Titel: Im Westen nichts Neues

Auteur: Erich Maria Remarque

Aantal bladzijden: 204

Jaar eerste druk: 1928

Uitgeverij: A.G. Ullstein



Opdracht 1: de auteur

Erich Maria Remarque (pseudoniem van Erich Paul Remark) werd geboren in 1898 in Osnabrück. In 1916, dus in de Eerste Wereldoorlog, werd hij naar het front gestuurd. Hij raakte daarbij zwaar gewond. In de eerste jaren na de oorlog begon hij met het schrijven van Im Westen nichts Neues, wat in 1928 werd gepubliceerd. Het boek werd een erg groot succes, omdat het een van de eerste boeken was dat niet inging op de heldhaftigheid van de soldaten of de glorie van de oorlog, maar meer vertelde over wat de gewone soldaten moesten doorstaan. In 1930 werd het boek al verfilmd.

Toen in Duitsland Hitler aan de macht kwam, werd zijn boek verboden omdat het tegen het vaderland zou zijn. Remarque liet zich hierdoor niet weerhouden, en hij schreef een tweede boek, genaamd Der Weg zurück, over de ervaringen van de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog. In 1932 vluchtte hij met zijn vrouw naar Zwitserland.



In 1939 verhuisde Remarque en zijn vrouw naar de VS, waar zij bijna meteen van elkaar scheidden. Daar had hij nog een kortstondige relatie met de actrice Marlene Dietrich, en in 1958 trouwde hij met een andere actrice, Paulette Goddard. Ze verhuisden weer naar Zwitserland, waar Remarque in 1970 overleed.



Opdracht 2: de titel

De titel wordt pas verklaard in het laatste deel van het boek. Op de dag dat Paul, de hoofdpersoon, gedood wordt, is het nieuws van het front “Im Westen nichts Neues”: aan het westelijke front was het een rustige dag.



Opdracht 3: samenvatting

“Im Westen nichts Neues” wordt verteld door Paul Bäumer, een jongen van negentien die in de Eerste Wereldoorlog in het Duitse leger zit aan het Franse front. Paul en verscheidene van zijn vrienden van school werden vrijwillig lid van het leger na het luisteren naar de nationalistische toespraken van hun leraar, Kantorek. Maar na tien weken van wrede opleiding door de kleine, wrede Korporaal Himmelstoss en de onvoorstelbare wreedheid van het leven aan het front, realizeren Paul en zijn vrienden dat de idealen van nationalisme en patriottisme waarvoor zij zich aanmeldden vooral lege clichés zijn. Ze geloven niet meer dat de oorlog glorieus of eervol is, en ze leven in constante angst.

Wanneer het onderdeel van Paul korte ‘vakantie’ krijgt na twee weken van gevechten, gaan slechts 80 van de oorspronkelijke 150 mensen naar huis. De kok wil de overlevenden niet de rantsoenen geven die voor de dode mensen waren bedoeld, maar doet dit uiteindelijk toch maar; de mensen krijgen eindelijk weer eens een grote maaltijd. Paul en zijn vriend bezoeken Kemmerich, een vroegere klasgenoot die in de oorlog gangreen heeft gekregen aan zijn been. Kemmerich is langzaam aan het doodgaan, en Müller, een andere vroegere klasgenoot, wil de laarzen van Kemmerich zelf graag hebben. Paul beschouwt Müller niet als ongevoelig; net als de andere militairen, realiseert Müller gewoon dat Kemmerich zijn laarzen niet meer nodig heeft. Paul beseft dat je om de oorlog te overleven gewoon al je gevoelens moet uitschakelen. Niet lang na deze ontmoeting gaat Paul terug naar Kemmerich als hij stervende is. Op verzoek van Kemmerich neemt Paul zijn laarzen mee voor Müller.



Een groep nieuwe rekruten komt het legeronderdeel versterken. Kat, een vriend van Paul, zegt dat als alle mensen in een leger, de ambtenaren inbegrepen, hetzelfde loon en hetzelfde voedsel zouden krijgen, de oorlogen onmiddellijk voorbij zouden zijn. Kropp, een andere van de vroegere klasgenoten van Paul, zegt dat er geen legers zouden moeten zijn; hij zegt dat de leiders van een land hun meningsverschillen met hun eigen clubs in plaats van met legers zouden moeten uitvechten. Zij bespreken het feit dat kleine, onbelangrijke mensen machtig en arrogant worden tijdens oorlog, en Tjaden, een lid van het legeronderdeel van Paul, kondigt aan dat wrede Korporaal Himmelstoss bij het front is gekomen om zelf mee te vechten.

’s Nachts krijgen de soldaten een opdracht om prikkeldraad bij het front te leggen. Ze verbergen zich voor de vijand op een kerkhof, waar de doden uit hun graven lijken op te staan. Na deze gruwelijke gebeurtenis, komen de overlevenden op hun kamp terug, waar zij denken over wat ze aan het eind van de oorlog zullen gaan doen. Sommigen hebben voorlopige plannen, maar allemaal schijnen ze van mening te zijn dat de oorlog nooit zal ophouden. Paul vreest dat als de oorlog zou stoppen, dat hij geen idee zou hebben wat hij moest doen. Himmelstoss komt bij het front aan; wanneer de soldaten hem zien, scheldt Tjaden hem uit. De luitenant geeft hem lichte straf, maar ook spreekt Himmelstoss over de onbelangrijkheid van het groeten aan het front. Paul en Kat vinden een huis met een gans en roosteren de gans voor het avondmaal, die een zeldzaam goede maaltijd oplevert.

Het legeronderdeel raakt verwikkeld in een gevecht met de infanterie van het vijandige leger. Mensen worden in stukken gescheurd, de ledematen worden gescheiden van hun rompen, en ratten kruipen rond tussen de lijken en gewonden. Paul is van mening dat hij als een dier moet worden in de oorlog, vertrouwend op zijn instincten om hem in leven te houden. Na de slag, zijn nog maar tweeëndertig van de tachtig mensen in leven. De soldaten krijgen een tijdje vrij. Paul en sommige van zijn vrienden gaan zwemmen, en ontmoeten dan een groep Franse meisjes. Paul komt tot de conclusie dat hij nooit meer met een meisje zal kunnen omgaan zoals hij dat vroeger deed.

Als Paul 17 dagen vrij krijgt gaat hij naar huis om zijn familie te zien. Hij voelt zich onhandig en onderdrukt in zijn woonplaats, niet in staat om zijn traumatische ervaringen met anderen te bespreken. Hij hoort dat zijn moeder kanker heeft en stervende is, en dat Kantorek voor militaire dienst opgeroepen is, wat hij stiekem zijn verdiende loon vindt. Hij bezoekt de moeder van Kemmerich en vertelt haar, niet naar waarheid, dat de dood van haar zoon snel en pijnloos was. Aan het eind van zijn verlof brengt Paul wat tijd bij een opleidingskamp door dichtbij een groep Russische krijgsgevangenen. Paul beseft dat de Russen net als hij gewone mensen zijn zonder haat jegens elkaar. De oorlog maakt vijanden van mensen die elkaar niet eens kennen.

Paul wordt teruggestuurd naar het front en met zijn vrienden herenigd. De Duitse keizer brengt een bezoek aan het front, en de soldaten zijn teleurgesteld als ze zien dat hij een kleine, gedrongen man met een zachte stem is. In een veldslag is Paul gescheiden van zijn legeronderdeel en gedwongen om zich in een kuil te verbergen. Een Franse militair springt in het gat met hem, en Paul steekt hem instinctief neer. Omdat de man een langzame, pijnlijke dood sterft, wordt Paul overvallen door een gevoel van medelijden en schaamte. Hij beseft weer dat deze vijandelijke militair geen vijand is, maar eerder een slachtoffer van de oorlog net als hijzelf. Paul kijkt naar de spullen van de militair en ontdekt dat zijn naam Gérard Duval was dat Duval een vrouw en een kind thuis had. Wanneer hij bij de rest terugkeert, vertelt Paul over het incident aan zijn vrienden, die proberen om hem te troosten.

Paul en zijn vrienden wordt dan een gemakkelijke taak toegewezen: drie weken moeten ze een leveringsdepot bewaken ver van de frontlinie. Wanneer de volgende slag plaatsvindt, zijn Paul en Kropp gewond en gedwongen om een sergeant-majoor met sigaren om te kopen om samen op de trein naar het ziekenhuis te worden gezet. Bij het ziekenhuis wordt Paul geopereerd. Het been van Kropp wordt geamputeerd, en hij raakt erg depressief. Na zijn operatie heeft Paul thuis een kort verlof voordat hij naar het front terugkeert. Aangezien het Duitse leger aan de onverminderde druk van de geallieerden begint toe te geven, worden de vrienden van Paul één voor één gedood in de strijd. Detering, één van de beste vrienden van Paul, probeert te deserteren, maar wordt opgepakt. Hij wordt afgevoerd en niemand hoort ooit nog iets van hem. Kat wordt gedood wanneer een stuk van granaatscherf zijn hoofd open snijdt terwijl Paul hem probeert in veiligheid te brengen. In de herfst van 1918 is Paul de enige van de groep vrienden die nog in leven is. De militairen fluisteren overal dat de Duitsers zich spoedig zullen overgeven en dat de vrede zal komen. Paul wordt vergiftigd in een gasaanval en hij krijgt een korte periode verlof. Hij beseft dat hij in vredestijd nooit meer een normaal bestaan zal kunnen opbouwen. In oktober 1918, op een dag met zeer weinig gevechten, wordt Paul gedood. Het lichaam van Paul heeft een kalme uitdrukking, alsof het opgelucht is dat het eindelijk voorbij is. Voor die dag wordt bij het legernieuws alleen gemeld dat er geen nieuws te melden is van het westelijke front.



Opdracht 4: personages

De belangrijkste persoon in het boek is Paul Bäumer. In 1916 komt hij na een militaire opleiding van ongeveer 10 weken aan het front. Hij hoort in de oorlog bij de 2e compagnie. Paul is 19 jaar oud en in het begin denkt hij net zoals alle andere soldaten dat ze de oorlog wel gaan winnen. Maar al gauw beseft hij dat de oorlog gruwelijk is en dat er veel onnodige slachtoffers vallen. Hij begint steeds droeviger te worden, omdat hij al zijn kameraden ziet sterven. Ook is hij bezorgd, omdat zijn moeder erg ziek is. Door de oorlog heeft hij geleerd wat de dood is en het maakt hem niet meer uit als hij dood gaat, omdat al zoveel van zijn vrienden gesneuveld zijn. Hij is erg gevoelig en krijgt medelijden met zijn vijanden, die hij steeds meer gaat zien als mensen zoals hij.

De belangrijkste bijpersonen zijn:

- Staislaus Katczinsky: Hij is de leider van de groep van Paul. Ook is hij een goede vriend van hem. Hij is 40 jaar oud en heeft thuis een vrouw en kinderen. Ook is hij zeer ervaren en hij wil anderen met zijn ervaring helpen. Hij probeert vaak anderen gerust te stellen.

- Himmelstoß: Een onderofficier. Veel soldaten mogen hem niet. Ze denken dat hij alleen bevelen geeft om hen te kwellen en dat doet hij eigenlijk ook. Hij denkt alleen maar aan zichzelf en het lijkt erop dat hij het leven van de soldaten alleen maar tot een hel wil maken.

- Kantorek: Hij is de oudste leraar van de klas van Paul. De jongens waren bang voor hem, maar bij het front lachen ze om hem. De soldaten vergelijken hem met Himmelstoß; het is een strenge man, maar toch voelen ze sympathie voor hem. Hij doet zijn best om anderen wat te leren. Kantorek wil dat alle jongens de oorlog ingaan: hij ziet niet helemaal in dat hij de jongens de dood instuurt. Hij weet niet beter dan dat vechten voor je vaderland een iets goeds is.

- Albert Kropp: Hij zat vroeger bij Paul in de klas en zit bij het front ook in hetzelfde onderdeel als Paul. Hij is een vriend van Paul. Hij laat dingen niet over zich heenkomen, maar onderneemt actie en komt voor zichzelf op. Hij is brutaal, maar ook een goede vriend en een eerlijk persoon.

- Müller: Hij zat vroeger in dezelfde klas als Paul en zit bij het front ook in hetzelfde onderdeel. Ook hij is een vriend van Paul. Müller hecht veel waarde aan vriendschap en is altijd vrolijk. Hij probeert altijd positief te blijven ondanks alle ellende. Hij is niet bang om dood te gaan.

- Tjaden: Hij was vroeger monteur en zit nu bij Paul in de groep. Hij wordt een vriend van Paul. Hij is redelijk rustig, maar als hij vindt dat hij verkeerd behandeld wordt komt hij voor zichzelf op.

- Haie Westhus: Hij is een vriend van Paul en zit in dezelfde groep. Hij is de stille van de groep, maar soms komt hij ineens heel onverwachts uit de hoek met een opmerking. Hij probeert vaak anderen te kalmeren en hij is zelf heel erg bang om dood te gaan, al laat hij dat zo min mogelijk merken.

- Detering: Hij was vroeger bouwvakker en zit bij Paul in de groep. Hij is geen vriend van Pauls vriendengroep en hij is een eenling. Hij is erg stil en zondert zich van anderen af. Hij is niet erg populair.

- Franz Kemmerich: Is een oude schoolkameraad van Paul en zit ook in de groep van Paul. Hij sterft in het militair hospitaal. Hij is voor anderen een goede vriend en erg realistisch, niet bang voor de dood. Hij behoudt altijd zijn gevoel voor humor.



Opdracht 5: soort literair werk

Dit boek zou nu een historische roman genoemd kunnen worden, maar eigenlijk is dat ook weer niet helemaal terecht. Het boek is uitgekomen toen de Eerste Wereldoorlog net tien jaar voorbij was. Toen was het onderwerp van het boek dus niet echt historisch.



Opdracht 6: literaire stroming

De schrijver van dit boek, Erich Maria Remarque, wordt tot de stroming van de Nieuwe Zakelijkheid (of Neue Sachlichkeit) gerekend. De Nieuwe Zakelijkheid is een, vooral Duitse, artistieke reactie op het 'verblassender' (verblekend) Duitse expressionisme. In deze stroming wordt geprobeerd om de werkelijkheid realistisch weer te geven zonder daarbij al te veel emoties op te roepen. Of dit laatste bij dit boek ook het geval is vind ik twijfelachtig, aangezien emoties toch wel een grote rol in het verhaal spreken. Vooral het motto van het boek geeft aan dat we met een boek uit de Nieuwe Zakelijkheid te maken hebben:

‘Dieses Buch soll weder eine Anklage noch ein Bekenntnis sein. Es soll nur den Versuch machen, über eine Generation zu berichten, die vom Kriege zerstört wurde- auch wenn sie seinen Granaten entkam.’

Hieruit wordt duidelijk dat de schrijver probeert om de waarheid weer te geven zonder die zelf te kleuren.



Opdracht 7: tijd

Het verhaal speelt zich af gedurende de tweede helft van de Eerste Wereldoorlog. Het duurt ongeveer twee jaar en beslaat de jaren 1917-1918. Er komen enkele flashbacks in voor naar eerdere perioden.



Opdracht 8: plaats

De plaats waar dit verhaal zich afspeelt is de westelijke frontlinie van de Eerste Wereldoorlog, die lag in België en Frankrijk. Dit verhaal speelt in (het huidige) Frankrijk. Een deel van het boek speelt zich af in de loopgraven, een ander deel speelt zich af in het dorp waar Paul vandaan komt, als hij daar zijn verlofperiode doorbrengt.



Opdracht 9: opbouw

Het verhaal bestaat uit twaalf hoofdstukken en heeft geen voor- en nawoord. Het is grotendeels chronologisch verteld, maar af en toe komen er flashbacks tussendoor naar vroegere periodes, zoals de schooltijd van Paul en de periode in het militaire trainingskamp.



Opdracht 10: thema

Het thema van het boek is de oorlog, en de invloed die de oorlog heeft op normale mensen die gedwongen worden om te vechten. De gruwelijkheid en de wreedheid van de oorlog worden in het boek uitgebreid beschreven.



Opdracht 11: perspectief

Het perspectief in het boek ligt bij Paul, de hoofdpersoon. Er is sprake van een ikvertelsituatie: Paul vertelt en over de gedachten van andere personen wordt weinig uitgelegd. Je kan je daardoor wel goed inleven in Paul.



Opdracht 12: functie

Het boek is geschreven om mensen duidelijk te maken dat oorlog verschrikkelijk is. Het probeert mensen mee te laten leven met een doodgewone soldaat uit de Eerste Wereldoorlog, en dan ook nog een soldaat die aan de Duitse kant stond. Veel niet-Duitsers zullen het moeilijk gevonden hebben om zich met ‘de vijand’ te identificeren, maar dit boek maakt juist duidelijk dat in een oorlog eigenlijk geen goede of slechte mensen zijn op het niveau van de gewone soldaten.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.