Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

MO H2 begrippen

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • 4e klas vwo | 505 woorden
  • 10 februari 2013
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
M&O
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

MO hoofdstuk 2 begrippen



Handelsregister: Een register waar de namen van elk bedrijf in word geschreven.



Kamer van Koophandel: Een organisatie die het handelsregister bijhoud.



Investeringsbegroting:een begroting waarop alle zaken die je moet aanschaffen om een bedrijf te beginnen.



Resultatenbegroting: Een begroting waarin staat hoe groot je opbrengsten en kosten zullen zijn in een toekomstige periode.



Liquiditeitsbegroting: Een begroting waarin alle betalingen en ontvangsten staan die je in een toekomstige periode moet doen.



Rechtsvorm: is de juridische vorm waarin een bedrijf gedreven wordt en is bepaalend voor hoe je belasting moet betalen en hoe de aansprakelijkheid is geregeld en wie er overeenkomsten mag sluiten.



Aansprakelijkheid: wordt bedoeld dat een persoon gehouden is aan een verbintenis te voldoen.



Vermogen:de waarde van alle bezittingen



Inventaris: Een lijst van voorwerpen op een bepaalde plaats.



Financiering: Hoe je iets gaat betalen. Waar haal je het geld vandaan?



Belasting toegevoegde waarde:  is een indirecte belasting die een overheid heft op de verkoop van producten of diensten



Prijs verhoogende belasting: Btw maakt alles voor de consument duurder dus vandaar



Toegevoegde waarde: verschil tussen de marktwaarde van productie en de daarvoor ingekochte grondstoffen.



Te betalen BTW: Het verschil tussen je btw die je mag terug vragen en de btw die je moet betalen



Te vorderen btw: De btw die je mag terug vragen over ingekochte producten.



Financieringsbehoefte: Een behoefte waarin je kan zien of je zelf geld in moet leggen of moet lenen.



Vaste activa, vast kapitaal: goederen waarin geld voor langer dan 1 jaar word vastgezet



Afschrijven:  Het rekening houden met in waardevermindering van vaste activa door slijtage


Afschrijvingskosten: het bedrag van de waarde vermindering



Vlottende acitva: Bezittingen warin geld niet langer dan 1 jaar wordt vastgelegd



Debiteuren: Zijn klanten van wie een bedrijf nog geld tegoed heeft



Liquide activa: geldmiddelen die je nodig hebt om je dagelijkse betalingen te doen.



Vermogensbehoefte:  het bedoeld waarmee de activa gefinancierd


Wordt



Eigen vermogen: Eigen geld



Lang vreem vermogen:  Een schuld waarbij het aflossen langer dan een jaar duurt



Kort vreemd vermogen: Een schuld waarbij het aflossen minder dan een jaar duurt



Hypotheek lening: een lening die je krijgt op onderpand van onroerend goed



Onderhandse lening: een lening waarbij contact is tussen geldgever en de lener



Rekening-courantkrediet: Dat is een krediet waarbij de onderneming tot een bepaald maximum bedrag gel mag opnemen bij de bank.



Ontvangen leverancierskrediet: Het krediet dat je ontvangt van een afnemer.



Nog te betalen bedragen:  Dat zijn bedragen die de ondernemer nog moet betalen.



Balans:  is een overzicht van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen



Activakant: Aan de debetzijde (de linkerkant) van de balans staan de bezittingen



Passivakant:  Aan de creditzijde (de rechterkant) van de balans staat het eigen en vreemd vermogen



Vermogensaanwending:  De linkerkant (debetkant) van de balans



Vermogensverkrijging: De rechterkant (creditkant) van de balans

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.