Literatuuronderzoek 17e eeuw

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas vwo | 1375 woorden
  • 15 juni 2002
  • 18 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 18 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Valerius
Adriaen Valerius zag het daglicht voor het eerst rond het jaar 1575, toen hij in Middelburg werd geboren. Omdat zijn precieze geboortejaar niet vaststaat en ook over Middelburg als geboorteplaats geen zekerheid is, zal de familie Valerius niet van erg grote betekenis zijn geweest. Adriaen wilde daar duidelijk verandering in brengen. In 1592 verhuisde hij naar Veerre waar hij later op 50-jarige leeftijd zou sterven. Valerius was een bekende Zeeuwse schrijver en dichter. Daarnaast bekleedde hij in Veerre een aantal andere functies: hij was notaris, schepen (één van de burgemeesters van Veerre), ontvanger van de convooi- en licentgelden, fortificatiemeester, gildebroeder en overdeken van de rederijkerskamer “In reynder jongsten groeijende”. Zijn in 1626 uitgegeven “Nederlantsche gedenck-clanck” bevat een geschiedenisverhaal van de Nederlanden, gebaseerd op Van Meteren en Baudartius, onderbroken door 76 liederen, een aantal prenten en citataten, en spreuken in onder andere het frans en het Latijn. De thema’s van de liederen zijn vrijheids- en vaderlandsliefde en vrome godsdienstzin en voor de jaren ’20 van de 17e eeuw niet erg actueel. Vooral later kreeg dit boek dan ook pas de aandacht die zij verdiende. Een aantal liederen uit het boek zijn wereldberoemd geworden. Ook het Wilhelmus werd voornamelijk bekend doordat het door Valerius opgenomen is in het “Nederlantsche gedenck-clanck”.

Baudartius
De echte naam van Wilhelmus Baudartuis is Willem Baudart. Baudartius is geboren te Deinze (Vlaanderen) op 13 februari 1565. Tot 1581 woonde hij in Engeland. Hij studeerde in Gent, Leiden, Franiker en Heidelberg Hebreeuws en theologie. Hij was predikant in Kampen (1593-1596), Lisse (1596-1598) en in Zutphen (1598-1640). Hij was een vervent contraremonstrant. Dat betekent dat hij dacht dat iedereen is voorbestemt om in de hemel of de hel komt. Men kan daar dus niets aan veranderen. Hij is vooral bekent geworden door zijn bijdrage aan de statenvertaling. Samen met Borgerman en Bucerus vertaalde hij het oude testament vanuit het Hebreeuws. Op 13 november 1626 kwamen de vertalers voor het eerst in Leiden bijeen. Op 4 september 1632 was de vertaling in handschrift klaar. Tot 1637 woonde hij in Leiden. Daarna ging hij terug naar Zutphen waar hij op 15 december 1640 overleed.


P.C. Hooft.
Het werk van P.C. Hooft verschilt niet zo veel met andere dichters uit zijn tijd, omdat er nog niet zoveel drang naar originaliteit was. Hooft wilde met zijn gedichten bepaalde waarden uitdrukken, niet origineel zijn.
Hij was ook geschiedschrijver en hij schreef op een wetenschappelijke manier. Hij leverde commentaar op de geschiedenis, hoewel zijn “historische” werk nu vaak als ontoegankelijk wordt gezien. Het is zo omvangrijk en hij stak er zoveel tijd in dat met recht van ‘levenswerk’ gesproken kan worden.
Hooft was:
- toneelschrijver,
- dichter,
- brievenschrijver,
- politicus,
- geschiedschrijver,
- een belangrijke organisator in het literaire leven.

Hooft’s leven (1581-1647)
Hij werd geboren in Amsterdam in een prominente familie van regenten en kooplieden. Zijn vader was burgemeester van Amsterdam. Hij studeerde rechten in Leiden en maakte een rijs door Zuid-Europa. Daar begint zijn passie voor schrijven pas echt. Hij trouwt 2 keer. Hij werd in 1609 Drost van Muiden en ging op het Muiderslot wonen. Daar organiseerde hij literaire bijeenkomsten waar de crème de la crème van de Nederlandse literaire bij aanwezig was. (De Muiderkring.

Wilhelmus
Noord Nederland was in oorlog met Spanje. Ondanks deze gezamenlijke vijand was er weinig eenheid in de Nederlanden. Het volkslied was een van de propaganda zaken die Willem van Oranje verspreide door gebruik te maken van de drukpers.

Het volkslied moest de natie in wezen uitdrukken, een nationale hymne als
spiegel van de volksziel. Het volklied moest een gemeenschapsvormende werking hebben. En je zou kunnen zeggen het Wilhelmus schept in feite de groep niet omgekeerd. Het precieze begrip van de tekst hoeft de symbolische en rituele waarde niet noodzakelijk te bevorderen. Sterker nog wie zich realiseert wat hij zegt wanneer hij de Marseillaise zingt, kan beter zwijgen. Het Wilhelmus was niet zo bloeddorstig eerder onschuldig. Het zijn rituele klanken geworden die samen met de muziek en de voordracht een sterke emotionele beleving van de nationale identiteit teweeg moeten brengen. Toch is de naam wel van belang, het is een Prinsenlied, het presenteert de Prins van Oranje zichzelf als geestelijke verzetsheld. Het lied staat dan ook in de ik-vorm. Het is meer een verheerlijking van de prins in bijbelse termen. Als David moest vluchten voor Saul den tiran. Ook Willem van Oranje moest vluchten voor Phillips II. Er is zelf een vergelijk tussen het heilige land en Nederland en die van een herder en zijn schapen die in grote nood zijn.

Wanneer is het Wilhelmus geschreven? Hoe is dat bepaald?
Het Wilhelmus is waarschijnlijk geschreven tussen 1568 en 1572. Een studie van dr. A.C. den Besten (Leiden, 1983) wijst uit dat het hoogstwaarschijnlijk geschreven is in de zomer van 1570. De muziek is afkomstig uit Frankrijk, waar hij door Franse soldaten werd bedacht tijdens de belegering van de stad "Chartres" ten Zuiden van Parijs.

Door wie is het geschreven?
Sommigen noemen Coornhert als auteur, anderen Marnix van St. Aldegonde. Hij was letterkundige, studeerde zowel Theologie als Rechten en was bovendien een vriend en dienaar van Willem van Oranje. Niemand heeft echter ooit uitsluitend bewijs kunnen leveren over wie het nu echt geschreven heeft. Net zoals het ontstaansjaar van het Wilhelmus, blijft het ook een mysterie wie de auteur is van dit Geuzenlied. In de loop van de zestiende eeuw, toen ook de oorlog tegen Spanje begon, ontstonden deze geuzenliederen. Daarin werd niet alleen gereageerd op de geloofsstrijd, maar ook op het verloop van de Opstand. De geuzenliederen hadden de vorm van historieliederen over de heldendaden van de geuzen, geestelijke liederen, maar ook spot- strijd- en schimpliederen. Een aantal liedjes afkomstig van deze liedbladen werd op een gegeven moment verzameld. Een drukker of uitgever stelde een bundel samen met de titel Geusen lieden boecxken en dat initiatief werd snel nagevolgd. De geuzenliedboeken werden vooral gedrukt in de Hollandse steden: Amsterdam, Dordrecht, Den Haag, Delft, Enkhuizen, Utrecht en Haarlem. Dat gebeurde in het geheim. De toon van de geuzenliederen werd heroïsch en zelfbewust, ook door de economische groei en de artistieke opbloei van de Renaissance. Een blijvend element in de geuzenliederen was het hekelen van katholieken. Op hun beurt bespotten de katholieken het opstandige karakter van het protestantse geloof. Dit systeem, waarin liederen van de tegenstander werden beantwoord met tegenliederen, was in de zestiende eeuw zeer populair. Zo gebruikten katholieken het Wilhelmus.
Het Wilhelmus is een ode aan Willem van Oranje en alhoewel het dateert uit de zestiende eeuw, is het pas in 1932 het officiële Nederlandse volkslied geworden.
Het lied is een ode aan de Prins van Oranje. De auteur verdedigt in het Wilhelmus het leiderschap van de Prins van Oranje en dus kan het ook gezien worden als een propagandalied.

Waarin werd het voor het eerst gepubliceerd?
Ruim twee jaar geleden is in de Parijse Bibliothèque Nationale de oudste versie van het Wilhelmus gevonden in een Geuzenliederenboek uit 1577. Doordat de tekst enigszins afwijkt van de tot dan toe oudste tekst, zorgde deze vondst voor nogal wat opschudding. Na de ontdekking van het boek is deze ondergebracht in een beschermd gedeelte van de bibliotheek.

Literaire betekenis van het Wilhelmus
Het Wilhelmus is zo bijzonder doordat het een soort overgangslied is tussen de Middeleeuwen en de Renaissance. Het bevat zowel elementen uit de Middeleeuwen als uit de Renaissance.
De Middeleeuwen worden bijvoorbeeld gekenmerkt door een theocentrisch beeld. Ook in het lied heeft God een centrale plaats, en het lied maakt duidelijk dat je je niet tegen de koning mag verzetten, want de koning is geplaatst door God.
Een kenmerk van de Renaissance is dat het Wilhelmus mensen ontvankelijk probeert te maken voor bevrijding; de bevrijding door de prins. Bevrijding is en teken van opstand en vernieuwing.
Het Wilhelmus is een acrostichon (naamdicht). De beginletters van de coupletten vormen samen de naam 'Willem van Nassau', waarbij Nassau geschreven is als Nassov. Aan het begin van de Renaissance waren naamdichten heel populair.
Tegenover het theocentrische beeld van de middeleeuwen staat het antropocentrische beeld. Hierin wordt de mens centraal gesteld en dit komt in het gedicht tot uitdrukking door de verheerlijking van de prins.
En nog iets wat invloeden van de Renaissance aangeeft is dat in het gedicht de regels van de retorica (die in de 16e en de 17e eeuw in hoog aanzien stond) perfect zijn toegepast.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.