Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Moeite met het kiezen van je PWS-onderwerp? Logisch. Klik hier om een goed onderwerp te kiezen. 

Manga en Anime

CKV

Scriptie

8.0 / 10
6e klas vwo
  • Sytze
  • Nederlands
  • 3609 woorden
  • 11328 keer
    18 deze maand
  • 7 januari 2004
Inleiding: Wat is Manga / Anime?

Manga films worden ook wel Anime genoemd. Anime is een Japans leenwoord van het engelse woord animation. In Japan gebruiken ze het woord om alle vormen van animatie te beschrijven of het nou Disney, Looney Toons of hun eigen animatie is. De westerse fans gebruiken het woord alleen om Japanse animatie aan te geven.
Je zou kunnen zeggen dat Manga Japanse strips zijn, onderling vind je net zoveel verschil als bij Anime en het is met dezelfde karakteristieke stijl gemaakt. Manga tekenaars worden Mangakas genoemd. Meestal zijn de strips zo'n 200 pagina's en worden gedrukt in zwart wit. Ze verschijnen per week of meerdere keren per week. De verhalen ontwikkelen zich zo dat als je het ene boekje uit hebt, je benieuwd bent hoe het verhaal verder gaat in het volgende boekje. Soms gaat het over het leven van de Mangaka. Natuurlijk is er ook veel Anime dat op geschreven werk is gebaseerd of dat gewoon door de makers verzonnen is.
Anime is in tegenstelling met onze westerse animatie niet alleen voor kinderen bedoeld. Er is Anime van elk soort, voor elk soort mens, zelfs als het voor kinderen bedoeld is, is het een stuk minder simpel en beperkt. Onze animatie vermijdt meestal serieuze interactie tussen personages, of onderwerpen zoals de dood. Anime daarentegen gebruikt de nodige elementen om het soort verhaal te maken dat wij alleen gewend zijn in films en literatuur, zeker niet in strips.
Jammer genoeg zijn we hier in de Westerse wereld gewend om op een simpele manier naar animatie te kijken, iets om ons te vermaken, niet iets om echt serieus te nemen. Dat is ook waarom we het niet gewend zijn na te denken als we een strip lezen of een tekenfilm kijken. We nemen maar aan dat die tekeningetjes toch alleen maar iets grappigs doen om ons te vermaken en niets meer. In Azië, vooral Japan is animatie een net zo belangrijk medium als literatuur of film.
Veel mensen beschouwen Anime simpelweg als een stijl, maar het is veel meer dan dat, omdat het zo veelzijdig is. In de verschillende soorten Anime zien we vaak al veel verschil in stijl, kijk maar naar de plaatjes. Er is Anime voor kinderen, voor tieners, adolescenten, huisvrouwen, directeuren. Wie weet zelfs voor leraren. Verhalen over het alledaagse leven, actie en spanning, sciencefiction en fantasie, liefdesverhalen, drama, mysterie, horror, parodieën, zwarte humor, jeugdverhalen, kortom; een oneindige variatie. Het kan een diepe verhaallijn bevatten en personages die zich ontwikkelen, of het kan puur seks of geweld zijn. Net als in films of boeken voor ieder wat wils. Het probleem in onze kant van de wereld is dat we niet bewust zijn van dit belangrijke verschil. Anime stopt zoals veel van onze strips niet bij het zijn van een kindergenre, maar is voor fans van alle leeftijden met de meest uiteenlopende smaken een echte kunst.

De Geschiedenis.


Voor 1900
Het eerste Japanse stripverhaal komt uit de 12e eeuw, de Chojugiga of ‘dierenrollen’
(letterlijk: humoristische beelden van vogels en andere dieren). Het is een sprookje dat over dieren gaat. Ze staan op een rol papier van ongeveer 25 meter. Oorspronkelijk komen deze rollen uit China, de Japanners hebben het een beetje veranderd en er wat meer humor in gebracht.
Rond 1700 zijn de Zenga (religieuze beelden) heel populair. Deze ‘zen illustraties’
(afb 2) gebruiken de humor om de mentale toestand te versterken. Deze ‘zen illustraties’ zijn ontstaan, omdat zen zich opent via humor. De eenvoudigheid van de afbeeldingen zijn een kenmerk van Japanse illustraties. De eenvoudige lijnen, getekend met een flexibel penseel, creëren vormen zonder schaduw of kleur. Het volk ziet deze tekeningen amper, omdat deze dierenrollen en de zen illustraties bijna allemaal in handen van de geestelijken, de adel en grote militaire families zijn. Het volk had andere tekenen; de Otsu-e, de Otsu afbeeldingen. Die worden beschouwd als de kunst van het volk. Deze afbeeldingen trekken echt alles in het belachelijke en werden dichtbij de stad Otsu verkocht.
Tijdens het Edo tijdperk (1600 – 1878) is Japan een dictatuur. Toen de Amerikanen kwamen, steeg de
welvaart en werd te vraag naar producten ook hoger. Populaire illustraties zijn dan de Ukiyo-e (afb 3). Deze tekeningen hebben onderwerpen als ontspanning en vrije tijd. Kenmerken zijn soepele lijnen en veel verschillende kleuren. Er werd niet volgens de realiteit getekend, de anatomie klopte niet en gebruiken ook geen perspectief. Wat ze vooral probeerden was een bepaalde sfeer te creëren. De Ukiyo-e zijn levendig, licht en vol fantasie. Ze proberen de lijnen opnieuw samen te stellen. Het zijn de eerste stappen naar de fantasie, de erotiek en de dood. De tekeningen die over erotiek gaan, krijgen de naam Shunga, de vertegenwoordiger van de lente. De Japanse artiesten laten het verloop volledig vrij, zonder enige restrictie qua fantasie. Maar de komst van de kranten stelt een einde van de Ukiyo-e. In de 19 de eeuw, zijn de tekenaars steeds minder getalenteerd, is er een overproductie en is het publiek klaar voor iets nieuws.

Na 1900
In het midden van de 19e eeuw zijn de oudere vormen van kunst verdwenen, maar ze blijven nog wel belangrijk als een bron van inspiratie voor striptekenaars. In de 19e eeuw worden Japanse tekenaars ook veel beïnvloed door het westen. De Engelsman Charles Wirgman en de Franse Georges Bigot waren heel belangrijk voor de ontwikkeling van de Japanse tekenkunst. Ze brachten de Japanners in contact met westerse stripverhalen, waardoor de Japanse tekenaars leerden tekenen met perspectief, anatomie en schaduw. Groot-Brittannië en Frankrijk exporteren onder andere hun politieke en sociale tradities naar Japan. De Japanners hebben van de Europeanen bepaalde technieken overgenomen, zoals de tekstballonnen en de mogelijkheid om tekeningen op elkaar te laten volgen. Door ook de nieuwe drukwerktechnieken over te nemen, zoals bijvoorbeeld de koperen plaat, de zinken gravure en de lithografie, werden de Japanse stripverhalen toegankelijk voor heel het volk. Veel tekenaars gingen over van het penseel naar de pen. Tegen het einde van de 19de eeuw vonden meer en meer Japanse tekenaars hun inspiratie in Amerika.
Manga is pas in de loop van de 20ste eeuw echt populair geworden in Japan. In 1902 verscheen het eerste Japanse stripverhaal. De auteur van deze stripverhalen is Rakuten Kitazawa. Eerst kwam dit verhaal alleen bij een krant. Later werd er ook Manga voor kinderen uitgebracht, waardoor de populariteit enorm steeg. Later kwamen er ook stripverhalen in andere bladen en verschenen er ook al hele albums.
Na de Tweede Wereldoorlog, steeg de vraag naar deze stripverhalen zo sterk en dit door de invloed van Amerikaanse stripverhalen en de steeds groeiende ontspanningsmarkt.
Hier ligt dan ook het ontstaan van de Kami-Shibai of ‘het spel op papier’ (afb 4), dit zijn verhalen die op straat verteld worden door middel van zelfgetekende beelden, het lijkt wel wat op onze poppenkast. De vertellers reisden van stad naar stad en vertelden hun verhaaltjes aan kinderen. Wanneer de kinderen snoepjes kochten, kregen ze er gratis een verhaaltje bij. Vele ondernemingen namen tekenaars in dienst, om deze historische beelden te maken. Toen televisie in de jaren ’50 de plaats innam van deze spelen op papier, werden de meeste tekenaars van die historische beelden, striptekenaars. Gedurende de jaren ’50, ontstaat er ook het fenomeen ‘betalende bibliotheken’ waar de kinderen manga’s kunnen uitlenen voor enkele yen. Ook al is de Manga een groot succes, toch worden de auteurs ervan onderbetaald en ondergewaardeerd. Manga wordt gezien als een vrijetijdsbesteding voor het gewone volk en er wordt geen enkele artistieke waarde aan gegeven.
In het midden van de jaren ’60 worden de bibliotheken een minder succes. De
economie groeit en men koopt liever strips dan ze te lenen. De stripverhaalcultuur wordt steeds commerciëler en Manga wordt enorm populair. Maar er zijn natuurlijk ook mindere dingen. Vele volwassenen vrezen dat de Japanse samenleving meer en meer analfabeet wordt. En ook in westerse landen, zijn er verschillende Manga’s verboden omwille van de sensatie die erin beschreven wordt. Pas in de jaren ’80 kan er gesproken worden van een succes van Manga in Amerika en Europa. Maar die populariteit is nog vrij beperkt. Manga’s worden alleen verkocht in gespecialiseerde winkels. Maar de komst van de film Akira (afb 5) brengt hier een grote verandering in. Dankzij deze film wordt Manga ineens aanzien als iets heel ‘cool’. Akira is een verhaal over de toekomst. De Japanse overheid probeert levende superwapens te creëren door genetische manipulatie, het vergroten en stimuleren van geestelijke vermogens bij kinderen. Akira is een van de kinderen, maar ontsnapt. Er ontstaat een strijd tussen de regering en Akira die leidt tot een 3e wereldoorlog. Deze film is in de westerse landen nog populairder geworden dan in Japan zelf.

Hoe ziet een Manga strip eruit?


Het eerste dat je opvalt aan Manga strip is dat hij in het zwart wit is. Er zijn een aantal uitzonderingen op deze regel, maar niet veel. Tekenaars moeten elke week nieuw werk inleveren het hebben daarom vaak geen tijd om het in de kleuren. Zwart wit klinkt wat ouderwets maar je raakt er gauw aan gewend. En de Japanners weten niet beter.
Nog een belangrijk verschil tussen de Japanse en westerse strips is de leesrichting. Japanners lezen van rechts naar links en Manga’s worden dus ook zo gelezen. Als deze strips vertaald worden blijven ze meestal ook origineel en moet je dus ‘achterin’ beginnen te lezen. Ook is het veel werk (en prijzig) om de leesrichting om te draaien.
Het grootste deel van de in Frankrijk voorgestelde Manga’s zijn zakformaat en zijn aanpassingen van de gewone Japanse Manga, dus niet van de luxeversies. Af en toe worden er vertalingen van luxeversies uitgegeven om, omdat ze bijvoorbeeld heel succesvol zijn. Vaak brengt de luxeversie enkele vernieuwingen aan, zoals bijvoorbeeld onuitgegeven verhalen, schetsen, technische fiches, bijkomende uitleg van de auteur, etc.In Japan is het de gewoonte dat de auteur een klein voorwoord schrijft bij het begin van elk nieuw deel van een manga. In het algemeen praat hij over alles en nog wat. Hij noemt ook vaak de problemen die hij heeft gehad bij het schrijven van een bepaald hoofdstuk. Veel Franse uitgevers nemen dit gewoon over. De omslag van de Japanse manga bestaat steeds uit een geplastificeerde kaft. De meeste Franse uitgevers hebben deze gewoonte overgenomen, er zijn een paar die karton gebruiken.
Je hebt ook nog Prepublicatie magazines, dat zijn tijdschriften waarin verschillende series worden gelanceerd voordat ze in zakformaat worden uitgegeven. In oktober 1995 lanceerde Manga Player, de uitgeverij afhankelijk van Media Système zo’n maandblad. Naast de prepublicatie was er in dit blad ook veel plaats voor actualiteiten. Het was niet echt succesvol. Het tijdschrift Manga Player moest veel veranderingen ondergaan omdat het niet genoeg verkocht. De redactie zei dan ook in nummer 37 dat de lezer het tijdschrift gewoon wat doorbladerde om te weten wat er te krijgen was op de markt, maar het niet daadwerkelijk kopen. Ze lazen gewoon de verhalen die hen interessant leken, om ze daarna in zakformaat te
kopen. De prepublicatie in Japan, werkte dus niet in Frankrijk en het magazine publiceerde dus nog enkel originele series die pas na een hele tijd zouden worden uitgegeven in zakformaat. Maar het tijdschrift hield op te bestaan na het failliet van Media Système en de series die gepubliceerd werden in het tijdschrift werden in februari 2001 gepubliceerd in zakformaat door Pika Editions.
Een ander kenmerk van Manga zijn de tweeslachtige personages. In vele Mangaverhalen is het onmogelijk om te zien of een personage mannelijk of vrouwelijk is. Vaak valt het uit de tekst op te maken. In de Japanse taal is het niet mogelijk om uit een artikel af te leiden welk geslacht een personage heeft. De Franse vertaler van het Manga-stripverhaal ‘Fly’ heeft veel problemen gehad om het goede artikel te vinden om Aban, de meester van de held ‘Fly’, te beschrijven. Een typisch tweeslachtig personage en de vertaler
heeft geen betere oplossing gevonden dan te praten over “hem (haar)” wanneer men het heeft over ‘Aban’. Gelukkig heeft hij zijn fout hersteld nadat hij een paar delen vertaald had. Zo is Aban nu een echte man geworden zoals in de Japanse versie.
De vrouwelijke personages zijn getekend als hoe de Japanners zich een ideale Westerse vrouw voorstellen: grote ronde en fonkelende ogen met lange wimpers, een flinke boezem, een fijne taille, lange benen en een dikke lange bos haar (afb 7).
Een eerste techniek die Tezuka (een van de eerste Mangakas, hij wordt wel de ‘stichter’ van Manga genoemd, afb 16) overneemt van de Amerikanen is een andere vormen van de vakjes. In de originele stripverhalen bestaat een illustratie uit een tiental rechthoekige vakjes, zoals bij ons in bijvoorbeeld de ‘Suske en Wiske’. Tezuka echter heeft in zijn Manga’s driehoekige, piramidevormige of zelfs ronde vakjes geïntroduceerd om de actie sterker weer te geven. Ook wordt er vaak over de vakjes heen getekend, bijvoorbeeld kleding of haardossen (afb 8). Een andere uitvinding van Tezuka zijn de meervoudige vakjes: een aantal vakjes waarvan de inhoud hetzelfde blijft, maar waarvan telkens slechts een deel verandert in elk vakje. Tezuka gebruikt deze methode om een vertraagde actie te laten zien.
Tezuka heeft eveneens het idee van een story-board geïntroduceerd in zijn Manga’s. De lay-out is soms erg vreemd. Dat komt omdat Tezuka de strips een filmachtige look wou geven. Hij probeerde elke actie te tekenen vanuit verschillende invalshoeken, opdat de lezer een beter zicht zou hebben op het geheel van de actie. Tezuka heeft het zonder te willen het werk van studio’s die mangatekenfilms maken een stuk makkelijker gemaakt. Deze techniek, is een van de redenen waarom de mensen die de wereld van de Manga niet goed kennen,
zeggen dat de Manga niet veel belang hecht aan een uitgewerkte inhoud. Het is inderdaad zo dat iemand die slechts enkele pagina’s van een manga leest, de indruk kan krijgen dat het verhaal zeer oppervlakkig is. Maar men moet ook rekening houden dat mangastripverhalen in Japan erg snel gelezen worden, maar daarom is het nog niet oppervlakkig. Het is gewoon een verschil tussen Manga en Europese stripverhalen.
De invloed van Amerikaanse stripboeken heeft Tezuka op het idee gebracht om volglijnen te gebruiken in zijn manga’s. Er wordt snelheid mee aangeven van een voorwerp of een persoon. Ook worden ze gebruikt als er ‘ingezoomd’ wordt. Een laatste techniek die Tezuka heeft overgenomen van de Amerikanen is het gebruik van grote ogen (afb 7 en afb 9) voor het merendeel van de personages. Walt Disney heeft hierop veel invloed gehad. Tezuka heeft de charme van grote ogen leren kennen door tekenfilms zoals Dumbo en Sneeuwwitje. Hij vond het schattig lijken, en je kon zo gemakkelijk gevoelens overbrengen. Vele andere Mangakas hebben deze technieken later overgenomen. Ook Frankrijk heeft invloed gehad. Veel Japanners denken dat een Franse look in de mode is. Dus veel mangakas hebben hun personages met een Franse look getekend (kleding). Het blijkt wel dat veel Japanners nog nooit in Frankrijk zijn geweest, ze dachten waarschijnlijk dat Franse vrouwen fel gekleurde haardossen hadden, zoals rood, groen of paars. Toen ze er later achterkwamen dat dit niet zo was, was het al te laat. Daarom hebben veel vrouwelijke Manga personages nu kleurige haardossen.

Soorten verhalen.


In de loop van de jaren 70 was er een toename in het aantal mensen die manga’s kochten in Japan. Er kwamen vele nieuwe soorten zodat er voor iedereen wat wils was. In Japan worden manga’s gelezen door mensen uit al de bevolkinggroepen en -klassen. Zo ontstonden er verschillende categorieën van manga die elk bedoeld waren voor een bepaalde groep of klasse. Er zijn vier grote groepen te onderscheiden:

· Shonen-manga’s: voor de jongens (vooral misdaadbestrijding)
· Shojo-manga’s: voor de meisjes (vooral school- en kinderavonturen)
· Seinenshi-manga’s: voor het volwassen publiek
· Narunenshi-manga’s: Erotische manga

In de loop van de jaren 80 werd thema actie sterk steeds populairder. Eén van de onderwerpen van de manga’s in deze periode is de technologische vooruitgang van Japan.
afb 10: Een Yon-Koma strip
Een goed voorbeeld hiervoor is de film Akira (afb 4).
Als tegenreactie op de explosie aan actiemanga’s die vooral gericht zijn op het mannelijke publiek probeerden de mangakas van de shojo-manga’s hun thema’s uit te breiden. Zo ontstonden nieuwe genres onder de shojo-manga’s. Sommige waren gericht aan carrièrevrouwen, andere manga’s hadden dan weer meer sportieve vrouwelijke hoofdfiguren. Dit ging door tot de jaren ’90. Daarna werd humor een steeds belangrijker thema. Hoewel er veel categorieën zijn, zijn er ook veel manga’s voor meerdere groepen. Er zijn meisjes die shonen lezen en jongens die shojo lezen.

Hieronder staan een aantal subcategorieën.

· Yon-Koma: De oudste vorm van manga. Men kan ze beschrijven als een soort satires. Deze categorie van manga verschijnt in de Japanse kranten, meestal maar een paar tekeningetjes lang (afb 10).
· Sarîman: In onze cultuur bestaat zo’n vorm niet. Deze mangastijl is bestemd voor de werkende Japanners. Meestal is het een parodie dat gaat over een werknemer, maar soms is er een diepgaander verhaal. Een voorbeeld van zo een verhaal is Kintaro. Hij handelt over een werknemer die zegt wat hij denkt en zich aanpast aan de veranderende situaties. Het verhaal is het tegenovergestelde van de werkelijkheid waar de werknemers bijna nooit afwijken van de tradities en de gewoontes. Er is grote Japanse firma in Japan geweest die toekomstige werknemers zocht die zich zouden gedragen als Kintaro. Zo zie je maar dat Manga zelfs een grote firma kan beïnvloeden.
· De sportieve manga: Deze manga gaat over sporten en wat daar omheen gebeurd. Voor bijna elke sport is er wel een Manga.
· Cyber-Punk: Een subcategorie van sciencefiction die ontstaan is de jaren ‘80. In deze mangastijl vindt men veel Mechas terug. Dit zijn gigantische robots die bestuurd
worden door mensen. Een voorbeeld hiervan is Gundam Wing dat ook bij ons op de tv is te zien (afb 11). Soms gaan deze verhalen over cyborgs (half mens half robot).
· De samoeraiverhalen: Een traditioneel onderwerp zijn de samoerais (afb 12). Hoewel men deze manga’s normaal bij shonen kan rekenen komt dit onderwerp zo veel voor dat men eigenlijk kan spreken van een apart genre. Sommige van deze manga’s zijn niet gemakkelijk te exporteren omdat er heel veel wordt verwezen naar de ingewikkelde geschiedenis van Japan en naar de vele oude tradities (die wij vaak niet kennen). Toch zijn er een paar manga’s van dit genre doorgebroken bij ons.
· De manga-fantasiewereld: Dit is een van mijn favoriete onderdelen. Manga kent verschillende fantasiewerelden. Elfen, kabouters en andere betoverde wezens zijn populair in dit genre (afb 13 en 14). De elven vind ik het allermooiste, vooral de manier waarop ze getekend zijn. Ik zal nu in het kort beschrijven hoe ze eruit zien. Elven mogen gespierd zijn, maar meestal is hun lichaam glad en zacht met een vredige ziel. De populaire elfen (de held van het verhaal) is altijd lang , slank en jeugdig. Elfen vertonen hevige emoties, en zijn daarom ook erg geschikt voor Manga. De stijl legt nadruk op betoverende en uitbundige kenmerken, vooral als het gaat om de ogen. Het gezicht van een elf is iets langer dan een normaal persoon. Hun kin heeft een stompe punt. De oren zijn lang en dun met een punt erop. Ze hebben een kleine neus en katachtige ogen met lange wimpers. Het haar is vaak wild en onverzorgd, dat komt omdat ze meestal in het bos of andere afgelegen gebieden wonen. In de verhalen hebben elfen vriendjes die hen gezelschap houden, net als gewone mensen een hond of een kat hebben (afb 15). Ze zien er schattig en ondeugend uit. Vaak treden ze op als redders in nood en hebben een grote wrok tegen slechteriken. Veel van deze wezentjes zijn gevleugeld, daardoor zijn ze snel en schieten van de ene plek naar de andere, ze zijn slechteriken daarom vaak te slim af. Draken spelen ook een belangrijke rol in deze fantasiewereld (zie afb 1). Ze kunnen goed of slecht zijn.

Naast bovenstaande voorbeelden zijn er natuurlijk nog vele andere categorieën. Ik behandel ze verder niet omdat dat een heel groot deel van deze genres gewoon nooit zijn doorgebroken in Europa. Bovenstaande genres komen hier het meest voor, In Japan zijn er nog veel meer onderwerpen. Eigenlijk kennen we hier in Europa alleen de bovenste laag van de manga’s. Enkele voorbeelden van ongekende genres van manga’s in Europa zijn diegene die gaan over homorelaties of horror. Ook zijn er nog Manga ’s die van het mixed-genre zijn. Waarbij twee genres in één verhaal zitten, bijvoorbeeld een mix van western en sciencefiction. Er is eigenlijk geen limiet te stellen op de mogelijke onderwerpen van manga’s. Leerlingen van lagere scholen krijgen geschiedenis in de vorm van manga’s. Jonge moeders kunnen informatie lezen over hun situatie of zelfs anekdotes van andere moeders lezen in de ‘mamanga’. Alles kan het onderwerp zijn van een manga.

Nawoord.

Dit verslag heeft een hoop informatie gegeven. Over waar het vandaan komt, hoe een stip eruit ziet en welke genres er zijn. Meer aanvullende informatie is natuurlijk op internet te vinden. Ook voor meer plaatjes. Zelf ben ik een jaar of drie geleden voor het eerst in aanraking gekomen met Manga. Toen kwamen de tekenfilms hier in Nederland een beetje in. Ik had geen flauw idee dat deze soort van tekenen Manga (of eigenlijk Anime, omdat het een tekenfilm was, niet een strip) genoemd werd en dat het uit Japan kwam, maar het sprak me toch aan, de grote ogen en kleurige bossen haar. En natuurlijk de typische Japanse humor. Pas later, toen we thuis internet kregen, ging ik wat meer info zoeken over deze tekenfilms en kwam erachter dat er zoveel verschillende soorten waren. Ik hoop dat ik met dit verslag veel dingen heb duidelijk gemaakt en de mening over Manga en Anime positief heb kunnen beïnvloeden.

Bronvermelding:


· Internet:
http://www.scholieren.com
http://www.webgenius.be/~kennyv/manga/html/watismanga/top
http://www.linkadoor.be/manga_anime_corner/wat_is_manga.html
plaatjes: http://www.google.com en http://www.altavista.com
en nog verscheidene andere sites, waar ik ooit eens op ben geweest door de jaren heen.

· Boek:
Japans striptekenen, van Christopher Hart.

· Televisie:
Verschillende Manga tekenfilmseries

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

9688

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer