Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Max Havelaar

Multatuli

1860

328

4 uit 5

7.9 / 10
5e klas vwo
  • Remco
  • Nederlands
  • 6236 woorden
  • 127927 keer
    940 deze maand
  • 14 april 2003
1. Zakelijke gegevens.
a. Auteur: Multatuli (Eduard Douwes Dekker)
b. Titel: Max Havelaar, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 1970, vierde druk, 370 blz. (inclusief aantekeningen en ophelderingen van Multatuli) (eerste druk 1860, Amsterdam)
c. Genre: Autobiografische protestroman.

2. Eerste reactie
a. Keuze: Max Havelaar is een van de bekendste boeken uit de negentiende eeuw. Ik wilde het verhaal daarom zelf wel eens lezen

b. Inhoud: Ik vond Max Havelaar ontzettend moeilijk om te lezen. Ik vond het erg saai en langdradig. Ik heb het uitgelezen omdat ik een boek moest lezen uit de negentiende eeuw, maar anders had ik het vrijwel direct weggelegd. Het heeft dan ook zo’n drie maanden geduurd voordat ik het boek eindelijk uit had.

3. Verdieping
a. Samenvatting.

Batavus Droogstoppel is makelaar in koffie (firma Last & Co.) en woont op Lauriergracht 37 te Amsterdam. Hij wil een boek over de koffiecultuur gaan schrijven en zal zich daarbij laten leiden door waarheid en gezond verstand; dichters en romanschrijvers vertellen niets dan leugens.

Op een avond kwam Droogstoppel een oude schoolkameraad tegen, die er sjofel uitzag; in plaats van een behoorlijke winterjas droeg hij slechts een soort sjaal over zijn schouder. Droogstoppel noemt hem dan ook Sjaalman. Tot zijn ergernis wandelde de armoedige Sjaalman een eind met hem op. De volgende dag ontving Droogstoppel een pak papieren met een brief, waarin Sjaalman hem verzocht bij een boekhandelaar borg voor hem te staan voor de drukkosten, die aan de uitgave waren verbonden, en de inhoud eens door te lezen. Droogstoppel vond veel interessants in het pak documenten (onder andere een verslag over de koffiecultuur in de residentie Menado), wat hij zou kunnen gebruiken voor zijn boek. Voor het persklaar maken van de fragmenten schakelt hij de volontair Ernest Stern in (de zoon van een bevriende relatie uit Hamburg), die op het kantoor van Last & Co. werkt. In feite zal Stern het boek schrijven aan de hand van de gegevens van Sjaalman. De titel moet luiden: `De koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij'. Droogstoppel zelf zal af en toe een hoofdstuk toevoegen om het boek een `solide voorkomen' te geven.

Stern begint zijn `verhaal' met een beschrijving van het reizen op Java, het bestuur van Indië en de misstanden (knoeierijen en uitbuiting van de inlandse bevolking). Dan vertelt hij, dat er in het district Lebak (Zuid-Bantam) een nieuwe assistent-resident aangesteld is, Max Havelaar. Deze Havelaar komt aan in de hoofdplaats van Lebak, Rangkas Betoeng. Hij is een uitstekend ambtenaar, snel van begrip, waarheidlievend, idealistisch, maar ook realistisch, `een vat vol tegenstrijdigheden'. Hij zal krachtig opkomen tegen elke vorm van onrecht en dat tiert welig in Lebak (buffelroof, herendiensten enzovoort). De volgende dag houdt Havelaar een toespraak tot de hoofden van Lebak. Hij laat daarin duidelijk merken, dat hij ervan op de hoogte is, dat sommigen hun plicht verzaken uit eigenbelang, het recht verkopen voor geld en de buffel van de arme mensen afnemen. Havelaar weet dit alles uit de archiefstukken van zijn voorganger Slotering. Controleur Verbrugge is ook op de hoogte van de wantoestanden en hij weet bovendien dat er over de dood van Slotering geruchten de ronde doen (hij zou vergiftigd zijn door de schoonzoon van de regent...). De inlandse bevolking leeft in miserabele omstandigheden; de grote boosdoener is de bejaarde regent, de Adhipathi Karta Nata Negara, een hoge inlandse bestuursambtenaar uit een adellijk Soendanees geslacht, die voortdurend geld te weinig heeft om zijn grote familie en hofhouding te onderhouden. Havelaars superieur Slijmering, de resident van Bantam, is op de hoogte van de handelwijze van de regent, maar heeft nog geen enkele maatregel genomen.

Droogstoppel onderbreekt nu Sterns verhaal; hij heeft nergens uit op kunnen maken dat er in Lebak koffie verbouwd wordt. Hij vindt dat het hele verhaal over die Havelaar geen enkele lezer kan boeien en dat het tijd wordt de lezer eens iets anders voor te zetten, dat hem meer sticht: brokstukken uit een preek van dominee Wawelaar. Aan de Javanen moet het evangelie verkondigd worden en door arbeid zullen ze tot God moeten komen. Dat is mogelijk, want de grond in Lebak kan heel goed geschikt gemaakt worden voor de koffiecultuur. Verder vindt Droogstoppel dat door de papieren van Sjaalman de christelijke geest in zijn huis niet bevorderd wordt; daarom zal hij zijn kinderen en Sjaalman eens vaderlijk vermanen. In een brief spoort hij Stern aan uit het pak van Sjaalman eens wat degelijkers te halen.

Uit een parabel over een Japanse steenhouwer, die Havelaar vertelt aan het inlandse meisje Si Oepi Keteh, wordt duidelijk, dat de mens niet naar steeds hogere dingen moet streven.

Havelaar ziet dat er in de streek veel misstanden zijn. Hij probeert met zachtheid de regent te `bewerken', maar er valt niets met hem te beginnen, ondanks mooie beloften. Iedereen wist van het onrecht en de afpersing, maar niemand durfde actie te nemen. 's Nachts kwamen de slachtoffers van de misdrijven bij Havelaar klagen en hij probeerde hen zo veel mogelijk te helpen. Hoe erg de uitbuiting in Lebak is, blijkt uit de tragische geschiedenis van Saïdjah en Adinda, een `eentonig' verhaal, dat de Nederlanders wel aan móet spreken. Saïdjah, de zoon van een eenvoudige Soendanese landbouwer in Badoer, ploegt voor zijn vader het rijstveld met hun buffel. Het trouwe dier beschermt hem eens tegen een aanval van een tijger. Net als de vorige buffel wordt ook dit dier door het districtshoofd afgepakt. Enige tijd daarna vlucht Saïdjah's vader, omdat hij zijn landrente niet kan betalen. Hij wordt gepakt en sterft in de gevangenis; Saïdjah's moeder sterft van ellende. Saïdjah vat liefde op voor Adinda. Om geld te verdienen vertrekt hij naar Batavia om als bendie-jongen te gaan werken (bendie: rijtuigje op twee wielen, getrokken door een paard). Na drie jaar zal hij terugkeren om met Adinda te trouwen; als pand geeft hij haar een stuk van zijn hoofddoek. Tijdens zijn lange voetreis naar Batavia overdenkt Saïdjah vele zaken (zijn liefde voor Adinda, eenzaamheid, angst, de dood). In Batavia klimt hij op tot huisbediende; na drie jaar vertrekt hij weer, voorzien van een getuigschrift, genoeg geld om wel drie buffels te kopen en een prachtige doek voor Adinda. Als hij eindelijk in het dorp aankomt, zijn Adinda en haar huis onvindbaar. Het gerucht wil, dat ze met familieleden en vele anderen naar de Lampongs (Zuid-Sumatra) getrokken is. Wanhopig doolt Saïdjah rond en gaat dan Adinda zoeken aan de overzijde van de zee, waar hij zich aansluit bij een bende opstandelingen. In een brandend dorp vindt hij Adinda's lijk; hij maakt een einde aan zijn leven door op de bajonetten van de soldaten in te lopen... Het is zeker, dat er vele Saïdjah's en Adinda's zijn.

Droogstoppel is het helemaal niet eens met Sterns sympathie voor de verdrukte Javanen: als in Lebak niet gewerkt wordt, blijft de bevolking arm; dat is toch logisch!

Mevrouw Slotering vreest dat Havelaar zal worden vergiftigd, net als haar man, die ook tegen het onrecht op wilde treden. Havelaar dient bij Slijmering een schriftelijke aanklacht in tegen de regent. Slijmering reageert verontwaardigd, omdat Havelaar hem niet eerst mondeling ingelicht heeft en hem met zijn brief stoort in zijn drukke bezigheden.

Droogstoppel vertelt over een hernieuwde poging om Sjaalman te ontmoeten en over een brief, waaruit blijkt dat `juffrouw' Sjaalman van haar familie het advies krijgt te scheiden. Verder vertelt hij over een bezoek aan zijn schoonvader en zijn ontmoeting met een resident uit de Oost, die beweerde dat er helemaal geen ontevredenheid in Nederlands-Indië was en dat die Sjaalman een ontevreden figuur was met een afkeurenswaardig gedrag.

De resident komt naar Rangkas Betoeng. Hij brengt eerst een bezoek aan de regent, vraagt hem wat hij kan inbrengen tegen de klacht van de assistent-resident en geeft hem geld. Dan bezoekt hij Havelaar en verzoekt hem de aanklacht in te trekken. Maar Havelaar weigert, waardoor de zaak door een hogere instantie behandeld zal moeten worden. De gouverneur-generaal ziet zich genoodzaakt Havelaar voorlopig over te plaatsen naar Ngawi. Havelaar vraagt echter zelf ontslag. Hij gaat naar Batavia om de gouverneur-generaal in Buitenzorg te spreken, maar Zijne Excellentie heeft fijtzweer aan de voet en kan hem niet ontvangen; later heeft hij het te druk met zijn aanstaand vertrek. Havelaar schrijft dan een brief, maar zonder resultaat; de gouverneur-generaal vertrekt naar het moederland zonder dat er een gesprek plaats gevonden heeft. Havelaar doolt arm en verlaten rond...

Dan neemt Multatuli de pen op. Hij heeft Stern niet meer nodig en stuurt Droogstoppel, dat ellendige product van geldzucht en godslasterlijke schijnheiligheid weg (`stik in koffie en verdwijn'). Multatuli wil met het boek in de eerste plaats zijn kinderen iets meegeven voor later, nadat hun ouders zullen zijn omgekomen van ellende. In de tweede plaats wil en zal hij gelezen worden. Iedereen moet weten dat de Javaan mishandeld wordt en als hij niet geloofd wordt, zal hij zijn boek vertalen. In de hoofdsteden zullen dan liederen klinken met het refrein: `Er ligt een roofstaat aan de zee, tussen Oostfriesland en de Schelde' Ook in Indische talen zal het boek verschijnen, want de Javaan moet geholpen worden, langs wettige weg of desnoods met geweld. Tenslotte richt Multatuli zich tot koning Willem de Derde, keizer van het prachtige Insulinderijk, dat zich slingert om de evenaar als een gordel van smaragd, en vraagt hem of het zijn wil is dat Havelaar wordt bespat met de modder van Slijmeringen en Droogstoppels en zijn meer dan dertig miljoen onderdanen daarginds worden mishandeld en uitgezogen in zijn naam...

b. Onderzoek van de verhaaltechniek.

Schrijfstijl
Vooral in het ‘Stern-verhaal’ is de stijl fris, natuurlijk, persoonlijk, levendig en meeslepend. De toon wisselt van hard en zakelijk tot humoristisch en sarcastisch en soms poëtisch. Gewone spreektaal, ambtelijk taalgebruik, bijbels-profetische taal en een gevoelige, poëtische verteltrant wisselen elkaar in de zeer ongelijksoortige teksten af. Dat Douwes Dekker gewone spreektaal gebruikte in zijn boek was voor die tijd zeer bijzonder. Alle schrijvers schreven hun boeken in die tijd in hele deftige ‘elite taal’. Het was dus best gedurfd om te schrijven zoals D. Dekker dat deed.
Zelf typeerde Douwes Dekker zijn stijl als ‘muziek en onweer’ en noemde hij sarcasme ‘de hevigste uitdrukking van smart’. De vele uitweidingen dienen vooral om de lezer in te lichten over Havelaars karakter en werkkring.

Compositie
De gebruikte editie van de roman bestaat uit twintig genummerde hoofdstukken zonder titel; de hoofdstukindeling is door J. van Lennep aangebracht. Aan het eind van het boek staan er aantekeningen en ophelderingen van Multatuli.

Er is sprake van een `dubbelroman', waarin twee verhalen met elkaar verweven zijn:

- het Droogstoppel-verhaal over de koffiecultuur (`roman A');

- het Stern-verhaal over Max Havelaar (`roman B').

A en B verwijzen voortdurend naar elkaar en eindigen op hetzelfde moment. De laatste bladzijden vormen een soort pamflet of schotschrift: Multatuli neemt zelf de pen op en zet de bedoeling van het boek uiteen.

Naar het einde van het boek toe blijkt de fictie (de bedachte of verzonnen werkelijkheid) steeds meer realiteit te zijn. Aanvankelijk denkt de lezer een humoristisch-realistisch verhaal in handen te hebben. Pas later blijkt het werkelijke (politieke) doel van het boek: de reële wantoestanden aan de kaak stellen. Maar dan is de lezer al in de ban geraakt; hij wordt als het ware in een fuik gelokt (`fuikstructuur'), de literatuur wordt ‘over boord gezet’.

Een belangrijk structuurelement is het contrast: Nederland tegenover Indië, arm tegenover rijk, huichelarij tegenover oprechtheid, fictie (vorm) tegenover werkelijkheid (feit), Droogstoppel tegenover Havelaar enzovoort.

Multatuli zelf noemt het boek `bont', zonder `geleidelijkheid', maar de structuur is toch niet zo grillig. J.C. Brandt Corstius vindt, dat de roman zeer goed gecomponeerd is. Er zijn namelijk twee keer drie groepen hoofdstukken van gelijke omvang te onderscheiden met ieder twee `toppen':

- het eerste drietal (hoofdstuk 1 tot en met 4, 5 tot en met 8 en 9 tot en met 11) heeft als toppen de toespraak tot de hoofden van Lebak en de parabel van de Japanse steenhouwer;

- het tweede drietal (hoofdstuk 12 tot en met 14, 15 tot en met 17 en 18 tot en met 20) kent als toppen de geschiedenis van Saïdjah en Adinda en het slotgedeelte.

De geschiedenis van Saïdjah en Adinda vormt binnen de roman een zelfstandig, exemplarisch verhaal; het toont een voorbeeld van de uitbuitingspraktijken.

De onderwerpen in Max Havelaar zijn zeer uiteenlopend van aard, maar ze worden met elkaar verbonden door de centrale gedachte, dat de Javaan wordt uitgebuit en het bestuur niet deugt.

Ruimte
De gebeurtenissen spelen zich af in Nederland (met name Amsterdam) en in (voormalig) Nederlands-Indië (het tegenwoordige Indonesië). Deze locaties vormen een scherp contrast. Het district Lebak (met de hoofdplaats Rangkas Betoeng) ligt in de residentie Bantam op West-Java. Saïdjah en Adinda wonen in Badoer, in het district Parang-Koedjang.

Multatuli bedacht voor het prachtige eilandenrijk de naam Insulinde. Hij besteedt in Max Havelaar veel aandacht aan de beschrijving van de natuur, de Indische taal en cultuur.

De vertelde tijd is niet precies aan te geven; de gebeurtenissen in de geschiedenis van Saïdjah en Adinda beslaan een periode van ongeveer elf jaar.
De handelingen vinden plaats op verschillende tijdsniveaus: 1856 (de Lebak-periode en de geschiedenis van Saïdjah en Adinda) en 1860 (het `heden' van Droogstoppel en Stern). Heden en verleden zijn met elkaar verweven. In de inleiding wordt verteld waar Havelaar zich tussen 1842 en 1856 bevind en de belangrijkste gebeurtenissen uit die tijd.

Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Dikwijls komen er flashbacks voor die dienen ter verduidelijking van de situatie in Nederlands-Indië. Ook komen er in het boek vele tijdsvertragingen voor. Deze tijdsvertragingen worden veroorzaakt omdat de schrijver de omgeving uitvoerig beschrijft en ook wordt de tijd vertraagd wanneer Havelaar over zijn geschiedenis vertelt.

De verhaalfiguren
Eduard Douwes Dekker is eigenlijk zelf de hoofdpersoon van het verhaal. Hij schrijft onder het pseudoniem Multatuli en komt in het verhaal voor onder verschillende schijngestalten (afsplitsingen): Max Havelaar, Sjaalman en Ernest Stern

Max Havelaar
Max Havelaar is 35 jaar oud. Hij is een man van Nederlandse nationaliteit. Een citaat van zijn uiterlijk: “Hy was slank, en vlug in zin bewegingen. Buiten zyn korte en beweeglyke bovenlip, en zyn grote flauw-blauwe ogen die in kalme stemming iets dromerigs hadden, maar vuur schoten als een groot denkbeeld hem beheerste (…). Zyn blonde haren hingen sluik langs de slapen, (…)”. (blz. 75)

Havelaar is vooral gekenmerkt door zijn gevoel voor rechtvaardigheid. Hij wil niemand onrecht aandoen en doet er alles aan om anderen te helpen. Positief is dat hij iedereen helpt. Negatief hieraan is dat hij zover kan gaan om mensen te helpen dat hij zelf in de problemen komt. Voor zichzelf kan hij zich tot het strikt nodige beperken, “…doch waar anderen hulp behoefden, was hem ‘t helpen, het geven, een ware hartstocht" (p. 94). Een paar regels verder komt deze zin: “Acht dagen voor de van zyn kleine Max, bezat hy het nodige niet om ‘t yzeren wiegje te kopen waarin zyn lieveling rusten zou, en weinig tyds tevoren nog had hy de weinige versierselen zyner vrouw opgeofferd, om iemand by te staan, die gewis in beter omstandigheden verkeerde dan hyzelf” (p. 94). Max Havelaar brengt zijn gezin dus in de problemen doordat hij iedereen die naar hulp vraagt wil helpen. Hij doet dit niet met opzet

Andere karaktertrekjes van Havelaar: hij is gevoelig, ijverig, intelligent, eerlijk, gevat, sociaal bewogen, revolutionair en idealistisch. Hij past niet in het toenmalige koloniale ambtenarencorps. Hij is overtuigd van de juistheid van zijn eigen opvattingen. Zijn belangrijkste opvatting is dat er aan niemand onrecht gedaan mag worden. Dit blijkt o.a. uit wat hij zegt tijdens zijn toespraak aan de hoofden van Lebak: “Ik verzoek u nogmaals my te beschouwen als een vriend die u helpen zal waar hy kan, vooral waar onrecht moet worden te keer gegaan” (p. 111).

In de loop van het verhaal verandert Havelaar. In chronologische volgorde veranderd hij van een avontuurlijke jongeman (Havelaar in zijn jonge jaren) naar een man die serieus is in zijn doen (Havelaar in Lebak). De oudste Havelaar in het boek is de arme Havelaar in Nederland. Hij is in de problemen geraakt en de autoriteiten in Nederlands-Indië willen hem niet meer in dienst nemen vanwege de opvattingen die hij heeft. Door dit alles is hij erg arm en draagt hij geen winterjas in de koude maanden. Hij heeft geen geld voor een goed huis voor zijn gezin. Hij begint dan zijn boek te schrijven met als doel zijn eer te herstellen en om de positie van de Javanen te verbeteren.

Havelaar is duidelijk een Round-Character; hij wordt uitvoerig besproken, je komt achter veel van zijn karaktertrekjes en opvattingen. Ook wordt zijn leven uitvoerig besproken.
Havelaar is het enige round-character. De rest van de figuren in het boek zijn allemaal flat-characters. Ik zal daarom niet bij ieder personage apart vermelden dat het een flat-character is.

Sjaalman
Dit is Douwes Dekker in berooide toestand na zijn ontslag. Hij is een miskend idealist. In het boek was Sjaalman ontslagen door boekhandelaar Gaafzuiger.

Stern
Ernest Stern is een enigszins sentimentele jonge Duitse volontair. Hij is de zoon van een Duitse zakenrelatie van Droogstoppel en woont in bij deze laatstgenoemde persoon.

Multatuli (‘Veel heb ik gedragen’)
Dit is het pseudoniem waaronder Eduard Douwes Dekker zijn boek schrijft. Dit pseudoniem is ontleend aan Ovidius: “ipsa multa tuli non liviora fuga” en betekent: “veel heb ik verduurd dat niet lichter is dan de ballingschap op zichzelf”.

In de loop van de roman treedt identificatie op: Havelaar, Sjaalman, Stern en Multatuli blijken één en dezelfde figuur te zijn.

Batavus Droogstoppel
Droogstoppel is makelaar in koffie te Amsterdam en compagnon van Last. Hij is een karikatuur van de egoïstische Hollandse koopman: huichelachtig, laf, ijdel en onbeschoft. Hij heeft twee kinderen, Frits en Marie; zijn bediende heet Bastiaans.
Droogstoppel’s rol in het boek is vooral om een contrast te vormen met Havelaar. Zijn opvatting is vooral dat iedereen eerlijk moet zijn. Haar kan absoluut niet tegen romans, omdat daarin toch alleen maar leugens worden verteld. Hij vindt o.a. dat de Javaan hard moet werken, want anders zal hij arm worden. Hij legt de schuld van de armoede van de Javaan dus vooral bij de Javaan zelf: ze werken niet hard genoeg. Hij gebruikt het geloof ook als excuus om de Javanen hard te laten werken.

De Regent
De inlandse regent Karta Nata Negara is welwillend en beleefd, maar doet zijn eigen zin. Doordat hij veel schulden maakt buit hij het volk uit en laat hij hen herendiensten (arbeid zonder betaling) verrichten. Sommige inwoners van het weinig welvarende Lebak waren zo tot wanhoop gebracht, dat ze uitgeweken waren naar naburige gebieden en Zuid-Sumatra, waar ze zich bij de opstandelingen aansloten.

Saïdjah en Adinda
Douwes Dekker geeft een voorbeeld van de mishandelde inlandse bevolking. Hij vertelt hiertoe het verhaal van Saïdjah en Adinda.

Dominee Wawelaar
Hij stelt de godsdienst in dienst van de exploitatie van Nederlands-Indië; hij wil de Javaan bekeren om hem voor Nederland te kunnen laten werken.

Tine en Max:
Dit is het gezin van Havelaar. Max is het zoontje van Max Havelaar en wordt vooral als schattig beschreven. Tine is de echtgenoot van Havelaar. Ze heeft een hart van goud en ze houd zielsveel van Havelaar. Het boek Max Havelaar is aan haar opgedragen.

Resident Slijmering
Hij is het type van de ambtenaar die het altijd zo bijzonder druk heeft en zijn plicht verzaakt. De aanklacht van Havelaar tegen de regent is aan Slijmering gericht. Deze is verontwaardigd dat Havelaar hem niet eerst mondeling heeft ingelicht. Hij moet nu wel tot handelen komen, waar hij eigenlijk helemaal geen zin in heeft. Hij probeert ook van alles om Havelaar van zijn besluit om de regent aan te klagen te veranderen.

Verbrugge
Hij is de controleur van Lebak en ondergeschikt aan Havelaar. Hij is aardig, eenvoudig, hartelijk, hulpvaardig en gastvrij. Hij schrikt van Havelaars doortasten optreden.

Duclari
Hij is de joviale, gezellige militaire commandant. Hij vindt Havelaar in het begin maar een rare snuiter, maar later kijkt hij op tegen Havelaar.

Diverse personages in het verhaal hebben karakternamen (`speaking names'), bijvoorbeeld Droogstoppel (dor, droog), Slijmering (slijmen, stroop likken) en Wawelaar (wauwelen, onzin vertellen).

Situaties
Een belangrijke situatie is Droogstoppels ontmoeting met Sjaalman. Hierdoor krijgt hij Sjaalman’s pakket in handen die de basis zal vormen van het verhaal dat Stern zal schrijven.
Een andere zeer belangrijke gebeurtenis in het boek is de aanklacht van Max Havelaar tegen de regent. Dit is de aanleiding tot Havelaar’s overplaatsing uit Lebak en daarop volgend zijn ontslag.
Tenslotte een laatste belangrijke situatie: Het moment dat Multatuli zelf de pen opneemt en Stern en Droogstoppel wegstuurt. Dit is het laatste stuk van het boek, waarin de bedoeling van het verhaal wordt uitgelegd.

De vertelwijze
Het vertelperspectief is meervoudig en ingewikkeld; er zijn meerdere ik -vertellers, namelijk Droogstoppel, Stern (die weer een min of meer auctoriale ik -verteller creëert die de Havelaar-geschiedenis vertelt) en Multatuli (in het slotgedeelte). Havelaar presenteert echter ook zichzelf (in gesprekken en brieven). Multatuli gooit aan het eind van de roman de vertellers Stern en Droogstoppel eigenhandig uit het boek:

"Havelaar doolde arm en verlaten rond. Hy zocht…
Genoeg, myn goede Stern! Ik Mutatuli neem de pen op. Gy zyt niet geroepen Havelaars geschiedenis op te schryven. Ik heb u in het leven geroepen…ik liet u komen van Hamburg…ik leerde u redelyk goed Hollands schryven, in zeer korte tyd…ik liet u Louise Rosemeyer kussen, die in suiker doet…het is genoeg Stern, ge kunt gaan."
Hier neemt hij van Stern afscheid. Een paar regels verder neemt hij afscheid van Droogstoppel:

"Die Sjaalman en zyn vrouw…
Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlyke femelary.
Ik heb u geschapen… ge zyt opgegroeid tot een monster onder myn pen…ik walg van myn eigen maaksel: stik in koffie en verdwyn!" (`Ik walg van myn eigen maaksel'). (p. 298)

c. Thematiek.
Centraal in het boek staan de strijd tegen de uitbuiting van de bevolking van Nederlands-Indië en het streven naar eerherstel voor de ambtenaar Douwes Dekker. Dit blijkt o.a. uit het volgende stukje van p. 58: “Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van dat land. Ze wensten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van de bodem, en gelastten de bewoner een gedeelte van zyn arbeid en van zyn tyd toe te wyden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten van Europa. (…) Hij (de Inlanders) gehoorzaamt zyn hoofden, men had dus slechts deze Hoofden te winnen door hun een gedeelte toe te zeggen van de winst,…”. In dit stukje tekst worden dingen beschreven waar het boek eigenlijk om gaat: De mensen uit het Westen worden rijk van de Inlanders. Dit doen zij door de hoofden van het volk onder de knie te krijgen. Deze gaan vervolgens hun eigen volk uitbuiten.

Uit een al eerder vermeld citaat blijkt dat Havelaar wil strijden tegen deze vorm van onrecht: “Ik verzoek u nogmaals mij te beschouwen als een vriend die u helpen zal waar hij kan, vooral waar onrecht moet worden tekeer gegaan” (p. 111) Hier zegt Havelaar (na een toespraak aan de hoofden van Lebak) dat hij het onrecht grondig wil bestrijden.

Max Havelaar wil de mensen overtuigen dat de Inlanders worden uitgebuit en mishandeld. Om dit te illustreren schrijft hij het droevige verhaal van Saidjah en Adinda.
Een (duidelijk) fragment waaruit de bedoeling van het verhaal blijkt is het volgende: “Goed, goed, alles goed! Maar…'de Javaan wordt mishandeld!’ Want: wederlegging der ‘hoofdstrekking’ van myn werk is onmogelyk!
Hoe luider overigens de afkeuring van myn boek, hoe liever ‘t my wezen zal, want des te groter wordt de kans gehoord te worden. En dit wil ik!” (p. 299).

Verder spelen onder andere een belangrijke rol:
- vermenging van fictie en werkelijkheid (zie Compositie);

- persoonsafsplitsing en identificatie (zie Personages);

- kritiek op de maatschappij, de kerk en het kolonialisme;

- strijd tegen ongevoeligheid en wanbegrip;

- botsing van verschillende culturen;

- ambtenarij. Het bestuur van Nederlands-Indië zag er als volgt uit: Gouverneur-generaal en Raad van Indiëresidenten assistent-residentencontroleursadspirant controleur. De inlandse regent werd bijgestaan door districtshoofden.

Motto
Het grondmotief is gerechtigheid. Dit blijkt uit een onuitgegeven toneelspel dat in het begin van het boek wordt geschreven. Hierin wordt Lothario ervan beschuldigd Barbertje te hebben vermoord. De rechter veroordeelt hem tot de doodstraf door ophanging. De rechter is vastbesloten; zelfs als hij Barbertje in levende lijve ziet blijft hij bij zijn besluit. Dit keer is de straf niet gebaseerd op moord, maar op eigenwaan.

Dit motto heeft veel met het boek te maken. In dit toneelspel wordt er iemand (Lothario) onrecht aangedaan. In het boek zijn het de inlanders in Nederlands-Indië. Ook is er een persoon met duidelijk veel macht in het toneelspel (de rechter). In het boek zijn dit de Nederlandse Staat en de Regent van Lebak.

d. Plaats in de literatuurgeschiedenis.
Genre en eerste uitgave
Max Havelaar is een sterk autobiografische, ironische en realistische tendens-, strekkings- of protestroman uit de romantiekperiode. De eerste druk verscheen in 1860 in Amsterdam en werd verzorgd door J. van Lennep. Deze schrapte data en verdoezelde plaatsnamen, waardoor de actualiteitswaarde van de roman sterk verminderde. Droogstoppel uit het verhaal is in werkelijkheid waarschijnlijk de Amsterdamse makelaar in koffie Robert Voute, Slijmering is C.P. Brest van Kempen, Slotering is C.E.P. Carolus, de gouverneur-generaal is A.J. Duymaer van Twist, Verbrugge is A.J. Langevelt van Hemert en Duclari is luitenant Collard; de figuren uit het verhaal over Saïdjah en Adinda zijn verzonnen. J. van Lennep bracht ook een hoofdstukindeling aan en corrigeerde taal- en stijlfouten. Typische romantische elementen zijn de egocentrische visie (voortdurend staat de IK in het middelpunt), het zich afzetten tegen de maatschappij en de geëmotioneerdheid.

De roman werd in 1976 door Fons Rademakers verfilmd (naar een scenario van G. Soeteman). Jos Brink, Frank Sanders en Henk Bokkinga maakten in 1987 een musical naar het boek.

Reactie na uitgave
Max Havelaar is ‘de enige roman van wereldformaat die onze negentiende eeuw heeft voortgebracht’(G. Stuiveling). De beoogde effecten van Max Havelaar (positieverbetering van de Javanen en eerherstel van Multatuli) bleven grotendeels uit door het ingrijpen van J. van Lennep. Toch heeft geen ander boek in de negentiende eeuw zoveel opschudding veroorzaakt; Multatuli werd op slag beroemd. Zijn boek werd alom geprezen, maar zijn opvattingen over de Nederlandse politiek in Nederlands-Indië werden door velen verafschuwd. Hij opende velen de ogen voor de fouten van het koloniale beleid in die dagen, hij was de luis in de pels van het negentiende-eeuwse vaderlands geweten. Vooral door de stijl onderscheidt Max Havelaar zich in positieve zin van alle andere werken die rond 1850 in ons land verschenen.

Max Havelaar werd in vele talen vertaald, onder andere in het Frans, Duits (door E. Stück, 1951), Engels (door A. Nahuys, 1868), Deens, Fins, Zweeds, Noors, Hongaars, Pools, Spaans, Portugees, Italiaans, Russisch, Chinees, Tsjechisch, Japans en Indonesisch!

Tussen 1870 en de eerste wereldoorlog kwam mede onder invloed van Max Havelaar onder steeds meer Europeanen de zogenaamde ‘ethische richting’ op: de aanhangers hieraan willen het welzijn van de inheemse bevolking vooropstellen en stonden daarom kritisch tegenover de koloniale politiek, waarin volgens hen teveel aan de winsten voor het moederland werd gedacht. Ook de Indonesiërs zelf bleven in deze tijd niet ongevoelig voor het ideaal van de ‘verheffing van de inlander’, dat door de ethische richting werd verkondigd. In 1908 kwamen enige Javanen bij elkaar en richtten een eigen vereniging, ‘Boedi oetomo’ (het schone streven), op. De eerste stap op weg naar een onafhankelijk Indonesië was gezet.

De Romantiek
Max Havelaar is een boek uit de romantiek periode. Het voornaamste kenmerk van deze periode is het verlangen om zich via het gevoel zo volledig mogelijk uit te leven. Vaak schiep de schrijver zich hierbij een gefantaseerde, tweede werkelijkheid, teleurgesteld als hij was door de alledaagse werkelijkheid om zich heen.
Typerend voor de romanticus was dat hij graag zijn eigen persoonlijkheid zo scherp mogelijk afbakende tegenover de ‘burgers’, die zich aan de regels en de fatsoensmoraal van de maatschappij aanpasten.
Een geliefd toevluchtsoord voor de romanticus was de natuur, waar hij zich verder dan de mensen verwijderd kon voelen en dichter bij het eeuwige. Het natuurgevoel is in onze literatuur het duidelijkst verwoord in de poëzie van Guido Gezelle.
Andere mogelijkheden voor een romanticus om de werkelijkheid te ontvluchten waren het verleden, de godsdienst, humor die zich kon uiten in zelfspot, ironie en sarcasme (de laatste twee zijn o.a. kenmerkend voor Multatuli). Ook de dood fascineerde verscheidene romantici.

De auteur
Eduard Douwes Dekker (Multatuli, 1820-1887) werd geboren in Amsterdam. Hij was de jongste van vijf kinderen en werd voornamelijk door zijn moeder (Sytske Eeltje Klein) opgevoed. Hij bezocht enkele jaren de Latijnse School en was, net als zijn broer Pieter, voorbestemd predikant te worden. Hij mislukte echter op school, werkte drie jaar als bediende bij textielfirma Van de Velde en werd in 1838 door zijn vader meegenomen naar Nederlands-Indië. In 1841 werd hij rooms-katholiek (zijn ouders waren doopsgezind) om te kunnen trouwen met de plantersdochter Caroline Versteegh; haar vader wilde echter niet met een huwelijk instemmen. Douwes Dekker vroeg toen overplaatsing naar Sumatra aan; in 1842 werd hij controleur in Natal. Hij had enkele maanden een verhouding met Si Oepi Keteh, de dochter van een inlands hoofd. Ten onrechte werd hij verdacht van geknoei in de administratie; zijn chef, generaal Michiels, schorste hem. Hij vertrok naar Batavia, trouwde in 1846 met Everdine Huberta baronesse van Wijnbergen (Tine) en werd commies in Poerworedjo. Twee jaar later werd hij secretaris van de resident in Menado (Celebes) en weer drie jaar later assistent-resident van Ambon. In Juli 1852 moest hij om gezondheidsredenen naar Nederland terugkeren; zijn ziekteverlof duurde ongeveer twee jaar. Hij kon geen ander werk vinden, leefde als grandeseigneur en raakte diep in de schuld door geldspeculaties in Spa, Bad-Homburg en Wiesbaden. Ontgoocheld keerde hij in 1855 naar Batavia terug. Op voorspraak van gouverneur-generaal Duymaer van Twist werd hij in 1856 benoemd tot assistent-resident van Lebak (West-Java). Daar probeerde hij aan de slechte situatie waarin de inlanders verkeerden een einde te maken. Hij diende zelfs bij de resident van Bantam, Brest van Kempen, een officiële klacht tegen regent Karta Nata Negara in, maar er werd niet op gereageerd. Hij werd overgeplaatst naar Ngawie, maar vroeg toen zelf ontslag aan. Broer Jan, die tabaksplanter op midden-Java was, ontfermde zich over Tine en zoontje Edu. Douwes Dekker zelf reisde naar Brussel en nam zijn intrek in logement ‘Au Prince Belge’. IN 1858 probeerde hij tevergeefs weer in koloniale dienst te komen. In 1859 repatrieerden Jan, Tine en de (inmiddels) twee kinderen (Edu en Nonnie) naar Nederland. Douwes Dekker richtte een ‘Legioen van Insulinde’ op (een keurkorps, tot iedere dienst bereid) en leidde jarenlang een ongedurig leven, terwijl Tine in Brussel verbleef. Om een gevangenisstraf te ontlopen wegens het uitdelen van een klap aan iemand die een zangeres beledigde, ging Douwes Dekker tijdelijk naar Duitsland. Tine vertrok in 1866 naar Milaan om als kinderjuffrouw te gaan werken. Vanaf 1870 zorgde D. Dekkers vriend en uitgever G.L. Funke ervoor, dat de opbrengsten van zijn werken vergroot werden. Douwes Dekker begon een verhouding met Mimi Hamminck Schepel. Hij werd correspondent in Duitsland voor de ‘Opregte Haarlemmer Courant’; omdat hij niet zijn eigen mening mocht geven, verzon hij een krant (de Mainzer Beobachter’) waaruit hij zogenaamd citeerde. Korte tijd woonde hij met Tine en Mimi in Den Haag. Tine vertrok in 1870 weer naar Italië, waar ze vier jaar later overleed; bij haar begrafenis in Venetië was Douwes Dekker niet aanwezig. Na een korte, maar hevige vriendschap met de actrice Mina Kruseman trouwde hij in 1875 met Mimi. Ze gingen in Wiesbaden wonen en namen een pleegzoon in huis (Wouter Bernhold). Van een bewonderaar, Joh. Zürcher, kreeg D. Dekker in Nieder-Ingelheim een buitenhuis en als nationaal huldeblijk een lijfrente. De laatste jaren leefde hij rustig en onbezorgd met Mimi. Na zware astma-aanvallen overleed hij in februari 1887 in Nieder-Ingelheim, op de verjaardag van koning Willem III…Hij was de eerste Nederlander die zich liet cremeren.
Het leven en werk van D. Dekker zijn nauw met elkaar verweven. Hij was een echte romanticus: twijfelde aan alle zekerheden en waarheden, was een gevoelsmens, moralist en practicus, strijder tegen onrecht, sociaal hervormer, ironicus en sarcast, niet-monogaam, gedreven idealist, autodidact, eigenzinnig en egocentrisch, fantasierijk, hooghartig, tactloos…, kortom een romantische gespleten persoonlijkheid van Europees formaat met Napoleon-neigingen en Juzus-alures.
Sinds 1946 bestaat het Multatuli-genootschap met het eigen tijdschrift ‘Over Multatuli’. Op de Torensluis in Amsterdam staat sinds 1987 een standbeeld van Douwes Dekker. In de Multatuli-waardering is de laatste jaren een duidelijke omkering gekomen: de vrijwel unanieme bewondering en verering heeft plaats gemaakt voor veel negatieve kritiek.
De belangrijkste werken van E. Douwes Dekker zijn: Hector (1832; treurspel); Losse bladen uit het dagboek van een oud man (1841-45); De eerloze (ook genoemd De hemelbruid en later De bruid daarboven, 1844); Max Havelaar (1860); Indrukken van den dag (1861); Minnebrieven (1861) Ideen (1862-77; zeven bundels met 1282 genummerde notities, invallen, verhalen, parabels, voorspellingen enzovoort. De Ideen bevatten ook een toneelstuk, ‘Vorstenschool’, en de geschiedenis van ‘Woutertje Pieterse’); Japansche gesprekken (1865); De zegen Gods door Waterloo (1865); De maatschappij tot Nut van de Javaan (1869); Duizend en eenige hoofdstukken over specialiteiten (1871) en Millioenen-studiën (1873). Van 1891 tot 1896 verschenen tien delen Brieven. Van de Volledige werken van Multatuli is een nieuwe uitgave in tweeëntwintig delen aan het verschijnen.

4. Beoordeling
Het heeft me veel moeite gekost om dit boek tot het einde te lezen. Ik begreep vaak niet wat er precies bedoeld werd en dikwijls drong het niet echt door wat er gebeurde. Ondanks dat het vaak geschreven spreektaal was vond ik het woordgebruik vrij moeilijk. Ik vind het moeilijk voor te stellen dat de mensen toen op die manier met elkaar spraken. Het taalgebruik is echter niet de moeilijkste factor. Dat is vind ik toch wel de zinsbouw. Deze is ontzettend lang en bevat heel veel onderbrekingen en komma’s, waardoor het geheel moeilijk te volgen is. Het vergt veel inspanning en concentratie om dit te lezen. Deze manier van lezen kost wel veel tijd, die niet altijd beschikbaar is. Ik heb het boek nu uit, maar als ik terug kijk vind ik eigenlijk dat ik te veel tijd heb besteed aan dit boek waardoor ik bij andere vakken soms wat in tijdsnood kwam.
Een andere oorzaak waardoor het boek nogal moeilijk te begrijpen was is dat het geschrevene voor deze tijd wat verouderd is. Mensen uit de negentiende eeuw hadden een hele andere visie op de wereld dan wij nu hebben en veel gebruiken en gewoontes die hen gewoon waren zijn mij onbekend. Je moet het boek dus met enige achtergrond informatie lezen, waarover ik (nog) niet voldoende beschik.
Wat ik ook erg vervelend en moeilijk vond waren de uitwijdingen die heel vaak en overal door het verhaal heen voorkomen. Er gebeurt dan wat in het verhaal waar vervolgens diep op ingegaan wordt. Soms zijn deze uitwijdingen zo uitgebreid dat ik helemaal niet meer snap hoe Multatuli op dit onderwerp gekomen is en wat de aanleiding was tot deze uitwijding. Deze uitwijdingen waren dikwijls ook bijzonder saai. Ik vond het boek dus erg vervelend om te lezen (structurele argumenten).
Het hoofdverhaal van Max Havelaar vond ik wel best aangrijpend. Ik vond het bewonderingwaardig wat Max Havelaar allemaal doet om de Javaan te helpen. Zijn handelingen riepen soms wel wat onbegrip op. Zo gaat hij soms zo ver dat hij zijn familie verwaarloosd om een vreemde te helpen. Dit komt bij mij een beetje vreemd over, hoewel in het boek wordt toegegeven dat dit de minder goede kant van Havelaar is. Hij is zich er dus van bewust, maar doet het keer op keer weer.
Dat de Javaan niet zo goed behandeld werd was mij bekend, net zoals ik weet dat vele andere mensen op de aarde mishandeld werden en worden en nog steeds miserabel leven. Toch blijft het een beetje een “ver van mijn bed” iets. Door dit boek te lezen komt deze toestand van mishandeling iets dichterbij. Je wordt er mee geconfronteerd en gaat er over nadenken.
Multatuli schetst de toestand van de Javanen met behulp van het verhaal van Saïdjah en Adinda. Dit vond ik een erg aangrijpend verhaal. Ik vind dit ook het leukste stuk om te lezen, voor zover zo’n droevig verhaal leuk kan zijn…(emotieve argumenten)
Verder is het realiteitsgehalte van het boek is zeer hoog. Het boek is voornamelijk gebaseerd op de ervaringen van Eduard Douwes Dekker zelf. Het idee dat wat er in het boek geschreven staat ook bijna allemaal echt gebeurd is geeft een heel ander idee over het boek dan wanneer het boek verzonnen zou zijn. Het draagt bij aan de bedoeling die Multatuli had met het schrijven van het boek en aan het gevoel dat je krijgt als je het boek leest (realistische argumenten)
De bedoeling van het boek is verbetering van de toestand van de Javanen en eerherstel voor Douwes Dekker. Hij wordt nogal oneerlijk behandeld en zijn levensverhaal is over het algemeen best droevig. Hij vecht voor de Javanen, maar dit kost hem uiteindelijk zelf de kop. De manier waarop hij is behandeld komt echter wel vaker voor. Ook in deze tijd worden veel mensen onrechtvaardig behandeld en worden er nog steeds volken uitgebuit. Dit onderwerp is dus nu, 150 jaar later nog steeds aan de orde van de dag. (intentionele argumenten)
Ondanks dat het heel moeilijk was om te lezen en dat het vaak erg saai was ben ik toch wel blij dat ik Max Havelaar een keer heb gelezen. Het is toch een van de toppers uit de negentiende eeuw en bovendien over de hele wereld vertaald. Zoiets moet je toch een keer gelezen hebben, al was het maar voor je algemene ontwikkeling. Ik vond het ook wel interessant om eens iets over Nederlands-Indië te lezen en over de toestand zoals die daar was in die tijd, hoewel het waarschijnlijk leuker en leerzamer was geweest als ik al het geschrevene ook zou begrijpen. Multatuli heeft naast een verhaal over de onderdrukte Javaan ook een boek geschreven waarin veel staat over de omgeving en de Indonesische cultuur. Het boek was uiteindelijk toch wel de moeite waard om te lezen.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

4828

reacties

ik vind dit verhaal zeer mooi. ik ga ook eens het boek lezen. meer heb ik niet echt te zeggen. nog veel schrijf plezier en leesplezier. stephanie
door stephanie hensen (reageren) op 30 april 2003 om 18:22
Eej Remco, Dankjewel voor het gebruiken van je verslag! Moest een heerlijke uiteenzetting schrijven over multatuli. Nu weet ik tenminste ongeveer waar zijn boek over gaat. Bernadette
door Bernadette (reageren) op 6 april 2004 om 19:44
Hey, Ik moet zeggen dat ik je enorm bewonder om zo'n saai boek tot het einde uit te lezen en er dan ook nog zo'n fantastische samevatting van te schrijven. Wij moesten het boek op een maand uitlezen (wat me niet is gelukt) dus morgen zal blijken of je samenvatting een succes wordt voor mij!Great job! groetjes
door Sanne (reageren) op 13 februari 2005 om 19:28
Hej,dit is echt een goed verslag man, bedankt!
door Ivar (reageren) op 25 januari 2006 om 14:07
heeey remco, ik vind het ook knap dat je dit hebt gelezen, klinkt al saai. Ik moet voor geschiedenis een presentatie houden over Max Havelaar, daarbij is dit heel handig!! Bedankt!
door Gerline (reageren) op 25 mei 2011 om 20:49
Een ding begrijp ik nog niet helemaal, bij andere verslagen wordt gezegd dat hij aan het einde een verbitterd man was, maar hier zeg jij dat hij een rustig leven had, en na zware astma aanvallen overleed! Weet iemand wat het nu echt is?
door Gerline (reageren) op 16 juni 2011 om 17:10
de jaar van uitgave kan niet kloppen, hij kwam voor de eerste keer uit in 1958 (eerste druk). 1960 kan wel
door Flemming (reageren) op 20 oktober 2011 om 20:29
@Flemming: Eerste druk is 1860
door Samuel (reageren) op 10 maart 2017 om 17:49
het kwam niet uit voor de eerste keer in 1958, ik heb een exemplaar van dit boek uit 1948, dus ik weet niet waar je dat vandaan haalt
door ruben (reageren) op 23 oktober 2011 om 20:19
Kijk, de eerste druk is uit 1860. Toen in 1910 een handschrift van Multatuli werd gevonden met de allereerste versie van zijn boek, is dat uitgegeven als de nulde druk (beetje vreemd) en dat gebeurde in 1948/1949. Vandaar dus dat je een uitgave uit die tijd hebt!
door Ik (reageren) op 29 december 2011 om 17:33
Zelf heb je ook handig van scholieren.com gebruik gemaakt! http://www.scholieren.com/boekverslagen/1914 Zie bijv. de beschrijving van Droogstoppel
door Henk (reageren) op 25 maart 2012 om 17:07
hey egt een goed boekverslag ik moet er een werkstuk over maken dus dit komt zeker van pas!
door anoniem (reageren) op 12 mei 2013 om 16:57
Super knap dat je het hele boek zo goed en uitgebreid hebt geanalyseerd. Thanks!!
door Sophie (reageren) op 18 juni 2013 om 18:20
Hee, dit is echt super handig. Maar t enige foutje dat ik heb kunnen ontdekken is dat het pseudoniem Multatuli volgens mij ontleend was aan Horatius en niet Ovidius. Dus misschien ook handig voor andere mensen om te weten als ze dit gaan gebruiken. Maar wel thanks, super handig overzicht.
door Judith (reageren) op 23 juni 2014 om 0:41
huh de outeur was tog Max Havelaar??!???11!!!??
door B met de D (reageren) op 2 maart 2015 om 14:04
@B met de D: Nee, de auteur was Eduard Douwes Dekker. (Ook bekent onder zijn pseudoniem: Multatuli)
door Siebe (reageren) op 31 maart 2015 om 11:56
Leuk
door Kim (reageren) op 4 oktober 2016 om 13:01
Volgende week heb ik mijn mondeling en dit verslag gaat me daar zeker bij helpen, dankjewel!
door AnneV (reageren) op 3 januari 2017 om 14:03
Perfect! Dit mag zeker het predicaat zeker weten goed krijgen.
door Stefan Ruiter (reageren) op 6 maart 2017 om 10:15

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Andr van Bel 7.9
Remco 5e klas vwo7.9
Erik 6e klas vwo7.6
Marloes Sijbenga 6e klas vwo7.1
Marloes 7.4
Meer verslagen ›