Dus je kunt niet in Engeland wonen omdat Engeland in oorlog is met Duitsland. Ja, zei Caypor. Ik hou van Engeland. Maar wanneer de oorlog begon, waren de mensen niet echt blij met mijn vrouw. Iedereen dacht dat ze een spion was. Dat was stom, ze is een huisvrouw. Ze zorgt alleen maar voor het huis, Fritzi en mij. Caypor ging omlaag om zijn hond te aaien, en gaf een kleine lach. Ja, Fritzi is net een kind voor ons, zei hij. Ik lachte vriendelijk, maar ik zei niets. Caypor ging door met praten. Wanneer de mensen dachten dat mijn vrouw een spion was, maakte het de dingen moeilijk voor mij. In mijn werk als journalist werkte ik voor geheime kranten. De mensen konden me niet meer laten werken omdat mijn vrouw Duits was. Dus ik besloot Engeland te verlaten en naar een neutraal land te gaan tot de oorlog voorbij was. En daarom ben ik hier. Maar mijn vrouw en ik hebben het nooit meer over de oorlog. Ik wil je vrouw graag ontmoeten. Caypor ging door, even, ik weet niet of je mijn naam weet. Ik ben Grantley Caypor. Mijn naam is Somerville zei ik. Ik vertelde hem meer over mezelf. Ik zei dat ik in Engeland werkte voor de overheid. De ogen van Caypor waren nog meer geïnteresseerd toen ik dat zei. Ik zei ook dat ik iemand zocht die mij Duits kon leren, omdat mijn Duits niet zo goed was. Wanneer ik dit zei, had ik ineens een idee. Ik keek naar Caypor en realiseerde dat we hetzelfde idee hadden. We dachten dat mevrouw Caypor mijn lerares zou kunnen zijn. Het zou een goed plan zijn van Caypor omdat hij zo meer kon leren over mijn baan. Zo kon hij meer informatie doorspelen naar de vijand. Het zou een goed plan zijn voor mij omdat Caypor dan niet wist dat ik hem in de val lokte. Ik wilde meer leren over hem en zijn vrouw. Daarna kon ik vragen of hij voor ons wilde werken of niet. Ik vraag onze landvrouw of ze een leraar kan vinden voor me. Toen ik dat zei was er een korte stilte. Ze zei dat ze kon proberen er een te vinden. Ik moet het haar weer vragen, en ik ben er van overtuigd dat ik een leraar krijg. Vraag het niet aan de landvrouw, zei Caypor. Wanneer ze een leraar vind voor je, ben ik er van overtuigd dat die een lokaal accent heeft. Het lokale accent is niet goed voor je om te leren. Ik zal mijn vrouw vragen of zij iemand weet. Mijn vrouw is een slimme vrouw, je kunt haar vertrouwen. Dat is aardig van je, zei ik. Ik keek zorgvuldig naar Caypor. Even daarvoor was zijn gezicht nog vriendelijk, nu had hij een wantrouwende blik. Maar zijn ogen waren altijd koud. Ik denk dat je wel een beetje Duits kent, vroeg Caypor me met interesse. Ja, zei ik, ik was een student in Duitsland. Ik gebruikte veel Duits, maar dat was een lange tijd geleden. Ik kan alleen nog dingen lezen. Oh, ja, ik zag dat je een Duits boek las vannacht, zei Caypor. De sukkel! Caypor was een sukkel! Hij vertelde me dat hij me niet had gezien in de eetkamer vannacht. Dat was een vergissing. Ik vroeg me af of Caypor zijn fout realiseerde. Caypor stond op, het spijt me zei hij. Mijn vrouw kan elk moment komen. Het is tijd voor onze wandeling. We gaan altijd in de avond lopen in de bergen. De bloemen zijn prachtig. Je moet een keer meekomen met ons. Ik ben vereerd, maar ik moet wachten tot ik een beetje sterker ben zei ik. Mevrouw Caypor kwam naar beneden en haar man stond bij haar. Ze liepen op de weg met hun hond. Caypor begon luid te praten tegen zijn vrouw. Ik wist zeker dat hij haar vertelde over onze ontmoeting. Ik voelde me nog steeds slaperig en dus stond ik op om naar mijn kamer te gaan. Binnen een aantal minuten sliep ik.

5. Een les met Mevrouw Caypor
Wanneer ik wakker werd, was het al avond. Ik ging opnieuw naar beneden naar de eetkamer voor het diner. Wanneer ik binnenkwam, zag ik de Caypors opstaan van hun tafel. Ze waren net klaar met eten. Ze kwamen naar me toe, en Caypor sprak me aan. We zouden het erg leuk vinden als je buiten met ons koffie komt drinken, na je maaltijd. Dat wil ik wel, zei ik. Ik had een goede maaltijd, en ging naar buiten om bij ze te gaan zitten. Grantley Caypor stond op en stelde zijn vrouw voor. Ik ben blij je te ontmoeten zei ik overtuigd. Mevrouw Caypor bewoog haar hoofd een beetje, als blijk dat ze mij had gehoord. Maar ze zei niets, en er was geen glimlach op haar gezicht. Het was makkelijk te zien dat ze me niet mocht. Nu kon ik haar voor het eerst goed zien. Ze was een vrouw van ongeveer 40 jaar oud. Ze keek niet echt gezond. Maar ik kon zien dat ze geen stomme vrouw was. Caypor had gezegd dat ze een huisvrouw was. Maar ik heb gewoond in Duitsland en ik wist dat veel vrouwen hetzelfde waren als haar. Maar verder was ze een goede huisvrouw, ik wist dat ze erg intelligent was. Ze droeg een witte bloes, een zwarte rok en mooie laarzen om mee in de bergen te lopen. Caypor sprak tegen haar in het Engels. Hij vertelde haar vrolijk, wat ik hem had verteld. Ik wist dat hij dit vast wel ooit eerder had verteld aan haar. Ze luisterde en had een onvriendelijke blik op haar gezicht. Caypor draaide zich naar me. Je vertelde me dat je Duits wilde leren, zei hij. Zijn gezicht had een lach, maar zijn ogen waren koud. Ja, ik was een student voor een tijdje in Duitsland, in de Heidelberg universiteit. Antwoordde ik. Echt waar, zei mevrouw Caypor in het Engels? Ze leek me nu meer geïnteresseerd in me. Ik ken Heidelberg wel, zei ze. Ik zat daar een jaar op school. Mevrouw Caypor sprak goed Engels, maar ze sprak niet als een Engels persoon. Ik vond de manier waarop ze sprak niet goed. Maar ik had afgesproken met mezelf dat ik interesse voor haar toonde. Ik had geen rede om onbeleefd te doen. Maar ik kon zien dat ze dacht dat ze beter was dan mij. Ze dacht dat ze super was. Ik heb je niet verteld, mijn lief, zei Caypor. Mr Sommerville zoekt naar iemand die hem taallessen kan geven nu hij hier is. Ik vertelde hem dat je misschien een leraar weet voor hem. Nee, ik weet er geen een, antwoordde ze. Het lokale dialect is erg slecht. Wanneer je een lokale leraar vind, zal het je Duits niet helpen. Meneer Somerville, zei Caypor. Ik kan je aanbieden of mijn vrouw je Duitse lessen kan geven. Ze is, volgens mij dan, een intelligente vrouw. Oh, geweldig. Ik heb de tijd, zei mevrouw Caypor. Ik heb mijn eigen werk om te doen. Ik zag dat ze me geen kans gaven om op Caypor’s voorstel in te gaan. Natuurlijk, ik zal het geweldig vinden als je me lessen zou geven, maar ik wil je niet van het werk afhouden. Ik red me wel, ik hem niet altijd wat te doen en ik kan je lessen geven wanneer je wil. Ik keek zorgvuldig naar ze, en ik was er van overtuigd dat ze interesse had toen ze praatte. Natuurlijk, het zou alleen wel redelijk zijn als je mijn vrouw iets betaald voor de lessen, zei Caypor. Dat klopt, zei ik. Natuurlijk betaal ik iets voor de lessen. Caypor draaide naar zijn vrouw. Wat zeg je ervan, mijn vrouw? Vroeg hij aan haar. Kun je nog een uurtje vrijmaken in je drukke dag? De lessen zullen meneer Somerville erg helpen. Hij zal ook leren dat niet alle Duitsers slecht zijn, als de mensen denken in Engeland. Mevrouw Caypor denk voor eventjes. Ik zou het leuk vinden om elke dag een uur les te geven. Maar waar zullen we over praten? Het zou me erg moeilijk lijken om met mevrouw Caypor ergens over te hebben. Ik zal het leuk vinden om meneer Somerville taallessen te geven, zei ze tot slot. Het was te zien dat ze niet echt blij was. Ze deed dit alleen omdat dit een plan was om haar man te helpen. Oké, meneer Somerville, je hebt geluk gehad dat je een lerares hebt gevonden, zei Caypor met een luide stem. Wanneer wil je starten? Morgenochtend om 11 uur? Dat lijkt me een goede tijd voor me, als het goed is voor mevrouw Caypor, zei ik. Ja, dat is een goede tijd zei mevrouw Caypor. Ik zal naar je kamer toe gaan en de lessen daar geven. Ik stond op en bedankte ze en zei gedag.

Het was elf uur de volgende morgen, er werd geklopt op mijn deur. Ik opende hem en mevrouw Caypor kwam naar binnen. Ik voelde me een beetje boos. Ik moet een uur met haar praten en ik weet niet eens waar we het over moesten hebben. Maar ik moest voorzichtig zijn zodat ik niet verdacht was en ik op mijn woorden moest letten. Ik wist dat het een intelligente vrouw was. Ze ging zitten en startte onmiddellijk met vragen te stellen over de Duitse literatuur. Ze verbeterde mijn fouten goed. Wanneer ik soms moeilijkheden had met de Duitse grammatica legde ze het goed uit. Je kon niet zien dat ze niet goed mee deed aan de lessen. Maar langzaam ondervond ik dat ze een goede lerares was. Ze leek van lesgeven te houden en tijdens de lessen, kon je zien dat ze begon te vergeten dat Engeland in oorlog zat met Duitsland. Later de dag, ontmoette ik meneer Caypor buiten het hotel. Zo, meneer Somerville, zei hij met een vriendelijk lach op zijn gezicht, hoe gingen je lessen? Ik vertelde hem de waarheid. Het waren goede lessen, zei ik. Jou vrouw is een goede lerares, en een interessante persoon om mee te praten. Hij lachte. Ik zei het je al, is het niet. Mijn vrouw is de beste vrouw die ik ken. Ik voelde toen Caypor dit zei dat hij voor het eerst open was.

We hadden lessen elke dag, 3 dagen lang. Mevrouw Caypor wilde niet alleen meer praten over muziek en literatuur. Op e vierde dag vroeg ik haar iets over de oorlog. Ze stopte me gelijk. Ik denk dat het iets is om niet over te praten, meneer Somerville, zei ze. Ik praat er nooit meer over. Ze ging verder werken met de lessen. Ze was erg onvriendelijk, maar ze leek geïnteresseerd in lesgeven. Ik probeerde vriendelijker te doen tegen haar, maar ze mocht me nog steeds niet. Nu moest ik weten waarom ze zo deed, maar ik realiseerde al waarom ze me niet mocht. Ze mocht me niet omdat ik Engels was. Ze kon me niet aardig vinden omdat de 2 landen in oorlog met elkaar waren. Maar ze wist wel veel over literatuur, muziek en tekenen. Dit zette me aan het denken.

6. Ik besluit hoe ik moet toneelspelen.
Ik zat in mijn kamer en keek naar de kust. Het was een fijne ochtend en ik voelde me blij na een goed ontbijt. Ik wist zeker dat de Caypors niet wisten dat ik een spion was. Ik wist nu wie hun waren, en het plan werkte goed. Ze geloofde in mijn verhaal dat ik vertelde over mijn ziekte. Ik dacht over wat ik wist over de Caypors. Ik begreep mevrouw Caypor meer dan haar man. Ze haat me. Maar ze deed attent bij de lessen, en ze haatte me soms zo dat ze onbeleefd deed tijdens de lessen. Op een dag, vertelde ze me dat de Engelsen niets over literatuur weten. Op een andere dag, hoorde ik haar zeggen stomme man in haarzelf. Ik was er van overtuigd dat ze me wilde vermoorden als ze er achter kwam dat ik een Britse spion was. Ik was verbaasd erover dat ze zo van haar man hield. Ik wist nog hoe liefdevol ze zijn hand vasthield en hoe verliefd ze naar hem keek. Ik denk dat ze van hem houdt omdat hij haar bewonderd. Ze houdt ook van zijn vrolijkheid en zijn grappen. Ze voelde dat ze hem beschermde als een moeder een kind beschermt. Maar toen herinnerde ik me dat Caypor een spion was. Wist mevrouw Caypor dit? Ja, ik dacht dat ze het wel moest weten dat haar man een spion was. Mevrouw Caypor geloofde dat Duitsland beter was dan Engeland op alle manieren. Het was misschien ook wel haar idee dat haar man een spion werd voor de Duitsers. Caypor zou denk ik geen spion zijn geworden als hij zijn vrouw niet persoonlijk kende. Ik bewonderde haar hoe ze hem had omgepraat. Ik kon me veel dingen inbeelden, maar ik wist niet wat ze tegen hem zei. Ik dacht even aan Caypor. Ik herinnerde me alles wat R had gezegd over hem. Het was geen man om te bewonderen. Maar er waren veel verrassende dingen over hem. De ene helft van hem was een spion, en de andere helft was een vriendelijk, grappen vertelende en lachende man. Hij was altijd bereid om mensen te helpen. Hij was erg goed bevriend met het Ierse koppel in het hotel, en soms bracht hij kleine cadeautjes en bloemen mee. Nu ik Caypor een beetje kende, vind ik hem een interessante man. Hij was meer geïnteresseerd dan wie dan ook in een verhaal. Het verwonderde me opnieuw waarom hij spion was geworden. Ik dacht niet dat hij alleen spion was voor het geld. Er waren ook andere manieren om aan geld te komen behalve spion zijn, een minder gevaarlijke. Je kon ook zien dat Caypor een zorgvuldige man was met geld. Het kon ook zijn dat hij spion was omdat hij de Engelsen haatte. Ze hadden hem in de gevangenis gedaan vanwege diefstal. Het kon ook zijn dat zijn vrouw hem had overtuigd. Misschien was hij wel spion omdat hij een rechtvaardige man is, of nog veel meer speculaties. Het was onmogelijk voor mij om er eentje te geloven. Maar denken aan de Caypors helpen mij om mijn ideeën helderder te maken. Ik wist nog steeds niet hoe Caypor’s karakter was. Ik wist ook niet waarom hij had gekozen voor werk als spion. En de 2 kanten van zijn karakter? Was het een goede man wie van de duivel houd, of was het een duivelse man die van goed hield. Ik wist niet hoe deze 2 dingen samen konden zijn bij dezelfde man. Er was maar een ding zeker bij me. Grantley Caypor is een verrader. Soms was hij een verrader en niet wist wat voor een gevolgen er aan zaten. Tot slot maakte ik mijn conclusie. Ik wist niet zeker waarom Caypor een spion was geworden voor de Duitsers. Om deze rede kan ik hem niet vragen voor Britse spion. Ik kon een man als Caypor niet vertrouwen. Ik wist ook dat zijn vrouw een grote invloed op hem heeft. Zo, iemand moet hem overhalen naar Engeland te gaan, maar hoe moest ik dit doen, ik had geen idee.

7. De wandeling met de Caypors.
Het was 6 dagen na mijn eerste Duitse les. Ik had mijn avondmaal in de eetkamer en zat buiten een kop koffie te drinken. Caypor kwam en ging bij me zitten. Mijn vrouw voelt zich moe en is naar bed gegaan, zei Caypor met een vriendelijke lach. Vind je het erg als ik bij je kom zitten? Nee, helemaal niet, antwoordde ik. Ga zitten, alsjeblieft. Hij bood me een Zwitserse sigaar aan. Het was geen goede sigaar, maar ik wilde hem wel. Het spijt me, ik heb geen betere sigaren zei Caypor. Vanwege de oorlog kun je geen goede sigaren vinden. Ik word een beetje moe van die oorlog, moet ik zeggen. Ik wilde hem zoveel mogelijk laten praten, zodat ik meer kon leren over zijn ideeën. Ik wilde niet al te veel zeggen over mijzelf. Mijn vrouw en ik praten nooit over de oorlog, zei Caypor. Ik ben blij dat ik met jou erover kan praten. Ik denk dat de Duitsers de oorlog gaan verliezen, maar ik kan dat mijn vrouw niet vertellen. Caypor wilde me blijkbaar laten geloven wat hij zei. Mmm, zei ik. Ik antwoordde zo omdat je er geen nee of ja op kunt antwoorden. Caypor denkt dat ik het met hem eens ben. Hij ging door met praten. Ik voel me zo boos, zei Caypor. Ik kan Engeland niet helpen in deze oorlog. De Engelsen willen me geen enkele baan geven omdat mijn vrouw Duits is. Ik probeerde bij het leger te gaan, maar ze zeiden dat ik te oud was. Maar ik wil niet langer leven hier in Zwitserland. Ik moet je vertellen dat ik heel graag iets wil doen voor Engeland. Ik weet veel talen, en ik ben er van overtuigd dat ik belangrijk kan zijn voor de overheid waar jij werkt. Dus daarom kwam Caypor met me praten. Hij wil meer informatie over wat voor werk ik deed. Ik gaf hem wat informatie dat ik had gekregen van R. Het was vals, natuurlijk. Caypor schoof zijn stoel dichter naar die van mij, en verlaagde zijn stem. Ik wil niet dat iedereen hoort wat we zeggen, zei hij zachtjes. Je weet, de Zwitsers zijn erg vriendelijk met de Duitsers. Maar je wilt me zeker niets vertellen over die geheimen. Toen vertelde hij me een of 2 dingen die geheim waren. Ik vertel ze aan niemand anders dan jou, legde hij uit. Ik vertrouw je. Dus vertelde ik hem ook 1 of 2 dingen. Opnieuw was het valse informatie dat ik had gekregen van R. Caypor stond op. Je moet me excuseren zei hij. Mijn vrouw is al een tijdje in bed. Het is tijd om ook te gaan. Dank je voor het interessante gesprek. Goede nacht. Ik was er van overtuigd dat hij een brief ging schrijven. Hij gaat alle informatie aan de Duitsers geven dat ik net vertelde. Op zondag, een dag later, kwam Caypor aan mijn tafel zitten tijdens het ontbijt. Mijn vrouw en ik gaan naar een kleine excursie, zei hij. We gaan lopen in de bergen. We gaan lunchen in een fijn restaurant. Het is een fijne dag. Als je jezelf sterk genoeg voelt, kun je wel met ons meegaan. Het lopen in de buitenlucht zal je goed doen. Ik zou het erg leuk vinden om mee te gaan, zei ik beleeft. Ik denk dat ik sterk genoeg ben om mee te gaan met de excursie. We ontmoeten elkaar zo. Ik was voorbereid om de dag door te brengen met hun. Op de eerste plaats is het ver van het hotel af, dus ik moet voorzichtig zijn. Het kon zijn dat dit een val was. De Caypors kunnen ontdekt hebben wie ik ben. Ze konden me mee in de bergen nemen om me te vermoorden. Ik was er van overtuigd dat mevrouw Caypor zoiets kan doen. Ik herinnerde me ook, dat Caypor naast een vriendelijke persoon ook een verrader is. Maar Caypor oogde gelukkig en relaxed. Wanneer we liepen, hij praatte vrolijk de hele tijd en vertelde grappige verhaaltjes. Ik was verbaasd om te zien hoeveel hij wist over de bloemen in de bergen. Hij kon me de naam vertellen over elke bloem die hij zag. Een keer zag hij mooie bloemen aan het einde van het pad. Hij plukte ze en gaf ze aan zijn vrouw. Ik kon zien dat hij van de bloemen hield, en ook van zijn vrouw. Zijn het geen mooie bloemen, zei hij tegen haar. Mevrouw Caypor keek naar me. Mijn man houdt heel erg van bloemen, zei ze. Ik lach er soms om. Op een keer hadden we bijna geen geld. Maar toch kocht hij bloemen voor me, zonder dat we te eten hadden. Ik zag Caypor soms in het hotel met bloemen in zijn hand, en dat hij ze gaf aan een Ierse vrouw. Zijn interesse in bloemen was echt. Het was een beetje kinderachtig. Ik dacht altijd dat bloemen oninteressante dingen waren. Maar Caypor praatte de hele weg erover zodat het interessant werd. Je moet vast veel gestudeerd hebben in bloemen, zei ik tegen hem om zoveel te weten te komen. Waarom schrijf je geen boek erover? Ik schrijf nooit een broek, antwoordde hij. Er zijn teveel boeken in de wereld. Ik heb er veel geschreven als journalist, maar dat was voor de krant. Maar wanneer ik langer in Zwitserland ben, wil ik wel een boek schrijven over de bloemen uit Zwitserland. Je moet in Lucerne zijn in de lente. De bloemen zijn dan prachtig. We gingen naar het restaurant en zaten buiten aan de tafel. Er was een mooi uitzicht op het meer langs de bergen. We hadden een fijne lunch met vis vers uit de rivier. We dronken bier. We voelde ons plezierig en blij met de excursie. Even was mevrouw Caypor niet kortaf tegen me. In mijn hart voelde ik dat ik nu gelukkig was, zei ze. Ook al is de oorlog bezig nu. Er waren tranen in haar ogen toen ze dat uitsprak. Caypor pakte haar hand en wreef er over. Het leek me het best om ze alleen te laten voor een aantal minuten, dus ik liep naar het eind van de restauranttuin. Ik keek naar het uitzicht en dacht opnieuw aan mevrouw Caypor, en Caypor’s ongebruikelijke karakter. Ik vroeg me af hoe ik hem naar Engeland moest krijgen. Ik had nog steeds geen idee hoe ik dit voor elkaar zou krijgen. Ik moest even alleen zijn voor een half uurtje. Opeens hoorde ik een stem. Daar ben je. We vroegen ons af waar je was. Het was Caypor. Hij en zijn vrouw kwamen naar me toe. Ze liepen hand in hand. Ze keken naar het uitzicht die in de hoek van de tuin was. Het is nog mooier dat het uitzicht waar we waren, zei Caypor. Het is veel beter dan nu in Engeland te zitten, in de oorlog, is het niet. Had je moeilijkheden gehad om van Engeland naar Zwitserland te gaan. Caypor vroeg het aan me. Nee helemaal niet. Ik had geen problemen met de douane. Wanneer ze zagen dat ik een Engels paspoort had, lieten ze me er gelijk door. Ik zag hoe Caypor keek naar zijn vrouw, ik vond het mooi. Tegelijkertijd denkt Caypor hoe hij naar Engeland terug kan. Het zou mijn probleem er makkelijker op maken. Als Caypor echt naar Engeland wilt, dan hoef ik hem niet over te halen. Voor ik het wist kon ik er niet meer over denken. Mevrouw Caypor sprak. Ik denk dat we nu beter terug kunnen gaan naar Lucerne. We liepen dezelfde weg terug, en waren binnen 2 uur weer bij het hotel.

8. Caypor krijgt een baan.
Twee dagen later gebeurde er iets ongelofelijks. Het gebeurde midden in de Duitse lessen van mevrouw Caypor. Mijn man gaat naar Geneve vandaag, zei ze. Hij moest daar komen voor zaken. Oh, zei ik. Blijft hij er voor lang? Nee, maar 2 dagen, antwoordde ze. Ik had het gevoel dat mevrouw Caypor een leugen vertelde. Ik snapte niet waarom ze midden in de les vertelde dat haar man weg was. Waarom dacht ze dat het mij zou interesseren? Ik dacht dat Caypor niet naar Geneve was, maar naar Berne. Ik wist dat de Duitse geheime dienst een kantoor had in Berne. Tijdens de lunch, praatte ik tegen de serveerster. Je hebt maar een beetje werk te doen vandaag, zei ik tegen haar. Ik hoorde dat meneer Caypor naar Berne was. Ja, antwoordde ze. Maar hij is morgen weer terug. Dat bewees dat Caypor naar Berne was. Want de serveerster had niet verteld dat ik fout zat. Ik zond een brief naar een vriend van mij in Berne, en vroeg hem of hij uit wilde vinden of Caypor er was.

De volgende avond, kwam Caypor naar binnen voor te dineren met zijn vrouw. Ze praatten niet met me. Caypor was niet blij. Ze praatte ook niet tegen elkaar tijdens het diner. Ze gingen meteen naar hun kamers toen ze met het maal klaar waren. De volgende morgen, kreeg ik een antwoord terug van mijn vriend in Berne. Hij zei dat Caypor in Berne was, en hij was bij het bureau van de Duitse geheime dienst. Ik vroeg me af waarom hij bij de Duitse geheime dienst was. De Duitsers hielden er niet van hem te betalen voor niets doen in Lucerne. Ze gingen nu Caypor naar Engeland sturen. Natuurlijk, was ik er niet zeker van. Ik vroeg me het weer af. Maar een spion moet denken omdat je niet direct met mensen kun praten. Wanneer mevrouw Caypor binnen kwam, om een les te geven, keek ze erg moe. Ze wilde me niet lesgeven. Ik dacht dat ze de hele nacht wakker waren gebleven om te praten. Ik vroeg me af wat ze hadden gezegd. Zou ze hem overhalen naar Engeland te gaan of in Zwitserland te blijven. Ze gaf mee een goede les, maar ze was ongeduldig. Ze wilde de lessen snel stoppen. Bij de lunch, keek ik naar ze in de dinerkamer. Opnieuw keken ze verward en ze praatte hard tegen elkaar. Ze ging weg voordat ik klaar was. Wanneer ik mijn maaltijd eindigde ging ik naar buiten, ik vond Caypor die alleen bij de deur zat. Hallo, zei hij vriendelijk. Hij vond het moeilijk te glimlachen. Kom, laten we koffie drinken, zei hij. Mijn vrouw is moe en heeft koppijn.Ik vertelde haar om te gaan liggen. Ze is een beetje verward, zie je, omdat ik er over denk naar Engeland te gaan. Oh, zei ik, geïnteresseerd. Ga je voor lang? De waarheid is, zei Caypor, dat ik moe ben van niets doen. Ik ben bezorgd over de oorlog dat hij nog jaren duurt, en ik kan hier niet voor eeuwig blijven. Ik denk dat het tijd is om een baan te zoeken. Je weet dat ik een Duitse vrouw heb, en ik een Engelsman ben, en dat ik mijn land wil helpen. Natuurlijk vind mijn vrouw dit geen goed idee. Ik kon een nieuwe blik in Caypor’s ogen zien: het was de waarheid. Caypor was bang. Hij wilde niet naar Engeland. Hij wilde veilig in Zwitserland blijven. Ik vroeg me af wat zijn baas tegen hem had gezegd in Berne. Hij had een order dat Caypor naar Engeland moest. Ik denk dat zijn vrouw hem probeerde over te halen in Zwitserland te blijven. Maar ik denk niet dat het is gelukt. Neem je je vrouw mee, vroeg ik. Nee, ze blijft hier antwoordde hij. Ik dacht dat hij informatie in brieven naar haar zond, dat belangrijk zou zijn voor de Duitsers. Meneer Caypor gaat de informatie doorgeven aan de Duitse geheime dienst. Caypor draaide naar me toe. Ik ga voor een lange tijd naar Engeland, zei hij. Ik weet niet hoe ik er een baan kan vinden, weet jij iets? Ik weet niets, zei ik. Wat voor een baan denk je aan. Nou, ik wil een soort van baan als jij deed. Is er niemand in je werk die je goed kent. Je kunt hem een brief schrijven en erin vertellen dat je me hebt ontmoet in Zwitserland. En je kunt misschien vragen of ik er ook mag werken.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

goed boedverslag in de plaats van 69 blz
maar 18 pagina :D

thnx

14 jaar geleden

T.

T.

Ik mis hoofdstuk 9 bij het laatste verhaal....

11 jaar geleden

X.

X.

Had je niet beter een wat kortere samenvatting kunnen maken? ik heb morgen mijn toets en moet lekker de nacht door lezen!

11 jaar geleden

B.

B.

beetje lang he
denk ik hier kan ik wel wat info weghalen maar nu moet ik teveel lezen omer wat info uit te halen voor mijn boekverslag!!

11 jaar geleden