Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Spiegels

Ingrid Hoogervorst

2005

316

3 uit 5

8.0 / 10
Docent
Gebruikte editie
"Spiegels" is de tweede roman van Ingrid Hoogervorst. Deze roman verscheen in oktober 2005 bij de Bezige Bij te Amsterdam. Op de kaft staat een foto die genomen is door de bekende fotograaf Ed van der Elsken. Hij verbeeldt een scŤne uit de zeventiger jaren: de tijd waarin het belangrijkste deel van de roman speelt. Het boek telt 316 paginaís.

Genre
"Spiegels" is een psychologische roman over de jaren zeventig, over communicatie tussen de seksen, maar ook over de ontwikkeling van een jonge vrouw. Het gaat misschien te ver om de roman daarmee een ontwikkelingsroman te noemen.

Geschikt voor...
Gezien de complexe vertelstructuur en de complexe thematiek is "Spiegels" geen gemakkelijke roman om te lezen. Hoogervorst schrijft wel in een mooie stijl en heeft geen seksueel heftige scŤnes nodig om een fatale liefde uit de zeventiger jaren in Amsterdam te beschrijven, wat knap te noemen is. Er zit voldoende spanning in de roman om naar het einde toe te lezen, maar het verdient wel noodzaak om het boek binnen een redelijke tijdspanne uit te lezen, anders raak je als lezer de draad kwijt. Ik vind het meer een boek voor vwo-kandidaten, hoewel een geroutineerde en belezen havo-leerling de roman wel voor zijn lijst zou kunnen lezen. Voor vmbo-leerlingen is de roman niet spannend genoeg en te moeilijk.

Flaptekst
Hartje Amsterdam, 1975. Sera Soetebier ontmoet in een cafť de oorlogscorrespondent SalÚ Winnik en raakt hevig verliefd. SalÚ blijkt echter een ondoorgrondelijke minnaar en gaandeweg begint Sera zich af te vragen wat hij van haar wil. Ze komt op het spoor van een mysterie, dat haar regelrecht leidt naar het schrijnende verleden van haar vader, een oud-verzetsstrijder. Dan wordt haar vader ook nog eens slachtoffer van een onopgehelderd ongeluk...
Spiegels speelt tegen de achtergrond van de onstuimige jaren zeventig, toen de zekerheden van vorige generaties waren afgeschaft en de totale vrijheid scheen aangebroken. Deze fascinerende roman laat zien hoe de samenleving met zijn opgelegde solidariteit decennia na de oorlog nog steeds gebukt ging onder de afweging 'goed' of 'fout'.


Motto en opdracht
De roman is opgedragen aan Gerard Hoogervorst.

Er zijn twee mottoís:
1. It is only shallow people who do not judge by appearances. (Oscar Wilde)
("Het zijn slechts oppervlakkige mensen die niet naar uiterlijk schijn oordelen")
2. Een roman is geen bekentenis van de auteur, maar een onderzoek naar het menselijk leven in de val die de wereld is geworden. (Milan Kundera)

Structuur en verhaalopbouw
De roman wordt verteld in 5 delen die alle weer onderverdeeld zijn in niet genummerde en ongetitelde hoofdstukken. Ook de delen hebben geen titel. Aan het eind is er een epiloog van twee bladzijden. De roman wordt niet-chronologisch verteld. Dat is in het begin nogal verwarrend. De flashbacks worden associatief met elkaar verbonden. De hoofdfiguur denkt ergens aan en meteen daarop wordt de lezer in een flashback "meegnomen". Er ontstaat daardoor een nogal chaotisch geheel van tenminste drie tijdlagen die door elkaar heen worden verteld. Dat komt wel overeen met de gemoedstoestand van de hoofdfiguur en de tijd waarin de roman speelt.


Perspectief
De roman wordt verteld door de middentwintiger Sera Soetebier, die in Amsterdam leeft en Nederlands studeert in een heftige periode van de zeventiger jaren. Het is een roman in de ik-vorm in de o.v.t. (dus een achterafvertelster).
We leren door middel van deze vertelvorm de gevoelens en gedachten van de hoofdfiguur kennen.

Titelverklaring
Er komen vrij veel momenten met spiegels in de roman voor. Zo ontmoet Sera in het begin van de roman haar fatale liefde SalÚ in een cafť waarin allemaal spiegels staan opgesteld. (blz. 23) Maar het gaat natuurlijk allemaal om een veel symbolischer manier om in de spiegel te kijken. Sera is in veel opzichten een bijzondere vrouw met een aantal verschillende gezichten die ze heeft als gevolg van de verschillende rollen die ze in het leven speelt (ze gedraagt zich anders in de liefde tegenover SalÚ dan in haar houding op de universiteit en die is weer anders dan de houding die ze als kind van de joodse vaderheld Julius heeft). In elk mens schuilen goede en minder goede kanten en de spiegel is het middel bij uitstek om te bekijken welke zijde je op dat moment laat zien.

Er is een relatie te leggen met de zelfportretten die in deze roman ook een belangrijke rol spelen. Bij een zelfportret kijk je immers ook naar je zelf op een bepaalde manier: Rembrandt heeft veel zelfportretten gemaakt en het is natuurlijk niet toevallig dat de antiekhandelaar Julius Soetebier een portret van Rembrandt heeft aangetroffen, dat hem grote rijkdom verschaft. Ook het eerste vriendje van Sera, de kunstenaar Broes, maakt in een bepaalde periode van zijn leven zelfportretten. Er zijn immers duizenden manieren om naar jezelf te kijken. Opvallend vaak komen in de roman spiegels voor: steeds gaat het om hetzelfde motief. Wat voor persoonlijkheid zie je op dat moment in de spiegel.

Tijd en decor
Het decor wordt gevormd door het Amsterdam van de jaren zeventig. Sera, de hoofdfiguur, studeert er Nederlands in de tijd van de studentenprotesten. Het is een vrij chaotische tijd, waarin de babyboomers opgroeien. De studenten protesteren allemaal voor een democratischer beleid aan de universiteit, maar Sera wil eigenlijk gewoon Nederlands studeren omdat ze boeken lezen (en wel van naturalistische romans) zo leuk vindt. De andere studenten houden er links marxistische opvattingen op na. De gevolgen zijn desastreus, de studenten grijpen de macht en datgene waartegen ze ten strijde willen trekken, praktiseren ze zelf: macht, corruptie.

In de roman zijn enkele duidelijke tijdlijnen te trekken die overeenkomen met de verhaallijnen van de roman.
Er is een lijn van het "nu": de aankondiging dat haar vader een aanrijding heeft gekregen: dat is in de eerste week van 1976. Deze lijn eindigt met de begrafenis van haar vader.
Een tweede verhaallijn die daaraan kort vooraf gaat, is de tijdlijn van juli 1975 tot en met december 1975: de ontmoeting met SalÚ en de periode dat Sera en hij een relatie onderhouden.
Een derde verhaallijn betreft de tijd die Sera doorbrengt met de student Broes Smulders. Ze ontmoet hem op 10 mei 1968 en de relatie duurt in ieder geval tot ruim na 6 september 1972 (de dag waarop Ajax tegen Independiente voor de Wereldbeker speelt: de moord op Elise en de zelfmoord van Eddy). Maar ook daarna brengt Sera nog een tijdje door met Broes (in zijn zelfportrettenperiode) totdat hij haar zijn overspelige relaties opbiecht. We zitten dan waarschijnlijk in 1973. Een jaar later ontmoet ze hem nog eens, maar dan wordt er nog niet gesproken over haar relatie met SalÚ. Die ontmoeting vindt waarschijnlijk plaats in 1974. Daarna is er verspringing van ruim een jaar in de tijd tot aan de ontmoeting met SalÚ.

Thematiek
De thematiek in deze roman van Hoogervorst is meervoudig. Het is daarmee een vrij gecompliceerde roman.
Spiegels is het boek waarin de hoofdpersonen op zoek gaan naar hun identiteit. De spiegel is daarvan het symbool. (zie ook titelverklaring) Wie zichzelf vaak in de spiegel ziet, zal vele keren een andere kant van zichzelf onder ogen moeten zien. Mensen spelen nu eenmaal veel verschillende rollen in hun leven. Zo is Julius Soetebier tijdens de oorlog een helper van joodse kinderen, maar in zijn rol als vader na de oorlog schiet hij enigszins tekort, in zijn rol als antiquair is hij heel goed zoals blijkt uit de afscheidswoorden bij zijn begrafenis, maar tijdens zijn loopbaan heeft hij toch op minder fraaie wijze een onbekend zelfportret van Rembrandt te pakken gehad. Ook de hoofdpersoon Sera speelt enkele rollen: een onzeker meisje dat aan de studie Nederlands begint, een zelfbewuste vrouw die het cafť aan het begin van de roman binnenstapt, de liefhebbende dochter die aan het sterfbed van haar vader zit en de twijfelende minnares van een man die zich niet volledig aan haar durft te geven.
Spiegels gaat over de verhouding van het vrije individu versus het collectief met zijn opgelegde waarden en normen. De hoofdpersoon Sera Soetebier zoekt naar haar eigen weg, naar eigen waarden en normen die ze kan stellen tegenover het groepsbewustzijn c.q. de ideologie van de groep. Dat is o.a. te zien in de verhoudingen bij de studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft een heel andere opvatting over de studie literatuur dan de nieuwe lichting studenten die de chaos op de universiteit als norm nemen en zelf de normen voor de studiewaardering stellen. De schrijfster maakt deze collectieve norm (links-marxistisch getint) toch wel min of meer belachelijk. Een ander voorbeeld van het individu tegenover het collectief is de opvatting die Sera erop nahoudt met betrekking tot de relaties met mannen. Ook die is min of meer ouderwets in de ogen van de nieuw opkomende vrouwengeneratie waartoe haar studievriendin Loes behoort. Het feminisme breekt door, maar of die stroming haar zegeningen zal brengen, valt sterk te betwijfelen. De strijd tussen de seksen begint inderdaad omstreeks de jaren zeventig.
Spiegels gaat ook over solidariteit en loyaliteit van het kind naar de ouders. Sera moet aan het eind van de roman een keuze maken: wil ze de waarheid boven tafel hebben en moet ze daarvoor haar vader verraden? Kinderen hebben altijd een aangeboren loyaliteit ten opzichte van hun ouders, waar een buitenstaander altijd buiten blijft. Seraís vader is in de oorlog een held geweest, maar na de oorlog heeft hij op een onrechtmatige manier een echt zelfportret van Rembrandt gekregen dat hem stinkend rijk heeft gemaakt. Het lijkt alsof de Rembrandt eigendom geweest is van de familie van de man op wie Sera verliefd geraakt is. Moet ze nu koste wat het kost de waarheid boven tafel halen en zo haar vriend recht in de ogen kijken of heeft haar vader recht op haar gevoel van loyaliteit?
Een ander thema is zwijgen en verzwijgen. De huidige generatie mensen wordt gevormd door kinderen van mensen die niet gewend zijn over hun emoties te praten, van zwijgers, maar ook verzwijgers, zeker in het licht van de WO II. Julius Soetebier wil eigenlijk zijn emoties over zijn rol in de WO II niet prijsgeven. Hij blijft ook na de oorlog in gevecht met de naziís. Hij waarschuwt zijn kinderen voor allerhande gevaren, maar meer dan goed voor hen is.
In Spiegels wil Ingrid Hoorgervorst de schaduwzijde van de vrijheid laten zien op het gebied van onze sterkste emotie: de liefde. De eis van volstrekte vrijheid, zelfontplooiing en exploratie van creativiteit botst met de liefde, waarin we altijd op zoek zijn naar exclusiviteit, intimiteit en veiligheid. Deze strijd komt tot uitdrukking in de relatie die ze heeft met SalÚ. Hij wil alleen in het heden leven en zijn liefde niet laten binden door de regels van de samenleving. Hij wil liefde in volledige vrijheid: de liefde van het nu, niet die met het oog op de toekomst. Dat botst met de opvattingen van Sera. Ook de opvatting van de liefde die Broes Smulders heeft (vrije seks met iedereen) botst met de normen die Sera zelf over liefde koestert.
Een laatste thema is de opvatting die in het boek doordesemd zit: aan elk mens kleven goede zijden en minder goede kanten. Zelfs de kindermoordenaar die in het verhaal anekdotisch wordt opgevoerd, heeft zijn goede kanten. Zo heeft ook haar Seraís vader Julius zijn goede en zijn slechte kanten: in de oorlog heeft hij kinderen van de dood gered, na de oorlog wordt hij rijk door een verkeerde handeling. Broes Smulders heeft zijn goede eigenschappen, maar aan het einde blijkt toch ook dat hij Sera behoorlijk verraden heeft. Salo blijkt een bizarre minnaar die niets van zijn privť-leven wil prijsgeven, maar hij heeft in zijn werk ook heel goede eigenschappen: hij is een uitmuntend oorlogsverslaggever die meer risicoís durft te nemen dan zijn collegaís. Deze thematiek van Hoogervorst doet wel enigszins Hermansiaans aan.
Literair-historische motieven die in de roman voorkomen:
- zelfmoord (Eddy en de moeder van SalÚ)
- seksualiteit (tussen Broes en Sera, tussen Sera en SalÚ, tussen Broes en veel minnaressen)
- de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog
- het familiegeheim
- de queeste
- de jaren zeventig en het opkomende feminisme

Samenvatting van de inhoud
Het is heel moeilijk om een samenvatting van de roman in chronologische volgorde te geven, omdat de gebeurtenissen in de vertelling allemaal zo door elkaar heen lopen.

In Deel I (blz. 11-85) dat bestaat uit 10 hoofdstukken, maken we kennis met een aantal figuren die in het leven van Sera Soetebier een rol speelt. Ze ontmoet SalÚ Winnik in een Amsterdams cafť, een aantal maanden voordat de roman een aanvang heeft genomen. Op de dag namelijk dat de roman begint (januari 1976) is de vader van Sera, Julius Soetebier, aangereden door een auto en de chauffeur is doorgereden. Hij is ernstig gewond het ziekenhuis binnengebracht, nadat hij Ďs morgens vroeg op weg naar zijn antiekwinkel is aangereden. Van hem komen we te weten dat hij in de oorlog een held is geweest: hij heeft honderden joodse kinderen van de concentratiekampen gered. Hij wilde eigenlijk voor arts studeren, maar dat is er niet van gekomen.

Na de oorlog heeft hij het vertrouwen in de mensheid compleet verloren. Zo waarschuwt hij zijn beide dochters (Sera heeft nog een zus Esther) voor de gevaren die ze op hun weg kunnen tegenkomen. Julius is in de antiekhandel gegaan en hij heeft grote rijkdom vergaard met eigenlijk een illegale handeling. Bij het opkopen van een inboedel had hij ook een ouderwets bureau gekregen waarin een dubbele wand was aangebracht. In die ruimte zat een zeer kostbaar zelfportret van Rembrandt, dat uit de lijst was gesneden. In de oorlog werd wel vaker op die manier geprobeerd een kunstwerk uit handen van de naziís te houden. Hij had verder niets laten blijken en het schilderij voor veel geld kunnen verkopen. Ze waren daarna naar een veel groter huis verhuisd. Maar Sera beseft dat het leven van hun gezin op het drijfzand van de leugen is gebouwd ( blz. 60).

Sera ontmoet de oorlogscorrespondent SalÚ Winnik in juli 1975 in het bovengenoemde cafť met de spiegels. Hij heeft een nogal negatieve levensinstelling gekregen door de dingen die hij over de gehele wereld tijdens het verslag leggen van oorlogssituaties heeft gezien. Daarover praten zij in het cafť. Ook beschrijft Sera op dat moment over stelletjes die in het cafť zitten en er een bepaalde verhouding op na houden. Het zijn vaak aanleidingen om een flashback te kunnen vertellen. Op het moment dat ze na afloop van een heel lange avond samen stappen naar het huisje van Sera zouden kunnen gaan om seks te hebben, haakt SalÚ ineens af.

In dat deel I wordt ook verteld over de creatieve vriend Broes Smulders die Sera op 10 mei 1968 voor het eerst ontmoet. Het is eigenlijk een tienerverkering, maar ze maken leuke dingen mee. Broers maakt allerhande creatieve dingen, maar bij de moeder van Broes maakt Sera zich niet al te populair omdat ze sommige dingen nogal stevig onder vuur neemt (bijv. de bontmantelliefde van Broes' moeder) De moeder onderhoudt een relatie met een rijke man die ze vooral in Zwitserland ontmoet, wat Broes en Sera de gelegenheid geeft om elkaar ook op fysiek gebied te leren kennen. Julius kan vrij goed opschieten met Broes.

In de laatste hoofdstukken van deel I wordt nog gesproken over de studie Nederlands waarmee Sera begonnen is. Het is de tijd van de democratisering bij de universiteiten en vele colleges monden uit in flauwekulzaken. Sera is Nederlands gaan studeren omdat ze van het lezen van romans (naturalistische wel te verstaan) houdt, maar na een jaar is ze nog niet veel wijzer geworden.

Deel II (blz. 89-159) bestaat uit 7 hoofdstukken. In dit deel wordt weer een tipje van de oorlogssluier van Julius opgelicht. Het blijkt dat Chella, Seraís moeder, ťťn van de joodse kinderen is geweest die in de oorlog door Julius Soetebier van een bijna zekere dood zijn gered. Hij had haar weten te behoeden voor deportatie naar de kampen door haar in Amsterdam op een zolder verborgen te houden. Na de oorlog was ze weer teruggekomen en hij was met het heel knappe meisje van toen (in de oorlog was ze 15 jaar geweest) getrouwd. Zelf is hij op dat moment ongeveer vijf jaar ouder. Chella kan zijn oorlogstrauma dus wel heel goed begrijpen.

Met de studie Nederlands van Sera blijft het een vreemde zaak: ze ontmoet ook een meisje (Loes) dat haar "proletarisch leert winkelen". Sera gaat bij een verzekeringskantoor werken, omdat er op de universiteit te veel studenten zijn en ze tijdelijk van lessen wordt vrijgestel. Het is een beetje vreemd te moeten lezen dat het meisje dat in deel I heel zelfbewust het cafť binnenstapt waar ze SalÚ ontmoet, in deel II een stotterend meisje is dat nauwelijks de telefoon op haar werk durft te pakken. Via een uitzendbureau wordt ze dus geplaatst bij een vreemd kantoor, waar ze met twee directeuren te maken heeft, die elkaar nooit zien (als de een komt, is de ander weg). Het werk dat ze doet, lijkt ook niet al te zinvol en op een dag lijkt het alsof er een afrekening in de onderwereld plaatsvindt met de ene directeur. Ze gaat in die tijd nog steeds met Broes om die het handig heeft aangepakt en zijn moderne kunstproducten slim aan de man weet te brengen.

Intussen gaat ook het heden verder en vertelt ze van haar ontmoetingen met de toch wel enigszins vreemde SalÚ Winnik. Hij heeft natuurlijk veel meer levenservaring dat zij heeft en ze is toch in zekere zin geestelijk afhankelijk van hem. Hij geeft steeds aan dat hij zich niet wil binden aan een vrouw. Ook haakt hij af wanneer Sera vragen over zijn verleden stelt (bijvoorbeeld over de dood van zijn moeder). Hij wil daarover aan haar niets kwijt.

Deel III (blz. 163-231) Er zijn 8 hoofdstukken. Ook hier zijn weer de verhaallijnen uit de vorige delen herkenbaar. In de lijn met Broes Smulders betrekken ze beiden een studentenflat in Amsterdam. Het is een gezellige gang waarop diverse kamers uitkomen. Er wordt nogal wat gefeest: wodka (geleverd door Broes) en drugs worden in ruime mate genuttigd. Een keer komt er een jongen van Indische afkomst, Eddy, op de gang wonen. Hij is erg goed gebekt en ťťn van de andere studentes Elise wordt verliefd op hem. Maar de relatie duurt niet al te lang, want Elise valt daarna weer op een psycholoog. Eddy kan dat niet verkroppen en gaat zich steeds vervelender (een beetje stalkerig) gedragen. Elise vraagt Broes' hulp: die blijft nachten met haar "praten", maar het komt toch tot een dramatisch einde. Op 6 september 1972 speelt Ajax voor de Wereldbeker tegen Independiente uit ArgentiniŽ. In de pauze van de wedstrijd heeft Elise nog een keer afgesproken met Eddy. De overige kamerbewoners horen kort daarna een harde gil. Eddy heeft uit wraak Elise met messteken vermoord en springt daarna uit het raam.

Wat de studielijn betreft, blijft het allemaal een warboel. De studenten hebben nog steeds alles in hun eigen hand. Wanneer er werkgroepen worden opgericht, waarvan Sera deel uitmaakt, is ze steevast de dupe van de werkmentaliteit van andere studenten. Sommige studentes doen helemaal niets, maar blijken een dusdanige relatie (soms een seksuele) met een docent erop na te houden, dat de eindbeoordeling van een project voor hen toch een verrassend hoog cijfer oplevert. De studievriendin Loes gaat inmiddels helemaal de kant op van het feminisme: mannen moeten niet langer de macht over vrouwen hebben. Sera is die mening toch niet helemaal toegedaan.

Wat de lijn met SalÚ betreft, merkt Sera dat hij al eerder een relatie met vrouwen heeft gehad. Maar ook hier wil hij niet op ingaan. Wel neemt hij haar op een dag mee naar zijn tante Julia. Wanneer hij even weg is, vertelt Julia dat SalÚ's moeder zelfmoord gepleegd heeft en dat zijn vader er met een andere vrouw vandoor gegaan is. Op de terugweg wil SalÚ er opnieuw niet over praten. Wel toont hij belangstelling voor de antiekwinkel van Julius en hij suggereert dat sommige antiekhandelaren verboden spullen vanuit de oorlog opkopen. Sera begint er iets achter te zoeken. Zou SalÚ misschien op zoek zijn naar de verdwenen Rembrandt en daarom met haar contact onderhouden? Aan het einde van het deel geeft SalÚ aan dat hij voor zijn werk naar Polen moet om een vrouw te interviewen die zich in de oorlog heeft onderscheiden. Sera biedt haar vaders hulp met betrekking tot zijn relaties in Polen aan, maar SalÚ wijst die categorisch af. Wel geeft hij aan dat ze de komende weken een vrij bestaan heeft, nu hij weg is. Opnieuw geeft hij aan zich niet aan ťťn vrouw te willen binden. Hij wil niet naar het verleden kijken en niet naar de toekomst. Je moet nu leven.

Deel IV (blz.235-295) heeft 9 hoofdstukken.
Met Broes gaat het een tijdje minder goed: hij wordt ontslagen op zijn werk als striptekeningenmaker voor een tekenfilm, waarvoor hij zich eigenblijk ook te goed acht. Hij werpt zich in die periode helemaal op het maken van zelfportretten: hij heeft dat idee overgenomen van Rembrandt naar wiens werk hij vaak in het Rijksmuseum is gaan kijken. Voor het maken van de zelfportretten heeft hij spiegels nodig die hij in zijn werkruimte dan ook plaatst. "Je kijkt en je ziet steeds een ander", zegt Broes waarmee hij dicht aan een thema van de roman raakt. In elk mens zijn steeds verschillende persoonlijkheden te zien. Soms doe je dingen goed, soms doe je dingen fout. In elk mens schuilen goede en slechte dingen.

Ter illustratie hiervan is er dan in de roman het verhaal van de man die in die jaren twee kinderen in Amsterdam vermoordt: het is een vriendelijke man die zelf vier kinderen heeft en kinderweekbladen aan de man brengt. Hij lokt twee kinderen met smoesjes met zich mee en wurgt ze. Het is een man met wie je een biertje zou gaan drinken, zegt een van de politieagenten later. Door middel van een aantal krantenberichten vlecht de schrijfster deze kwestie in haar roman.

Terwijl SalÚ in Polen zit, hoort Sera helemaal niets van hem. Chella vraagt haar op een keer langs te komen en dan hoort ze van haar moeder wanneer ze hem over SalÚ heeft verteld, dat haar vader zich de laatste tijd achtervolgd voelt. Er komt een man in zijn zaak die navraag over allerlei zaken doet en Julius voelt zich niet op zijn gemak. Sera vraagt aan haar moeder of ze weet waar Julius altijd de antieke spullen de antieke spullen vandaan haalt. Ze begint steeds meer een relatie te vermoeden tussen de door Julius aangetroffen Rembrandt en de familie van SalÚ.

In de verhaallijn met Broes komt een kentering. Sera betrapt hem op een avond met een kunstgaleriehoudster in bed. Het is de deksel die daarna van de beerput komt: Broes gooit een emmer minnaressen tijdens zijn relatie met Sera leeg: studenten op de gang, Karin de sociologe, haar vriendin Loes, haar vriendin Madeleine en als klap op de vuurpijl bekent Broes een seksuele relatie met Elise. Het is natuurlijk meteen einde verhaal voor de relatie tussen Elise en Broes. Een jaar later zoekt hij nog een contact met haar: hij heeft spijt van wat hij gedaan heeft: Sera is altijd de enige echte vrouw voor hem geweest, maar het kan natuurlijk niets meer worden tussen hen.

De studie Nederlands blijft een hopeloze toestand: wanneer Sera een tentamen wil maken, wordt dat door een docente onmogelijk gemaakt, omdat er een actiedag is belegd. De traditionele hoogleraren worden gek van de situatie. Later ontmoet Sera er nog ťťn, die aangeeft dat hij in die tijd zelfs nog eens op zijn vakantieadres bedreigd werd.

Haar zuster Esther waarschuwt haar voor de relatie met SalÚ. Die is inmiddels de hele maand oktober al in Polen (noot van de samensteller van dit boekverslag : hier maakt Hoogervorst een foutje. Op blz. 225 kondigt SalÚ op een novemberavond aan dat hij naar Polen gaat, op blz. 268 verkeert hij er al de maand oktober). Esther geeft ook aan dat ze zich niet aan de man moet binden die geen relatie met haar wil, maar haar min of meer gebruikt wanneer het hem uitkomt. Na een feestje van haar werk (ze past op in een klein theatertje) gaat Sera naar bed met een saxofonist. Ze doet erg haar best in bed, maar eigenlijk wil het niet goed lukken. Pal daarop die dag belt SalÚ op met de mededeling dat hij terug is en dat hij haar graag wil zien. Ze eindigen natuurlijk in bed: Sera heeft geen schuldgevoel, want haar affaire met de saxofonist stelde niets voor. Ze vrijen heerlijk met elkaar en Sera krijgt opnieuw het gevoel van warmte terug.

Op 31 december 1975 gaat Sera Oud en Nieuw vieren bij haar ouders. Ze is van plan haar vader dingen te vragen over de Rembrandt. Maar hij wil op de hele zaak niet ingaan. Je hebt niet altijd het recht om alles te weten: ieder mens heeft zijn geheim. Wel vertelt Julius een verhaal over een film met de titel SalÚ van Passolini. Die regisseur verfilmt een boek van De Sade met een verwijzing naar het fascisme van Mussolini. Het kan dan ook geen toeval zijn, vindt hij, dat Winnik zich SalÚ noemt. Een paar dagen later (eerste week januari 1976) wordt Julius aangereden.

Deel V (blz. 299-311): 2 hoofdstukken. Na het zien van een film over een reporter die ook alweer verschillende gezichten had (thuis en onderweg) gaat Sera naar SalÚ en ze wil opnieuw met hem praten over hun relatie. Ze vraagt hem o.a. weer of hij nu echt op haar gevallen is of omdat hij achter de waarheid van haar vaders winkel wil komen. SalÚ geeft aan dat er een familiemythe is waarbij er een verdwenen Rembrandt in de familie zou zijn, maar dat hij geen aanwijzingen heeft gekregen dat dit inderdaad zo was. Dan vertelt Sera hem dat er wel een Rembrandt was. SalÚ reageert daar niet op. Op een nieuwe vraag van Sera geeft SalÚ weer een ontwijkend antwoord: in de liefde is er geen waarheid. Dan verdwijnt Sera uit zijn leven. Angst is het geheim van ons bestaan, vindt ze. Nu ze het geheim van de Rembrandt aan SalÚ heeft opgebiecht, voelt ze zich dan ook erg opgelucht.

De apparatuur aan het bed van haar vader wordt door de doktoren stopgezet: hij heeft geen kansen meer. Hij overlijdt kort daarop en krijgt een mooie begrafenis. Veel mensen uit de oorlog die hij geholpen heeft, zijn aanwezig. Sera heeft er vrede mee dat hem een ziekbed bespaard is gebleven. Ze stuurt nog een bos rozen naar het adres van SalÚ, maar die woont er al niet meer. Ze bezoekt nog een keer zijn tante Julia, maar dat bezoek levert tot haar grote teleurstelling ook niets op. Bij thuiskomst vindt ze een briefkaartje met een plaatje van een treinstation. SalÚ wenst haar veel geluk toe, al heeft hij nog nooit sporen van geluk gezien.

Epiloog (blz. 315-316)
Sera hoort enkele jaren later van een man die destijds in het cafť met de spiegels aanwezig was waar ze SalÚ voor het eerst ontmoette, dat de oorlogscorrespondent omgekomen is bij het maken van een reportage over de Argentijnse junta. Hij was door een lid van de Argentijnse regeringspartij verraden, maar SalÚ nam nu eenmaal altijd iets meer risico dan de rest van de ploeg. Hij had een foto bij zich die Sera van hem genomen had: die waarop hij stond met de verliefde ogen. Hij droeg die altijd bij zich, zegt de vriend van SalÚ. Wie hen zo had zien zitten, zou kunnen denken dat zij en de man een relatie hadden. De spiegels van het cafť registreerden hun bewegingen.

Recensies
Van de drie landelijke dagbladen nam tot dusver alleen De Volkskrant op 9 december 2005 een recensie van de roman op. Clara Strijbosch geeft in een korte recensie haar mening weer: "Met andere episoden en figuren uit het leven van Sera is het verband minder duidelijk. Sommige scŤnes uit haar jaren met haar eerste vriendje en het verblijf op een studentenflat (die stinkt naar bakvet en vuile sokken) zijn trefzeker beschreven, maar ze blijven als los zand door de roman dwarrelen.
Wat het boek bij elkaar houdt, is de laatdunkende en geŽrgerde kijk van Sera op het volwassen worden in het Amsterdam van de jaren zeventig. Hoogervorst schildert bij monde van Sera de stad in deze 'jaren waarin alles kon' af als een poel des verderfs, waarin zorgeloosheid machtspolitiek en verrotting woekeren. De enige die in dit spiegelparadijs van verwrongen geesten een beetje normaal is, is Sera zelf: 'Ik ben Šnders'.
Hoe weinig je kunt weten wat er achter de verschijningen schuilgaat, is het onderwerp van Spiegels, en Sera heeft een lange weg af te leggen om dat te begrijpen. Jammer dat ze daarbij na veel geworstel tot waarheden komt die zo algemeen zijn dat ze niet veel zeggen. Ze concludeert: mensen zijn 'het ene ogenblik goed en het volgende kunnen ze slecht zijn. Iedereen maakt fouten. Goede mensen doen ook verkeerde dingen'.
Na haar barre ervaringen met haar vader en haar minnaar moet ze besluiten dat de dingen niet zijn wat ze lijken: 'Erachter schuilt het verraad. Nee, dat was het niet, de dingen zijn uitsluitend wat ze lijken. En erachter is niets'. Spiegels blijft voor een groot deel hangen in de verschijningsvormen. Dat die soms aantrekkelijk zijn, is mooi en meegenomen, maar het maakt van een aantal geslaagde scŤnes nog geen roman."


Over de schrijfster
Ingrid Hoogervorst groeide op in Amsterdam-West, studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam en was lerares Nederlands op het Gymnasium te Hilversum. Spiegels is de tweede roman van Ingrid Hoogervorst. De auteur debuteerde in februari 2003 succesvol met de roman Woede, eerder publiceerde zij de interviewbundel Vreemdeling in eigen landschap. In de pers wordt vrij goed gereageerd op het debuut van de nieuwkomer.
Van 1991 tot 1993 was Ingrid Hoogervorst literatuurcriticus van De Limburger. Sindsdien is zij criticus voor De Telegraaf.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

6079

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Kees van der Pol zeker weten goedZeker Weten Goed
Kees van der Pol Docent8.0
Meer verslagen ›

Wat doe jij om het plastic in de oceaan te verminderen?