HARRY MULISCH
Harry Kurt Victor Mulisch is geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Mulisch is de zoon van een Oostenrijks-Hongaarse vader en een Duits-joodse moeder. Hij groeide op tijdens de Tweede Wereldoorlog, die een sterke invloed op hem en zijn schrijverschap had. In 1947 verscheen zijn eerste verhaal, De kamer, en in 1952 volgde zijn eerste roman, Archibald Strohalm.
Bekende werken van Mulisch zijn Twee vrouwen, De aanslag, De ontdekking van de hemel.
Zijn oeuvre wordt vaak aangeduid met de term; Magisch-mytisch.

Mulisch is één van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse schrijvers. Hij wordt tot “De grote drie” van de naoorlogse Nederlandse literatuur gerekend, waartoe ook W. Hermans en G. Reve behoren. Mulisch wordt ook gerekend tot de stroming van de ‘Zestigers’.
Mulisch heeft verschillende literaire prijzen gewonnen, waaronder de Prijs der Nederlandse Letteren en de P.C. Hooft-prijs. Zijn boek ‘De ontdekking van de hemel’ kreeg de Multatuliprijs en werd in 2007 uitgeroepen tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden. Het boek ‘De Aanslag werd in 1986 door middelbare scholieren bekroond als het best gewaardeerde boek.
Omdat zijn ouders gescheiden waren, werd Harry grotendeels opgevoed door de huishoudster, Frieda Falk. Hij ging naar een particulier instituut in Haarlem, waar hij begon met verhalen schrijven. Tijdens zijn middelbare schooltijd raakt Mulisch geïnteresseerd in de chemie dankzij het boek ‘De ongelooflijke avonturen van Bram Vingerling’, Hij richt zijn eigen laboratorium in en begint met experimenteren. Deze hobby gaat ten koste van zijn schoolprestaties: hij zakt voor zijn overgangstentamen in 1944 en gaat van school. Hij wordt autodidact.
In de oorlogsjaren was Mulisch' vader in opdracht van de nazi's directeur personeelszaken van Lippman-Rosenthal & Co. Dit bankiershuis moest kostbare joodse bezittingen beheren. Dankzij de samenwerking met de nazi's was zijn vader in staat zijn joodse ex-vrouw en zijn joodse zoon uit Duitse handen te houden. Doordat Mulisch de zoon was van een collaborateur en van een joodse vrouw, leefde hij in een vreemde positie. Deze omstandigheden werden een grote inspiratiebron voor zijn boeken. Het maakte hem duidelijk hoe ingewikkeld begrippen als 'goed', 'kwaad' en 'schuld' liggen. Dit is waar zijn werk vooral over gaat. Na de bevrijding werd de vader van Mulisch opgepakt wegens collaboratie.
Mulisch' belangstelling verschuift meer en meer van de wetenschap naar de kunst. Hij tekent veel en schrijft verhalen. Daarnaast begint hij met het lezen van grote schrijvers als Multatuli en Dostojevski, gaat toneelspelen en treedt op in een operette. Vanaf 1949 richt hij zich volledig op het schrijven.
In 1958 verhuist Mulisch naar Amsterdam. In datzelfde jaar wordt hij lid van de redactie van het tijdschrift Podium. Hij is ook redacteur van Randstad en tot 1990 van het bekende literaire tijdschrift De Gids. In de zestiger jaren toont hij zich sterk betrokken bij de nieuwe maatschappelijke en politieke ontwikkelingen.
In 1971 trouwde Mulisch met Sjoerdje Woudenberg, een kunstenares. Samen kregen ze twee dochters. Ook kreeg Mulisch nog een zoon met zijn latere vriendin Kitty Saal.

In september 2009 werd door teletekst gemeld dat Mulisch was overleden. Maar dat was helemaal niet zo. Mulisch overleed op 30 oktober 2010 aan de gevolgen van kanker.


Oeuvre

Het werk van Mulisch vertoont ondanks zijn omvang en variatie een duidelijke samenhang. Zijn afzonderlijke boeken vormen een soort bouwstenen voor een samenhangend geheel.
Er is een ontwikkeling aan te geven binnen het oeuvre van Mulisch. In de beginperiode wordt in zijn boeken het alledaagse verbonden met magische en mythologische elementen. Mulisch heeft in deze periode een grote belangstelling voor alchemie. Hierdoor gaat hij getallensymboliek, naamsymboliek, synesthesie en paradox verwerken in verhalen.
In de periode die volgt wordt het aspect van vernietiging uitvergroot. Personages klimmen tot grote hoogte maar het verhaal eindigt ook voor hen in een noodlot. De geschiedenis en de Griekse mythologie worden vermengd, realiteit en fictie lopen door elkaar.
In zijn latere werk komt de realiteit meer op de voorgrond te staan. De persoon van de schrijver zelf en zijn maatschappelijke betrokkenheid staan centraal. In deze periode schrijft hij uitsluitend non-fictie.
In de laatste fase van zijn werk keert Mulisch in zijn thema's weer terug bij de verbeelding, hoewel de persoon van de schrijver en zijn literaire werk regelmatig prominent aanwezig zijn. Opvallend hierin is de opkomst van Mulisch als dichter. Van 1973 tot 1978 publiceert hij zes dichtbundels. In zijn proza valt op dat zijn schrijfstijl beheerster, strakker wordt. Hij richt zich bewust op de verwerking van oude mythes.
Over al zijn werk kan gezegd worden dat het wordt gedomineerd door een magisch -mythische levensfilosofie. Zijn romans zijn niet erg realistisch. De verhalen zijn in eerste instantie heel werkelijk maar vertonen naar verloop van tijd steeds meer fictionele trekken. Veel van zijn werk is deels autobiografisch, maar het is altijd verweven met fictie.
Mulisch zag schrijven als een magisch proces. De werkelijkheid was volgens hem geen toevallig gegeven: er is een verborgen samenhang. Toeval bestaat niet, alles heeft een diepere betekenis: de geschiedenis is een wetmatig proces. De taak van de schrijver is om de diepere betekenis van de werkelijkheid zichtbaar te maken. Dat kon volgens Mulisch door mythen en symbolen in de werkelijkheid te herkennen. De grote verhalen van de mensheid verbeelden de diepere betekenis van de werkelijkheid, het levensraadsel. Mulisch liet zijn werk aansluiten op die grote verhalen. Hij veranderde in het schrijfproces de werkelijkheid zo, dat in de gebeurtenissen het bovenpersoonlijke zichtbaar wordt, waardoor ze tot mythe worden verheven. Deze literatuuropvatting wordt magisch-mythisch genoemd.


Schrijverschap
In verschillende boeken besteedt Mulisch expliciet aandacht aan het schrijverschap. Kernpunten van zijn visie zijn: Mulisch gebruikt zijn eigen ervaringen en verbeelding.
Zijn boeken zijn meerduidig; het kan op verschillende manieren gelezen, geïnterpreteerd worden. Hierdoor wordt het verhaal een mythe, het onttrekt zich aan het heden en bevat filosofische en religieuze ideeën.
De kunstopvatting van Mulisch wordt “magisch-mytisch” of “symbolisch” genoemd. In zijn boek De aanslag legt Mulisch uit wat een symbool is, namelijk een herkenningsteken.

Thematiek
Een van de dingen die Mulisch in verhalen gebruikt is het stilzetten van de tijd. De chronologische tijd kan overwonnen worden door
- de dood
- verstening ( mythologisering = tot een mythe maken, vergoddelijking)
- teruggaan naar het begin, (Oidipoes-mythe)
Ook gebruikt Mulisch veel tegenstellingen die elkaar niet opheffen, maar juist versterken of oproepen
- erotiek <--> vernietiging
- natuur <--> techniek
- eeuwigheid <--> moment
- mythe <--> realiteit
- licht <--> donker
- één <--> allen
- rechtvaardigheid <--> vrijheid
De Tweede Wereldoorlog speelt ook een belangrijke rol in de verhalen van Mulisch, hierbij komt steeds de schuldvraag aan de orde.

Motieven
De thema’s bevatten de volgende motieven;
- mythologische elementen (de Oidipoes-mythe en de Orfeus-mythe (Orfeus verliest zijn geliefde en haalt haar terug uit het dodenrijk (= overwinning op de tijd) daarna verliest hij haar opnieuw.)
- de Egyptische, Griekse en Romeinse oudheid.
- Geschiedenis
- Steen; als grondstof die de tijd trotseert, als dobbelsteen, als grafsteen, als edelsteen, als stenen beeld.
- Vulkaanuitbarsting; als beeld voor tegelijkertijd creativiteit en vernietiging.
- De technologie als vernietiger van de natuur
- Schrijverschap; de schrijver als bemiddelaar van het hogere
- Maatschappelijke betrokkenheid, strijd voor een rechtvaardiger wereld

Perspectief
De rol van de verteller is opvallend in veel van Mulisch’ boeken;
- vaak een alwetende verteller
- Hij richt zich soms rechtstreeks tot de lezer en soms richt hij zich tot de hoofdpersoon.
- De lezer wordt soms op het verkeerde been gezet, doordat hij perspectief vanuit de hoofdpersoon onbetrouwbaar is. De waarneming van de hoofdpersoon is bijvoorbeeld verstoord, doordat hij/ zij in de war is.
- Veel verhalen zijn in briefvorm geschreven.

Personages
- De meeste hoofdpersonen van Mulisch zijn op zoek naar hun identiteit.
- De hoofdpersonen hebben te doen met een schuldvraag.
- Hierdoor houden zij zich veel bezig met het verleden.
- De hoofdpersoon staat meestal alleen tegenover anderen.
- In zijn eerste schrijfperiode is er ook altijd een tegenspeler, een vriend of een tegenstander.
- In veel boeken uit zijn eerste schrijfperiode gebruikt Mulisch een proces van vergoddelijking; de hoofdpersoon wordt God of krijgt goddelijke eigenschappen.
- In zijn derde schrijfperiode (na 1970) wordt de verhouding tot de moeder en de vader erg belangrijk. (en ook de Oidipoes-mythe)

Selectie van boeken die Harry Mulisch heeft geschreven

Fictie

 De kamer (1947), verhaal
 archibald strohalm (1952), roman
 Het stenen bruidsbed (1959), roman
 Twee vrouwen (1975), roman
 De aanslag (1982), roman
 De ontdekking van de hemel (1992), roman
 Siegfried (2001), roman

Poëzie

 Woorden, woorden, woorden (1973)
 Tegenlicht (1975)
 De wijn is drinkbaar dankzij het glas (1976)
 Wat poëzie is (1978)
Theater
 Tanchelijn (1960)
 De knop (1960)
 Oidipous, Oidipous (1972)
 Volk en vaderliefde (1975)
 Theater 1960-1977 (1988)
Non-fictie
 Manifesten (1958)
 Voer voor psychologen (1961), autobiografisch
 De zaak 40/61 (1962), verslag rechtszaak Adolf Eichmann
 Soep lepelen met een vork (1972), tegen de spellinghervorming
 De compositie van de wereld (1980), filosofisch getint hoofdwerk
 De mythische formule (1981), bundel interviews, samengesteld door Marita Mathijsen
 Het boek (1984), lezing
 Wij uiten wat wij voelen, niet wat past (1984), lezing
 Het Ene (1984), lezing
 Aan het woord (1986), verzamelde lezingen
 Grondslagen voor de mythologie van het schrijverschap (1987), essay
 Het licht (1988), lezing
 De zuilen van Hercules (1990), lezing
 Op de drempel van de geschiedenis (1992), verzamelbundel
 Een spookgeschiedenis (1992), lezing
 Twee opgravingen (1994), lezing en verhaal
 Bij gelegenheid (1995), verzamelde lezingen
 De oer-Aanslag (1996), facsimile
 Zielespiegel (1997), catalogus bij tentoonstelling in Stedelijk Museum Amsterdam
 Het zevende land (1998), lezing
 Moderne atoomtheorie voor iedereen (2002), facsimile van wetenschappelijk jeugdwerk
 Anekdoten rondom de dood (2004), notities rondom het thema van de vernietiging


Siegfried (2001) en De aanslag (1982)

Verschillen:
Vertelde tijd; Siegfried duurt het vertelde verhaal in totaal drie dagen.
In De aanslag neemt het vertelde verhaal 37 jaar in beslag.
Vertelperspectief; In Siegfried neemt de ik-verteller de alwetende verteller over in het hoofdstuk waarin je het dagboek van Eva Braun leest.
In De aanslag neemt de hij-verteller de alwetende verteller over in het hoofdstuk waarin je het verhaal volgt vanuit de ogen van Anton Steenwijk.
Ruimte; In Siegfried speelt het verhaal zich af in Wenen, waar een signeersessie van Herter’s nieuwe boek plaatsvindt.
In De aanslag speelt het verhaal zich af in Nederland. Voornamelijk in Haarlem en Amsterdam omdat de aanslag daar heeft plaatsgevonden.
Motieven; de motieven voor het verhaal zijn in beide boeken erg verschillend er is geen duidelijke overeenkomst te ontdekken.
Motieven in Siegfried; dromen, de dood/ondergang, eenzaamheid en angst, verbinding zoeken van alles met alles, op bevel van anderen handelen.
Motieven in De aanslag; een dobbelsteen, stenen, as, vuur, haat en (on)schuld.

Overeenkomsten:
Historische tijd; Beide verhalen spelen zich af na de Tweede Wereldoorlog, maar de boeken bestaan grotendeels uit flashbacks waarin de personages terugdenken aan de Tweede Wereldoorlog.
Opbouw verhaal; Beide verhalen zijn chronologisch verteld maar met vele flashbacks naar de Tweede Wereldoorlog.
Genre; Beide verhalen zijn romans,en dan met name psychologische en oorlogsromans.
Vertelperspectief; Beide verhalen hebben een auctoriale vertelsituatie(alwetende verteller). Je kunt alleen de gedachten van de personages lezen, als deze het zelf ook werkelijk vertellen.
Slot; Beide verhalen hebben een gesloten einde. Er wordt in het slot iets afgerond.
In Siegfried is dat het proberen te doorgronden van Hitler.
In De aanslag is dat het onderzoek naar waarom de aanslag werd gepleegd, de vragen die de hoofdpersoon zichzelf stelt worden beantwoord aan het einde van het verhaal.
Hoofdpersoon; In beide verhalen heeft de hoofdpersoon bepaalde kenmerken van Mulisch zelf.
In Siegfried is de overeenkomst tussen de hoofdpersoon ‘Rudolf Herter’ en Mulisch erg duidelijk. Herter is een alter-ego van Mulisch. Hij is net als Mulisch een bekende Nederlandse schrijver van 72 jaar. Herter heeft “Herterhaters” en zo zijn er ook “Mulischhaters”.
In De aanslag woont Anton Steenwijk tijdens zijn jeugd in Haarlem, ook Mulisch heeft in Haarlem gewoond.
Thema; Beide verhalen gaan over de oorlog. En de thema’s hebben veel overeenkomsten alleen worden op een andere manier uitgewerkt. ‘wie heeft schuld aan de oorlog, wie zijn de slachtoffers en wie zijn de daders.’
In Siegfried probeert Herter Hitler te doorgronden, waarom heeft hij een Tweede Wereldoorlog opgezet.
In De aanslag vraagt Steenwijk zich af waarom de aanslag in Haarlem tijdens de Tweede Wereldoorlog is gepleegd.
Personages; over de meeste personages in de beide verhalen kom je niet veel te weten qua persoonlijkheid of gedachtes. Eigenlijk is er buiten de hoofdpersoon maar één ander personage waar je meer over te weten komt.
In Siegfried kom je door middel van een dagboek meer te weten over de vrouw van Hitler, Eva Braun.
In De aanslag kom je meer te weten over Cor Takes, een oude verzetsstrijder die de oorlog niet uit zijn hoofd kan zetten.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.