Lastige woorden in taal en spreken

Beoordeling 8.4
Foto van Jelino
  • Begrippenlijst door Jelino
  • 5e klas vwo | 432 woorden
  • 19 oktober 2015
  • 3 keer beoordeeld
Cijfer 8.4
3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Twijfel je nog over jouw studiekeuze?

Of heb je hulp nodig bij het inschrijven? Bezoek dan onze Extra Open Avond op 7 juni. Kom een kijkje nemen en voel hoe het is om te studeren bij Hogeschool Inholland. Wij staan voor je klaar! 

Meld je aan!

antithese = een tegenstelling, door woorden net tegengestelde betekenis tegenover elkaar te zetten vallen ze meer op. (jong geleerd, oud gedaan)

eufemisme = verzachtende uitdrukking, geen understatement. (oma is van ons heen gegaan)

hyperbool = overdreven manier van zeggen. kan effectief zijn maar ook ongeloofwaardig. (helemaal niks om aan te trekken)

ironie = milde vorm van spot, meestal bedoelt iemand het tegenover gestelde van wat hij zegt. ("Het geeft toch niet als we al begonnen zijn?")

sarcasme = hardere manier van ironie.(met zo'n leeg hoofd krijg je nooit een hersenschudding)

cynisme = hardere manier van sarcasme. komt voort uit een soort wantrouwen tegen de mense in het algemeen. (beter 5 minuten laf dan een leven lang dood)

paradox = schijnbare tegenstelling, als je er goed overdenkt zijn ze goed te combineren en vormen ze geen tegenstelling (zelfs als je immer eerlijk bent, lieg je wel eens)

pleonasme = een woord gebruiken waarvan de betekenis al aanwezig is in een ander woord van de zin (houten boomstam)

retorische vraag = vraag waar je geen antwoord op verwacht (wil je dat er ingebroken wordt?)

tautologie = gebruikt het om iets te benadrukken, je zegt twee keer hetzelfde met verschillende woorden. (tafel staat schots en scheef)

understatement = manier van zeggen waarbij de bewering wordt afgezwakt, tegenovergestelde van een hyperbool (tikje vermoeid na het lopen van de marathon)

contaminatie = woorden in elkaar vermengd zijn (nachecken— nakijken/checken)

storende woord herhaling = steeds herhalen van 1 woord (als je dat vervelend vindt moet je dat niet doen want dat stoort iedereen)

foutieve tautologie = twee woorden die hetzelfde betekenen maar verkeerd gebruikt ( ik ga soms wel eens..)

foutief pleonasme = gebruiken van een woord waarvan de betekenis al aanwezig is in een ander woord maar verkeerd gebruikt (toestemming gehad om mogen)

ambiguïteit = als je een woord of zin op twee manieren kunt lezen.

tangconstructie = als er tussen twee woorden die bij elkaar horen teveel andere woorden geplaatst worden.

mits = op voorwaarde dat…

tenzij = behalve als…

geregeld = vaak, maar je weet niet wanneer…

regelmatig = op vaste tijden komt het voor…

niet het minst = vooral, met name…

niet in het minst = absoluut niet…

containerwoord = een vaag woord

jargon = oud taal gebruik

barbarismen = woorden of uitdrukkingen uit een andere taal en die letterlijk naar het nederlands worden vertaald.

gallicisme = vertaalde woorden gehaald uit het frans

germanisme = vertaalde woorden gehaald uit het duits

anglicisme = vertaalde woorden gehaald uit het engels

belgicismen = woorden of uitdrukkingen die in belgie worden gebruikt.

neologismen = nieuwe woorden die door veelvuldig gebruik in het taalgebruik zijn opgenomen (kapot moeilijk)

archaismen = verouderde woorden die de tekst oubollig kunnen maken

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Jelino