Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Samenvatting:

Een leraar mathematica in Padua, Galileo Galilei, wil het nieuwe Copernicaanse wereldsysteem bewijzen. Daar de geleerden in de republiek veilig zijn voor de Inquisitie, betaalt de Universiteit hun weinig. De meeste geleerden zijn daarom op privé-scholen of voor de staat bruikbare uitvindingen aangewezen, zo ook Galilei. Maar Galilei heeft tijd nodig om bewijzen voor het nieuwe wereldbeeld te verzamelen en om onderzoek te verrichten.

Hij geeft net Andrea -de zoon van zijn huishoudster- les, als een rijke jonge man, Ludovico, hem om privé-lessen vraagt. Van hem hoort Galilei, dat in Holland een telescoop ontwikkeld is, die hij vervolgens verbetert.



In een ruzie met de curator over een salarisverhoging, vertelt Galilei dat hij een nieuwe uitvinding heeft gedaan, die hij hem moet tonen. Tijdens een feestelijke ceremonie wordt dit wonder aan de dogen van de stad laten zien.. Galilei krijgt een flink bedrag voor “zijn”uitvinding en kan verder onderzoek doen. Het bedrog komt uit, maar Galilei wijst erop, dat hij met de telescoop de sterren kan bestuderen en zo betere sterrenkaarten kan maken voor de scheepvaart.

Hij wil naar het Florentijnse hof om daar in alle rust te kunnen werken. Maar daar stoten zijn theorieën en bewijzen ook op ongeloof. De geleerden aldaar hangen eerder Aristoteles als onbetwiste autoriteit aan. Uiteindelijk worden zijn berekeningen aan het Collegium Romanum in Rome voor controle overhandigd. Dan erkennen zelfs de geestelijke astronomen, tot onbehagen van de geestelijke overheid, de juistheid van zijn beweringen. Op een aansluitend bal in het huis van een kardinaal wordt Galilei ten stelligste aangeraden verder onderzoek te doen, maar wel in overeenstemming met de kerk te blijven, en zijn theorieën niet te publiceren.

Acht jaar laat Galilei niets van zich horen, totdat een nieuwe paus gekozen wordt, die zelf wetenschapper is. Galilei gaat weer aan de slag met de verboden onderzoeken naar zonnevlekken. Galilei wil nu, om zijn leer onder het volk te brengen, niet in het Latijn schrijven, maar hij wil in de taal van het volk zijn theorieën publiceren.

Het volk gebruikte de nieuwe wetenschappelijke visie op de wereld als basis voor een veranderde visie op de verhoudingen binnen de maatschappij, zodoende wordt Galilei een sleutelfiguur in de strijd voor de vrijheid om nieuwe dingen te leren.

Galilei wordt door de Inquisitie naar Rome ontboden. Een ijzergieter probeert Galilei over te halen te vluchten, maar hij weigert. Als Galilei de ernst van de zaak inziet en toch wil vluchten, is het al te laat, hij wordt in een wagen naar Rome afgevoerd. De inquisiteur drukt de paus op het hart dat het in twijfel stellen van het huidige wereldsysteem ook kan leiden tot twijfel aan de maatschappelijke structuren. De paus, die Galilei eerst verdedigde, verklaart bereid te zijn Galilei ten minste de folterinstrumenten te laten zien, om hem min of meer te dwingen te herroepen. Galilei herroept zijn theorieën inderdaad en wordt de rest van zijn leven door de Inquisitie “onder de hoede genomen”. Toch lukt het hem, ondanks de controle, een wetenschappelijk werk over de mechanica en de valwet te schrijven, dat hij via Andrea over de grens naar Amsterdam smokkelt. Nu pas ziet Andrea, die eerst de beslissing van Galilei om zijn leer te herroepen afkeurde, in dat Galilei ook op het gebied van de ethiek zijn tijd vooruit was, aangezien Galilei door de herroeping overleefde en zo zijn wetenschappelijke arbeid voort kon zetten.



Beschrijving van de hoofdpersonen:

Galileo Galilei:

Wat allereerst opvalt aan Galilei is dat hij eigenlijk een beetje leugenachtig is. Hij verkoopt zijn verbeterde versie van de telescoop alsof het zijn eigen uitvinding is, waar hij jarenlang onderzoek naar heeft gedaan. Als de curator hier achter komt is hij dan ook razend en zegt hij tegen Galilei: "Zum Dank für meine Freundlichkeit haben sie mich zum Gelächter der Stadt gemacht. Ich werde im Gedächtnis fortleben als der Kurator, der sich mit einem wertlosen Fernrohr herein liegen ließ. Sie haben allen Grund zu lachen. Sie haben Ihre 500 Skudi. Ich aber kann Ihnen sagen, und es ist ein ehrlicher Mann, der Ihnen das sagt: mich ekelt diese Welt an!"



Galilei is zeer gedreven in zijn werk en wil graag dat iedereen de waarheid onder ogen krijgt. Hij is koppig, hij luistert namelijk niet naar de raad van goede vrienden. Bijvoorbeeld als hem gezegd wordt niet naar Florence te gaan, omdat de kerk daar heel machtig is en zijn leven gevaar loopt als hij te koop loopt met zijn onderzoek. Of als hem geadviseerd wordt te vluchten. Later zal hij de consequenties ervan ondervinden…

Ook is hij onbezonnen. Hij denkt niet aan de consequenties van zijn acties.

Alleen al bij de aanblik van de folterinstrumenten herroept hij zijn theorieën. Dit getuigt niet van grote moed of een standvastig karakter zou je zeggen. Hijzelf zegt ook dat hij de pijn vreesde en na een paar jaar huisarrest komt hij tot de conclusie dat de wereld soms helden nodig heeft die bereid zijn te sterven voor waarin ze geloven. Hij schaamt zich en heeft het gevoel dat hij zijn beroep heeft verraden. Maar Andrea verzoent zich met het feit dat Galilei had herroepen, omdat hij op die manier toch nog een werk heeft kunnen schrijven, dat Andrea de grens over heeft kunnen smokkelen.



Andrea Sarti:

Andrea is de zoon van Galilei’s huishoudster. Galilei geeft hem les en Andrea, hij is nieuwsgierig en heel leergierig. Als het stuk begint zie je Galilei die de toen nog elfjarige Andrea het Copernicaanse wereldsysteem wil bewijzen, met behulp van een appel. Eerst twijfelt Andrea nog een beetje, maar hij is algauw overtuigd. En dan rent hij weg om het ook aan zijn moeder te laten zien.

Andrea heeft grote bewondering voor Galilei. Als Cosmo de Medici langskomt om de telescoop te bekijken, raakt hij in gevecht met Andrea, omdat hij niet in het Copernicaanse wereldsysteem gelooft. Andrea noemt hem een dombo.

Andrea verwacht niet dat Galilei zou herroepen en als hij dat toch doet, wil hij niks meer met hem te maken hebben. Hij is voor Andrea van zijn voetstuk gevallen. Jaren later keert hij pas terug naar Galilei en dan ziet hij in dat Galilei de goede keuze had gemaakt.

Als hij na jaren bij Galilei aanklopt (Galilei wordt dan streng in de gaten gehouden), is de stemming eerst wat koel en ongemakkelijk, maar als Virginia (de dochter van Galilei) en de monnik weggaan, wordt de sfeer al beter. Galilei vertelt dat hij pen en papier krijgt en dus gewoon door kan gaan met zijn onderzoek. Hij stijgt weer in achting bij Andrea. Op het feit dat Galilei zegt dat hij had herroepen, omdat hij de pijn vreesde zegt Andrea dat doodsangst menselijk is en dat hij zich niet hoeft te schamen. Hij voelt mee met de man voor wie hij toch nog zo’n grote bewondering koestert.



Sagredo:

Sagredo is een goede vriend van Galilei. Hij is zorgzaam en bekommert zich om Galilei. Hij raadt hem af om naar Florence te gaan omdat de Inquisitie een gevaar zou zijn. Zijn ideeën zouden niet gewaardeerd worden en hij zou wellicht hetzelfde lot ondergaan als een andere wetenschapper die ook het Copernicaanse wereldsysteem aanhing…de brandstapel.

Aan hem laat Galilei als eerste zijn ontdekkingen zien, zijn bewijzen voor het Copernicaanse wereldsysteem.

Kardinaal Barbarini, later Paus Urbanus VIII:

Ik noem hem, omdat hij grote invloed heeft gehad op het leven van Galilei. Doordat hij paus werd, kreeg Galilei na acht jaar stil te zijn geweest, weer moed om verder te gaan met zijn onderzoek. Eerst steunt hij Galilei, hij is zelf ook wetenschapper. Maar dan haalt de inquisiteur de paus over om er voor te zorgen dat Galilei herroept. De gevolgen op de maatschappij zouden groot zijn en nadelig voor hen.

Dankzij hem gaat Galilei verder met zijn onderzoek, maar Galilei herroept ook vanwege hem. Hij kan geen weerstand bieden tegen de overredingskracht van de inquisiteur.



Mijn mening:

Ik vind het allereerst een zeer interessant stuk. Je leert wat over de geschiedenis, maar het stuk heeft ook een duidelijke bedoeling. Het is een pleidooi voor wetenschappelijke vrijheid en misschien zelfs wel voor de vrijheid in het algemeen.

Ik vind het leuker om het boek te lezen dan het toneelstuk te zien. Op zich was het een heel mooi toneelstuk, mooi uitgevoerd, mooi decor, mooie kostuums. Maar ik kon me beter inleven in het verhaal toen ik het boek las. Ik kan dan veel meer mijn eigen fantasie erop loslaten. Bij het toneelstuk probeerde ik ook voor te stellen dat het witte decor prachtige gebouwen waren en dat er bij het bal een heleboel mooi geklede dames en heren rondliepen (op toneel waren het er maar een stuk of 7). Maar dat was toch moeilijker, omdat je nu eenmaal al een uitbeelding ziet.

Om het toneelstuk kon ik soms wel lachen, er zaten wel wat grappige stukjes in. Dat was bij het boek veel minder.

Het verhaal was niet erg meeslepend, dat heeft misschien te maken met het feit dat het een stuk uit de Nieuwe Zakelijkheid was. En omdat Brecht de aandacht van het publiek niet op de personages, maar op de achterliggende gedachte, de boodschap van het stuk wilde vestigen.

Toch kon ik me inleven in de karakters, vooral natuurlijk in Galilei, maar ook in Andrea. Hij koesterde jarenlang grote bewondering voor Galilei en verwachtte niet dat Galilei zou herroepen. Zijn teleurstelling is dan ook groot en hij is eigenlijk ook een beetje beledigd. Hij heeft het gevoel dat Galilei de waarheid verraadt.

Ik moet zeggen dat ik het prettiger vind om romans te lezen. Een toneelstuk leest minder prettig, omdat praktisch alles in dialogen geschreven is. Een gewoon boek loopt veel beter, naar mijn gevoel. Een toneelstuk is dan ook geschreven om uitgevoerd te worden, om naar te kijken.

Het toneelstuk zag er mooi uit, maar ik vond het redelijk saai. Dat komt waarschijnlijk, doordat ik al die Amerikaanse snelle films gewend ben. Zo’n toneelstuk kabbelt eigenlijk maar een beetje voort. Is niet spectaculair. Dat heeft misschien ook weer te maken met het feit dat het een stuk uit de Nieuwe Zakelijkheid is. Een sober stuk, waarbij het eigenlijk vooral de bedoeling is dat de achterliggende gedachte, de boodschap van het stuk doordringt bij het publiek en niet het verhaaltje of de karakters. Dat zou me waarschijnlijk meer aanspreken.

Wat me wel aanspreekt van de Nieuwe Zakelijkheid is het taalgebruik. Ik hou er helemaal niet van als in een boek allemaal van die “mooie” moeilijke zinnen gebruikt worden. Dan denk ik altijd: “Get to the point” (mag dat? Engels?). Of: “Doe nou maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!”. Het taalgebruik van de Nieuwe Zakelijkheid is helder, duidelijk, gewoon.



De stijlperiode:

De literaire stijlperiode van “Leben des Galilei” is de Nieuwe Zakelijkheid. De Nieuwe Zakelijkheid is ontstaan als een reactie op het pathetische en idealistische expressionisme. Het betekende een terugkeer tot de werkelijkheid. In tegenstelling tot de expressionisten, die hun zuiver persoonlijke gevoelens uitdrukten, richten auteurs uit de Nieuwe Zakelijkheid zich op de dagelijkse realiteit. De manier waarop deze schrijven is nuchter, hard en soms cynisch. Zij gebruikten vaak zeer gewone, alledaagse taal.

De afschrikwekkende ervaringen, die velen in de Eerste Wereldoorlog hadden opgedaan, zorgden voor ontnuchtering en behoefte aan objectiviteit. Vooral de jongere generatie, die tijdens de Eerste Wereldoorlog de beste jaren van het leven in loopgraven sleet, stond kritisch tegenover de omstandigheden in die tijd. Ook bij degenen die niet aan het front waren, is een soortgelijke houding vast te stellen. Ze waren in zeer ongunstige omstandigheden opgegroeid, omdat hun vaders vaak aan het front streden en hun moeders in de oorlogsindustrie werkten.

De Nieuwe Zakelijkheid is sober en nuchter, gestoeld op de feiten, weinig psychologiserend en de vormschoonheid doet er niet toe.

Aan “Leben des Galilei” is een duidelijk voorbeeld van deze stijlperiode. De taal is sober, over het algemeen worden korte duidelijke zinnen gebruikt. Het is duidelijk dat vormschoonheid er niet toe deed. Het is weliswaar mooi geschreven, maar niet gekunsteld.

Ook is “Leben des Galilei” weinig psychologiserend, hoewel de schrijver je toch bepaalde gevoelens laat koesteren bij de verschillende karakters en hij toch ook gevoelens van medeleven en ongenoegen om onrechtvaardige acties op kan roepen. Dit was dan ook een doelstelling van hem, hij komt in dit stuk op voor de volledige vrijheid van de wetenschap.

Hoewel het over het algemeen een vrij emotieloos stuk is, roept het toch emoties op. Kan je meevoelen met de personages en vooral met het hoofdthema van het stuk, de onderdrukking door de machthebbers. Ook de emotieloosheid is een aspect van de Nieuwe Zakelijkheid.

Bertolt Brecht schreef kritische, satirische stukken over het maatschappelijk kwaad als gevolg van het kapitalisme, over Adolf Hitler en het nationaal-socialisme. Ik denk dat dit in dit stuk ook aan de orde is. De kerk werkt Galilei tegen door hem te verbieden het Copernicaanse wereldbeeld uit te dragen, hem huisarrest te geven en hem te verbieden nog verder te publiceren. Ik denk dat de kerk hier niet alleen voor de kerk, maar ook voor het nazisme staat. Brecht wil hier laten zien dat de kerk vroeger net zo’n onderdrukker was als het nazi-regime in de twintigste eeuw en dat ze beiden de “waarheid” probeerden te onderdrukken. Men had evenmin vrijheid van meningsuiting als onder het nazisme.

Misschien staat het bestuur van de universiteit van Padua wel voor het kapitalisme. De universiteit had namelijk een machtspositie: Galilei was er veilig voor de Inquisitie. Het werkt Galilei tegen door hem geen salarisverhoging te geven, waardoor hij gedwongen wordt privé-lessen te geven om zichzelf te kunnen onderhouden. Hierdoor heeft hij nauwelijks tijd over om nieuwe ontdekkingen te doen.

Ik denk dat het mogelijk is dat het bestuur van de universiteit van Padua voor het kapitalisme staat, omdat ze niets om de waarheid geven, maar alleen om zichzelf en hoe ze zelf rijker kunnen worden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

Knap gedaan en bedankt.
M'n complimenten
Groetjes Sander

17 jaar geleden

B.

B.

Goede analyse onder het kopje stijlperiode, dankjewel!

4 jaar geleden