Soerkarno

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Biografie door een scholier
  • 4e klas vwo | 721 woorden
  • 29 oktober 2001
  • 6 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 6 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Soekarno werd geboren op 6 juni 1901 in Surabaja. Hij was de zoon van een tot de lagere priaji (Javaanse adelssfeer) behorende onderwijzer. Hij volgde een opleiding tot civiel-ingenieur aan de Technische Hogeschool te Bandung en was reeds jong actief in de nationale beweging. Hij behoorde tot de zogenaamde non-coöperatoren, dat wil zeggen tot hen die weigerden mee te werken aan de door de Nederlanders in het leven geroepen lichamen, zoals de Volksraad. In zijn studietijd onderging hij de, voor zijn politieke vorming, beslissende invloed van het radicale reformisme. Daarnaast bestempelden zijn redenaarstalent en zijn gevoel voor tactische finesses hem vanaf het begin van carrière tot een politiek leidsman.
Op 4 juli 1927 stichtte Soekarno, samen met enkele anderen, de Partai Nasional Indonesia (PNI). Deze partij schreef het “ Indonesia merdeka “ (Indonesië vrij). Het hoofddoel van deze partij was de onafhankelijkheid van Indonesië. Dankzij zijn talent ontwikkelde Soekarno zich binnen korte tijd tot een vooraanstaand nationalistisch leider. De Nederlands-Indische regering geloofde in een langzame en geleidelijke ontwikkeling naar onafhankelijkheid. Gematigde nationalisten werkten dan ook met haar samen. Soekarno was echter wars van elke vorm van samenwerking en de regering beschouwde hem als een gevaarlijk communist.

Als leidend nationalist verbleef hij van 1929 tot 1932 in de gevangenis. In 1933 werd hij opnieuw gearresteerd en in afwachting van internering in de gevangenis opgesloten. In de gevangenis toonde hij berouw over zijn verleden en wilde de politiek vaarwel zeggen. Aan de procureur-generaal schreef hij enkele smeekbrieven.
Citaat: “ Hoogedelgebooren Heer. Nogmaals verzoek ik U mijn menigvuldige confidentieele brieven niet kwalijk te nemen. Ik snik dan ook nogmaals en nogmaals de smeekbeede voor U en de Regeering uit, laat mij aan mijn vrouw en kind terug, en naar mijn oude, lieve doch ziekelijke moeder. Ik heb misdreven, maar ik het diep berouw; schenk mij vergiffenis, en laat genade voor recht gaan. Ik werp me voor U en de Regeering neder om verlossing uit mijn lijden”. 1
De regering geloofde niet erg in een blijvende bekering en verbande Soekarno eerst naar Flores en later naar Sumatra. In deze jaren van ballingschap, waarin hij een relatief grote vrijheid genoot, werd Soekarno een overtuigd islamiet en ontwikkelde hij de staatsfilosofie voor een vrij Indonesië. Deze noemde hij de Vijf Zuilen: nationalisme, internationaal humanisme, consensusdemocratie, sociale rechtvaardigheid en geloof in God. Zij zijn nog steeds de basis van de Indonesische grondwet.
In 1942 werd Soekarno door Japanners uit ballingschap bevrijd. Naar Soekarno’s verwachting zou Japan, dat droomde van een groot Aziatisch rijk, Indonesië onafhankelijkheid schenken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij samen met de Japanners die het nationalisme in Indonesië voor eigen doeleinden willen benutten. Na de Japanse capitulatie proclameerde hij op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid. Soekarno werd van Republiek Indonesië de eerste president. Enkele weken van tevoren had hij in een rede, waarin hij zin leer van de Vijf Zuilen ontvouwde, betoogd dat de onafhankelijkheid was als een gouden brug, aan de overzijde waarvan een sterke, gezonde en eeuwig vrije en onafhankelijke Indonesische samenleving zou verrijzen. De Nederlandse regering voelde weinig voor onderhandelingen met Soekarno, maar werd door Engeland hiertoe gedwongen. Een reeks van conferenties volgden.
Soekarno’s bewind werd gekenmerkt door een nationalistisch en antiwesters beleid, waarbij hij balanceerde tussen de militairen en de Partai Komunis Idonesia. Met name tijden de secessiebewegingen op Sumatra en Celebes (1957-1961) figureerde hij als handhaver van de nationale eenheid. In de internationale politiek stelde Soekarno zich neutralistisch op. Op de eerste twee conferenties van de niet-gebonden landen speelde Soekarno een vooraanstaande rol.
In de jaren 1959 en 1960 trachtte Soekarno zijn macht te vergroten door de introductie van de “ geleide democratie “. Een persoonlijk succes was de overdracht van Nieuw-Guinea in 1963 aan Indonesië. De slechte economische toestand, een dreigend staatsbankroet, de mislukking van de “confrontatiepolitiek” met Maleisië en de naar de Volksrepubliek China overhellende buitenlandse politiek deden echter het ver zet tegen zijn bewind in militaire kringen toenemen. Na de mislukking van de communistisch geïnspireerde staatsgreep van 30 september 1965, waarin Soekarno een onduidelijke rol speelde, kwam de macht in handen van de legerleiding, die overging tot de liquidatie van de Partai Komunis Indonesia. Daarmee was ook de bemiddelaarsrol van Soekarno voorbij. Hij werd gedwongen zijn bevoegdheden af te staan aan generaal Soeharto. Op 11 maart 1967 werden hem zijn bevoegdheden als president ontnomen. Soekarno leefde tot 21 juni 1970 te Jakarta. Tot aan zijn dood leefde hij, in feite als gevangene, in zijn paleis te Bogor.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.