Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Anne Frank

Geschiedenis

Profielwerkstuk

7.1 / 10
5e klas havo
  • gertie
  • Nederlands
  • 10463 woorden
  • 40303 keer
    41 deze maand
  • 12 februari 2003
Hoofdstuk 1

Waarom vluchtte familie Frank naar Nederland?

Familie Frank in Duitsland

Frankfurt am Main, 12 juni 1929. Anne Frank wordt geboren. Dochter van Edith en Otto Frank en zusje van de driejarige Margot. Familie Frank is een gewoon gezin. Otto Frank's familie woont al een paar eeuwen in Frankfurt am Main, behalve Edith die ging er pas wonen toen ze met Otto trouwde.

Anne en Margot spelen vaak met de buurtkinderen. Deze hebben allemaal andere achtergronden. Sommige buurtkinderen zijn jood, andere christen of protestants. Dit geeft Margot en Anne een kans om wat te leren over andere godsdiensten. Hun ouders moedigen dit aan, ook al zijn ze niet zo gelovig. Ze zijn liberaal-joods, dat wil zeggen dat ze zich verbonden voelen met de joodse godsdienst, maar niet streng gelovig zijn. Ze vinden het belangrijker dat Anne en Margot een goede opleiding krijgen.

Hitler aan de macht

Nog niet zo heel lang geleden was de Eerste Wereldoorlog af, die Duitsland was begonnen én weer had verloren. Duitsland kreeg dan ook alle schuld. Na een aantal vredesonderhandelingen tussen Duitsland en andere Europese landen, was de vrede en economie in Europa weer een beetje op gang.

Totdat in 1929 een beurscrisis kwam, de hele economie lag in puin; en ook die van Duitsland. Hitler had al in een leger gezeten in de Eerste Wereldoorlog, daarna kwam hij in de gevangenis en schreef daar ‘Mein Kampf’ (1923). Daar stond in dat hij Duitsland weer op wilde bouwen door te breken met de vredesonderhandelingen en een politiek in te zetten van chantage en oorlogsdreiging.

En dat gebeurde ook. Tijdens de beurscrisis schiep de economische ontwrichting het klimaat, waarin de nazi's onder leiding van Hitler, de politiek konden overnemen. Toen Hitler vanaf 1933 dan ook aan de macht kwam, zette hij werkelijk een politiek in van chantage en oorlogsdreiging. Hij gaf Joden de schuld van de ellende in Duistland. Joden waren volgens hem gevaarlijk. Doordat hij dit vond, vonden al snel de andere Duitsers de Joden de schuldigen, want het was wel makkelijk om de schuld van de maatschappij op een groep af te schuiven. Hitler vond dat Duitsers een soort supermensen waren en dat het Duitse volk het recht had om andere volken te overheersen en slaaf te maken.
Hij wilde zijn rijk uitbreiden met 1 ras; het Arische ras (blonde haren en blauwe ogen). Hij verafschuwde verschillende groepen, o.a. zigeuners, homo’s, gehandicapten en natuurlijk de joden. Dat kwam vooral omdat de joden vaak belangrijke taken en beroepen op zich namen, dat kon hij niet uit staan. Ook gaf hij hen de schuld dat het slecht ging met de economie in Duitsland. Maar het uitroeien van bepaalde rassen speelde pas vanaf 1940 een steeds grotere rol.

Hitler maakte het wel duidelijk wat zijn plannen waren met Duitsland maar dat zagen veel mensen niet in, omdat ze juist wilde dat het beter ging met de economie.
Een voorbeeld hiervan: “ In 1938 hield Hitler een triomfantelijke intocht in Oostenrijk. Weldra maakten Oostenrijkse joden, onder luid gelach van vele omstanders, met tandenborstels de tramrails van Wenen schoon” (bron: memo boek,module 7, blz. 180). Iedereen vond normaal dat de joden verafschuwd werden.
Ongeveer 2 jaar later liet Hitler mensen een Ariër verklaring doen (wel of niet joods), na deze verklaring werden joden ontslagen uit overheidsdiensten en het onderwijs. Nog later werden joden massaal afgevoerd naar werkkampen, concentratiekampen of het front.
Vele joden vluchtten uit Duitsland in de hoop in een ander land wel veilig te zijn. Sommige deden dit pas vanaf dat er veel voor joden werd verboden, maar familie Frank, was al veel eerder verhuist, omdat de politiek van Duitsland toen al in puin lag en ze het al in de gaten hadden,dat als Hitler aan de macht zou komen, er weinig plek voor hen over zou blijven, dat was in 1933.

Maatregelen


Sinds Adolf Hitler aan de macht is, is de joden vernedering in volle gang. Toch had nog niemand in de gaten -zoals Hitler in zijn boek 'Mein Kampf' had geschreven- dat de sociaal-nationalisten, Duitsland 'judenfrei' wilde maken.

Otto Frank is niet de enige die zich ongerust maakt over de gebeurtenissen in zijn land. Duizenden andere mensen proberen uit Duitsland weg te komen sinds de nazi's er de baas zijn. Ze vermoeden een slechte toekomst, omdat de nazi's alle macht grijpen met als slachtoffers de joden. De gemeente van de stad Frankfurt am Main wijst emigratie af, omdat joden altijd veel hebben gedaan voor de stad en de rest van Duitsland. De gemeente gelooft niet dat het zo slecht zal gaan met de joden en daarom vindt de gemeente dat de inwoners moeten vechten voor het vaderland.
Toch overweegt de familie Frank te emigreren.

Ediths broer, Erick Elias, was vier jaar geleden met zijn gezin naar Basel geëmigreerd, waar hij als vertegenwoordiger van de firma Opekta werkt. Hij biedt Otto aan voor de Opekta-fabriek een Nederlandse vertegenwoordiging in Amsterdam op te bouwen. Vanwege dit aanbod -en omdat Otto vrienden in Amsterdam heeft- besluit familie Frank toch naar Amsterdam te emigreren.

Otto reist in de zomer van 1933 naar Nederland waar al in september zijn bedrijf 'Nederlandse Opekta Maatschappij NV' wordt ingeschreven. Kort hierna vindt Otto een geschikt huis in Amsterdam, het Merwedeplein 37. Zijn vrouw Edith wacht met haar dochters Margot en Anne in Aken, bij Otto's moeder. In december komt Edith met Margot naar Amsterdam. Anne blijft nog een tijdje bij oma in Aken, maar komt in februari ook naar Amsterdam en het gezin is weer compleet.

De zorgeloze jaren van Familie Frank in Amsterdam

De familie Frank woonde in de rivierenbuurt, niet zo ver van de Amstel. De school van Anne en Margot, genaamd "Monterissorischool", was heel dichtbij. Anne was op school altijd samen met Hanneli Goslar (ook wel Lies genoemd) en Sanne Ledermann.
Otto, Margot en Anne vonden het leuk in Nederland en beheersten de taal al snel. Behalve Edith, zij wilden het liefst terug naar Duitsland.
Er waren grote verschillen tussen de 2 zusjes, Anne was een heel levendig kind, en ook heel populair bij de jongens, overal waar ze kwam was feest. Ze vond school wel zwaar want ze had een zwak hart en reumatische klachten. Daarom moest ze ’s middags rusten en mocht ze geen zware sporten doen.
Margot was de slimste van de 2, iedereen vond haar aardig en slim. Ook Margot was niet sterk want ze had vaak last van maagpijn.
De ouders van Annes vriendinnen waren ook bevriend met Annes ouders. Daarom vierde ze vaak joodse feesten samen, bijvoorbeeld de vrijdagse sabbatavond en het joodse paasfeest. Lies en Anne deden bijna alles samen.


Toen op 15 September 1935 in Duitsland 2 wetten werden aangenomen vertrokken meer dan 50000 joden uit het land. Ze mochten zichzelf bijvoorbeeld geen Duitser meer noemen, de Duitse vlag niet hijsen, niet uitgaan of trouwen met ariërs etc.

Familie Frank was een gastvrije familie en ontving ook graag bezoek. Een van de favoriete bezoekers waren Miep Santrouschitz (later Miep Gies) en Jan Gies.
Miep was de secetaresse van Otto (Annes vader).

Op 12 Maart 1938 vielen Duitse troepen Oostenrijk binnen en het werd een deel van Nazi-Duitsland. De joden daar kregen ook te maken met de speciale joodse regeltjes. Later dat jaar vermoorde een jood een hoge nazi. De Nazi’s gebruikten dat als excuus om in heel Duitsland joden aan te vallen. Op 9 en 10 November 1938 vernielden nazi's in heel Duitsland synagoges en joodse winkels. Gebouwen werden in brand gestoken en ruiten ingegooid. Dit noemt men de "Kristallnacht". In de dagen erna werden ongeveer 30.000 joodse jongens en mannen opgepakt en naar concentratiekampen gestuurd.

Veranderingen voor Joden door de Nazi's


Op 10 mei 1940 vallen Duitse troepen Nederland binnen. Vier dagen later wordt Rotterdam gebombardeerd, waarbij veel doden vallen. Als de nazi's dreigen om nog meer steden te bombarderen, geeft Nederland zich over en de ellende begint.

Na een paar weken van schrik gaat het dagelijks leven weer gewoon verder en verandert er nauwelijks iets. Anne en Margot gaan gewoon naar school en doen leuke dingen met vriendinnen en de rest van de familie.
Eind 1940 willen de Duitsers weten wie er jood is en wie niet. Daarom moet iedereen zich door de nazi's laten registreren en opgeven of hij/zij jood is. Als je hierover liegt krijg je een zware straf. Ook worden in november alle joodse ambtenaren ontslagen.

Op 1 december 1940 verhuizen de bedrijven van Annes vader, Opekta en Pectacon, naar Prinsengracht 236 (later wordt het achterhuis van dit pand de bekende onderduikplaats van familie Frank, Pels en Pfeffer). De nazi's beginnen Joodse bedrijven te sluiten, daarom neemt Otto maatregelen door de naam Pectacon met behulp van Jan Gies te veranderen in Gies & Co. Ook trekt hij zich zogenaamd uit zijn andere bedrijf Opekta en laat Kleiman zijn positie overnemen. In werkelijkheid houdt Anne's vader zelf gewoon de leiding over de twee bedrijven.

Na een jaar krijgen alle Nederlanders een persoonsbewijs, een soort paspoort. Bij joden komt er een "J" in van jood.
Ondanks deze dingen is Anne vrolijk en levendig en maakt leuke dingen mee met haar vriendinnen, vriendjes, de trouwerij van Jan en Miep Gies, maar ook op school. Helaas moeten de joodse kinderen na de zomervakantie van 2001, naar een andere school als de niet-joodse kinderen. Ook mag er door Joden geen gebruik meer worden gemaakt van openbaar vervoer en veel openbare gelegenheden zijn verboden.

.Voorzorgsmaatregelen tot het onderduiken


Het pand aan de prinsengracht had 3 verdiepingen en een zolder. De begane grond werd gebruikt als magazijn, de eerste verdieping als kantoor en de tweede verdieping als opslagplaats voor grote mengvaten, zakken ingrediënten voor jam en specerijen. De zolder daarboven werd als opslagruimte gebruikt. Het pand had ook een achterhuis waarvan de tweede en derde verdieping leeg bleven staan, maar op de eerste verdieping kwam een privé-kantoor voor Otto en een keuken voor het personeel. Later zouden de familie Frank en familie van Pels en meneer Pfeffer op de tweede en derde verdieping onderduiken.
In die tijd kwamen er steeds meer beperkingen voor joden ook in Nederland, ze mochten steeds minder in het openbaar, maar familie Frank probeerde er het beste van te maken. Op haar 13e verjaardag in 1942, Anne hield toch een feestje voor haar vriendjes en vriendinnetjes. Het mooist cadeau wat ze toen kreeg was een rood met wit geruit schrift om als dagboek te gebruiken. Later die dag schreef ze er voor het eerst in, ze schreef: ‘ Ik zal hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen,zoals ik het nog aan niemand gekund heb, en ik hoop dat je een grote steun voor me zult zijn.’ Niet wetend dat ze haar dagboek later zo hard nodig zou hebben gehad.
Voor Annes verjaardag in April 1942 hadden Otto Frank en Hermann van Pels het er al over gehad om onder te duiken, dat leek ze slimmer gezien de omstandigheden in Nederland. Het Achterhuis aan de Prinsengracht zou een goede plek zijn als Kugler, Kleiman, Bep en Miep bereid waren het geheim te houden en voor hen te zorgen. Allemaal wilde ze dat wel, hoewel ze wel wisten dat het verzorgen van joden een zware straf op kon leveren. Toen begonnen ze met het schoonmaken van het achterhuis, er werd ook al van alles naar boven gebracht zoals eten, beddengoed, zeep handdoeken en keukengerij. Grotere dingen zoals meubels werden ’s avonds na kantoortijd met een busje gebracht. De ramen van het voorhuis werden afgeplakt zodat de werkers in het magazijn niets konden zien wat zich in het achterhuis afspeelde. Het was de bedoeling dat de twee families in de loop van juli naar het achterhuis zouden verhuizen. Anne en Margot werd nog niks verteld over de onderduikplannen, want hun vader wilde dat ze nog van hun vrijheid genoten.

Om 3 uur ’s middags zondag 5 juli kreeg Margot Frank een oproep van de SS. Margot moest zich de volgende ochtend melden. Op die brief stond ook een lijst wat ze moesten meenemen. Edith ging ermee naar familie van Pels en samen besloten ze dat het onderduiken vervroegd moest worden. Anne en Margot wisten niet wat ze moesten zeggen en zaten stil tegenover elkaar, daarna gingen ze inpakken. Waar ze gingen onderduiken wisten ze niet. Toen om 5 uur Otto thuiskwam belde hij Kleiman op en die kwam langs en ook Miep en Gies, zo konden ze extra spullen meenemen.
Otto schreef zijn laatste brief naar familie in Zwitserland.
Om half 6 stonden ze op, ze hadden allemaal veel kleren over elkaar aan, een koffer meenemen durfde ze niet. Margot ging met Miep mee op de fiets. De andere liepen om half 8 de straaat op, tijdens het lopen vertelde Otto tegen Anne waar ze heen gingen. In hun oude huis hadden ze alles rommelig achtergelaten zodat het leek alsof ze plotseling weg moesten, ook hadden ze een briefje achtergelaten en daar stond op dat ze naar Zwitserland waren vertrokken.

Hoofdstuk 2
Hoe beleefde familie Frank de oorlog?

Het Achterhuis

Anne en Margot hadden niet verwacht dat ze hier onder zouden duiken. Hen werd verteld dat ze al maanden bezig waren met de voorbereidingen van het Achterhuis, ze zouden 16 juli onderduiken maar dit was met 10 dagen vervroegd.
Het achterhuis:Deingang van het Achterhuis zat verstopt achter een boekenkast. Rechts tegenover de ingangsdeur een steil trap, links via een gangetje een kamer, de huis- en slaapkamer van de Familie Frank. Daarnaast een kleinere slaap- en werkkamer voor Anne en Margot. Rechts van de trap een kamer zonder raam met wastafel en een afgesloten wc hokje. Boven is er een ruimte met gasfornuis en een gootsteen, dit deed dienst als gemeenschappelijke huiskamer, maar ook als slaapkamer van de familie van Pels. Op zolder is het kamertje van Peter van Pels
In de tijd dat familie Frank onderdook, doken er ongeveer 25000 andere joden onder in Nederland. Zij waren compleet afhankelijk van hun helpers, daar waren ook verraders onder om er zelf beter van de worden. Uiteindelijk woonden er 8 mensen in het Achterhuis, Otto, Edith, Margot en Anne Frank, familie van Pels en vanaf november 1942 ook Fritz Pfeffer. Maar de helpers van familie Frank waren goede vrienden van hen, die ook in het bedrijf werkten en zij deden hun uiterste best om het familie Frank naar de zin te maken.
Wel waren er een paar regels die golden, tijdens kantoortijd moesten de onderduikers stil zijn, de gordijnen waren altijd dicht, de wc mocht niet gebruikt worden als er andere mensen in het gebouw waren, mocht de kraan niet gebruikt worden.
Maar de grootste zorg van de onderduikers was wel hoe ze aan eten moesten komen, iedere ochtend brachten Bep en Miep hun rantsoenen. Kleiman zorgde voor het brood en een vriend van van Pels leverde vlees. Miep zorgde ook nog voor de groente en Bep voor melk.
Anne en haar dagboek in het Achterhuis
Toen Anne 5 dagen in het Achterhuis was schreef ze: “Ik geloof, dat ik me nooit thuis zal voelen en daarmee wil ik helemaal niet zeggen, dat ik het hier naar vind, ik voel me veeleer als in een heel eigenaardig pension, waar ik met vakantie ben!”
Anne vond haar kamer niet leuk, daarom had ze hem helemaal volgeplakt met plaatjes vooral filmsterren. Ook was ze blij wanneer familie van Pels kwam, dan kwam er iets meer leven, want Anne was toch altijd een vrolijke drukke meid.Toch was ze angstig in het Achterhuis.Ze vond het heel erg dat ze voorlopig niet naar buiten kon.
14 Augustus 1942 schreef ze dat familie van Pels op 13 juli ook in het Achterhuis was komen wonen. Ze vond het leuk om dingen van buitenaf te horen.3 dagen na de komst van familie van Pels leek het al 1 grote familie.De vader van Anne gaf de kinderen vanaf September les, anders liepen ze teveel achterstand op en dat wilden de ouders niet.Anne had ook nog al eens conflicten met haar moeder, en ook met Margot kon ze het niet zo goed vinden.ze vond dat haar moeder en Margot dachten en ze had het gevoel dat zij haar niet snapten.
Anne praatte altijd erg veel en graag, ze vond alles interessant en kwam voor haar eigen mening uit.Mevrouw van Pels vond haar maar een verwend kind.
Op 9 oktober 1942 schreef Anne een stukje over de jodenvervolging: “ Onze vele joodse kennissen worden bij groepjes weggehaald. De Gestapo gaat met deze mensen allerminst zachtzinnig om, ze worden gewoon in veewagens naar Westerbork gebracht, het moet daar vreselijk zijn, de mannen worden kaalgeschoren of gebrandmerkt, ontsnappen is onmogelijk!”
17 November 1942 kwam pas de 8e bewoner van het Achterhuis, Fritz Pfeffer, hij was tandarts. Hij moest samen met Anne een kamer delen, dit vond ze niet erg omdat ze zo iemand kan helpen, En ook Pfeffer vertelde weer over de afschuwelijke buitenwereld, de vele lotgenoten avond aan avond afvoerden naar de afschuwelijke kampen. Ze voelde zich schuldig: “ Slecht voel ik me, dat ik in een warm bed lig, terwijl mijn liefste vriendinnen ergens buiten neergegooid of neergevallen zijn. Ik word zelf bang als ik aan allen denk met wie ik me altijd zo innig verbonden voelde en die nu overgeleverd zijn aan de handen van de wreedste beulend ie er betaan. En dat alles omdat ze joden zijn!”
Drie maanden na de aankomst in het Achterhuis voelde Anne zich steeds ellendiger, vroeger zaten haar gedachten vol met humor en bezigheden met haar vriendinnen, in het Achterhuis voelde ze zich eenzaam, ze kon nooit haar emoties laten gaan, want misschien hoorde iemand hen anders wel. Na ruim 3 maanden begon ze dan ook pas echt dagelijks in haar dagboek te schrijven, ze noemde haar dagboek Kitty, dit deed ze niet zomaar omdat ze het een leuke naam vond, maar het was een personage uit Cissy van Marxveldts populaire vierdelige roman Joop ter Heul. 5 december 1942 was haar rood-groen geruite dagboek vol, ze vraagt aan Bep of ze zo snel mogelijk een nieuw dagboek wil kopen als er die nog zijn, anders moet ze verder in schriften.

13 Januari 1943, Schreef Anne weer over de buitenwereld, Althans was ze ervan hoorde, nog steeds werden vele joden afgevoerd en gezinnen werden uit elkar gerukt. Kinderen kwamen uit school en hun ouders waren verdwenen. Ook de Nederlandse jongens waren bang, er werden namelijk steeds meer jongens/mannen afgevoerd naar Duitsland om te werken of ze moesten in het leger. De mensen konden anders doen dan wachten wat hun lot was.

In de loop van 1943 was er steeds meer schaarste, de laatste meevaller was met kerst 1942, ze kregen toen een extra rantsoen boter. Ze aten droog brood, en al 2 weken spinazie of sla. Alles was van de slechtste kwaliteit en de aardappels waren ook erg rot. Op een dag aten ze boerenkool, Anne omschreef het als een mengsel van WC, bedorven pruimen en conserveermiddel en ook nog 10 bedorven eieren. Als je dit zo leest, kan je je niet voorstellen dat in de loop der maanden het eten nog slechter werd.

Op 13 juni 1943 vierde Anne haar verjaardag in het Achterhuis, ze was erg blij met de dingen die ze gekregen had, vooral met het gtedicht van haar vader, dat had ze ook opgeschreven in haar dagboek.Ze vond dat ze veel te veel was verwend door de medebewoners. Maar genoot er met volle teugen van.

Toch bleef ze het saai vinden in het Achterhuis, ze ergerde zich aan familie van Pels, Pfeffer, haar moeder en Margot, behalve haar vader, daar kon ze wel mee opschieten. Ze vond dat er niet naar haar werd geluisterd, ze werd niet serieus genomen en dat alleen maar omdat ze jong was. Ze moesten eens weten wat ze allemaal al opschreef in haar dagboek. In het begin van jaar 1944 voelde
ze zich zo eenzaam en ze wilde graag met iemand praten, dat ze maar bij Peter op bezoek ging. Ze durfde eerst nooit lang te blijven, maar na een tijdje ging dat beter, ze werd verliefd. Margot zag dat, maar Anne ontkende het hevig. Ze verheugde zich er steeds weer op om hem te zien. Toen ze terug keek op het jaar 1942 ,, vond ze het opeens niet meer zo’n erg jaar. Ze had een ‘maatje’ gevonden. Ze dacht wel dat Margot ook verliefd op Peter was, en ze schreef een tijdje brieven met haar, om erachter te komen en om te weten of ze niet boos op haar was. Steeds vaker ging Anne samen met Peter p de zolder praten, over hun diepste gevoelens. Eind Maart 1944 begon Anne aan een bewerkte versie van haar tot dusver geschreven aantekeningen. Ze werd gemotiveerd door onder andere Gerrit Bolkestein. De Nederlandse minister van Onderwijs en Cultuur in Londense ballingschap had op 28 Maart via Radio Oranje een oproep gedaan aan de
Nederlanders. Wanneer de komende generaties zouden willen begrijpen wat het Nederlandse volk in die oorlogsjaren heeft meegemaakt en doorstaan, benadrukt de minister, dan hadden ze juist de ‘eenvoudige schrijfsels’ – dagboeken bijvoorbeeld- nodig als tijdsdocument. Anne voelde zich erkent. Al sinds lang had ze ervan gedroomd om haar dagboekmateriaal na de oorlog te verwerken tot een roman. “ Stel je voor hoe interessant het zou zijn, als ik een roman van het Achterhuis uit zou geven!” Dit schreef ze al in haar dagboek de dag na Bokesteins oproep.

Anne had veel plezier in het schrijven, dat bleek uit al haar notities, ze vertelde alles uitvoerig en toch spannend. Van maand tot maand werd haar woordenschat kleurrijker, ook formuleerde ze soepeler en zekerder. Ze experimenteerde met de taal, maar er zaten nooit grote fouten in de zinnen. Omdat ze zo weinig meemaakte en veel schreef, lette ze steeds meer op details die gebeurden, ook kon ze zich steeds beter inleven in haar medebewoners en hield meer afstand en hield vaker haar mond.

Al snel was het voor Anne niet genoeg om alleen een dagboek bij te houden naast het verslag van de dagelijkse gebeurtenissen ging ze ook verhaaltjes bedenken. Ook over haar schooltijd maar ook over haar schuilplaats. Al die verhaaltjes verzamelde ze in een grote map.

Toen ze haar dagboek ging herschrijven, kon ze sommige dingen niet meer voorstellen dat ze die ooit had opgeschreven. “ Dat ik zo ongegeneerd over andere dingen geschreven heb kan ik me niet meer indenken.” Sommige dingen formuleerde ze dan ook anders in haar ‘netversie’ , zo kon je ook merken dat ze volwassener was geworden in die 2 jaar in het Achterhuis, en ondanks dat dat was het een klein meisje van 13-15 jaar die het had geschreven.

1 Augustus 1944 was de laatste keer dat Anne in haar dagboek heeft geschreven, ze had toen niet in de gaten adt het de laatste keer zou zijn, 4 Augustus zijn ze opgepakt.

Arrestatie

4 augustus 1944 was een warme zomerdag. Iedereen zat op zijn gebruikelijke plaats: de onderduikers in het achterhuis zaten stil te lezen of te studeren en in de kantoren waren Miep, Bep, Kleiman en Kugler met hun gewone werk bezig. Halverwege de ochtend stopte er een auto voor de Prinsengracht 263. Er kwamen verschillende nederlandse nazi's in burger en een sergeant van de Grüne Politzei genaamd Silberbauer binnen.
Ze zeiden dat ze wisten dat zij joden verborgen hielden. Verder vroegen ze wie de leiding had over het bedrijf. Kugler zei dat hij de leiding had en liet hen snel de rest van het gebouw zien, zodat ze konden zien dat er geen onderduikers waren. Maar de nazi's ontdekten de haak waarmee de boekenkast vastzat aan de muur en de doorgang naar het achterhuis werd zichtbaar. Voor de familie Frank, Pels en Pfeffer was meteen duidelijk dat ze ontdekt waren. De schok was erg groot. Silberbauer moest weten of ze vuurwapens en waardevolle spullen hadden. Hierna beval hij de bewoners van het achterhuis in vijf minuten klaar te staan om te vertrekken. Veel tijd hadden ze niet nodig om hun noodbagage in te pakken, omdat ze die al klaar hadden liggen voor als er ooit een bom op het achterhuis zou vallen en ze snel weg moesten vluchten.
Omdat Anne's vader vertelde dat hij in de Eerste Wereldoorlog luitenant was geweest in het Duitse leger, veranderde de houding van Silberbauer en kregen ze meer tijd. Hij begon allemaal verwijten te maken tegen Miep, omdat ze joden hadden geholpen. Toen Miep zei dat ze aan zijn uitspraak hoorde dat hij net als haar uit Wenen kwam, veranderde ook zijn houding tegenover Miep. In het privékantoor werden Kugler en Kleiman door hem ondervraagd, maar ze zeiden dat ze niets te zeggen hadden. Na een tijdje raakte het geduld van Silberbauer op en arresteerde hij ook Kugler en Kleiman. De rest van de medewerkers werd met rust gelaten.

Gevangenschap


De vrachtauto bracht de familie Frank, Pels, Pfeffer, Kugler en Kleiman naar het hoofdkwartier van de Gestapo in Amsterdam-Zuid. Hier werden ze opgesloten. Kugler en Kleiman werden na een tijdje overgeplaats naar andere cellen. Silberbauer vroeg aan Anne's vader of hij wist waar andere joden ondergedoken zaten. Toen hij vertelde dat ze twee jaar ondergedoken zaten, leek Silberbauer hem te geloven en liet hen verder met rust.

De volgende ochtend werden de families overgeplaatst naar een echte gevangenis in het centrum van Amsterdam. Op 8 augustus, 4 dagen na de arrestatie in het achterhuis, werden ze op de trein gezet, die hen naar Westerbork leidde.

Westerbork

Terwijl familie Frank en de anderen ondergedoken zaten in het achterhuis, werden er op sommige dagen 2000 mensen naar Westerbork gestuurd. Dit kamp was opgezet door de Nederlanders om aan het begin van de oorlog de vele vluchtelingen op te vangen. Later werd dit kamp overgenomen door de nazi's en werd het als doorgangskamp gebruikt om de gevangenen naar concentratiekampen zoals Bergen-Belsen en Auschwitz te vervoeren.

Hier aangekomen werden ze zoals alle nieuwkomers geregistreerd. Ze moesten blauwe overalls dragen, omdat ze ondergedoken hadden, Ze werden ‘ criminele joden’ genoemd door de nazi’s. De haren van de mannen werden afgeschoren en die van de vrouwen kortgeknipt. Het eten bestond uit 1 appel ’s ochtends, 1 stuk oud brood en een paar lepels waterige soep ’s middags. Om vijf uur ’s ochtends moest iedereen beginnen met werken wat bestond uit het uit elkaar halen van batterijen.

De familie Frank raakte met verschillende mensen bevriend, zoals de zusjes Janny en Lientje Brilleslijper, Rosa en Manuel de Winter en dochter Judy, die ongeveer dezelfde leeftijd had als Anne. Iedereen probeerde de goede moed erin te houden en Anne bleek ondanks alles toch een beetje vrolijk, want Rosa de Winter vertelde later: "Ik zag Anne Frank en Peter van Pels elke dag. Ze waren altijd samen... Anne was zo mooi, zo stralend... Ze was zo vrij in haar bewegingen en in haar manier van kijken dat ik met afvroeg: is ze dan toch een beetje gelukkig?"

Op 2 september werden er lijsten met namen voorgelezen. De gevangenen van wie de naam werd genoemd, moest de volgende dag met de laatste trein mee,die naar de concentratiekampen zou rijden. Familie Frank, Pels en Pfeffer waren erbij.
De volgende ochtend om zeven uur vertrok de trein. In overvolle, slechte wagons, reed de trein drie dagen en stopte in Auschwitz, het meest gevreesde kamp van allemaal.

Auschwitz


In 1941 werd in Auschwitz, aan de rand van een Pools fabrieksstadje, geëxperimenteerd met technieken voor massamoord. Het goedkoopst en het meest effeciënt bleek het gas Zyklon B, dat voor bestrijding van ongedierte diende. Als mensen gingen douchen, kwam er in werkelijkheid gas uit de douche en stierven de mensen. In 1942 begon de aanleg van Auschwitz- birkenau, ee gebied met barakken, gaskamers en crematoria. ER werden bijna 2 miljoen mensen vermoord.

Anne's vond het kamp grillig, met hoge schijnwerpers en overal rennende kapo's (door de ss gevangen mannen, die belast waren met een leidinggevende taak en gedwongen werden het vuile werk op te knappen). Zij schreeuwden dat de mensen snel uit de trein moesten komen of ze trokken de mensen er gewoon uit.Ook koffers en dergelijke werden door kapo’s uit de trein gehaald en aan de andere kant van het perron opgestapeld. De lijken van de mensen die tijdens de reis waren overleden, werden ernaast gegooid.
Uit luidsprekers klonk: "Vrouwen naar links, mannen naar rechts!" De mannen, onder wie Otto Frank, Fritz Pfeffer en Hermann en Peter van Pels werden weggedreven, terwijl de vrouwen in rijen van vijf en daarna in twee werden opgesteld. Josef Mengele, ook wel 'engel des doods' genoemd, bepaalde met de beweging van zijn hand, in welke rij je moest gaan staan. Dat betekende leven of dood. Weer klonk de luidspreker: "Het is één uur lopen naar het vrouwenkamp, voor zieken en kinderen staan vrachtwagens klaar." Velen renden naar de vrachtwagens met de rode kruizen erop geschilderd. Niemand van deze mensen is ooit nog terug gezien, waarschijnlijk zijn ze meteen naar de gaskamers gebracht.
De andere vrouwen moesten naar een poort lopen, waarboven met zwarte ijzeren letters 'Arbeit macht frei' stond. Rond het terrein zag je de blauwe schittering van stroomschittering en wachttorens. De vrouwen moesten zich in een gebouw douchen, waarna hun hoofd- en schaamhaar werd afgeschoren. Ze kregen schoenen en als kleding een grijze, zak-achtige jurk. Hierna werd er een brandmerk gezet in de onderarm van de vrouwen.

Alle nieuwkomers werden ondergebracht in barakken. Anne, Margot en Edith en hun vriendinnen Rosa en Judy de Winter kwamen in blok 29 terecht. Deze waren vuil en ijskoud. Om half vier 's ochtends werden de vrouwen gewekt door een fluitje, waarna ze als ontbijt een plens smakeloze soep kregen. Als je je kom kwijt was, kreeg je geen soep. Deze moest je dan stelen, wat 'organiseren' werd genoemd. Na de soep werd er een appel gehouden, de vrouwen moesten in rijen gaan staan om geteld te worden, wat in de ochtend drie kwartier en 's avonds wel eens vijf uur duurde. Na het appel moesten de vrouwen een half uur lopen naar het werk, wat bestond uit het afgraven van gras. Als ze niet hard genoeg werkten, werden ze geslagen door de kapo's. Aan het eind van de ochtend kregen de vrouwen één lepel, groenige vloeistof. Na een halfuur zitten, moesten ze nog zes uur werken. Het avondmaal bestond uit één stuk oud brood en een beetje margarine. Om negen uur 's avonds werd er weer gefloten en mochten de vrouwen gaan slapen in de barakken.

Op 27 oktober werd er een selectie gehouden. De jongsten en sterksten uit Anne's blok mochten het kamp verlaten en in een munitiefabriek gaan werken. Judy de Winter werd uitgekozen. Anne niet, omdat ze schurft had. Edith en Margot bleven daarom ook op het kamp. Toen Anne naar de schurftbarak moest, ging Margot vrijwillig mee.

Op 30 oktober vond er weer een selectie plaats. Dit keer om te beslissen wie er naar het concentratiekamp Bergen-Belsen in Duitsland mocht. Wie niet werd toegelaten, ging naar de gaskamer. Edith en Rosa werden niet toegelaten. Maar Josef Mengele vond Anne en Margot, ondanks dat ze ziek, kaal en mager waren, wel erg recht staan en werden wel toegelaten.

Bergen-Belsen

Belsen was oorspronkelijk een krijgsgevangenkamp voor Franse, Belgische en Russische soldaten geweest. Begin 1944 besloten de Duitse autoriteiten zieke gevangenen uit andere kampen over te brengen naar de barakken van Belsen. Er waren geen gaskamers, toch stierven er veel mensen aan ziekte en/of uitputting.

De geselecteerde vrouwen, onder wie Anne en Margot, kregen oude kleren, een deken, een kwart brood, twee onsjes worst en een klontje margarine mee in de trein. De wagons waren weer overvol, de hygiëne slecht en het was erg koud. Na vier dagen stopte de trein in Celle. Vanaf hier was het nog een half uur lopen en kwamen ze in Bergen-Belsen. Iedereen was uitgeput omdat ze vier dagen geen eten en drinken meer kregen. Op het kamp was geen plaats, daarom werden er tenten opgezet. Ze kregen alleen een dun deken en wat keukengerei.

Anne en Margot ontmoetten Janny en Lientje Brilleslijper in het kamp, die ze al kenden van Westerbork. Samen gingen ze zich wassen op een heuveltje en besloten daarna toch maar het 'tentenkamp' binnen te gaan.
Hier was het warm doordat er 200 vrouwen binnen waren. Maar het stonk ook, er was geen licht en er waren geen wc's. Ze sliepen op een dunne laag stro. Nadat er op 7 november een storm was uitgebroken die de tent had vernield, werden de vrouwen naar de keukentent verplaatst. Daarna naar een schuur vol oude schoenen en tenslotte naar echte barakken, waar 1 wc was voor duizenden mensen. Anne en Margot kregen een bed onder Lientje en Janny. Anne vertelde ’s avonds altijd leuke verhaaltjes om de moed erin te houden.

Omdat het kamp door zoveel ziekten werd geteisterd, was het werken voor de vrouwen buiten te zwaar. Daarom werden ze aan het werk gezet in de schoenenschuur, waar ze met de hand de schoenen moesten lostornen. Maar ook dit werk was moeilijk en pijnlijk, maar werd nog zwaarder door de slagen van de ss'ers. Voor dit werk kregen de vrouwen een beetje extra waterige soep en een stukje brood. Anne en Lientje moesten het werk snel opgeven, omdat ze last van zwerende handen kregen.
Eind november kwam mevrouw Van Pels vanuit Auschwitz
in Bergen-Belsen aan, die ze sinds het vertrek uit Westerbork niet meer hadden gezien. Zij sloot zich aan bij het groepje meisjes, die nu bestond uit Anne, Margot, de zusjes brilleslijper, Deetje en Hannelore Daniels en een jong meisje dat Sonya heette, allemaal uit Nederland.

Op 2 december 1944 werd Josef Kramer benoemd tot commandant van het kamp. Hierdoor werd de ellende nog groter. Hij zette kapo's in, gaf mensen minder eten etc. Het eten per dag werd teruggedrongen tot één kom soep, rapen gekookt in water, zonder vlees of vet en een dagelijkse snee brood van 4 centimeter dik.

In februari ontmoette Anne haar schoolvriendin Lies Goslar, die in een ander deel van het kamp zat. Ze praatten bij en Lies gaf Anne vanalles te eten, omdat haar deel van het kamp meer kreeg dan dat van Anne. Na een tijdje hadden ze geen contact meer.

Toen de winter doorzette, werd Margot ziek. Ze had dysenterie, een erge vorm van diarree, waardoor ze uitgeput raakte en niet meer kon staan. Anne en Margot werden naar de ziekenbarak gestuurd. Hier besmetten de mensen elkaar en werden de meisjes nog zieker. Na een tijdje werden ze weer naar de gewone barakken gestuurd, ook al waren ze erg ziek. Anne zorgde voor Margot, al was ze zelf ziek en was er bijna geen voedsel. Margot was erg zwak geworden en toen ze uit haar bed viel, stierf ze.
De dood van Margot was meer dan Anne kon verdragen en na een paar dagen stierf zij ook, helemaal alleen. Het was maart 1945, drie weken voordat het kamp door het Britse leger werd bevrijd.

De anderen


Hermann van Pels was meteen na zijn komst in Auschwitz vergast, samen met 549 mensen die op 3 september van Westerbork naar Auschwitz waren gekomen.

De andere mannen, Peter van Pels, Otto Frank en Fritz Pfeffer bleven tot 29 oktober bij elkaar, maar daarna werd Fritz Pfeffer overgeplaats naar een kamp wat Sachsenhausen heette. Daarna moest hij naar het concentratiekamp Neunengamme in Duitsland. Hier stierf hij op 20 december 1944.

Otto Frank was al lange tijd ziek door uitputting en mishandeling. Toen Peter hem bezocht in de ziekenbarak verzocht Otto hem daar te blijven, zodat hij niet gepakt werd. Maar Peter durfde niet, want hij was bang dat de ss hem alsnog zou vinden en de straf groter zou zijn. Op 16 januari werd hij met duizenden anderen afgevoerd naar het concentratiekamp Mathausen, waar hij stierf op 5 mei 1945, drie dagen voordat het kamp werd bevrijd.

Edith Frank was aan de gaskamers ontkomen, maar sinds de selectie in Auschwitz was ze gescheiden van haar dochters en gaf ze de wil om te leven op.
Ze stierf op 6 januari 1945 in Auschwitz.

Auguste van Pels overleed waarschijnlijk in een vliegtuigfabriek in Theresienstadt of Raguhn, of tijdens het werk. Ze is zeker voor 8 mei 1945 in Duitsland of Tsjecho-Slowakije overleden.

Otto Frank was de enige die het kamp overleefde. Zijn redding was de ziekenbarak, waar hij zo lang had gelegen en waar hij veilig was omdat een joods-Nederlandse arts met de Duitse arts had gepraat. Op 27 januari 1945 werd zijn kamp, Auschwitz, door de Russen bevrijd. Zij gaven Otto kleren en eten waardoor hij weer wat opknapte.

Hoofdstuk 3

Hoe ging het na de oorlog verder?

Otto Frank terug in Nederland

Nadat Otto Frank en de andere overlevenden uit Auschwitz bevrijd waren door de Russen, konden ze op 25 april met de trein mee naar de zwarte zeehaven Odessa. Voordat ze verder konden reizen werden ze gecontroleerd op luizen of besmettelijke ziektes, zodat ze anders apart vervoerd werden. Vanuit daar konden ze weer verder met het Nieuw-Zeelandse schip 'Monoway'. Deze vertrok op 21 mei naar Marseille. De vrouwen kregen op dit schip een hut, de mannen sliepen benedendeks in hangmatten samen met andere overlevenden van andere kampen en Franse en Italiaanse krijgsgevangenen. Ze werden bediend door scheepsofficieren, die hen erg goed behandelden.

In Marseille aangekomen konden de passagiers hun naam en andere gegevens opgeven. Naar aanleiding van die gegevens vertelden de ambtenaren de mensen met welke trein ze de volgende dag naar huis konden. Op 28 mei ging Otto Frank met de trein door Frankrijk en België naar Nederland. Maar verder dan Maastricht kwamen ze niet, omdat de bruggen waren opgeblazen. Otto was tijdens deze reis bij Rosa de Winter, zij vond tijdens het wachten in Maastricht haar dochter Judy. Dit gaf Otto hoop om zijn dochters Anne en Margot terug te vinden. Rosa de Winter had hem al verteld dat Edith was overleden in Auschwitz.
Na enkele dagen waren de noodbruggen in Maastricht klaar en konden ze met de trein verder reizen naar Amsterdam.

Op 3 juni 1945 kwam Otto in Amsterdam aan. Hij gaf zijn gegevens op aan een collega van Jan Gies, die hem wat geld gaf omdat een paar kleren het enige was wat Otto bezat, kreeg hij wat geld van de collega van Jan Gies. Hiermee kon hij een taxi nemen naar de Rivierenbuurt, naar Jan en Miep Gies in de Hunzestraat.

Otto kreeg een eigen kamer in het huis van Jan en Miep Gies omdat hij geen eigen huis meer had, dit was ingenomen door de Duitsers nadat zij een briefje op de tafel hadden gelegd dat ze naar Zwitserland waren vertrokken. Ook ging hij weer aan het werk op zijn oude kantoor op de Prinsengracht 263. Dit was er nog steeds omdat toen het gevaarlijk werd voor joden het bedrijf onder leiding was van Jan Gies. Ondertussen schreef hij brieven met zijn moeder, zus, zwager en andere kennissen. Zij leefden erg met hem mee. Er ging geen één dag voorbij zonder dat Otto navraag deed bij mensen, lijsten met namen naliep, informeerde bij het Rode Kruis en advertenties plaatste in kranten in de hoop zijn dochters terug te vinden. In de zomer van 1945 ging Janny Brilleslijper naar het Rode Kruis. Ze kreeg een lijst voor zich en moest een kruisje zetten bij de namen van wie ze zeker wist dat ze dood waren. En dat wist ze van Anne en Margot, hun dood had ze van dichtbij meegemaakt

De uitgave van Anne's dagboek 'Het Achterhuis'


Otto verloor de zin in het leven en moest dit nieuws alleen verwerken. Miep Gies en Bep Voskuijl hadden Anne's dagboeken gevonden nadat de onderduikers gearresteerd waren. Miep had ze bewaard en zou ze bij terugkomst aan Anne zelf overhandigen. Maar nu het definitief was dat Anne niet meer terug zou komen, besloot ze Anne's dagboeken en papieren aan Otto te overhandigen. Otto vertelde later: "Ik begon langzaam te lezen, een paar bladzijden per dag, meer was niet mogelijk, ik werd overspoeld door pijnlijke herinneringen. Voor mij was het een openbaring. Er verscheen een heel andere Anne voor me dan de dochter die ik had verloren. Zulke diepe gedachten en gevoelens, daar had ik geen idee van. Dat Anne zich zo intens verdiept had in het probleem en de betekenis van het joodse lijden door de eeuwen heen, dat ze zoveel kracht had geput uit het geloof in God, dat was een verrassing voor me. Hoe had ik kunnen weten dat de kastanjeboom zo belangrijk voor haar was, terwijl ze nooit blijk had gegeven van belangstelling voor de natuur. Ze had al die gevoelens voor zich gehouden. Soms las ze ons humoristische episodes en verhalen voor maar ze las nooit iets voor wat over haarzelf ging. En dus hebben we nooit geweten hoe intens haar persoonlijkheid zich ontwikkelde; en ze had de meeste zelfkritiek van ons allemaal. Ik las ook hoe belangrijk haar verhouding met Peter was geweest. Ik werd soms erg verdrietig als ik las hoe hardvochtig Anne schreef over haar moeder. In haar woede over een of ander conflict liet ze haar gevoelens de vrije loop. Het deed pijn om te lezen hoe vaak Anne de visie van haar moeder verkeerd beoordeelde. Maar het was een opluchting in latere passages te lezen dat Anne inzag dat het soms haar schuld was dat ze niet met haar moeder overweg kon. Ze had zelfs spijt van wat ze geschreven had. Dankzij Annes precieze beschrijving van elke gebeurtenis en elke persoon kwamen alle details van ons samenleven mij weer helder voor de geest."
Toen Otto het dagboek had gelezen wilde hij hier graag met de helpers, familie en vrienden over praten. Hij vertaalde delen uit het dagboek naar het Duits en stuurde deze op naar zijn familie. Zo konden zij een beeld krijgen van het onderduiken in het achterhuis gedurende twee jaar. Anne had in haar dagboek geschreven: "Je weet allang dat mijn liefste wens is dat ik eenmaal journaliste en later een beroemde schrijfster zal worden. Na de oorlog wil ik in ieder geval een boek getiteld 'Het Achterhuis' uitgeven. Of dat lukt blijft ook nog de vraag, maar m'n dagboek zou daarvoor kunnen dienen." Ook schreef ze: "Ik wil voortleven na mijn dood..." Hierdoor dacht Otto eraan om het dagboek te publiceren, maar hij had hier grote twijfels over omdat hij het dagboek ook graag voor zich wilde houden. Otto gaf veel vrienden en kennissen uittreksels of delen van het dagboek te lezen en velen vonden dat het dagboek gepubliceerd moest worden, omdat het voor veel mensen een grote steun zou zijn. Op 3 april 1946 stond in de krant 'Het Parool' een artikel over Anne's dagboek. Een vriend aan wie Otto een uittreksel van het dagboek te lezen had gegeven, had hem weer doorgegeven aan een hoogleraar geschiedenis. Deze was hier zo van onder de indruk dat hij een artikel plaatste in de krant. Na deze publicatie werd Otto benaderd door een uitgever en 25 juni 1947 verscheen het dagboek in een oplage van 1500 exemplaren.
In 1950 kwamen er vertalingen van het dagboek in het Frans en Duits. In 1951 volgden Engelse en Amerikaanse versies. Inmiddels is het dagboek in meer dan zestig talen vertaald en gepubliceerd en dus wereldberoemd geworden.

Toneelstukken en films

Voor veel mensen is Anne Frank het symbool geworden van de zes miljoen joden die in de Tweede Wereldoorlog door de nazi's zijn vermoord. In de hele wereld zijn er straten en scholen naar Anne Frank vernoemd.
Ook zijn er toneelstukken en films ontstaan. In 1955 ging het toneelstuk 'The Diary of Anne Frank' in première en in 1959 werd er een film over gemaakt.

Het Achterhuis als museum

In 1940 had Otto Frank zijn specerijen handel in dit pand, vanaf 1942 tot en met 1944 was dit de onderplaats van familie Frank en nog 4 andere bewoners. Anne Frank had in de onderduiktijd alle ontwikkelingen vastgelegd in haar dagboek. Toen na Annes dood haar dagboek genaamd Het Achterhuis werd uitgegeven in 1947, was dit een symbool tegen het Nazi- regiem.
Prinsengracht 263 werd na de oorlog bijna afgebroken, de toenmalige eigenaar NV Berghaus wilde het slopen, maar de mensen vonden dat zo erg dat hij besloot het pand te schenken aan een groep mensen.
Op 3 Mei 1957 ontstond de Anne Frank Stichting, hun doel was het pand te herstellen. De stichting kocht ook Prinsengracht 265. Allebei de huizen werden gerestaureerd, en Prinsengracht 263 diende als Museum en Prinsengracht 265 werd een internationaal jeugdcentrum.

Omdat het smalle huis niet berekend was op de honderdduizenden bezoekers, werden er in 1987 plannen gemaakt om het museum uit te breiden. Dat werd afgewezen, maar in 1990 kreeg men toch toestemming. In 1997 werd er rechts van het Anne Frank huis een nieuwbouwvleugel gemaakt.
Nadat de nieuwbouw er was, en de in- en uitgangen, toiletten, café, mediatheek, informatiebalie etc. naar de nieuwbouw was verhuisd, werd het interieur van Prinsengracht 263 gereconstrueerd zoals het was in Annes tijd, toen ze haar dagboek schreef.

Het voorhuis was in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Het magazijn van Opekta, het bedrijf van Otto Frank, was ook opnieuw gemaakt, de vloer was weer van klinkers en ook de muren waren in de oude staat teruggebracht. De matglazen toegangsdeur met loket die toegang gaf tot het voorkantoor van Miep Gies is terug. Het privé-kantoor van Otto Frank in het achterhuis heeft nog de originele meubels, zoals de brandkast en de archiefkasten. Het ernaast gelegen keukentje met het granieten aanrechtje is gereconstrueerd. De plaatjes die Anne op de muren in haar kamertje in het achterhuis plakten,zijn gerestaureerd en achter glas te zien. Ook de vertrekken van de familie Van Pels op de derde verdieping waren vernieuwd.

De Anne Frank Stichting zet zich vooral in voor bestrijding van antisemitisme en racisme en de bevordering van een democratische pluriforme samenleving.

Wat de Anne Frank Stichting wilde bereiken is goed gelukt, ze wilde laten zien waar en hoe familie Frank 2 jaar ondergedoken heeft gezeten en hoe vreselijk een oorlog is.

Er zijn sinds de opening heel veel bezoekers geweest. Hier zijn enkele bezoekersaantallen van de afgelopen jaren: In 1960: 9000, in 1970: 180.000, in 1980: 336.000, in 1990: 647.000, in 1996: 624.550 en in 1997: 710.000 en in 1998 822.000 bezoekers.
Zo zie je dat het nog steeds heel veel indruk maakt op heel veel mensen, en dat ze het nog steeds ongelofelijk vinden dat mensen daar 2 jaar kunnen leven.

Onze ervaringen in het Achterhuis

Wij (Anne en Gertie) zijn 23 december 2002 naar het Achterhuis geweest. Dit keer met een andere instelling dan de vorige keer, we waren er namelijk vorig jaar Maart ook geweest met een uitwisseling.
Dit keer verwachtten we er meer van maar aan de ene kant ook minder. Aan de ene kant meer want we zijn nu aan het 3e hoofdstuk bezig en hebben het idee dat we zo ongeveer alles van het onderwerp afweten en ook hoe het Achterhuis is elkaar zit, dus dan weet je precies waar alles heeft plaatsgevonden. Maar we vonden het heel erg jammer dat er geen meubels van toen meer instonden, want door al die boeken te lezen en plaatjes te kijken weten we bijna precies hoe alles stond en wat voor meubels het waren. We zouden graag het plaatje in het geheel gezien hebben. Maar dat kan niet, want als in de oorlog ergens mensen opgepakt werden, werden ook meteen hun spullen weggehaald.

Toen we aankwamen in het Achterhuis stond er een lange rij voor het museum, vooral veel scholieren en oudere mensen, die zelf de oorlog hadden meegemaakt. Als we binnen zijn, kijken we nog steeds even verbaasd rond, ook al zijn we er al eerder geweest. Het is gewoon pijlen en gangen volgen dan kom je vanzelf boven in het Achterhuis.

Het is niet zo heel groot, het mooiste van het Achterhuis vonden we de stukjes tekst uit het dagboek van Anne, die stonden op de muur afgedrukt. Vaak kwamen we toch wel bekende stukjes tegen die we zelf ook in ons werkstuk hadden verwerkt. Ook werden er veel videofilmpjes gedraaid, over vroeger maar ook van een paar jaar geleden, bijvoorbeeld over Miep en Otto die de oorlog overleefd hadden. Zo kon je je meer inleven. Want het Achterhuis op zich is best leeg, de gootsteen staat er, de plaatjes van Anne, de wasbak, maar dat is het dan ook. Je ziet ook de beroemde boekenkast met daarachter de ingang, dat vonden we allebei heel indrukwekkend, het is zo’n simpele kast en daarachter zat 2 jaar lang een ingang verborgen naar het nu zo beroemde museum het Achterhuis. Als je het huis uitliep door de pijlen te volgen kom je in het aangebouwde stuk, daar vind je allerlei boekjes, dagboeken in heel veel verschillende talen, andere foto’s van de oorlog etc. Ook staan er stukken tekst afgedrukt van de helpers die nog leefden na de oorlog.

Het nieuws van de laatste jaren


Wie de verrader was hield Kleimann en de andere helpers na de oorlog nog bezig. Kleimann schreef een brief naar de Politieke Opsporingsdienst, zij spoorde mensen op die in de oorlog met de Duitsers hadden samengewerkt. Van Maaren de magazijnmedewerker was hoofdverdachte bij de helpers en Kleimann schreef over van Maaren in die brief. 2 Jaar werd daar niks mee gedaan, maar in 1948 werd er een onderzoek ingesteld, waarschijnlijk nadat Otto Frank een gesprek heeft gehad met de Politieke recherche afdeling. De politie ondervroeg de helpers Miep, Kleiman en Kugler, evenals Van Maaren en Hartog, een andere magazijnmedewerker. Hartog vertelde dat Van Maaren hem 14 dagen voor de inval had verteld dat er joden waren ondergedoken. De vrouw van Hartog zou het ook hebben geweten. Het onderzoek was erg oppervlakkig, men had er weinig aangehad.

Toen het dagboek van Anne Frank wereldberoemd werd ging men Silberbauer zoeken, hij had de arrestatie toen destijds geleid. Simon Wiesenthal had de man gevonden in 1963 in Wenen. Silberbauer werkte daar als politieman.
Hij wist nog wel veel details over de arrestatie, maar niet wie de verrader was geweest. Degene die het telefoontje had aangenomen, zijn chef Julius Dettmann, pleegde kort na de oorlog zelfmoord. Tijdens het onderzoek werd Silberbauer als politieman geschorst, maar toen bleek dat hij alleen maar 'in opdracht' had gehandeld en zich tijdens de arrestatie 'correct' had gedragen, werd hij in zijn oude functie hersteld.

In 1963 werd het onderzoek naar van Maaren weer geopend, dit keer veel uitgebreider, maar er waren belangrijke getuigen overleden zoals Kleimann en Hartog Er werden wel diefstallen ontdekt die hij had gepleegd, maar nog steeds is er geen bewijs dat van Maaren hen had verraadden. Willem van Maaren overleed in 1971.

In 1998 verscheen 'Anne Frank, de biografie' van Melissa Müller. In haar boek schreef zij dat de andere magazijnknecht Lammert Hartog ook geweten moet hebben dat er joden waren verborgen, evenals zijn vrouw Lena Hartog-Van Bladeren. Zij werkte als schoonmaakster op de Prinsengracht 263. Ze maakte verschillende huizen schoon, onder andere bij meneer en mevrouw Genot. Ook zij werd verhoord in 1948, maar vertelde toen niet aan de politie dat zij daar gewerkt had. Volgens een verklaring van mevrouw Genot uit 1948 had Lena in juli 1944 tegen haar gezegd dat ze zich vreselijk zorgen maakte over de veiligheid van haar man, omdat er op de Prinsengracht joden waren verstopt. Ook tegen Bep had zij gezegd dat zij allen in levensgevaar zouden zijn als het werd ontdekt. Ook zij Lena Hartog kon dus de verraadster zijn, maar in de tijd van het onderzoek heeft men zich vooral op de verdachte Willem van Maaren gericht.

In 1998 kwamen 5 niet gepubliceerde dagboekbladzijde aan het licht. Het was een groot raadsel waarom ze niet waren gepubliceerd en waar ze opeens vandaag kwamen. Tot 1980 hield Otto vol dat alles van belangrijke waarde is afgedrukt, op enkele onbenullige bladzijdes na. Hij zei dat in die bladzijdes de ontwikkelingen van Annes lichaam stonden en haar hatelijke opmerkingen over haar moeder.

Er zijn uiteindelijk a, b en c versies van het Achterhuis uitgekomen. In het eerste deel was het zo origineel mogelijk dagboek uitgebracht, maar er waren ongeveer 47 regels geschrapt uit het origineel, dat ging over het slechte huwelijk van haar ouders. Dat ze dit schreef was omdat ze ooit van haar vader had gehoord dat hij nooit met zijn echte jeugdliefde had kunnen trouwen. Anne had daardoor het idee dat haar moeder meer van haar vader hield dan andersom. Maar Otto had kennelijk liever een dagboek van een klein en onschuldig meisje dan een groeiende schrijfster, daarom liet hij enkele stukken tekst weg, met dingen erin waaraan een meisje van ongeveer 14 nog niet aan dacht, dat was in de b-versie.

Maar in de c-versie komen weer grotere stukken van de a-versie terug, blijkbaar wilde Otto toch dat het dagboek uitgegeven werd zoals Anne het had geschreven, dat was waarschijnlijk ook Annes wens geweest.

Conclusie

Samenvatting

Wij (Anne en Gertie) kwamen door ons eerste bezoek aan het Achterhuis op het idee ons profielwerkstuk hierover te doen. We hadden al snel de vragen en gingen allerlei informatie uitzoeken en verwerken.

Op 12 juni 1929 werd Anne Frank geboren in Frankfurt am Main, het gezin Frank was liberaal-joods, ze waren dus niet streng gelovig.
In die tijd werd in Duitsland Hitler steeds machtiger, hij haatte joden en zigeuners etc. Hij wilde ze het liefst uit de weg ruimen. De joden kregen steeds meer beperkingen, familie Frank besloot te gaan verhuizen, dit was in 1933, dat jaar kwam ook Hitler aan de macht in Duitsland.

In Nederland woonden ze vlakbij de Amstel waar het hele gezin het goed naar de zin had en ze hadden dus ook leuke jaren daar. Margot was de wijsneus en Anne was heel spontaan en had heel veel vriendjes en vriendinnetjes. Ongeveer rond 1938 merkte de familie Frank ook de Duitse invloed in Nederland, ook hier kwamen van die stomme anti-joden regeltjes. Op 10 Mei 1940 vielen de Duitsers, Nederland binnen, na 4 dagen gaf Nederland zich al over. Na een paar weken ging het dagelijkse leven in Nederland gewoon weer verder. Ook al waren er beperkingen familie Frank had nog altijd oplossingen weten te vinden.

Begin 1942 begonnen Otto en Edith Frank met de voorbereidingen van het Achterhuis; beetje bij beetje brachten ze spullen naar boven en maakten het daar op orde. Ze hadden ook mensen gevonden die hen wilden helpen. Dat waren Kugler, Kleiman, Bep en Miep. Familie van Pels ging ook onderduiken in het Achterhuis, er was tenslotte plaats genoeg.

Maar eerst was nog Annes 13e verjaardag, toen kreeg ze een rood met wit geruit dagboek. Daar schreef ze alles in en had er heel veel steun aan in het Achterhuis.

Toen Margot op 5 juli 1942 een oproep kreeg van de SS, ging familie Frank meteen de volgende dag onderduiken, dit was 10 dagen eerder dan gepland.

Anne voelde zich niet thuis is het Achterhuis en verveelde zich, maar ze had heel veel steun aan haar dagboek, waar ze na een maand, bijna dagelijks inschreef. Ze kon niet goed met haar moeder en Margot opschieten, maar haar vader was favoriet. Na een tijdje zocht ze contact met de zoon van Van Pels, Peter. Ze had in hem echt een maatje gevonden, en daardoor werden de dagen voor Anne ook leuker. November 1942, toen pas kwam de 8e bewoner erbij, Fritz Pfeffer, hij deelde een kamer met Anne.

Allemaal waren ze bang dat ze ontdekt werden, dus iedereen hield zich aan de vastgestelde regels, ook al was dat wel eens heel moeilijk.
Anne schreef ook veel over de jodenvervolging, hoe erg ze dat vond, en hoe graag ze wou dat de oorlog voorbij was. Je zou niet zeggen dat het een meisje van 13-15 jaar oud het allemaal had geschreven.

Op 4 Augustus 1944 werden ze dan toch ontdekt, toen ze op het hoofdkwartier van de Gestapo waren vertelde Otto dat ze daar twee jaar ondergedoken hadden gezeten, dat konden ze moeilijk geloven. Een dag later werden ze naar Westerbork gestuurd. Na een paar weken werden familie Frank, van Pels, en Fritz Pfeffer vervoerd naar Auschwitz, daar was het verschrikkelijk. Na twee maanden was er alweer een selectie onder de vrouwen, welke vervoerd zouden worden naar Bergen Belsen. Anne en Margot werden daar ook voor uitgekozen. Er waren geen gaskamers, maar er stierven veel mensen. Ze kregen heel weinig eten, maar het werd nog minder toen Josef Kramer commandant werd van het kamp. In de winter van 1944 werd Margot ziek, en Anne en Margot werden samen naar de ziekenbarak gestuurd. Margot stierf toen ze uit haar bed viel, Anne een paar dagen later. Drie weken later werd het kamp bevrijd.

Herman van Pels werd in Auschwitz vergast, Pfeffer stierf in Neunengamme. Edith was in Auschwitz overleden na de scheiding van haar dochters, Auguste van Pels was waarschijnlijk in Duitsland of Tsjecho-Slowakije overleden. Otto Frank is de enige die de oorlog heeft overleefd.

Toen het kamp van Otto bevrijdt was ging hij op 25 april met een trein naar de zwarte zeehaven Odessa, toen ging hij verder met het schip Monoway naar Marseille. In Marseille moesten ze hun naam opgeven en dan konden ze met speciale treinen terug naar hun eigen land. Op 3 juni 1945 was Otto weer in Amsterdam, daar ging hij bij Jan en Miep Gies wonen. Otto deed er alles aan om erachter te komen of zijn dochters nog leefden, want hij had al gehoord dat Edith was overleden. Otto hoorde van Janny Brilleslijper dat Margot en Anne ook waren overleden, want zij had dit van dichtbij meegemaakt.

Toen Miep en Bep wisten dat Anne en Margot dood waren, gaven ze Otto het dagboek en de blaadjes van Anne, die ze hadden gevonden na de arrestatie. Toen Otto het las kwam hij er pas achter wat er allemaal omging in zijn dochter. Hij liet het dagboek kennissen en vrienden lezen, en ook die vonden dat het uitgegeven moest worden, daarna stond een artikel in het Parool en zo werd op 25 juni 1947 het dagboek uitgegeven. Het is in heel veel talen vertaald en wereldberoemd geworden. Ook zijn er veel toneelstukken en films over gemaakt.

Annes dagboek was wereldberoemd geworden en het was/is een symbool tegen het nazi-regiem. In 1957 ging de Anne Frank Stichting het pand (Prinsengracht 263) herstellen. Er kwamen duizenden bezoekers, dus in 1987 werden er plannen gemaakt om het uit te breiden. Ook Prinsengracht 265 werd ervoor gebruikt en in 1997 werd er een nieuwbouwvleugel aangebouwd. En het Achterhuis werd zo goed mogelijk gerestaureerd. De Anne Frank Stichting zet zich in voor bestrijding van antisemitisme en racisme en de bevordering van een democratische pluriforme samenleving.

Zelf zijn we 23 december jl. naar het Achterhuis geweest, het maakte veel indruk, we wisten meer van het onderwerp af, dus je kijkt er met hele andere ogen tegenaan.

Natuurlijk wil(den)len Otto, Miep, Bep, Jan etc. weten wie familie Frank destijds verraden had. De hoofdverdachte is Van Maaren, een magazijnmedewerker tijdens de oorlog, hij vermoedde steeds van alles en probeerde met truckjes erachter te komen of er onderduikers waren. Maar er werd niks duidelijker uit het onderzoek. In 1963 werd dat onderzoek weer geopend, maar er waren belangrijke getuigen overleden. Er is nog steeds geen bewijs dat Van Maaren hen heeft verraden.

Een andere verdachte is Lena Hartog-Van Bladeren, zij was schoonmaakster op de Prinsengracht 263, zij vermoedde dat er joden ondergedoken zaten en vertelde dat tegen haar man, en ook tegen Bep zei ze dat Bep gevaar zou lopen als ze ontdekt werden.

In 1998 kwamen ineens vijf onbekende bladzijdes uit het dagboek naar boven, deze zouden gaan over de lichamelijke ontwikkelingen van Anne, het slechte huwelijk tussen haar ouders en de ruzies van Anne met haar moeder.

Er zijn 3 versies van het dagboek: a, b en c. De a-versie komt het meest overeen met het originele dagboek, versie-b daar wordt Anne als klein en onschuldig afgebeeld, niet als een groeiende schrijfster. Maar de c-versie komt weer meer overeen met de a-versie.

Antwoord op de hoofdvraag:

Hoe heeft het dagboek van Anne Frank een van de meest gelezen boeken ter wereld kunnen worden?

We denken dat ons antwoord van nu redelijk overeenkomt met onze hypothese, maar nu weten we veel meer en onze informatie over Anne Frank is veel uitgebreider. Anne was 13 toen ze onder ging duiken en hield vanaf toen een dagboek bij, dat twee jaar lang, en ze heeft er ook bijna iedere dag ingeschreven. Aan haar stukjes tekst kun je zien dat ze haar dagboek “Kitty” als een echte vriendin zag, en ze vertrouwde het dagboek dan ook werkelijk alles toe! Als je in zo’n situatie leeft word je natuurlijk veel sneller volwassen dan wij nu. Dat merk je ook tijdens het lezen. Eerst werd ze heel snel kwaad op haar medebewoners, na een tijdje laat ze hen maar mopperen, en reageert er niet meer zo fel en vaak op. Hoe ze ook over de onderwerpen schrijft en nadenkt, is geweldig. Als je het leest ga je het heel vaak vergelijken met jezelf, hoe jij toen dacht op je 13e. Ze hield zich overal mee bezig en maakte zich overal druk om, maar wilde toch overal het positieve van in blijven zien, zelfs als je stukken leest over de concentratiekampen waarin ze heeft gezeten. Tenminste dat zeiden de vriendinnen die ze daar heeft leren kennen. In die paar jaar tijd zie je Anne volwassen worden in haar doen en laten en ook zeker in haar schrijven.

Ze vertelde alles zo echt, en zo precies, ze draaide ook nergens omheen, en we denken dat dat juist zo ‘aantrekkelijk’ is aan het dagboek, het blijft je boeien hoe ze de tijd is doorgekomen en hoe ze uit kleine dingen een hele bladzijde vol kon schrijven. Ondanks de situatie waarin ze zich bevond, bleef ze een gewone puber; ze werd verliefd, had af en toe ruzie met haar ouders en praatte graag en veel. We denken dat het dat ook interessant maakt, want alleen maar verhalen over doden, tanks en geweren etc. zijn heel angstaanjagend. In 'Het Achterhuis' wordt ook duidelijk gemaakt hoe de oorlog was, maar er blijft iets onschuldigs aanzitten. Juist ook omdat Anne een dagboek bijhield tijdens de oorlog en alles daarin zo eerlijk mogelijk vertelde, zoals zij (en vele anderen) het ook echt meemaakte, zal het mensen aantrekken om het te lezen.

Het dagboek zal voor veel mensen die de 2e Wereldoorlog hebben meegemaakt, ook een grote steun zijn (geweest). Misschien kunnen ze zichzelf herkennen in Anne's situatie of in die van haar medebewoners.
Toen het dagboek werd uitgegeven, werd het ook wereldberoemd, iedereen had het erover en al gauw werd het uitgegeven in heel veel talen.

We denken dus dat het dagboek daarom zo beroemd is geworden. We hebben ons erin verdiept en dit is wat wij hebben ervaren door het dagboek.

Onze mening


In het antwoord op de hoofdvraag hebben we al verteld hoe we tegen het dagboek “ Het Achterhuis” aankijken. Maar we hebben natuurlijk nog veel meer boeken, krantenknipsels, internetpagina’s etc. bekeken. En overal kom je eigenlijk hetzelfde verhaal tegen, maar de een vertelt het op een moeilijke manier en weer een ander op een hele kinderlijke manier. Wij hebben er met heel veel plezier aan gewerkt, het onderwerp was heel interessant en we hebben ook echt het idee dat we heel veel meer te weten zijn gekomen over Anne Frank.

Het leukste deel om te maken was eigenlijk wel hoofdstuk 1 en 3 want hoofdstuk 2 gaat over de onderduiktijd en daar was al heel veel over bekend, maar in hoofdstuk 1 vertellen we over de tijd voor de oorlog. Die tijd is niet zoveel in beeld geweest, en ook na de oorlog, na de concentratiekampen etc. wisten we vrij weinig, nu niet meer, nou zijn we van alles op de hoogte, althans dat denken wij.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

5938

reacties

hallo gertie. ik heb jouwn werkstuk opgeslagen en nu wou ik het graag kopieren voor informatie maar ik wou scholieren.nl weghalen en ik kon niet eens tiepen en zeg ook maar tegen de mensen die dat op de internet sait heefd gezet dan kan die er misschien iets anderes van maken. maar ik vond jouwn werkstuk heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel goed en het was allesmaal goed uitgelecht en ik kon het niet beter want ik ben daar veel te slecht voor dus en ik ben wel beniewt wat voor cijfer je hebt want ik vond het hard stike goed als je het beter had gedaan dan had je een 10 gekrgen maar misschien heb je ook wel een 10 maar let maar niet op mijn speling's vouten want ik ben slecht in seling. Groetjes: van Tina
door Tina. (reageren) op 28 april 2004 om 17:31
gaaf
door nathan nobel (reageren) op 29 april 2004 om 13:04
WE LOVE YOU.. we hebben echt zo veel aan je werkstuk gehad.. en THNQQ eG super! Waar zit j op schooL? jij slimmerik ik wil je ontmoeten.. trouwen enz0,, zO'n slimMrddd !! doegg houdevanje tea en bea
door aaaaaaaaaaaaaaaa (reageren) op 25 januari 2005 om 15:26
Ik vind het heel goed maar ik moest info hebben over de schooltijd meschien vind je iets m.v.g. frederieke
door Frederieke (reageren) op 12 oktober 2006 om 7:51
Wow, echt super goed verslag ! Heb er veel kunnen uithalen voor mijn spreekbeurt !! Bedankt !!! Ik dacht dat ik al veel wist over Anne Frank, maar blijkbaar toch nog niet alles ;D
door PeaceCookiee (reageren) op 8 september 2013 om 21:03
Goed !!! Bedankt ofzo
door hoi (reageren) op 18 april 2014 om 18:56
ik wou dat ik z'n werkstuk kon maken,ik zit nog maar in groep 6
door perla (reageren) op 27 mei 2015 om 17:12
Hoi super slecht
door ss (reageren) op 5 juni 2015 om 10:42
heel veel teks
door mckenzie (reageren) op 3 februari 2017 om 12:18
heel erg slecht
door lola (reageren) op 3 februari 2017 om 12:20
ik snap niet hoe je een 7 heb gekregen
door nora (reageren) op 3 februari 2017 om 12:21
Thanks broer ik ga alles overnemen in mijn werkstuk
door Daan (reageren) op 21 juni 2018 om 21:33

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Huiswerk

Stel je bent leraar en een leerling heeft zijn huiswerk niet gemaakt, wat doe je?
  • Snitchen bij ouders
  • Strafwerk schrijven, moest ik vroeger zelf ook
  • Weddenschap afsluiten om de leerling gemotiveerd te krijgen
  • Je negeert het. Eigen verantwoordelijkheid toch?