Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Moeite met het kiezen van je PWS-onderwerp? Logisch. Klik hier om een goed onderwerp te kiezen. 

Scheepvaart

Aardrijkskunde

Werkstuk

5.2 / 10
  • anoniem
  • Nederlands
  • 2060 woorden
  • 8286 keer
    69 deze maand
  • 20 juni 2002
Inleiding
Nederland heeft al een grote geschiedenis met scheepvaart. Door het water hebben we zelfs een oorlog gewonnen het water heeft veellevens geijsd zoals de watersnoodramp in 1953 maar daarover later meer. In Nederland zijn veel waterwegen. Bijna 75% van al het vervoer in Nederland gaat over water. Waarom ik dit onderwerp heb gekozen? Omdat ik veel informatie kon krijgen over dit onderwerp kon krijgen bij de bibliobus en bij de rijkswaterstaat ook heeft m'n vader bij dit werkstuk veel geholpen en ik was een paar weken terug bij het scheepvaart museum geweest . Ik kon tussen een paar onderwerpen en dit leek me het leukste omdat ik nog niet zo veel over wist. Ook wist ik niet dat in Nederland meer dan 75% van het vervoer over het water gaat. Ik woon zelf langs de rivier de Waal daar over gaan zo'n 40 schepen per dag. In de zomer als de wind naar het dorp staat kun je de kleinste schepen over de Waal horen gaan ( 'k woon zelf bijna 700 meter van de Waal vandaan) in de zomer als het mooi weer is legt meer dan de helft van het dorp aan het strand. Ikzelf ga elke morgen met de pont van Brakel naar Herwijnen om op school te komen. Bijna elke winter gaat de pont uit de vaart, omdat dan het water te hoog komt. Net zo als in 1995 toen moesten we evacueren omdat het water aan het randje van de dijk stond later toen het water weer was gezakt hebben ze door heel de Bommelewaard de dijken verstevigd nu zijn ze hoger en breder.

H1: De geschiedenis van de scheepvaart

H1.1; de V.O.C
In de overzeese handel was Nederland heel groot. Dat leverde enorme inkomsten op. Sinds 1595 vertrokken schepen vanuit Nederland schepen naar AziŽ om thee, koffie, cacao en specerijen te halen. Daarmee werd in Europa veelwinst gemaakt. Rijke Nederlandse kooplieden hadden van de Portugezen afgekeken waar en hoe er moest worden gehandeld. Met hun geld konden ze 1602 de Verenigde Oost-Indische Compagnie oprichten. Deze V.O.C kreeg van Nederland de toestemming om met Aziesche koningen te handelen. Vooral in IndonesiŽ hadden de Nederlandse veel invloed. Ze hadden daar een kolonie, Batavia. Daar werd ervoor gezorgd dat er altijd handelswaar klaar stond om mee terug mee naar Nederland te nemen. In de beste tijd, rond 1650, voeren er zo'n veertig schepen Nederlandse schepen heen. In 1799 kwam er een eind aan de grootste handelsonderneming ter wereld, de V.O.C. dit kwam ondermeer door de Vierde Engelse- Nederlandse oorlog. Die door de Nederlandse werd verloren.

H1.2; Het scheepvaartmuseum
In Amsterdam, aan het IJ, staat een groot grauw wit gebouw met veel ramen 'het scheepvaartmuseum' in de zeventiende eeuw (1600-1700) was dit de plek waar oorlogschepen werden bevoorraad. Nu is het een museum waar allerlei voorwerpen uit de geschiedenis van de scheepvaart worden/ zijn verzameld. Van kleine scheepsmodellen, kanonnen en zeekaarten tot hoeden van admiraals toe alles word daar tentoongesteld. In het scheepvaartmuseum staat ook een uitgeholde boomstam met daaronder een kaartje met 'duizenden jaren oud'. Op een ander bord stond dat de boomstamkano's waarschijnlijk de eerste schepen waren later werden die uitgebreid met een roer en peddels ook verder in Nederland zijn resten gevonden van zulk soort kano's.

H1.3; Roeiboten en zeilschepen
Ongeveer 4000 jaar voor Chr. Plaatsten de Egyptenaren als eersten een zeil op hun schepen. Zeilen kosten veel minder energie dan roeien en het ging veel sneller. Sindsdien is het zeil niet meer uit de scheepvaart weg te denken. De Egyptenaren dreven met hun boten handel over zee. In FeniciŽ (het land wat tegenwoordig Libanon heet) vonden ze cederbomen die zijn enorm lang en gemakkelijk te bewerken. Met die bomen konden veel beter schepen veel groter in lengte en breedte, omdat ze zo lang waren konden ze voor het eerst een kiel krijgen waardoor de boot beter door het water gleden dan met een platte bodem. Rond het jaar 1500 voor Chr. Konden ook de FeniciŽrs zelf zeewaardige boten bouwen.

H1.4; Driemasters
Rond het einde van de Middeleeuwen (1500) veranderde er veel in de scheepsbouw. De schepen kregen twee, drie of meer masten. Driemasters werden deze schepen genoemd. Ze hadden een groter zeiloppervlak, om zo veel mogelijk wind te vangen. Ook waren ze meer gestroomlijnd, dus dan hadden minder weerstand in het water. Door deze technieken konden ze sneller varen dan bij al die andere schuiten. Bovendien waren de schepen groter, zodat ze meer tegelijk in konden slaan. Maar het nadeel was van die schepen dat als ze leeg waren eerder omsloegen. Maar om dat te voorkomen stopte men vaak in een deel van het ruim grote stenen of water. In die tijd veranderde de zeilschepen heel erg hard dan in de duizenden jaren ervoor. Vooral Nederland was beroemd vanwege de vele goede scheepsbouwers.

H1.5; Wind en stoom
Tientallen verschillende scheepstypen voeren tijdens de zestiende en zeventiende (1500-1700) over de wereld zeeŽn Spaanse galjoenen, brede Oost-IndiŽ, snelle fregatten, de fluit met haar bolle buik en nog veel meer schepen. Ook de galeien van de FeneciŽ bleven nog tot naar het jaar 1700 bestaan. Omdat galeien eigenlijk grote roeiboten zijn, konden ze tegen de wind in varen, voor een zeilschip was dat onmogelijk. Vooral bij oorlog op zee waren de galeien erg handig. In 1769 werd de stoommachine uitgevonden. Nu konden er ook stoomschepen worden gebouwd. Hoe snel zeilschepen ook waren daar, konden ze niet tegenop. Tegenwoordig worden zeilschepen vooral gebruikt bij wedstrijden en in de pleziervaart.

H2: Allerlei doelen
Schepen werden overal voor gebruikt. Niet alleen voor oorlog en handel maar nog veel meer dingen.

H2.1; Visserij
Diep in de zee zwemmen veel vissen. Je hoeft je net maar uit te gooien, weer op te takelen en je hebt een lading vis. Natuurlijk komt er wel wat meer bij kijken, maar vis was eeuwen lang goedkoop en lekker volksvoedsel. In landen als Nederland Engeland en Denemarken werkte veel mensen in de haring visserij. De stranden waren bezaaid met vissers bootjes. Dit zie je niet meer, omdat op een boot nu veel vis word gevangen dan toen. Dus er zijn veel minder boten dan toen nodig.

H2.2; Vervoer en handel
Zowel voor het vervoer van mensen als van goederen zijn boten erg handig. Met een schip kunnen veel zwaardere vrachten worden meegenomen dan met een kar. En er kunnen plekken mee worden bereikt waar je over land onmogelijk komt. Door de sterke schepen die vanaf de dertiende eeuw werden gebruikt, bloeide de handel. Vanaf de zestiende eeuw werden vooral de tochten naar de koloniŽn in Amerika en IndonesiŽ winstgevend. De reis kon wel een jaar duren. Maar toch voeren er elk jaar ruim honderden schepen naartoe. Men geloofde dat daar het goud en zilver daar voor het oprapen lagen. Helemaal onjuist was dit niet. De planten die in de koloniŽn groeiden, konden thuis( in Nederland) voor veel geld worden verkocht. Bijvoorbeeld koffie, thee en specerijen, zoals peper, kruidnagelen en kaneel. Daarnaast werd er veel verdiend met het uitbuiten van de inheemse bevolking. Die moest voor een heel laagloon keihard werken voor de buitenlanders.

H2.3; Zeeoorlog
Eigenlijk was de handel, die steeds belangrijker werd, de voornaamste oorzak van vele zeeoorlogen. Voor een land was het belangrijk om macht op zee te hebben. Er kon dan veel worden verdiend. Door bijvoorbeeld tol te heffen. Een land of een bedrijf moest dan geld betalen om door een water te varen. Ook werd er vaak de lading vaneen vijand in beslag genomen. Nederland voerde tussen 1652 en 1784 wel vier keer oorlog met de Engelsen om de macht in het Kanaal en op de Noordzee. Enteren gebeurde tot 1700. Toen werden de kanonnen ingevoerd. En beschoten ze elkaar met kanonskogels. Zeeoorlogen waren belangrijke reden om schepen te verbeteren. Het land met de beste en de meeste schepen had de meeste kans om de oorlog te winnen.

H2.4; Ontdekkingsreizen
Schepen werden ook gebruikt om de wereld te verkennen. Vroeger geloofde mensen dat de wereld platte schijf was. Schepen die naar het voeren. Zouden eerst in een kokende oceaan terechtkomen waar verschrikkelijke stormen woedden. En uiteindelijk zouden ze van de wereld af vallen. Mensen gingen hier pas rond het jaar 1500 anders over denken. Toen durfde ontdekkingsreizigers al Columbus, Vasco da Gama en Magallanes voorbij de horizon te varen. In plaats van kokende zeeŽn of gapende afgronden, vonden ze tot dan toe onbekende werelddelen zoals Amerika, IndiŽ en China. In 1594 ontdekte Willem Barentz een eiland ten noorden van Rusland, Nova Zembla. Dat gebeurde tijdens een pogingen om een noordelijke route naar IndiŽ te vinden. Vijftig jaar later voer Abel Tasman als eerste rond AustraliŽ en ontdekte Nieuw-Zeeland. De Barentszzee en het eiland Tasmanie zijn vernoemd naar deze ontdekkingsreizigers.

H3: het leven aan boord

H3.1; Een dorp
Omdat de tochten vaak erg lang waren, was een schip ver van huis een drijvend dorp. Met slaapplekken voor de bemanning en kajuiten of kamers voor de stuurlui en de officieren. Met een ziekenboeg, een eetzaal en een kombuis. Het was altijd flink dringen tussen de zeelui. Want zelf al waren de schepen zo groot als kastelen, de meeste ruimte was voor de lading.

H3.2; Rangorde aan boord
De beperkte ruimte aan boord moest door de vele mensen zo goed mogelijk worden gebruikt. Daarom diende iedereen zijn taken en plichten haarfijn te kennen. Dit was vooral belangrijk bij het binnenvaren van een haven of in noodsituaties. Bijvoorbeeld bij stormen of als er piraten in zicht waren. Om dit altijd zo goed mogelijk te laten verlopen, was er altijd een sterke rangorde aan boord. Dat betekent, dat iemand de leiding had en het werk verdeelde. Meestal was dat de kapitein of e schipper die dat werk verdeelde. Na hen waren de stuurlieden het hoogst in rang. De scheepsjongens kwamen als laatste. Bij de handelsschepen ging dat iets anders. Daar was de opperkoopman de belangrijkste man aan oord. Hij was verantwoordelijk voor de kostbare lading. Voor speciale zaken waren er specialisten aan boord. Zoals een scheepstimmerman, een zeilmaker, een kuiper of tonnenmaker, een provoost die toezag op de orde aan boord en enkele kanonniers. Zij schoten de kanonnen af. Ook was er een dokter, een kok en een predikant voor kerkdiensten en begrafenissen onderweg.

3.3; Eten en drinken
Op zee at men alles wat lang houdbaar was. Veel voedsel werd er gedroogd of gezouten. Soms allebei. Dan bedierf het niet zo snel. Welk voedsel was lang houdbaar? Kaas, boter, hardbrood of scheepsbeschuit, pekelvlees, spek, erwten, bonen, stokvis en gedroogd fruit. Soms werden er zelf levende koeien, varkens en kippen meegenomen. Die werden onderweg aan boord geslacht. Toch werd de bemanning vaak ziek, omdat er geen verse groenten en fruit aan boord was. Scheurbuik bijvoorbeeld was een ziekte die werd veroorzaak door vitaminen gebrek. Bij scheurbuik gaan je tanden los zitten en teert je lichaam weg.

H4: de gevaren op zee
Handelen per schip bleef altijd gevaarlijk. Natuurlijk kon een schip boordevol koffie en thee terugkeren. Maar als er een storm opstak, kon het even gemakkelijk met lading en al vergaan. Ook kon de lading onderweg nat worden en beschimmelen. De rijke handelaars, die zelf lekker thuisbleven, kwamen zo'n tegenslag meestal wel te boven. Zeker als het volgende schip wel winst maakte. Maar voor de opvarende was een scheepsramp vaak het einde van een zwaar zeemansleven.
Andere grote gevaren waren:
- Het uitbreken van brand
- Paalworm: dat was een schelpdier dat kleine gaatjes in de scheepswand boorde.
- Windstiltes: het kwam voor dat zeilschepen meer dan een maand stillagen. Dan moest er worden geroeid.
- Het uitbreken van ziektes. Dit kwam vaak voor door de slechte hygiŽne aan boord en het ongezonde eten. Bovendien was de scheepsarts vaak een kwakzalver.
- Muiterij of ongehoorzaamheid aan de kapitein en piraterij.

H4.2; Piraterij
Wat is een makelijker prooi dan een eenzaam schip op een uitgestrekte watervlakte? Piraten hadden vaak snellere boten en een betere kennis van het zeegebied. Vaak gingen ze in grote groepen uit roven. Onder leiding van kapiteins zoals Erik de Bloedbijl, Eustacius de Zwarte Monnik, Harald Blauwtand, Sven Vorkbaard. De beste tijden voor de piraten waren vanaf het midden van de zestiende eeuw tot het einde van de zeventiende eeuw. Verhalen over piraten werden dikwijls aangedikt. Zo zouden ze hun degens wassen met mensenbloed. En zouden hun schepen masten hebben van massief goud. De meeste piraten waren echter niet bijzonder rijk. En ook niet bijzonder wreed. Vechten was vaak in hun nadeel. Het bracht meestal flinke schade toe aan de buit die ze wouden veroveren. De verhalen dat de piraten bloeddorstig als honden waren, werden verzonnen door hun tegenstanders.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

6991

reacties

WOUS
door skoozie (reageren) op 6 februari 2012 om 11:49

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer