ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Ver voor het begin van de jaartelling kende Griekenland al heel veel heilige plaatsen. De oudste en beroemdste was de stad Olympia. Uit alle streken van Griekenland trokken mensen naar dit heiligdom om te offeren.

In de stad Olympia waren onder andere tempels gebouwd. De oudste tempel was gewijd aan de godin Hera. Zij was de vrouw van Zeus: de oppergod van de Grieken. De grootste tempel was trouwens aan hem gewijd.
Om de vier jaar werden ter ere van Zeus Spelen gehouden. Dit gebeurde in een stadion. Het allereerste stadion bestond uit een renbaan voor hardlopers. Deze renbaan eindigde bij een heilige olijfboom. Van die olijftakken werden kransen gemaakt voor de overwinnaars.

Later kregen de Spelen een minder godsdienstig karakter. Ze dienden meer als tijdverdrijf voor de mensen. Soms waren er wel 45.000 mensen bij elkaar. Maar niet iedereen kwam voor de sport. Onder de toeschouwers waren vaak kunstenaars, zoals dichters, schrijver, en beeldhouwers. Zij stelde hun beelden ten toon en verhalen voor. Op die manier probeerden zij bekend te worden.

In het jaar 394 na Christus was het afgelopen met de oude Spelen. Enkele tientallen jaren later werden de tempelgebouwen door de Romeinen verwoest. Aardbevingen en overstromingen veranderden het gebied in een grote woestenij*. Vele eeuwen zouden de schatten van Olympia bedolven blijven onder een metersdikke laag modder.
Pas in het jaar 1876 begonnen Duitse archeologen met hun opgravingen. Duizenden antieke voorwerpen kwamen er te voorschijn. Ook de overblijfselen van Hera en Zeus werden gevonden. En een van de beelden was van de godin Niké.
Zij was de god van de overwinning.

In het jaar 776 voor Christus werden de eerste Olympische Spelen gehouden, waarbij de namen van de overwinnaars werden opgeschreven. Dit eerste feest geldt als begin van de Olympiade. Een Olympiade is een periode van vier jaar tussen twee Olympische Spelen. Vanaf 776 werden om de vier jaar Olympische Spelen gehouden in plaats Olympia.

De Spelen duurden eerst een en later vijf tot zeven dagen.
Bekende sporten waren: worstelen, hardlopen, boksen, speerwerpen, discuswerpen en wagenrennen. Er waren ook wedstrijden in dichten.De beste atleten kwamen uit in de zogenaamde vijfkamp. Deze bestond uit vijf sporten: speerwerpen, hardlopen, verspringen, discuswerpen en worstelen. Het ging er meestal niet zachtjes aan toe, daarom waren er een hoop sporters die gewond naar huis gingen.

De eerst moderne Spelen werden gehouden in het jaar 1896 in Athene. Er waren toen negen sporten: atletiek, worstelen, gewichtheffen, schermen, wielrennen, zwemmen, turnen en tennis. Aan de eerste Spelen namen 311 sportlieden uit 13 landen deel. Onder hen was geen enkele vrouw. In 1896 was er ook geen Nederlandse deelnemer. De stichter van de moderne Spelen was De Coubertin*. Door beoefening van sport wilde hij twee doelen bereiken:
1. Het bevorderen van de lichamelijke en geestelijke opvoeding van de jeugd;
2. Het sterker maken van vriendschapsbanden tussen volkeren.
Deze twee doelen betekende samen de Olympische Gedachten.

De Coubertin* vond dat sport niets te maken had met politiek.
Al snel bleek dat hij zich vergist had. Want sinds het begin van de moderne spelen heeft politiek wel een rol gespeeld. Hieronder wat voorbeelden.

1936: In het jaar 1936 werden de Spelen georganiseerd in Berlijn. Hitler maakten tijdens de Spelen veel reclame voor zijn politieke ideeën. Iedereen moest geloven dat de Nazi’s de grote problemen van die tijd konden oplossen.

1956: Rusland was Hongarije binnengevallen. Nederland en ook andere landen deden uit protest niet mee met de Olympische Spelen in Melbourne.

1964: Het I.O.C.* Verbood Zuid-Afrika deel te nemen aan de Spelen in Tokio vanwege de apartheidspolitiek*. Dit verbod werd pas in 1991 weer opgeheven.

1972: Tijdens de Spelen van Munchen werden een aantal leden van de Israëlische ploeg gegijzeld door een Palestijnse bevrijdingsorganisatie. In totaal vielen er zelfs 15 doden!

1980: De Spelen werden georganiseerd in Moskou.
Russische legers waren Afghanistan binnengevallen. Uit protest deden veel landen niet mee aan de Spelen. Ook Nederland niet.

En in de eerst- en tweedewereldoorlog werd de Olympische Spelen afgelast.

Medailles hadden ze niet in de oudheid. Ook geen handje van Balkenende of Willem - Alexander en Maxima. Het ging vooral om de eer. Als prijs kreeg de winnaar een krans van olijftakken.
Maar geen gewone takken hoor. De takken werden met een gouden mes van een heilige boom afgesneden. Soms kregen de winnaars ook andere prijzen. Zoals kaartjes voor een theater of levenslang gratis eten in hun eigen dorp.

De medailles van goud, zilver en brons zijn verzonnen door de Coubertin*.

Het Olympisch vuur:
Het olympisch vuur werd op de moderne Spelen ingevoerd. In 1928 in Amsterdam en heeft sindsdien altijd gebrand van het begin tot het einde van de spelen. De fakkel wordt in Olympia aangestoken en dan naar de plek gebracht waar de olympische Spelen gehouden worden. Verschillende lopers geven elkaar de fakkels dan door.

De fakkelestafette van de oude stad Olympia tot waar de Spelen gehouden werd is in 1936 ingevoerd en voor de winter Spelen in 1964. De eerste keer dat de fakkel met het vliegtuig reisde was toen de Spelen in Melbourne werden gehouden.

De Olympische vlag:
De Olympische vlag bestaat uit vijf in elkaar gevlochten ringen. Deze ringen hebben de kleuren: blauw, geel, zwart, groen en rood. Deze ringen hebben te maken met de werelddelen.
Blauw is Europa, geel is Azië, zwart is Afrika, groen is Australië en rood is Amerika. De vlag is ook ontworpen door De Coubertin*.

De openingsceremonie:
Na het aansteken van het Olympisch vuur wordt de Olympische vlag gehesen. Daarna volgt een grote optocht van de deelnemers aan de Spelen. De Grieken lopen voorop en het land dat de Olympische Spelen organiseert sluit de rij af. De openingsceremonie is een groot spektakel.
Tijdens de ereceremonie legt een sportman of sportvrouw de eed* af namens alle sportlieden. Die eed gaat zo: “Uit naam van alle deelnemers beloof ik, dat wij aan deze Olympische Spelen zullen deelnemen waarbij de regels die ze beheersen zullen worden gerespecteerd en gehoorzaamd, in ware geest van sportiviteit, voor de glorie van de sport en voor de eer van onze teams.” Deze eed* is ook bedacht door De Coubertin.

Doping:
Er zijn middelen waarmee een sporter zijn prestatie kan verhogen. Het gebruik van deze middelen wordt doping genoemd. Doping is verboden. Veel van deze middelen zijn slecht voor de gezondheid. Na de wedstrijd moeten de besten een plasje inleveren. Als in de urine verboden stoffen worden gevonden dan ben je ‘positief’. De sporter mag dan niet meer meedoen. De gewonnen medaille moet worden ingeleverd. Het I.O.C.* Heeft een lijst waarop de verboden middelen staan.
Zo weet iedere sportman of sportvrouw wat hij of zij wel en niet mag gebruiken.

Reclame:
Het organiseren van de Olympische spelen kost enorm veel geld. Dat geld is nodig voor het bouwen van stadions, het aanleggen van nieuwe wegen, het bouwen van een Olympisch dorp voor sporters, voorzieningen voor de pers, radio, televisie en ga zo maar door. Je zou kunnen zeggen dat de Olympische Spelen niet meer mogelijk zijn zonder sponsoren. In ruil voor geld wordt er reclame gemaakt voor een bedrijf. Het I.O.C.* krijgt ook veel geld van televisiemaatschappijen. Deze maatschappijen kopen dan het recht om de Olympische Spelen te mogen uitzenden. Via satelliet worden de beelden automatisch verspreid.

Wie organiseert de spelen.
Door het werk van Pierre de Coubertin* werd in 1894 het I.O.C.* opgericht. Dit comité organiseert de spelen. Het I.O.C.* bestaat uit ongeveer 100 leden. Zij komen uit landen over de hele wereld. Het kantoor van het I.O.C.* staat in Lausanne in Zwitserland. Elk land heeft afzonderlijk ook nog een comité in Nederland hebben wij het N.O.C.* dat werd in 1912 opgericht. Het N.O.C.* bepaalt welke sporters er mee mogen doen met de Olympische Spelen. Je moet eerst bepaalde prestatie hebben, want niet iedereen mag naar de Olympische Spelen.

Na de aanslag van de Palestijnse terroristen in 1972 zijn de veiligheidsmaatregelen in en rond het stadion flink versterkt en zonder accredatie* komt een atleet niet eens zijn eigen olympisch dorp in. Daar wordt de sfeer natuurlijk niet beter van maar het moet, want niemand maar dan ook niemand wil dat zoiets ergs nog eens gebeurd.

Vrouwen was het niet toegestaan om deel te nemen aan de Spelen. Een uitzondering was er voor de eigenaressen van paarden, die mee konden doen zonder er zelf echt bij te zijn.
Alleen ongetrouwde meisjes mochten als toeschouwer aanwezig zijn op de Spelen. Griekse meisjes trouwde al op 13 jarige leeftijd.

Een vrouw, die haar zoon wilde aanmoedigen, deed zich voor als een trainer. Toen hij won was ze zo blij dat haar vermomming afviel. Sinds die dag moesten zoal de trainer als de atleten naakt de Spelen bezoeken.

Amateur-sporters zijn mensen die niet voor hun prestaties worden betaald. De Coubertin* vond dat alleen amateurs aan de Spelen mochten deelnemen. Lange tijd was dat ook zo geweest. Na verloop van jaren werd dat echter steeds moeilijker. Als je topprestatie wilt leveren, dan moet je veel trainen. Daar is tijd, gelegenheid en geld voor nodig.
Tegenwoordig is het steeds moeilijker te bepalen wie wel en wie geen amateur is. Hier een voorbeeld van: in tal van westerse landen worden sporters gesponsord door bedrijven.
In ruil voor reclame betaalt het bedrijf de kosten die de sporter maakt.

Er zijn heel wat opmerkelijke prestaties geleverd in de lange historie van de Olympische Spelen, maar een aantal atleten springen er wel uit.

De Amerikaan Ray Ewry werd in de jaren vlak na de eeuwwisseling acht keer Olympisch kampioen op nummers die nu niet meer op het programma staan: Hoog- en verspringen zonder aanloop. Het bijzondere aan hem was dat hij als kind polio* kreeg en jarenlang in een rolstoel zat.

Een andere goeie sporter was de Finse atleet Paavo Nurmi.
Hij kwam uit op de Spelen van 1920, 1924 en 1928 en veroverde op de midden lange afstanden negen gouden en drie zilveren medailles. Een tijdgenoot van het was de Amerikaan Jhonny Weismuller, de latere filmheld Tarzan, die als zwemmer vijf Olympische titels behaalde.

En zo zijn er nog wel een paar meer zoals de Roemeense turnster die Comaneci die in 1976 op 14-jarige leeftijd drie Olympische titels behaalde.

Ook Nederland is aardig succesvol geweest op de Olympische Spelen. De bekendste Nederlandse sporter is wel Fanny Blankers-Koen, die in 1948 kampioene werd op de 100, 200, 4x100 meter én op de 80 meter horden. Al eerder deden Nederlandse sporters van zich horen. De ruiter Charles Pahud de Moranges behaalde in de periode 1924 tot 1932 op de military* vier keer gouden één keer zilver. De zwemster Rie Mastenbroek deed weinig voor hem onder door in 1936 drie Olympische titels te veroveren.

Een heel bijzondere Olympische kampioen was de judoreus
Anton Geesink. Hij bleef in 1964 in Tokio, de hoofdstad van hét judoland van de wereld. De Spelen van 1968 in Mexico leverde Nederland drie maal goud op: voor de roeier Jan Wienese, voor de zwemster Ada Kok en voor de wielerploeg op de 100 km.
In 1972 legde judoka Wim Ruska beslag op twee Olympische titels en won en won wielrenner Hennie Kuiper de wegwedstrijd.

Daarna waren er pas in 1884 weer gouden medailles voor Nederland. De zwemsters Jolanda de Rover (200 meter rugslag) en Petera van Staveren (100 meter schoolslag), de surfer Stephan van den Berg, de dameshockeyploeg en discuswerpen kwamen allemaal met goud uit Los Angeles terug. In 1988 toen de Olympische Spelen veel zwaarder was, bestond de oogst uit twee Olympische titels: voor Monique Knol bij de wedstrijd wielrennen en voor de roeiers Nico Rienks en Ronald Florijn in de dubbeltwee.

En dat is alleen nog maar de Zomer Spelen.

Pas in 1924 werden er voor het eerst aparte Winterspelen gehouden, in Chamonix in Frankrijk. Deelnemers wilden ook kunnen skiën, schaatsen en bobsleeën. En dat ging nogal moeilijk in Athene, Londen of Parijs. Te warm en geen hoge bergen. Toch werd er in Antwerpen in 1920 al aan ijshockey gedaan. Men had een overdekte ijshal gebouwd. Dat was voor die tijd heel bijzonder.
Nederland heeft met schaatsen veel medailles gewonnen. Vooral de laatste 20 jaar. In 1998 waren Ids Postma en Marianne Timmer onze gouden helden!

In Athene in 1896 stonden 9 sporten op het programma. In Sydney zijn dat er 28. Pas als een sport in een groot aantal landen wordt beoefend, kan hij een Olympische Sport worden. Daarom is bijvoorbeeld korfbal geen Olympische sport.
De sporten van Sydney zijn:
Zomerspelen:
Atletiek
Badminton
Basketbal
Boksen
Boogschieten
Gewichtheffen
Gymnastiek
Handbal
Hockey
Honkbal
Judo
Kanosport
Moderne vijfkamp
Roeien
Ruitersport
Schermen
Schieten
Taekwondo
Tafeltennis
Tennis
Triatlon
Voetbal
Volleybal
Waterpolo
Wielrennen
Worstelen
Zeilen
Zwemmen
Winterspelen:
Biatlon
Bobsleeën
IJshockey
Kunstrijden
Langlaufen
Schaatsen
Skispringen
Tobogansleeën en rodelen

Algemeen:
Voor topsporters met een lichamelijke en/of een visuele* handicap zijn de Olympische Spelen het belangrijkste sportevenement ter wereld. De Paralympics worden net als de Olympische Spelen eens in de vier jaar gehouden. Er zijn zowel zomer- als winterspelen. Meestal is het Olympisch dorp voor de Olympische Spelen dezelfde als die voor de Paralympics. De Spelen worden één of twee weken na de Olympische Spelen gehouden.

Geschiedenis:
De Paralympics ontstonden in 1948 door het idee van een Engelse chirurg Sir Lutwig Guttman. Hij organiseerde de Internationale Rolstoel Spelen, die samenvielen met de Olympische Spelen in Londen. In 1960 in Rome kregen de Paralympics een vastere vorm. Ongeveer 400 sporters uit 23 landen deden mee aan deze Spelen in Rome. In Atlanta in 1996 liep het aantal op tot ongeveer 3500 deelnemers uit 120 landen.

Sydney:
Ook Sydney deed mee aan de Paralympics. Deze werden gehouden van 18 t/m 29 oktober. Meer dan 4000 lichamelijke en visuele gehandicapten uit 125 landen deden er aan mee. Ze namen deel aan achttien Zomerspelen. Sommige sporten waren speciaal aangepast en bij de andere sporten zijn vooral de regels en het materiaal aangepast.

Nederland:
Nederland heeft vanaf de eerste Paralympics in Rome deelgenomen. Een van de hoogtepunten van Nederland waren de Spelen van 1980. Toen werden de Spelen in Arnhem gehouden. Op Papendaal in Arnhem deden dat jaar vele honderden gehandicapten sporters mee. Een ander hoogtepunt voor Nederland waren de Spelen in 1996 in Atlanta waar vele medailles door Nederlandse gehandicapten sporters werd gewonnen.

I.O.C.: Internationaal Olympisch Comité.

N.O.C.: Nederlands Olympisch Comité.

Eed: Dat je iets zweert.

De Coubertin: Franse Baron Pierre de Coubertin

Woestenij : Een woeste streek.

Accredatie : Een officieel toelatingsbewijs.

Apartheidspolitiek: In Afrika vond de regering dat de zwarte mensen minderwaardig waren. Zij mochten sommige gebouwen niet binnen. De kinderen mochten alleen naar zwarte scholen enz.

Polio: Een ziekte.

Military: Samengestelde wedstrijd in de ruitersport.

Visuele gehandicapten: Mensen die niks of bijna niks zien.

Internet:
www.taptoe.nl
www.google.com zoekwoord Olympische Spelen

N.O.C.:
Ik heb een brief gestuurd naar:
N.O.C.:
Postbus 302
6800 AH Arnhem

Boeken:
Schrijver: Richard Woff
Titel: Olympische Spelen in de klasieke oudheid
Uitgever: Corona
Uitgavenjaar: 2000

Schrijver: Stan Geenberg
Titel: Guinnes Olympische Spelen
Uitgever: Kosmos-Z&K
Uitgavenjaar: 1996

Schrijver: Gerard de Groot
Titel: Olympische Spelen
Uitgever: J.H. Kok – Kampen
Uitgavenjaar: 1996

Ancarta 2000

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

thnxxxx :)

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast