Computers

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • groep 8 | 1717 woorden
  • 11 maart 2002
  • 350 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 350 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Computer
De computer bestaat al 360 jaar.
Dat is iets wat de meeste mensen niet verwachten,
want ze denken dat het een heel modern apparaat is.
Ze schatten dan dat de computer zo’n 20 jaar oud is.
20 jaar geleden heeft computerbedrijf IMB haar eerste PC’s verkocht.
PC betekent personal computer.
Dat zijn computers die op je bureau passen.
De PC is dus voor iedereen thuis of op het werk,

Voor de PC waren er alleen maar grote en dure computers.
Alleen bedrijven en universiteiten hadden zulke computers.

De eerste computer was de Pascaline.

Die werd in 1642 bedacht door de Fransman Blaise Pascal.
Het apparaat was bedoeld als hulpje voor zijn vader die bij de belasting werkte.
Op de Pascaline kon je nog geen spelletjes spelen.
Je kon er zelfs geen tekst mee typen!
Eigenlijk kon het apparaat maar één ding: optellen.
En met een beetje moeite kon Blaise het apparaat ook nog zo veranderen dat het ook kon aftrekken.
Maar om er meer dingen mee te doen kreeg hij niet voor elkaar.
De Pascaline was eigenlijk gewoon een rekenmachine.
Maar de computer van nu is dat ook.
Op het beeldscherm van een computer kun je wel tekst en spelletjes zien,
maar in het binnenste van de computer werkt alles met getallen.

De computer waar ik nou op typ kan eigenlijk alleen optellen.
Niet voor niets heet het ding een computer:
dat komt van het Engelse to compute.
En dat betekent: rekenen.
Een computer is dus eigenlijk een rekenaar.
Veel mensen hebben een hekel aan rekenen.
Daarom bedenken mensen apparaten die het rekenen gemakkelijker maken.
In 1675 bedacht de Duitser Von Leibniz een rekenmachine die al iets meer kon dan die van Blaise Pascal.
In 1801 bouwde Joseph Jacquard een weefgetouw dat automatisch werkte met ponskaarten.
Dat zijn kaarten met een heleboel gaatjes erin.

Een draaiorgel werkt hetzelfde.
De muziek staat op een lange rits kartonnen kaarten.
Er zitten allemaal gaatjes in.
Die gaatjes zorgen ervoor dat het draaiorgel op het juist moment de juiste toon speelt.
Zo werkt het weefgetouw ook.
Op die ponskaarten kon je ook andere informatie dan muziek opslaan.
20 jaar later vond Charles Babbage de ponskaart-rekenmachine uit.

De Amerikaan Herman Hollerith gebruikte in 1880 een ponskaarten-lezer om de resultaten van een volks-telling te verwerken.
Later richtte hij de International Business Machines Corporation op.
Die naam ken je nu als de computerfirma IBM!
Al deze uitvindingen waren rekenhulpen en automaten.
Ze konden alleen maar dat doen waar ze voor waren gemaakt.
In 1936 beschreef de Engelsman Alan Turing hoe een échte computer zou moeten werken.
Niet om één soort probleem op te lossen.
Deze computer zou ook nieuwe dingen kunnen leren: de machine kon je programmeren.
Alan Turing dacht dat hij zo'n computer wel zou kunnen bouwen met tandwielen!
De allereerste echte computer werd gebouwd in 1939, ongeveer 60 jaar geleden, door John Atanasoff en zijn assistent Clifford Berry.
Zij noemden het apparaat: ABC, van Atanasoff-Berry Computer. Computer
De computer bestaat al 360 jaar.
Dat is iets wat de meeste mensen niet verwachten,
want ze denken dat het een heel modern apparaat is.
Ze schatten dan dat de computer zo’n 20 jaar oud is.
20 jaar geleden heeft computerbedrijf IMB haar eerste PC’s verkocht.
PC betekent personal computer.
Dat zijn computers die op je bureau passen.
De PC is dus voor iedereen thuis of op het werk,

Voor de PC waren er alleen maar grote en dure computers.
Alleen bedrijven en universiteiten hadden zulke computers.
De eerste computer was de Pascaline.

Die werd in 1642 bedacht door de Fransman Blaise Pascal.
Het apparaat was bedoeld als hulpje voor zijn vader die bij de belasting werkte.
Op de Pascaline kon je nog geen spelletjes spelen.
Je kon er zelfs geen tekst mee typen!
Eigenlijk kon het apparaat maar één ding: optellen.
En met een beetje moeite kon Blaise het apparaat ook nog zo veranderen dat het ook kon aftrekken.
Maar om er meer dingen mee te doen kreeg hij niet voor elkaar.
De Pascaline was eigenlijk gewoon een rekenmachine.
Maar de computer van nu is dat ook.
Op het beeldscherm van een computer kun je wel tekst en spelletjes zien,
maar in het binnenste van de computer werkt alles met getallen.
De computer waar ik nou op typ kan eigenlijk alleen optellen.
Niet voor niets heet het ding een computer:
dat komt van het Engelse to compute.
En dat betekent: rekenen.
Een computer is dus eigenlijk een rekenaar.
Veel mensen hebben een hekel aan rekenen.
Daarom bedenken mensen apparaten die het rekenen gemakkelijker maken.
In 1675 bedacht de Duitser Von Leibniz een rekenmachine die al iets meer kon dan die van Blaise Pascal.
In 1801 bouwde Joseph Jacquard een weefgetouw dat automatisch werkte met ponskaarten.
Dat zijn kaarten met een heleboel gaatjes erin.

Een draaiorgel werkt hetzelfde.
De muziek staat op een lange rits kartonnen kaarten.
Er zitten allemaal gaatjes in.
Die gaatjes zorgen ervoor dat het draaiorgel op het juist moment de juiste toon speelt.
Zo werkt het weefgetouw ook.
Op die ponskaarten kon je ook andere informatie dan muziek opslaan.
20 jaar later vond Charles Babbage de ponskaart-rekenmachine uit.

De Amerikaan Herman Hollerith gebruikte in 1880 een ponskaarten-lezer om de resultaten van een volks-telling te verwerken.
Later richtte hij de International Business Machines Corporation op.
Die naam ken je nu als de computerfirma IBM!
Al deze uitvindingen waren rekenhulpen en automaten.
Ze konden alleen maar dat doen waar ze voor waren gemaakt.
In 1936 beschreef de Engelsman Alan Turing hoe een échte computer zou moeten werken.
Niet om één soort probleem op te lossen.
Deze computer zou ook nieuwe dingen kunnen leren: de machine kon je programmeren.
Alan Turing dacht dat hij zo'n computer wel zou kunnen bouwen met tandwielen!
De allereerste echte computer werd gebouwd in 1939, ongeveer 60 jaar geleden, door John Atanasoff en zijn assistent Clifford Berry.
Zij noemden het apparaat: ABC, van Atanasoff-Berry Computer
Zij gebruikten geen tandwielen.
Ze hadden als eersten bedacht dat elektronische onderdelen handiger waren.
Een paar jaar later bouwde de Britse regering de computer Colossus.
Dat was in de Tweede Wereldoorlog, en Colossus was speciaal bedoeld om geheime berichten van het Duitse leger te vertalen.
Een heel beroemde computer heette ENIAC (afkorting van Electronic Numerical Integrator and Computer).
Die werd in 1946 gebouwd voor het Amerikaanse ministerie van Defensie.
Deze computer was 2 1/2 meter hoog en 24 meter lang!
En heel lastig te bedienen: je programmeerde het apparaat door kabeltjes op een stekkerbord te steken.

De uitvinding van de transistor (in 1948) en van de micro-chip waren heel belangrijk.
Hiermee kon de computer steeds kleiner, sneller en goedkoper worden.
In 1981 verkocht de firma IBM de eerste IBM pc's
En toen waren computers niet meer weg te denken uit onze wereld.
Een computer is een maf ding.
Hij lijkt super-slim, maar eigenlijk kan hij alleen maar enen en nullen optellen.
Maar als een computer alleen maar enen en nullen kan optellen... hoe kan hij dan tekst, plaatjes, filmpjes en spelletjes op je beeldscherm laten zien?
Het lijkt ingewikkeld.
Maar eigenlijk is het best makkelijk.
Sommige mensen gebruiken een zaklantaarn om iemand een boodschap te sturen.
Ze maken korte en lange lichtflitsjes.
Morse-code heet dat.
Bijvoorbeeld: één korte en daarna één lange flits is een A.
Eén lange flits en daarna drie korte betekent B.
Zo heeft elke letter van het Morse-alfabet een code.
Eigenlijk stuur je iemand dus codes van lichtflitsjes.
Nou, dat is ongeveer hetzelfde als wat in de computer gebeurt.
Computertaal zit vol enen en nullen.
Met 1-0-codes kan hij alles onthouden: letters, getallen, kleuren, vormen, noem maar op.
De letter A heeft bijvoorbeeld de code 0-1-0-0-0-0-0-1.
En de letter B onthoudt de computer met de code 0-1-0-0-0-0-1-0.
Als jij dus een leuk filmpje op je computer bekijkt, dan is de computer als een gek enen en nullen aan het bekijken!
Als je iets over computers leest, kom je vaak woorden als bits, bytes en mega-bytes tegen. Maar wat zijn dat eigenlijk?
In het brein van de computer zitten alleen maar enen en nullen. Elk nulletje of eentje heet: bit. De letter A onthoudt de computer met 0-1-0-0-0-0-0-1. Tel de enen en nullen maar na... dat zijn dus acht bits!
De computer gebruikt heel veel codes van acht bits.
Elke letter uit het alfabet heeft bijvoorbeeld een code van acht bits.
Voor die codes van acht bits hebben ze een apart woord bedacht: een byte.
Eén byte is dus hetzelfde als acht bits!
Maar een byte is eigenlijk maar heel weinig.
Je kunt er wel een letter mee opslaan, maar meer ook niet.
Als je een plaatje opslaat, of een spelletje, dan heb je wel duizenden bytes nodig!

Daarom is het ook niet handig om met bytes te rekenen... dat worden zulke grote getallen!
Dat rekenen gaat beter met kilo-Bytes.
Kilo betekent: duizend.
Vergelijk het maar met een kilometer: 1000 meter = 1 kilometer.
Zo werkt het ook met bytes.
Alleen zijn de getallen iets anders: 1 kilo-Byte = 1024 bytes.
Rekenen met 1024 is voor computers makkelijker dan met 1000.
Want 1024 is precies 2x2x2x2x2x2x2x2x2x2.
Trouwens, de meeste mensen zeggen nooit kilo-Byte.
Ze korten het af tot kB.Zeggen ze: "Nou, dat plaatje was wel 100 kB!".
Dan bedoelen ze dus honderd kilo-Bytes.
En dan is er de Mega-Byte.
1 Mega-Byte = 1024 kilo-Bytes.
Tegenwoordig is er ook de GB: de Giga-Byte.
1 Giga-Byte = 1024 Mega-Bytes.
Als je nu een nieuwe computer zou kopen, dan zit er bijvoorbeeld 10 Giga-Bytes in.
Dat betekent dat deze computer ruimte heeft om 10 Giga-Bytes te onthouden.
Je kunt ook zeggen: die computer heeft 10 Giga-bytes op zijn harde schijf.
Ik zal nu eens uitrekenen hoeveel bits er in een GB zit.
Eerst ga ik omrekenen van GB naar MB.
Daarvoor moet je het aantal GB's keer 1024 doen:
10 GB = 10240 MB
Dan reken ik de MB's om naar kB's... daarvoor doe je het aantal MB's weer keer 1024:
10240 MB = 10485760 kB
Nu ga ik van kB's naar bytes... weer keer 1024!
10485760 kB = 10737418240 bytes
Ten slotte moet ik van bytes naar bits. Er zitten 8 bits in een byte, dus ik vermenigvuldig met 8:
10737418240 bytes = 85899345920 bits
Op een harde schijf van 10 GB kunnen dus 85899345920 eentjes en nulletjes worden opgeslagen! Vijfentachtig miljard achthonderdnegenennegentig miljoen driehonderdvijfenveertigduizend negenhonderdtwintig enen en nullen. Ongelofelijk veel...
In de toekomst zullen computers nog veel meer kunnen opslaan. En als er ooit 1024 GB op de harde schijf kan... dan heb je één Tera-Byte! Want 1024 GB = 1 Tera-Byte.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

gaaf werkstuk! waar heb je de info gevonden

9 jaar geleden

E.

E.

gaaf werkstuk! waar heb je de info gevonden?
ik maak ook een werkstuk over computers dus i wil een antwoord!

9 jaar geleden

G.

G.

slecht

7 jaar geleden

F.

F.

dit is gewoon je eigen wekstuk overschrijfen makkelijk

7 jaar geleden