Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen
Ben jij wel eens bedonderd toen je online iets wilde kopen? Wij doen onderzoek naar oplichting onder jongeren. Doe jij mavo of vmbo? Vertel dan over jouw ervaringen met oplichting (ook als je dat niet is overkomen) en maak kans op een Bol.com van 15 euro. Ga naar de vragenlijst. Duurt maar 5 minuten!

Mode

Geschiedenis

Werkstuk

Mode

5.3 / 10
2e klas havo/vwo
  • Chrisje
  • Nederlands
  • 2419 woorden
  • 6263 keer
    38 deze maand
  • 20 mei 2010
Modetrends van vroeger tot nu:

Oudheid/prehistorie 5000-500 v. Chr:
Het klimaat begin nu helemaal te veranderen, want het ijs ging weg, de zeespiegel werd hoger en het werd warmer op de aarde. De mensen gingen bij elkaar wonen, en bouwden zelf hun huizen. Alleen konden al deze mensen in de prehistorie/oudheid nog niet praten en schrijven. Ze schreven met vreemde tekentjes en maakten geluiden om met elkaar te kunnen communiceren.
Als kleding droegen alle mensen dierenhuiden. Ze droegen het niet omdat het in de mode was, maar om zichzelf warm te houden. Voordat ze het gingen dragen, moesten ze eerst de huid bewerken. Ze schraapten de huiden glad met scherpe stenen, dan sneden ze het in een vorm en dan werd het gedroogd. Als laatste werden er soms kraaltjes of schelpjes opgenaaid. Dat werd opgenaaid met een benen naald. Een benen naald is een naald van botten gemaakt.
De Romeinen 2000 voor Chr. tot 600 na Chr:
De Romeinen konden al wel schrijven, lezen en met elkaar praten. Er waren een paar kleine dorpjes die aan elkaar vastgroeiden, en zo is de bekende stad Rome ontstaan. Na een hele lange tijd werd Rome het middelpunt van het Romeinse Rijk. Het rijk werd steeds groter door veroveringen en er woonden een heleboel verschillende soorten mensen zoals Grieken, Joden, Egyptenaren, Friezen en Gallirs.
Alle Romeinse steden waren altijd vierkant gebouwd, en ze bouwden er ook wegen in. Die wegen werden op bijna dezelfde manier gebouwd al we het nog steeds doen. In het Romeinse Rijk wonen arme en rijken mensen, maar ook vrije en onvrije mensen. Met onvrije mensen worden slaven bedoeld.

Rond 50 v. Chr kwamen de Romeinen ons land in, en de kleding zag er heel anders uit dan alle dierenvellen. De kleding zag er vooral anders uit, omdat het daar veel warmer was dan hier. De Romeinen droegen de kleding heel anders, want ze drapeerden alle kleren. Draperen betekent sierlijke mantel om het lichaam heenslaan.
De mannen droegen een toga. Een toga is een hele zware mantel die in een halve cirkel gesneden is. Als ze het aanhebben lijkt het op een soort van jurk. Die toga was trouwens zo zwaar, dat er iemand anders voor nodig was om hem aan te trekken. Als je een slaaf was mocht je geen toga dragen, want het was alleen voor Romeinse burgers.
De rijke Romeinse vrouwen droegen geborduurde tunieken met mouwen of vastgespeld.
Alle kleding was van katoen uit India of zijde uit het oosten, en er waren meestal edelstenen of gouden dingen opgenaaid.

De middeleeuwen 1000-1500 na Chr:
In deze tijd ontstonden er echt steden en kwamen er heel veel mensen bij. Er kwamen meer mensen bij, omdat de ploeg en de eg (landbouwwerktuigen) waren verbeterd. Zo kon er meer voedsel gemaakt en verkocht worden.
Er ontstonden vooral veel steden in de buurt van een kasteel, want daar woonde je dan veilig. Mensen die in een stad woonden, hadden daar rechten en konden staan waar ze wilden. Om zon stad was een hele erge grote muur gebouwd, met daar omheen nog eens een diepe en grote gracht. Via verschillende poorten kon men de stad ingaan, en de muur en de gracht beschermde de mensen voor gevaren van buitenaf.
De huizen waren ook dicht op elkaar gebouwd en waren van hout, waardoor de mensen erg moesten oppassen voor brand. De brand was erg gevaarlijk voor de stad want als er brand was kon zelfs de hele stad afbranden. Het gebeurde nogal vaak dat er brand was, omdat de meeste mensen hun huis verwarmden met een open haard. Als je je niet aan de wet hielt, dan kreeg je een boete. Die boetes waren erg handig, want zo had je weinig kans om in de gevangenis te komen en de stad kreeg meer geld.
Aan het einde van de middeleeuwen (14e en 15e eeuw) was de mode heel erg anders dan aan het begin. In het begin droegen eenvoudige mensen bijna allemaal dezelfde kleren. De korte jurk was de normale kleding van de boeren en de herder droeg een korte broek met een kaproen (dat is een muts met ene kraag eraan vast) die over zijn schouders viel. De mensen op het platteland droegen een pij van een monnik. De Pelgrim (dat is iemand die reist om zijn geloof) droeg een vilten hoed en een schep. Het overkleed dat hij ook droeg was zo nauw, dat de mouwen iedere dag opnieuw vastgenaaid moesten worden.
Aan het einde van de middeleeuwen begon pas echt mode te ontstaan. Toen droegen niet alleen maar de koning en koningin dure kleding, maar ook rijke burgers uit de stad. Omdat nu ook rijke burgers dure kleding ging dragen kwam er een speciale wet, namelijk alleen mensen van adel mochten bont en zijde dragen. De mensen die van adel waren, waren een paar belangrijke mensen die het land regeerden.
In de 14e eeuw zaten alle kleren wat strakker dan daarvoor. Er werden ook voor het eerst knopen gebruikt om de voorkant- en mouwen dicht te maken en de kleding had hele brede schouders en wambuizen (een soort blouses) met een heel dun middel. Ook waren de hoeden van de vrouwen heel erg hoog en breed, en droegen ze mooie jurken.
In deze tijd waren er natuurlijk ook ridders. De ridders droegen harnassen om zich te beschermen in de strijd.

De pruikentijd 1700-1800:
De pruikentijd heette in Nederland ook wel de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden . Het heette zo omdat er toen zeven provincies waren met ieder zijn eigen wetten. De stadhouder is de belangrijkste persoon, en die kwam uit de familie van Oranje-Nassau. In de Nederlanden ging het een tijdje niet zo goed, maar dat kwam door de andere landen die handel gingen drijven. De Nederlandse kooplieden waren goed in het handelen van goederen, maar ook van geld en daardoor werden ze heel erg rijk.
De mensen die in deze tijd rijk waren lieten dat graag zien, en ze droegen kostbare en dure kleding, lieten zich rondrijden in een koets en ze hadden veel verschillende sierraden in hun huis.
De belangrijke mensen vonden alleen hun groepje interessant en ze boden onderling banen aan, waardoor de burgers geen baan meer hadden of konden krijgen. Op deze manier werden de rijken steeds rijker, en de armen steeds armer. De groep die hier tussenin zit zijn de leraren, artsen en ambachtslieden.
De koningin Marie-Antoinette was vroeger in Frankrijk de chicste vrouw die er was. Ze draagt hele erge dure kleren, maar de andere mensen gaan die allemaal namaken. Het is nu een mode om dezelfde kleding als de koningin te dragen. De vrouwen droegen dan allemaal een chemise (onderjurk), een korset en een hoepelrok. De rokken waren van zijde, en de schoenen hadden hele hoge hakken. De hoepels waren echt heel erg groot die onder een rok zaten, en de vrouwen moesten dus altijd hun rok optillen als ze door een door een deur wilden.
De mannen droegen gedetailleerde jassen, kanten jabots (ruches) en gepoederde pruiken. Ook de vrouwen droegen grote pruiken.
De koning Lodewijk X1V begon als eerste aan het eind van 17e eeuw met het dragen van pruiken met mooie krullen. Alle andere mannen schoren hun hoofd kaal en gingen hem na doen (ook een pruik dragen). Ook vrouwen gingen een pruik dragen, en hun haar werd omhoog getrokken met een groot opgevuld kussen. Het werd op zijn plaats gehouden met vet, haarspelden en poeder. Na een tijd kregen ze hoofdpijn van die kussen, en gingen ze over op metalen frames. Bovenop de pruiken zaten grote versieringen zoals schepen en bloemen.
Maar niet iedereen had genoeg geld voor zon pruik, want de normale mensen hadden gewone werkkleding aan en simpele hoedjes.

De jaren 20 1920-1930:
Na de eerste wereldoorlog begonnen de Roading Twenties (dat is Engels voor onrustige jaren twintig), dat was een tijd waarin leek of iedereen rijk aan het worden was. Veel mensen kochten de nieuwste uitvindingen zoals een auto, koelkast en radio. Als je het geld toen niet had om iets in n hele keer te betalen, dan kon je het ook in kleine stukjes doen. Maar in 1929 was het alweer snel gestopt. Er waren toen zelfs mensen die zoveel spullen hadden gekocht, dat ze nu geen geld meer over hadden om andere spullen te kopen. Er werden nu dus niet zoveel spullen meer verkocht, dus werden er ook minder spullen gemaakt. Omdat er minder spullen gemaakt werden, moesten er ook een heleboel mensen ontslagen worden. Steeds meer werkgever besloten om te gaan sluiten en werden er steeds meer mensen ontslagen. Uiteindelijk waren er ruim 100.000 bedrijven failliet gegaan, waardoor wel ruim 13 miljoen mensen (25% van de beroepsbevolking) werkloos kwamen te staan. Hierna kwam de tweede wereldoorlog.
Na de oorlog was eenvoudige kleding in de mode. Dit kwam vooral omdat alle mensen heel weinig geld hadden en dus geen dure kleding konden kopen. Het ging er vooral om dat de kleding lekker zat en makkelijk te wassen was. De beroemde Coco Chanel bracht deze kleding in de mode.
De makkelijke dameskleding werd daarna gevolgd door een erg jongensachtige mode, want de vrouwen hadden bijna even kort haar als de mannen en de droegen korte rokken en soms een herenkostuum. De rokken werden steeds korter gedragen, en uiteindelijk waren ze tot boven de knie. De meeste mensen vonden dat in die tijd erg raar of schokkend.
Alle mannen droegen een kostuum. Als ze naar de stad gingen, dan droegen ze altijd een bolhoed. Ook de vrouwen droegen dan een hoed die op een bolhoed leek.
Als er een feest was, dan droegen de mannen een net pak en de vrouwen een losvallende jurk die op de heupen strakker zat. Als accessoires droegen de vrouwen een haarband met een veer eraan, en lange parelkettingen.

Hippietijd 1960-1970:
In de jaren zeventig ontstond de flowerpower, dat werd ook wel hippietijd genoemd. De oorlog was als tien jaar geleden afgelopen en de mensen wilden geen oorlog meer, maar Amerika ging toch weer oorlog voeren (bijvoorbeeld in Vietnam). Veel mensen waren het niet eens dat er weer ergens oorlog was en ze vormden een groep, namelijk de hippies. De hippies hadden ook een zin bedacht, namelijk make peace, no war. Dat betekent: maak vrede, geen oorlog.
Ze waren tegen oorlog en geweld, maar vooral voor vrede en liefde. Ook dronken de hippies veel thee, rookten veel wiet en leefden allemaal hele dicht bij elkaar. Ze geloofden dat je in de harmonie van de natuur moest leven.
De hippies wilde zich allemaal anders kleden dan wat hun ouders droegen. Op de kleding zaten allemaal vrolijke patronen me veel kleuren en vormen. Ook droegen de vrouwen veel haarbanden en bloemen in hun haar, maar ze droegen ook lange kralenkettingen, slippers, ruw katoenen hemden, kapotte spijkerbroeken met over de gescheurde delen gekleurde lappen, super strakke kleding of juist hele wijdvallende kleding. Bij de strakke kleding horen de hotpants (mini broekjes) of mini rokjes bij. De vrouwen droegen dit om te laten zien dat ze onafhankelijk waren.
De hippies deden ook niet mee met de Haute Couture (de mode die toen ook in was), want ze wilden graag hun eigen mening laten zien.

Flower Power 1970-1979:
De mode die er toen was, was om je eigen mening uit de drukken. Bijvoorbeeld mensen die veel om de natuur gaven, droegen kleding die gemaakt was van natuurlijke materialen zoals wol, zijde en linnen. De kleding werd wel zo gemaakt dat het er ook echt natuurlijk uit zag.
Ook werd er veel kleding gebreid zoals vesten en mutsen, maar ook zelfs jurken, korte broeken en kniekousen.
Ook kwam er patchwork uit Amerika. Het was een trend om zelf kleine stukjes stof aan elkaar te naaien. De mensen hadden niet zo heel erg veel geld om stof te kopen, dus naaiden ze de restjes die ze overhadden aan elkaar.
De basiskledingstukken van de Flower Powers waren de rok en de blouse. Deze soorten kleding waren geschikt voor elke gelegenheid. De rok lengte varieerde veel vanaf net onder de knien tot halverwege het been. In de zomer droegen de vrouwen veel wikkel jurken en lieten meer bloot van zichzelf zien. De schoudervrije T-shirts en de halterjurken met blote schouders werden nu niet meer alleen als avondkleding gedragen, maar nu ook voor overdag. Later kwam ook de hoge taille in de mode. Op de stoffen die gebruikt werden zaten veel patronen met bloemen, bonte kleuren en een houthakkers patroon.

De mode van nu:
De wintermode van dit jaar was laag over laag. Wat in was, waren nepbontjassen. Je draagt ze makkelijk boven een spijkerbroek, rok of jurk, en het is ook lekker warm voor in de winter. Ook worden er in deze winter nepbontgilets veel gedragen, want ze zijn trendy en lekker warm. Je kunt ze binnen en buiten dragen, en over alle soorten kleding.
Mutsen en een sjaal van wol zijn deze winter ook in. De sjaal moet groot zijn zodat je hem goed om je nek heen kunt slaan, en de kleur moet ook lekker fel zijn. De korte en leren handschoentjes voor vrouwen zijn nu ook weer helemaal in. Ook worden er overal pailletten opgedragen. Vooral op feestkleding, maar ook op alledaagse kleding.

Als je goed kijkt zie je dat de trend in de zomer en lente een beetje lijken op de kleding van vroeger, want de hoge taille komt weer helemaal terug en veel bloemetjespatronen. Ook zijn de kleuren een beetje hetzelfde als vroeger, maar toch zijn de juist hele felle kleuren ook weer helemaal in. Wat nu ook helemaal in is zijn brede schouders. Ze maken de kleding een klein beetje mannelijker, maar juist toch ook heel vrouwelijk.
De nieuwste modekleuren zijn als basis bruin en zwart. De neutrale kleuren zijn huidskleur, poeder, parelgrijs, zand en beige.

Conclusie
Er zijn dus echt een heleboel verschillende soorten modetrends. Als je kijkt naar de kleding vanaf het begin tot nu, zit er echt een heel erg groot verschil tussen. Vroeger droegen ze namelijk alleen maar een dierenhuid, en nu worden er een heleboel verschillende soorten lagen kleding over elkaar heen gedragen.
Mij lijken die hele grote jurken ook heel erg onhandig, want eronder zit een metalen frame en dat lijkt mij ook heel erg zwaar. Ook de korsetten zijn best wel vervelend lijken mij, want je krijgt dan echt bijna geen lucht.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

3034

reacties

scholieren.com is erg handig
door anneriet verwijs (reageren) op 23 juni 2014 om 12:19
wwooow zo veel
door emma (reageren) op 11 februari 2017 om 14:59
kent iemand nog een andere website???
door tessa (reageren) op 11 februari 2017 om 15:00
ja tessa gwn op google werkstuk....... dan wat je zoekt intypen
door hfhhjgdsdaw (reageren) op 11 februari 2017 om 15:03

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Huiswerk

Stel je bent leraar en een leerling heeft zijn huiswerk niet gemaakt, wat doe je?
  • Snitchen bij ouders
  • Strafwerk schrijven, moest ik vroeger zelf ook
  • Weddenschap afsluiten om de leerling gemotiveerd te krijgen
  • Je negeert het. Eigen verantwoordelijkheid toch?