Summer Lightning door P.G. Wodehouse

Beoordeling 9
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 3182 woorden
  • 12 september 2014
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 9
  • 1 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
De ontvoerde zeug
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1929
Pagina's
224
Oorspronkelijke taal
Engels

Boekcover Summer Lightning
Shadow
Summer Lightning door P.G. Wodehouse
Shadow

Gegevens van het boek



Auteur: P.G. Wodehouse (1881 – 1975)



Oorspronkelijke titel: Summer Lightning



Voor het eerst gepubliceerd in: 1929



Nederlandse titel: De ontvoerde zeug



Vertaling: W. Wielek-Berg



Omslagillustratie: Carol Voges



Uitgever: Uitgeverij Het Spectrum NV, Utrecht/Antwerpen, 1956, 2e druk, Prisma Pocket 219



Aantal pagina’s: 224



Genre: humoristische roman





Samenvatting van het boek



Galahad (“Gally”) Threepwood, de jongere broer van Lord Emsworth - die de de kasteelheer van Blandings is -, is bezig op Blandings Castle zijn memoires te schrijven. Dit is zeer tegen de zin van een aantal Engelse aristocraten. Zij worden namelijk liever niet meer herinnerd aan de plezierige en nachtelijke bloemetjes die zij in hun jeugd samen met Galahad overvloedig buiten gezet hebben en die hij ongetwijfeld in zijn memoires zal gaan beschrijven. Sir Gregory Parsloe-Parsloe, de buurman van Lord Emsworth, is een van die aristocraten die ernstig bezwaar hebben tegen het boek van Galahad en ook Lady Constance Keeble, de zuster van Lord Emsworth, is niet blij met de literaire aspiraties van haar broer, omdat deze ongetwijfeld schande over de familie zullen brengen. Daarom heeft Lady Constance Rupert Baxter, de vroegere secretaris van Lord Emsworth, ingehuurd om de memoires te stelen. Baxter neemt zijn intrek in een woonwagen in het park van het kasteel om te voorkomen, dat Lord Emsworth hem te veel zal zien. De graaf van Emsworth is Baxter namelijk niet zo gunstig gezind sinds Baxter in het vorige avontuur op Blandings met bloempotten naar hem gegooid heeft. 





Intussen hebben de zesentwintigjarige Ronald (“Ronnie”) Overbury Fish, een neef van Lord Emsworth, en Hugo Carmody, de huidige secretaris van Lord Emsworth, ook zo hun problemen. Ronnie en Hugo waren tot voor kort samen eigenaar van een nachtclub in Londen die “De Tent” heette. De exploitatie daarvan werd echter een financiële ramp, waardoor Ronnie heel wat geld verloren heeft. Ronnie is verder in het geheim - vanwege het standsverschil - met Sue Brown, een danseres, verloofd. Hugo is eveneens in het geheim verloofd met Millicent Threepwood, een nicht van Lord Emsworth. Ook deze relatie heeft vanwege het identieke standsverschil weinig toekomstperspectief. Als Ronnie en Sue in Londen toevallig Lady Constance tegen het lijf lopen, redt Ronnie zich uit de situatie door Sue als Myra Schoonmaker voor te stellen. Myra is een rijke Amerikaanse erfgename die Ronnie in Frankrijk ontmoet heeft en die als huwelijkskandidate voor Ronnie uiteraard op de volledige instemming van Lady Constance kan rekenen. Zij nodigt Sue dan ook direct uit om op het kasteel van Blandings te komen logeren.





Ronnie gaat naar Blandings Castle om daar te proberen wat geld van Lord Emsworth - die zijn voogd is en vanuit die hoedanigheid ook zijn vermogen beheert - los te krijgen. Ronnie doet net alsof hij van varkens houdt - in verband met de aanwezigheid op het kasteel van Lord Emsworths prijsvarken, de “Keizerin van Blandings” -, maar wanneer Lord Emsworth Ronnie aantreft op het moment dat hij met een tennisbal op de rug van de keizerin aan het stuiteren is, jaagt Ronnie Lord Emsworth daardoor nogal tegen zich in het harnas. Om alsnog aan het gewenste geld te komen bedenkt Ronnie dan het plan om de keizerin te stelen en deze korte tijd later terug te brengen. De graaf zal dan waarschijnlijk vreselijk blij zijn en Ronnie maar al te graag een beloning willen geven. Ronnie vraagt Beach, de butler van het kasteel, om hem te helpen. Deze heeft daar aanvankelijk niet veel zin in, maar stemt uiteindelijk toch toe. Ronnie en Beach stelen het varken en verbergen het in het verlaten boswachtershuisje in het Westerbos van het kasteelpark.





De diefstal van Lord Emsworths geliefde varken veroorzaakt de nodige consternatie op het kasteel. Hugo wordt door Lord Emsworth naar Londen gestuurd om een detective in te huren om de keizerin op te sporen. De detective in kwestie, P. (“Percy”) Frobisher Pilbeam, eigenaar van Detectivebureau Argus, weigert aanvankelijk, maar als hij daarna voor vijfhonderd pond ingehuurd wordt door Sir Gregory Parsloe-Parsloe om de memoires van Galahad te stelen, bedenkt hij zich. Het zoeken naar de keizerin is immers een prima dekmantel om stiekem achter de memoires van Galahad aan te gaan. Lord Emsworth is erg blij dat Pilbeam de opdracht om naar zijn varken te gaan zoeken alsnog aanneemt. Uiteraard vermoedt hij niets van de werkelijke reden die daar achter zit. 





Sue gaat als Myra Schoonmaker naar Blandings. Galahad krijgt echter al gauw door, dat Sue Myra niet is. Sue neemt Galahad dan in vertrouwen en vertelt hem, dat ze naar het kasteel gekomen is om haar relatie met Ronnie weer in goede banen te leiden. Ze vertelt Galahad dat toen Hugo in Londen was om Pilbeam in te huren hij haar voor de gezelligheid mee uit dansen genomen heeft. Toen ze samen in een restaurant zaten dook Pilbeam opeens op. Pilbeam bleek al langere tijd een oogje op Sue te hebben. Juist op dat moment kwam Ronnie het restaurant binnen en zag Sue met Pilbeam zitten. Ronnie trok daar de verkeerde conclusie uit, maakte amok en verbrak zijn verloving met Sue. Toen Millicent van het gebeuren in Londen hoorde, verbrak zij ook haar verloving met Hugo, omdat zij dacht dat Hugo verliefd was op Sue. Galahad belooft Sue haar niet te zullen verraden en raadt haar aan het maar weer gauw goed te maken met Ronnie.





Intussen is ook Pilbeam op het kasteel gearriveerd. Galahad vertrouwt Pilbeam niet, omdat hij denkt dat Pilbeam vroeger redacteur van het roddelblaadje “Pikante Praatjes” is geweest - wat ook waar is - en in die hoedanigheid daarin ooit een lelijk artikel over hem geschreven heeft. Pilbeam haast zich dit te ontkennen, maar voelt zich vervolgens niet helemaal prettig meer op het kasteel. Pilbeam probeert Sue te strikken als hulpje bij zijn zoektocht naar de memoires van Galahad. Zij krijgt dan een deel van de beloning. Sue weigert echter.





Baxter denkt, dat Hugo de keizerin gestolen heeft om zijn baan als secretaris veilig te stellen. Hij achtervolgt Beach wanneer deze de keizerin in het bos gaat voederen. Op dat moment breekt er een zomerse onweersbui los - hiermee is gelijk de titel van het boek verklaard - en Beach treft in het boswachtershuisje ook Hugo en Millicent aan, die er voor het onweer zijn komen schuilen en in de tussentijd hun relatie weer hebben hersteld. Beach legt hun uit wat er aan de hand is - zonder Ronnie te verraden overigens - en hij doet hun het idee aan de hand om het varken elders onder te brengen. Na een tijdje kunnen ze het dier dan weer bij Lord Emsworth terugbezorgen en vervolgens toestemming voor hun huwelijk vragen. De graaf zal hun dat dan niet willen weigeren, denkt Beach. Hugo en Millicent volgen de raad van Beach op en Hugo verstopt de keizerin in de woonwagen van Baxter. Als Beach terug is op het kasteel, wordt hij door Baxter bij Lord Emsworth beschuldigd van de diefstal van de keizerin. Beach ontkent en ze gaan vervolgens met z’n drieën in het boswachtershuisje kijken. Uiteraard treffen ze het varken daar niet meer aan, waardoor Baxter een enorme flater bij Lord Emsworth slaat.





Pilbeam vertelt Ronnie intussen hoe het zit met Sue. Hij vertelt Ronnie dat hij niets met haar heeft en dat Sue als Myra Schoonmaker op het kasteel is. Ronnie wordt hierdoor zo getroffen, dat hij naar Sue gaat om het weer goed met haar te maken. Pilbeam wordt vervolgens dronken door het nuttigen van te veel cocktails voor het diner. Hij vertelt Hugo, dat hij hem het varken in de woonwagen van Baxter heeft zien verbergen. Pilbeam bevond zich toevallig ook in de woonwagen, omdat hij daar aan het schuilen was voor de zomerse onweersbui. In paniek belt Hugo Millicent op die op dat moment met de Threepwoods aan het diner zit op het kasteel van Sir Gregory Parsloe-Parsloe. Millicent besluit onmiddellijk tegen Lord Emsworth te gaan zeggen dat Hugo zijn varken gevonden heeft in de woonwagen van Baxter. Lord Emsworth is daardoor zo gelukkig dat hij ondanks het standsverschil direct toestemt in een huwelijk tussen Hugo en Millicent.





Baxter ontdekt via een telegram van de echte Myra Schoonmaker, dat Sue Myra niet is. Hij raakt in paniek omdat hij ook wel interesse had in Sue - van wie hij dacht dat ze werkelijk de rijke erfgename Myra Schoonmaker was - en haar een brief geschreven heeft, waarin hij allerlei onaardige opmerkingen over Lord Emsworth gemaakt heeft. Als Baxter Sue zou ontmaskeren, zou Sue die brief aan de graaf kunnen geven, waarna Baxter natuurlijk ook zou kunnen vertrekken. En dat laatste wil hij nu juist niet omdat hij graag weer als secretaris voor Lord Emsworth zou willen gaan werken. Daarom gaat Baxter naar Sue’s kamer om die brief terug te halen. Als hij daar aan het zoeken is, komt hij plotseling tot de ontdekking dat Sue op het balkon staat. Op het moment dat Baxter snel de kamer wil verlaten, hoort hij echter iemand op de gang aankomen. Hij duikt daarom snel onder het bed. Vervolgens komt Ronnie de kamer binnen en maakt het weer goed met Sue.





Ronnie besluit nu Lord Emsworth in te lichten over de verblijfplaats van zijn varken om vervolgens zijn beloning in ontvangst te kunnen nemen. Beach vertelt hem echter, dat Hugo het varken inmiddels elders ondergebracht heeft. Ronnie ziet zijn plannen in het water vallen en vraagt Beach om onmiddellijk Hugo voor hem te gaan zoeken. Net op dat moment komt Pilbeam langs de regenpijp omhoog klimmen om de memoires te stelen. Lord Emsworth, die met zijn broer en zuster net met de auto terugkomt van een diner bij Sir Gregory, ziet dit en denkt dat het Baxter is. Als de graaf het kasteel binnen gaat, ziet hij dat Pilbeam en Ronnie achter elkaar de trap afvliegen. Ronnie heeft Pilbeam namelijk net de kamer van Sue uitgejaagd en zit hem nu na. Lord Emsworth interpreteert dit echter verkeerd en denkt dat Ronnie en Pilbeam op de vlucht geslagen zijn voor Baxter die langs de regenpijp naar binnen geklommen is. De graaf haalt een geweer en stormt naar de kamer van Sue waar hij na enig zoeken Baxter onder het bed aantreft. Galahad en Lady Constance komen vervolgens ook de kamer binnen.





Lord Emsworth is nu echt overtuigd van het feit dat Baxter getikt is. Baxter is daardoor diep beledigd en wil niet meer in dienst komen bij de graaf. Hij meldt het gezelschap dat Sue Myra Schoonmaker niet is, maar een danseres, en dat zij en Ronnie willen trouwen. Na deze mededeling verdwijnt Baxter voorgoed. Als Ronnie terugkeert - hij heeft Pilbeam niet te pakken kunnen krijgen -, wordt hij door Lady Constance over Sue aan de tand gevoeld. Ronnie bevestigt het verhaal van Baxter en vertelt zijn familieleden dat hij van Sue houdt en met haar wil trouwen. Hij vraagt Lord Emsworth vervolgens om toestemming voor het huwelijk. Lady Constance adviseert haar broer geen toestemming te geven. De graaf begint dan te aarzelen. Hij heeft namelijk geen zin in allerlei gezeur en zeker niet met zijn zuster.      





Galahad komt er dan achter, dat Sue de dochter van zangeres Dolly Henderson is. Hij was vroeger heel erg verliefd op Dolly en beschouwt Sue daarom als een soort petekind van hem. Hij komt daarom met een oplossing voor het probleem van Ronnie en Sue. Galahad vertelt Lady Constance dat hij bereid is zijn memoires niet te publiceren als ze haar verzet tegen het huwelijk van Ronnie en Sue opgeeft. Lady Constance gaat daarmee akkoord. Pilbeam hoort dat de memoires van Galahad niet gepubliceerd zullen worden en keert teleurgesteld terug naar Londen. Daarmee is alles weer op zijn pootjes terechtgekomen.





Beoordeling van het boek



Wodehouse was een Engelse schrijver die al op jonge leeftijd naar Amerika vertrok en daar beroemd werd met zijn vele humoristische verhalen en romans over o.a. Bertie Wooster en zijn butler Jeeves, de merkwaardige bewoners van Blandings Castle en de ongeluksvogel Stanley F. Ukridge. Wodehouse heeft zijn Engelse afkomst nooit verloochend en dat is in zijn werk ook goed te merken. In Amerika werkte Wodehouse overigens ook mee aan het schrijven van teksten voor musicals en theatervoorstellingen. Verder was hij werkzaam voor de filmindustrie in Hollywood. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog woonde Wodehouse in het Noord-Franse kustplaatsje Le Touquet. Hij vertrok niet op tijd voor het dreigende oorlogsgevaar en de binnenvallende Duitsers namen hem daar dan ook gevangen. Ze sloten hem vervolgens als gijzelaar op in een interneringskamp in Duitsland.





Wodehouse was daarna zo dom om zich te laten overhalen enkele - geestig bedoelde - radiopraatjes voor de Duitse radio te houden. Deze praatjes werden hem in Engeland zeer kwalijk genomen, omdat ze, ondanks hun onschuldige en niet-politieke inhoud, gezien werden als een vorm van collaboratie met het Duitse Nazi-regime. Na de oorlog kon Wodehouse om die reden niet meer terugkeren naar Engeland en hij vertrok daarom definitief naar Amerika. Vlak voor zijn dood in 1975 werd hij door de Engelse koningin nog geridderd. Daarmee was onder deze affaire - zoals Wodehouse het zelf kernachtig zei - definitief een streep gezet.





Dit boek van Wodehouse is zijn derde boek over het kasteel van Blandings en zijn bewoners. Het tweede was “Leave it to Psmith” uit 1923 (zie ook mijn bespreking van dit boek op deze website). In 1933 verscheen het vierde boek, getiteld “Heavy Weather” - in het Nederlands vertaald onder de titel “Rumoer op Blandings Castle” -, dat min of meer een vervolg op het derde boek is. In dit derde boek draait alles om het prijsvarken van Lord Emsworth. Wodehouse heeft zelf in een interview eens gezegd, dat hij gewoon wíst, dat Lord Emsworth en zijn varken een grappige combinatie vormden en dat hij er daarom meerdere boeken aan gewijd heeft. Ik ben het met hem eens. De combinatie is inderdaad heel grappig en zorgt voor veel komische situaties die ruimhartig op de lachspieren werken. Het is heerlijke en zorgeloze humor die de lezer voorgeschoteld krijgt. Ik vind het een knappe prestatie van een auteur wanneer hij zo lang na de verschijningsdatum van een boek mensen daarmee nog weet te amuseren.





Overigens is dit het eerste Blandings-boek, waarin het prijsvarken van Lord Emsworth verschijnt en zijn dominante rol opeist. Wodehouse had het varken voor het eerst gebruikt in 1927 in een kort verhaal genaamd “Pig-hoo-o-o-o-ey”. Inspiratie voor het beest had Wodehouse opgedaan toen hij in Engeland regelmatig vertoefde op het landgoed Hunstanton Hall. Dat was in de jaren twintig van de vorige eeuw. In de varkensstal op het landgoed bevond zich namelijk een zwart varken. Dat inspireerde Wodehouse tot de creatie van de Keizerin van Blandings. Ook andere elementen van het landgoed komen in de diverse boeken van Wodehouse terug. 





Zoals ik in mijn boekbespreking op deze website van het allereerste boek van Wodehouse over Blandings - “Something Fresh”, in het Nederlands gepubliceerd onder de titel “Nieuwe bezems” - al schreef, heeft Wodehouse in dit boek meerdere verhaallijnen gebruikt, waardoor je een veel kleuriger en geestiger inhoud krijgt. Hier spelen, als ik het goed zie, drie verhaallijnen door elkaar: de relatie tussen Ronnie Fish en Sue Brown, de relatie tussen Hugo Carmody en Millicent Threepwood en de memoires van Galahad Threepwood. Wellicht zou je ook nog een vierde verhaallijn kunnen zien in de misverstanden die ontstaan met betrekking tot de twee eerstgenoemde relaties. Ronnie denkt namelijk nog een tijdje dat Hugo achter zijn vriendin Sue aanzit en Millicent idem dito. In hoofdstuk vier leidt dat tot een werkelijk kostelijke en zeer humoristische vechtscene in een restaurant. Door dit alles is dit boek veel beter en geestiger geworden. Wodehouse is hier in alle opzichten bijzonder goed op dreef. Het boek verveelt nergens en ik zou het dan ook van harte willen aanbevelen aan beginnende Wodehouse-lezers. Ik weet zeker dat ze daar geen spijt van zullen krijgen.





In het vierde hoofdstuk verwijst Wodehouse naar de vrijmetselarij. Hugo Carmody bezoekt daar de detective Percy Pilbeam. Wodehouse zegt daar dan van Hugo: “…, behalve de voor de hand liggende feiten dat de bezoeker vrijmetselaar, linkshandig, vegetariër en wereldreiziger was”. Wodehouse verklaart verder niet op grond waarvan precies Hugo als vrijmetselaar gekwalificeerd zou moeten worden. Het is een interessante vraag waarom hij überhaupt deze vergelijking gebruikt. Wodehouse werd zelf vrijmetselaar in 1929 - het verschijningsjaar van dit boek - en wel in Londen. Hij werd daar lid van de befaamde Jerusalem Lodge, waar veel bekende mannen lid van waren. In 1934 zegde Wodehouse zijn lidmaatschap van de vrijmetselarij weer op. Waarom hij dat deed is niet bekend. Waarschijnlijk had hij het te druk met zijn literaire activiteiten en had hij verder weinig met de in de vrijmetselarij gebruikte ritualen en symbolen. Een feit is echter wel dat Wodehouse veel vrijmetselaren kende. Veel schrijvers en mensen uit de showbizz waren namelijk vrijmetselaar.





Ik heb nog wel een kritiekpuntje op dit boek. In hoofdstuk zestien komt Ronnie tot de conclusie dat zijn plannen met betrekking tot het varken van Lord Emsworth in het water dreigen te vallen, omdat Hugo en Millicent zich inmiddels van het beest hebben meester gemaakt. Ronnie vraagt Beach dan om Hugo voor hem te gaan zoeken. Dit element wordt in het vervolg van het boek echter niet meer uitgewerkt, waardoor het probleem als het ware tussen Ronnie en Hugo in de lucht blijft zweven. Er wordt in het vervolg namelijk helemaal niet meer over Hugo en Millicent gesproken. Zij treden niet meer op. Het zou, denk ik, logischer geweest zijn als Wodehouse dit probleem tussen beide paren ook nog opgelost zou hebben, al was het alleen maar voor de harmonie en logische afsluiting van het verhaal. Het boek eindigt nu wel met een oplossing voor Ronnie en Sue, maar zoals gezegd is de zaak tussen Ronnie en Hugo niet uitgesproken.





De omslagtekening van dit boek is van de hand van Carol Voges (1925 – 2001). Helaas wordt hij in het boek niet als zodanig vermeld. Voges was een bekende Nederlandse illustrator en striptekenaar. Hij werkte mee aan diverse strips en stripbladen. Zijn tekenstijl is heel herkenbaar en duidelijk. Hij tekende o.a. de in mijn jongensjaren heel bekende boekenseries over de postbode Pietje Puk, de apen Tup en Joep en de matrozen Oki en Doki. Verder is zijn strip over Pa Pinkelman (op tekst van Godfried Bomans) ook heel erg bekend. Wat me wel opvalt aan de omslagtekening is, dat Voges Lord Emsworth anders getekend heeft dan in de tekst omschreven staat. Op de omslagtekening zie je een echte en keurig geklede Engelse aristocraat (met monocle en sigaar), maar in het boek wordt de graaf juist omschreven als een beetje “shabby” type met een versleten colbertje. Er is dus een mismatch tussen tekstomschrijving en tekening. Wat daar de reden van is, weet ik niet. Wellicht heeft Voges de tekst niet gelezen.






REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.