Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Max Havelaar

Multatuli

1860

328

4 uit 5

6.3 / 10
5e klas vwo
  • Wouter Verloop
  • Nederlands
  • 3838 woorden
  • 27489 keer
    5 deze maand
  • 26 mei 2003
Motivatie
Ik ben het boek gaan lezen omdat het in de lessen Nederlands vaak onderwerp van gesprek was. De fragmenten die ik in het boek Laagland las spraken me niet aan, maar omdat we er zoveel over praatte en omdat het zeer werd aangeraden ben ik het uieindelijk toch maar gaan lezen. Uit de fragmenten had ik al opgemaakt dat het niet echt spectaculair zou zijn. Het leek me heel langdradig ik vroeg me af of dat heel het boek zo was. Ik ben het dus niet gaan lezen omdat het me een leuk boek leek maar omdat het gewoon op mijn lijst moet staan en ik hoopte dat het een beetje mee zou vallen.

Samenvatting
Het boek Max Havelaar is ingedeeld in twintig genummerde hoofdstukken, die later zo zijn ingedeeld door Jacob van Lennep. Hoofdstuk 1 tot en met 4 zijn geschreven door Batavus Droogstoppel evenals hoofdstuk 9 en 10. De rest van de hoofdstukken gaan over Max Havelaar als "assistent resident" in Lebak. Zij worden op papier gezet door Stern en zijn geschreven door Sjaalman. Hoofdstuk 20 wordt geschreven door Multatuli zelf. Het verhaal begint met een inleiding van Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie en wonende op de Lauriergracht no.37. Hij wil een boek schrijven over de koffieveilingen, zonder tierlantijn, puur vanuit het verstand. Hij vertelt ons dat hij een vroegere kennis is tegengekomen die in plaats van een winterjas een soort sjaal om zijn schouders heeft. Hij noemt hem daarom Sjaalman. De dag na de ontmoeting krijgt Droogstoppel een pakket thuisgestuurd. Er zit een briefje bij van de Sjaalman of Droogstoppel hem wil helpen het boek uit te geven, eigenlijk wil Droogstoppel dit niet, maar als hij merkt dat het over koffie gaat, besluit hij dat hij best wat van Sjaalman in zijn boek kan opnemen. Aangezien het allemaal losse flodders zijn, geeft hij zijn voluntair Stern de opdracht zich bezig te houden met het aaneen schrijven van het boek. De titel zal luiden: "De koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy". Droogstoppel zal de solide hoofdstukken voor zijn rekening nemen! In hoofdstuk 5 begint dan het verhaal over Nederlands Indie uit het pak van Sjaalman, geschreven door Stern dat gaat over Max Havelaar. Havelaar is de nieuwe "assistent resident" te Lebak. Hij houdt een toespraak voor de hoofden te Lebak waarin hij vertelt dat hij op de hoogte is van al het onrecht dat de Javanen is aangedaan en dat hij zal proberen dat zo goed mogelijk te bestrijden. Hij weet van al deze zaken door zijn voorganger Slotering die alles heeft opgeschreven. Ook zijn controleur Verbrugge is hiervan op de hoogte en die weet ook dat Slotering waarschijnlijk vergiftigd is omdat hij iets tegen dit onrecht wilde doen. De grote boosdoener is de regent de Adhipathi Karta Nata Negara. Iedereen weet dat hij zijn macht misbruikt, maar niemand doet er wat aan. Dan onderbreekt Droogstoppel het verhaal en vertelt dat het hele verhaal van Havelaar niemand zal boeien. Hij geeft Stern opdracht iets beters te zoeken en deelt hem tevens mede dat hij het met al die poŽzie helemaal bij het verkeerde eind heeft: allemaal onzin. Zelf geeft hij wat passages uit de preek van dominee Wawelaar. In de volgende hoofdstukken wordt o.a. het verhaal van de Japanse Steenhouwer vertelt waaruit blijkt dat de mens niet steeds naar meer moet verlangen. Havelaar gaat zich steeds meer storen aan het feit dat de regering niets doet aan de Adhipathi. Ook krijg je langzamerhand een beetje meer over Havelaar te weten door verhalen die hij vertelt. Dan kondigt Stern het verhaal van Saidja en Adinda aan en verontschuldigd zich voor de eentonigheid ervan. Saidjah en Adinda: Saidjahs vader heeft een buffel waar Saidjah erg aan gehecht is. De buffel wordt afgenomen door de regering. Saidjahs vader koopt een nieuwe buffel omdat hij de landrente moet terugbetalen en dus voldoende moet werken. Maar ook deze buffel wordt weer afgenomen, dit gebeurt 4 keer. Een van de buffels redt zijn leven en ook deze wordt weggehaald. Saidjahs moeder sterft van verdriet en zijn vader probeert te vluchten omdat hij de landrente niet meer kan betalen. Hij wordt opgepakt en sterft. Saidjah zal later met Adinda gaan trouwen, maar Saidjah gaat eerst geld verdienen voor een buffel. Ze spreken af op een plek in het bos en ze beloven elkaar trouw te blijven tot over 3 jaar. Als Saidjah onderweg is bedenkt hij zich hoeveel hij van Adinda houdt en gaat extra hard zijn best doen om veel geld te verdienen. Als hij na 3 jaar terug komt, is Adinda niet op de afgesproken plek. Hij gaat naar haar opzoek en ontdekt dat ze er niet meer is. Hij vindt haar dan, verminkt door de kolonisten en dood zichzelf ook. In het volgende hoofdstuk blijkt het dat Slotering is vermoord. Havelaar klaagt de regent aan wegens wanbeleid en afpersing van de Javaan. Maar in plaats van lof, wordt hij overgeplaatst naar Ngawi, een nietig dorpje waar hij een beetje weggemoffeld wordt. Havelaar besluit dan zijn ontslag in te dienen. Hij gaat naar Batavia om de gouverneur-generaal te spreken, maar die heeft geen tijd voor hem en Havelaar doolt arm en verlaten rond. Dan neemt Multatuli het verhaal over. Hij heeft Stern niet meer nodig en stuurt ook Droogstoppel weg .(stik in koffie en verdwijn) Hij vertelt dat zijn doel is iedereen te laten weten hoe de Javaan wordt afgeperst en uitgebuit.


Titelbeschrijving
Max Havelaar of de koffie veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Veel 18de-eeuwse romans hadden dubbele titels. Maar bij de Max Havelaar kan het ook zo bedoeld zijn dat je het boek of als 'Max Havelaar' of als 'Koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij' leest. Veel mensen kwamen ook op de ondertitel af, omdat dat in die tijd de gewoonste zaak van de wereld was, net zo gewoon als Albert Heijn. Als men het boek dan las, met als uitgangspunt de ondertitel dan las men ook het verhaal van Max Havelaar en kwam men tot de conclusie dat het boek eigenlijk helemaal niet over de 'Koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij' gaat. Nu een verklaring voor beide:
De titel "Max Havelaar" slaat op een man genaamd Max Havelaar. Havelaar (de centrale figuur) wordt in het boek uitvoerig beschreven. De man is zo belangrijk in het boek omdat hij voor de inlanders in het vroegere Nederlands-IndiŽ opkomt.
De ondertitel "of De Koffieveilingen der Nederlandse Handelmaatschappij" is de titel die Droogstoppel (een contrast met Havelaar) aan het boek wou geven. Multatuli gaf deze ondertitel omdat in die tijd de koffiehandel veel geld opleverde voor de Nederlandse Staat.

Persoonlijke reactie
Ik was blij toen ik het boek uit had! Het begon saai en te langdradig te worden. Af en toe hoort erbij maar dit werd wel te saai. Het idee erachter om mensen aan et denken te zetten over dingen vind ik goed. Alleen je merkt gewoon dat het een oud boek is. Het is niet spectaculair genoeg om mij te boeien. Verder vind ik het wel heel reeel! Je merkt aan niets dat het nep nou kunnen zijn dus dat vind ik wel een zeer goed punt aan het boek.

Verdieping
Dan komt nu de verdieping van het boek. Ik hoop dat ik er wat aan zal hebben. Ik ga de dingen uiteenzettend vertellen zoals in Laagland gevraagd wordt.

Politieke achtergronden
Het boek speelt in de tijd dat het tegenwoordige IndonesiŽ een handelskolonie was van Nederland: het Nederlands-IndiŽ. In Nederland was in die tijd koning Willem III aan de macht. Nederland haalde naast rubber en thee ook koffie uit haar kolonie. De Nederlanders hadden een doordachte bestuursinrichting in Nederlands-IndiŽ geplaatst, waardoor ze de baas zouden blijven daar. Er werd onderscheid gemaakt tussen Nederlandse bestuurders en inlandse bestuurders. Aan het hoofd van de Nederlandse bestuursinrichting stond de gouverneur-generaal, die was rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de koning in Nederland. Nederlands-IndiŽ was onderverdeeld in districten, aan het hoofd van een district stond een resident. De resident werd bijgestaan door een aantal assistent-residenten (Max Havelaar was assistent-resident in het district Lebak.) Verder stonden er onder de assistent-residenten nog een aantal controleurs. Dit was de Nederlandse bestuursinrichting, er was ook een inlandse. Deze bestond uit de Indische adel. Naast de assistent-resident stond een Indische regent. Onder de regent stonden dan weer een aantal inlandse hoofden. De Nederlanders hadden natuurlijk niet voor niets zo'n ingewikkeld bestuur. Door ook inlandse vorsten aan te stellen bereikten de Nederlanders twee dingen, ten eerste zorgden ze ervoor dat ze geen weerstand ontvingen van de inlandse vorsten, die zorgden er zo juist voor dat de burgers harder gingen werken. En ten tweede had de inheemse bevolking het idee dat ze door 'hun' vorsten werden geregeerd, waardoor ze minder snel in opstand kwamen tegen de uitbuiting.

Sociaal economische achtergronden
Nederlands-IndiŽ was een kolonie van Nederland, er werd bijvoorbeeld koffie vandaan gehaald. In de kolonie werd het cultuurstelsel ingevoerd, de inlandse vorsten moesten dan een vijfde deel van de grond reserveren voor de verbouwing van producten die voor Nederland waren bestemd. Natuurlijk verdiende Nederland hier veel geld mee, de inlandse bevolking moest hard werken en kregen hier weinig voor terug. De inlandse bevolking werd onderdrukt, ze waren aan de Nederlandse en Indische hoofden ondergeschikt, ze moesten ook aan beide bestuursinrichtingen belasting betalen. De inlandse vorsten werd een deel van de winst beloofd, daarom wilden ze dat de bevolking nog harder ging werken dan eigenlijk mocht. De vorsten leefde in grote rijkdom. In het boek vertegenwoordigt Batavus Droogstoppel de schijnheilige, harde mentaliteit van de Hollandse zakenman. Er was veel onvrede onder de IndiŽrs, ze zullen later ook tegen het Nederlands gezag in opstand.

Culturele achtergronden
Max Havelaar is een boek uit de romantiek periode. Het voornaamste kenmerk van deze periode is het verlangen om zich via het gevoel zo volledig mogelijk uit te leven. Vaak schiep de schrijver zich hierbij een gefantaseerde, tweede werkelijkheid, teleurgesteld als hij was door de alledaagse werkelijkheid om zich heen. Typerend voor de romanticus was dat hij graag zijn eigen persoonlijkheid zo scherp mogelijk afbakende tegenover de Ďburgersí, die zich aan de regels en de fatsoensmoraal van de maatschappij aanpasten. Een geliefd toevluchtsoord voor de romanticus was de natuur, waar hij zich verder dan de mensen verwijderd kon voelen en dichter bij het eeuwige. Het natuurgevoel is in onze literatuur het duidelijkst verwoord in de poŽzie van Guido Gezelle. Andere mogelijkheden voor een romanticus om de werkelijkheid te ontvluchten waren het verleden, de godsdienst, humor die zich kon uiten in zelfspot, ironie en sarcasme (de laatste twee zijn o.a. kenmerkend voor Multatuli). Ook de dood fascineerde verscheidene romantici.

Literaire stroming / genre / plaats in de literatuurgeschiedenis
De roman werd in 1857 gepubliceerd, maar er zijn belangrijke namen en gegevens verwijderd en de roman is geschreven onder de naam Multatuli. Eduard Douwes Dekker (geboren 1820) heeft een aantal ambtelijke functies in IndiŽ vervult. Hij zag hoe slecht de omstandigheden daar waren. Hij trouwt in 1846 met Everdina Huberta. In 1856 wordt hij assistent-resident in Lebak. Hij dient een klacht in tegen de regent, maar dit wordt niet geaccepteerd. Hij keert terug naar Nederland en daar schrijft hij zijn roman. Daarna worden er vele herdrukken gemaakt. In 1887 overlijdt Multatuli. Andere werken die hij heeft geschreven: De bruid daarboven (1864), 7 bundels IdeeŽn (1862 tot 1877) en De geschiedenis van Woutertje Pieterse (1890).
Stroming: De roman behoort tot de stroming van het realisme. Dit is vooral duidelijk door Droogstoppel, deze is namelijk gericht op het verstand en materiŽle dingen.

Literaire opvatting schrijver en zijn oeuvre
Multatuli, pseudoniem van Eduard Douwes Dekker (Amsterdam 3 maart 1820 - Nieder-Ingelheim 19 febr. 1887), Nederlands prozaschrijver en moralist, bezocht de Latijnse school in Amsterdam en was er werkzaam op een handelskantoor. Op 18-jarige leeftijd vertrok hij met het schip waarop zijn vader kapitein was, naar Batavia, waar hij voorlopig bij de Rekenkamer tewerkgesteld werd. In 1842 werd hij benoemd tot controleur te Natal op Sumatra's Westkust, een afgelegen en arm gebied; hier werd hij zich bewust van zijn roeping de ideale bestuursambtenaar te worden. Na conflicten met de gouverneur werd hij overgeplaatst naar Padang; hier werd hij door gouverneur Michiels geschorst naar aanleiding van een vermeend kastekort. In deze tijd schreef hij het drama De eerlooze (in 1864 opgevoerd als De bruid daarboven). Sedert 1845 was Douwes Dekker werkzaam in ambtelijke functies op Java. Hier leerde hij Everdina Huberta van Wijnbergen kennen; vanuit zijn post in Krawang schreef hij haar uitvoerige 'verlovingsbrieven' vol jeugdherinneringen en zelfanalyse. Na zijn huwelijk (1846) met haar werd hij benoemd tot commies in Purworedjo en beleefde hij na 1848 gelukkige jaren als secretaris te Manado (Celebes). In 1851 werd hij bevorderd tot assistent-resident op Ambon.
De jaren van zijn (om gezondheidsredenen verlengd) Europees verlof (1852-1855) vormen een stormachtige episode, waarna hij berooid naar Batavia terugkeerde. Door persoonlijk toedoen van de gouverneur-generaal A.J. Duymaer van Twist, die zijn medeleven met de inlander waardeerde, werd hij begin 1856 aangesteld tot assistent-resident van Lebak (Zuid-Bantam), waar de bevolking door haar eigen hoofden tot onbetaalde leveranties van vee en het verrichten van herendiensten geprest werd - een misbruik waartegen zijn ambtsvoorganger, de plotseling gestorven Carolus, reeds had willen optreden. Dekker vond diens aantekeningen, kreeg nieuwe klachten en trachtte door overreding de misbruiken tegen te gaan, maar zonder succes. Een maand na zijn aankomst diende hij een aanklacht in tegen de regent Karta Natta Nagara en enkele lagere hoofden, doch zonder volledige opening van zaken te geven: bewijzen wilde hij pas leveren na verwijdering van de regent en diens handlangers. Zijn superieur, de resident van Bantam, Brest van Kempen, accepteerde dit niet en na inschakeling van het gouvernement kreeg Dekker overplaatsing. Een afkeurende kabinetsmissive had tot gevolg dat hij ontslag nam uit 's lands dienst. Zijn herhaalde verzoeken door de gouverneur-generaal te worden ontvangen, weigerde deze in te willigen. Na zijn vertrek en buiten zijn medeweten werd de aanklacht onderzocht en niet ongegrond bevonden, maar zijn inbreuk op de ambtelijke hiŽrarchie was hem noodlottig geworden.
Met hulp van zijn broer Jan, maar zonder zijn gezin, vertrok Dekker in 1857 naar Europa. Hij leidde een zwervend bestaan, o.a. in Duitsland, schreef zonder resultaat zijn brief aan de gouverneur-generaal in ruste en vond enige journalistieke arbeid in Brussel. Toen in 1859 zijn gezin overkwam en voorlopig onderkomen moest zoeken bij zijn inmiddels gerepatrieerde broer Jan, werd de toestand onhoudbaar. Om zich tegenover zijn familie te rechtvaardigen, om in een bestuursfunctie hersteld te worden en ook om de aandacht op de zaak van de mishandelde Javaan te vestigen, schreef hij binnen een maand op een zolderkamertje van een Brussels logement zijn Max Havelaar, het in een geraffineerde romanvorm gestelde relaas van zijn wedervaren, eindigend met een bewogen beroep op de koning. De schrijversnaam Multatuli (Lat. multa tuli = ik heb veel gedragen/geleden), die hij hier bezigde, had hij voor het eerst gebruikt in 1859 bij de publicatie van zijn ethische parabel Geloofsbelijdenis in het vrijdenkerstijdschrift De Dageraad.
Na vergeefse pogingen tot een acceptabel rechtsherstel bij minister Rochussen te hebben ondernomen, liet hij in 1860 de Max Havelaar verschijnen door bemiddeling van Jacob van Lennep, aan wie hij het kopijrecht had afgestaan. Hoewel deze door een dure uitgave met een verminkte en geretoucheerde tekst het onmiddellijke effect trachtte te verkleinen, maakte het werk diepe indruk. De bewondering gold echter vooral de vorm van het werk, dat als een pamflet bedoeld was; praktisch effect had het niet en rechtsherstel bleef uit. Nog bijna tien jaar bleef hij op een nieuwe ambtelijke positie hopen en inmiddels moest hij leven van de pen en van enkele voordrachten. Gescheiden van zijn in Brussel wonend gezin, trachtte hij in Amsterdam rond te komen. GeÔnspireerd door zijn nichtje Sietske Swart Abrahamsz, schreef hij er het fraai gecomponeerde werk Minnebrieven (1861) met de bekende geschiedenissen van gezag en de sprookjes.
In zijn brochure Over vrijen arbeid in Nederlandsch-IndiŽ (1862) richtte hij zich tegen de koloniale politiek van de liberalen, die zijns inziens de toestand voor de inlandse bevolking nog zou verergeren. Sinds 1862 liet Multatuli op ongeregelde tijden in losse afleveringen zijn IdeŽn verschijnen onder het motto 'Een zaaier ging uit om te zaaien'. Hiermee wilde hij de gewetens van de mensen wakker schudden, hen bevrijden van hun vooroordelen en hen opvoeden tot vrij onderzoek van alle dingen. Hij begon met zijn briljante aforismen en parabels, schreef later ook losse invallen en uitvoeriger verhandelingen, terwijl hij tevens, verdeeld over vele bundels, zijn roman Geschiedenis van Woutertje Pieterse opnam, die onvoltooid bleef, maar een briljante satire is op de omstandigheden waaronder een dichterlijk en begaafd kind uit de kleine burgerij opgroeide en onderwezen werd. De IdeeŽn groeiden uit tot zeven delen.
De invloed van Multatuli, wiens werk in verscheidene talen werd vertaald, is groot en veelomvattend geweest. Zijn Havelaar leidde tot grotere belangstelling voor de koloniŽn en op den duur tot een ethische politiek. Zijn afkeer van Kerk en godsdienst maakte hem tot een van de eerste Nederlandse verdedigers van het atheÔsme (Gebed van den onwetende, 1860, en passim in IdeŽn), terwijl hij de mensen wees op hun morele plichten ( 'De roeping van den mensch is mensch te zijn'). Hij vroeg aandacht voor de noden van de arbeider, de achteruitstelling van de vrouw, de hypocriete huwelijksmoraal, de heersende bekrompenheid en gezapigheid, het matige of slechte gehalte van Kamerleden, politici en andere 'specialiteiten', de gebreken in onderwijs, opvoeding, enz. Dit alles geschiedde in het hartstochtelijke, persoonlijke en zeer verzorgde 'levend Hollands' waarmee hij het zo conventionele Nederlandse proza radicaal vernieuwde en reeds vůůr de jaren tachtig een verjonging in de literatuur bracht. Door zijn met sarcastische humor geladen woord kreeg hij - naast vele vijanden - een grote aanhang, met name bij jongere generaties. Van het socialisme distantieerde hij zich, al had hij ook in die kringen veel bewonderaars; zijn allure was veeleer aristocratisch.
Ook na zijn dood werd zijn werk, waarin hij zo compleet aanwezig is, de inzet van veel strijd. Het gaf Mimi aanleiding zijn Brieven grotendeels te publiceren (1890 vv.), waarmee de Multatulistudie op gang kwam. De Havelaarherdenking van 1910 gaf aanleiding tot de stichting van het Multatulimuseum, welke vereniging documentatie verzamelde. In 1946 werd het omgezet in het Multatuligenootschap, dat in zijn geboortehuis aan de Korsjespoortsteeg te Amsterdam gevestigd is; dit huis is sinds 1975 Multatulimuseum. De belangstelling voor zijn werk herleefde na 1930 bij de generatie van Forum. Met name Du Perron deed de figuur Multatuli herleven met behulp van authentieke documenten (De man van Lebak, 1937; De bewijzen uit het pak van Sjaalman, 1940). Na 1945 zette het Multatuligenootschap deze arbeid voort onder zijn voorzitter Stuiveling, die in 1949 de Max Havelaar voor het eerst naar het oorspronkelijke handschrift publiceerde (de 'nulde druk'). Door hem en zijn medewerkers (Henri A. Ett, H.H.J. de Leeuwe en P. Spigt) is in 1950 een begin gemaakt met het uitgeven van Multatuli's Volledige Werken. Deel 1 tot en met 7 bevatten zijn literaire werk, in de overige delen zijn brieven en documenten bijeengebracht van en over Multatuli. De redactie van deze Volledige Werken is vanaf deel 17, dat in 1986 verscheen, in handen van H. van den Bergh en B.P.M. Dongelmans.
Honderd jaar na zijn dood, in 1987, werd op de Torensluis in Amsterdam, een standbeeld voor hem opgericht. Sinds maart 1978 verschijnt tweemaal per jaar het tijdschrift Over Multatuli.

Thema
Centraal in het boek staan de strijd tegen de uitbuiting van de bevolking van Nederlands-IndiŽ en het streven naar eerherstel voor de ambtenaar Douwes Dekker. Dit blijkt o.a. uit het volgende stukje van p. 58: ďDoch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van dat land. Ze wensten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van de bodem, en gelastten de bewoner een gedeelte van zyn arbeid en van zyn tyd toe te wyden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten van Europa. (Ö) Hij (de Inlanders) gehoorzaamt zyn hoofden, men had dus slechts deze Hoofden te winnen door hun een gedeelte toe te zeggen van de winst,ÖĒ. In dit stukje tekst worden dingen beschreven waar het boek eigenlijk om gaat: De mensen uit het Westen worden rijk van de Inlanders. Dit doen zij door de hoofden van het volk onder de knie te krijgen. Deze gaan vervolgens hun eigen volk uitbuiten.
Uit een al eerder vermeld citaat blijkt dat Havelaar wil strijden tegen deze vorm van onrecht: ďIk verzoek u nogmaals mij te beschouwen als een vriend die u helpen zal waar hij kan, vooral waar onrecht moet worden tekeer gegaanĒ (p. 111) Hier zegt Havelaar (na een toespraak aan de hoofden van Lebak) dat hij het onrecht grondig wil bestrijden.
Max Havelaar wil de mensen overtuigen dat de Inlanders worden uitgebuit en mishandeld. Om dit te illustreren schrijft hij het droevige verhaal van Saidjah en Adinda.
Een (duidelijk) fragment waaruit de bedoeling van het verhaal blijkt is het volgende: ďGoed, goed, alles goed! MaarÖ'de Javaan wordt mishandeld!í Want: wederlegging der Ďhoofdstrekkingí van myn werk is onmogelyk!
Hoe luider overigens de afkeuring van myn boek, hoe liever Ďt my wezen zal, want des te groter wordt de kans gehoord te worden. En dit wil ik!Ē (p. 299).
Verder spelen onder andere een belangrijke rol:
- vermenging van fictie en werkelijkheid (zie Compositie);
- persoonsafsplitsing en identificatie (zie Personages);
- kritiek op de maatschappij, de kerk en het kolonialisme;
- strijd tegen ongevoeligheid en wanbegrip;
- botsing van verschillende culturen;
- ambtenarij. Het bestuur van Nederlands-IndiŽ zag er als volgt uit: Gouverneur-generaal en Raad van adspirant controleur. De controleurs assistent-residenten residenten IndiŽ inlandse regent werd bijgestaan door districtshoofden.

Evaluatie
Na het uitvoeren van de verdiepingsopdracht is mijn mening over het boek niet veranderd. Ik vond het nog steeds niet prettig om te lezen, maar ik vind het thema goed en waarom hij het boek heeft geschreven vind ik ook goed. Door de verdiepingsopdracht heb ik wel meer inzicht gekregen in de tijd van in de schrijver leefde. Ook weet ik nu meer over de achtergronden van het boek dat is wel interessant.
Ik ben tevreden met het uitvoeren van de opdrachten. Ik heb de opdrachten gemaakt zoals deze stonden vermeld in Laagland en ik heb nergens problemen mee gehad. Her resultaat is goed vind ik zelf en ik hoop dat het voor anderen duidelijk is en dat ze aan de hand van dit verslag kunnen kijken of ze het boek wel of niet willen lezen.

Secundaire literatuur
Memoreeks
Multatuli, 'Max Havelaar'
Jos Paardekoper
Recensie
De Groene Amsterdammer
9 augustus 1995
Rob van Erkelens
Deze recensent beschrijft zijn mening over het boek zeer nauwkeurig. Maar hij komt wel erg negatief over op sommige momenten. Het volgende stuk sprak mij vooral aan deze mening deel ik wel:...de schrijver wil zijn ideeŽn zo vreselijk graag door des lezers strot duwen dat hij zijn verhaal laat verzuipen in een zondvloed van goede bedoelingen en stuitend moralisme.' Ik denk dat dit volgens het doel van de schrijver wel noodzakelijk is. De schrijver wil juist dŠt de lezer beseft dat hij er geen schuld aan had dat de situatie in Nederlands-IndiŽ zo schrijnend is. Ook met zijn standpunt ten opzichte van het steeds herhalen van Droogstoppels adres, ben ik het wel eens. Toen het adres voor de derde keer voorbij kwam had ik ook zoiets van, 'ik begrijp het echt wel'.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

2410

reacties

Wouter toch, je zat in 5 VWO en dan copy paste je iets van een andere pagina!! Had ik niet verwacht van iemand die in 5 VWO zat! schande!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
door mark (reageren) op 10 november 2013 om 13:09

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Andr van Bel 7.8
Remco 5e klas vwo7.8
Erik 6e klas vwo7.6
Marloes 7.3
Marloes Sijbenga 6e klas vwo7.0
Meer verslagen ›