Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen
Scholieren.com krijgt een nieuw jasje! Als je het leuk vindt kun je nu al een kijkje nemen op de nieuwe site. Klikkerdeklik.

Symen sonder soeticheydt

G.A. Bredero

1619

1 uit 5

6.6 / 10
  • Lerna Korze
  • Nederlands
  • 1756 woorden
  • 4103 keer
    31 deze maand
  • 1 maart 2001
1.1 Primaire gegevens
Auteur: Gerbrand Adriaenszoon Bredero
Titel: Symen sonder soeticheydt (in het boek Kluchten)
Uitgeverij: Tjeenk Willink-Noorduijn N.V.
Plaatsnaam: Culemborg
Jaar van uitgave: 1971 (oorspronkelijk 1619)
Druk: onbekend
Aantal pagina’s: 34

1.2 Gerbrand Adriaenszoon Bredero
Geboren: 1585 († 1618)
Debuut: Rodd’rick ende Alphonsus, Griane en Lucelle (in 1616 voor het eerst in druk, proza)
Genres: Proza, lyriek en dramatiek
Bijzonderheid: In tegenstelling tot veel andere schrijvers van zijn tijd die zich niet verlaagden tot conversaties met het gewone volk, ging Bredero wel degelijk om met mensen uit de laagste milieus.
Citaat: ‘Het kan verkeren’ over hoe alles in het leven in één klap kan veranderen.

1.5.2 Biografie

Leven
Een van de boeiendste schrijvers uit de zeventiende eeuw was de dichter Gerbrand Adriaenszoon Bredero, die in 1958 in een huis aan de Nes, in het hartje van Amsterdam geboren werd en in 1618 - op drieëndertigjarige leeftijd - stierf. Een ziekte die hij had opgelopen, toen hij met een slee door het ijs zakte, was hem fataal geworden. Zijn korte leven heeft Bredero vrijwel uitsluitend in Amsterdam doorgebracht, een stad waarvan het inwonertal zich in zijn tijd uitbreidde van 30.000 tot 100.000. Zwervend door de stegen van deze stad, waar plotselinge rijkdom en schrijnende armoede hand in had gingen, heeft Bredero het leven met al zijn plezier en verdriet kunnen gadeslaan. Typerend is dan ook dat hij in zijn werk bewust koos voor de Amsterdamse volkstaal van zijn tijd in tegenstelling tot de literaire taal die door zoveel andere schrijvers gebruikt werd.


Opleiding
Bredero behoorde tot de gegoede kleine burgerij en heeft een degelijke, maar eenvoudige schoolopleiding gehad. Naar eigen getuigenis was hij ‘een slecht (oftewel eenvoudig) Amsteldammer, die maar een weinig kindsschoolfrans in het hoofd rammelde’. Die kennis was weliswaar nog wel toereikend om een Frans sonnet te schrijven, maar inderdaad stond hij in ontwikkeling bij Cats, Hooft, Huygens en Vondel ten achter.

De renaissance
Omstreeks 1585 begint de renaissance in de Nederlandse letteren. In Amsterdam kwam ze aan het woord in de rederijkerskamer De Eglentier, waarvan later Hooft en Bredero beiden lid zijn geweest. De renaissance streefde naar een strengere taaltucht: bondige uitdrukking van gedachten, het gebruik van het juiste woord op de juiste plaats en zuiver Nederlands. Er ontstond een meer beheerste kunst. Een kenmerk van de nieuwe dichtkunst was een strenger versritme. De ontwikkeling van het rederijkersvers tot het renaissancistische voltrok zich geleidelijk. In Bredero’s lyriek treft men reeds heel veel regels aan met een duidelijk te onderkennen metrum. Vaak zijn het jamben: de z.g. Franse versmaat. Symen sonder soeticheydt is evenwel nog geheel geschreven in de traditionele rederijkersversregels. Omdat in dit realistische toneelstuk personen van geringe stand praten, d.w.z. niet al te correcte taal gebruiken, is ook van taaltucht weinig of niets te bemerken. Bredero kende de lagere standen door de dagelijkse omgang. Hij wist de taal ervan goed te imiteren.

Gedichten
In zijn vele gedichten beschreef Bredero vooral de onweerstaanbare charmes van de meisjes, het genot van de alcohol en de kater van de volgende ochtend als zowel de meisjes en de drank de ongelukkige dichter in de steek hebben gelaten. Steeds terugkerend motief is hoe alles in het leven kan veranderen: Het kan verkeren. Vaak treft daarbij een ontroerend vertrouwen in God. Bredero\'s gedichten werden in 1622, dus na zijn dood, in het Boertigh, amoreus en aendachtigh groot liedboeck samengebracht.

Toneelspelen
Als toneelschrijver werd Bredero wel geïnspireerd door allerlei buitenlandse voorbeelden - vooral Spaanse ridderromans boeiden hem -, maar hij verwerkte ze meestal toch tot door en door Amsterdamse stukken, waarin prachtige beschrijvingen gegeven worden van het leven in de roerige, rosse binnenstad. Zijn belangrijkste stukken zijn: Griane (1612), De klucht van de koe (1612), De klucht van de molenaer (1613), Moortje (1615) en vooral De Spaanschen Brabander (1617).

Bronnen:
G.A. Bredero: De klucht van de koe, B.V. W. J. Thieme & Cie – Zutphen, 1978

2 Gebeurtenissen
Symen is een gierig, lui en vooral erg met zichzelf ingenomen man. Als hij op een dag de mooie Teuntje tegen het lijf loopt is hij op slag verliefd op haar en het kan niet anders dan dat het wederzijds is, denkt hij, en dus begint hij haar schaamteloos het hof te maken, al is dat op een vrij grove manier. Teuntje echter, ernstig mannenschuw, is absoluut niet gediend van zijn avances en wijst hem op een niet minder grove manier af. Na wat snerende opmerkingen over en weer, wordt de opwinding (in negatieve zin dus) teveel voor Teuntje en ze dreigt flauw te vallen. Symen is vreselijk bezorgd en ze leggen de ruzie bij. Teuntje krijgt het vermoeden dat hij haar echt mag, maar ze weet het niet zeker. Schertsend, terwijl ze zichzelf onder tafel veegt, wijst ze hem op alle vrouwen die hem wel zien zitten. Hij, op zijn beurt, vertelt haar dat talloze mannen van adel haar zouden willen beminnen. Althans, dat doen zijn woordspelingen vermoeden. In feite doelt hij op arme sloebers als de man die in die tijd de tonnen met fecaliën ophaalde en leegde. Als ze op het punt staat een nieuwe driftbui te krijgen, sust hij haar door haar ten huwelijk te vragen. Na wat wikken en wegen geeft ze toe…

3.1 Perspectief
Omdat er sprake is van een toneelstuk heb je te maken met een bundel van ik-vertellers. Er wordt met de gebeurtenissen ‘mee’ verteld.

3.2 Personen
Symen sonder soeticheydt
Symen zegt eigenlijk een arme man te zijn, maar omdat hij zo gierig is en veel bewaart, kan hij prima rondkomen. Op deze eigenschap is hij erg trots en dat laat hij merken ook! Aanvankelijk komt hij dan ook over als een zeer onsympathieke kerel, die zijn naam (Simon zonder vriendelijkheid, vert.) alle eer aan doet. Als hij Teuntje tegenkomt, versterkt hij die reputatie alleen maar door haar in verlegenheid te brengen met zijn schaamteloze geflirt. Maar als het haar allemaal teveel wordt, ontpopt hij zich als een bezorgde aanbidder met een heel klein hartje. Hij blijkt het stereotype ‘ruwe bolster, blanke pit’ te zijn, want hij loopt over van de romantiek en, als eenmaal duidelijk is dat Teuntje hem ook wel ziet zitten, schroomt hij niet om deze te tonen.

Teuntje, (alias) roert mij niet
Teuntje’s bijnaam is niet voor niets ‘roert mij niet’, want ze gaat elke aandacht van de andere sekse zoveel mogelijk uit de weg. Maar als die uitweg er niet is, wendt ze zich tot minder deugdelijke opmerkingen, die de meeste mannen wel op de vlucht doen slaan. Symen laat zich echter niet zo gemakkelijk afschrikken en hij weet moeiteloos door haar bescherming van hatelijkheden door te prikken. Dit brengt haar ernstig in verwarring en maakt dat ze voor het eerst van een man kan houden.

Beiden zijn typen, omdat ze de kans niet krijgen om zich te ontplooien tot karakters, omdat het verhaal daar simpelweg te kort voor is.

3.3 Tijd
Nergens wordt concreet de tijd genoemd waarin de klucht zich afspeelt, maar de datering is wel af te leiden aan het feit dat Symen een beschrijving geeft van zijn pak dat al twintig jaar oud is. De beschrijving voldoet aan de pakken uit de tijd van Leicester, die landvoogd was van 1585 tot 1587. Het verhaal speelt dus tussen ongeveer 1605 en 1610.
De vertelde tijd bedraagt een zeer korte periode, misschien een paar uur durend. De klucht wordt in chronologische volgorde verteld, zonder flashbacks of vooruitverwijzingen. Om het verhaal eenvoudig te houden is de tijd ook niet symbolisch gebruikt.

3.4 Ruimte
Net zoals er geen concrete tijd genoemd wordt, wordt er evenmin een concrete plaats beschreven, maar ook deze is af te leiden. Omdat Teuntje op zoek is naar een groep mensen die wordt aangeduid met de benaming ‘speellui’, is het zeer waarschijnlijk dat de twee zich in een soort café ophouden. Omdat de ruimte verder niet genoemd wordt, is het niet mogelijk te zeggen of deze symbolisch of functioneel is.

3.5 Motieven

Enkele motieven zijn:
- Vloeken: Zowel Symen als Teuntje nemen regelmatig nogal schunnige woorden in de mond
- Spot: Beiden weten de ander keer op keer zodanig af te kraken, dat deze even uit het veld is geslagen
- Onzekerheid: Teuntje is heel erg onzeker over zichzelf. Dat blijkt wel uit het feit dat ze zichzelf te oud vindt voor Symen en zichzelf niet aantrekkelijk genoeg vindt
- ‘Muurtjes’: De tortelduifjes hebben allebei een stevige muur om zich heen gebouwd. Symen heeft een flink bouwwerk van zelfophemeling gemetseld, terwijl Teuntje’s versterking bestaat uit hatelijke opmerkingen.

3.6 Thema
In deze klucht was de boodschap er minder dik op gelegd dan je van een klucht zou verwachten. Toch was er wel degelijk een les te leren: ‘op ieder potje past een deksel, al heeft die nog zo’n rare vorm’. Hoewel Teuntje niets van mannen wil weten, weet Symen haar toch te strikken, al is het natuurlijk niet op een alledaagse manier.

3.7 Spanning
Omdat je wel zo’n beetje verwacht wat er gaat gebeuren, is er op zich niet van spanning te spreken, maar deze is wel degelijk aanwezig. Juist doordat die voorspelbare ontknoping zolang op zich laat wachten, wordt er een climax opgebouwd. Hoe meer het verhaal vordert, des te groter wordt ook de onzekerheid bij de lezer, want als het verhaal al bijna is afgelopen zijn de ‘lovers’ nog steeds aan het kibbelen en een goede afloop wordt steeds onwaarschijnlijker, terwijl er in het begin van het verhaal nog van alles kon veranderen aan de vijandige houding tussen de twee.

3.8 Titelverklaring
De titel van de klucht is meteen ook de naam van de belangrijkste persoon die er in speelt. Maar dat is waarschijnlijk niet de beste verklaring. Symen heeft niet voor niets de bijnaam ‘zonder vriendelijkheid’ (vert.) gekregen. Gedurende het hele verhaal komt hij zich namelijk voor als een bijzonder onaardig figuur, maar op het eind blijkt hij eigenlijk heel lief te zijn. Juist die tegenstelling is een belangrijke verwijzing naar de titel.

3.9 Structuur
De klucht begint ab ovo, bij het begin dus. Hij loopt goed af; alle zaken zijn afgewikkeld: een gesloten einde, dus. Er zijn geen moeilijke structuurpunten als verwijzingen en spiegelingen. Bredero schreef voor het gewone volk. Dat had behoefte aan ontspanning, niet aan ingewikkelde literaire puzzels. Er is wel sprake van opvallende tegenstellingen. Zo is Symen heel erg tevreden over zichzelf, terwijl Teuntje juist ontzettend onzeker is. Bovendien komt Symen steeds weinig sympathiek op de lezer over, hoewel hij dat echt wel is, zo blijkt later aan het einde van het verhaal.

3.10 Genre
Dit verhaal valt onder de dramatiek met als subgenre de klucht.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

5756

reacties

Ik dacht dat het geheel een toneelstuk was, en dat de karakters zich binnen het toneelstuk op een bruiloft bevonden?
door tar (reageren) op 12 juni 2016 om 13:15

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan