Siddhartha



Siddhartha is een Brahmanenzoon die aan een hof, omringd door veel luxe, opgroeit. Maar hij vraagt zich veel dingen af en vindt geen antwoorden in de levenswijze en de manier van geloofsbeoefening aan het hof.

Hij wil op zoek gaan naar Atman. Atman is iets goddelijks dat in jezelf verborgen zit, maar hoe moet je het vinden? Met gebeden en heilige geschriften, dus op de manier van zijn vader en zijn vrienden, lukt het niet. Geleerdheid is namelijk niet toereikend. Maar persoonlijke gevoelens en verlangens ook niet. Dan maak je jezelf afhankelijk van driften en begeerten, en om Atman te vinden, dus om Verlicht te worden en het Nirwana te bereiken, moet je juist verlost raken van de kwelling van het ‘ik’, en opgaan in het allesomvattende, het Om.

Na een diepe meditatie besluit Siddhartha om bij de Samana’s te gaan leven. Hij zegt zijn vader dat hij weg wil en die is het er niet mee eens, maar heeft door dat hij Siddhartha niet tegen kan houden. Hij laat hem gaan, maar hij wil dat de uitkomst van Siddhartha’s zoektocht niet teveel complexiteit zal opleveren voor de manier waarop alles gaat aan het hof. Hij houdt de dingen dus liever in hun vertrouwde vorm, terwijl hij toch een heel geleerd man is. Dit geeft wel aan hoeveel moed Siddhartha heeft.



Zijn vriend Govinda gaat met hem mee naar de Samana’s. Daar leren ze om extreem sober te leven: ze hebben geen bezit, leren om te vasten en diep na te denken en doen veel aan meditatie.

Maar Siddhartha ontdekt dat, hoewel je door meditatie steeds even ontsnapt aan de kwelling van het ‘ik’, steeds weer naar jezelf met al je ijdele verlangens en persoonlijke belevingen terugkeert. Je zou dus net zo goed iedere keer gewoon helemaal dronken kunnen worden, want uiteindelijk kom je toch niet dichter bij het Om. Bovendien ontdekt hij dat hij met al dat diepe nadenken weer rationeel bezig is, en daar schiet je niks mee op. Je kan geen dingen leren, je kan je alleen bewust worden van dingen die al die tijd al in je zaten. Het besef van de waarheid moet in jezelf zitten, dat is Atman, en het ‘willen weten’ is zijn vijand.

Om deze redenen verlaten hij en Govinda de Samana’s. Ze komen Gotama tegen, een buddha. Zijn leer houdt in dat je je moet los maken van alle ‘aardse’ gevoelens, dus zowel van het lijden als van het liefhebben, en dat je dan uiteindelijk Verlicht zal zijn. Govinda wil zich bij zijn volgelingen aansluiten. Hoewel Siddhartha grote bewondering heeft voor de leer van Gotama wil hij niet met Govinda mee. Hij wil zich niet bij een leer aansluiten, wat voor leer ook, omdat hij de dingen zelf uit wil zoeken. Hij wil op basis van zijn eigen ervaringen wijs worden, dus vervolgt hij zijn weg alleen.

Hij komt bij een rivier en wordt overgezet door een veerman, Vasudeva. Siddhartha vindt deze veerman een bijzonder persoon, hij bewondert hem om zijn simpele, maar mooie en spirituele kijk op het leven.

Onderweg ontmoet hij ook nog een meisje bij wie hij een grote seksuele aantrekkingskracht voelt. Zij ziet hem ook wel zitten dus hij zou zo met haar naar bed kunnen gaan. Maar omdat hij weet dat het niets anders betreft dan lust geeft hij niet toe aan zijn verlangen. Hij weet dat dit verlangen een onderdeel vormt van het ‘ik’ waardoor hij gekweld wordt. Hij wil van deze kwelling af en dus weerstaat hij de verleiding.

Aangekomen in een stad ziet Siddhartha een rijke en machtige vrouw: Kamala. Hij wordt verliefd op haar, zoekt haar op en verklaart haar zijn liefde. Zij wil alleen met hem omgaan als hij rijk is en er ook zo uit ziet. Hij heeft namelijk nog steeds geen bezit en ziet er nog steeds uit als een Samana.



Maar Siddhartha weet niet hoe hij rijk moet worden. Hij kan alleen denken, vasten, wachten, lezen en schrijven. Dus gaat hij in de leer bij Kamaswami, een handelsman. Hij zorgt er op advies van Kamala voor dat Kamaswami hem als zijn gelijke ziet. Dit is belangrijk omdat hij, hoewel hij in het begin nog geen kennis van handel heeft, slim is, en dus met respect behandelt moet worden.

Siddhartha bekijkt zijn werk en zijn nieuwe, op welvaart gerichte, leven alsof het een spel is. Hij beseft immers dat het in het leven om veel belangrijkere dingen draait dan geld en status. Intussen heeft hij een relatie met Kamala. Zij leert hem de kunst der liefde en ze hebben veel goede gesprekken. Siddhartha noemt de normale mensen, die een normaal leven leiden met alledaagse beslommeringen, Kindmensen. Wat negatief aan hen is, is dat ze zich totaal niet bezig houden met de weg naar de Verlichting toe. Ze maken zich druk om, in zijn ogen, onbelangrijke dingen, Sansara, en laten zich sturen door hun ijdele verlangens. Wat positief aan hen is, is dat ze ook oprecht van dingen kunnen houden, op een hele natuurlijke manier, zonder dat ze zich daar bewust van zijn en zonder dat daar ook maar enige rationaliteit bij komt kijken. Siddhartha ziet zichzelf en Kamala als mensen die boven de Kindmensen verheven zijn. Doordat ze zoveel nadenken staan ze verder van de dingen af. Alleen al het feit dat zij beiden de liefde als een kunst zien waarin je je moet oefenen, laat zien dat ze niet in staat zijn om zich oprecht met iets of iemand verbonden te voelen, met andere woorden: oprecht lief te hebben.

Maar in de loop der jaren raakt Siddhartha zijn bij de Samana’s geleerde vaardigheden, namelijk denken, vasten en wachten kwijt. En daarmee raakt hij van zijn pad richting de Verlichting, het Nirwana, af. Hij leeft steeds meer met Sansara. Hij maakt zich druk om geld, is ongeduldig en neemt van alles teveel: wijn, eten, vrouwen. Op een gegeven moment beseft hij dat hij een Kindmens is geworden, maar dat hij ondanks dat nog steeds niet in staat is oprecht lief te hebben. Hij haat hij zichzelf en hij vlucht weg, het oerwoud, vanwaar hij eens de stad bereikte, in.

Hij komt bij de rivier aan waar Vasudeva hem ooit overheen heeft gebracht en springt erin om zichzelf te verdrinken. Maar op de bodem hoort hij heel vaak achter elkaar: “Om’’, als een mantra, en hij beseft dat hij opnieuw kan beginnen.

Als hij weer boven is spreekt hij met zichzelf af dat hij zichzelf nooit meer wil haten. Tegelijkertijd beseft hij dat zijn leven als Kindmens ergens goed voor is geweest. Hij wilde zelf ervaringen opdoen om uiteindelijk verder te komen op zijn weg naar de Verlichting, en dat heeft hij gedaan. Als een leer hem had verteld dat hij zijn ‘ik’ vaarwel moest zeggen had hij dat wel geprobeerd, maar ergens in hem zou dat ‘ik’ nog steeds aanwezig zijn geweest. Nu heeft hij jaren volgens de ijdele verlangens van dat ‘ik’ geleefd, hij weet heel zeker dat hij dat nooit meer wil, en dus is hij in staat het ‘ik’ echt kwijt te raken.

Hij gaat slapen en als hij wakker wordt blijkt dat Govinda de wacht bij hem heeft gehouden, uit angst dat hem iets zou overkomen. Govinda herkent hem niet maar als hij erachter komt dat hij Siddhartha is gaan ze praten. Siddhartha zegt dat hij zonder bezit op weg is naar een nog onbekende bestemming en Govinda gelooft hem niet omdat hij eruit ziet als een rijke man. Siddhartha zegt dat hij rijk was, dat hij nog niet weet wat hij nu is, en ze vervolgen ieder hun weg. Siddhartha denkt dat de persoon die hij nu is geworden ook ooit zal ophouden met bestaan. Hij redeneert dat als Siddhartha de Brahmanenzoon, Siddhartha de Samana en Siddhartha de zakenman niet meer bestaan, degene die hij nu is ook ooit zal ophouden te bestaan.

Siddhartha is na zijn ‘wedergeboorte’ van de rivier gaan houden en gaat bij Vasudeva wonen en werken. Hij vertelt hem zijn verhaal en Vasudeva zegt dat het goed is dat hij naar de bodem van de rivier is gegaan, omdat je af en toe figuurlijk gezien diep moet zinken, en dat in dit geval ook letterlijk zo is geweest, en dat is nog beter dan alleen figuurlijk. Siddhartha vraagt Vasudeva om hem zijn wijsheid te leren maar Vasudeva praat niet veel en zegt dat hij alles van de rivier heeft geleerd. Siddhartha gaat naar de rivier luisteren en merkt dat de rivier stroomt en toch overal gelijk is. Hieruit leert hij dat er geen tijd is. Het lijkt alsof je een ontwikkeling doormaakt, maar in werkelijkheid is hij nog steeds een Brahmanenzoon, een Samana en een zakenman, en bovendien is hij alles wat hij in de toekomst zal zijn. Je kan namelijk niks leren, alles zit al in je. Hij leert ook dat de rivier uit veel stemmen bestaat, waardoor hij zich nog bewuster wordt van Om. Zo verkiest Siddhartha nog meer dan ooit het gevoelsmatige boven het rationele, de dingen in de natuur boven de woorden.

Op een dag wil Kamala overgezet worden. Vlak voor Siddhartha vertrok was ze zwanger van hem geworden en nu is ze met haar zoon, Siddhartha jr., op weg naar het sterfbed van Gotama. Ze had altijd al gezegd zich ooit bij zijn leer aan te sluiten en dat heeft ze gedaan. Siddhartha en zij praten bij.

Dan wordt ze gebeten door een slang en sterft. Siddhartha zorgt nu voor Siddhartha jr., maar dat gaat niet goed. Hij is erg verwend en dus vervelend. Siddhartha blijft altijd vriendelijk en geduldig, geduld heeft hij geleerd van zijn leven bij de rivier. Hij vindt dit de beste manier van opvoeden en gelooft dat zijn zoon daardoor uiteindelijk zal inzien hoe hij zich moet gedragen, maar het werkt averechts. Siddhartha jr. voelt zich vernederd doordat hij doorheeft dat zijn vader er in zekere zin naar streeft hem zoals hijzelf te maken, terwijl hij zichzelf op zijn eigen manier wil ontwikkelen, en hij vlucht.

Vasudeva zegt dat dat logisch is, omdat het niet goed is op te groeien met alleen twee stille oude mannen. Siddhartha weet dat hij zich ook heeft afgezet tegen zijn vader omdat hij zelf dingen uit wilde zoeken, maar toch is hij heel verdrietig. Uit liefde wil hij zijn zoon beschermen tegen alle gevaren, maar het kan niet en is bovendien niet nodig. Hij vlucht weg naar het oude paleis van Kamala waar Vasudeva hem uiteindelijk op komt halen en is altijd heel verdrietig als hij klanten met kinderen ziet. Hij heeft een wond in zich door zijn verdriet om zijn zoon en dat doet hem pijn, maar tegelijkertijd is hij trots op die wond en wil dat hij altijd open blijft. Deze wond is een teken dat hij ‘diep is gezonken’ en het bewijst dat hij wel, net als de Kindmensen, oprecht lief kan hebben. Hij voelt zich ook niet meer verheven boven de Kindmensen, doordat hij hun gevoelens begrijpt.

Vasudeva kan heel goed luisteren, dat heeft hij van de rivier geleerd. Siddhartha heeft het in de loop der jaren ook goed geleerd. Hij stort zijn hart uit bij Vasudeva en als hij alles over zijn verdriet om zijn zoon heeft verteld laat Vasudeva hem naar de rivier luisteren, die volgens hem lacht. Weer hoort Siddhartha alle stemmen en nu heeft hij Om helemaal begrepen. Hij voelt dat zijn verdriet dat van de wereld is, dat alles één is en dat hij daarom altijd troost zal vinden. Het laatste deel van zijn ‘ik’ verdwijnt in Om. Vasudeva weet dat zijn taak erop zit en verdwijnt, omringd door licht, in het oerwoud. Dit is voor Siddhartha de bevestiging van iets dat hij al wist, namelijk dat Vasudeva bijzondere krachten heeft. Dit kon hij ook afleiden uit het feit dat Govinda erg vaak op een speciale manier lachte om hem.

Govinda wil overgezet worden en herkent Siddhartha in eerste instantie niet. Als hij het eindelijk doorheeft gaan ze praten over hun opvattingen. Govinda is als monnik eeuwig op zoek en Siddhartha keurt dit af omdat je volgens hem uiteindelijk toch rust wil bereiken en van het leven wil houden, iets wat voor aanhangers van Gotama’s leer verboden is. Hij zegt dat het feit dat Govinda hem tot twee keer toe niet herkende aangeeft dat hij zo krampachtig op zoek is dat hij geen oog meer heeft voor alles om zich heen, en dat kan niet goed zijn. Hij legt uit dat hij geen waarde hecht aan woorden en gedachten, maar aan dingen. Woorden en gedachten laten altijd maar één kant van iets zien, kunnen op één of andere manier nooit uitdrukken dat alles één is, dat Sansara en Nirwana twee kanten van hetzelfde ding zijn, namelijk: Om. Alleen al het feit dat Govinda en hij zouden kunnen discussiëren over of je wel of niet mag liefhebben laat volgens Siddhartha de nutteloosheid van woorden zien. Iedereen is immers hetzelfde en liefhebben willen we echt allemaal wel.

Govinda bewondert wat Siddhartha zegt maar het staat zo ver van hem af dat hij dat moeilijk kan uiten. Hij wenst hem daarom maar het beste en vraagt voor hij weggaat of Siddhartha hem niet toch iets wil meegeven wat hij kan begrijpen en waar hij wat aan heeft. Siddhartha vraagt hem hem te kussen en als hij dat gedaan heeft ziet hij achter het gezicht van Siddhartha heel veel mensen achter elkaar verschijnen en ziet Siddhartha vervolgens lachen zoals alleen een Verlicht persoon dat kan doen, net zoals Vasudeva en de rivier hebben gelachen. Dit lachen is bij al deze personen een teken van wijsheid en relativeringsvermogen, dat ontstaan is uit liefde en begrip voor het leven. Govinda voelt op dat moment wat Om inhoudt.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.