Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Waar heb jij je schoolspullen gekocht, wat heb je gekocht en waarom? Vertel het in ons jaarlijkse Schoolspullenonderzoek. Meedoen duurt 10 minuutjes en je maakt kans op een Bol.com van 25 euro.

Joe Speedboot

Tommy Wieringa

2005

316

4 uit 5

A D V E R T E N T I E
Doen jij en je vrienden al mee aan de Beat the Street challenge?
Fiets jij vaak met je vrienden over straat? Zijn jullie niet vies van een beetje competitie én het winnen van toffe prijzen? Stop dan niet met lezen, want wij zoeken jullie! Op 1 oktober start de ‘Beat the Street challenge’ waarbij jouw vriendengroep het een hele maand op kan nemen tegen andere scholieren in Nederland. En hierbij maak je ook nog eens kans op bluetooth speakers of tickets naar Walibi. Enthousiast en meedoen? Check de info of schrijf je direct in.
7.0 / 10
4e klas havo
  • Boompjess
  • Nederlands
  • 7625 woorden
  • 20281 keer
    27 deze maand
  • 13 december 2009
1. Boekkeuze
Ik heb het boek gekozen op aanraden van mijn zus, die het ook heeft gelezen. Ze vertelde kort waar het over ging en ik vond het eigenlijk wel goed.

2. Eerste persoonlijke reactie
Ik vond het boek in het begin behoorlijk saai, het komt erg langzaam opgang. Pas op een derde van het boek was ik er echt in. Maar daarna was het wel echt leuk. Het boek greep me aan. Het las vlotter, en het was echt interessant.
Ik vond het boek zielig, voor Fransje en zijn ongeluk, en door de ex-vriend van PJ , Arthur Metz, die haar meerdere malen ernstig mishandeld(verkracht). Vooral dat laatste maakte erg indruk op mij, maar dat komt misschien ook omdat zulk soort mishandeling mij altijd aangrijpt, ik weet niet waarom.
Wat ik apart vind, is dat PJ aan het eind van het boek nog steeds vreemd gaat, weliswaar met Fransje, maar PJ’s echtgenoot Christof moet er toch een keer achter komen.

3. Motto
Het motto van de roman luidt: “Er wordt gezegd dat de samoerai een tweevoudige Weg heeft van het penseel en het zwaard.” (Miyamoto Mushashi) Het motto keert ook terug in de twee grote delen van de roman: Penseel en Zwaard. Fransje Hermans is een grote bewonderaar van de samoerai en hij leest het boek van Miyamato Mishashi. Hij haalt diverse citaten aan uit het boek van de oude samoeraistrijder. Deze samoeraistrijder heeft in zijn leven geen enkel gevecht verloren.
In het deel Penseel tekent verteller Fransje alle gebeurtenissen in het dorp zo goed mogelijk op in de hoop er later profijt van te hebben. Hij wilde chroniqueur van zijn geboortedorp worden. Zijn droomvriendin PJ vraagt een keer of ze zijn dagboeken mag lezen: er is een hele wand vol met schriften in zijn kamer. Na de desillusie voor Tommy aan het eind van dit deel gaat hij in deel II de weg van het Zwaard op. Hij beschrijft geen gebeurtenissen meer op in zijn dagboeken, maar gaat zich als armworstelaar (de strijd,) ontwikkelen: de tweede weg van de samoerai: die van het zwaard. In een interview op televisie op woensdag 23 februari 2005 verklaarde Wieringa zelf dat de hand van Frans Hermans in de plaats komt van het zwaard: in dit deel van het boek is dat namelijk het wapen van hem.

4. Genre
Zowel in de achterflaptekst als in de verschenen recensies wordt Joe Speedboot een ontwikkelingsroman genoemd. In dit soort romans wordt meestal de ontwikkeling van een hoofdfiguur in zijn jeugd of puberteit gevolgd.


5. Opbouw
De roman is opgebouwd in drie delen:
Penseel (blz. 9-197)
Zwaard (blz. 201-308)
En toen (blz. 311-317) (een soort nawoord)
“We schrijven later, vele jaren later”
Het is duidelijk dat de opbouw verwijst naar het voorin de roman genoemde motto. Het deel Penseel is verder onderverdeeld in 32 ongenummerde en ongetitelde hoofdstukken. Het deel Zwaard in onderverdeeld in 10 hoofdstukken. Het laatste deel bestaat uit één hoofdstuk.

6. Vertelwijze
Het verhaal wordt vrijwel geheel chronologisch verteld. Er zijn nauwelijks flash backs aan te wijzen. De verteltijd is ongeveer vijf uur en de vertelde tijd neemt in ieder geval een jaar of tien in beslag. Tussen deel II en deel III ligt een periode van enkele jaren: dat gedeelte wordt dus discontinu verteld.

7. Perspectief
De ik-verteller van de roman is de 14-jarige Fransje Hermans, inwoner van een saai fictief dorp (Lomark) en zoon van de plaatselijke sloper. Aan het begin is hij net uit een coma ontwaakt na een ernstig ongeval. Hij kan niet praten als gevolg van zijn ongeluk en hij beweegt zich voort in zijn rolstoel. Alleen zijn rechterarm is een machtig wapen. Hij bekijkt en beschrijft de gebeurtenissen van zijn vrienden Joe Speedboot en Christof. Het perspectief waarin Fransje vertelt is dat van de achterafverteller. Zo kan hij ook in zijn laatste deel een terugblik geven in de vorm van een nawoord.

8. Thematiek
Joe Speedboot zou je heel goed de “roman van de desillusie” kunnen noemen. Veel personages in de roman hebben een toekomstverwachting die bijna nooit uitkomt. Allereerst is er natuurlijk Joe Speedboot zelf. Hij komt als een soort verlosser Lomark binnendenderen om daar de boel op stelten te zetten. Hij heeft zeer originele ideeën: zo maakt hij in de loop van de roman aanvankelijk bommen die hij op ongewenste momenten en plaatsen laat afgaan, hij bouwt een vliegtuigje om het exhibitionisme van de moeder van zijn vriendinnetje te kunnen bewonderen, hij gaat in het tweede deel van de roman een shovel ombouwen om mee te doen aan Parijs-Dakar en hij beweegt de gehandicapte Frans ertoe om deel te nemen aan de armworstelwedstrijden. Toch verlaat hij aan het einde van de roman gedesillusioneerd het dorp om er nooit meer terug te keren. Of zit hij aan de stuurknuppel van het vliegtuigje waarmee hij wraak lijkt te nemen op zijn vriendin die hem voor zijn vriend Christof in de steek heeft gelaten? Hij is de Messias die zijn belofte toch niet geheel heeft kunnen waarmaken, Parijs-Dakar toch niet heeft kunnen voltooien, toch niet de mooie PJ definitief aan zich heeft kunnen binden en zelfs zijn door hem verfoeide naam voor zijn naaste vrienden niet geheim heeft kunnen houden. In die zin is hij te vergelijken met de hoofdrolspeler in De Onrustzaaier “van Willem G. van Maanen.(1956) Ook die Messias keert aan het einde van zijn avontuur in het burgerlijke Kampen de stad gedesillusioneerd de rug toe. Messiassen worden nu eenmaal in onze samenleving na een aanvankelijk geschreeuwd Hosanna uiteindelijk toch gedesillusioneerd gekruisigd.

Een ander gedesillusioneerd personage is Frans Hermans. Nadat hij uit zijn coma is gekomen, verwacht hij veel van de nieuwkomer Joe. Aanvankelijk wordt hij nog een beetje buiten de vriendschap gehouden die Joe, Christof en Engel hebben gesloten, maar daarna maakt hij wel deel uit van de vriendenclub. De eerste desillusie valt hem ten deel, wanneer zij allen na het eindexamen gaan studeren en hij van zijn ouders het weinig begerenswaardige baantje van papierbrikettenmaker opgelegd krijgt. Hij werkt zich uit de naad, maar ziet bij een onverwacht bezoek aan zijn vaders sloperij dat er nooit een briket verkocht is. Zijn werk is dus tevergeefs geweest. Dan neemt hij toch het aanbod van Joe Speedboot aan om armworstelaar te worden aan. Het gaat vrij goed totdat zijn grote idool Islam Mansur tijdens een wedstrijd zijn arm breekt, waardoor ook aan dat levensdoel een einde komt. Een derde desillusie valt hem ten deel wanneer hij in de door Metz geschreven roman over PJ leest dat ze eigenlijk veel minder aantrekkelijk is dan ze altijd voor hem geweest is. Uit angst voor intimiteit loopt ze een heel rijtje minnaars af en het is de schrijver die met haar samenwoont allemaal teveel geworden. Het beeld van de mooie PJ wordt nog verder afgebroken wanneer ze op verraderlijke wijze achter de voornaam van Joe komt en ze Frans deelgenoot van dat geheim maakt. Het voelt voor Frans aan als een verraad aan de vriendschap. Tenslotte verraadt hij ook nog zijn oude vriend Christof, wanneer die trouwt met PJ en Frans een seksuele relatie blijft onderhouden met deze “hoer van de eeuw”.
Een desillusie valt ook de veel belovende kunstenaar Engel ten deel. Hij komt aan zijn einde omdat een hond die van een flatgebouw valt, op zijn hoofd terechtkomt en hem dodelijk verwondt. De moeder van Joe Ratzinger raakt gedesillusioneerd als ze eerst haar echtgenoot kwijtraakt bij het spectaculaire auto-ongeluk, nadat ze naar Lomark zijn verhuisd. Haar nieuwe vriend Mahfouz zeilt na een erotisch avontuur toch weer terug naar zijn geboorteland.
De schrijver Arthur Metz is van zijn mooie illusie van PJ genezen, wanneer blijkt dat ze een wolvin in schaapskleren is. In een interview in Spits van 28 januari 2005 zegt Wieringa dat dit de schuld van de mannen zelf is: “Want terwijl veel mannen weten dat het beter is om het meisje van de Middenweg te trouwen, kiezen ze voor de ongewisheid van gekkevrouwenziekte, voor onbegrijpelijke schoonheid, avontuur en euforie en uiteindelijk verlating. Vrouwen als P.J. Eilander zijn een zelfgekozen noodlot, en daarmee komt het recht op zelfmedelijden te vervallen.”
Aan het einde van de roman is de rijksweg E981 aangelegd inclusief de geluidswallen waardoor Lomark nog geïsoleerder van de buitenwereld is geworden. De spectaculaire verlosser is er bovendien verdwenen en de gewone burgers zijn er nog steeds. De desillusie ten top zou je bijna zeggen.
Verhaalmotieven die nauw met het thema van de desillusie zijn verbonden, zijn dan ook: vriendschap en verbroken vriendschap, verraad en bedrog, jaloezie en rivaliteit, het Messiasmotief, de dood, seks, overspel, het avontuur en de burgerlijkheid, boulimie, escapisme (het ontvluchten van de werkelijkheid). En dat allemaal samen gehutseld in een voor de literaire fijnproevers heerlijk opgediende maaltijd.

9. Stijl
De stijl van Wieringa is raak: de woorden zijn niet al te moeilijk, maar er zijn vele zinnen die even tot nadenken stemmen. De beeldspraak is gevat. Het begin is veelbelovend: “Het is een warm voorjaar, in de klas bidden ze voor me omdat ik al meer dan tweehonderd dagen van de wereld ben. Ik heb doorligplekken over mijn hele lichaam en een condoom om mijn fluit. Dit is het stadium van de coma vigil, legt de dokter aan mijn ouders uit. Ik heb weer een beperkte ontvankelijkheid voor mijn omgeving. Het is goed nieuws, zegt hij, dat ik weer reageer op pijn-en geluidsprikkels. Reageren op pijn is onmiskenbaar een teken van leven.”
En wat te denken van de fraaie slotzinnen.: “De E981 is in gebruik genomen, een gletsjer van asfalt heeft nieuwe tijd voor zich uit gewalst en wij zijn verdwenen achter een metershoge geluidswal van aarde en kunststof. We horen inderdaad niks, net zomin als we nog worden gehoord. Automobilisten die langsflitsen zien misschien vanuit een ooghoek het puntje van onze kerktoren boven het scherm uitsteken met daarop ‘de hoan die kraenig blef’, maar verder heeft de wereld ons aan het zicht onttrokken. Maar daarachter zijn we niet gestorven, noch zijn we van gedaante veranderd. We zijn hier nog”. Tussen die beginzin en slot zin liggen 317 pagina’s leesplezier.

10. Tijd en decor
De roman speelt in de laatste jaren van de vorige eeuw. Er wordt op blz. 50 verteld dat PJ, een Zuid-Afrikaans vriendinnetje, in januari 1993 naar Nederland is gekomen en bij Fransje Hermans in de klas komt. Dat is de derde klas van de middelbare school. Na het eindexamen drie jaar later (ze doen vwo, want zeven eindexamenvakken) blijft Fransje in Lomark en gaat PJ studeren in Amsterdam, waar ze een relatie met de schrijver Arthur Metz heeft. Daarna keert ze terug naar Lomark om met Joe en Fransje mee te gaan naar de armworstelwedstrijden in Europa. Toch zijn er geen duidelijke aanwijzingen voor een bepaald jaar: wel zorgen passages over internet, de nieuwe aanleg van een rijksweg de E981 voor een schijn van actualiteit. Er wordt in ieder geval een periode van ongeveer tien jaar beschreven. Het dorp waar de gebeurtenissen plaatsvinden, is het niet bestaande Lomark,vlakbij het eveneens fictieve Westerveld. Volgens een interview met Wieringa in het blad Spits heeft hij een dorp beschreven dat overal in Nederland kan liggen. Het ligt in ieder geval langs de Rijn en niet al te ver van Duitsland. De Rijn komt bij Lobith ons land binnen, dus een Gelders dorp lijkt het meest op zijn plaats. Het lijkt er echter wel op dat Wieringa een tijdloze en locatieloze situatie heeft willen beschrijven. De desillusie van de hoofdpersonen is er nu eenmaal één van alle tijden en alle plaatsen.


11. Personages

11.1 Hoofdpersonen:
Joe Speedboot: Naar hem is het boek vernoemt. Ik weet niet waarom. Hij is ook niet de belangrijkste persoon.
Hij is de grote vriend van Fransje, die elkaar compleet vertrouwen. Joe gaat vaak met Fransje rijden over de dijk, en praat ook veel met Fransje. Hij beweert dat alles is gemaakt voor beweging “beweging is zijn credo”. Hij is ook de technicus van het groepje vrienden. Hij maakt bommen, hij bouwt een vliegtuig (met behulp van de berekeningen van Engel en Fransje) en voert dingen op, waaronder zijn Shovel waarmee hij participeert in de race Paris-Dakar. Er wordt niet verteld hoe hij eruit ziet, maar is hij vijftien in het begin van het boek, aan het eind is hij achttien. Joe is ook Fransjes coach met het armworstelen.
Helemaal aan het einde van het boek kom je zijn echte naam te weten: Achiel Stephaan Ratzinger.

Fransje (Frans):
Fransje is gehandicapt: hij heeft een dwarslaesie in zijn rug – hij kan zijn linkerarm en alles onder zijn middel niet bewegen. Ook kan hij niet praten. Hij is ook extreem spastisch, maar als hij alcohol drinkt wordt dat een stuk minder.
Doordat hij alles met één hand doet, wordt deze ontzettend sterk. Joe is onder de indruk van wat hij allemaal kan: als ze het vliegtuig aan het bouwen zijn, kan Fransje met één hand pinnen krom buigen.
Het boek wordt vanuit Fransje verteld, in de Ik-persoon. Hij is grof, soms wreed, en wenst mensen dood. Maar op een of andere manier ga je toch met hem meeleven. Het boek gaat echt over Fransje en wat hij allemaal meemaakt. En dat schrijft hij ook allemaal op in zijn dagboeken. In totaal heeft hij er tweeënnegentig.

PJ(Picolien Jane):
PJ is een knap meisje waar vrijwel iedereen meteen verliefd op is, als ze in 1993 in Lomark komt wonen. Ze is geïmmigreerd vanuit Zuid-Afrika, en laat haar oude leven ook helemaal achter daar. Ze was dik, en leed aan boulimie. Toen ze in Nederland kwam wonen had ze een normaal postuur, en werd ze knap gevonden. Daar kon ze absoluut niet mee overweg. Toch gaat het langzaam beter met haar en krijgt ze een vriendje – Joop Koeksnijder. Hij is een kneus volgens Fransje en zijn vrienden, maar ze zijn ook erg jaloers op Jopie Popie Koeksnijder, zoals hij wordt genoemd. Deze relatie gaat al snel uit.
Als PJ in Amsterdam letterkunde gaat studeren ontmoet ze Arthur Metz. Ze krijgt verkering met hem, maar na een tijdje gaat hij haar mishandelen. Hij slaat haar en schrijft als hun relatie uit is, een boek over haar. In dat boek heet ze Tessel. PJ’s achternaam is Eilander. Eilander-Texel-Tessel. In dat boek schrijft hij dat hij haar met negen andere mannen heeft verkracht, en noemt haar Hoer van de Eeuw. Daarna komt PJ weer terug naar Lomark en gaat mee naar de armworsteltoernooien van Fransje. ’s Avonds na een toernooi heeft ze seks met Joe, en daarna heeft ze ook een relatie met hem. Je komt er nooit achter wanneer dat kapot gaat, maar in het nawoord (“En toen”) trouwt PJ met Christof.

11.2 Bijpersonen
Papa Afrika (Mahfouz Husseini): Hij is de nieuwe vriend van Joe’s moeder. Joe’s biologische vader is al voordat het boek begint gestorven. Hij praat veel met Fransje.

Fransjes moeder (geen naam): Ze is heel bezorgt over Fransje en probeert hem zo veel mogelijk te beschermen. Voor de rest heeft ze nauwelijks een rol in het verhaal.

Engel: Vriend van Fransje en Joe, die heel knap wordt gevonden door meisjes. Hij is zeer getalenteerd in kunst.

India: Zusje van Joe, ze verzorgt Joe’s moeder die kapot gaat van liefdesverdriet als Mahfouz weg is.


12. De samenvatting

12.1 Deel 1: Penseel
De roman opent met de passage waarin de verteller Fransje Hermans (zoon van een niet onbemiddelde sloper in het dorp Lomark) zijn ogen opent na 220 dagen in coma gelegen te hebben. Om zijn bed staan zijn ouders en broers en hij ziet in hun ogen dat er is iets gebeurd in Lomark wat het leven van hen heeft veranderd. Er is namelijk een nieuwkomer het dorp Lomark binnengedenderd. Joe Speedboot is in de auto van zijn vader in het dorp tot stilstand gekomen in het huis van Christof Maandag: de zoon van de grootste asfaltfabrikant van de streek Helaas is de vader van Joe hierbij om het leven gekomen: hij was op de grill van de auto vastgeplakt. Joe Speedboot is natuurlijk niet de echte naam van deze nieuwkomer, maar hij heeft zich deze zelf aangemeten. De achternaam van zijn moeder is Ratzinger, maar hoe hij aan zijn voornaam gekomen is, zullen we voorlopig niet te weten komen. Joe durft dingen te doen die de andere Lomarkers niet durven: hij maakt zelfs bommen die soms op een ongelukkig tijdstip afgaan. Met recht schudt hij de saaie dorpelingen op die manier wakker, al wordt hij na een ontploffing van een bom in de buurt van de school zelf behoorlijk getroffen en gewond.
Om zich heen verzamelt hij de vrienden Christof en Engel, een kunstenaar in de dop. Aanvankelijk wordt Fransje niet zo in de relatie met de andere vrienden betrokken: hij volgt hen wel, schrijft ook alles op in zijn dagboeken wat ze doen, want hij zich als doel gesteld de chroniqueur van Lomark te worden om zo in de toekomst zijn financiële bestaan veilig te stellen. Hij is wel jaloers op Christof, omdat hij van mening is dat die tussen hem en zijn grote idool Joe instaat. Hij gaat na het ontwaken uit zijn coma ook gewoon naar school: hersens heeft hij namelijk wel, al kan hij zich nauwelijks bewegen en al helemaal niet spreken. Alleen in zijn arm heeft hij een enorme kracht.
Het dorp krijgt een tweede impuls met de komst van Picolien Jane (PJ) een dochter van een Zuid-Afrikaanse tandarts die zich in 1993 in het dorp vestigt. Ze is heel erg mooi en Fransje is vanaf het begin meteen verliefd op haar. Dat is natuurlijk al een verkeerde illusie daar hij zo gehandicapt is als wat. Er kijkt geen enkel meisje naar hem. Die hebben meer oog voor de jongeman Engel die een echte womanizer is en kan krijgen wie hij wil.

Een andere nieuwkomer in Lomark is de nieuwe vriend van Joe’s moeder die ze in Egypte heeft opgedaan. Deze zwarte Numibiër, Mahfouz Husseini, wordt door Joe al snel Papa Afrika genoemd. De Egyptenaar vertelt aan Fransje hoe hij zijn geliefde in Egypte heeft leren kennen. Later is hij bezig met het maken van een primitief zeilschip.(een feloek).
Joe Speedboot heeft in diezelfde tijd ook een mechanisch wonder verricht. Hij wil wel eens zien of het waar was wat de dorpelingen vertellen over het nudisme van de moeder van PJ en bouwt daarom in een afgelegen schuur zelf een primitief vliegtuig om haar op die manier stiekem te kunnen bewonderen. Fransje slaat alles van een afstandje gade natuurlijk om alles te kunnen beschrijven in zijn kronieken en hij ziet dat het vliegtuig inderdaad in staat is op te stijgen. Later in het verhaal mag hij van Joe zelfs een keertje meevliegen, al is het een heksentoer om de gehandicapte jongen in het vliegtuig te hijsen. Het is een prachtige maar steenkoude vlucht en bij de landing gaat alles maar net goed. Dat is Joe Speedboot ten voeten uit: hij blijft stoïcijns onder de bijna-crash.
Fransje heeft door zijn domme en vervelende broer Dirk inmiddels de alcohol leren kennen: hij is het plaatselijke vermaak van de Lomarkers, omdat tijdens het drinken veel alcohol uit zijn mond druipt. De lezer is intussen ook te weten gekomen dat het ongeluk van Frans veroorzaakt is door een grasmaaier. De vlijmscherpe grasmaaimessen hadden hem gemist, maar de trekker was over hem heen gereden. Daarna had hij lang in coma gelegen.

Mahfouz, de Egyptische vriend van Joe’s moeder is na enkele maanden flink gevorderd met zijn zeilschip. Bij de tewaterlating komt het hele dorp kijken hoe alles zal reilen en zeilen. Maar nadat Mahfouz om de hoek van de rivier is verdwenen, ziet niemand hem ooit meer terug. Joe denkt dat hij met de zeilboot gewoon teruggezeild is naar Egypte vanwege de controle die zijn moeder op zijn leven had willen uitoefenen. Zo heeft ze o.a. zijn paspoort ingenomen.
Frans is, hoewel hij niet kan spreken en nauwelijks kan bewegen, niet dom, want hij is in staat om het eindexamen vwo te behalen. Hij doet het met een 7.8 gemiddeld en verliefd als hij is op PJ, merkt hij meteen bij de eindexamenuitslag op dat zij een 8.5 gemiddeld voor haar eindexamenvakken heeft. Na het eindexamen willen Christof, Engel, Joe en PJ gaan studeren. Het is duidelijk dat Engel naar de kunstacademie gaat. Joe zou naar de HTS moeten vanwege zijn belangstelling voor de techniek (Het hele leven is namelijk beweging, is zijn credo) maar na een open dag is hij ervan genezen. Hij gaat ook naar de kunstacademie en moet daar eigen werk tonen: hij vervoert zijn hele vliegtuig naar de academie en de leerkrachten zijn daarvan erg onder de indruk: hij wordt aangenomen bij de studie Autonoom. Christof gaat economie studeren en PJ zal letterkunde in Amsterdam gaan doen.

Het driemanschap is daarmee wel verbroken: de ooit zo ijzersterke constructie van de drie vrienden is kapot, want Fransje mag van zijn ouders niet studeren: hij moet gaan werken. Zijn vader heeft een baantje voor hem bedacht: hij moet langs de deur om oude kranten op te halen, deze nat maken en in een papierpers papieren briketten voor brandstof maken. Hij kan namelijk met zijn sterke arm de papierpers bedienen en er is veel vraag naar deze goedkope vorm van brandstof. Fransje doet het met veel overgave en hij voert de productie van de briketten tot grote hoogte op, wat volgens zijn vader de prijs van de briketten aardig drukt. Hij krijgt derhalve minder geld van zijn vader, maar zijn moeder zorgt er stiekem voor dat hij toch een aanvulling op zijn loon krijgt. Het meeste geld brengt hij overigens naar de kroeg want hij heeft de smaak van alcohol behoorlijk te pakken gekregen. Dat leidt een keer tot een enorme worstelpartij: hij knijpt bijna de strot van een overigens heel sterke dakdekker dicht, al komt hij zelf ook niet helemaal ongeschonden door de strijd.

Joe Speedboot keert terug naar Lomark: hij houdt zijn studie voor gezien. In Amsterdam heeft hij PJ ontmoet of liever zij hem, want hij was behoorlijk stoned geraakt in een coffeeshop. Hij treedt in dienst bij Christofs vader als shovelmachinist. Wanneer er kermis in het dorp is, is er ook een Muizenstad. Joe en PJ die op bezoek is bij haar ouders, gaan naar de Muizenstad, terwijl Frans hen op een afstandje gadeslaat. Tot zijn schrik ziet hij dat de wrede PJ in staat is een muis te isoleren van de rest van de muizen. Op een dag heeft Joe weer een nieuw idee:hij wil met Fransje de armworstelwedstrijden in Europa af om op die manier aan de kost te komen. Er zijn flinke geldprijzen te verdienen. Maar Fransje weigert op zijn voorstel in te gaan: hij heeft zijn levensbestemming gevonden in het maken van de briketten en het beschrijven van de lotgevallen in zijn dorp. PJ ziet als ze een keer op bezoek is, zijn grote aantal schriften waarin hij de geschiedenis van Lomark heeft beschreven. Ze vraagt of ze iets mag lezen. “Je bent de ideale schrijver”, vindt ze “Je ziet alles en je zegt niets” “Dat is de definitie van God “, schrijft Frans op een blaadje.
Aan het einde van dit deel brengt hij met Joe een bezoek aan de sloperij van zijn vader. Hij is er nog nooit geweest. Zijn vader schrikt zich wild, als Fransje ineens voor hem staat. Als Fransje zijn ogen volgt, ziet hij een enorme muur van papieren briketten. Er blijkt nog nooit één briket verkocht te zijn en al die tijd heeft zijn vader hem dus eigenlijk bedrogen. Het is een enorme desillusie voor de jongen en daarmee sluit hij deel I van zijn leven nl. zijn schrijverscarrière af.

12. 2 Deel 2: Zwaard
Na de desillusie van de papierenbriketten rest Frans nog naar één ding: hij zal armworstelaar worden. Joe zal hem daarbij begeleiden als zijn manager en trainer. Op twee manieren bereidt Frans zich voor. Op mentaal gebied door het lezen in het boek van de samoerai, Het boek van de vijf ringen. Deze strijder heeft namelijk een aantal adviezen opgeschreven om de tegenstanders te kunnen verslaan. Op fysiek gebied traint hij tegen de dommekracht Hennie Oosteloo, die hij na een aantal trainingen gemakkelijk de baas kan. Het eerste wedstrijdoptreden is in Luik, waar hij verrassend tot de finale weet door te dringen. Vijfduizend gulden is zijn prijzengeld en Joe neemt daarvan de helft. Frans geeft 1000 gulden aan zijn moeder, die het geld eigenlijk niet wil aannemen. Frans weet inmiddels wat hij fysiek tekort komt en gaat zijn armkracht nog meer ontwikkelen: hij weigert nog de spuit met doping, maar hij accepteert wel hormonenpreparaten (bijv. creatine) als voedselsupplement om zijn spierballen in zijn ene arm nog wat meer op te blazen. Intussen is ook PJ teruggekeerd uit Amsterdam waar ze met de schrijver Arthur Metz verkeerde. Aangezien die zijn handen niet kan thuishouden, verlaat ze hem en keert terug naar Lomark. Nu zijn ze vaak weer met zijn drieën: Joe, Frans en PJ.
Frans is in training voor wedstrijden in Rostock. PJ geeft aan dat ze wel meewil naar die wedstrijden en aangezien Frans haar als zijn muze ziet (hij is nog steeds erg verliefd op haar) stemt hij erin toe. In Rostock gaat hij voor de overwinning en wanneer die hem ten deel valt, willen ze het vieren in die stad. Ze overnachten in een hotel:: PJ krijgt een kamer alleen; Joe en Frans zullen er één delen. Ze drinken nog flink wat alcohol en als Frans ’s nachts weer wakker wordt, is het bed van Joe onbeslapen. Hij begrijpt dat Joe naast of op PJ ligt en is woedend van jaloezie. Het liefst zou hij hen beiden doden. Vanaf die tijd hebben Joe en PJ min of meer verkering. Joe vertelt veel van zijn ervaringen met PJ aan Frans. Alleen de seksdetails houdt hij voor hem verborgen. Frans wil hen beiden het liefst uit zijn systeem verwijderen. Joe is aan een volgend nieuw idee begonnen: hij wil met een shovel aan Parijs-Dakar deelnemen. Daartoe voert hij de machine flink op. Hij bouwt hem in dezelfde loods als waar hij in deel I het vliegtuig heeft gebouwd.

Frans, PJ en Joe nemen weken later deel aan een toernooi voor armworstelaars in Halle. Als Joe naar huis belt, hoort hij dat Engel plotseling is overleden. Ze rijden halsoverkop naar huis waar ze vernemen dat Engel om het leven is gekomen, omdat er een hond die van een flat viel, op zijn hoofd terecht gekomen is. Ze wonen met zijn allen de begrafenis bij: de pastoor houdt zijn standaardpreek. Wanneer Frans na de begrafenis naar Radio I luistert, hoort hij een interview met de schrijver Arthur Metz over diens nieuw verschenen roman “Om een vrouw” Hoewel hij slecht formuleert, vermoedt Frans dat het een autobiografische roman is over PJ. Hij bestelt de roman en hij leest over de ervaringen van de schrijver met ene Tessel (PJ heet van haar achternaam Eilander) In Zuid-Afrika was ze door een opmerking van haar moeder bang voor het dik-zijn geworden en ze was in Nederland radicaal een andere weg ingeslagen. In Lomark zag ze dat ze populair was bij de jongens en ze wilde daarin zoveel mogelijk bevestigd worden. Daarom probeerde ze zo veel mogelijk mannen aan de haak te slaan. Tijdens de relatie die ze met Metz onderhield, had ze wel negen andere mannen gehad. Eigenlijk zou de roman “De hoer van de eeuw”moeten heten, maar daar wilde de uitgever niet aan. PJ leed aan boulimie en was in feite een onmogelijke vrouw om mee samen te wonen. Met de roman heeft Metz wraak genomen op het meisje van zijn dromen. PJ was in feite een monster. Seks was PJ ’s vervanging voor intimiteit. Het lezen van de feiten in de roman is toch wel een desillusie voor Frans en hij twijfelt eraan of hij het boek moet laten lezen aan Joe, maar die weigert dat.

Hij wil haar gewoon meenemen naar Poznan, waar een groot internationaal armworstelaarstoernooi wordt gehouden en de wereldkampioen Islam Mansur aanwezig is. In de vierde ronde moet Frans tegen hem, maar de man is zo sterk dat hij zijn arm doormidden breekt. Nu kan Frans helemaal niets meer, want zijn sterke arm moet in het gips. Hij is dus helemaal aangewezen op Joe en PJ. Ze overnachten in een hotel en bij het vertrek moeten de paspoorten worden opgehaald. PJ kijkt naar de echte naam van Joe Speedboot en ziet dat zijn voornaam Achiel Stephaan is. Nogal begrijpelijk dat Joe zijn naam jaren geleden heeft veranderd: Achiel is zo’n onbenullige Vlaamse naam en daarom meteen de achilleshiel van zo’n originele jongen. Frans voelt veel schaamte omdat hij ook in het paspoort heeft gekeken en het vertrouwen van zijn vriend beschaamd heeft. Onder zijn oude naam is Joe eigenlijk gewoon naakt en heeft PJ macht over hem gekregen. Terug in Lomark gaat Joe weer verder aan de bouw van zijn shovel voor Parijs-Dakar. PJ verzorgt intussen Frans en tekent een afbeelding van Islam Mansur op zijn gips. Ze is nu zo dichtbij dat Frans een erectie van haar krijgt. Ze voelt in zijn kruis en trekt hem zachtjes af. Dan is de grote dag aangebroken dat Joe naar de rally afreist. De vader van Christof sponsort hem: hij heeft immers een asfaltfabriek en ook andere bedrijven uit Lomark sponsoren hem. Op RTL 5 is hij dagelijks via de tv te bewonderen en heel het dorp is trots op hem, want hij worstelt zich werkelijk met zijn shovel naar de laatste etappe. Dan is hij ineens spoorloos en alleen Frans heeft het in de gaten dat hij de laatste etappe naar Sharm- el- Sjeik, dat in de buurt van het dorp van Papa Afrika gelegen is, doelbewust verlaat. De daar achter te laten shovel is een geschenk van Joe Speedboot voor Papa Afrika.
PJ heeft bij afwezigheid van Joe de gelegenheid te baat genomen om de dagboeken van Frans te lezen: ze leest natuurlijk ook dat Frans op haar verliefd is geweest. Ze wordt er zelf ook opgewonden van. Frans brengt de roman van Arthur Metz ter sprake en zij vraagt Frans wie hij gelooft: Metz of haar ? Frans heeft weinig keus en daarna gaan ze voor de eerste keer met elkaar naar bed, wat een geweldige sensatie voor beiden blijkt.


12.3 Deel 3: En toen
We schrijven vele jaren later. Christof heeft PJ een keer gevraagd hem te vergezellen op een studentenfeest en daarna krijgen die twee een relatie. PJ zoekt natuurlijk naar meer vastigheid in haar leven. Ze blijkt zwanger te zijn en het komt tot een groot huwelijksfeest. Joe heeft het dorp uit rancune daarover verlaten en niemand verneemt meer iets van hem. Wanneer ze van haar schoonvader een paard krijgt, komt er plotseling een vliegtuig over zetten met een grote sleep waarop de tekst “ Hoer van de eeuw”. Joe heeft blijkbaar het boek gelezen. Bij het zien van de tekst kijkt PJ naar Frans. Want ondanks het feit dat ze met Christof trouwt, gaat ze nog altijd naar bed met Frans. Hij kan immers fantastisch vrijen. Misschien is het kind dat PJ draagt zelfs wel van hem. En zo gaat het leven in Lomark zijn gangetje.


13. Informatie over de schrijver
Tommy Wieringa ( 1967) debuteerde in 1995 met de roman Dormantique’s manco. Zijn tweede roman Amok verscheen in 1997. In april 2002 verscheen zijn derde roman Alles over Tristan bij De Bezige Bij. In de muziekgroep 'Donskoy' experimenteerde hij met poëzie en muziek. In het voorjaar van 1998 verscheen van Donskoy de eerste en tevens laatste cd, 'Beatnik glorie'. Voor de VPRO schreef hij het scenario voor de korte film 'Laatste wolf', uit de serie 'Goede daden bij daglicht'.
Wieringa is een veelgevraagd podiumspreker en kan zowel op kleine podia als in theaterzalen goed uit de voeten. Hij trad onder meer op tijdens de festivals Crossing Border, Winterschrift, Double Talk, De Nachten (Antwerpen) en Lowlands.
Hij werd net als Rutger Kopland, Marc Reugebrink, Hannie Rouweler geboren in het Twentse Goor. Hij studeerde geschiedenis te Groningen en later journalistiek te Utrecht. En hij heeft ondermeer als aanstekerverkoper en als lokettist bij de spoorwegen gewerkt. Met Arjan Witte was hij de oprichter en met Witte en Ruben van Gogh is hij redacteur van het tijdschrift 'Vrijstaat Austerlitz'. Van 'Vrijstaat Austerlitz' verschenen vier nummers op papier (1997-1999); het vijfse nummer is als internettijdschrift verschenen in 2001. Reisverhalen van zijn hand verschenen in onder andere 'De Volkskrant' en 'Rails'. Gedichten van zijn hand verschenen eerder in o.a. 'De Rottend Staal Nieuwsbrief', Rottend Staal Online, 'De Opkamer' en in enkele bloemlezingen. Hij schreef hoorspelen voor KRO-Radio en publiceert een wekelijkse column in het dagblad 'Spits!'. Ook schreef hij journalistieke artikelen voor 'Vrij Nederland'.
Prijzen
Tommy Wieringa ontving voor zijn roman Alles over Tristan (Bezige Bij, 2002) de Halewijnprijs 2002. Hij zei daarover: "Ik ben erg blij. Het is de eerste literaire prijs die mij ten deel valt.” De prijs bestaat uit een geldbedrag en een sculptuur. De auteur vreest met grote vreze dat het een werkje van Kees Verkade betreft. Alles over Tristan is ook genomineerd geweest voor de AKO Literatuurprijs 2002.


14. Evaluatie

Het stuk dat mij het meeste aangrijpt is dat Fransje het verhaal leest dat Arthur Metz, ex-vriend van PJ, over PJ geschreven heeft. Metz schrijft daarin hoe hij PJ heeft leren kennen, en hoe ze met elkaar omgingen, en later in het verhaal ook hoe hij PJ mishandelde. Hij laat niets weg van hun relatie, het enige wat hij veranderd is PJ’s naam, die hij veranderd in Tessel. Metz zijn boek is in de Ik-persoon geschreven, maar met die ‘ik’ persoon in het boek, bedoelt hij ook hemzelf. Het grijpt me aan omdat Fransje verliefd is op PJ, en dat hij dan zo leest hoe erg PJ mishandeld werd. Fransje zit er erg mee en hij schrijft het ook op in zijn dagboeken, die PJ aan het eind van het boek weer leest. Nadat PJ dat heeft gelezen krijgen ze een relatie.
De personage waar je het best in kan verplaatsen is Fransje, en hij is dan ook gelijk de enige persoon waar je je in kunt verplaatsen, omdat het hele boek vanuit Fransjes perspectief geschreven is. Je komt alles te weten over Fransje in die paar jaar waarin het boek speelt. Alles wat hij wil, denkt, vindt, doet en weet. Zijn emoties worden ook uitgebreid beschreven.
Tommy wieringa heeft voor dit einde gekozen, denk ik, om te laten zien wat er een aantal jaren later van het groepje jongeren geworden is. Er wordt beschreven dat Christof en PJ trouwde, en PJ ook een zoon kreeg, die ook door Fransje verwekt zou kunnen zijn aangezien hij absoluut niet op Christof lijkt, en Fransje nog steeds een relatie met PJ heeft. Op de bruiloft van Christof en PJ komt Joe langs vliegen in het vliegtuig dat zij jaren eerder gebouwd hadden, met een spandoek erachter waar “hoer van de eeuw” op staat. Fransjes reactie: “in beste letters, ik ben bijna gestikt van het lachen”. Zo komt Fransje erachter dat Joe ook het boek van Arthur Metz heeft gelezen, die PJ de Hoer van de Eeuw noemt. Met Fransje is niet veel veranderd. Hij is nog steeds vrienden met Christof en heeft zelfs een (seksuele)relatie met PJ. Joe is verdwenen en Engel is vlak voor het einde van het boek overleden. Hij kreeg een hond op zijn hoofd, terwijl hij onder een flat liep in Parijs. Joe was verdwenen nadat Christof hem had verteld dat PJ voor hem had gekozen. Het schijnt dat mensen hem hebben gezien bij de aanleg van de nieuwe snelweg langs het dorp, op dezelfde shovel waarmee hij Parijs-Dakar heeft gereden. Niemand weet waar hij woont of werkt.
Tommy Wieringa laat een chronologisch verhaal zien, hij verteld in chronologische volgorde het levensverhaal van Fransje en zijn vrienden. Voor de rest is het boek onderverdeeld in twee stukken: Het boek wordt ingedeeld in twee delen: penseel en zwaard. Dit komt uit het boek van Miyamoto Musashi. Musashi is een samoerai uit de 17e eeuw. Hij heeft het boek Go Rin No Sho geschreven en daarin staat dat je kan leven volgens het penseel en volgens het zwaard. In het eerste deel, penseel, schrijft Fransje het boek ‘geschiedenis van Lomark en bewoners’. In het tweede deel, zwaard, stopt hij met schrijven en gaat hij als armworstelaar heel Europa door en wordt een van de beste lichtgewicht armworstelaars (nummer 2 van de wereld).
Het verhaal wisselt niet van vertelperspectief. Soms worden andere personages dan Fransje uitgebreid beschreven maar het is altijd vanuit Fransjes perspectief.
Ik heb niet veel geleerd van het boek, omdat het niet helemaal reëel is volgens mij. Je leest hoe een gehandicapte jongen zijn leven doorkomt, en daarbij ontzettend gehinderd wordt door zijn handicap. Je leert dus een beetje hoe hinderend een lichamelijke handicap kan zijn.
Dit was het eerste boek dat ik over dit onderwerp het gelezen. Of überhaupt over jongeren in de moderne tijd. Ik vind het bijzonder hoe een jongen zoals Fransje fantaseert over dingen die jongens van zijn leeftijd ook doen, maar op zijn eigen manier.

15. Verdiepingsopdracht – recensies vergelijken
Recensie 1.
Tommy Wieringa is met zijn vierde roman, Joe Speedboot, eindelijk doorgebroken bij het grote publiek. En terecht, want het is niet alleen een prachtig, avontuurlijk en beschouwend verhaal, maar ook nog mooi geschreven. De originaliteit van Wieringa's schrijfstijl is deels gebaseerd op de door hem gekozen vertelstem van een invalide, intelligente jongen. Deze bijzondere geest trekt je al meteen vanaf de eerste zin in zijn belevingswereld: “Het is een warm voorjaar, in de klas bidden ze voor me omdat ik al meer dan tweehonderd dagen van de wereld ben”. Deze Fransje Hermans is invalide geworden nadat hij door een grote grasmaaier is overreden omdat hij in het hoge gras een samurai-oefening lag te doen. Hij is bijna geheel verlamd, alleen een arm kan hij nog gebruiken, en hij is zijn spraakvermogen kwijtgeraakt. Ter compensatie schrijft hij in zijn dagboek, waarmee hij zich gaandeweg opwerpt als chroniqueur van zijn geboortedorpje, Lomark. Wieringa gebruikt veel beeldspraak en geeft Fransje de mooiste gedachten mee.
Een tweede hoofdpersoon in het boek is Joe Speedboot, die in Lomark komt wonen rond de tijd dat Fransje uit zijn coma ontwaakt. Zijn entree in het dorp is spraakmakend; letterlijk omdat zijn vader met z'n truck een woonhuis binnenrijdt en daarbij overlijdt, terwijl Joe, z'n zusje en moeder het ongeluk overleven, maar ook in figuurlijke zin, doordat hij met zijn ingevingen en ideeën heel wat in beweging zet in het slaperige dorpje.
Wieringa neemt je op een volledig vanzelfsprekende wijze mee langs alle avonturen van de beide jongens en hun vrienden, die af en toe grenzen aan ongeloofwaardigheid, maar dat door de vertelkunst van de auteur nergens worden. Hij beschrijft ook op ontroerende en humoristische wijze de bijzondere vriendschap tussen beide personages. Op het hoogtepunt van die vriendschap gaan ze armworsteltoernooien door heel Europa langs waar Fransje zijn enige werkende ledemaat, zijn overontwikkelde arm, laat gelden, met Joe als zijn manager. Op deze wijze verdienen ze een aardig zakcentje bij elkaar. Niet alleen dit armworstelavontuur is een voorbeeld van de jongensachtigheid van deze roman. Zo wordt er ook een vliegtuig ontworpen en in elkaar gezet waarmee echt gevlogen wordt, een zeilschip gebouwd waarmee (vermoedelijk) naar Afrika gevaren wordt, en een tractor omgebouwd en klaargemaakt voor de Dakar-rally die echt gereden wordt.
Fransje is overal bij als afstandelijk observator en alle anekdotes belanden dan ook in een van zijn vele schriften, behalve het armworstelverhaal. Het besluit om te gaan armworstelen is dan ook een ommekeer in het verhaal. Voor die tijd schrijft Frans trouw in zijn dagboeken om het dagelijkse leven in Lomark vast te leggen en maakt hij, na zijn schooltijd als al zijn vrienden gaan studeren in een andere stad, van oud papier briketten om zijn kost te verdienen. Dit is een idee van zijn ouders, maar op een dag bezoekt Frans de sloperij van zijn vader en ontdekt daar dat zijn vader hem voor de gek heeft gehouden als hij de enorme muur van papierbriketten ontdekt die daar staat. De briketten zijn dus nooit verkocht. Met deze desillusie voor Frans eindigt het eerste deel van het boek ('Penseel'). In het tweede deel ('Zwaard') wordt het armworstelavontuur beschreven en de ontwikkeling van de driehoeksverhouding tussen Joe, Frans en PJ, het Zuid-Afrikaanse meisje waar iedere jongen verliefd op is. Er is ook nog een derde deel ('En toen') dat heel kort is en waarin inmiddels een aantal jaren verstreken zijn en kort wordt verteld wat er van iedereen geworden is. Het dorp is intussen achter de geluidswal verdwenen van de afgeronde nieuwe snelweg en “daarachter zijn wij niet gestorven, noch zijn wij van gedaante veranderd. Wij zijn hier nog”. Een troosteloze slotzin van een vrolijk, humoristisch verhaal.


Recensie 2.
Gevangen zitten in een leven vol desillusie, tot wanhoop worden gedreven en uiteindelijk berusting vinden in het lot als zoete wraak. Frans kan er alleen maar om lachen, wat moet hij anders? Zijn geest is gevangen in zijn spastische lichaam en zijn ijzersterke rolstoelarm is het enige wat hem bewondering schenkt. Tommy Wieringa heeft met Joe Speedboot letterlijk en figuurlijk een ontgoochelende roman gepubliceerd.

De mensen om hem heen zien hem niet voor vol aan. Als je niet kunt praten dan ben je alleen met jezelf. Lachen met jezelf lijkt Frans dan ook de beste oplossing: “Er loopt een guts kwijl uit mijn mond als ik naar hem opkijk. Liters heb ik van dat spul. Ik kan er goudvissen in houden.” Zelfs zijn vader gebruikt hem als onnozele door hem geestdodend papierbriketten te laten persen. Zelfs zijn laatste beetje hoop dat hij nog een bijdrage levert aan het warm houden van Lomark, stort ineen als hij ontdekt waar de briketten werkelijk gebleven zijn.

Gelukkig komt Joe Speedboot langs en ontstaat er een vreemd soort vriendschap. Joe ontdekt de kracht in de arm van Frans en samen stappen ze de wereld van het armworstelen in. Frans wint vele wedstrijden maar ook dit geluk moet een keer kapot. Zijn arm breekt en Joe vertrekt. Ook zorgt Joe er nog even voor dat de illusie omtrent het meisje PJ breekt door haar te verleiden in de kamer naast Frans. Toch blijkt er uiteindelijk een relatie tussen Frans en PJ mogelijk, al is het wel een geheime. PJ gebruikt hem als minnaar, ze is getrouwd met Christof, en zo zijn er weer twee illusies gezonken.

De desillusie van Frans werkt beklemmend. Maar wat een mooie roman vol gevoelens van onmacht had kunnen worden is veranderd in een grote satirische zelfbespotting. Het taalgebruik in de roman is plat en mist iedere vorm van diepgang: “Poepen doe ik thuis. Ma helpt me daarbij. Ik duld niemand anders achter mijn hol.” Af en toe zijn de opmerkingen leuk, maar vaker zijn ze cliché of kwetsend. Ongelofelijk kinderachtig zijn de vele pies- en poepgrappen. Dit is zowat geen schrijven meer te noemen maar eerder gefrustreerde uitlatingen van een puber die zweeft tussen jeugd en volwassenheid.
Je vliegt als lezer door de stof maar wordt keer op keer bij het handje genomen en op voorspelbare gebeurtenissen en conclusies gewezen. Het laatste deel van het boek, ‘en toen’, nodigt uit om meteen maar daar te beginnen. Keer op keer wordt je verwachting bevestigd en kun je pagina’s overslaan met uitweidingen die je stiekem toch al vermoedde. De totale inperking van de fantasie levert een net zo grote desillusie op voor de verwachting van de lezer als het leven voor Frans.

Vergelijking:
De eerste recensie is veel positiever over het boek dan de tweede. De tweede recensie is meer een opsomming van de feiten, terwijl dat een stuk minder is dan in de eerste. Ik ben het grotendeels meer eens met de eerste recensie, maar wat mij opvalt, is dat bij beide recensies PJ nauwelijks aan bod komt, terwijl ze toch heel belangrijk is voor het boek, ook al komt ze er, zeker in het begin, niet veel in voor.
Bij de tweede recensie valt het mij op dat ze het boek voorspellend vinden. “Je vliegt als lezer door de stof maar wordt keer op keer bij het handje genomen en op voorspelbare gebeurtenissen en conclusies gewezen. Het laatste deel van het boek, ‘en toen’, nodigt uit om meteen maar daar te beginnen. Keer op keer wordt je verwachting bevestigd en kun je pagina’s overslaan met uitweidingen die je stiekem toch al vermoedde.” Misschien ligt het aan mij, maar daar ben ik het absoluut niet mee eens. Er wordt ook nog veel meer kritiek door deze persoon, Wenneke Bombeld, gegeven op het boek: “Af en toe zijn de opmerkingen leuk, maar vaker zijn ze cliché of kwetsend. Ongelofelijk kinderachtig zijn de vele pies- en poepgrappen. Dit is zowat geen schrijven meer te noemen maar eerder gefrustreerde uitlatingen van een puber die zweeft tussen jeugd en volwassenheid. ” Oké, deze grappen zitten erin, maar ze vallen niet op, en ik erger me er ook absoluut niet aan.
Als je verder zoekt op recensies die geschreven zijn door Wenneke Bombeld, kom je er achter dat ze een of andere mierenneuker is die niks te doen heeft behalve boeken afkraken.
Ik vind de eerste recensie veel beter dan de tweede, en niet alleen omdat er zo veel kritiek op het boek wordt gegeven in de tweede recensie. Ik vind dat de eerste een veel beter beeld geeft van het boek.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

4696

reacties

ik hou van jullie
door Ed (reageren) op 27 april 2011 om 19:11

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Kees van der Pol zeker weten goedZeker Weten Goed
Kees van der Pol Docent8.1
Saskia 4e klas vwo7.3
anoniem6e klas vwo7.1
Milou de Bruijn5e klas vwo6.9
Boompjess 4e klas havo7.0
Meer verslagen ›

Verbieden?

Het gebruik van smartphones op de fiets moet verboden worden.