Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

❤️❤️ NU BEZIG van 16:00-17:00 uur: chatten met Sense.info. Heb jij een vraag over seks, liefde of relaties? Stel nu je vragen. ❤️❤️

Oorlogswinter

Jan Terlouw

1972

169

1 uit 5

6.5 / 10
3e klas vwo
  • Anoniem
  • Nederlands
  • 3889 woorden
  • 3933 keer
    46 deze maand
  • 23 mei 2012


Samenvatting van de inhoud

Michel is een jongen van 16, hij woont met zijn familie in De Vlank, een dorp aan de noordrand van de Veluwe, dicht bij Zwolle. Hij heeft een jonger broertje genaamd Jochem en een zus: Erica. Zijn vader is burgemeester van het kleine dorp. Michiel was 11 toen het Duitse leger, op bevel van Adolf Hitler, Nederland binnenviel.
In het begin vond hij de oorlog een opwindende gebeurtenis, maar daar kwam hij al snel op terug. Naarmate de oorlog langer duurde werd de situatie ernstiger, maar gelukkig was hij zelf nauwelijks betrokken bij alle gebeurtenissen. Naar school kon Michiel al lang niet meer, hij zat in Zwolle op school en de tocht naar Zwolle was veel te gevaarlijk door de geallieerde luchtaanvallen op voertuigen en treinen die de IJssel over willen. Hij hielp vaak de trekkers die uit het Westen kwamen, ze liepen soms tweehonderd kilometer om in het Oosten eten te halen voor hun families. Ook sliepen er regelmatig trekkers bij de familie van Beusekom. Zij zeiden verre familie te zijn en daar namen zijn ouders genoegen mee, want het was voor iedereen verboden om na acht uur op straat te zijn. Op een morgen kwam hij Dirk Knopper, zijn buurjongen, tegen. Dirk vroeg of hij hem even onder vier ogen kon spreken. Dirk vroeg of hij Michiel kon vertrouwen en vroeg hem te zweren dat met niemand zou praten over dat wat hij nu ging zeggen. Dat deed Michiel. Dirk trok een ernstig gezicht en zei dat hij die avond met twee andere mensen het distributiekantoor in Lagezande ging overvallen. Hij gaf Michiel een brief en vroeg hem of hij, stel dat er iets mis ging bij de overval, die aan Bertus Hardhorend wilde geven. Michiel verstopte de brief in een leeg leghokje.
Die avond keek hij constant naar buiten en hij dacht de hele tijd aan de overval. Hij zag niks en bedacht dat Dirk misschien al lang weer binnen was. Hij wou net gaan slapen toen hij een auto hoorde aankomen. Hij drukte zich dicht tegen de muur aan. De auto reed niet snel, dat kon ook niet met de dunne streepjes licht die uit de verduisterde koplampen kwamen. Er werd hard aan de bel getrokken en tegen de deur aan getrapt, dat kon Michiel goed horen. Er was huiszoeking bij de familie Knopper. Het bleek dat Dirk en de twee anderen waren gesnapt. Een van de jongens was doodgeschoten en Dirk was gevangengenomen. De brief zeurde de hele nacht door zijn hoofd, misschien kon de brief Dirk redden. De volgende dag ging hij op de fiets naar Bertus Hardhorend, maar daar zal hij nooit aankomen, als hij onderweg Schafter tegenkomt (een man die volgens Michiel iets te goed met de Duitsers bevriend is). Schafter is heel nieuwsgierig en Michiel bedenkt een smoes waardoor hij een heel eind om moet fietsen. Zodoende is het daarna te laat om nog naar Bertus te gaan. Toen hij er de volgende ochtend wel heenging vertelde zijn vrouw hem dat Bertus was meegenomen door de Duitsers. Hij dacht aan verraad, misschien door Schafter? Misschien had Dirk wel iets verteld als hij gemarteld werd. De gedachte deed hem pijn. Terwijl hij bezig was met het verscheuren van de brief bedacht hij dat het misschien wel belangrijk was, hij besloot de brief te lezen en las dat er een Engelse piloot genaamd Jack in het Dagdaler bos was verscholen, hij was gewond en afhankelijk van voedsel en verzorging van anderen. Zo raakte Michiel betrokken bij het verzet. Vanaf die dag ging hij regelmatig naar Jack. Hij was altijd heel voorzichtig. Hij haalde voedsel bij plaatselijke boeren en bracht af en toe ook Engelse of Nederlandse boeken mee waardoor Jack langzaam een beetje Nederlands leerde. Zijn zus Erica raakte er ook bij betrokken omdat zij een tijdje als verpleegster had gewerkt in Zwolle en zij kon zijn wonden verzorgen, dat was hard nodig want in het vochtige hol ging zijn herstel heel langzaam.


Op een nacht in november 1944 vonden de Duitsers het lijk van een Duitse soldaat.
Om tien uur ‘s ochtends raasde er een overvalwagen door De Vlank. Acht soldaten sprongen er uit. De Burgemeester, de hoofdonderwijzer, de dominee, en nog zeven andere belangrijke mensen werden gegijzeld. Er werd bekend gemaakt dat, als de dader zich niet voor de volgende ochtend zou melden, de tien gijzelaars zouden worden opgehangen. Er heerste een droevige sfeer in het huis. Michiel wou dat hij iets kon doen. Zijn moeder besloot met de kazernecommandant te gaan praten, ze kende hem en het leek haar een redelijke man. Maar de commandant bleef bij het besluit. De volgende dag werden vier gijzelaars doodgeschoten, zijn vader was er niet bij, de volgende dag zou de rest worden geëxecuteerd. De dag daarna liep er ‘s ochtends heel vroeg een groep mensen het dorp in. Het waren vijf van de gijzelaars. Michiels vader was alsnog geëxecuteerd. Dit kwam de Duitsers wel goed uit, want toen konden ze een NSB'er als burgemeester aanstellen. Michiel raakt dieper betrokken bij de illegaliteit als hij twee joden de IJssel overzet met behulp van het paard en wagen van een barones. De Duitsers proberen later de barones te arresteren, maar deze verzet zich tot de dood. Ook de veerman, Van Dijk, wordt gearresteerd. Het plan was verraden en Michiel was erg bang dat hij zelf ook gearresteerd zou worden, maar dit gebeurt niet. Op het moment dat zijn vader als gijzelaar werd doodgeschoten besloot Michiel er alles aan te doen om te zorgen dat de Duitsers de oorlog zo snel mogelijk zouden gaan verliezen, want dát ze gingen verliezen was al lang duidelijk. De geallieerde troepen trokken vanuit alle richtingen naar Duitsland.
De winter was aangebroken en de stroom trekkers vanuit het Westen werd steeds groter. Jack zijn been genas goed, maar zijn arm nog niet. Erica en Jack waren verliefd op elkaar geworden en Michiel betrapte ze een keer zoenend in Jack’s schuilplaats in het bos. Op een woensdagmiddag maakte Michiel zich klaar om naar Jack te gaan. Hij kwam aan bij het bos, liep door de dennenboompjes, en stond voor de ingang van de schuilplaats. Hij ging naar binnen en zag tot zijn grootste verbazing Dirk liggen. Dirk was ontsnapt aan de Duitsers die hem zolang gemarteld hadden dat hij bijna niet meer kon lopen. Hij moest op transport naar een kamp met een goederentrein. Hij was er samen met een paar anderen uit gesprongen en op zijn laatste krachten hierheen gekomen. Maar Dirk had nooit iets verteld tegen de Duitsers dus Michiel raakt achterdochtig: er moet een verrader zijn. Schafter was degene die hij het meest verdacht, hij was een gluiperd die met de Duitsers rondhing en door iedereen gemeden werd. Bovendien was Schafter lid van de NSB. Michiel bespreekt zijn verdenkingen met de enige persoon die hij echt helemaal vertrouwt: oom Ben. Oom Ben was niet alleen een goede vriend van de familie, maar hij was ook al jaren actief bij het verzet betrokken. Oom Ben verzint een plan en Michiel tracht Schafter in de val te lokken. Die trapt daar niet in. Dagen en weken gingen voorbij. Het was Michiel via oom Ben gelukt om een brief naar Jack z’n moeder te sturen, hij had oom Ben echter niet verteld dat hij Jack persoonlijk kende, maar dat hij een kennis van een kennis was.
Dagen en weken gingen voorbij en Jack wou graag terug naar Engeland om weer te gaan vechten en daar wou Michiel hem bij helpen. Hij vertelde oom Ben het hele verhaal en ze bedachten een plan. Oom Ben zou ‘s ochtends naar Jack’s schuilplaats gaan om hem veilig te vervoeren naar een ander punt. Plotseling schoot Michiel iets te binnen. Ben was de verrader! Alle plannen die hij met Ben had gedeeld waren mislukt, hij had alles aan de Duitsers doorverteld. Zo had Michiel Ben bijvoorbeeld verteld over de twee joden, waarop Ben alsnog de Duitsers had ingelicht zodat ze de barones en de Veerman gingen arresteren. Ook de arrestatie van Dirk en Bertus waren Bens werk: hij had namelijk Michiel gehoord toen Dirk hem in vertrouwen nam, terwijl hij, naast de schuur hout aan het hakken was.
Michiel als een gek naar de schuilplaats.
Jack, oom Ben en Erica waren nog in de schuilplaats. Michiel ging naar binnen en vroeg Jack om zijn geweer. Hij richtte het geweer op oom Ben en zei dat oom Ben de verrader was.
Ze zochten zijn zakken door en ze vonden verschillende Duitse brieven en documenten. Ze besloten oom Ben aan de ondergrondse over te leveren. En dat gebeurde de volgende morgen. Oom Ben liep met Michiel die het pistool in z’n nek duwde richting het dorp. Ben probeerde Michiel nog om te praten, hij had hem tenslotte altijd gespaard, maar daar trapte Michiel niet in. Op de hoofdweg aangekomen ontmoetten ze meneer Postma die bij de ondergrondse zat en Dirk heel goed kende. Meneer Postma en Michiel met oom Ben liepen verder. Op de hoofdweg stonden vijf munitie wagens. Opeens hoorden ze een Engels jachtvliegtuig aankomen. Ze doken snel ieder in een eenmansgat en zagen dat de Spitfire weg ging maar later toch nog terugkwam. Michiel was zo afgeleid door die Spitfire dat oom Ben zijn kans greep en wegrende richting de munitiewagens. Precies op dat moment beschoot het Engelse vliegtuig de munitiewagens waar oom Ben net omheen liep. De hele zaak vloog de lucht in, inclusief oom Ben. Michiel zei dat hij opgelucht was: opgeruimd staat netjes!
Twee dagen later trokken vijf vooruitgeschoven Engelse tanks het dorp binnen. De familie van Beusekom zat net aan de lunch. Moeder zag de tanks het eerst. Ze sprong overeind en harder dan de kinderen ooit van haar hadden gehoord, gilde ze: de bevrijders! Uit alle huizen kwamen mensen naar buiten, die dansten en zongen zoveel als ze maar wilden.
Die dag nog zocht Michiel Schafter op om hem zijn verontschuldigingen aan te bieden. Schafter legde uit dat hij er helemaal niks mee te maken had en dat hij zelf ook Joden in huis had.
Enkele maanden later maken Michiel en Dirk een wandelingetje door het dorp. Het gaat langzaam. Dirks rechtervoet zit in het gips. In het ziekenhuis zijn zijn tenen opnieuw gebroken en rechtgezet, deze keer onder narcose. Er is goede hoop dat hij over een jaar weer goed kan lopen. Ze lopen verder en Michiel zegt dat wat hij vroeger dacht over de oorlog helemaal niet klopt, hij zou nooit meer ín een oorlog vechten; alleen nog tégen de oorlog.




Beschrijving van de hoofdpersoon

De hoofdpersoon van het boek is Michiel van Beusekom, zijn vader is de burgemeester van het dorpje De Vlank. Hij is een stille en behulpzame jongen die in het begin van het boek zestien wordt. Hij is ook heel nieuwsgierig en ontdekt graag nieuwe dingen. Hij ziet er ouder uit dan hij is, zo voelt en gedraagt hij zich ook. Door de oorlog verandert hij, hij wordt volwassener en voelt zich verantwoordelijk voor anderen. Dit gevoel wordt nog sterker als hij betrokken raakt bij het verzet en zijn vader als gijzelaar wordt neergeschoten door de Duitsers. Als zijn vader is vermoord voelt wordt hij gezien als gezinshoofd, ondanks dat zijn zus Erica twee jaar ouder is en zijn moeder gewoon nog leeft. Hij helpt in het boek mensen met gevaar voor eigen leven zonder er iets voor terug te krijgen (behalve de vrijheid waar hij voor vecht). De ontwikkeling van Michiel is een van de hoofdlijnen in het boek, de lezer ziet hem ontwikkelen en veranderen in de volwassen jongen met veel verantwoordelijkheden.
In zijn illegale activiteiten vertrouwt hij nauwelijks iemand en hij is ook heel gesloten. Hij neemt soms wel oom Ben in vertrouwen, helaas, want later blijkt hij een verrader. De Engelse soldaat Jack, die hij onder zijn hoede heeft, verzorgt hij goed. Hij heeft goede banden met de boeren in de wijde omgeving, waardoor hij altijd wel aan eten kan komen. Hij heeft er moeite mee dat hij zijn zus er bij moet betrekken om Jack te verzorgen, hij wou dat zo min mogelijk mensen er van weten, wat natuurlijk heel verstandig was. Als Dirk ook bij Jack komt hoeft hij minder moeite te doen om aan eten te komen door de hulp van de moeder van Dirk.
Michiel heeft bruin haar en bruine ogen, verder wordt er over zijn uiterlijk weinig verteld behalve dat hij er soms vermoeid uit ziet wat natuurlijk niet raar is door de grote verantwoordelijkheden die hij draagt.



Gekozen fragment

Michiel maakt een moeilijke tijd door. De gebeurtenissen met het Koppelse Veer en de barones Weddik Wansfeld hadden hem diep geschokt. Hij was naar de begrafenis gegaan. Ten minste duizend mensen hadden hetzelfde idee gehad. Het was een demonstratie van bewondering voor de barones geworden, een demonstratie tégen de Duitsers ook. De garnizoenscommandant had een krans gestuurd, omdat ook hij wilde tonen respect voor deze vrouw te hebben. Dat had men wel sportief van hem gevonden.
Niemand van al deze mensen weet dat het mijn schuld is, had Michiel gedacht, toen hij op het kerkhof stond. Ook niet de dominee, die moedig genoeg was om in zijn grafrede de Duitsers er flink van langs te geven. Ook niet de freule Weddik Wansfeld, die bloemen strooide op de kist van haar moeder. Ook niet de onbekende, die een boeket had gestuurd met een oranje lint erom, waar ‘Leve de Koningin’ op stond.
Het ergste was dat hij niet wist wat hij fout had gedaan. Hij wist het niet, toen met Bertus Hardhorend, en nu wist hij het weer niet. Hoe had hij anders moeten handelen? Als hij nu wéér twee joden naar de overkant van de IJssel moest brengen, zou hij dan iets beters kunnen verzinnen, iets veiligers? Alles wat hij ondernam, ging verkeerd. Allerlei mensen kwamen erdoor in de knel, behalve hij zelf. En toch deed hij alles zo voorzichtig. Was hij dan toch een kind, te klein voor dit verantwoordelijk werk? Eén dezer dagen zouden ze ook Jack wel oppakken, door zijn schuld. Dan was het verhaal compleet.
Hij besloot dat hij zich in het vervolg zo min mogelijk met illegaal werk zou bemoeien. Blijkbaar kan hij het niet. Naar Jack ging hij nog maar eens in de week. De rest deed Erica en ze deed het boven verwachting goed. En hij die meende, dat hij zoveel beter was dan zijn oudere zusje. Het mocht wat. Hij verprutste alles. Zou hij Jack helemaal aan Erica overlaten? Nee, dat kan hij toch niet over zijn hart verkrijgen. Hij had van Dirk de brief gekregen, hij was verantwoordelijk. Hij verdubbelde zijn voorzorgsmaatregelen, hij piekerde zich suf over de fouten die hij zou kunnen maken en hoe hij ze moest vermijden, en hij bleef eens per week gaan.
Als hij Schafter tegenkwam, draaide hij nu ostentatief zijn hoofd de andere kant uit. Die gemene verrader zou nu wel begrijpen dat hij begreep wie de barones had aangegeven bij de Duitsers. Hij mocht best weten hoe Michiel daarover dacht, al had hij dan ook duizend keer Michiels naam niet tegen de Duitsers genoemd. Als hij meende dat Michiel daar dankbaar voor was, had hij het mis.
Zo droeg ook Michiel zijn kruis in deze oorlog en een licht kruis was het niet.
(pagina 96-97)

Ik koos dit stukje omdat het een heel duidelijk beeld geeft van de problemen die Michiel tegenkomt, de twijfel aan zichzelf en de twijfel of hij de verantwoordelijkheid wel aankan. Als je dit stuk leest nadat je het boek uit hebt lijkt het einde van het boek ook heel logisch, maar tegelijkertijd besef je dat het inderdaad heel moeilijk was om de conclusie te trekken dat oom Ben de verrader was.
Je ziet ook hoe saamhorig men was in de oorlog; er kwamen wel duizend mensen op de begrafenis af, zoveel respect had iedereen voor de Barones. Dat vind ik heel mooi.
De laatste zin suggereert dat Michiel niet de enige was met dit soort problemen en dat er veel mensen waren die met dergelijke zaken zoals de zijne verwikkeld waren. Wat natuurlijk zeker waar is.



Tijd en Plaats waar het boek zich afspeelt

Het verhaal in het boek speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog, in het jaar 1944 en 1945. Vooral in de winter van ‘44-‘45 de ‘Oorlogswinter’ Het loopt al op het eind van de oorlog en dat denkt men ook wel. Maar omdat de Duitsers al bijna zeker weten dat ze de oorlog gaan verliezen worden ze ook steeds wreder. Als er bijvoorbeeld een Duitser wordt gedood door een Nederlandse burger, executeren ze vaak meerdere onschuldige mensen, om angst te verspreiden en mensen van zulk soort daden te weerhouden. De winter van ‘44-’45 wordt ook wel de Hongerwinter genoemd. Omdat er nauwelijks meer voedsel uit het oosten kon worden getransporteerd en ook geen brandstof meer uit het zuiden van Nederland ontstonden er in het westen enorme tekorten met vaak catastrofale gevolgen. Veel mensen uit de grote steden trokken naar het oosten en noorden van het land om daar met hun waardevolle bezittingen voedsel te kopen, deze ‘trekkers’ liepen ook door De Vlank. Dat zorgt in het boek soms voor een sombere, treurige sfeer. Je hoort soms ook verhalen van de mensen die ‘s avonds bij de familie van Beusekom slapen, ze zijn soms verdrietig, maar soms ook hoopgevend. Die sfeer hangt er vaak in het huis van Michiel’s familie.
De sfeer in het verhaal is soms somber, maar de stukjes humor werken relativerend. Zo zijn er bijvoorbeeld scènes dat hij fluisterend mensen uit moet schelden, er staan dan opmerkingen bij over dat dat niet bepaald simpel is, met grappige vergelijkingen.

Het grootste gedeelte van het boek speelt zich af in De Vlank, en fictief dorpje aan de rand van de Veluwe, onder Zwolle. Tussen De Vlank en Zwolle stroomt nog de IJssel, een strategisch belangrijke plek voor de Duitsers waar ze makkelijk identiteiten kunnen controleren. Er vliegen vaak Spitfires (Engelse jachtvliegtuigen) over het dorp die de Duitse voertuigen bij de IJssel beschieten.
Het dorpje is geïnspireerd op onder andere de dorpjes Garderen en Wezep, waar Jan Terlouw, de schrijver van het boek zelf in zijn jeugd heeft gewoond. Alle locaties zijn bedacht, maar wel grotendeels geïnspireerd op plaatsen uit zijn eigen jeugd.
Het dorpje wordt niet uitgebreid beschreven. Michiel woont in een huis dat tegen het gemeentehuis aan ligt. Zijn vader is burgemeester en werkt daar.
In de buurt van het dorp, aan de weg richting Zwolle ligt een Duitse militaire kazerne en er rijden regelmatig ook Militaire voertuigen door het dorp en bij de IJssel.Bio- en
Bibliografie van Jan Terlouw

Jan Cornelis Terlouw werd in 1931 in Kamperveen geboren. Hij was de oudste zoon en had nog twee broers en twee zussen, zijn vader was dominee. Als kind is hij vaak verhuisd, zo woonde hij bijvoorbeeld in de Veluwse dorpen Garderen en Wezep. Beide dorpen hebben later model gestaan voor zijn boeken.
In 1948 ging hij in Utrecht wis- en natuurkunde studeren. Na zijn studie verrichte hij dertien jaar lang natuurkundig onderzoek in Nederland, Amerika en Zweden. Hij promoveerde op een onderzoek naar kernfusie.
In 1956 trouwde hij met Alexandra van Hulst en ze kregen drie dochters en een zoon. Omdat hij aan zijn kinderen altijd van die prachtige verhalen vertelde, moedigde zijn vrouw hem aan om die verhalen te publiceren. Zijn vrouw las zijn verhalen en daarna stuurde hij de verhalen zelf naar kinderboekenschrijver Paul Biegel om te vragen wat hij ervan vond. Deze gaf hem het advies om eens een boek te schrijven. In 1970 kwamen zijn eerste boeken uit, ontstaan uit de vertellingen: De avonturen van oom Willibrord, dit was een verzameling van de verhalen die hij aan zijn kinderen vertelde, en Pjotr, over een Russische jongen die zijn verbannen vader achterna reist.
Toen hij in 1966 lid werd van het toen net opgerichte D’66, was dat het begin van een lange politieke carrière. Eerst zat hij voor deze partij in de Tweede Kamer, later werd hij de leider van deze partij en ook is hij korte tijd minister van economische zaken en vice-premier geweest. Nadat D’66 een grote verkiezingsnederlaag leed stapte hij uit de partij. In 1991 werd hij benoemd tot Commissaris van de Koningin in Gelderland en van 1999 tot 2003 heeft hij in de Eerste Kamer gezeten.
Ook tijdens zijn politieke carrière bleef hij schrijven, zijn politieke achtergrond is in de boeken ook merkbaar. Hij schrijft over mensen die hun macht verkeerd gebruiken en in het boek Oorlogswinter wil hij duidelijk maken dat een oorlog niet iets spannends, romantisch of iets heldhaftigs is, maar een onmenselijke situatie.
De eerste eis die Jan Terlouw zelf aan zijn jeugdboeken stelt is dat het boeiend moet zijn, verder wil hij graag een boodschap brengen. Hij wil graag leerzame boeken schrijven maar ze moeten ook leuk zijn om te lezen. Meestal schrijft hij boeken met een bepaalde bedoeling. Jongeren moeten er volgens hem iets in kunnen herkennen van zichzelf en van hun wereld, met gewoon, alledaags, modern taalgebruik.

Hij schreef bijna dertig boeken waarmee hij een aantal grote prijzen won, zo won hij onder andere in 1972 de gouden griffel voor ‘Koning van Katoren’, in 1973 een gouden griffel voor ‘Oorlogswinter’, in 1990 de prijs van de Nederlandse kinderjury voor ‘Kunstrijder’ en in 2000 de tip van de jonge jury voor ‘Eigen rechter’.
De boeken Briefgeheim en Oorlogswinter zijn ook verfilmd, Oorlogswinter was een van de best bezochte Nederlandse films ooit.
De laatste paar jaar schrijft hij detectives samen met zijn dochter Sanne Terlouw.
Jan Terlouw is Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, een hoge onderscheiding voor zijn inspanningen en activiteiten die voor de samenleving een bijzondere waarde hebben.



Eigen mening

Ik vond het echt een heel mooi boek. Het zit vol met spanning en mysteries. De gevoelens en karakters komen goed naar voren en ook de sfeer van de oorlog komt naar voren; iedereen helpt iedereen. Toen ik er eenmaal in begonnen was heb ik hem in drie dagen uitgelezen, terwijl ik me normaal nooit zo ergens op kan richten. Ik heb het boek een paar jaar geleden al eens gelezen, maar de inhoud was minder blijven hangen dan ik dacht. De afloop was toch weer bijzonder en het blijft een heel goed verhaal. Als je het boek voor de tweede keer leest, zie je ook veel nieuwe dingen, die je de eerste keer niet waren opgevallen. Ondanks dat het een boek is met een zwaar onderwerp dat een aantal nare gebeurtenissen kent, is het toch heel leuk om te lezen. In de soms niet zo vrolijke sfeer die in het boek zit zijn kleine grapjes nog grappiger, juist door de ernst van de situatie.
Het boek leest vrij makkelijk en de schrijver gebruikt geen ingewikkelde taal, dat is heel fijn en je begrijpt het verhaal er goed door. Wel zijn er soms ouderwetse apparaten en dingen, als je niet weet wat de betekenis van zo’n woord is, is het niet altijd even gemakkelijk om het uit de context te herleiden. Ik kon me wel in de hoofdpersoon verplaatsen, ondanks dat hij heel erg anders is dan ik en dat hij in omstandigheden leeft waar ik gelukkig nog nooit in heb gezeten.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

5927

reacties

ik vind dit pittig raar maar ik doe er nu wel mijn boekverslag over lololololol
door leonie leeuwenberg (reageren) op 20 september 2013 om 16:59
Ikee vont hen wal erk moi daroom geev iq mein coplimnd
door Kees (reageren) op 8 januari 2017 om 12:31

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Marloes zeker weten goedZeker Weten Goed
Mearten de Weerd 7.2
Bas de Bruin 7.2
Frank 2e klas vwo7.1
Goofy 3e klas havo7.0
sjoerd 2e klas vwo7.0
Meer verslagen ›