Mijn eetstoornis (3): de weg terug

Het is nog geen 24 uur later of we zitten al tegenover de huisarts. Het is een invaller, maar ik vind het niet erg. Ze is vriendelijk en ze luistert naar me. Ze heeft twee verschillend gekleurde ogen en daar focus ik me op, terwijl ik probeer om niet te gaan huilen. Het gesprek dat we voeren lijkt eeuwen te duren, maar volgens het klokje op haar bureau zijn er nog geen tien minuten voorbij. Dat is alle tijd die ze nodig heeft om een diagnose te stellen. Anorexia Nervosa.

Dit verhaal is het derde in een driedelige reeks over mijn eetstoornis. Twee weken geleden vertelde ik hoe die ontstond en vorige week schreef ik over het moment dat ik hulp besloot te zoeken. 

Ondanks dat ik het aan had zien komen, kan ik er niet aan wennen. Mijn moeder, die van mij niet bij het gesprek aanwezig mocht zijn, vraagt hoe het zit. Ik kan de woorden niet over mijn lippen krijgen. Anorexia. Dat is toch helemaal niets voor mij? Dat is voor meisjes die écht heel ziek zijn. Die echt bijna niets meer wegen. Ik schaam me voor mijn diagnose. Ik schaam me dat ik hem nu al heb gekregen, terwijl ik nog veel verder had gewild. Ik ben boos op mezelf dat ik zo onvoorzichtig ben geweest en dat ik niet gewoon ben weggelopen uit de badkamer, toen mijn moeder me aansprak. Later in mijn herstel zal ik er nog achter komen dat ik nooit ver genoeg had kunnen gaan. De drang naar controle en leegte is onverzadigbaar wanneer je ziek bent.


Het ziekenhuis 

Het ziekenhuis heeft al snel een plekje voor mij. Het lijkt erop dat zij mijn problematiek erg serieus nemen, terwijl ik dat juist steeds minder kan doen. De woorden van mijn dokter raken me daardoor ook niet. De door tranen verstikte stem van mijn moeder en de ernstige rimpeltjes rond de ogen van de dokter doen me niet veel. 'Ik heb al deze zorg niet nodig', overtuig ik mezelf. 'Het is niet erg om nog een paar weekjes door te gaan met afvallen'. Dat blijft zo, totdat mijn kinderarts bij onze tweede afspraak een opnamecontract tevoorschijn haalt. "Je hebt je kansen verspeeld en zo kan het niet langer", zegt hij. 

Dan pas lijk ik écht aanwezig te zijn in het kamertje. Mijn gedachten zijn niet langer op die wazige, veilige plek, maar in het hier en nu, waar mijn grootste angst op tafel ligt. Een contract met de woorden aankomen, drinkvoeding, bedrust, sonde.. Niks van dat alles wil ik. Als ik zo’n sonde slangetje in mijn neus krijg, heb ik 0 controle meer. En controle, daar gaat het om. Ik huil en smeek en krijg nu écht mijn laatste kans. Eén week heb ik om te laten zien dat ik zelf kan eten. Die kans grijp ik. Ik eet nog steeds bij lange na niet genoeg, maar laat zien dat ik bereid ben om stappen te zetten en dat is genoeg.


Therapie & terugval

Bij die stappen hoort onder andere therapie. Twee keer in de week zit ik in zo’n benauwd kamertje met een papieren bekertje voor mijn neus, maar het helpt. Langzaamaan ga ik vooruit. Mentaal, maar ook lichamelijk. Een halfjaar lang gaat het goed, totdat de mensen om mij heen onvoorzichtiger worden. Ik zit nog lang niet op een gezond gewicht, maar ik zie er al stukken beter uit en daar trappen ze in.

Niets bleek minder waar. Ik voelde me niet meer serieus genomen en mijn eetstoornis vond in hun onoplettendheid een weg om de macht weer over te nemen. Ik had een korte, maar heftige terugval die dit keer wél resulteerde in een opname in het ziekenhuis. Ook deze zomer was weer verpest door mijn ziekte. Terwijl het buiten 37 graden was, lag ik met truien aan onder drie dekens in een bed, aangesloten op een monitor, zodat ik niet stiekem tegen mijn bedrust in kon gaan.

Ik lag daar, met 24 uur per dag de tijd om na te denken, en kon er met mijn hoofd niet bij dat er mensen zijn die denken dat eetstoornissen pure aandachttrekkerij zijn. Ik was nu ruim een jaar verder en had al mijn vrienden verloren. Ik was tijdens de hele vierde klas niet naar school geweest en mocht niet meer sporten. Ik was compleet geïsoleerd van de buitenwereld. Daar zou ik nooit bewust voor gekozen hebben.

Motivatie

Het terugkrijgen van al die dingen die ik dat jaar had moeten missen werd na mijn ontslag uit het ziekenhuis een motivatie om te gaan vechten. Dit keer ging ik er echt voor. Met behulp van een dagbehandeling - een behandeling waarbij je in een groep werkt aan je herstel door samen te koken, eten, oefeningen te doen en therapie te volgen - kreeg ik mijn gezonde lichaam stukje bij beetje terug. Mijn brein leek achter te lopen op mijn lichaam, want dat was nog altijd in paniek als ik weer de controle leek te zijn kwijtgeraakt, maar het is nu opnieuw een jaar later en ik kan zeggen dat ik eindelijk begin te wennen aan gezond zijn. Ik hou niet van mijn lichaam, maar ik leer te accepteren dat het er is en dat het gewicht ervan niets zegt over hoe waardevol ik ben als persoon.

Ik volg nog altijd therapieën en verwacht dat voorlopig ook nog wel te moeten doen. Mentale ziektes zijn nu eenmaal moeilijk te begrijpen en daardoor ook ingewikkeld om van te genezen. Toch ben ik ondertussen wel langzaamaan mijn leven weer op aan het pakken. Ik sport weer, heb een aantal ontzettend lieve, nieuwe vriendinnen gemaakt, heb hobby’s gevonden die me afleiden op slechte momenten en hoop dit schooljaar te slagen voor mijn eindexamen. Dankzij mijn herstel durf ik weer verder in de toekomst te kijken dan alleen tot het volgende weegmoment en daar ben ik ontzettend dankbaar voor. 

Disclaimer: Mijn verhaal voldoet nogal aan het stereotype eetstoornis: tienermeisje, ondergewicht, ziekenhuisopname... Dit is echter toeval. Er zijn meer soorten eetstoornissen dan anorexia en deze komen voor bij iedereen: jong, oud, dik dun, jongen, meisje en alles daar tussenin. Voor meer informatie kun je terecht op www.proud2bme.nl

Gepubliceerd op 21 oktober 2019

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.