Feitelijke gegevens
- 1e druk, 2015
- 224 pagina's
- Uitgeverij: De Kring
Flaptekst
Andreas Klein heeft al geruime tijd last van een steeds terugkerende nachtmerrie: een nachtelijke bezoeker die hem bedreigt in zijn eigen huis. Na rijp beraad besluit hij tot drastische maatregelen: grote schoonmaak in zijn hoofd en in zijn huis. Op voortvarende wijze gaat hij van start. Alle rommel vliegt de deur uit, kleren, meubels, boeken. Dat doet hem goed. Ter afsluiting van de schoonmaak zal hij samen met zijn vrouw een ontspannen uitstapje maken naar Baden-Baden. Aan de vooravond van de reis verschijnt de bezoeker weer. Als Andreas begint te begrijpen wie hij voor zich heeft, is het niet meer zo makkelijk om lichtvoetig te blijven.
Eerste zin
In september hebben we mijn vader begraven. Volkomen onverwacht, want hij is al zesendertig jaar dood. Hij was ineens weer opgedoken, tijdens een warme nacht in augustus. Het was overdag snikheet geweest en die nacht was de temperatuur nauwelijks omlaaggegaan. Ik herinner mij dat ik na eindeloos woelen in een nachtmerrie terechtkwamSamenvatting
Deel I Allegretto
(muziek term die aangeeft dat iets minder snel moet verlopen dan allegro)
In het eerste deel wordt Andres Klein 's nachts wakker, omdat hij weer een man in regenjas in zijn kamer ziet lopen. Hij ervaart het als een spookverschijning. Hij heeft daar de laatste tijd meer last van. Zijn vrouw Isis probeert hem gerust te stellen en in bed te krijgen, maar hij blijft de hele nacht spoken. De volgende morgen zullen ze een reis maken naar Baden-Baden. Eigenlijk moet hij dus veel slapen.
Hij denkt terug aan de avond ervoor toen hij bij zijn leesclub onenigheid had gekregen met een jonge schrijfster Olivia, onder andere over de grote betekenis van W.F. Hermans. Olivia zei dat hij een heel slecht proefschrift had geschreven en daarover ging de discussie. Andreas heeft ook recent besloten zijn boekenkasten te vervangen door een vitrinekast en een selectie te maken van zijn boeken: welke zou hij bewaren en welke niet? Dat geeft de mogelijkheid om ideeën over literatuur te spuien.
Om indruk te maken heeft Andres ook nog tegen zijn leesgenoten gezegd dat hij ging scheiden, wat een grapje was. Maar hij kan de volgende nacht dus niet slapen: hij hoort ook steeds voetstappen op de galerij bijvoorbeeld.
Tussen de periodes van wakker liggen en dromen denkt Klein terug aan reisjes naar New York en naar Vlissingen en de bizarre ontmoetingen die hij op beide plekken heeft.
Zijn buurman Nick komt ook aankloppen, omdat hij laat thuis gekomen zoveel gebrul (van Andreas ) hoort.
Allerlei dingen blijven door zijn hoofd spoken: zijn vrouw Isis heeft een eetafspraak met ene Henk, hij is bang dat het haar minnaar is. Dat doet hem ook weer denken aan een hoteleigenaar George in Duitsland, die hun uitvoerig over zijn scheiding had verteld. Toen Andreas even naar de wc was gegaan, had de Egyptenaar aan haar gevraagd om bij haar te blijven en Andreas in de steek te laten. Het verhaal gaat in die nacht steeds alle kanten op en er valt eigenlijk geen touw aan vast te knopen.
Aan einde van deel I ziet hij weer de man in regenjas en met hoed. Hij herkent de man als zijn vader in 1943.
Deel II Lamentoso
(muziekterm die aangeeft dat iets als een rouwzang moet worden gespeeld)
Het gaat in deel deel over de 36 jaar daarvoor overleden vader van Andreas Klein. Andreas herkent in de man in de regenjas zijn vader.
In Een poging tot lichtvoetigheid probeert Klein het moment tevoorschijn te halen waarop zijn Duitse vader drie jaar na de huwelijksvoltrekking in 1940 (n.B. 10 mei) verdween. Bij terugkeer naar huis , in 1946, werd hij als Duitser onmiddellijk gearresteerd en voor onbepaalde tijd opgesloten met een stel landverraders.
Na een jaar nam 'deze besmette Duitser' zijn plaats binnen het Nederlandse gezin weer in, maar hield de angst dat er elk ogenblik weer iemand voor de deur kon staan om hem op te sluiten. Zijn vader is een getemd en tandeloos roofdier geworden. Zijn vader was Duitsland-na-de-oorlog geworden.
Volmaakt onschadelijk. Voortdurend zich uitputten in de excuses. Zelfs een graf of urn gunde zijn vader zichzelf niet; zijn lichaam stelde hij ter beschikking aan de wetenschap. Dat was de reden dat Andreas die schim steeds zag; het was een ultieme poging tot rouwverwerking.
Hij vertelt aan buurman Nick hoe het met zijn vader in en direct na de oorlog verging. Zijn vader hield er ook andere ideeën op na na de oorlog. Hij ontraadt Andreas in dienst te gaan.
In 1978 overlijdt de vader : hij heeft na de oorlog een treurig bestaan gehad. Na zijn dood stelde hij zijn lichaam ter beschikking en Andreas wil nu dat zijn vader een "herbegrafenis"krijgt. De heer Starik van "Eenzame Uitvaart." wil daaraan meewerken en dat geschiedt.
En wat ook heel fijn is, Andreas is van zijn slapeloosheid genezen. Hij heeft ook een beugel om het snurken tegen te gaan gekregen.
Personages
Andreas
Het gaat in deze roman eigenlijk maar om een personage: de verteller Andreas Klein. Hij lijdt aan insomnia (slapeloosheid) omdat hij steeds een figuur in zijn kamer ziet. Hij weet niet wie het is en hij denkt met tussenpozen in een augustusnacht aan dingen die hij met zijn partner Isis heeft meegemaakt. Die houden hem ook bezig hoewel ze niet ernstig zijn. Het lijkt allemaal wat lichtvoetig en grappig te zijn en je neemt Andreas als personage dan ook niet helemaal serieus. Maar aan het einde van deel I en begin van deel II weet Andreas ineens dat de figuur die hij 's nachts ziet zijn vader is. Dat was een Duitser die in 1943 naar Duitsland ging en in 1946 weer terugkwam maar meteen werd opgesloten. De man ging gebukt onder de naweeën van de oorlog en kon nooit meer zichzelf zijn. Hij schaamde zich overal voor. Hij kreeg ook geen begrafenis en Andreas voelt het als een soort ereplicht dat alsnog-36 jaar na dato - te regelen. Hij laat de Stichting Eenzame Uitvaart een dienst regelen en hij heeft daar een goed gevoel aan over gehouden. Zijn slapeloosheid is daarna geen probleem meer.
Quotes
"Ik sliep niet. Misschien had Dijkstra wel gelijk en moest ik hem mijn boeken brengen, zonder tegenprestatie. Omdat hij ze een tweede leven schonk. Maar het liefst wilden ze bij mij blijven. Er heerste angst. ‘Alsjeblieft, doe mij niet weg.’ Ik begreep ze heel goed. Ik voelde met ze mee. Als ik er één kwijtraakte was het al rampzalig. Hopelijk kwamen er nog planken waarvan ik helemaal niets wilde houden. Als een soort wisselgeld. Overjarige reisgidsen. Oude landkaarten. De Michelins bijvoorbeeld die we bij ons hadden op vakantie." Bladzijde 33
"Op de gang stond een grote glazen kast. In het halfduister leek het een grijze telefooncel zoals je die vroeger op straat zag. Achter het glas stond een man in een regenjas. Zijn gezicht kon ik onder zijn hoed niet goed zien. Lichtelijk ongerust trok ik me terug in de slaapkamer, maar ik hoorde hem uit de kast komen en de deur van de slaapkamer openen. Ik begon te schreeuwen. Toen Isis mij wakker maakte zag ik nog heel even een schim die op me af kwam. ‘Donder op!’ had ik geroepen. ‘Fuck off!’ Goed hoorbaar voor Isis, die naast mij lag. Ik voelde haar hand." Bladzijde 10
"Isis, ik zie zijn ceintuur, zijn hoed. Zijn schoenen. De veters.’ Ik zag hoe hij zich staande hield, steunend op de stapels boeken. Iets duwde tegen mijn ogen van achter in mijn hoofd. Tegen mijn arme hersenschors. Ik hield een boek omhoog, als de priester die het kruis toont om weerstand te bieden aan de satan. ‘Isis!’ Misschien moest ik alle boeken het huis uit gooien. ‘Hé daar, hallo, wat moet dat? Wie bent u, wat doet u hier?’ Ik sprak alsof er misschien toch een geldig excuus kon bestaan. Ik bedoel, zo spreek je niet in je eigen huis. Niet op die toon. Was het toch iemand die ik kende?" Bladzijde 51
"Nick kwam wel vaker langs, maar nooit midden in de nacht. Isis deed de deur voor hem open, ik liep achter haar aan de gang in. Nick droeg een pak en lakschoenen. Ik had hem nog niet eerder zo goed gekleed meegemaakt. Later hoorde ik dat hij met Ewa, zijn Poolse vriendin, naar een tango-avondje was geweest, ergens op de Overtoom. Ik zag zijn kale hoofd en zijn licht gebogen verschijning als een bevrijdende humorvolle knipoog. Hij was met Ewa langs onze voordeur gekomen om naar huis en naar bed te gaan en toen hoorden ze gebrul. Ewa was er bang van geworden en snel doorgelopen naar hun eigen voordeur." Bladzijde 41
"In de verbaasde ogen van de man meen ik spatjes te zien van het aardse geluk. Hij kan zich in dit huis vrij en ontspannen bewegen. Hij is vol menselijke vriendelijkheid. Natuurlijk, want hij is mijn vader. In 1943. Tot dit ogenblik heeft hij kunnen putten uit steeds weer nieuwe grondstoffen voor het geluk. Maar nu valt hem iets op en hij moet zich concentreren, tussen vertrouwde voorwerpen, meubels. Is hij boos? Of geamuseerd? " Bladzijde 59
"Er zijn data,’ zei ik tegen Nick, ‘die je niet vergeet omdat ze beroemd zijn. Of berucht. De tiende mei, D-Day, de dag dat Kennedy werd vermoord. Er zijn ook data die voor jezelf een speciale betekenis hebben omdat ze iets met je afkomst te maken hebben. Op een dag in 1943 ging mijn vader plotseling weg bij zijn vrouw en zijn zoon. Zijn huwelijk was tot die dag, ondanks alle ellende van de oorlog, heel gelukkig. Maar op die dag offerde hij zijn vrouw, zijn kind, zijn sociale leven, zijn baan, zijn nieuwe vaderland. Alles. En ik heb nooit geweten waaraan." Bladzijde 64
Thematiek
Rouw (verwerking)De roman is een poging tot rouwverwerking van de zoon voor zijn overleden vader. Dat is bij zijn dood 36 jaar geleden niet goed gebeurd en daarom krijgt de zoon 's nachts waandenkbeelden dat zijn vader bij hem aan het spoken is. Het geeft de schrijver gelegenheid het oorlogsverleden van zijn eigen vader nog een keer te bespreken.
Motieven
Tweede wereldoorlog
De naweeën van de Tweede Wereldoorlog op het leven van de vader van Andreas zijn groot. Hij durft na de bevrijding nauwelijks zichzelf te zijn. Hij stelt zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap, omdat hij niet begraven wilde worden. Andreas zet dat later recht.
Vader-zoonrelatie
Direct gekoppeld aan het thema is de vader-zoonrelatie. Andreas heeft moeten toezien dat zijn vader na de oorlog een bange en uitgebluste indruk maakte. Hij was een Duitser in Nederland die zich schaamde voor wat er gebeurd was en daarom niet meer zijn eigen leven durfde te leiden. De zoon geeft hem aan het einde toch een passende begrafenis. De Stichting Eenzame Uitvaart alsmede de heer Starik bestaan echt.
Dood
De vader is 36 jaar geleden gestorven en heeft zich niet laten begraven of cremeren. Hij stelde zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap zodat hij "ongezien kon verdwijnen." Dat vraagt om eerherstel in het teken van rouwverwerking.
Lichamelijke beperking
Andreas lijdt aan insomnia (slapeloosheid). het oorlogsverleden van zijn vader speelt daarbij een grote rol.
Motto
Ze wierpen dichtbij brood en veraf dood.’
W.F. Hermans
Opdracht
Voor Marina
Titelverklaring
Andreas Klein lijdt aan slapeloosheid. Hij denkt dat het stof van zijn vele boeken dat kan veroorzaken en hij besluit zijn boeken weg te doen. Hij ziet figuren in zijn dromen en het verhaal vliegt eigenlijk alle kanten uit.
Het is een poging tot lichtvoetigheid. Maar het probleem blijkt erger dan slapeloosheid. Uiteindelijk blijkt de figuur die hij ziet zijn vader te zijn. Het is dan eigenlijk een poging tot rouwverwerking. Die lukt in principe beter dan de poging tot lichtvoetigheid.
Structuur & perspectief
De structuur is het verhaal van een slapeloze nacht waarin de verteller duidelijk wordt wie de spookfiguur is die hem uit zijn slaap houdt. Wanneer hij dat weet besluit hij een maand later zijn vader opnieuw te begraven. Dat vertelt hij in de eerste alinea al, dus Andres Klein is eigenlijk een achterafverteller.
Het boek heeft twee getitelde delen, die op hun beurt worden onderverdeeld in een aantal relatief korte hoofdstukken met een titel.
Deel I Allegretto (muziek term die aangeeft dat iets minder snel moet verlopen dan allegro)
DeeII Lamentoso (muziekterm die aangeeft dat er sprake is van een klaagzang)
De ik-verteller is Andreas klein die in eerdere romans van Münstermann als zijn biografische alter ego is opgedoken. Het gaat in deze roman uiteindelijk ook over de rouwverwerking van zijn vader.
Decor
Uit een dialoog uit de roman tussen Andreas en zijn buurman kun je het verhaalheden construeren.
Jouw vader is toch dood?’
‘Ja, hij is dood.’
‘Hoe oud zou hij nu zijn?’ vroeg Nick.
‘Honderdenacht.’
‘Zag hij er in je droom zo oud uit?’
‘Nee.’ ‘
Hoe dan?’
‘Als een jonge kerel van een jaar of vijfendertig. Uit 1943 om precies te zijn.’
Uit deze dialoog zou je kunnen opmaken dat het verhaal in 2016 speelt.
Het is een warme zomernacht in augustus.
Uit een ander tekstgegeven (de brief aan F. Starik, waarin staat dat de vader in 1978 is overleden) en de combinatie met het tekstgegeven dat dit 36 jaar geleden is) kun je opmaken dat het augustus 2014 is.
Uit het noemen van enkele straatnamen in Amsterdam (bijv. Overtoom) kun je opmaken dat het decor de hoofdstad van Nederland is. Maar de symbolische ruimte is natuurlijk ook Duitsland (van in en na de oorlog). Andreas gaat met zijn vrouw Isis ook de dag na de bewuste nacht op reis naar Baden Baden om in een Kurort te ontspannen.
Stijl
Er zit wel een groot verschil in stijl tussen deel I en deel II. In het eerste deel probeert de schrijver een lichtvoetige stijl te hanteren, geheel volgens de inhoud van deel I.
Als lezer neem je deel I dan ook nauwelijks serieus: wat een rare man is Klein denk je.
Deel II gaat eigenlijk over rouwverwerking en dan is de toon van het vertellen serieuzer. Klein vertelt dat zijn vader na de terugkeer in de oorlog nauwelijks nog een normaal leven heeft geleid. Ook de late eredienst voor zijn vader is ernstig van aard.
Slotzin
Een paar dagen na de uitvaart kon ik mijn beugel ophalen. Nu slaap ik weer. We zijn de man uit het laboratorium echt dankbaar, na alle onrust. Ons leven is weer normaal. Ik schreeuw niet in mijn slaap. Ik schop niet. Isis kan ongestoord naast mij liggen dromen. Er is geen sprake van spoken in ons huwelijksbed. Het is alsof ik een nieuw leven ben begonnen. Dat is wat er gebeurd is. Dat is allesBeoordeling
Ik vind het lezen van deze laatste roman van Münstermann een vreemde gewaarwording. In deel I kon m.i. het verhaal alle kanten op en dat deel worden beschouwd als een bizarre, absurdistische roman zoals P.F. Thomése dat wel eens probeert.
In deel II wordt de roman ineens serieuzer en blijkt de slapeloosheid van Andreas Klein te wijten te zijn aan onvoldoende rouwverwerking. Het verhaal krijgt dan toch wel body, maar dan blijf je je als lezer afvragen waarom dan deel I op deze manier moest worden gepresenteerd. Ik vind de poging tot grappigheid dan ook mislukt.
Het zal daarom zeker geen bestseller worden en ik vermoed dat het misschien te literaire boek geen aantrekkingskracht op scholieren zal krijgen. Het werk is echter wel goed te combineren met andere boeken over een vader-zoonrelatie die recent (ook in 2015) zijn verschenen.
Ad Fransen - Vaderskind
P.F. Thomése - De onderwaterzwemmer
Alex Boogers - Alleen met de goden
Ik merk een jaar later nog wel eens dat een dergelijk boek op de longlist of soms zelfs shortlist van een literaire prijs terecht komt. Maar het grote publiek zal het boek m.i. minder waarderen.
Jammer, want ik vind Münstermann in veel andere romans een goede schrijver.
Recensies
"Pa Klein wordt herdacht, zijn zoon vindt rust en daarmee eindigt deze in aanvang atypische Münstermann. Iets anders stond hem vermoedelijk voor ogen; meer lol, meer gekte, maar in de laatste hoofdstukken komt de schrijver toch uit bij waar hij simpelweg beter in is: ragfijne psychologie in een kristalheldere stijl. Het is een zegen dat sommige schrijvers niet aan zichzelf kunnen ontsnappen." http://www.volkskrant.nl/...~a4042135/
Geschreven door Cees
Ik heb verreweg het grootste deel van mijn leven voor de klas gestaan. Eerst vijf jaar op een basisschool, daarna veertig jaar op diverse scholen voor voortgezet onderwijs: havo en vwo, onder- en bovenbouw. Leraar Nederlands zijn vond ik veel leuker dan directielid spelen. De laatste jaren was ik conrector. In 2004 begon ik aan mijn eerste boekverslag voor scholieren.com. Dat is dus ruim twintig jaar geleden.
Ik vond het destijds mijn 'missie' om de vaak verouderde en 'afgezaagde' literatuurlijsten voor Nederlands te vernieuwen en mijn leerlingen kennis te laten maken met onbekende en / of jonge schrijvers. Lezen kan namelijk gewoon leuk zijn. Het is de taak van een docent om het lezen te stimuleren.
Docenten kunnen je met het aanprijzen van aantrekkelijke en/of spannende boeken enthousiast maken. Passages die interessant zijn, kun je voorlezen in de klas. Kort vertellen waarover een boek gaat, kan ook een stimulans voor je keuze zijn. En vergeet niet dat je van je medeleerlingen ook kunt horen welk boek ze (erg) leuk gevonden hebben. Dat is vaak de beste manieren om te weten te komen of een boek aantrekkelijk is. Hoewel smaken altijd blijven verschillen..
Ik heb tot nu ( 1 febr. 2026) 1559 boekverslagen gemaakt, waarvan vrijwel de meeste Zeker-Weten-Goed-verslagen zijn. Er staan aan het einde van het verslag ook vragen over de inhoud en de structuur, zodat je kunt controleren of je je het boek in grote lijnen begrepen hebt.
Bij Scholieren.com probeer ik zo veel mogelijk boeken van nieuwe schrijvers te bespreken. Elke maand ontvang ik boeken van diverse uitgeverijen die hun schrijvers uit 'hun fonds' onder de aandacht van de lezer willen brengen.
Ik hoop altijd dat de 'leraar Nederlands' zijn leerlingen toestaat om de wat minder bekende of zelfs beginnende schrijvers op de leeslijst te accepteren. Ik hoor vaak dat leerlingen hun uitgekozen boek "niet op de lijst mogen zetten." Dat is vaak erg jammer.
Lezen kan leuk zijn, maar boekverslagen maken doe je meestal niet voor je lol. Ikzelf vond dat vroeger namelijk helemaal niet leuk. Ik kocht in die tijd (heel lang geleden) daarom ook alle uittrekselboeken van alle talen. (Bijvoorbeeld Literama (Ne), Aperçu (Fa), Survey (En), Der Rote Faden (Du). En als ik heel eerlijk ben, heb ik ook wel eens uit tijdgebrek alleen met een boekverslag een mondeling tentamen gedaan. Maar dan voelde je je toch niet altijd op je gemak. Nu maak ik zelf al jaren boekverslagen voor scholieren.com.
Nog een welgemeend advies: wees verstandig en lees altijd het boek. Dan kan een boekverslag op scholieren.com een prima geheugensteun voor je mondeling zijn.
En geloof me, docenten kunnen vanwege tijdgebrek echt niet alle boeken lezen die jaarlijks verschijnen; zij raadplegen daarom ook wel de boekverslagen die scholieren.com aanlevert. Daar is natuurlijk helemaal niks mee.
Waarschuwing van mijn kant :
Pas op met het opvragen van verslagen via Chatgpt. Ik heb verslagen gelezen waarin pertinente onjuistheden staan. Klik dan maar gewoon op de verslagen van scholieren. com bij Zeker Weten Goed.
REACTIES
1 seconde geleden