Emoties

Hoofdstuk 2 - Opdrachten

1. Verlegenheid, want het jongetje kijkt iets schuin naar beneden, waardoor het lijkt alsof hij verlegen is. Vriendschap, want het jongetje legt een hand op het konijntje, waardoor je dat ziet als vriendschap.
2. Afbeeldingen over ontwikkelingslanden, de dood en oorlog.
3. Tientallen doden in Europa door storm Lothar: verdriet, onschuld.
Lijk op strand aangespoeld: verdriet, onmacht.
Bejaarde vrouw omver gereden: onmacht, onschuld.
4. Gesticuleren: pantomime, cabaret – voorbeeld: Hakim, Youp van het Hek.
Mimiek: pantomime – voorbeeld: Hakim, Mr. Bean.
Lichaamstaal: dans – voorbeeld: ballet (het Zwanenmeer).
5. Theater: toneel, musical, cabaret, dans, muziek (niet altijd!!)
Muziek: orkest, zang, band, solo, koor
6. Onder ‘posities’verstaat men basishoudingen, deze moet je onder de knie hebben omdat deze steeds terugkomen in een stuk (soms wel in verschillende vormen).
7. Samba: latin muziek
Streetdance: popmuziek
Ballet: klassieke muziek
Slowen: ballads
Linedance (country): countrymuziek
8. Samba
Historische context: De samba was naar Rio gebracht door geïmmigreerde vrouwen uit Bahia, die toen naar de hoofdstad van de destijdse republiek kwamen. Eén van hen, Tia Ciata, nodigde muzikanten uit als ze ergens een ontmoeting had met mensen. In één van deze ontmoetingen werd het eerste samba-liedje gecomponeerd. De samba (de dans zelf) werd oorspronkelijk naar Brazilië gebracht door Afrikaanse slaven.
Culturele context: De samba heeft voornamelijk te maken met het carnaval in Brazilië (Rio).
Streetdance
Historische context: Streetdance ontstond begin jaren ’80. Drie belangrijke voorwaarden lagen aan de basis:
-De oude Afrikaanse traditie (de ritmische basis, het praten en zingen).
-De ontdekking van de zogenaamde acrobatic jazzin de jaren ’30 in Harlem. Dit was een dansvorm die nooit werd opgepikt door de danswereld.
-De enorme technische ontwikkeling van de afspeelapparatuur. De ontwikkeling van de hedendaagse electro-sound kwam in de zeventiger jaren goed op gang. De Jamaicaanse dj Koo Hurc paste de toen populaire funkgolf aan. Hij ontwikkelde het cratchen (een meer ritmische methode van draaitafelmanipulatie om de muziek ritmischer sterker te ondersteunen. De mensen die op deze show afkwamen, ontwikkelden een bijpassende dansstijl (streetdance genaamd). Begin jaren ’80 maakte de streetdance-cultuur internationale opgang.
Culturele context: Streetdance ontstond in New-York en is enorm populair bij de jeugd.
9. Bij ballet speelt emotie een hele grote rol, volgens mij is dat zo bij bijna alle dansen waar de muziek geen tekst bevat en waarbij je niet uit de muziek kunt opmaken waar de muziek ongeveer over zou gaan. Bij bijvoorbeeld countrydansen is emotie van veel minder belang.
10. -Divertimento no. 6 van Mozart: Een aardig vrolijk nummer. Ik word vrolijk van deze muziek.
Dit omdat de melodie van het stuk voornamelijk gespeeld wordt door lichte, hoge instrumenten en best wel tempo heeft, dat geeft een vrolijk muziekstuk. Ik speel hem zelf met alleen maar klarinetten.

-Vaudeville Suite van Pi Scheffer: Een 5-delig muziekstuk met verschillende thema’s, die elk weer een eigen tempo en toonhoogte hebben;
~deel 1: Overture and beginners, een matig tempo, vrolijke muziek. Een echt openingsstuk.
~deel 2: Gypsy scene, een beetje smartlappen of zigeunermuziek. Tempo wordt steeds verder
opgevoerd, tot een tempo dat onhaalbaar is, waarna het tempo veel rustiger wordt.
~deel 3: Fashionable Five, een snel, meeslepend stuk waarvan het deuntje in je hoofd blijft zitten.
~deel 4: Burleske, een langzaam stuk wat bedoeld is om op te strippen. Dat hoor je ook duidelijk, omdat de melodie voornamelijk door trompetten met demper gespeeld wordt, wat erg meeslepend klinkt.
~deel 5: Knockabout Act and Final, een mars. Dit stuk wordt super snel gespeeld en is een echte ‘finale’.
Vaudeville Suite vind ik vooral mooi omdat het een heel afwisselend en lang stuk is. Ik vind de thema’s heel leuk gekozen en het stuk is heel mooi gecomponeerd. Als ik dit stuk hoor denk ik als eerste aan m’n eerste concours waar ik hem gespeeld heb en word ik er heel vrolijk van (bij de snellere delen), en krijg ik zin om te dansen.
11. -Zo Jong van De Kast; een nummer over zinloos geweld, waarbij een jongen om het leven komt.
De toonhoogte van dit lied is zeer laag, ook worden er veel lage en zware instrumenten (bassen) gebruikt waardoor het liedje heel zielig klinkt.
-Wêr Bisto van Twarres; een nummer over twee mensen die elkaar zoeken. De toonhoogte van dit lied is hoog met alleen akoestiek op de achtergrond, waardoor het liedje een beetje zielig wordt.
12. -De vuurwerkramp van Enschede.
-Alle gebeurtenissen waarbij kinderen vermoord, verkracht of ontvoerd worden.
-De gebeurtenissen in Kosovo, Sarajevo e.d.
13. De beelden en foto’s zeggen voor mij al genoeg, maar als je dan ook nog hoort wat er gebeurd is, schrik je toch echt wel even wakker.
14. Om mensen zo te laten zien hoe hij zelf over dat toneelstuk denkt, waardoor mensen er zelf ook over na gaan denken en misschien uiteindelijk hetzelfde vinden.
17. Illustraties, foto’s, tekens (uitroeptekens e.d.), de tekst. De illustratie op deze pagina ziet er heel zielig uit en is ook erg donker. De tekst zelf is ook iets zielig en opstandig.
18. Toneel, film, musical, muziek en kunst zijn tweedimensionaal; ze kunnen meerder emoties en ontwikkelingen tegelijkertijd uitbeelden. Voorbeeld: Het instrumentale deel van een lied is erg laag, waardoor het heel zielig klinkt, maar het gezongen deel van een lied is erg hoog en klinkt heel vrolijk.
19. Een titelsoundtrack is een visitekaartje voor de film.
20. The Lion King: Circle of life, Elton John.
Coyote Ugly: Can’t fight the moonlight, Leann Rimes.
Titanic: My heart will go on, Celine Dion.
21. Vreugde: blijdschap, opgewekt, vrolijk.
Treurnis: huilen, verdriet.
Liefde: kussen, twinkelende ogen, vriendschap, vrijen, verliefde mensen.
Haat: ruzie, boosheid, oorlog, achtervolgingen.
Verlangen: dromen, nadenken, afwezig.
22. Groen: bos, natuur.
Roze: meisjes, liefde.
Oranje: Koningshuis, Nederlands elftal.

24. Ridders (op de achtergrond zie je mensen in harnassen en met vlaggen), volgens mij is dit echter een muurschildering. Op de voorgrond zijn het voornamelijk mensen uit een hoge rang, want er wordt volop gegeten en drank gedronken.
25. De zeven kleurcontrasten van Itten:
1. kleur-tegen-kleur contrast
2. licht-donker contrast
3. koud-warm contrast
4. complementait contrast
5. simultaan contrast
6. kwaliteit contrast
7. kwantiteit contrast
26. Kleur-tegen-kleur contrast: een zwart-wit foto (tussen zwart en wit zit een heel groot kleurverschil). Licht-donker contrast: de lucht (kan van bijna wit naar lichtblauw naar steeds donkerder gaan).
Koud-warm contrast: een vuurtje als het heel donker is (het vuur is oranje, dus warm en de lucht is heel donker, dus koud).
Complementair contrast: een blauw kleedje met gele bloemen (blauw en geel staan tegenover elkaar in de kleurencirkel en zijn in waarde gelijk aan elkaar en versterken elkaar).
Simultaan contrast: een roze shirtje op een gele broek ziet er heel anders uit dan een rood shirtje op een gele broek (roze en geel samen maakt een groot verschil met rood en geel samen).
Kwaliteit contrast: de felle zon en de heldere, lichtblauwe lucht (de zon is heel fel en de lucht veel Minder).
Kwantiteit contrast: een groot voetbalveld met een kleine tennisbal (je ziet dan veel groen, de gele tennisbal wegvalt).
27. De rode en gele kleuren maken het schilderij vrolijk. Het paarse en blauwe maken het schilderij droevig. Ik zie in dit schilderij niet echt een emotionele uitstraling. Het lijkt alsof Kandinsky op het moment dat hij dit schilderij maakte niet wist of hij nou droevig of vrolijk was. Het schilderij is een beetje tegenstrijdig.
28. Fauves zijn een groep Franse schilders die in opstand kwamen tegen de knellende regels voor hun vak. Zij wilden kleur als expressief en structureel element in de schilderkunst terugbrengen. De Fauves gebruikten onvermengde kleuren en pasten gewaagde kleurcontrasten toe. Onderwerpen werden niet natuurgetrouw weergegeven, maar in de kleuren die de emoties van de kunstenaar symboliseerden. Eind zeventiger jaren heeft zich een vergelijkbare revolutie voorgedaan. Een groep jonge schilders, vooral uit Italië, was van mening dat de schilderkunst op een dood spoor was geraakt omdat kleur, figuratie en emotie waren uitgebannen. Kunst was in hun ogen een saai gebeuren zonder enige humor.
29. De Fauves wilden vooral kleur als expressief en structureel element in de schilderkunst terugbrengen. De Blauwe Reiter vond vooral dat de vorm van het kunstwerk bepaald moest worden door de expressiebehoefte van de scheppende geest (de kunstenaar kiest die vorm die volkomen en alleen datgene weergeeft wat de geest wil uitdrukken). De Fauves richtten zich op de kleuren en De Blauwe Reiter op de vormen.
30. Vorm, woorden, lijnen.
31.
Dit schilderij vind ik een vorm van emotieloze kunst, omdat het bij mij geen gevoelens oproept. Voor mij is dit meer een soort gekladder dat ik zelfs nog kan.

Dit kunstwerk (van Peter van Tilburg) is niets meer dan een aparte vorm, waar ik het nut niet van inzie. De kleur is overigens wel opvallend, de kleur van de liefde, dus misschien
heeft het daar iets mee te maken. Naar mijn idee beeldt het niet iets van emotie uit.

Dit ‘schilderij’, van Yvonne Hakkert, lijkt op een soort draaikolk of een spinneweb. Het roept bij absoluut niets op, al hou ik wel van deze onzinnige kunst.

32. Omdat ze gesloten willen zijn voor de mensen, ze willen niet dat iedereen van hun emoties kan meegenieten. Of misschien omdat ze emotieloze kunst mooier vinden, ze hoeven er ook niet bij na te denken, ze kunnen hun gedachten de vrije loop laten gaan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.