Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Poirot investigates door Agatha Christie

Beoordeling 9.4
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 3890 woorden
  • 17 december 2014
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 9.4
  • 2 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
Uit Poirots praktijk
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1924
Pagina's
190
Oorspronkelijke taal
Engels

Boekcover Poirot investigates
Shadow
Poirot investigates door Agatha Christie
Shadow

Gegevens van het boek



Auteur: Agatha Christie (1890 – 1976)



Oorspronkelijke titel: Poirot investigates



Voor het eerst gepubliceerd in: 1924



Nederlandse titel: Uit Poirots praktijk (elf korte verhalen)



Vertaling: onbekend (geautoriseerde vertaling)



Omslagillustratie: Lambert van Kasteren



Uitgever: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij BV, Alphen aan den Rijn, 1980, 4e druk, Speciale Agatha Christie Reeks 1



Aantal pagina’s: 190



Genre: detectiveverhalen





Samenvatting van het boek



In het eerste verhaal, “Het avontuur met de Avondster” (“The adventure of the Western Star”), raakt Poirot betrokken bij de diefstal van een kostbare diamant, de Avondster genaamd. Deze is in het bezit van de Amerikaanse filmster Mary Marvell die hem ten geschenke heeft gekregen van haar Amerikaanse echtgenoot, de filmster Gregory B. Rolf. Mary vertelt Poirot dat ze dreigbrieven heeft gekregen, waarin staat dat de diamant terug moet keren naar de plaats van herkomst. Mary en Gregory staan op het punt om te gaan logeren bij Lord en Lady Yardly op Yardly Chase. De Yardly’s bezitten de pendant van de Avondster, namelijk de zogenaamde Morgenster. Lady Yardly blijkt ook dreigbrieven te hebben ontvangen. Tijdens een feest op Yardly Chase wordt de Morgenster van Lady Yardly gestolen. Kort daarop wordt ook de Avondster gestolen. Het blijkt allemaal niet te zijn wat het lijkt en Poirot ontrafelt het mysterie snel en vakkundig. Lady Yardly had een affaire met Gregory en deze chanteerde haar daarmee, waardoor Gregory in het bezit kwam van de Morgenster die hij vervolgens als Avondster aan zijn vrouw Mary gaf. Er was dus in feite maar één diamant. Lady Yardly kreeg een namaakexemplaar. Toen Lord Yardly de Morgenster wilde verkopen om zijn schulden te kunnen aflossen, ontstond natuurlijk een probleem. Het bedrog van het duplicaat zou uitkomen. Daarom ensceneerde Gregory de dreigbrieven. Als de diefstal van de Avondster gelukt was, had Gregory naast het permanente bezit van deze diamant ook nog eens het verzekeringsgeld van vijftigduizend pond op kunnen strijken.





In het tweede verhaal, “Het drama op kasteel Marsdon” (“The tragedy at Marsdon Manor”), moet Poirot in opdracht van een verzekeringsmaatschappij de dood van de heer Maltravers onderzoeken. Hij is de eigenaar van een oud kasteel en had vlak voor zijn dood een hoge levensverzekering op zijn leven gesloten ten behoeve van zijn jonge echtgenote. De verzekeringsmaatschappij wil zeker weten of er geen sprake is van zelfmoord - wat op de polis uitgesloten is -, omdat Maltravers in financiële moeilijkheden verkeerde. Poirot komt er al gauw achter dat er geen sprake is van zelfmoord, maar wel van moord. De jonge weduwe was haar man alleen om zijn geld getrouwd en toen dat op was, was hij voor haar niet meer interessant. Zij liet haar man dus een hoge levensverzekering afsluiten en vermoordde hem toen op een manier die op een natuurlijke dood leek.





In het derde verhaal, “De geschiedenis van de goedkope flat” (“The adventure of the cheap flat”), hoort Poirot van zijn goede vriend kapitein Hastings hoe een vriendin van deze laatste, Ella Robinson, een zeer goedkope flat kon huren in een duur flatgebouw in Londen. Poirot vertrouwt het niet en gaat op onderzoek uit. Hij huurt ook een - hoger gelegen - flat in hetzelfde gebouw. Via inspecteur Japp van Scotland Yard hoort Poirot dat er belangrijke plannen van de Amerikaanse marine gestolen zijn. De Italiaan Luigi Valdarno werd daarvan verdacht. Hij werkte op het ministerie, maar werd een paar dagen later doodgeschoten in New York. Hij was daarvoor gezien in het gezelschap van een jongedame, Elsa Hardt genaamd. Elsa is ook verdwenen en wordt verdacht een spionne te zijn. Ze zou in Engeland zitten. Elsa blijkt hetzelfde signalement als Ella te hebben. Voor Poirot is de zaak dan al snel duidelijk. De flat werd door Elsa aan de op haar lijkende Ella verhuurd omdat Elsa verwachtte dat de Italiaanse maffia zich vanwege de dood van Valdarno wel op haar zou willen wreken. Zo zou zij de dans kunnen ontspringen. Poirot achterhaalt de verblijfplaats van Elsa en ontneemt haar de gestolen plannen van de marine. Elsa wordt gearresteerd en de plannen gaan terug naar het ministerie.                





In het vierde verhaal, “Het geheim van het Jachthuis” (“The mystery of Hunter’s Lodge”), worden Poirot en Hastings geconfronteerd met de moord op de rijke Harrington Pace, een oom van Roger Havering. Roger is getrouwd met Zoe die vroeger actrice is geweest. Harrington woonde samen met Roger en Zoe. Harrington werd vermoord in het jachthuis van Roger in Derbyshire. Daar belde op een avond een vreemdeling aan die Harrington wilde spreken. De huishoudster - mevrouw Middleton - en Zoe hoorden de mannen vervolgens ruziën, waarna een schot volgde. Omdat de deur dicht was, liepen de vrouwen buiten om en troffen Harrington dood aan. De vreemdeling was verdwenen. Roger zat op dat moment in Londen. Later verdwijnt ook de huishoudster. Poirot ontdekt al snel hoe de vork in de steel zit. Roger en Zoe hadden grote schulden. Harrington was rijk en zou zijn geld aan hen nalaten. Zoe vermoordde Harrington en speelde als actrice ook de rol van huishoudster, zodat ze elkaar een alibi konden verschaffen. Ook het verhaal over de vreemdeling was gelogen. Roger leidde de aandacht van het jachthuis af door een pistool - waarmee zogenaamd de moord gepleegd was - op een plek te leggen ver weg van het jachthuis, zodat het leek of de moordenaar daar ergens heengegaan was.   





In het vijfde verhaal, “Een miljoen dollar aan obligaties” (“The million dollar bond robbery”), wordt Poirot ingehuurd door Esmée Farquhart, de verloofde van Philip Ridgeway. Ridgeway had zich in opdracht van zijn bank ingescheept naar New York met een pakket obligaties ter waarde van een miljoen dollar. Aan boord worden deze obligaties op mysterieuze wijze gestolen. Nog geen half uur na aankomst van de boot in New York werden al obligaties uit het gestolen pakket verhandeld. De obligaties werden Philip overhandigd door de beide directeuren van zijn bank, de heren Vavasour en Shaw. Philip blijkt de obligaties zelf niet gezien te hebben. Ze zaten in een afgesloten pakket dat in een speciaal valies opgeborgen werd. Op het valies zat een speciaal slot, waarop krassen te zien waren. Poirot doorziet het probleem al vrij snel. In het pakket hebben nooit obligaties gezeten. De echte obligaties waren al eerder met een ander schip naar New York gezonden. Het brein achter deze zaak blijkt directeur Shaw zelf te zijn. Hij reisde onder vermomming ook mee met de boot naar New York en stal onderweg de zogenaamde obligaties uit het valies met behulp van een duplicaatsleutel die hij in zijn bezit had. Vervolgens kieperde hij het neppakket obligaties overboord. Zo werd in New York niets op de boot gevonden, terwijl de echte obligaties al lang ter plaatse waren. Vervolgens reisde Shaw weer terug naar Engeland. Op de bank was hij zogenaamd wegens ziekte afwezig, zodat hij zijn misdadige plannen kon verwerkelijken.





In het zesde verhaal, “Het mysterie van het Egyptische koningsgraf” (“The adventure of the Egyptian tomb”), worden Poirot en kapitein Hastings door de weduwe van Sir John Willard ingehuurd om haar zoon Guy te beschermen tegen de vloek van de farao Men-her-Ra. Het graf van deze farao werd namelijk recent in Egypte door Sir John en zijn financier Bleibner ontdekt. Kort na elkaar stierven beide ontdekkers echter. Guy is nu ook naar Egypte vertrokken om het werk van zijn vader voort te zetten. Poirot en Hastings vertrekken eveneens naar Egypte en ontmoeten daar Guy en de overige expeditieleden: museummedewerker dr. Tosswill, arts dr. Ames, secretaris Harper en bediende Hassan. Op de opgravingslocatie valt vervolgens nog een slachtoffer. Poirot spreekt met alle betrokkenen en wordt dan bijna zelf het slachtoffer van een vergiftiging. Uiteindelijk ontmaskert Poirot dr. Ames als de dader. Deze was uit op het fortuin van Bleibner. Ames infecteerde Bleibner met een bacterie. Bleibner liet zijn geld na aan zijn neef Rupert die vroeger bevriend was met Ames. Ames had Rupert overgehaald een testament op Ames te laten maken en Rupert vervolgens zelfmoord laten plegen door hem wijs te maken dat hij aan melaatsheid leed. Sir John stierf overigens een natuurlijke dood. Dr. Ames pleegt na zijn ontmaskering zelfmoord.





In het zevende verhaal, “De juwelendiefstal in het Grand Metropolitan” (“Jewel robbery at the Grand Metropolitan”), raken Poirot en Hastings betrokken bij een juweldiefstal in het hotel Grand Metropolitan in Brighton. Een kostbaar parelsnoer van een van de gasten, mevrouw Opalsen, wordt gestolen uit haar kamer. Poirot wordt erbij geroepen en hoort dat de parels altijd bewaakt werden door de kamenier van mevrouw Opalsen, Célestine. Als het kamermeisje van het hotel in de kamer moet zijn, is Célestine daar altijd bij. Beide meisjes beschuldigen elkaar vervolgens van betrokkenheid bij de diefstal. Poirot ontdekt dat de kamer naast de kamer van mevrouw Opalsen leeg is. De tussendeur van die kamer is vergrendeld. In die kamer is het stoffig, maar Poirot ontdekt een stofvrij vierkant plekje. Poirot komt dan met de oplossing. Het kamermeisje en de huisknecht van het hotel zijn de dieven. Zij werkten samen en zijn beruchte juwelendieven. De huisknecht stond in de aangrenzende lege kamer te wachten totdat de kamenier even de kamer van mevrouw Opalsen uitging. Het kamermeisje griste toen het juwelenkistje uit de lade van de kaptafel en gaf het door de tussendeur aan haar medeplichtige. Toen de kamenier weer even wegging gaf de huisknecht het inmiddels leeggemaakte juwelenkistje wederom via de tussendeur aan het kamermeisje die het kistje weer opborg. Het kamermeisje liet zich vervolgens door de politie fouilleren en ging natuurlijk vrijuit omdat zij de parels niet bij zich had. Onder het matras van de kamenier Célestine hadden de dieven intussen een nepcollier gelegd, zodat zij verdacht zou worden.       





In het achtste verhaal, “De eerste minister ontvoerd” (“The kidnapped prime minister”), moet Poirot de ontvoering van de Engelse premier David MacAdam oplossen. Het verhaal speelt in de Eerste Wereldoorlog en de Engelse premier moet dringend naar een conferentie in het kasteel van Versailles. Op weg daarheen wordt hij echter in Frankrijk ontvoerd. De Engelse regering verdenkt de Duitsers van de ontvoering en schakelt Poirot in die carte blanche krijgt. Poirot volgt het spoor naar Frankrijk, maar komt dan tot de ontdekking dat hij verkeerd zit. Voorafgaande aan de conferentie werd een aanslag op de premier gepleegd. De premier bleef ongedeerd, maar had wel een schampschot aan zijn gezicht. Poirot vraagt zich af waarom de premier tijdens die aanslag niet gedood is. Dat zou namelijk gemakkelijk gekund hebben. Poirot achterhaalt de toedracht dan vrij eenvoudig. De premier is al in Engeland ontvoerd en wel door toedoen van zijn secretaris, kapitein Daniels. De premier werd ondergebracht bij een handlanger van Daniels, de Duitse spionne Bertha Ebenthal. Een dubbelganger nam de plaats van de premier in en omdat deze een verband droeg als gevolg van de eerdere schotwond had niemand in de gaten dat het niet om de echte premier ging. Daniels en de neppremier vetrokken naar Frankrijk en verdwenen daar zogenaamd. Dit had tot gevolg dat de Engelsen veel politie naar Frankrijk stuurden en de echte premier intussen in Engeland zonder problemen gevangen gehouden kon worden. De echte premier wordt vervolgens op aanwijzingen van Poirot bevrijd en kan alsnog naar de conferentie in Frankrijk gaan waar zijn rede een groot succes is.





In het negende verhaal, “Meneer Davenheims verdwijning” (“The disappearance of mr. Davenheim”), worden Poirot en Hastings geconfronteerd met de mysterieuze verdwijning van de bankier Davenheim. Hij ging vanuit zijn landhuis “De Ceders” in Chingside in het dorp een brief posten en kwam niet meer terug. Zijn brandkast in de studeerkamer was opengebroken en een grote hoeveelheid diamanten en waardepapieren waren daaruit verdwenen. In het botenhuis in de tuin worden later Davenheims kleren gevonden. Over Davenheim zelf valt niet veel te achterhalen. Het jaar daarvoor was hij een tijd in Argentinië geweest en hij had daar ook financiële belangen. Dan wordt een zwerver, Billy Kellett, gearresteerd die een ring van Davenheim probeerde te belenen. Kellett beweert dat hij iemand de ring in een greppel heeft zien gooien, waarna hij de oppikte en er wat geld voor probeerde te krijgen. Poirot lost het raadsel vrij vlot op. Het ging niet goed met de bank van Davenheim; de bank gaat zelfs failliet. Davenheim verduisterde al het geld van zijn cliënten en kocht er gemakkelijk verhandelbare zaken voor. Hij was van plan in Zuid-Amerika een nieuw leven op te bouwen. Daarom ensceneerde hij zijn eigen verdwijning. Billy Kellett is niemand anders dan Davenheim zelf. Zo kon Davenheim eenvoudig uit handen van de politie blijven. Overal in het land hingen immers opsporingsverzoeken voor Davenheim en niemand zou hem vermomd als Kellett in de gevangenis gaan zoeken. Davenheim had vooraf goed geoefend als Kellett om er als zwerver geloofwaardig uit te zien. Na een lichte gevangenisstraf zou hij dan te zijner tijd gemakkelijk en zonder problemen naar het buitenland kunnen verdwijnen.         





In het tiende verhaal, “Het avontuur met de Italiaanse graaf” (“The adventure of the Italian nobleman”), wordt de arts Hawker - die toevallig bij Poirot op bezoek is - op een avond door zijn huishoudster gewaarschuwd dat hij naar graaf Foscatini moet gaan. Deze belde in paniek op met de mededeling dat hij vermoord wordt. Hawker, Poirot en Hastings haasten zich naar de flat van Foscatini en vinden hem daar vermoord aan tafel zitten. Er zouden twee onbekende gasten bij Foscatini geweest zijn en er is aan tafel inderdaad voor drie personen gedekt en gegeten. Graves, de butler van de graaf, bevestigt het verhaal van de twee gasten. Hij werd door de graaf echter weggestuurd, zodat er kennelijk wat bijzonders te bespreken was tussen de drie mannen. Graves zegt dat een van de mannen signor Ascanio was. Als deze man achterhaald wordt, vertelt Ascanio dat hij wel bij Foscatini geweest is, maar niet op de avond van de moord. Hij was namelijk een dag eerder bij Foscatini omdat Foscatini geen graaf maar een chanteur is. Ascanio kwam als tussenpersoon voor een belangrijke cliënt van hem geld aan Foscatini betalen. Daarna is hij vertrokken. Dan snapt Poirot hoe de zaak in elkaar steekt. De moordenaar is Graves. Hij zette het hele verhaal van de twee gasten - die niemand ooit zelf gezien heeft - op om de aandacht van zichzelf af te leiden. Hij vermoordde Foscatini, pikte het afpersingsgeld in, dekte de tafel voor drie personen, at diverse gerechten op en belde vervolgens als de stervende Foscatini naar dokter Hawker.





In het elfde verhaal, “Het verborgen testament” (“The case of the missing will”), krijgt Poirot van Violet Marsh het verzoek haar te helpen het cryptische testament van haar pas overleden oom Andries Marsh te doorgronden. Andries was rijk geworden in Australië en teruggekeerd naar Engeland toen Violet wees was geworden. Andries kocht een oude boerderij, Huize Crabtree genaamd, en Violet trok bij hem in. Andries hield niet van geëmancipeerde vrouwen en had bezwaar tegen het gaan studeren van Violet toen ze volwassen was geworden. Violet zette toch door, maar kreeg daardoor wel te maken met het genoemde cryptische testament. Daarin staat dat Violet gedurende een jaar de tijd krijgt te bewijzen dat ze slimmer is dan haar oom. Lukt haar dat, dan erft ze het fortuin van haar oom. Lukt haar dat niet, dan gaat het geld naar diverse goede doelen. Poirot vermoedt dat Andries nog een tweede testament heeft gemaakt, waarin hij alles nalaat aan Violet. Het is dus zaak dat tweede testament te vinden. Poirot en Hastings bezoeken Huize Crabtree en vinden een spoor dat naar een geheime bergplaats in de schoorsteen leidt. Daarin bevindt zich echter niets anders dan een verbrand stuk testament. Dan snapt Poirot opeens dat dit tweede testament een dwaalspoor is en hij vindt vervolgens na enig speurwerk een derde testament dat ingenieus verborgen en opgemaakt is met onzichtbare inkt op een envelop. Zo erft Violet toch nog het haar in dit derde testament nagelaten fortuin van haar oom.         





Beoordeling van het boek



Christie was een Engelse schrijfster van detectiveromans en -verhalen die wereldberoemd werd. Haar bekendste detectives zijn Hercule Poirot, Miss Jane Marple en het echtpaar Tommy en Tuppence Beresford. Christie schreef overigens ook enkele toneelstukken, “gewone” romans onder het pseudoniem van Mary Westmacott en gedichten. Christie’s boeken zijn in meer dan honderd talen vertaald en er zijn meer dan een miljard exemplaren van verkocht. Dat maakt Christie na de Bijbel tot de meest gelezen auteur ter wereld.





Christie begon met het schrijven van detectiveverhalen naar aanleiding van een weddenschap met haar zuster. Christie was in 1914 getrouwd met de man wiens achternaam ze voortaan altijd zou blijven gebruiken - ondanks hun scheiding in 1928 - en werkte vervolgens als oorlogsvrijwilligster in een ziekenhuisapotheek. Daar leerde ze veel over allerlei soorten vergiften. Ze zou er later in haar boeken een dankbaar gebruik van blijven maken. In 1916 schrijft Christie haar eerste detectiveroman (“The Mysterious Affair at Styles”), maar slaagt er niet in het gepubliceerd te krijgen. Pas in 1920 is er een uitgever die het aandurft, maar dan is het succes van Christie’s boeken ook niet meer te stoppen. De rest is geschiedenis.





In deze bundel zijn elf korte detectiveverhalen opgenomen, waarin de hoofdrol vertolkt wordt door de Belgische detective Hercule Poirot. In de Amerikaanse uitgave van 1925 werden nog drie verhalen toegevoegd, zodat het totaal aantal verhalen daarmee op veertien kwam. Het onderhavige boek is echter gebaseerd op de oorspronkelijke Engelse uitgave uit 1924 met daarin elf verhalen. Deze elf verhalen waren overigens allemaal al in 1923 in diverse afleveringen van het weekblad “The Sketch” gepubliceerd.





De opbouw van Christie’s boeken is vrij traditioneel. Meestal spelen ze op een landgoed waar vervolgens een moord gepleegd wordt. De detective is altijd min of meer toevallig in de buurt en stelt een onderzoek in. Hij praat met iedereen, vormt zich een beeld en roept aan het einde dan iedereen bij elkaar, waarna hij met zijn uitgebreide oplossing komt. De moordenaar ziet zich ontmaskerd en wordt gearresteerd. Vaak vindt er tussentijds ook nog een tweede (of zelfs derde) moord plaats. De oplossing is meestal zeer verrassend en soms, vind ik, ook wel gezocht. Maar Christie weet altijd voor verrassingen te zorgen en een zeer spannend en onderhoudend verhaal te schrijven. En daar draait het bij een detective toch om, nietwaar?





Ik vind de detectiveromans van Christie beter dan haar detectiveverhalen. In de romans is volop ruimte voor een mooie en logische opbouw van een verhaal, een goede karaktertekening van de (hoofd)personen en een spannende plot. Ook is er ruim de mogelijkheid om de lezer op dwaalsporen te zetten, iets wat in korte verhalen door het ruimtegebrek nu eenmaal niet zo goed mogelijk is. Bovendien vind ik het heerlijk om in de romans zelf mee te puzzelen naar de identiteit van de dader en naar de achterliggende motieven. Ook dat kan niet goed in de korte verhalen. Begrijp me goed, de korte verhalen zijn alleszins leesbaar en er zitten zeker spannende en verrassende exemplaren tussen, maar over het algemeen vind ik ze minder van kwaliteit omdat ze vaak vrij voorspelbaar zijn.





Een mooi voorbeeld van de genoemde voorspelbaarheid vind ik het vierde verhaal. Het was me al snel duidelijk dat de neef met de moord te maken moest hebben vanwege het overduidelijke motief van de grote schulden. De intrige met de huishoudster had ik overigens niet direct door. De moordenaars komen met hun misdaad weg, maar Christie laat ze aan het eind van het verhaal wel in een vliegtuigongeluk om het leven komen. Dit laatste vind ik overigens heel zwak. Het kon echter waarschijnlijk niet anders omdat de werkelijke toedracht op geen enkele manier viel te bewijzen. Om toch tot een bevredigend slot te komen past Christie deze gekunstelde constructie toe. Weinig origineel en weinig overtuigend! Overigens begrijp ik in dit verhaal ook niet waarom Christie Roger zelf Poirot laat inschakelen om de moord op zijn oom te onderzoeken. Dat is toch raar? Zonder Poirot zou niemand ooit van de ontknoping van de misdaad gehoord hebben - de politie kon het raadsel immers niet oplossen -, iets wat Roger als medeplichtige aan de moord op zijn oom toch zeer aangenaam geweest zou moeten zijn! Dat is dus ook al een rare constructie. Nee, dit is werkelijk het slechtste verhaal uit deze bundel!





Het vijfde verhaal is trouwens ook slecht. Om te beginnen is de plot vrij doorzichtig. Je ziet al heel snel dat het pakket met obligaties die in werkelijkheid nooit bevat kan hebben. Dat wijst dus al onmiddellijk in de richting van de werkelijke dader. Bovendien - en dat is iets wat bij Christie zelden gebeurt - wordt aan het einde van het verhaal helemaal niets gezegd over het motief van de dader. Dat geeft een onbevredigend gevoel. Je wilt als lezer immers ook graag weten waarom een dader iets doet.





Het vijfde verhaal wordt door Christie overigens gedateerd door het gebruik van een tweetal namen voor de gebruikte oceaanschepen naar New York. Genoemd worden de schepen “Olympic” en “Gigantic”. De RMS Olympic was een beroemde Engelse oceaanstomer die van 1911 tot 1935 dienst deed. Het schip was een zusterschip van de beroemde RMS Titanic die in 1912 tijdens haar eerste oceaanreis op een ijsberg liep en zonk. De RMS Gigantic was ook een zusterschip van de Olympic en de Titanic en werd in 1914 in dienst genomen, maar onder de naam van RMS Brittannic. Men vond na de ramp met de Titanic een wat minder arrogante naam dan Gigantic beter en zo werd het schip Brittannic gedoopt. Aan het gebruik van deze scheepsnamen kun je goed zien in welke tijd dit verhaal van Christie speelt. Vliegtuigen waren er toen wel, maar nog niet voor zulke lange vluchten. Vandaar dat men van deze beroemde schepen gebruik maakte en zo kan dit verhaal in de jaren twintig van de vorige eeuw gedateerd worden.





Al met al is dit een bundel aardige verhalen van Christie. Alle verhalen worden in de ik-vorm verteld door Poirots grote vriend en assistent kapitein Arthur Hastings. Deze relatie lijkt uiteraard op die tussen Sherlock Holmes en Dr. Watson van de schrijver Sir Arthur Conan Doyle. Het is wel duidelijk dat Christie zich hier heeft laten inspireren door Conan Doyle. Ik gaf al aan dat sommige verhalen vrij voorspelbaar zijn, maar er zitten zeker leuke verrassingen tussen. De beste verhalen vind ik het zesde, zevende en achtste verhaal. Die zijn spannend, goed opgebouwd en hebben een verrassende plot. Met name het achtste verhaal over de ontvoering van de Engelse minister-president vind ik bijzonder. Het is namelijk een nogal verrassend element om een hoge politieke figuur als onderwerp van een misdaadverhaal te nemen en daar een prachtige plot omheen te verzinnen. Heel knap gedaan!






REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.