Klinkers en afsluitingen

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 6e klas aso | 5563 woorden
  • 8 juni 2001
  • 51 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 51 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
1 KLINKERS
1.1 Inleiding
Het Romeinse Rijk steunde op het grootste wegennet dat in de Oudheid is aangelegd. De wegen hadden als doel reizen vlot te laten verlopen. Heerbaan is een mooiere naam voor een Romeinse weg. De wegen zelf waren een bouwkundige prestatie van niveau. Ze brachten mensen van verschillende gebieden met elkaar in contact en maakten snelle reizen tussen de uithoeken van het rijk mogelijk. Het bestuur van het rijk was voor een groot deel afhankelijk van dit netwerk. De Romeinen waren zeker niet de eersten die een uitgebreid wegennet aanlegden. De Griekse en de Perzische wegen waren bijna even goed, zo niet beter. Het Romeinse wegennet is echter opmerkelijk vanwege haar enorme uitgestrektheid. De bouwfasen van een Romeinse weg verliepen als volgt. Na een grondige opmeting van het terrein werd het traject gemarkeerd met palen. De weg moest zo kort mogelijk zijn, dus als het even kon zonder kronkels. Men groef een greppel, voorzag deze aan beide kanten van trottoirbanden en maakten daartussen een diepere greppel die werd opgevuld met stenen en ander hard materiaal. De bovenste laag bestond uit grote, platte stenen die bol werden gelegd zodat het regenwater kon worden afgevoerd naar de greppels. We hebben de bouwfasen eigenlijk min of meer overgenomen van de Romeinen zoals ik verder zal toelichten.
Van oudsher worden klinkers gemaakt van gebakken klei. Gebakken klinkers staan bekend om de diepe, warme kleuren en om de kleurvastheid. Door het nostalgisch uiterlijk zijn zelfs gebruikte gebakken klinkers zeer goed en worden ze veelvuldig toegepast. In de tuin verwerkt, komen gebakken stenen natuurlijk over. Ze zijn tijdloos en met iedere bebouwingssoort of omgeving te combineren. Klinkers geven een warm beeld. De kleuren vloeken zelden met andere materialen, zoals natuurstenen, beton of metselsteen.

Voordelen
- duurzaam;
- worden steeds mooier naarmate ze ouder worden (net als natuursteen);
- kleurvast;
- de kleuren van de klinkers zijn aangenaam;
- deze tinten zijn altijd te combineren met andere natuurproducten, zoals beplanting.

Nadelen
- bij nabestelling kunnen wel kleurverschillen voorkomen;
- de formaten zijn soms moeilijk te combineren met betonproducten;
- de voorraad vermindert dag na dag.

Na 1945 heeft de productie van betonstenen een grote vlucht genomen. De mogelijkheden om met betonstenen te verharden zijn qua vormgeving, structuur en kleur praktisch onbeperkt. Beton is een zakelijk product, ondanks fraaie naamsaanduidingen en kleurvariaties. De wijze van verwerken bepaalt de sfeer. Beton staat als product op zichzelf en vormt een apart hoofdstuk in de verhardingen. Omdat het goedkoper is dan natuur- en baksteen wordt het vaak als vervanging van deze stenen gebruikt. Deze benadering is gevaarlijk, want beton heeft een geheel eigen structuur en eigen kleuren. Beton is een product als een ander dat ook zodanig gebruikt hoort te worden.

Voordelen

- beton is zeer maatvast binnen een welbepaalde onderneming;
- het is gemakkelijk te verwerken;
- er is een grote variëteit in afmetingen en vormen;
- het is relatief goedkoop;
- het distributienet is uitgebreid;
- er bestaan bijmaterialen die het straatwerk kunnen vergemakkelijken zoals de zogenaamde bisschopmutsen (stenen in de vorm van bisschopmutsen zodat men bij afwerking van klinkers niet moet bijzagen);
- beton is met moderne bouwvormen goed te combineren.

Nadelen
- de levensduur van betonsteen is korter dan de levensduur van natuursteen;
- betonfabrieken leveren geen uniforme afmetingen;
- moeilijk te combineren met tegels die wel uniform zijn;
- de genormaliseerde steen kan verschillen van bedrijf tot bedrijf;
- de kleuren lopen terug (dit hoeft niet altijd bezwarend te zijn).

1.2 Soorten klinkers
In dit deel zal ik enkele klinkers bespreken die iedereen kan kopen in de omgeving van Mol. Het kan zijn dat er verschillende namen bestaan voor eenzelfde klinker. Dit hangt af van bedrijf tot bedrijf.

1.2.1 Carremar
De afmetingen zijn: 11 x 11 x 6 cm; 14x 14 x 6 cm; 11 x 11 x 7 cm; 14 x 14 x 7 cm; 11 x 11 x 8 cm; 14 x 14 x 8 cm. Het oppervlak van de steen is vlak. De klinker bestaat uit hoogovencement, zuiver maaszand, zwarte basaltsplit en harde kalksteen De kleurvastheid van de steen wordt verkregen door een inkleuring met pigmenten bestaande uit 100 % ijzeroxiden. Het pigmentgehalte op het cementgewicht bedraagt minimum 3 %.

1.2.2 Rexamar
Deze klinker heeft hetzelfde uiterlijk, dezelfde compositie, dezelfde inkleuring als de Carremar, maar de afmetingen zijn 21 x 14 x 6 cm en 21x 14 x 8 cm.
1.2.3 Piastra
De afmetingen zijn: 11 x 11 x 7 cm; 14 x 14 x 7 cm; 11 x 11 x 8 cm; 14 x 14 x 8 cm. Het oppervlak van de steen kenmerkt zich door een welving van de vier zijkanten en door een lichte golving van het oppervlak. De zijkanten daarentegen zijn vlak zodat de klinkers optimaal bij elkaar aansluiten. De klinker bestaat uit hoogovencement, zuiver maaszand, zwarte basaltsplit en harde kalksteen. De kleurvastheid van de steen wordt verkregen door een inkleuring met pigmenten bestaande uit 100 % ijzeroxiden. Het pigmentgehalte op het cementgewicht bedraagt 5 %.

1.2.4 Grani-mar
De afmetingen zijn: 22 x 11 x 8 cm; 22 x 11 x 10 cm; 22 x 11 x 12 cm. De Grani-mar is eigenlijk de gewone betonklinker. Deze klinker is in fijne of groffe structuur en in verschillende kleuren te verkrijgen: grijs, zwart, rood, geel, donkerbruin, lichtbruin,… Als men 1 van deze kleuren wil, wordt de boven- en onderlaag gekleurd met een pigmentmiddel dat voor die kleur geschikt is. De toeslagmaterialen in de onderlaag en de bovenlaag verschillen van klinker tot klinker. Toeslagmaterialen als natuursplit, natuurzand, mengeling van gebroken kalksteen, rivierzand en basalt. Als cement wordt een hoogovencement van lichte kleur gebruikt zowel in de bovenlaag als in de onderlaag.

1.2.5 Altstadt
De afmetingen zijn: 16,5 x 8 x 8 cm, 16,5 x 16,5 x 8 cm; 16,5 x 25 x 8 cm. De klinkers hebben een rechthoekige vorm waarbij de vier zijden niet rechtlijnig verlopen, maar ook geen curve beschrijven zodat de dwarsdoorsnede steeds dezelfde blijft. De bovenzijde van elke steen is vlak, behalve langs de omtrek, waar hij voorzien is van een regelmatig gevormde facetrand. De bestanddelen van de klinker zijn rijnzand, basaltsplit, hoogovencement, vulstof en ijzeroxide. Het is een gebakken klinker.
1.2.6 Dikformaat & waalformaat
De afmeting van het dikformaat is 21 x 7 x 8 cm en van het waalformaat is 20 x 5 x 8 cm. Het zijn rechthoekige klinkers. Beide formaten worden geproduceerd met speciale toeslagstoffen.
1.2.7 Quinta
De afmeting van deze steen is 21 x 11 x 8 cm. De klinker heeft een grove structuur, maar kan ook voorzien worden van een fijne toplaag met granulaten. Dit functie van de structuur zorgt voor een vuilafstotende werking. Quinta´s hebben een groot infiltrerend vermogen. De afgifte naar de bodem is echter afhankelijk van de ondergrond. Als men een goed doordringbare ondergrond kiest, is de klinker in staat om het regenwater door te laten naar de onderliggende bodem.

1.2.8 Cobblestones
Met de karakteristieke Cobblestones schept U een tijdloze sfeer in uw tuin. Ze zijn gemaakt van natuurlijke grondstoffen en behouden daardoor vele jaren hun schoonheid. Het assortiment kent een ruime verscheidenheid aan formaten die uitstekend met elkaar te combineren zijn. U kunt uzelf dus volledig uitleven, passend bij uw persoonlijke tuinidee.
1.2.9 Circlestones
Deze klinkers hebben verschillende vormen en worden gebruikt om ronde terrassen of cirkels in een bestrating te maken. Om een mooie cirkel te krijgen, is er voor elk soort cirkel een legvoorbeeld. Deze klinkers worden vaak met Cobblestones gecombineerd. Het effect is een schitterend resultaat.
1.2.10 Ecotop
Ecotop combineert pantserkracht met een onverslijtbare, kleurvaste deklaag van mineraalgesteente, afkomstig uit Europese berggroeven. Het ruime kleurenscala is zo mooi als de natuur zelf. De sfeer wordt bepaald door subtiele kleurschakeringen.
1.2.11 Geostone
Geostone laat het regenwater ongehinderd naar de bodem vloeien, op voorwaarde dat de besrating is gebeurt op een geschikte ondergrond. Uw bestratingwerk blijft droog en goed beloopbaar. Geostone is het uitgekiende steentje voor een regenrijk land.
1.2.12 Drainstone
Een boeiend spel van lijnen en kleuren. De Drainstone heeft opvallend brede voegen, en is daardoor waterdoorlatend. Hij is verkrijgbaar in verschillende kleuren, waarmee U uw tuinidee vorm geeft.
1.2.13 Uni
Met hun frivole vorm voegen Univerbandstenen een element van speelsheid toe aan uw terrassen en paden. Het onwrikbare legpuzzelverband maakt deze steen o.a. geschikt voor opritten. Er bestaan ook Uni Coloc stenen, deze lijken uit drie steentjes te bestaan, wat een levendig effect oplevert.
1.2.14 Stradalit
Stradalitklinkers worden ook wel eens keramische klinkers genoemd. Deze klinkers verrijken en animeren tuinen, pleinen en straten. Deze stenen hebben veel eigenschappen. De klinkers zijn omwille van hun hoge dichtheid zelfreinigend onder invloed van de zon, de wind en de regen. Stradalit is ook zuurbestendig, en dus ongevoelig voor dooizouten, minerale oliën, en voor andere chemische producten.
.3 De verschillende soorten verbanden
Als we klinkers gaan plaatsen, kunnen we ze leggen in verschillende verbanden. Ik bespreek enkel de meest gebruikte verbanden, hierbij opmerkend dat er nog vele andere verbanden zijn zoals vb.: het zigzagverband, het segmentverband of het schelpenverband
Het is belangrijk een juiste keuze te maken. Het bepaalt mede met de kleur de sfeer van de bestrating.

1.3.1 Halfsteenverband
Het vrijwel alle rechthoekige en vierkantige bestratingsmaterialen kan het halfsteenverband gemaakt worden. Het patroon laat zich eenvoudig leggen. Met hulpstukken, bijvoorbeeld halve stenen (10 x 10 cm betonkeltjes bij een 10 x 20 cm betonstenen) wordt lelijk hakwerk voorkomen. Het is het meest toegepaste verband, maar ook het saaiste bij grote oppervlakten. Bij niet frequent belopen stukken kunnen we de voegen iets breder maken dan gebruikelijk. Hierdoor ontstaat er een ruimte voor plantengroei. We krijgen min of meer een wildverband indien we dit niet regelmatig doen. We kunnen een pad in het midden dichtstraten (de klinkers heel dicht tegen elkaar leggen) en naar de zijkanten toe meer openstraten (de klinkers met voegen van enkele millimeters naast elkaar leggen). In de voegen aan de zijkanten kan dan gras groeien zodat we een vloeiende overgang groensteen krijgen.

1.3.2 Blokverband
Blokverband wil zeggen dat de stenen twee aan twee haaks op elkaar staan. Het kan dus alleen wanneer twee keer de breedte van een steen, inclusief voeg, gelijk is aan de lengte.
Het blokverband kent een toepassing als sierverband op terrassen, met smalle paden en als tijdelijke verharding. Het blokverband is aan te raden voor zwaar verkeer. Een groot voordeel van het blokverband is dat het aanbrengen, het zogenaamde blokken, zeer snel kan worden uitgevoerd.

1.3.3 Elleboogverband
Het elleboogverband passen we toe op brede paden, terassen en garageopritten. De stenen staan haaks op de opsluitbanden en de rijrichting. Het is een fraai en vrij stevig verband.

1.3.4 Keperverband
Het keperverband is zeer decoratief en stevig. Het patroon staat onder een hoek van 45° op de lengteas van de weg. Dit verband geeft de mogelijkheid om te werken met bisschopmutsen. Dit is mooier voor de afwerking. Met het keperverband is het mogelijk om verschillende richtingen uit te straten. Het is het meest stevige verband dat we kennen, echter ook nogal tijdrovend om te leggen.

1.3.8 Cirkelverband
Dit is een verband dat het meest wordt gebruikt bij terrassen, maar het kan ook worden aangebracht in een ander bestratingsoppervlak. De klinkers die hiervoor worden gebruikt heten Circlestones. Deze stenen geven uw terras en bestratingswerk meer leven, ze zijn ook te verkrijgen in verschillende kleuren. Bent U een echte doe-het-zelver, dan bestaat er een legpatroon. Leg het (biologische afbreekbare) patroon op het te verharden oppervlak en plaats de stenen volgens de aanwijzingen, en klaar is uw cirkel!

1.4 Gereedschap
Voor het aanbrengen van klinkers maakt men gebruik van specifiek gereedschap.
1.4.1 Panschop
De panschop wordt gebruikt voor het verzetten van grond. De afmetingen kunnen verschillen, evenals de bevestigingshoek van de schop. De beschikbare maten zijn 00 (de kleinste), 0, 1, 2, 3 (de grootste).
1.4.2 Reien
De rei is een stevige, rechte overal even brede alluminiumen lat. Ze wordt gebruikt voor horizontaal overbrengen van hoogten en voor het controleren van straatwerk. Ook gebruikt men een rei om een stabilisatiebed vlak te leggen.
1.4.3 Bandentang
Een bandentang is een soort nijptang, waarmee trottoirbanden en opsluitbanden worden verwerkt. Een opsluitband of een trottoirband is lomp om op te tillen. Een bandentang vermijdt dit probleem! Schroef de opsluitband of de trottoirband tussen de tang en til ze op met een aantal personen.De tang is er in meerdere afmetingen om er zowel smalle als brede banden mee te kunnen optillen.
1.4.4 Straathamers
De klinkerhamer wordt gebruikt om klinkers te plaatsen. Deze hamer heeft een massa van ongeveer 1 kg en heeft een korte houten steel, die ongeveer 10 mm langer is dan de handbreedte.
1.4.5 Kniebeschermers + schoenen
Kniebeschermers worden gebruikt door straatmakers die met hun knieën in de stabilisatie zitten. Het gebruik hiervan vermindert beschadigingen en klachten aan de knieën. Ook kan men best schoenen aan doen met stalen tip.
1.4.6 Kniptang
Voor het op maat knippen van klinkers kan men een kniptang gebruiken. Een alternatief is het gebruik van een slijpschijf of een diamantzaag.
1.4.7 Trilplaat
De bestrating wordt aangetrild met een trilplaat. Hiermee worden de klinkers ten opzichte van elkaar vlak getrild en vast in de onderliggende stabilisatie gedreven. Ook wordt de machine gebruikt voor het aantrillen van de ondergrond in de voorbereidingsfase van de plaatsing om een zekere stevigheid te verkrijgen.
1.4.8 Afzethekken
Rondom een werk aan of in de openbare weg en bij opengebroken straatgedeelten moeten afzethekken worden geplaatst. Het gebruik hiervan is verplicht. In combinatie met afzethekken kan bovendien een afzetlint worden gebruikt. Afzetlint is een dun kunstof rood-wit lint dat men langs een afzetting kan aanbrengen.
1.5 Het plaatsen van klinkers
Bij het plaatsen van klinkers, hebben we te maken met een aantal fasen. Fasen zoals
de observatie (met de observatie bedoelen we het bekijken van het te verharden oppervlak),
de voorbereiding (het maken van de ondergrond), de plaatsing (het plaatsen van de stenen),
en de afwerking (het mooi maken van het geplaatste werk). Bij het plaatsen van klinkers in de hedendaagse tijd zien we vele gelijkenissen met het plaatsen van heerbanen in de Romeinse tijd. Er is 1 groot verschil: de wegen in de Romeinse tijd moesten recht op recht zijn, nu maken we kronkels in onze bestrating om de schoonheid te benadrukken.

1.5.1 Observatie
Vooraleer we kunnen beginnen met de voorbereiding moeten we aandachtig de ondergrond
Bestuderen, dit wil zeggen: de hardheid van de ondergrond bekijken. Als er bijvoorbeeld
bomen of struikgewassen hebben gestaan, moet het wortelgedeelte van het groen volledig
worden verwijderd. Dit moet grondig gebeuren, want anders kunnen er later eventuele verzakkingen optreden. In de observatie wordt er ook rekening gehouden met de rioleringswerken. Het is niet leuk als er na enkele jaren problemen optreden in verband met de riolering. Ten slotte is er het uitgravingswerk wat erg belangrijk is: het uitgraven van het overtollige zand moet zeker 15 cm bedragen (10 cm voor de stabilisatie bij particulieren (ondergrond gemaakt van ijzerresten, cement en rijnzand), + de dikte van de klinker)). Als vertrekpunt nemen we de onderkant van een deursteen en een ander punt. Met het andere punt bedoel ik de straatkant of de verharde ondergrond in een garage. Dit hangt uiteraard af van de plaats waar er klinkers moeten geplaatst worden. We spannen een aantal koorden van het ene vertrekpunt naar het andere om de diepte te kunnen meten.

1.5.2 Voorbereiding
Met de voorbereiding bedoelen we het maken van de ondergrond. Hiervoor gebruiken we stabilisatie. Voor een oppervlakte van 10 m² hebben we ongeveer 1,2 m³ stabilisatie nodig om zo een laag van 10 cm te bekomen. Als we de stabilisatie hebben aangevoerd, trillen we de ondergrond af met een trilplaat. Na het trillen, kunnen we beginnen met het maken van passen. Dit kan gebeuren met een laser (snelste en nauwkeurigste manier) of met de hand
(traagste en minst nauwkeurigste manier). Bij het plaatsen van passen moeten we rekening
houden met het afdragen van het water zodat we geen wateroverlast krijgen (een afdraagbaarheid van 1 cm per meter is voldoende). Na het plaatsen van de passen komt het gelijk maken van de ondergrond. Dit kan gebeuren met een aftrekbalk door middel van een kraan (snelste manier, maar wordt meestal gebruikt voor grotere oppervlakten) of met de hand door middel van een rei (traagste manier en meestal gebruikt voor kleinere oppervlakten).
1.5.3 Plaatsing
Met het plaatsen van klinkers bedoelen we het leggen van de klinkers. Overal, ook bij
een rioleringsputje, wordt een kantsteen geplaatst waartegen de klinkers na het plaatsen worden afgewerkt. Bij het plaatsen moet er rekening worden gehouden met twee zaken: nl. de klinkerverbanden (zie het deel dat daarover handelt) en het uitlijnen van de klinkers. Dit is niet gemakkelijk uit te leggen. In het deel dat handelt over de meest voorkomende fouten ga ik hier dieper op in.

1.5.4 Afwerking
De afwerking is het bijwerken van de openingen. Dit kan gebeuren met een diamantzaag nat gebruikt, een slijpschijf droog gebruikt of een kniptang. Het mooiste werk wordt geleverd door een diamantzaag. We tekenen de klinker af en zagen of knippen hem. De afwerking van de zijkanten (niet tegen een huismuur of iets dergelijks) gebeurt door het plaatsen van kantstenen (een klinker op zijn kant geplaatst) of bandopsluiters (banden die de klinkers opsluiten zodat ze niet meer kunnen verplaatsen). De bandopsluiters en kantstenen moeten 1 cm lager komen dan de bestrating. In de toekomst gezien zullen de bandopsluiters meer en meer verdwijnen omdat de kleur van de klinkers meestal niet overeenkomt met de kleur van de bandoplsluiters. Bij kantstenen is er van dit probleem geen sprake. Maar bij grote ondernemingen gaat men voor de stevigheid kiezen en niet voor de schoonheid. Zodat men daar meestal voor de ordinaire bandopsluiters opteert. Hierna strooit men wit zand over de klinkers (omdat bij zwart zand de klinkers na enkele jaren worden overspoeld door onkruid). Hierdoor komen de klinkers vast te liggen. Na het inkeren, keert men de klinkers volledig af. Hierna worden de klinkers afgetrild met een trilplaat. Tenslotte strooit men wit zand over de klinkers zodat het zand kan inregenen.

1.6 Fouten
Nu zal ik enkele veel gemaakte fouten in verband met het plaatsen van klinkers aanhalen. Ik laat vier foto¢s zien en zal uitleggen wat er verkeerd is gegaan. Daarna zal ik uitleggen hoe men deze fouten kan vermijden.

1.6.1 Water
Op de eerste foto zie je water staan. Men heeft tijdens de voorbereiding in verband met de plaatsing van klinkers geen rekening gehouden met de afdraagbaarheid. De plaatsers hebben hier geen afdraagbaarheid van 1 cm per meter genomen. De fout is opgetreden tijdens het plaatsen van de passen. De plaatsers hadden veel meer aandacht moeten besteden aan de voorbereiding. Waarschijnlijk kwamen de plaatsers in tijdnood en is alles veel sneller moeten gaan dan gepland. Je kan best je tijd nemen voor het plaatsen van passen in de voorbereidingsfase.

1.6.2 Afwerking
Op de tweede foto zie je dat er iets is misgelopen tijdens de afwerking. De plaatsers zijn een kantsteen vergeten. Als ze een kantsteen hadden gebruikt, zouden de klinkers een mooier geheel vormen. Na de kantsteen geplaatst te hebben , moet men afwerken met driekwartklinkers die haaks op de andere klinkers komen. Op de foto zie je ook duidelijk dat er een kniptang werd gebruikt. Als ik klinkers afwerk, gebruik ik meestal een diamantzaag, omdat dit een mooier resultaat oplevert.

1.6.3 Uitlijnen
Op de derde foto zie je dat men geen rekening heeft gehouden met de uitlijning. Je kan duidelijk zien dat de klinkers zijn geplaatst door amateurs. Als de je naar de lijnen kijkt, mogen de klinkers zeker niet meer verspringen dan een cm. Hier verspringen ze twee stenen! De plaatsers hebben geen of toch weinig gebruik gemaakt van de rei of een koord waardoor het verspringen van de klinkers had kunnen vermeden worden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat uitlijning niet gemakkelijk is als je werkt met oude, al gebruikte klinkers.

1.6.4 Opsluitbanden
Op de vierde foto zie je dat de bestrating lager of hoger ligt ten opzichte van de opsluitbanden. De opsluitbanden moeten 1 cm lager komen dan de bestrating. Als dit niet het geval is, is dit hoogst waarschijnlijk te wijten aan een holte in de ondergrond. Als de ondergrond onvoldoende hard is, zakken de klinkers na enkele jaren. De plaatsers hadden meer aandacht moeten besteden aan de ondergrond. Je kan het beter van de eerste keer goed doen, zodat je je geen zorgen meer moet maken voor verzakkingen.

2 SCHEIDINGSWANDEN EN AFSLUITINGEN
2.1 Inleiding
Beton heeft nog te kampen met een imago van “koel en lelijk zijnde”. Nochtans bestaan er voor woningbouw en renovatiewerken verschillende sierbeton-artikelen die qua esthetische en functionele kwaliteit bijzonder concurrentieel zijn met de meer traditionele materialen. De tijd van saai grijs beton is definitief voorbij. Beton kan mooi zijn en bezit een aantal belangrijke troeven: ’t is duurzaam, beperkt in onderhoud, budgetvriendelijk en bestand tegen vandalisme. Als materiaal voor je scheidingswand kan je kiezen uit hout, baksteen, gewone grijze betonplaten of kunststof. Wat denk je van een scheidingswand uit sierbeton? De afstand tussen beton en hout was ooit groter …
Tuingaas blijft één van de meest gebruikte methodes om je tuin af te bakenen. Doorgaans is dat gaas vervaardigd uit vooraf verzinkt laagkoolstofstaaldraad en achteraf groen geplastificeerd. De voordelen van afsluitingen zijn dat ze relatief goedkoop zijn, licht en lucht doorlaten en redelijk makkelijk te plaatsen zijn.

2.2 Productie
2.2.1 Scheidingswanden
Wat verstaan we onder een scheidingswand? Een scheidingswand is een volle, betonnen en of houten muur. Ik zal hier de productie van betonproducten zoals platen, palen, opsluitbanden, … beschrijven. De productie gebeurt door middel van een triltafel. Dit is een tafel met een blad van staal bevestigd op rubberen toppen. Onder het blad draait een as en bevinden zich uit het center geplaatste gewichten waardoor het tafelblad gaat schudden. Op het blad komen de vormen te liggen. De productie van een betonproduct komt tot stand door het bij elkaar trillen van de betonmassa. De basisproducten voor het maken van beton zijn cement, zand, grind en water. De hoeveelheid van deze producten kan verschillend zijn van producent tot producent, evenals de gebruikte grondstoffen bijvoorbeeld lommelzand of rijnzand, groffe of fijne grind, …
Ook neemt men meestal in elk bedrijf een andere p-waarde voor de gebruikte cement. De p-waarde van cement geeft de snelheid van het hard worden aan. De courante cement met p-waarde 30, die gebruikt wordt bij het metsen, komt bij betonproductie weinig voor. Bij betonproductie zal men eerder kiezen voor een cement met p-waarde 50 of zelfs hoger. Hoe hoger de p-waarde, hoe groter de snelheid van het hard worden met als gevolg een hogere productie.
Eens men een samenstelling heeft bekomen, gaat men de betonmassa maken, waarmee men de vormen vult. De vormen kunnen bestaan uit hout, metaal en harde plastic. De vormen zijn conisch gemaakt (de bovenkant en de onderkant van de vormen hebben niet dezelfde oppervlakte) om de ontvorming mogelijk te maken. De samenstelling van de betonmassa is voor ieder bedrijf beroepsgeheim. Dit is te vergelijken met een bakker die nooit zijn toprecepten aan andere bakkers zal uitlenen.
Er is namelijk een belangrijke punt waarmee je rekening moet houden bij de productie van betonproducten. Het punt handelt over de hoeveelheid water dat men gebruikt bij het maken van de betonmassa. De stijfheid van de betonmassa is bij de verwerking heel belangrijk. Als de betonmassa te nat is (dit is meestal bij regenweer of koud weer), gaat men best minder water gebruiken. Anders krijgt men bij het verwijderen van de vormen vervormingen van de betonproducten. De producten drijven als het ware uit elkaar of zakken in. Als de betonmassa te droog is (dit is meestal bij een buitentemperatuur die hoger is dan 20°), gaat men best water toevoegen omdat anders de betonmassa te snel gaat drogen. Zo niet kunnen er grindformaties zonder cement en luchtbellen ontstaan. Het gevolg van een te droge betonmassa is dat de verwerking sneller moet gebeuren en hierdoor mislukken misschien de laatste producten. De productie steunt volledig op vakkennis en ervaring.

2.2.2 Afsluitingen
Hoe een staaldraad tot stand komt, wordt niet openbaar gemaakt bij de firma Bekaert. Toch zal ik de productie kort beschrijven. Een Bekaertdraad bestaat uit laagkoolstofstaaldraad. De verticale en de horizontale draden worden gepuntlast. Daarna wordt de laagkoolstofstaaldraad geplastificeerd. De Bekaertpalen worden gespoten. Uiteraard gebeurt dit allemaal machinaal.
2.3 Soorten
2.3.1 Scheidingswanden
Het assortiment betonplaten is zeer uitgebreid. Er bestaan scheidingswanden zonder motief, met enkelzijdig hout- of steenmotief, … De betonplaten met hout- of steenmotief kunnen we nog eens gaan onderverdelen omdat er verschillende soorten motieven bestaan. Ik bespreek hier de reantste scheidingswand, m.m. Timbercrete. Timbercrete is een scheidingswand met dubbelzijdig houtmotief. Men kan ze in de kleuren bruin, geelgroen en grijs verkrijgen. Op dit moment is de scheidingswand in België alleen te verkrijgen bij BETONFABRIEK MAES te Dessel. Deze firma heeft het monopolie van deze scheidingswand in Europa. Ze is overgevlogen van Canada naar België.

Voordelen
- dubbelzijdig houtmotief;
- minder zwaar dan de ordinaire betonplaten;
- moet niet worden opgevoegd aan de palen;
- geen strip tussen de panelen omwille van het tand- en groefsysteem;
- perfecte afwerking door het toppaneel;
- geen discussie tussen de buren, aan beide kanten houtmotief.
2.3.2 Afsluitingen
Omdat een afsluiting wordt gekenmerkt door een welbepaalde draad, zal ik wat uitleg geven over de draadsoorten die bij Bekaert geproduceerd worden. Bij Bekaert worden draden zoals Fortinet Medium, Fortinet Super, Pantanet Family, Pantanet Protect, Pantanet Super (=Pantanet Garden), Zware Ursus, Ursus AS, Plasitor geproduceerd. Omdat het aanbod zo groot is, ga ik slechts één draadsoort, namelijk Fortinet Medium gedetailleerder bespreken. Deze draadsoort wordt aanbevolen bij scholen, speelterreinen en sportstadions, gebouwen van openbaar nut, fabrieken en werkplaatsen, vliegvelden en militaire domeinen.

Voordelen
- horizontale draden met krimp (door de krimp zal het regenwater van de draad afdrupppen);
- verticale draden geven extra stevigheid;
- verzinkt en geplastificeerd wat garant staat voor een lange levensduur;
- draaddiameter van 2,95 mm zorgt voor stevigheid en veiligheid;
- als de draad hoger is als 1,50 m zijn er prikkels bovenaan de draad voorzien;
- zeer weinig toebehoren indien geplaatst met Bekaclippalen (geen spandraad, geen binddraad en spanners nodig);
- volledig systeem: draad, palen, toebehoren, poorten;
- laat licht en lucht door.
Kenmerken
- maasgrootte: 50,8 X 50,8 mm;
- draaddiameter: 2,95 mm;
- treksterkte draad:
horizontaal: 400 – 550 N/mm²;
verticaal: 700 – 900 N/mm²;
- kleur: natuurlijk groen.
Elke draadsoort heeft zo zijn eigen kenmerken en voordelen. Sinds kort kan men de draden en hun toebehoren ook in het zwart verkrijgen. Dit is duurder omdat de verhouding tussen het aanbod en de vraag nog niet optimaal is. Ook kunnen een aantal van deze draden voorzien worden van een betonplint. De groene draadpalen komen dan in een betonnen paal te staan. Het heeft als voordeel dat het onkruid zich niet kan ontwikkelen in de draad.

2.4 Plaatsing

2.4.1 Scheidingswanden
Ik teken alle palen af. Ik meet van de bovenkant van de paal naar onderen toe. Ik zet een streepje op de hoogte die minder is als de hoogte van 1 betonnen plaat. Dus als er een scheidingswand moet komen van 2 m, moet ik de palen op 1,60 m aftekenen. Vervolgens maak ik een kuil van een bepaalde diepte om de eerste paal in te plaatsen. Daarna plaats ik de eerste paal op de gewenste hoogte. Let op dat de sleuf zeker een aantal cm (meestal 10cm) in de grond staat. Op het einde van de nog te plaatsen scheidingswand plaatst ik een profiel loodrecht in de grond. Nu kan ik de twee gemarkeerde streepjes, op het profiel en de eerste paal met een koord verbinden. Deze koord dient als referentiepunt om de diepte van de paalkuilen te bepalen. Met een meter kan ik onder de koord door meten om te controleren of er voldoende diepte is. Hierbij moet ik zeker opletten dat de platen ongeveer 10 cm in de grond zullen terechtkomen.
Als de eerste paal juist staat, vul ik de kuil met zand en druk het goed aan. Belangrijk is dat de scheidingswand stevig en recht staat. Om de constructie meer stevigheid te geven plaats ik twee klinkers op iets minder dan de plaathoogte onder de koord. De klinkers zullen vermijden dat de op elkaar te plaatsen betonplaten niet in de grond zullen wegzakken. Daarna plaats ik op elke plaat een strip, behalve op de bovenste platen van de scheidingswand. Dit is een strip die ervoor zorgt dat de platen niet moet worden opgevoegd. Dit gebeurde echter vroeger niet. Ik plaats een plaat op de twee klinkers. Ik ga mij bukken en zeg tegen mijn medewerker waar de platen nog moeten zakken. Mijn medeweker zal de platen tot op een hoogte die evenwijdig is met de koord laten zaken door middel van een houten balk of iets dergelijks. Daarna plaatsen we de andere platen op de zojuist geplaatste plaat. Mijn medewerker maakt een andere kuil aan het uiteinde van de geplaatste platen. Ik plaats een paal in de kuil met behulp van een waterpas en het streepje.
Deze handeling herhalen we een aantal keren tot op het einde van de gewenste lengte. Staan de platen niet mooi op 1 lijn, dan gebruik ik een hefboom om de platen mooi recht naast elkaar te krijgen. Ik plaats de hefboom onder de onderste plaat en haal zo het geheel omhoog. Waar nodig kan ik de platen laten zakken door op de klinker te kloppen met een houten balk of iets dergelijks. Staan de platen mooi recht en op dezelfde hoogte, dan kunnen we de platen opspieën en het geheel met voegmortel opvoegen.
De eindafwerking is nabij. Als afwerking kun je na plaatsing, indien gewenst, een gepigmenteerde laag aanbrengen. Door een harslaag komt een houtstructuur nog beter tot haar recht en wordt de gelijkenis met houten panelen groter. De kleurvastheid blijft identiek, zowel bij droog als bij nat weer. De harslaag vult de poriën van het betonoppervlak, zorgt voor een afstotende laag, waardoor vervuiling en mosvorming in gevoelige mate tegengewerkt worden. De jaarlijkse nabehandeling van de scheidingswand wordt hierdoor overbodig. Voor de verwerking van het hars moet het betonmateriaal voldoende warm zijn (min. 10°C; bij voorkeur ± 18°C; niet in de volle zon bij temperaturen boven de 25°C). Voor een goede hechting van het gekleurde hars zorg je ervoor dat de ondergrond droog en stofvrij is. De droogtijd bedraagt zo¢n 5 uur. In de droogtijd kan het best niet regenen.

2.4.2 Afsluitingen
Ik effen het terrein waar de afsluiting moet geplaatst worden. Daarna markeer ik de rechte lijn met metalen pinnen en een touwtje en deel de rechte stroken in gelijke afstanden van 2,5 à 3 m. Ik markeer op de bodem de plaats van span-, steun en tussenpalen. Een steunpaal geeft steun aan de begin- en eindpaal omdat er een geweldig grote spanning op deze twee palen komt te staan. Daarna schuif ik de steunpaalbeugel rond de spanpaal en bevestig deze op de spanpaal met een schroef. Let op de juiste positionering van het boorgat (hoogte en hoek).
Daarna maak ik een kuil en plaats een paal met het profiel naar de buitenkant van het terrein. Zorg ervoor dat de beginpaal en de eindpaal langs het touwtje staan en 10 cm hoger boven de grond komen dan de tussenpalen (afsluiting met bovenbuis, indien U een afsluiting plaatst zonder bovenbuis moet de paal op eenzelfde hoogte boven de grond komen als het gaas). Ik controleer met een waterpas of de paal loodrecht staat en betonneer de paal met stabilisatie. Nu ligt de plaatsing een dagje of twee stil, want de stabilisatie moet eerst hard worden. Dit herhaal ik voor alle palen.
Nu kunnen we beginnen met het spannen van het gaas (bij de beginspanpaal). Ik ontrol de rechtopstaande rol 1 à 2 meter, plaats deze in het midden van de eerste maas voor de neus van de beginspanpaal en bevestig deze aan de paal door elke horizontale draad van de maas met een groene geplastificeerde binddraad vast te maken (plaats het gaas 5 cm boven de grond om zo het gazon beter te kunnen maaien). Daarna span ik een aantal spandraden tussen begin- en eindpaal. Het aantal spandraden hangt af van de hoogte van de afsluiting. Meestal spant men om de 50 cm een spandraad. Deze draad moet een zeer grote spanning hebben omdat het gaas eraan wordt bevestigd.
Ik rol het gaas verder uit en span het eerst met de hand, daarna met de spanvork op +/- halve hoogte van de eindspanpaal (neem ten minste twee horizontale draden tussen de tanden van de vork en hanteer de vork als hefboom). Ik span het gaas aan totdat het strak tegen de palen staat en totdat de verticale draad aan de spanvork dreigt te vervormen. Daarna bevestig ik het gaas aan de tussenpaal met een groen geplastificeerde binddraad. Dit herhaal ik voor elke tussenpaal, maar begin altijd met het spannen van de draad aan de beginpaal en ga zo verder van tussenpaal naar tussenpaal. Als U de voorkeur geeft aan een gaas zonder verticale draden (niet stevig op zichzelf) gaat men het gaas aan de spandraden vastmaken met groen geplastificeerde ringetjes. De ringetjes worden met een speciale tang aangebracht. Door het aanbrengen van de ringetjes gaat het gaas niet meer doorzakken tussen twee tussenpalen.

2.5 Fouten
Nu zal ik enkele veel gemaakte fouten in verband met het plaatsen van scheidingswanden aanhalen. Ik toon drie fouten en zal uitleggen wat er verkeerd is gegaan. Daarna zal ik toelichten hoe men die fouten kan vermijden.

2.5.1 Strip
Op de eerste foto kan je tussen de twee betonplaten kijken. Dit is niet de bedoeling van een scheidingswand. Een scheidingswand moet de privacy vergroten tussen twee eigendommen. Men is tussen de platen een strip vergeten (een kunststoffen band dat je op de bovenkant van een betonplaat moet plakken in plaats van de betonplaten op te voegen). Wil men privacy, moet men een strip gebruiken.

2.5.2 Uitlijning
Op de tweede foto kan je zien dat de betonplaten niet op eenzelfde hoogte staan. Dat kan worden vermeden door de betonpalen op te voegen, zodat de betonplaten niet meer kunnen zakken. Ik vind dit een zeer belangrijk aspect. Als de betonplaten niet op dezelfde hoogte staan, is het cijfer van beoordeling over de scheidingswand zeer laag, maar in het tegenovergestelde geval is het waarderingscijfer zeer hoog.

2.5.3 Opvoegen
Op de derde foto kan je zien dat de betonpaal niet is opgevoegd. Hierdoor zullen de betonplaten na enkele jaren zakken. Als je de betonpaal opvoegt, wordt de scheidingswand een groot geheel. De scheidingswand zal dan altijd recht blijven staan en de betonplaten zullen dan niet meer zakken.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.