Hoofdvraag:
Wat is het gezicht van Noord - Europa als je kijkt naar Natuurlijke factoren(landschap, klimaat) en Menselijke factoren (bewoning en welvaart).
Wat is de topografie van het onderzoeksgebied?
Zoals je ziet is Noord - Europa eigenlijk Scandinavië want Noorwegen, Zweden, Denemarken
en Finland horen bij Scandinavië. Maar Noord - Europa is eigenlijk niet helemaal de juiste naam want het is meet Noordwest-Europa omdat Rusland bij Oost - Europa hoort.
Wat zijn de opvallendste landschappen in Noord - Europa?
Noord - Europa bestaat uit vele bossen en meren. In Finland is 70% van het land bedekt met bossen. Daardoor bestaat ruim een derde deel van de Finse export uit hout en houtproducten. Een belangrijk houtproduct is papier.
Als je naar het landschap van Noorwegen kijkt zie je fjorden en fjelden. Fjorden zijn steile kusten met diepe inhammen. En fjelden zijn vlaktes die tijdens de ijstijd waren ingescheurd. Tussen de fjorden liggen dus de vlaktes (fjelden), waarop de bodem nauwelijks iets wil groeien. Verder heb je in het landschap van Noorwegen uitgestrekte bossen, hoge bergen en diepe dalen. In Noorwegen stroomt dus heel veel water langs de bergrivieren.
Dat water is zo schoon dat je er gewoon uit kan drinken.
Noorwegen is ontstaan door aardbeving en vulkanische werking.
Dat gebeurde allemaal zo’n 3500 miljoen jaar geleden.
De Noorse bergen zijn ook heel oud vergeleken met die bij ons in Zuid - Europa.
Het ontstaan van de fjorden moet je ruim 60 miljoen jaar terug in de tijd, toen Groenland en Noorwegen nog aan elkaar vastzaten. Het land begon toen te stijgen en brak in tweeën. En daar tussenin ontstond de Atlantische Oceaan.
De rivieren die naar het westen stroomden gingen steiler naar beneden dan de rivieren die naar het oosten stroomden. Daarom kon er meer land ontstaan. Zo kwamen er dus diepe dalen die in de ijstijd meer uitgeschuurd werden. En zo ontstonden dus de gletsjers. In het zuiden van Noorwegen en Zweden vind je veel loofwoud.
Zweden wordt in drie grote landschappen verdeeld: Norrland in het noorden, Svealand in het midden en Götaland in het zuiden. Deze indeling is tektonisch bepaald, maar de uiteindelijke vormgeving van dat landschap kwam tot stand door de quartaire ijstijden. De landijsbedekking had een dikte van 2000 tot 4000 m en afgezien van enkele nunatakker (boven het gletsjerijs uitstekende toppen) was het gehele land door ijs bedekt. De belangrijkste invloeden op het landschap van deze ijstijden werden uitgeoefend door: het landijs, de schommelingen van het zeeniveau en de isostatische bewegingen.
In Denemarken vormt het schiereiland Jutland het grootste deel van Denemarken. Het landschap is veel gevarieerder dan de over het algemeen lage ligging doet vermoeden. Rond de middenlijn van het schiereiland liggen vele bergketens, lage heuvels en kleine dalen die het gevolg zijn van onregelmatige afzettingen aan het eind van de laatste ijstijd. Aan de laaggelegen westkust bevinden zich vele zandduinen. In het oosten liggen uitgestrekte graslanden. Op deze foto is landschap van het midden van Jutland.
Waarom zijn er grote klimaatverschillen tussen de West - en de oostkust van Scandinavië
Er zijn grote klimaatsverschillen tussen de west - en oostkust van Scandinavië omdat de westkust vooral uit bergen bestaat en de oostkust meer platteland is.
Als je in de bergen bent, is er minder lucht aanwezig dan op zeeniveau. Daardoor wordt een oppervlak waarop het zonlicht valt meer verwarmd dan de lucht waardoor de stralen gaan. Het oppervlak is dan ook aanzienlijk warmer dan de omringende lucht.
Ook bij de neerslag speelt het reliëf een rol; Tussen Noorwegen en Zweden strekt zich een gebergte uit van noord naar zuid. In het oosten, waar Zweden ligt, helt het langzaam af naar de kust. Dat gebergte speelt een belangrijke rol in de verdeling van de neerslag.
Het klimaat in Noorwegen kan in verschillende gebieden verschillen.
Want langs de kust stroomt de warme golfstroom. In Noorwegen is het gemiddeld warmer dan in Zweden. Hier heerst het toendraklimaat. Doordat er weinig wind staat en het klimaat vrij droog is, kan je het in de winter makkelijk uithouden.
Opvallend aan Zweden en Noorwegen is dat je de Middernachtzon en het noorderlicht hebt.
De middernachtzon vinden veel mensen heel mooi en dat valt vooral ook op.
Zweden heeft ook een warme golfstroom net als Noorwegen. Midden Zweden heeft een landklimaat met warme droge zomers en koude winters. In het noorden van Zweden ligt altijd gemiddeld zo’n 2 meter sneeuw die dan altijd ongeveer zeven maanden blijft liggen. Als de sneeuw bij de warme golfstroom ligt blijft het niet lang liggen.
In de zomer is het in Zweden zo rond de 18 graden. Maar er blijft wel veel neerslag vallen. De verschillen in het klimaat hebben te maken met de warme golfstroom. In het noorden van het land is het meestal kouder en in het midden en zuiden is de temperatuur al wat warmer.
Welke natuurlijke zones komen er voor? Waar liggen ze? Waarom daar?
Er zijn veel Naaldwouden in Noorwegen en Zweden en die kunnen daar goed overleven, omdat naaldbomen tegen een koud klimaat kunnen.
Wat is de bevolkingsdichtheid? Waarom zo?
De grote Noord - Europese steden liggen allemaal in het zuiden. Daar is de bevolkingsdichtheid hoger dan in het erg lege noorden. Maar als je dat zuidelijke deel met West - Europa vergelijkt, dan is het daar dunbevolkt.
In Noord - Europa wonen anderhalf keer zoveel mensen als in Nederland. Toch is het in oppervlakte maar liefst bijna dertig keer zo groot. De bevolkingsdichtheid is dus erg laag.
De bevolkingsdichtheid is 21 inwoners per vierkante km (variërend van 3655 in de gemeente Stockholm tot 1 één in sommige gemeentes in het noorden).
70 procent van het land heeft zes of minder inwoners per vierkante km.
Wat voor klimaat komt er het meest voor in Scandinavië?
De drie belangrijkste klimaatvormen die je aantreft zijn het toendraklimaat(in het hoge noorden en hogerop in de bergen), het landklimaat (Zweden en het zuiden van Finland, en het gematigde zeeklimaat (grote delen van het zuiden van Noorwegen en Zweden en de kustgebieden van de drie landen).
Het klimaat in Noorwegen vertoont sterke lokale verschillen. Langs de kust is er een warm gematigd regenklimaat.
Geheel Noorwegen heeft een vochtig klimaat, terwijl boven ca. 1500 m hoogte een toendraklimaat heerst.
De hoogste neerslaghoeveelheden worden aangetroffen in de omgeving van Bergen, meer dan 2000 mm per jaar. Naar het oosten nemen de neerslaghoeveelheden snel af, aan de lijzijde van het gebergte plaatselijk tot beneden 500 mm per jaar.
Zweden behoort tot het Noord-Atlantische klimaatgebied; in verschillende opzichten wijkt het klimaat toch af van dat van Noorwegen. De regenval is minder groot, aangezien het land in de regenschaduw van de Noorse bergen ligt. Ook zijn de winters er kouder en de zomers warmer dan in Noorwegen. Desondanks bereiken de door de Golfstroom verwarmde winden bijna het gehele land en vooral het zuiden, dat een uitgesproken zeeklimaat heeft. De gemiddelde jaartemperatuur varieert met de geografische breedte. Het rijkst aan neerslag is het gebergte langs de Noorse grens.
In een groot deel van Lapland heerst 's winters de poolnacht, waarbij zeer lage temperaturen kunnen optreden (tot meer dan -30 °C). 's Zomers, wanneer daar de zon nauwelijks ondergaat, kan het echter opmerkelijk warm worden, tot +30 °C. De bodem bestaat uit de zogenaamde permafrost, waarvan 's zomers alleen de bovenste meters ontdooien. Het smelt - en regenwater kunnen dan nauwelijks weg, zodat het landschap op veel plaatsen moerassig is.
De conclusie:
Noord-Europa bestaat uit vier landen: Denemarken, Finland, Zweden en Noorwegen
(samen ook wel Scandinavië genoemd.)
Elke van deze vier landen heeft zijn eigen soort landschap:
Noorwegen: veel fjorden en fjelden.
Denemarken: vele bergketens, lage heuvels en kleine dalen.
Zweden: landijsbedekking en gletsjerijs.
Finland: 70% van het land bestaat uit bos.
Er zijn grote klimaatverschillen tussen Oost en West Scandinavië.
Finland Denemarken
Noorwegen Zweden
De Vier Noord Europese landen
REACTIES
1 seconde geleden
".
".
In de deelvraag over de klimaatsverschillen staan grote stukken onzin of onbegrijpelijke tekst! Ik ben docent en kom die onzin ook weer tegen bij mijn werkstukken.
20 jaar geleden
Antwoorden