Hoofdstuk 2 (Zin leven)

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 1052 woorden
  • 29 juni 2004
  • 32 keer beoordeeld
Cijfer 5.5
32 keer beoordeeld

Optiek; benadering; invalshoek : manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt. Ethische optiek; de benadering dat mensen goed behoren te handelen. (goed; menswaardig) Norm = wij behoren menswaardig te handelen
Ethiek; een verantwoorde houding tegenover dingen waarmee je te maken krijgt

Ethische uitspraken (moet – uitspraken) : - zinnen met woorden/uitdrukkingen waarin een oordeel over goed en kwaad zit. (goed, slecht, eerlijk, onmenselijk, besodemieterd, enz) - zinnen met de ww. ‘moeten’, ‘dienen’ of ‘behoren’

waarden: principes; opvattingen die je hebt over wat uiteindelijk belangrijk is in het leven. Een waarde druk je uit in 1 woord (gezondheid, liefde, welvaart, enz.) - instrumentele waarden: staan in dienst van een andere, hogere waarde. - Intrinsieke waarden: Een waarde in zichzelf, zonder ander, hoger doel. - Waardenconflict: waarden komen in botsing. Welke is belangrijker? - Ethisch dilemma = waardenconflict - Onwaarden: soms moet je kiezen tussen twee onwaarden (doodgaan / zinloos leven) Normen: concrete gedragsregels die daarbij horen (bijv. Je moet gezond leven) - relationele normen: normen die te maken hebben met de directe omgang met mensen - professionele normen: normen die ermee te maken hebben hoe een bepaald vak uitge- oefend dient te worden. (vaak impliciet aanwezig, soms schriftelijk vastgesteld) - publieke normen: gedrag dat van ons verwacht wordt ten opzichte van de samenleving (bijv. jongeren maken hun studie af, Nederlanders betalen belasting, enz.. ) moraal: waarden en normen samen. Ieder mens heeft een moraal, maar ook iedere groep/ samenleving. (opvattingen over goed en kwaad)

ethiek als wetenschap (onderdeel van filosofie): - kritisch nadenken over het moraal, vanuit het oogpunt dat het goede gedaan behoort te worden
filosfie: - ethiek - metafysica: het nadenken over wat na het stoffelijke komt - wijsgerige antropologie: nadenken over de mens (wie/ wat is de mens) - sociale filosofie: nadenken over het menselijke samenleven (hoe behoort dat te gaan) - geschiedenisfilosofie: nadenken over het proces dat we geschiedenis noemen - kennistheorie: wat is precies kennis? (bijv. wanneer is iets een wetenschapp. Feit) ethische visies: standpunten die kunnen worden ingenomen vanuit de ethische optiek. optiek: invalshoek/benaderingswijze
visie: standpunt/mening.(mensen met dezelfde optiek hoeven niet dezelfde mening te hebben) - gevolgenethiek: de handeling is juist, omdat de gevolgen van de handeling juist zijn
hedonisme: beslissing is juist als het zoveel mogelijk lust/genot oplevert. - Klassiek hedonisme: Het is een goede zaak dat mensen zoveel mogelijk van het leven proberen te genieten. Epicurus (341 – 271 v. Chr.) was een belangrijke aanhanger van klassiek hedonisme. (Epi.: Je moet je verstand ook gebruiken. Goede beslissingen leiden tot genot) - 19e eeuw: nieuwe impuls in hedonisme door liberale denker Thomas Hobbes (1588 – 1679) (Hob.: mensen streven altijd primair hun eigen belangen na. Dit leidt constant tot conflicen. De mens is een wolf voor zijn medemens. Mensen moeten dus samenwerken, anders leidt dit niet tot genot. (er moet een sociaal bestel komen) Ethiek = egoisme, welbegrepen eigenbelang.

Eudemonisme: - geluk nastreven. (geluk = langduriger dan genot en geluk is een stukje van een persoon. Zintuigen spelen een minder belangrijke rol dan bij hedonisme) - Sociaal Eudemonisme: Geluk van allen
Utilisme: Je hoort datgene te doen dat het meest nuttig is voor de samenleving in zijn geheel. Handeling is juist als de gevolgen het meeste nut hebben. Beginselethiek: een bepaald beginsel (waarde) wordt als uitgangspunt genomen voor een ethische beoordeling. - beginselethiek van Kant (1724 – 1804) - gaat niet om het resultaat van de handeling, of de handeling zelf, maar om de goede wil achter de handeling. - De mens kan vrije keuzes maken en tegen zijn instincten ingaan: vrije wil - Twee soorten handelen: uit plicht en uit neiging (voor eigenbelang) plicht = goed - Waardigheid van de mens: gebruik de ander nooit louter als middel, maar ook als doel - Wat zou jij ervan vinden als een ander zo met jou omging? Deugdenethiek: nadruk op motieven van degene die handelt. Hierbij wordt verwezen naar deugden (onderdeel van de mens) die mensen behoren te hebben. - het gaat om de vraag: Wat maakt mij tot een goed mens? Wat voor soort mens wil ik zijn? - Als mensen zelf goed zijn, volgt het goede handelen vanzelf
Ad hoc-karakter: de ethiek dient zich aan ten tijde van een ethisch dilemma. (t.o. van de deugdenethiek)

Een moraal hangt samen met (is een onderdeel van) iemands levensbeschouwing. Levensvraag = Wat is belangrijk in het leven (Moraal)

Christelijke ethiek
verschillende ethische richtingen binnen Christendom - Normen rechtstreeks uit de bijbel: God heeft vastgesteld wat geoorloofd is en wat niet. - Perspectieven voor de moraal uit de bijbel: Men erkent de grote afstand tussen situaties in de bijbel en huidige situaties. Bijbel = inspiratiebron voor antwoorden. - Alleen levensbeschouwelijke kaders uit de Bijbel: Je haalt geen oplossingen uit de bijbel, maar uit nadenken. Iets uit de bijbel kan wel inspireren bij het handelen.

Ethische communicatie: - er wordt ethische informatie uitgewisseld. Op basis hiervan ontwikkel je een mening. - Functie: je eigen inzicht in een ethisch dilemma verbeteren - Functie: onze samenleving is in ethische zin ‘pluraal’ Ethische communicatie is goed voor het oplossen van (meer dan vroeger voorkomende) morele problemen - Voorwaarden voor goede ethische communicatie: Er moet
openheid zijn (niemand van de discussie uitsluiten.) Gelijkheid als beginsel zijn (ieders belang serieus nemen). Bereidheid tot dialoog zijn(tonen dat je je inleeft in een anders standpunten). Duidelijkheid zijn(geen twijfel zijn over de betekenis van begrippen e.d.) Redelijkheid getoond worden. (de discussie wordt gevoerd om verstandelijke redenen) Goede argumenten aangevoerd worden. (de argumenten moeten ter zaken doen en er moeten geen argumentatiefouten voorkomen.

Argumentatiefouten - ongegronde generaliseringen - normen ontlenen aan feiten. (feiten (zoals een moord) op zichzelf zijn niet goed) - autoriteitsargumenten. (iets is niet waar omdat iemand het zegt, maar het argument moet zelf overtuigend zijn.) - ad hominem argumenten (persoonsgebonden) - onjuiste analogie (=overeenkomst) - onjuiste oorzaak (iets heeft verschillende oorzaken – 1 daarvan wordt dé oorzaak gemaakt) - een cirkelredenering (standpunt innemen op basis van iets wat niet bewezen is)

ethisch stappenplan (ter oplossing van probleem) - formuleren van ethisch dilemma (vaak met praktijkvoorbeeld) - welke feiten spelen een rol (economische, juridische en personele feiten) - welke waarden spelen een rol? (welke waarden horen bij de bovenstaande groepen) - formuleren van het ethisch probleem (keuze maken tussen welke waarden?) - wie zijn de belanghebbenden? - Wie is er moreel aanspreekbaar? (wie neemt eigenlijk de beslissing? – beïnvloeden) - Welk ethisch standpunt neem je in? (berust op ethische visie, goed onderbouwen)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.