ADVERTENTIE
Wil jij exposeren in het Rijks?

Heb jij een goed oog voor mooie beelden? Het Rijksmuseum zoekt jonge fotografen die hun talent durven laten zien. De prijzen: een tentoonstelling in het Rijksmuseum en je eerste betaalde foto-opdracht! Klik voor meer info over het thema en de wedstrijd.

Meer info

LEESDOSSIER

NEDERLANDS





Klas: Gymnasium 6

Uiterste inleverdatum: Donderdag 8 maart 2001



INHOUDSOPGAVE LEESLIJST



Inhoudsopgave leeslijst

Pagina 1



Tessa de Loo

Tweelingen 2



Martinus Nijhoff

Lees maar er staat niet wat er staat 6



Kees van Kooten

Koot graaft zich autobio 11



Willem Elsschot (Alfons de Ridder)

Kaas 14



Gerard Kornelis van het Reve

De Avonden 17



Boudewijn van Houten

Onze correspondent op aarde 19



Voorhoofse ridderroman



Karel en Elegast 20



Rinus Ferdinandusse

En het hoofd werd op tafel gezet 24



Willem Elsschot (Alfons de Ridder)

Lijmen en het Been 27



Lévi Weemoedt (Ies van Wijk)

De ziekte van Lodesteijn 32



Willem (vertaling door H. Adema)

Van den Vos Reynaerde 36



Willem Frederik Hermans

Het behouden huis 41





NB: De inhoudsopgave van Eldorado begint op bladzijde 46

Zakelijke Gegevens



Tessa de Loo

De Tweeling, Wolters-Noordhoff, Groningen, Grote Lijsters 4, 1998

(Oorspronkelijk: De Arbeiderspers, Amsterdam, 1993)

Psychologische Roman



414 Bladzijdes



Eerste Reactie



Ik heb dit boek gelezen omdat het bij het pakket van de Grote Lijsters 1998 hoort en we het klassikaal behandeld hebben op school. Ik hou niet zo van dit soort boeken en zou ze uit mezelf nooit lezen. Ik heb niet zo veel vooroordelen tegen Duitsers, dus hoeven ze bij mij ook niet weg gehaald te worden.



Verdieping



Samenvatting



De tweelingzussen Lotte en Anna zijn afkomstig uit het Duitsland van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Toen ze zes jaar oud waren, werden ze uit elkaar gehaald. Lotte kwam naar Nederland en voelt zich helemaal Nederlands, bij haar thuis zaten zelfs onderduikers. Anna bleef in Duitsland.



Zeventig jaar later komen Lotte en Anna, ondertussen allebei weduwe, elkaar tegen in het kuuroord Spa, waar ze behandeld worden voor artrose. Lotte kan erg moeilijk begrip opbrengen voor Anna, want die is een Duister en Duitsers waren de schuld van alle problemen. Tussen alle modderbaden en het spawater door doet Anna haar uiterste best om Lotte te leren kennen nu het nog kan en probeert haar uit te leggen dat het leven voor de gewone Duister ook niet gemakkelijk was en niet iedere Duister een moordenaar is en dat een boel “Amerikaanse helden” onbeschofte rokkenjagers waren.



Lotte en Anna praten met elkaar over wat ze nog kunnen herinneren van toen ze nog samen waren en hoe het ze verging toen ze apart leefden. Hoewel ze steeds meer met elkaar praten, lijkt het verschil in standpunt niet te overbruggen. Anna sterft, en Lotte is geheel van slag en accepteert dan toch eindelijk Anna als haar zus; ze begrijpt haar na al die jaren.



Onderzoek naar de verhaaltechniek



De plaats van de handeling is het kuuroord Spa in België. De tijd van de handeling is vrij moeilijk te zeggen. Dit komt door de enorme hoeveelheid flash-backs in het verhaal, maar volgens mij gaat het uiteindelijk maar om een week. Behalve de herinneringen wordt het verhaal chronologisch verteld. Het woordgebruik is af en toe een beetje zweverig, maar altijd te volgen en niet te ingewikkeld. Er wordt vrij veel Frans en Duits gebruikt. Het verhaal barst van de dialogen. Het boek bestaat uit drie delen en 24 hoofdstukken.



Beide dames zijn ongeveer 76 en hebben artrose. Ze zijn ook allebei weduwe. Omdat ze tweeling zijn zien ze er ook redelijk hetzelfde uit. Anna wil heel graag Lotte leren kennen nu het nog kan en ze wil ook dat Lotte haar begrijpt. De karakters van de hoofdpersonen zijn rond. Ze vertonen ontwikkeling in het verhaal. De opbouw is vrij duidelijk. In het eerste deel is er een grote afstand tussen de twee. In het tweede deel beginnen ze het al leuk te vinden om met elkaar te praten en aan het eind van deel drie is, misschien wel door de dood van Anna, een definitieve toenadering, hoe raar dat ook klinkt. Terwijl het verhaal vordert accepteert Lotte Anna steeds verdergaand en als Anna dood gaat accepteert Lotte haar helemaal.



Dit boek heeft een wisselend perspectief. De verteller heeft in dit verhaal geen rol en het is inderdaad het meest logisch om de gedachtes van beiden hoofdpersonen te weten te komen. Het wisselende perspectief is dus zeer voor de hand liggend. Het is een gesloten einde, omdat de hoofdverhaallijn is afgesloten door het sterven van een van de tweelingen. De schrijfstijl van het boek is erg uitgebreid. Er is veel aandacht voor detail en de bijzonderheden van de ruimte bepalen sterk de sfeer van de gesprekken. Er wordt in dit boek dan ook veel aandacht besteed aan sfeertekeningen.



Op zoek naar de thematiek en de motieven



Het boek gaat volgens mij over de oorlog en hoe twee maatschappijen op deze oorlog reageren. Het thema is volgens mij dan het beste uit te drukken met het begrip “ maatschappelijke oorlog”, maar ik realiseer me dat zo’n typering natuurlijk altijd dubieus blijft. De door mij benoemde “maatschappelijke oorlog” komt het sterkst tot uiting in het laatste gesprek wat de twee hebben. Enkele motieven zijn: nare jeugdherinneringen, eenzame ouderdom en vooroordelen tegen Duitsers.



Het verband tussen de titel en het thema is dat er twee kanten zitten aan die maatschappelijke oorlog namelijk de verliezers en de winnaars.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



Tessa de Loo publiceerde haar eerste verhalen in 1979 in Vrij Nederland en in het feministische Opzij, dit deed ze onder haar eigenlijke naam Tineke Duyvené de Wit. Haar volgende werken waren allemaal onder pseudoniem. Tessa is afgeleid van haar geboortegrond Texel en haar grootmoeder heette van Loo.



In 1987 verscheen haar eerste roman “Meander”. De roman beschrijft de ondergang van een alternatieve gemeenschap onder leiding van een valse profeet in Zeeland. Tessa de Loo hoort bij de licht feministische taboe-doorbrekers uit de jaren zeventig. Haar boeken gaan meestal over licht controversiële onderwerpen, maar ze schrijft vrij politiek-correct. In 1987 mocht De Loo het Boekenweekgeschenk schrijven. Ze schreef “Het rookoffer”, een novelle over de onmogelijke liefde tussen een docente Frans en haar achttien jaar jongere leerling.



In 1989 verscheen “Isabelle” en in 1993 “de Tweeling” haar succesvolste roman. “De Tweeling” heeft verschillende prijzen gekregen en is vaak herdrukt. Tineke werd geboren op 15 oktober 1946 in Bussum. Ze haalde te lage cijfers op het gymnasium en op de HBS en is uiteindelijk de MMS gaan doen. Ze is toch gaan studeren en wel Nederlands, in plaats van de kunst academie omdat die te weinig zekerheid zou bieden op een baan.

Tineke is een keer gescheiden en heeft een kind. Ze heeft aan het begin van haar carrière ook een tijdje voor de klas gestaan, maar bleef verhalen schrijven en heeft daar haar beroep van kunnen maken. Tegenwoordig woont ze in Portugal.



Beoordeling



Ik vond dit boek leerzaam, alleen de verhaalontwikkeling laat veel te wensen over. Van mij hoeft er helemaal niet zo veel actie in een plot te zitten, maar zeker voor zo’n serieus boek had er wel iets meer mogen gebeuren met de personages behalve psychologisch. Ik vond dat Tessa de Loo in plaats van interessante levens, beter levens had kunnen beschrijven waarin iets meer gebeurt. Ik wil niet zeggen dat de levens van Anne en Lotte niet dramatisch zijn, maar het is allemaal zo begrijpbaar er gebeuren weinig hele bijzondere dingen. Dat is helaas natuurlijk wel het meest zoals het echte leven ook is, maar ik vind dit boek nu toch net iets te saai geworden.



Als je dan niet kiest voor spanning in de verhalen, had er wel iets meer humor in gemogen op momenten van modderbaden en dat soort zaken. Dit soort gebeurtenissen waren eerlijk gezegd rond uit saai om over te lezen. Er gebeurt namelijk gewoon geen donder. Een roman mag best lang zijn, vaak is dat juist goed en ik vind ook dat een schrijver best uitgebreid en uitvoerig mag vertellen. Maar ik vind dat Tessa de Loo wel ver af dwaalt van het verhaal. Hoe het plafond gemetseld is voegt niet echt wat toe aan de opbouw van het verhaal, en geeft niet echt mooi een sfeer weer.



Ik denk niet dat dit boek spannend genoeg is om verfilmd te worden, tenminste niet door een grote filmmaatschappij. Ik heb nog nooit een boek gelezen wat hier erg op lijkt. De vertelstijl lijkt een beetje op die van “Het Kleine Huis op de prairie”; het leest erg makkelijk weg.



Het boek was goed te lezen en ik begreep veel meer van het Duits en Frans wat in het boek gebruikt wordt dan ik verwacht had. Ik vond veel van de jeugdherinneringen vrij onnozel. De hoofdpersonen zitten door de oorlog vrij emotioneel opgekropt in elkaar, maar ik heb daar als lezer niet zo veel boodschap aan. Ik ben bang dat dit een probleem wordt voor een nieuwe generatie schrijvers. Een vooroordeel dat de lezer niet bezit hoeft niet weggehaald te worden.



Bij dit boek heb ik echt het idee dat Tessa de Loo elke dag op een vaste tijd is opgestaan om weer verder te schrijven. De opbouw is wel erg duidelijk. Bij de overgang naar deel twee, stond het ongeveer wel vast dat aan het eind iets dramatisch zou gebeuren en dat de tweeling dan tot elkaar zou komen. Dat was trouwens wel mooi om te lezen. Ik vond het een aardige roman, maar het was niet bijzonder. In de Engelstalige wereld is voor een boek van dit niveau volgens mij moeilijk een grote uitgever te vinden. Ik vond dit boek af en toe erg langdradig, maar soms was het toch gewoon erg leuk om te lezen.



Vooral het gedeelte waar Anne vertelt over die Amerikaanse rokkenjagers vond ik erg mooi. Na de oorlog is het eigenlijk toch wel gelukt om de winnaars te verheerlijken. Ik heb ook de Amerikaanse begraafplaats in Normandië gezien en dit boek heeft mij even bijgebracht dat daar natuurlijk ook Amerikanen liggen die misschien heel vervelend in de omvang waren en op een knullige manier dood zijn gegaan. Niet alle westerse en Russische soldaten waren helden en niet alle Duitsers waren smerige massamoordenaars. Eigenlijk wist ik dat natuurlijk al, maar op de een of andere manier realiseer ik me het nu pas en dat is toch iets wat dit boek heeft bereikt.



De verhouding tussen de zussen is vrij goed beschreven, maar ik vond het alleen niet zo heel erg interessant. Het is niet mijn soort boek, ik zou het zelf nooit lezen, maar het is wel leuk geschreven en het einde is best ontroerend en zal me ook nog wel even bij blijven.



Extra opdracht



Mijn commentaar bij Recensies op de Tweelingen



Ingrid Hoogervorst

“De Tweelingen: Duits-Nederlandse Confrontatie” De Telegraaf

19 November 1993



Ik ben het met haar eens dat de vorm van “de Tweelingen” te wensen over laat. Ik vond het zelf het voorspelbare gehalte erg storend. Maar Ingrid Hoogervorst vindt dat er lelijke overgangen in het verhaal zaten en daar ben ik het niet helemaal mee eens.

Tessa de Loo is er toch in geslaagd om mijn beeld van de Tweede Wereldoorlog aan te vullen en Ingird Hoogervorst vindt ook dat het beeld van de oorlog gecompleteerd wordt.



André Matthijsse

“Schuldig zijn zonder iets gedaan te hebben” Haagse Courant

5 November 1993



De vertellijn is helder en van pure eenvoud, maar ik vond het juist te helder. Het was al snel duidelijk dat deze trage, oude dametjes uiteindelijk tot elkaar zouden komen.

Ik vind André Matthijsse zijn schrijfstijl lelijk. Hij gebruikt onnodig sjieke woorden. Ik kan mij dan ook goed voorstellen dat hij bewondering heeft voor Tessa de Loo. Ik ben het helemaal niet met hem eens dat Tessa de Loo een mooi gevoel voor detail heeft. Ik heb niks tegen lange beschrijvingen, maar Tessa de Loo dwaalt af en toe gewoon af van haar onderwerp.



Arjan Peters

“Twee taarten in een patisserie” De Volkskrant

12 November 1993



Ik vind dat Arjan Peters inhoudelijk vrij goede argumenten heeft, maar hij weet deze goed te verstoppen in zijn onduidelijke taalgebruik. Ik vond deze recensie niet erg helder. Ik weet bijvoorbeeld nog niet wie Haasse is, laat staan hoe hij schrijft. Een recensie hoort duidelijk te zijn voor iedereen die hem leest en niet alleen voor mensen met een grote culturele bagage.

Ik vind de titel een slechte woordspeling en het stukje lelijk geschreven.



Aleid Truijens

“Het ongelijk van het gelijk” Elsevier

20 November 1993



Dit is de beste recensie die ertussen zit, het taalgebruik is goed te volgen. Aleid Truijens heeft duidelijk goed nagedacht over wat ze op heeft geschreven. Ze laat heel duidelijk zien waarom “de Tweelingen” bestaansrecht heeft: “Tessa de Loo laat zien dat ook eenvoudige a-politieke Duitsers slachtoffer zijn van het nazi-regime, misschien wel meer dan niet Joodse Nederlanders die na de oorlog tenminste de smaak van het morele gelijk mochten proeven.” Maar ik vind persoonlijk dan een echt boek toch iets meer moet bereiken en eigenlijk gewoon iets meer moet bereiken en eigenlijk gewoon een mooier verhaal zou moeten vertellen.





Zakelijke Gegevens



Bundel:

Lees maar er staat niet wat er staat, Bert Bakker / Daamen N.V, Den Haag, 1959, 222 blz. (Het gaat hier om een keuze uit de oorspronkelijke gedichten die verschenen zijn van 1916 tot 1954.)



Dichter:

Martinus Nijhoff



Eerste Reactie



Ik heb gekozen om een verslag van deze bundel te maken, omdat ik het een prachtig boekje vind. Het is een klein stoffig boekje dat al jaren ergens door het huis heen zwerft, wat ik wel goed vind passen bij de inhoud eigenlijk. De titel is meesterlijk gevonden en ik denk dat er maar weinig mensen zijn die een boek met zo’n titel niet openslaan. Toen ik het boekje voor het eerst opensloeg las ik de Vervloekte III wat ik nog steeds zo’n beetje het beste gedicht ooit vind. Dit is een boekje waar ik al een jaar of twee af en toe wat gedichten uitlees, ook nadat ik de meeste gedichten al een paar keer gehad heb ben ik ze blijven herlezen gewoon omdat ze zo goed geschreven zijn.



Deze dichtbundel is vrijwel verstoken van humor, behalve als Nijhoff Pierrot aan de lantaarn vertaalt, wat een prachtig resultaat oplevert. Dat is te zeggen, ik ken het origineel niet dus ik kan het niet erg goed beoordelen, maar Nijhoff zijn versie vind ik in ieder geval briljant. De gedichten zijn erg mooi en prachtig gestileerd. Het is jammer dat wij zo’n rare taal hebben met nieuwe spellingen en zo, want sommige woorden zijn hierdoor opeens ouderwets en alsnog moeilijk. Terwijl Nijhoff juist zo zijn best deed om de gebruikte woorden toegankelijk te houden en de uitdaging te zoeken in de vorm waarin hij die woorden gebruikte.



Verdieping



Samenvatting



De bundel bevat 117 gedichten onderverdeeld in:

-Gedichten afkomstig van de bundel: de Wandelaar (1916)

-Gedichten afkomstig uit de bundel: Vormen (1924)

-Gedichten afkomstig uit de bundel: Nieuwe gedichten (1934)

-Ongebundelde en nagelaten gedichten



En daarnaast:

-Pierrot aan de Lantaarn (1919)

-Een idylle (1942)

-Het uur u (1942)



Die laatste drie zijn wat langer en wijken enigszins af van de rest van de bundel. Pierrot aan de lantaarn bevat vrij opzichtige grapjes en is vertaald. Het uur u is ook erg lang en een idylle is een zelfs een compleet godenverhaal. Het taalgebruik blijft de hele bundel door een beetje ouderwets, maar de onderwerpen zijn zo indringend dat het nooit saai is. Het is eerder te heftig, ik denk dat als er een CD uit zou komen met dit als tekst dat er dan Parental Advisory op kwam te staan, niet omdat er nou in deze bundel gescholden word, absoluut niet, maar omdat er nogal wat zelfmoord in voor komt.



Onderzoek

De meeste gedichten van Nijhoff hebben vier strofes, waarvan de eerste twee strofes bestaan uit vier regels en de laatste twee strofes uit drie. Ik heb Nijhoff ooit proberen te imiteren een onmogelijke taak, waarvoor ik twee gedichten heb uitgeplozen eentje met en eentje zonder metrum:



ADIEU



Droom dan tenminste dat wij nimmer scheidden,

Wij droomden het zo vaak, kind, naast elkaar.

Nu kuste ik, toen je sliep, voor ‘t laatst den zijden

Geurenden overvloed van je wild haar.



Ik nam mijn vedel, liet me ‘t raam uitglijden,

Sloop door den boomgaard, telkens omziend naar

Het venster, open in den klimop, waar

Jij met een glimlach droomt dat wij nooit scheiden.



Droom dan, als in het sprookje, honderd jaar:

Droom dat je met mij zwierf en met me bij de

Herbergen speelde en dansen begeleidde﷓



Adieu. Wellicht maakt ginds een tovenaar

Een blonden prins van dezen vedelaar

Wiens kus je wekt, en zijn wij nooit gescheiden.



Het gedicht Adieu is dus het gedicht zonder metrum. Opvallend is dat mijn spellingscontrole het woord vedelaar niet meer kent, maar het is dan ook voor het eerst uitgegeven in 1924. In de eerste strofe is er sprake van gekruist rijm en in de tweede strofe van omarmend rijm. In de eerste twee strofe zit er vrouwelijk en mannelijk eindrijm door elkaar zonder een vast patroon. Bij de laatste twee strofen loopt het rijm door alle twee de strofen heen: jaar, tovenaar, vedelaar en begeleidde, gescheiden.



De alliteratie in de eerste strofe is: nimmer, nooit, nu. In de tweede strofe is het: nam, naar, nooit en de alliteratie in de derde strofe is: sprookje, speelde. In de vierde strofe zit geen alliteratie. In het gedicht is ook nog assonantie te bewonderen en wel in de eerste strofe: naast, laatst, haar en de tweede strofe: boomgaard, naar, waar. De assonantie in de derde strofe is: droom, sprookje, droom en in de laatste strofe is de assonantie: maakt, tovenaar, vedelaar.



Er is een enjambement in de eerste strofe bij de derde en vierde regel, in de tweede strofe bij de tweede en derde regel en bij de derde en vierde regel, in de derde strofe bij de tweede en derde regel en in de vierde strofe bij de eerste en tweede regel en bij de tweede en derde regel.



HOLLAND



Boven mijn hoofd hebt gij uw lucht gebreid

Een hemel, rijk van zon en wijd van wind

Terwijl ik juichend door de ruimten schrijd,

Of aan uw borst lig als een drinkend kind.



Rood van verlangen, bonzende van vragen,

Ging weer een stuwen door mijn bloed, als breede

Dorpen aan uwe glanzende einders lagen,

En slooten weiden in figuren sneden.



Het avondlicht zinkt door de vensters binnen

De bruine meubels denken aan elkaar,

Een stervend woord wil overal beginnen﷓



‘t Eenvoudig leven Gods is diep en klaar:

Een man in blauwen kiel en een vrouw in een

Geruiten rok en witten boezelaar



Dit gedicht is geschreven in keurig jambe en heeft dus wel degelijk een metrum, het is ook helemaal geschreven in gekruist rijm. In de eerste strofe is er nog mannelijk eindrijm: wind, kind en in de tweede vrouwelijk: vragen, lagen. De laatste twee strofen rijmen door het metrum heen: elkaar, klaar, boezelaar en alleen in de eerste strofe is er sprake van een alliteratie: wijd van wind. Assonantie is aanwezig in de eerste strofe: gebreid, wijd, schrijd en in de tweede strofe: rood, slooten. Er zit geen enjambement in de eerste strofe maar wel in de tweede strofe bij de tweede en derde regel. En dan zit er ook nog een enjambement bij de vierde strofe bij tweede en derde regel.



Een ander gedicht dat een diepe indruk op mij heeft gemaakt is: De Vervloekte III, dit gedicht gaat weliswaar over Nijhoff zijn overleden moeder, zoals veel van zijn gedichten over haar gaan, maar het is eigenlijk van toepassing op elk groot afscheid. De volgende regels zijn echt geniaal:



Nu zie ‘k de witte wijdheid van het sterven

Sneeuwlandschap van uw rust, waar ‘k zal vergaan

Zooals een zwerver, eindlijk moe van zwerven,

Zich zacht uitstrekt om nooit weer op te staan



Deze regels zijn ook een prima voorbeeld van de toegankelijke rijmstijl van Nijhoff. Dit stukje zit weer boordevol met stijlmiddelen, maar je hoeft die helemaal niet te kunnen benoemen om het een mooi gedicht te vinden. Verder hoef je ook geen enorme vocabulaire te hebben ofzo. Het zijn gewoon erg mooie zinnen. Het met liefde terugzien op zijn moeder is dus een van de kenmerkende motieven in Nijhoff zijn werk net zoals het terugverlangen naar het ongerept kind﷓zijn het zoeken naar intimiteit, zwerven de godsdienst, en de dood.



Pierrot aan de lantaarn is vertaald en dus niet in de stijl van Nijhoff, wel is het duidelijk dat hij er zwaar door beïnvloed is want veel van de thematiek en zelfs bijvoorbeeld de lantaarnpaal komt terug in zijn eigen werk. Wat vooral zo sterk is aan deze vertaling is het feit dat hij zo vreselijk goed loopt. Hij rijmt erg makkelijk en waar je het ook vandaan haalt:



Leven is dromen, en de dood

Denk ik, is het die ons wakker stoot



Dat is nog even iets anders dan: “dans je de hele nacht met mij” of “de meeste dromen zijn bedrog”. Alle gedichten die ik nu even genoemd heb zijn nog keurig in 4 strofen verdeeld, behalve Pierrot aan de lantaarn wat langer duurt. Maar af en toe schrijft Nijhoff ook een gedicht met drie strofen zoals bijvoorbeeld Liedje.



Liedje staat wel weer strak in het metrum en vol met stilistische trucjes maar het gedicht verhaalt over een boompje wat groeit in Nijhoff zijn hart. De boom heeft bloedige wortels maar tengere mooie bloesems. Verder zegt Nijhoff nog iets over een Feniks uit de vlammen en het zou kunnen dat hij het heeft over het terugdenken aan een geliefde wat pijn doet, maar ook een beetje melancholisch is. Aan de andere kant: er staat niet wat er staat, dus je weet het maar nooit.



Nijhoff wekt bij mij inderdaad de indruk natuurlijke rijmwoorden te gebruiken, maar door het af en toe al dan niet verouderde taalgebruik is dat moeilijk te zien. Wel is het duidelijk dat Nijhoff een trukendoos heeft vol met prachtige stijlmiddeltjes die bijna episch aandoen, het is dan ook zeer duidelijk een intellectueel. Nijhoff heeft een rode draad die duidelijk door zijn werk heen dwaalt, het draait om de grote zaken des levens: Liefde en de Dood. En het wegrennen voor beiden of het gevangen zijn in een bepaald uiterlijk: clown, muzikant maar eigenlijk diep verdriet hebben. Soms gaan zijn gedichten ook over godsdienst.



Hoe dan ook: deze bundel is niet genoemd naar een van de gedichten die er in staat. Lees maar er staat niet wat er staat is volgens mij meer een ijzersterke verkooptruc dan een diepzinnige analyse van Nijhoff zijn nalatenschap. Nijhoff is weinig dubbelzinnig, maar vooral heel mooi.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



Nijhoff leefde van 1894 tot 1953. Nijhoff is met name vanaf Nieuwe gedichten gebruik gaan maken van wat in het dichtjargon heet: een bijna spreken. Hij ontweek moeilijke woorden en in zoverre is het wel gedateerd dat Nijhoff zijn uiterste best moest doen om geen zuilen voor het hoofd te stoten en een zo groot mogelijk publiek hem moest kunnen lezen. Hoewel Nijhoff ook journalistiek werk deed en recenseerde zou het ook best wel eens een commerciële beslissing geweest kunnen zijn om meer toegankelijke poëzie te gaan schrijven.



Het is vrijwel onmogelijk om Nijhoff in de literatuurgeschiedenis te plaatsen. Wel kun je duidelijk stellen dat hij zelf is beïnvloed door diverse dichters uit het verleden, uit de oudheid ligt natuurlijk voor de hand: hij heeft zelfs een godenverhaal geschreven. Verder heeft hij zich ook door de grote Franse dichters laten beïnvloedden. Maar Nijhoff is een stroming op zichzelf, wat hem volgens mij uniek maakt is dat hij de moeilijkheidsgraat van zijn dichtwerken laat afhangen van zijn stijlmiddelen en de vorm die hij kiest, niet van zijn vocabulaire, waardoor het twee eeuwen later nog goed te lezen is.



Beoordeling



Veel van de gedichten in dit boekje spreken mij als eng artistiek jongetje in de war enorm aan, omdat ze gaan over de belangrijkste zaken in het leven: de liefde en de dood en het leven zelf. Dit gebeurt vaak aan de hand van zwervers en huilende clowns. Nijhoff behandelt dus vrij grote onderwerpen, waar misschien niet zoveel eer aan te behalen is, maar hij zwerft van onderwerp naar onderwerp op een gevoelige en mooie manier. Het is vaak zware literatuur die de aandacht sterk trekt, eigenlijk opeist, ik denk dan ook niet dat ik dit boekje in een ruk uit had kunnen lezen.



Het is echt iets wat ik er bij pak wanneer ik ‘s nachts onder een lantaarn of overdag op een hoopje zand na denk over de diepere zaken des levens of wat ik als naslagwerk gebruikt bij heftige emotionele toestanden zoals: gedumpt worden, het gevoel hebben dat je leven nergens over gaat, enz, enz. Ik heb er als puber al zeer veel aan gehad.



Alleen Holland vond ik een beetje een vaag gedicht en is in ieder geval het enige gedicht uit deze bundel met een nationalistisch tintje. Uit verreweg de meeste van Nijhoff zijn gedichten spreekt een ijzersterk verlangen, maar om nou te zeggen dat er een grote dubbele bodem in zit, vind ik wat ver gezocht. Het is wel zo dat je soms erg lang moet kijken naar wat er staat om het door te laten dringen. Het begrijpen van poëzie vind ik een vrij onzinnige bezigheid, en zeker bij Nijhoff lijkt me het begrijpen geen eenvoudige opdracht, wat betreft staat er soms inderdaad niet wat er staat.



Ik vind naar aanleiding van Nijhoff dat alle spellinghervormers publiekelijk moeten worden geëxecuteerd. Hoe meer wij de spelling verbeteren, hoe ouderwetser Nijhoff zijn eeuwige poëzie wordt. Shakespeare is in het Engels ondertussen ook moeilijk te lezen, maar ik ben bang dat Nijhoff over een paar eeuwen net zo lastig wordt als bijvoorbeeld Karel ende Elegast en dat leerlingen het in “vertaling” moeten gaan lezen wat dood- en doodzonde zou zijn.



Zakelijke gegevens



Kees van Kooten

Koot graaft zich autobio

De bezige bij, Amsterdam 1979, 1e druk

216 Bladzijdes



Eerste Reactie



Ik heb dit boek gelezen, omdat ik Kees van Kooten leuk vind schrijven. Ik heb veel van zijn columns gelezen in het Vlaamse weekblad HUMO en was een grote fan van alle programma’s die Kees van Kooten samen met Wim de Bie heeft gemaakt. Ik was wel nieuwsgierig of zijn eerdere werk veel zou verschillen in stijl van wat ik van hem kende. Mijn vader heeft veel boeken van Kees van Kooten en het zijn bijna allemaal eerste drukken en ze zien er leuk ouderwets uit. Ik vind het altijd leuk om daaruit te lezen.



Verdieping



Samenvatting



Toen Kees van Kooten tien jaar oud was, schepte zijn vader over hem op tegenover de beroemde Nederlandse schrijver S. Carmiggelt. De trotse vader vond Kees zijn opstel erg goed. Op dat moment begon Kees van Kooten voor het eerst na te denken over “schrijver worden”. Een paar verhalen in het boek gaan over Kees van Kooten zijn relatie met zijn eigen ouders.



Maar ook erg persoonlijke dingen komen uitgebreid aan bod, vooral de dood van zijn vader en met name de verwerking daarvan is iets waar Kees het ondanks alle grappen erg moeilijk mee heeft. Kees probeert zijn kind Kasper wel de dingen te geven die hij zelf nooit had: goede schaatsen, en een racefiets bijvoorbeeld. Kees geniet daar ook zelf wel van. Hij vindt het bijvoorbeeld erg leuk om stiekem op de racefiets van zijn zoontje door de tuin heen te rijden.



Verder komen er een paar vakantiegruwelverhalen in het boek voor, waarin alles mis gaat wat er maar mis kan gaan, maar Kees van Kooten schrijft in dit boek toch verreweg het meest over zijn eigen zoontje. Over hoe zijn zoontje vindt dat hijzelf eigenlijk te groot is voor een knuffel, maar er toch mee blijft slapen, bijvoorbeeld. Ook hoe jammer Kees het wel niet vindt dat hij niet heel goed kan voetballen, komt aan bod. Hij geniet van het moment dat zijn zoontje juicht als hij heeft gescoord bij een promotie-partijtje voor zijn bekende Nederlander schap. Kees denk didactisch verantwoord te zijn door zijn zoontje te vertellen dat hij nooit een professionele voetballer zal worden. Het zoontje wordt woest en Kees heeft meteen spijt.



Kees van Kooten laat in dit boek onder anderen laten zien hoe rouw en humor hand in hand kunnen gaan. Dit doet hij met name als hij schrijft over de dood van zijn vader. Ook behandelt hij het verschil tussen vroeger (de veertiger- vijftigerjaren) en nu (in dit geval de zeventiger jaren).



De befaamde relatie met Wim de Bie komt ook aan bod. Kees vertelt dat ze samen naar Brussel gaan. Bij een tussenstation stapt Kees even uit en de trein gaat met Wim de Bie erin weer vrolijk verder. Alle verhalen in deze bundel gaan over Kees van Kooten zelf en iedereen die hem lief is komt er wel een beetje in voor. De relatie tussen hem en zijn zoontje komt wel het sterkst naar voren.



Onderzoek naar de verhaaltechniek



Dit boek staat bij de Zwolse Bibliotheek geïndexeerd als een Autobiografische roman. Het boek is volledig in de ik-vorm geschreven en de lezer beleeft alle verhalen door Kees van Kooten zelf, het werk is dus ook zeer autobiografisch.



Het is een redelijk groot boekje, maar het bevat maar veertien verhalen en in de Zwolse bibliotheek heb ik een pocket-vorm gezien (de zeventiende druk) en die bevat maar 164 bladzijden. Kees van Kooten is een hele toegankelijke schrijver en wordt veel gelezen.



Elk van de verhalen in het boek beschrijft een gebeurtenis uit Kees zijn leven. Ook zit het boek vol met flash-backs naar de jeugd van Kees. Ik denk dat al met al zo’n dertig jaren gebruikt worden. Het boek bestaat uit een heleboel verhalen uit het leven van Kees van Kooten die wel veel onderling verband met elkaar hebben. De verhalen zijn allemaal apart verschenen in de Haagse Post, maar leveren samen toch een eenduidig beeld op. Dit boek is ook prima te verkopen als Biografie met een beetje lange hoofdstuktitels en leest “in een ruk” uit, zoals dat heet.



Kees van Kooten is op 10 Augustus geboren in Den Haag. In 1967 maakte hij zijn eerste tv-programma dit deed hij toen nog samen met Ralph Inbar, Sonja Barend en Wim de Bie. Met Wim de Bie maakte hij jarenlang de zondag avond onveilig Kees van Kooten schrijft meestal verhalenbundels. Ook schrijft hij vaak komische verhalen in het Vlaamse weekblad HUMO



Beoordeling



Kees van Kooten had zelf denk ik niet al te veel literaire ambities met het schrijven van dit boek. Hij gebruikt in dit boek wel veel neologismen. Als Kees van Kooten iets uit wil drukken waar nog geen woord voor is, dan verzint hij er gewoon zelf een woord voor, dat doen weinig mensen hem na. Verder kan ik niet veel motieven in het boek ontdekken. Volgens mij wou de schrijver gewoon eens lekker over zichzelf schrijven. Zich autobio graven.



Ik vond het makkelijk lezen, zonder dat ik het te luchtig vond. Kees van Kooten gooit er af en toe wat absurde tekstjes uit, die in de context heel goed te begrijpen zijn en daar hou ik wel van. Als Kees terugblikt naar zijn kinderjaren, kun je als lezer heel goed de kinderlogica van Kees in- en doorzien, zonder het gevoel te krijgen dat je het levensverhaal van een ramdebiel zit te lezen.



Dit boek is vaak erg komisch en is redelijk in de stijl van zijn latere werk en ook vergelijkbare humor als in zijn TV-programma’s. Alhoewel dit iets persoonlijker en soms zelfs emotioneler is, maar dit hoeft dan ook niet binnen een half uur te blijven zoals een Tv-programma. Er zijn wel eens journalisten of commentatoren die in kranten beweren dat Kees van Kooten vroeger leuker was dan nu, met name in het laatste jaar dat hij tv-programma’s maakte met Wim de Bie.



Ik vind dat echte onzin; er is geen enkel niveau verschil te bespeuren tussen Kees van Kooten zijn latere werk en de sketches waren aan het eind precies even leuk. De mensen die ernaar keken zijn alleen oud en minder leuk geworden. Kees van Kooten blijft wel leuk en dit boek is een van zijn beste verhalenbundels. Ik vind de meeste verhalen die hierin staan net iets leuker dan zijn Treitertrends, alhoewel ik die serie ook bijna helemaal gelezen heb. Dit is een vrij sterke bundel en Kees van Kooten is een heel goed schrijver.







Zakelijke gegevens



Willem Elsschot (Alfons de Ridder)

Kaas

Querido, Amsterdam, 1969 15e druk

Oorspronkelijke druk: 1933



Eerste reactie



Ik heb dit boek voor het eerst gelezen op advies van mijn vader. Hij gaf me het verzameld werk van Willem Elsschot mee op vakantie en daar was dit boek ook onderdeel van. Ik vond dit een van de leukste verhalen uit de bundel. Ik ben zelf erg allergisch voor kaas en krijg er doorloopdiarree van en eigenlijk vind ik dat iedereen die in kaas handelt hetzelfde lot zou moeten treffen als Frans Laarmans.



Verdieping



Samenvatting



Frans Laarmans is een simpele man en niet erg bijzonder goed in iets. Hij heeft een klein baantje, maar het mag allemaal geen naam hebben. Frans Laarmans is eigenlijk een beetje een antiheld. Zijn leven wordt ingrijpend veranderd als hij via zijn rijke kennis Van Schoonbeke een baan aangeboden krijgt als kaashandelaar. Dankbaar neemt Laarmans de baan aan, zijn vrouw raadt hem echter aan om zijn oude baan niet meteen op te zeggen. Laarmans is nu op zijn werk voor drie maanden schijnziek. Hij wil nog niet dat iemand erachter komt dat hij een andere baan heeft gekregen.



Laarmans begint met het inrichten van zijn kantoor in Antwerpen. Thuis hoort Laarmans dat de kaas is aangekomen. Zijn dochtertje Ida had alleen de naam vergeten van de meneer die gebeld had. De volgende ochtend wordt Laarmans opgebeld door iemand die wil weten waar de kaas moet blijven. Laarmans gaat er onmiddellijk heen en geeft meteen alle touwtjes uit handen. Hij laat zich ompraten om de kazen op te laten slaan. De man van de opslagplaats geeft hem een doos met proefmonsters en de andere 369 kisten worden nu dus opgeslagen.



Het verkopen lukt niet, hoewel het lekkere kazen zijn en iedereen die een stukje krijgt meldt hoe lekker het wel niet is. Laarmans benoemt door het hele land agenten die kazen moeten verkopen, maar hij krijgt van niemand bestellingen door. Tijdens een vergadering van de Belgische kaashandelaren en de regering wordt het Laarmans te veel. Hij staat op en zegt: “Ik heb er genoeg van.” De regering geeft de kaashandelaren meteen hun zin en willigt al hun eigen in, iedereen denkt dat Laarmans het erg goed doet, terwijl hij steeds meer in het nauw komt.



De agenten die Laarmans aangesteld heeft om kazen te verkopen, geven nog steeds geen bestellingen door. Laarmans geeft er de brui aan. Als alle kazen net afgevoerd zijn krijgt hij van een agent alsnog een bestelling van 4200 kilo, maar dat was te laat. Laarmans gaat terug naar zijn oude baan. In huize Laarmans wordt voorlopig geen kaas meer gegeten.







Onderzoek van de verhaaltechniek



Er zit geen enkele literaire kunstgreep in het boek en van bovennatuurlijke krachten is absoluut nergens sprake. Het is dus een erg realistisch verhaal. Het wil de hoofdpersoon maar niet wil lukken om iets te maken van zijn leven. Alle kansen die hem worden geboden verprutst hij, wat extra cynisch wordt doordat iedereen de kazen die hij probeert te verkopen erg lekker vindt.



De schrijver gebruikt het ik-perspectief. De schrijver richt zich soms direct tot de lezers. In het boek wordt nergens van perspectief veranderd, de lezer beleeft alle delen door de ogen van Frans Laarmans. Het hele verhaal speelt zich af over een periode van ongeveer drie maanden. De schrijfstijl bevat ook duidelijke autobiografische elementen, maar daar zal ik bij “plaats in de literatuurgeschiedenis” nog op terug komen.



Het hele verhaal speelt zich af in Vlaanderen en in het taalgebruik van de figuren komt dit ook duidelijk naar voren. Laarmans is natuurlijk de hoofdpersoon. Van Schoonbeke is degene die hem een positie geeft waar hij zich helemaal niet in thuis voelt. Zijn dochtertje Ida en zijn vrouw vervullen ook een belangrijke rol in het verhaal. De karakters in dit boek zijn allemaal rond. Het boek bevat geen echte typetjes, alle mensen worden heel realistisch beschreven.



De schrijfstijl van Willem Elsschot is erg aangenaam om te lezen. Het bevat niet al te ingewikkelde constructies, maar is ook niet al te makkelijk qua taalgebruik. Alles wordt mooi verteld, zelfs al is de inhoud wat minder fleurig.



Op zoek naar de thematiek



Willem Elsschot schrijft voornamelijk boeken over dingen die echt kunnen gebeuren, maar wel vaak om je dood te lachen zijn. Menselijk falen is een van zijn hoofdthema’s en zijn ik-figuren geven heel veel van hun eigen zwaktes bloot, zonder dat je als lezer het gevoel hebt van: “Dit hoef ik helemaal niet te weten.”



Het verhaal gaat veel over sociale status en uiteindelijk mag Laarmans wel blijven dineren bij de rijke Van Schoonbeke die tegenover zijn gasten volhoudt dat Laarmans een belangrijk grootmacht is op het gebied van levensmiddelen, maar toch blijft Laarmans een beetje een anti-held. Hij is sympathiek, maar niks lukt hem echt. Andere thema’s van dit verhaal zijn: mislukking, gemiste kansen, kaas, de samenleving en huiselijkheid.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



Ten eerste wil ik nog even duidelijk naar voren laten komen dat Willem Elsschot het pseudoniem is van Alfons de Ridder. De boeken van Elsschot werden in zijn eigen tijd nauwelijks gerespecteerd. Willem Elsschot was een auteur die veel slechte kritieken kreeg en weinig van zijn tijdgenoten wisten zijn werk te waarderen. Op aandringen van een redacteur van het blad Forum is dit boek geschreven. Deze redacteur vond zijn werk wel erg goed. Met het oog op deze achtergrondinformatie is een autobiografische interpretatie van dit boek verdedigbaar.



De verprutste kansen van Laarmans staan dan symbool voor Alfons de Ridder zijn eigen mislukking. De waardering voor het werk van Laarmans en de waardering van het werk van Elsschot komen allebei te laat. Willem Elsschot kreeg pas echt succes tegen het eind van zijn leven, maar wordt nu nog steeds veel gelezen, dus daar houdt de vergelijking op.



Het verhaal gaat dat Alfons de Ridder zelf wou stoppen met schrijven, toen hij bezig was dit boek te schrijven. Niet dat het boek naargeestig is, maar het wil gewoon allemaal voortdurend net niet lukken. Willem Elsschot heeft hierna nog veel boeken en poëzie geschreven dus uiteindelijk viel het allemaal wel mee. Ik denk dat Elsschot aan wou geven hoe je niet om moet gaan met de kansen die je geboden worden om er wat van te maken in je leven.



Andere boeken van Elsschot zijn: Villa des Roses, Een ontgoocheling, De verlossing, Lijmen, Het Been, Kaas, Tsjilp, De leeuwentemmer, Pensioen, Het tankschip. Er zijn ook enkele dichtbundels van Willem Elsschot verschenen.



Beoordeling



Ik heb dit boek herlezen in een andere druk dan die ik de eerste keer gebruikt heb. Toen was dit boek een onderdeel van het verzameld werk van Willem Ellschot. Ik vind dat Willem Elsschot een zeer constant en zeer hoog niveau heeft dat in al zijn werken sterk naar voren komt. Willem Elsschot heeft een mooie schrijfstijl en zijn thematiek is ook vrij constant. Hoe iemand omgaat met zijn carrièremogelijkheden komt in veel van zijn verhalen naar voren.



Vaak zijn de verhalen ontzettend komisch. De lezer wordt op een pientere manier bij het verhaal betrokken en ik heb erg meegeleefd met de hoofdpersonen. De Frans Laarmans uit dit verhaal is natuurlijk wel een loser, maar aan de andere kant is hij ook wel een beetje een slachtoffer van zijn tijd. In de wereld van nu kan een klein bedrijfje dat hele lekkere kazen verkoopt via computers veel makkelijker zijn administratie bijhouden. Met een beetje fantasie is zelfs te verdedigen dat Laarmans via een website zijn kazen heus wel aan de man had gekregen.



Dit verhaal is misschien nog het beste te typeren als realistische slap-stick. De hoofdpersoon glijdt hier alleen niet uit over bananenschillen en krijgt geen taarten in zijn gezicht gegooid, maar blundert even lachwekkend, wel op een wat subtielere manier natuurlijk. De lezer blijft voortdurend verheffende gedachtes hebben zoals: “Doe nou niet joh, kom op. Denk nou even na!” Frans Laarmans is dan niet bepaald cool, maar hij is wel een sympathieke man en ook een heel complete figuur. Alle rollen zijn goed uitgewerkt en het verhaal leest erg ontspannen. Ik vind dit echt een leuk boek.



Kaas is een goed voorbeeld van iemand die kansen krijgt om het te maken en die het dan net niet goed genoeg doet. Het verhaal is realistisch en toch spannend en ook boeiend. Dat is een combinatie die maar zeer zelden voorkomt in de Nederlands literatuur, maar goed Willem Elsschot (Alfons de Ridder) is dan ook een Belg.



Zakelijke gegevens



Gerard Kornelis van het Reve

De Avonden

De Bezige Bij, Amsterdam 1963, achtste druk

Oorspronkelijke uitgave: 1947

200 pagina’s



Eerste reactie



Ik heb dit boek gelezen omdat mijn vader vond dat ik het moest lezen, omdat hij dacht dat ik dan zou snappen waarom ouders altijd vinden dat muziek zachter mooier is. Ik zou dan ook snappen waarom mensen van zijn generatie meestal niet zo'n goede relatie hebben met hun ouders. Ik heb dit boek voor het eerst gelezen in groep 7. Ik vond het erg interessant en leuk om te lezen, maar enige kennis over de jaren vijftig is toch wel noodzakelijk om dit boek goed te kunnen waarderen.



Ik snapte bijvoorbeeld niet waarom het zo bijzonder was dat Frits naar de bioscoop ging. Ik had het verhaal als kind geplaatst in de tijd waarin ik zelf leefde en dan komt het niet goed tot zijn recht. Mijn vader was erg trots dat ik dit boek zo jong al gelezen had en ik heb dan ook nooit gedurfd om te vragen wat . In 1995 is er een toneelstuk gemaakt op basis van dit boek, waar ik (opnieuw met mijn vader) heen ben geweest. Daarna heb ik het boek nog een keer herlezen en ik vind absoluut niet dat ik slimmer ben geworden dan toen ik nog in groep 7 zat, maar ik vind het boek nu wel leuker.



Verdieping



Samenvatting



Frits van Egters slaapt ontzettend slecht en de dagen gaan voor hem te langzaam. Hij weet niet goed wat hij met zichzelf aan moet en verveelt zich op een nare manier. In de loop van het verhaal gaat Frits vaak naar de bioscoop, dat is iets wat hij wel leuk vindt. Thuis loopt het niet echt soepel. De vader van Frits is erg smerig, hij eet vies en wast zijn hoofd met spiritus. Frits zijn moeder is erg onnozel. Haar zoon Frits mag nauwelijks muziek draaien, want “zachter kan ook”. Frits is erg ongelukkig en op een avond komt hij dronken thuis.



Frits gaat naar Bep. Deze zit in een leeg huis en Frits probeert haar over te halen dat ze beter samen met hem kan zijn. Ze spreken de volgende avond af in de bioscoop. Tijdens de film moet Frits huilen, hij wil alleen niet dat iemand dit ziet en gaat dus snel naar huis.



Het is nieuwjaar. Frits zijn moeder heeft geprobeerd om wijn te kopen, maar dat is niet gelukt. De familie Van Egters dronk dus maar bessensap bij de oliebollen. Toen het eindelijk twaalf uur was, dacht Frits: “Het is voorbij.” Hij ging naar buiten om iedereen een gelukkig nieuw jaar te wensen. “Vrede dacht hij, het is vrede.” Voor het eerst was Frits blij dat hij nog leefde en daarmee was zijn depressie voorbij en hier eindigt dus ook het boek.



Onderzoek van de verhaaltechniek



Het genre waaronder dit boek het beste is te vangen is een Autobiografische roman. Het is geschreven in een personaal perspectief en de lezer beleeft alle delen door Frits. De tijd die in het boek beschreven wordt is heel nauwkeurig aan te geven. Het verhaal loopt van 20 december 1946 tot aan het nieuwe jaar. Alle gebeurtenissen vinden in chronologische volgorde plaats, alhoewel in de gedachtewereld van de figuren er wel sprake is van aandacht voor het verleden of de toekomst, maar er vinden geen echte tijdssprongen plaats.



Op zoek naar de thematiek



Toen Gerard van het Reve 23 was, vertelde een psychiater aan hem dat hij op moest schrijven wat hem dwars zat. Zo is dit boek ontstaan. Frits van Egters is in het echte leven Gerard van het Reve die afrekent met zijn jeugd.



De verhaallijn is nauwelijks aanwezig. Dit boek is heel bijzonder geschreven, maar er zit geen verhaal in. Van het Reve geeft dit ook zelf toe. Toch is dit boek prachtig om te lezen. Het is erg knap om zo boeiend te schrijven over complete lucht, en als van het Reve per ongeluk over iets interessants begint is het om je vingers bij op te eten.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



Gerard van Het Reve heeft veel boeken geschreven en is erg beroemd in Nederland. Hij heeft een tijd geprobeerd om in het Engels te schrijven, maar hij is nooit echt doorgebroken buiten Nederland. Gerard van Het Reve heeft veel opschudding veroorzaakt in Nederland en wordt in mijn geschiedenisboekje genoemd als iemand die veel heeft gedaan om de ontzuiling van ons land te bevorderen. Hij heeft God vergeleken met een ezel met wie hij anale sex heeft gehad, maar aan de andere kant houdt hij stevig vast aan zijn christelijke geloof. Ik heb meerdere boeken van hem gelezen. Bijvoorbeeld:



Tien vrolijke verhalen (oorspronkelijke uitgave: 1961)

Vier wintervertellingen (oorspronkelijke uitgave: 1963)

Oud en Eenzaam (oorspronkelijke uitgave: 1976)

De vierde man (oorspronkelijke uitgave: 1981)



Beoordeling



Van het Reve schrijft over de slechtheid van mensen en over verveling en worstelen met het leven, maar hij neemt meestal niet de moeite om een plot te maken. Hij denkt zelf dat dit ook niet nodig is omdat hij zulke mooie zinnen kan maken. Omdat talen voortdurend veranderen en vooral het Nederlands veel spellingshervormingen en een toevloed aan buitenlandse leenwoorden kent, denk ik dat Reve zijn taalgebruik er niet voor zal zorgen dat hij over een paar eeuwen nog gelezen wordt.



Ik denk dat een vergelijking met het Shakesperaanse Engels hier op zijn plaats is. De reden waarom we Shakespeare nu nog zo goed kennen licht niet in het feit dat Engels door de loop van de jaren minder veranderd, maar in het feit dat Shakespeare veel beter uitgewerkte verhaallijnen heeft. Ik denk dat een moderne adaptatie van Reve onleesbaar zou worden en er is te weinig ontwikkeling om bijvoorbeeld het verhaal over te kunnen plaatsen naar een andere periode.



Dit werk is onlosmakelijk verbonden met de vijftigerjaren en daardoor is het enorm bekend, maar tegelijkertijd is dat ook een zwakte. Er zal een tijd komen waarin dit boek alleen door historici nog gretig gelezen zal worden en dat is jammer.

Zakelijke gegevens



Boudewijn van Houten

Onze correspondent op aarde

De Bezige Bij, Amsterdam 1978, achtste druk

Oorspronkelijke uitgave: 1963

200 pagina’s



Eerste reactie

Ik heb dit boekje in eerste instantie gelezen, omdat ik het er erg leuk uit vind zien. De pagina's zijn dubbel zo lang, maar minder breed. Ik heb dit boekje vaak doorgelezen. Het is daar erg geschikt voor vanwege de korte stukjes die ook los van elkaar goed te lezen zijn. Ik heb over dit boekje een boekbespreking gehouden toen ik nog in de tweede klas zat. Ik heb gebruik gemaakt van de vele citaten toen ik mijn solovoorstelling Hartslag schreef. De tekst daarvan is op Internet te bewonderen onder het adres http://www.mee-eeter.nl



Verdieping



Samenvatting



Het boekje is een verzameling artikelen die geschreven zijn door een journalist voor een grote krant op Uranus. Deze journalist heeft enkele jaren onder de mensen geleefd, die hij zelf praatdieren noemt en elke week een stukje voor zijn krant gemaakt. Hij is met zijn schip in Nederland geland omdat het hier plat is hij hier dus het beste kon landen.



De journalist heeft niet zo'n hoge dunk van de praatdieren, vooral omdat praatdieren zo vaak het tegenovergestelde zeggen van wat ze denken.



De praatdieren zijn volgens de journalist ingedeeld in twee soorten: de mannetjes en de wijfjes. Beide soorten hebben een instinct meegekregen wat hen naar elkaar toe drijft, niks aan de hand zou je zo zeggen, maar de theorieën die de praatdieren over deze simpele zaak ophangen zijn werkelijk ongelofelijk



Praatdieren hebben volgens de schrijver net genoeg herseninhoud om te vragen naar de zin van het leven maar net te weinig om ook tot een zinnig antwoord te komen. Alleen in vragen stellen en in komedies schrijven (wat eigenlijk een grote vraag is) zijn praatdieren knap voor de rest zijn het maar vervelende beesten.



Beoordeling



Het is een leuk boekje, ik had het in een half uur uit, helaas wisselt de schrijver hele leuke stukjes met aperte nonsens af. Hij is bijvoorbeeld voor apartheid en aristocratie, want blanke rijke mannetjes zijn intelligenter en beter dan de rest van de wereld aldus de schrijver.



Maar het bekijken van de mensheid door de ogen van een alien is een mooie vondst, en de schrijver laat af en toe genadeloos de tekortkomingen van ons mensen zien. Het is een leuk boek om te lezen als je wat meer wilt weten over hypocrisie bij mensen, en het geeft een realistisch beeld van de gedachtewereld van met name mannetjes.





Zakelijke gegevens



Karel en Elegast, Taal & Teken, Leeuwarden, 1989 (4e druk), 63 bladzijden, (eerste druk niet bekend)



Auteur:

De oorspronkelijke auteur van dit boek is onbekend. Het was waarschijnlijk een Vlaming die leefde rond de twaalfde / dertiende eeuw.



Vertaling:

Karel ende Elegast is vertaald en bewerkt vanuit het Middelnederlands door H. Adema



Genre:

Karelroman / Voorhoofse ridderroman



Eerste reactie



Wij hebben met de hele klas Karel en Elegast gelezen, nadat we ons eerst via de methode Eldorado in de periode hebben verdiept. Omdat Karel ende Elegast de enige Nederlandse over gebleven Karelroman is, lag het redelijk voor de hand om dit boek te lezen. We hebben in de klas de Nederlandse vertaling gelezen en voor dit boek niet apart het Middelnederlands behandeld.



Het was ons vrij om een boekverslag te maken over een boek wat ons meer aansprak. Ik vond het een leuk boek en zag daar geen aanleiding toe. Het boek is via verschillende handschriften overgeleverd en is van grote literaire waarde. Dat, in combinatie met het feit dat het hele verhaal slechts ongeveer 1400 regels bevat, maakt dit boek tot een goede keus voor de boekenlijst.



Ik vond het een leuk verhaal. De sfeer kwam bij mij goed over en verder was het ook zeker niet saai. Verder geeft het een interessant beeld van hoe er in de Middeleeuwen gedacht werd over hoe het hoort in de wereld. Ik vond met name de grote waarde die gehecht werd aan trouw en God en de lage waarde die werd gehecht aan de vrouw opvallend.



Het plot had niet meer om handden dan het plot van de boeken die ik las in groep vijf van de basisschool. Veel meer plot dan een beetje Arendsoog heeft dit boek ook niet nodig. De scherpe moraal en de manier waarop dit verhaal vertelt wordt, maken dit boek de moeite waard.



Verdieping



Samenvatting



Karel de Grote lag rustige te slapen in een kasteel gelegen aan de Rijn. De volgende dag zou er een hofdag gehouden worden om zijn goede keizerschap te eren. Aan de vooravond van deze belangrijke gebeurtenis, verscheen die nacht een engel aan Karel. Deze engel vertelde Karel dat hij die nacht uit stelen moest gaan, anders zou hij sterven. Aanvankelijk kon Karel dit niet bevatten, maar toen de engel voor de derde keer aandrong, besloot Karel toch te gaan.



Karel hees zich in zijn imposante wapenuitrusting en God zorgde ervoor dat niemand hem opmerkte tijdens zijn nachtelijke uittocht. Toen Karel in een woud was beland, kwam hij een donkere roofridder tegen. Karel was enigszins bevreesd vanwege de roofridder zijn imponerende uiterlijk en hij dacht zelfs even dat deze roofridder de duivel zelf was. De zwarte ridder vroeg Karel om zijn naam, maar hij weigerde te antwoorden. De twee ridders begonnen een gevecht. De zwarte ridder zijn zwaard brak en Karel vond het niet echt eervol om nog verder te vechten.



Na het lange gevecht werd het Karel duidelijk dat de ridder Elegast was. Karel had Elegast zijn land afgenomen en hem verbannen, omdat hij had gestolen en hem ontrouw was geweest. Karel komt er echter achter dat hij Elegast onnodig gestraft heeft. Elegast is nog steeds trouw aan zijn koning. Onder een schuilnaam trekt Karel er samen met Elegast op uit om te gaan stelen.



Elegast is na zijn verbanning een uiterst behendige roofridder geworden, omdat hij geen burcht meer heeft, is hij wel gedwongen om uit te gaan stelen. Hij steelt echter nooit van arme mensen. Karel en Elegast besluiten de schat van ridder Eggeric te stelen. Eggeric is een zwager van Karel. Bij het kasteel aangekomen, blijft Karel buiten op de wacht staan en gaat Elegast naar binnen.



Als Elegast in Eggeric’s slaapkamer is, om daar het beroemde zadel van Eggeric te stelen, hoort hij Eggeric ruzie maken met zijn vrouw over het plan om en moord op Karel te plegen tijdens de hofdag en de macht te grijpen. Eggeric slaat zijn vrouw zo hard op het gezicht dat ze bloedt. Elegast gaat onmiddellijk naar buiten en vertelt aan Karel van Eggeric zijn plan om de koning te vermoorden. Karel zegt dat hij dit bekend zal maken aan de koning en de twee ridders gaan uit elkaar.



De volgende ochtend staan, op het kasteel van Karel de Grote, wachters klaar om de verraders op te wachten. Karel heeft ook Elegast laten komen. Om Eggeric zijn plannen te bewijzen laat Elegast wat bloed van Eggeric zijn vrouw zien. Karel de Grote die zich nu aan Elegast heeft bekend gemaakt, stelt voor om Elegast en Eggeric een godsgericht te laten houden. In een godsgericht vechten twee ridders op leven en dood om erachter te komen wie gelijk heeft.



Eggeric zegt dat Elegast helemaal geen ridder is, maar een ordinaire dief en dat Elegast niet waardig is om met hem te vechten. Karel is het niet met hem eens en de volgende dag wordt er een godgericht gehouden. Eggeric bidt niet tot God voor hij zijn gevecht begint en Elegast wel. Als Eggeric in het hevige en langdurige gevecht van zijn paard valt, vond Elegast het niet eervol hem te doden. Karel de Grote vindt echter dat het gevecht te lang begint te duren en had liever gezien dat Elegast wel door was gegaan. Hierna verzoekt Karel God om het gevecht te beëindigen. Elegast wint en krijgt volledig eerherstel en wordt verbonden aan de koning, omdat de weduwe van Eggeric (Karel zijn zus) hem ook cadeau wordt gedaan.



Onderzoek naar de verhaaltechniek



Het authentieke verhaal is in dichtvorm geschreven, hetgeen enigszins onvertaalbaar is natuurlijk. Het verhaal wordt verteld door een soort van minstreel die zijn publiek ook rechtstreeks toespreekt. Bijvoorbeeld in regel 1414: “Laat ons nu allen amen zeggen.” De karakters zijn absoluut niet flat. Zelfs Karel die toch het toppunt van mannelijkheid en kracht is, wordt af en toe bang en twijfelt aan zichzelf en aan wat er met hem gebeurt. Karel moet zelfs herkennen dat een van zijn besluiten verkeerd is geweest.



Ook Elegast is een rond karakter; alhoewel hij trouw en sympathiek is, maakt hij toch ook fouten. Elegast is tenslotte niet voor niets verbannen. Het verhaal speelt zich af in de Middeleeuwen, wat niet zo verwonderlijk is bij een voorhoofse ridderroman. Behalve veel plaats voor God is er ook een belangrijke rol weggelegd voor magie in dit boek. Elegast bediend zich bijvoorbeeld van magische poedertjes. Alle gebeurtenissen vinden plaats rond een hofdag.



Op zoek naar de thematiek



Het draait in deze roman om: trouw, godsdienstigheid, bruut geweld en krijgshaftigheid. Trouw is toch echter wel het belangrijkste thema. Karel is compleet gehoorzaam aan God en alle dienaren van Karel de Grote zijn hem trouw (zelfs nadat hij ze verbannen heeft). Eggeric die Karel niet trouw is, wordt gestraft en Elegast wordt voor zijn trouw beloond.



Eggeric bidt ook nog eens niet voor het Godsgericht, wat hem nog eens extra onsympathiek maakt. Het wordt ook belangrijk gevonden dat mensen hun fouten toegeven. Karel heeft Elegast te zwaar gestraft. God laat hem dit zien en redt tegelijkertijd ook Karel zijn leven.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



Karel ende Elegast is een voorhoofse ridderroman en de enige in zijn soort. In het Nederlands is er geen enkel andere Karelroman in zijn geheel over geleverd. De auteur van dit boek is onbekend, maar men gaat er vanuit dat het gaat om een Vlaming. Dit boek wordt doorgaans gedateerd rond de twaalfde / dertiende eeuw. Het verhaal is waarschijnlijk in de loop van de tijd verchristelijkt, toch is het historisch gezien van grote waarde.



Ik heb de vrije vertaling van H. Adema gelezen die is gemaakt om naast de Middelnederlandse tekst weergegeven te worden en te zorgen voor leesbaarheid. Ik heb wel naar het oude Nederlands gekeken en veel is goed te volgen, maar met vertaling erbij leest het toch wel stukken makkelijker. De vertaling van de heer H. Adema is voornamelijk bedoeld voor leerlingen van het voortgezet onderwijs en is geen onderdeel van een literaire stroming.



Beoordeling



Ik vond dit een leuk boekje om te lezen. Ik heb af en toe met een schuin oog het Middelnederlands proberen te volgen. Ik vind het erg interessant om te zien hoe de tekst vertaald is. Ik vond het een leuk stoere-mannen-verhaaltje, wat extra boeiend wordt door de menselijkheid van Karel en wat mij ook wel bij zal blijven is hoe er met vrouwen omgegaan wordt in dit op zich vrome boekje. De vrouw van Egeric (karel zijn zus) wordt tot bloedens toe geslagen en dan zomaar uitgehuwelijkt aan Elegast.



Ik vond de ontmoeting tussen Karel en de zwarte ridder aan het begin, eigenlijk het leukste gedeelte van het boek. Het gedoe met magische poedertjes en prachtige zadels, kon mij wat minder boeien. Ik ben dan ook wel een hele moderne puber natuurlijk en het is ook niet makkelijk om mij te boeien dus zo erg is dat nou ook weer niet.



Ik vond het voor de verandering wel leuk om een keer een verhaal te lezen, dat niet bang is voor een stevige moraal en waarin mensen nog gewoon in God geloven. Ik vond het taalgebruik van Adema niet storend en ook niet moeilijk om te lezen. Het is alleen geen gedicht. Om de waarde van dit werk goed te kunnen schatten, zou de lezer eigenlijk bij elke zin het Middelnederlands erop na moeten slaan, maar het is natuurlijk zeer moeilijk te achterhalen welke gevoelswaarde vroeger bij een bepaald woord hoorde.



Iets kan heel mooi rijmen, maar als dat onnatuurlijk taalgebruik oplevert, is dat voor een gedicht minder sterk. Het is voor mij dus absoluut niet te beoordelen of de oorspronkelijke auteur van dit werk mooie rijmwoorden heeft gebruikt. Belangrijk is denk ik, dat de verhaallijn en de normen en waarden van “de middeleeuwer” mij nu wat duidelijker zijn. Als een boekje dat voor elkaar krijgt, is het een goed boekje. Het was dus nuttig om te lezen en ik zou iemand die de Voorhoofse periode met Nederlands behandelt, dan ook zeker aanraden om het te lezen.

























Zakelijke gegevens



En het hoofd werd op tafel gezet

Rinus Ferdinandusse

De arbeidspers, Amsterdam 1970

(Ik heb de oorspronkelijke druk gelezen)



Eerste reactie



Ik heb dit boek gekozen, omdat ik het in mijn naïeve onschuld ooit helemaal uit heb gelezen. Dit is een onwaarschijnlijk raar en bovendien erg slecht boek. Ik vond de titel leuk, maar wist toen ik begon te lezen nog niet dat dit een verwijzing was naar een gedicht van heer Halewijn, wat ik in mijn latere leven nog eens zou lezen.



Ik wou dit boek in eerste instantie niet op de lijst zetten, omdat het zo vreselijk slecht is. Ik heb dit boek gelezen in 1998 en heb er drie hele maanden mee zitten worstelen, omdat ik er toen een boekverslag over wou schrijven. Maanden pagina na pagina vol onzin voor een boekverslag van 1 a4’tje. Tegenwoordig zou ik de discipline niet meer op kunnen brengen, denk ik.



Verder is er niet zoveel zinnigs over te zeggen. Het is een boek. Ik heb het gelezen. Ik heb 12 boekverslagen nodig voor mijn leesdossier en dit is er weer eentje. Een lijst met alleen leuke boeken is misschien niet echt representatief voor de Nederlandse literatuur, dat vind ik wel een mooie motivatie verder zit er niet zoveel verhaal achter. Ik wou voor u plezier, maar niets over de inhoud van dit boek zeggen bij dit onderdeel, de samenvatting is al teveel van het goede.



Verdieping



Samenvatting



Robert Zap komt maar niet aan de vrouw. Hij is niet echt op iemand verliefd, maar er is wel iemand op hem verliefd: Louise Vermul, een dikke Leidse studente. Louise Vermul leest voortdurend flut-romannetjes die erotisch zouden moeten zijn. Louise Vermul komt uit een zeer rijke familie, die in de tweede wereldoorlog het familiebedrijf heeft opgesplitst mee met de machthebbers. In Europa werd er zonder pardon bedrijf opgericht wat de Nazi’s idealen ondersteunde en in Amerika waren het keurige democraten.



Na de oorlog werden beiden bedrijven weer terug onder Vermul-Derije vlag heeft gebracht. Robert Zap gaat dan toch maar met Louise naar Wallis in Zwitserland om daar de bloemetjes buiten zetten. Hij heeft namelijk een zeer saai leven, wat ook saai wordt beschreven.



Ondertussen wordt er een moord gepleegd op een helderziende vrouw. De ik-figuur Rutger Lemming krijgt het adres over de telefoon en is dus als eerste op de moordplaats. Hij treft een naakt lichaam zonder hoofd aan. Op de muur staat met bloed geschreven: “De opdracht volgt.”



Het spoor leidt naar de familie Vermul Derije. Maar het is een Detective dus als ik nou ook al ga vertellen wie het gedaan heeft, is dit boek al helemaal niet meer de moeite van het oppakken waard.



Op zoek naar de verhaaltechniek



Het verhaal speelt zich af binnen een periode van ongeveer drie maanden. Toch duurt het eindeloos, dat komt door de vele beschrijvingen en de wisseling van perspectief. Rinus Ferdinandusse wisselt het ik-perspectief af met het personaal-perspectief. De ik-figuur uit het verhaal is Rutger Lemming en het personaal-perspectief wordt het meest gebruikt om de acites van Robert Zap te beschrijven.



Het genre van dit boek is vrij duidelijk. Het is een detective. Als er een beetje spanning in het verhaal zit, dan wordt deze alleen veroorzaakt door dat de lezer zich afvraagt wie nou die moord gepleegd heeft. Op zich lijkt het vrij voor de hand liggend, maar de lezer is toch geneigd rekening te houden met een plotselinge wending, maar die blijft uit. Het verhaal zit boordevol leuke mopjes die op zichzelf vaak wel grappig zijn, maar enorm afleiden van het verhaal.



Alle figuren in het verhaal zijn karakters. Ze maken ook wel ontwikkeling mee, alleen zijn deze ontwikkelingen absoluut niet interessant. De grapjes zijn iets leesbaarder en het boek zou misschien een combinatie tussen comedy en detective moeten voorstellen.



Op zoek naar de thematiek



Er zit nauwelijks lijn in dit verhaal, dus het is niet zo makkelijk om er een algemeen thema maar wat uit te halen.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



Rinus Ferdinandusse is jarenlang hoofdredacteur geweest van Vrij Nederland, op TV was hij te zien in het Satirische Nieuwsprogramma. Zo is het toevallig ook nog eens een keer. Er schijnen nog twee boeken van zijn hand te zijn met dezelfde ik-figuur, maar daar is zeer begrijpelijk geen spoor meer van te ontdekken



Beoordeling



Men neme: Een leuk gedicht van Heer Haldewijn (Daar werd gehouden een groot banket, en het hoofd werd op tafel gezet.) een boel moppen, een paar grappige opmerkingen die je ooit ergens gehoord hebt en nog wat hebbedingetjes zwets het naar elkaar toe en je hebt dit boek. Rinus Ferdinandusse had beter een 101 moppenboekje kunnen maken. (Dat was dan niet eens echt slecht geweest). Het is erg warrig verteld en het leest erg moeilijk, ondanks dat er af en toe een rake zin in staat.



De titel is erg leuk, maar dus niet van hemzelf. Je kunt wel zien, dat deze man wel kan schrijven alleen geen boeken. Rinus is jarenlang hoofdredacteur van Vrij-Nederland geweest, maar dit is echt geen leesbaar boek. Als je kunt vermijden dit boek ooit te lezen, doe je daar erg verstandig aan.



Het verhaal is onnavolgbaar in de slechte zin van het woord. Het leest erg traag en de wisselingen zijn erg onlogisch. De situatie wordt voortdurend aangepast aan de grap waardoor het verhaal nauwelijks meer te volgen is. Dan moet hij opeens twee moppen voor een radio-programma schrijven. Volslagen mesjokke. Dit boek zou ik echt niemand aanraden, als je iemand zo haat kun je hem beter gewoon vermoorden.













Zakelijke gegevens



Lijmen en het Been

Willem Elsschot (Alfons de Ridder)

Oorspronkelijke uitgave Lijmen: 1924

Oorspronkelijke uitgave Het Been: 1938

Querido, Amsterdam, 1969 15e druk

219 pagina’s.



Eerste reactie



Ik heb dit boek gekozen omdat ik Willem Elsschot een hele leuke schrijver vind en dit tot de boeken behoort die mij na het lezen van Verzameld Werk het meest zijn bijgebleven. Ik heb op vakantie in Frankrijk alle romans van Elsschot in rap tempo achter elkaar gelezen en dit is een van de beste.



Het lijmen is erg leuk om te lezen en het schijnt een vrij autobiografisch boek te zijn en als puber ben ik natuurlijk erg geinteresseerd om te weten hoe de wereld in elkaar zit en dit geeft daar een erg grappige beschrijving van.



Verdieping



Samenvatting



Het verhaal begint met Laarmans die een dure fles drank besteld in een café. Hij begint te vertellen waarom hij zo verschrikkelijk veranderd was. Zelfs zijn hoed, pijp, knuppl en sik waren verdwenen sinds hij 15 jaar geleden Boorman had ontmoet. Boorman was directeur van het “Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen”.



Boorman had Laarmans een contract aangeboden, dat hij ook tekende. Laarmans was verheugd over het hoge salaris. De enige voorwaarde was dat hij alles moest doen wat Boorman hem opdroeg. Misschien zou hi over tien jaar zelfs de zaak over kunnen nemen.

Lijmen is het belangrijkst leerde Boorman aan Laarmans. Na een paar weken kreeg Laarmans door hoe de vork in de steel zat.



Het algemeen wereldtijdschrift moest verkocht worden aan klanten, door ze te lijmen. De klant moest zo worden beïnvloed, dat ze het contract zouden tekenen. Er kwam dan namelijk een vreselijk positief artikel over het bedrijf in het tijdschrift. De tweede vereiste was dat de klanten een zo groot mogelijk aantal tijdschriften zou bestellen. Er was geen klant die de tijdschriften ooit kwijt raakte. Boormans en Laarmans zijn en subtiel soort oplichters die profiteren van de ijdelheid van bedrijven.



Op een gegeven moment proberen onze helden de firma van mevrouw Lauereyssen te lijmen. Deze firma produceerde keuken-liften. Mevrouw Lauereyssen was heel erg dik, maar wel netjes. Na een vriendelijk “Dag, Heren” begon ze te klagen over haar been; hoe ze ook haar best deed, de pijn ging maar niet over. Boorman deed zijn best om zo medelijdend mogelijk te doen en na meer vlotte verkoopbabbel mochten de twee een concept maken voor een artikel.



Laarmans mocht het schrijven, alhoewel de tekst al grotendeels klaar was. Het enige wat Laarmans hoefde te doen was het woord “piano’s” veranderen in “keuken-liften”. Het artikel werd aan mevrouw Lauereyssen opgelezen, ze was razend enthousiast. Boorman liet haar het contract tekenen. Ze bestelde wel honderdduizend exemplaren, beide heren wisten dat ze deze aan de straatstenen nog niet kwijt zou raken. Na korte tijd stond meneer Lauereyssen voor de deur. Het kleine bedrijfje wilde maar al te graag terug krabbelen, maar Boorman wimpelde ze af en zei dat alles al besteld was.



Het was aan Laarmans om iedere maand het hoge termijnbedrag te komen ophalen. Laarmans voelde zich terecht schuldig, ook had hij er spijt van dat hij het zo leuk had voorgelezen. Laarmans bood mevrouw Lauereyssen aan de laatste termijn te laten zitten, maar ze betaalde toch omdat ze dit nou eenmaal eerlijk vond om te doen. Het kleine bedrijfje kreeg het financieel steeds moeilijker.



Het Been begint met dat Laarmans verteld hoe weer was veranderd. Laarmans rookt weer pijp, heeft weer een sik en is ongeveer het zelfde als hij vroeger was. Ook nu verteld hij hoe dit in zijn werk is gegaan. Boormans en Laarmans liepen op een marktdag toevallig mevrouw Lauereyssen tegen het lijf. Haar zieke been was nu zelfs geamputeerd. Zelfs Boorman voelde zich nu erg schuldig. Het leek Boorman dat het been niet geamputeerd had hoeven worden, als er nog genoeg geld was geweest om naar een goede dokter te gaan. Boorman dacht er nu zelfs aan om het geld terug te geven.



Boorman kreeg nu echt spijt. Hij ging naar mevrouw Lauereyssen en probeerde haar een flink geldbedrag te overhandigen. Zij wil niks van weten en wil helemaal niks hebben van de persoon die haar heeft opgelicht. Boorman weet niet wat te doen en begint zelfs een rechtzaak. Boorman probeert het zo te laten lijken dat mevrouw Lauereyssen per ongeluk te teveel heeft betaald en vervalst een creditnota.



De rechter was dit niet gewend en snapte niet wie nu de eiser en wie de gedaagde ontvanger was. De rechter wilde meer bewijs hebben. Mevrouw Laureyssen zat nu financieel echt aan de grond. Tot zijn groot verdriet ziet Boorman dat alle inventaris en het pand zelf van de firma Lauereyssen geveild wordt.



Op de inventaris staat vierduizend kilo oud papier vermeld. Boorman bedenkt dat hij hier een bod op kan uitbrengen voor het bedrag dat hij eigenlijk had willen geven. Bij de veiling maakt iedereen hem voor gek uit, vanwege het hoge bedrag. Er ontstaat enorme opschudding over deze onsmakelijke grap. De politie probeert Boorman op te pakken, maar hij vloert een agent. Vervolgens kwamen er meer agenten en een tijdje bevindt Boorman zich in een tehuis. Laarmans neef Jan haalt Boorman hier weer vandaan.



Deze neef van Laarmans blijkt mevrouw Lauereyssen te kennen en Boorman wordt uitgenodigd bij hem op bezoek te komen. Het wordt zo geregeld dat mevrouw Lauereyssen hier ook aanwezig is. Ze verzoenen zich met elkaar, maar Boorman wil absoluut het geld geven. Mevrouw Lauereyssen accepteert het uiteindelijk, maar zegt het te gaan uitgeven aan een goed doel.



Laarmans houdt op met het bedrijf, maar Boorman blijft op dezelfde manier zijn geld verdienen. Laarmans beschouwt Boorman als een vaderfiguur, maar wil hem toch niet meer zien. Hij blijft grote waardering voor Boorman hebben. Boorman helpt hem ook aan een vrouw, toch zou hij volgens Laarmans pas rust vinden na zijn dood. Laarmans heeft zijn leven gebeterd.



Op zoek naar de verhaaltechniek:



De karakters worden duidelijk uitgediept en ze ondergaan duidelijke psychologische ontwikkelingen. Frans Laarmans begint het verhaal bijna zonder bezit en aan het eind is hij gelukkig en zeker niet arm. Zijn karakter is niet zozeer veranderd door Boorman, toch heeft hij veel van hem geleerd. Laarmans krijgt eerder spijt dan Boorman, maar reageert minder drastisch. Opvallend is wel dat Boorman toch door gaat. Over de karakters is een hoop te zeggen en er zit dan ook een hele hoop ontwikkeling in het verhaal en het is erg realistisch geschreven.



Het verhaal speelt zich af in Antwerpen tussen 1920 en 1935. Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Het zijn eigenlijk twee grote flashbacks. Laarmans vertelt in beide boeken over hoe zijn leven veranderd is, dit doet hij wel chronologisch. Het tweede deel is een opdracht aan “Aan Menno ter Braak”. Het eerste deel bevat geen opdracht.



De ruimte is tekenend voor de sfeer in dit boek. De firma Lauereyssen bijvoorbeeld, huist in een vies en slecht onderhouden pand. Verder zijn er nog een aantal plaatsen, zoals het café waar Laarmans vertelt die invloed hebben op het verhaal.



Willem Elsschot bedient zich in dit boek van het ik-perspectief, maar dit perspectief wordt niet altijd gebruikt vanuit dezelfde verhaalfiguur. Meestal is Frans Laarmans aan het woord, maar in de raamvertelling is de ik-figuur de persoon die luistert naar zijn verhaal. Dit levert geen verwarring op en het gebeurt erg zorgvuldig.



Deze boeken zijn apart te lezen en hebben allebei hun eigen titelverklaring. Met lijmen wordt het manipuleren van klanten bedoeld en het been van mevrouw Lauereyssen is de aanleiding voor de spijt van beide heren en de ommekeer van Laarmans.



Willem Elsschot gebruikt lange zinnen, die erg goed lopen. Het boek bevat redelijk wat Franse teksten die erg leuk zijn, maar ik kan me voorstellen dat mensen die deze taal niet machtig zijn het storend vinden. De acties van Boorman en Laarmans zijn erg komisch, maar hebben vaak een dramatisch effect. Het boek komt daardoor erg realistisch over en ik vind het heel knap om deze twee stijlen zo naast elkaar te zetten.



Het verhaal speelt zich af binnen een periode van ongeveer vijftien jaar. Tussen de twee delen zit een gat van ongeveer vijf jaar. De boeken kunnen in een keer door gelezen worden en het taalgebruik verschilt nauwelijks.



Op zoek naar de thematiek



Het thema is: als iemand ergens goed spijt van heeft -wat voor persoon dan ook- blijft het hem zijn leven achtervolgen, totdat hij het probleem echt heeft kunnen oplossen.

Ik heb voor dit thema gekozen, omdat het verhaal ging over een gelijmd iemand, die de eerlijkheid zelve was, nooit een kip kwaad wil doen en dan toch zo veel pech heeft. Zelfs Boorman had spijt. Als Jan, Boorman en mevrouw Lauereyssen niet bij elkaar had gebracht, was Boorman zijn hele leven achter zijn probleem aan blijven lopen.



Een algemeen motief is spijt. Door spijt kwam het verhaal op gang. Ook hebzucht is een algemeen motief. Een verhaal motief is het geldbedrag (de bankbiljetten) die Boorman aan mevrouw Lauereyssen wilde geven.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



De Antwerpse schrijver Willem Elsschot (1882- 1960) moest tot zijn vijftigste jaar wachten tot er een enthousiast publiek ontstond voor zijn boeken. In tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten wordt hij nu echter nog veel gelezen. Vooral Elsschot zijn eerste boeken, die kort voor en kort na de eerste wereldoorlog verschenen, werden weinig gelezen. Waarschijnlijk week zijn schrijfstijl te veel af van wat in die tijd gebruikelijk was.



Misschien werd Elsschot wel ondergesneeuwd door een stroming die zich liet beinvloeden door de Tachtigers in het gebruik van sierlijke taal. Elsschot heeft een voorkeur voor het gewone woord en schrijft heel begrijpelijk. Elsschot maakt ook geen gebruik van hemelse inspiratie of verheven gedachtes, maar beschrijft de wereld om hem heen op een realistische en grappige manier.



De opkomst van de “Forum-generatie” omstreeks I930 gaf wat meer ruimte aan zijn werk en aan waardering van het gewone woord ten opzichte van een poëtische manier van schrijven.



In I924 verscheen deze roman die door velen als Elsschots meesterwerk wordt beschouwd. Bij het schrijven hiervan werd hij géïnspireerd door de periode kort voor de eerste wereldoorlog, toen hij in Brussel samen met zijn vriend Jules Valenpint “La Revue Générale Illustrée” uitgaf. Dit tijdschrift had geen enkele abonnee en was inderdaad nauwelijks meer dan een advertentiefuik, bedoeld om ijdele zakenlui van hun geld af te helpen. In het boek komt daarbij ook de weduwe Lauwereyssen in de klem, waardoor het een tragische ondertoon krijgt. Het is niet bekend of dit gegeven ook autobiografisch is.



Nadat ook “Lijmen” bij verschijnen vrijwel onopgemerkt was gebleven, schreef Elsschot bijna tien jaar niks meer. De dichter Jan Greshoff moedigde hem aan om weer eens aan een boek te beginnen. Het resultaat was de roman 'Kaas' (1933), die opnieuw in de zakenwereld speelt. Een jaar later kwamen Elsschots aangrijpende 'Verzen van vroeger', uit, die grotendeels al dateren uit de periode vóór 1910. Belevenissen uit zijn gezinsleven verwerkte hij in de ontroerende verhalen 'Tsjlp' (1934) en 'De leeuwentemmer' (1940). Tussen deze twee boeken in verscheen het vervolg op “Lijmen” dat nu bijna alleen gebundeld wordt uitgegeven, het is dan ook bijna niet te merken dat er zoveel jaren tussen zitten.



Beoordeling



Ik vind dit boek heel erg leuk geschreven. Het is echt een plezier om te lezen. Het is heel knap dat Elsschot grappige situaties gebruikt om dramatische effecten te creëren. Het is erg grappig als Boorman een enorm bedrag biedt voor het oud papier (zijn eigen tijdschriften) om zijn eigen geweten te sussen, waardoor niemand hem geloofd en hij zelfs wordt opgepakt. Toch leeft de lezer met Boorman mee en voor Boorman zelf is het natuurlijk ook niet grappig.



Alleen het feit al dat ik het heb over Boorman alsof hij een echt persoon is, zegt iets over hoe realistisch Elsschot dit verhaal heeft geschreven. Ik kan me voorstellen dat Elsschot qua literaire stromingen een beetje buiten de boot is gevallen, maar uiteindelijk is ook dat stof geweest voor zijn boeken die stuk voor stuk erg goed zijn geworden. Het taalgebruik van Elsschot vind ik erg mooi, maar het is misschien te begrijpelijk voor mensen die graag woorden als esthetisch in de mond nemen. Het is allemaal weinig mysterieus, maar erg goed geschreven. Ik denk dat ik erg enthousiast ben over deze auteur en ik denk dat hij nog lang gelezen zal worden.





Zakelijke Gegevens



Lévi Weemoedt (Ies van Wijk)

De ziekte van Lodestijn, Uitgeverij Contact-Pandora, Amsterdam, 1997

(Oorspronkelijk: Uitgeverij Contact, Amsterdam, 1987)

Psychologische Roman

127 Bladzijdes



Eerste Reactie



Ik heb dit boek gelezen op aanraden van mijn moeder. Zij kreeg als het onderdeel van een kerstpakket. Het is een klein boekje en heel leuk geschreven, ik keek door mijn boekenkast op zoek naar een geschikt boek om in mijn leesdossier te behandelen en dit boek leek me erg geschikt. Het is zeer literair verantwoord en bevat zelfs hele alinea’s Latijn. Ik heb het in zeer korte tijd herlezen en het blijft een erg leuk boek. Het verhaal is tragisch, maar wordt zo leuk verteld dat het een komisch effect krijgt.



Verdieping



Samenvatting



Leraar klassieke talen Lodesteijn is tegen de verhuizing van zijn school. Lodesteijn geeft les op een protestant-christelijke middelbare school in Vlaardingen. Lodesteijn kan zich absoluut niet vinden in de manier van denken die de rector en de schooldominee erop na houden. Bovendien is Lodesteijn gehecht aan het oude, gammele noodgebouw, waarin hij tien jaar gewerkt heeft. Verschillende keren heeft hij 's nachts rector Persijn een ruitje zien forceren om de nieuwbouw te bespoedigen.



Volgens Lodesteijn heeft de rector een raar motief voor de verhuizing. Hij kwam eens onder enorme berg kinderen terecht op het kleine schoolplein. Hij gaf het oude gebouwtje de schuld van dit voorval en wilde zo snel mogelijk dat er een nieuwe school kwam. Lodesteijn heeft een afkeer tegen het nieuwe gebouw, dat van glas en beton is, versierd met een verticale gifgroene streep. De feestelijke opening verloopt nogal chaotisch. Lodesteijn en een leerling van de school leveren tijdens de ceremonie kritiek op de kille uistraling van het gebouw.



Tijdens zijn lessen neemt Lodesteijn het niet zo nauw met de schoolregels. Hij dwaalt telkens van zijn onderwerpen af en vertelt leuke verhalen, net zoals hij in het oude gebouwtje altijd deed. Persijn ergert zich dood aan het feit dat alle leraren zich precies hetzelfde gedragen als ze dat in het oude gebouwtje deden. Dat wil zeggen veel op de gangen lopen en met elkaar kletsen. De nieuwe school is totaal niet wat hij ervan verwacht had. Hij besluit daarom nieuwe maatregelen te nemen, waardoor het weer wat rustiger wordt. Verder blijft hij vooral Lodesteijn scherp in de gaten houden. Er komt een conflict, de aanleiding is dat Lodesteijn een leerling, die niet geestelijk aanwezig was, als absent had opgegeven.



Als Lodesteijn een keer te laat op school komt is het gelijk raak. Hij zet zijn fiets tegen het hek en sprint naar binnen, maar Persijn staat hem al op te wachten. Gelukkig gebeurt er niets en kan hij naar zijn les gaan. Maar 's middags krijgt hij weer bezoek van Persijn. Het blijkt dat Lodesteijn op vrijdag surveillant A is en samen met de surveillanten B en C de gang moet controleren op eventuele uitspattingen van geweld. Lodesteijn laat Persijn weten hoe belachelijk hij dit vindt, maar Persijn is niet onder de indruk. Als Lodesteijn naar huis wil gaan, bemerkt hij dat zijn fiets niet meer tegen het hek staat. Persijn heeft alle fietsen daar laten weghalen en beneden in het stookhok aan de ketting gelegd. Ze stonden op een verkeerde plaats. Lodesteijn wordt steeds meer getreiterd.



Na de kerstvakantie wordt Lodesteijn steeds somberder. De conflicten nemen in hevigheid toe. Lodesteijn begint zich te realiseren dat het hele principe van onderwijs krankjorum is. Lodesteijn schrijft hier ook enkele artikelen over, die hem nog meer getreiter opleveren. Met de paar woordjes uit de lesmethode Latijn maakt Lodesteijn een prachtig verhaal, wat hij laat vertalen door zijn klas. Zijn collegae vinden het zo ingewikkeld en onredelijk van Lodesteijn dat er een verzoek komt tot schorsing.



Lodesteijn zoekt troost op de schrijfwarenafdeling van Vroom & Dreesman. Hij krijgt daar een black-out en belandt in het Sint Franciscus Gasthuis. Tijdens het onderzoek (foto en EEG) denkt hij aan zijn moeder. Internist De Keyzer maakt een hartfilmpje en stuurt hem naar huis met een “Holter-recorder”. Hiermee moet Lodesteijn 24 uur lang zijn hartwerking registreren. Thuis rukt hij panisch de snoeren van zich af.



Als de internist niets benoembaars kan vinden, vertrekt Lodesteijn per trein naar Rome. Hij houdt daar uitgebreid vakantie en zich weer goed. Aanvankelijk was hij van plan te gaan schrijven tijdens zijn verblijf in Rome, maar hij vindt dat hij moet genieten van zijn geliefde stad. Na zijn vakantie gaat hij uitgerust en vol goede moed weer naar zijn werk. Hij merkt echter al snel dat hij niet meer welkom is. Persijn vertelt hem dat ze eigenlijk niet meer verwacht hadden dat hij nog terug zou komen.



Persijn beweert dat het echte bewijs voor de ziekte van Lodesteijn is dat hij zelf de medische onderzoeken stop heeft gezet. Lodesteijn meldt zich de daarop volgende dagen ziek, en voelt zich steeds ongelukkiger en minder zeker. Dan wordt hij gebeld door de secretaresse van het bestuur, die hem zegt dat hij alleen maar een briefje van de dokter nodig heeft waarin hij gezond wordt verklaard. Er is immers niets met hem aan de hand.



Lodesteijn krijgt van haar een adres van een bevriende dokter, waar hij de volgende dag meteen naar toegaat. Deze dokter weet hem over te halen naar het RIAGG te gaan. Zodra Lodesteijn echter bij het RIAGG aankomt, ziet hij dat het net zo'n soort gebouw is als het nieuwe schoolgebouw en maakt hij rechtsomkeert naar huis.



Een week voor kerst krijgt Lodesteijn een briefje met daarop zijn afkeuring. Hij belandt nu in de ZVUT (Zeer Vervroegde Uit Treding). Hij wil niets liever meer dan wegzinken in de klassieke wereld, "ongeregistreerd en zo gezond als een vis."



Onderzoek naar de verhaaltechniek



Het verhaal is opgedeeld in zeven genummerde hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk gaat het over de opening van de nieuwe school. Hoofdstuk II t/m IV staan in het teken van de conflicten met de schoolleiding. Hoofdstuk V gaat over de medische onderzoeken die Lodesteijn moet ondergaan. In hoofdstuk VI is hij op vakantie in Rome. In hoofdstuk VII wordt Lodesteijn ontslagen.



Het boek is opgedragen aan Karin en Oscar, maar over de achtergrond en de motivatie van deze opdracht wordt niets vermeld. Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld. Er zitten nauwelijks flashbacks in. Het is opvallend dat bijna alle achternamen die in dit boek voorkomen op elkaar rijmen (Lodesteijn, Persijn, Belijn, Zuverijn). Het boek is erg mooi geschreven en kennis van het Latijn is aan te bevelen. Het proefwerk wat Lodesteijn zijn leerlingen laat maken, wordt helemaal afgedrukt.



Het genre is een psychologische roman en het hele verhaal is erg realistisch verteld. Op de flaptekst wordt de inhoud beschreven als tragikomisch, want het boek is erg grappig. Alhoewel Lodesteijn zijn levensgeschiedenis tragisch is.



Lodesteijn is de hoofdpersoon. Hij wordt door de auteur altijd bij zijn achternaam genoemd. Lodesteijn is iemand die veel nadenkt over van alles en zich interesseert voor Griekse mythologie. Je kan ook in zijn gesprekken zien dat zijn woordenschat groot is. Hij is ook echt een persoon die graag schrijft.



Persijn is een zeer net en geordend persoon, die zich aan de kleinste dingen kan ergeren en een enorme hekel heeft aan Lodesteijn. Zijn “hulpjes” Belijn en Zuiverijn zijn het altijd met hem eens en hebben niet echt een eigen mening. Hun karakters worden niet echt uitgediept.



De titel verwijst naar de 'ziekte' die de hoofdpersoon schijnt te hebben. Het is een beetje ironisch omdat doordat een naam bij een ziekte vaak wordt gebruikt om diegene die het ontdekt heeft aan te geven. Na het lezen van het boek kom je erachter dat de titel zelf ook erg krom is, omdat eigenlijk de rest van 'de wereld' ziek is, en niet Lodesteijn, die als enige zichzelf probeert te blijven.



Lévi Weemoedt bedient zich van een personaal-perspectief en het is in de verleden tijd geschreven. In 124 bladzijden dekken ongeveer een tijdsverloop van anderhalf jaar. Op de laatste bladzijde wordt nog eens een paar jaar beschreven. Hoofdstuk I t/m V spelen zich af in het eerste schooljaar in het nieuwe gebouw. Hoofdstuk VI speelt in de grote vakantie en hoofdstuk acht bestrijkt het nieuwe schooljaar en de kerstvakantie.



Het grootste gedeelte van de tijd wordt doorgebracht in het angstaanjagende nieuwe schoolgebouw van een protestants-christelijke scholengemeenschap in Vlaardingen. Alles in die gemeente is grauw, somber en deprimerend: het oude schooltje (vervallen en verlaten), het ziekenhuis (druk, saai, lang wachten), het RIAGG gebouw (zelfde 'moderne' vormgeving als de nieuwe school). Vlaardingen wordt tegenover het zonnige, mooie, schone Rome gezet, waardoor het nog extra te kijk wordt gezet.



Op zoek naar de thematiek



Dit boek valt uiteen in twee grote thema’s. Ten eerste wordt de vreselijke omstandigheden waarin Lodesteijn moet werken beschreven. Het tweede thema is hoe deze vreselijke omstandigheden zorgen voor de ziekte van Lodesteijn en hoe er uiteindelijk genezing plaats vindt. Ik heb geprobeerd enkele mogelijke motieven weer te geven:



Ziekte, levensangst, de lelijkheid van de moderne architectuur, de schoonheid van de oude architectuur, schijnheiligheid van het moderne christendom, de onmenselijkheid van de gezondheidszorg, onderwijs, verval en nostalgie.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



Ies van Wijk, die dicht en schrijft onder het pseudoniem Lévi Weemoedt, werkte lange tijd als leraar klassieke talen in het middelbaar onderwijs. Gelukkiger maakte deze loopbaan de toch al melancholiek aangelegde auteur niet. Dit blijkt uit de debuutroman van Weemoedt, die een sterk autobiografisch karakter heeft.



De literaire critici die aan het eind van de jaren zeventig die de kunstpagina’s vulden, hebben speciaal voor het werk van Levi Weemoedt en Hans Dorrestijn een aparte stroming bedacht. De naam hiervoor was “nieuwe treurigheid”. Het belangrijkste kenmerk was de combinatie tussen pessimisme en humor. In de jaren tachtig kwamen Dorrestijn en Weemoedt met elkaar in contact en vormden Circus Horlepiep. Lévi Weemoedt is voornamelijk bekend om zijn gedichten, maar schrijft ook korte verhalen. De ziekte van Lodesteijn is zijn enige roman



In 1978 ontmoette Van Wijk de cabaretier Hans Dorrestijn. Weemoedt zou optreden in de “Alles is Anders Show” van Aad van den Heuvel. Van Wijk kreeg de meest vreselijke krampen van de zenuwen. “Strompelend van wc naar wc” ontmoet hij Dorrestijn, die ook voor tv-opnames aanwezig in Hilversum is. Weemoedt zou hierover in een interview zeggen: "Hans haalde mij voortdurend bij alle pisbakken weg en sprak mij bemoedigend toe. Dankzij hem verscheen ik nog in beeld."



Iemand suggereerde dat ze samen iets moesten doen en het Duo Jolijt (later ook bekend als Duo Blij) was een feit. Uiteindelijk vormden de twee samen Circus Horlepiep. Begeleid door De Buitenband (bestaande uit Jacqueline Muller, Gérard te Wiel, Leo Vervelde, Peter de Koning en Kees Pons) sjokten de twee sombere mannen langs de theaters en jeugdhonken, Weemoedt noemt ze “Open Jongeren Riolen.” Dorrestijn zong en Weemoedt droeg voor.



De Buitenband verzuchtte: “Voor Weemoedt en Dorrestijn heb je geen zes jaar conservatorium, maar sanatorium nodig.” De kritieken voor Circus Horlepiep waren lovend, maar het grote succes bleef uit en het droeve duo ging hun eigen weg. Voor Weemoedt bestond deze eigen weg voornamelijk uit het schrijven van gedichten. Zijn bekendste bundels zijn: Geduldig lijden, Geen bloemen, Bedroefd maar dankbaar, Van harte beterschap : kleine trilogie der treurigheid en Liedjes van welzijn, volksgezondheid & cultuur.



Beoordeling



Ik vind dit boek erg goed geschreven. De zinnen zijn mooi en ondanks de pessimistische inhoud, heb ik er vaak hardop om moeten lachen. Dat is vrij uitzonderlijk bij boeken, zelfs bij boeken die grappig zijn. Ik vind Lodesteijn zijn betoog over onderwijsvernieuwingen pijnlijk correct. Ik denk dat Weemoedt een goede docent was die echt wat probeerde te leren aan zijn kinderen.



De combinatie die in dit boek gemaakt wordt tussen komedie en tragedie is ijzersterk en het levert een goed realistisch verhaal op. Het leest heel snel uit en dat komt niet zozeer, omdat het een klein boekje is, maar meer door de soepele manier van vertellen en het taalgebruik.



Ik heb een gruwelijke hekel aan alles wat de ziekte van Lodesteijn veroorzaakt en wou dan ook geheel in de stijl van het boek besluiten met te zeggen dat mijn mening over dit boek er absoluut niet toe doet en dat ik wel iets beters te doen heb dan deze verslagen maken.



Zakelijke Gegevens



Van den Vos Reynaerde, Taal & Teken, Leeuwarden, 1989 (4e druk)

(eerste druk van het origineel en de vertaling zijn niet te achterhalen)

63 bladzijden



Eerste reactie



Wij hebben met de hele klas Van den Vos Reynaerde gelezen, nadat we ons eerst via de methode Eldorado in de periode hebben verdiept, waar dit boek mee geassocieerd wordt. Van den Vos Reynaerde is een van de weinige omvangrijke overgebleven Nederlandse geschriften in het Middelnederlands. Hierdoor lag het redelijk voor de hand om dit boek te lezen. In de klas hebben we de Nederlandse vertaling gelezen en voor dit boek niet apart het Middelnederlands behandeld.



Het was ons vrij om een boekverslag te maken over een boek wat ons meer aansprak. Ik vond het een leuk boek en zag daar geen aanleiding toe. Het boek is via verschillende handschriften overgeleverd en is van grote literaire waarde. Dat, in combinatie met het feit dat het hele verhaal niet al te veel regels bevat, maakt dit boek tot een goede keus voor de boekenlijst.



Ik vond het een grappig verhaal. Erg grof af en toe, maar dat werkte wel grappig eigenlijk. De sluwe vos die zich overal uitredt ken ik vooral als thema in boeken die geschreven zijn voor kinderen. Dit boek is echter gericht op volwassenen en daardoor is het met wat meer lef geschreven. Mijn eerste reactie over dit boekje is positief. De vertaling is erg leesbaar en met het Middel-Nederlands ernaast zijn de gemaakte keuze’s, zelfs voor een leek redelijk beredeneren.



Verdieping



Samenvatting



Het gedicht begint met een klein voorwoord van de schrijver “Willem”. “Willem” betreurt het dat Aernout het verhaal over Reynaert nooit in de volkstaal (het Diets) heeft voltooid. Na Franse boeken te hebben geraadpleegd, is hij aan het werk gegaan om dit tekort goed te maken. Hij verzoekt onbeschaafde mensen hem niet te bekritiseren en niet voor onwaar te verklaren, waar ze zelf geen verstand van hebben. Op verzoek van een hoofse dame wil hij graag zijn verhaal aan beschaafde lieden vertellen.

Het verhaal begint zoals ook bij Karelromans gebruikelijk is met een hofdag, een voor de dieren welteverstaan. Koning Nobel de leeuw ziet dat alle dieren inderdaad zijn gekomen, behalve Reynaert de vos. Alle dieren beklagen zich over Reynaert zijn gedrag. De enige die hem af en toe verdedigd is zijn neef Grimbaert de das.

Uiteindelijk dringt Isengrijn de wolf erop aan dat hier een ter dood veroordeling op zijn plaats is. Toen Isengrijn erop aandrong Reynaert ter dood te veroordelen, sprong de das Grimbaert verontwaardigd op en hield een vurig pleidooi voor zijn oom. Isengrijn was ook niet zo'n brave en bovendien was Reynaert kluizenaar geworden, droeg hij een boetekleed en raakte geen vlees meer aan. Op dat moment naderde een droevige stoet die de dode kip Coppe met zich mee droeg. Coppe was de dochter van de haan Cantelaer. Reynaert had 11 van zijn 15 kinderen opgegeten.

De koning was woedend, en besloot Reynaert voor het hof te dagen. Koning Nobel de leeuw besluit de vos te dagvaarden en stuurt Bruun de beer met deze boodschap naar Reynaert toe. Bruun meldt de vos wat er van hem wordt verwacht. Reynaert antwoordt dat hij graag mee zou gaan, ware het niet dat hij buikpijn heeft van het eten van te veel honing. Hij maakt de beer wijs dat er honing zit in een eik die door timmerman Lamfroit gespleten is.

Zodra Bruun zijn kop ertussen steekt, trekt de vos de wiggen weg en verdwijnt lachend. De dorpelingen, met Lamfroit en de pastoor voorop, takelen Bruun verschrikkelijk toe. Toch weet hij te ontsnappen en kan verslag uitbrengen aan de koning. De volgende die wordt aangewezen om Reynaert te halen is Tibeert de kat. Hij was vanwege zijn intellect uitgekozen.

Reynaert slaagt er toch in om Tibeert wijs te maken dat er vette muizen zitten in de schuur van de priester. Reynaert weet dat daar een strik is gezet, omdat hij er altijd kippen jatte. Tibeert gaat de schuur in en raakt ernstig gewond, maar ontkomt door de geestelijke flinke schade aan zijn mannelijkheid toe te brengen.

Uiteindelijk wordt Grimbaert de das aangewezen om Reynaert te gaan halen. Grimbaert is een neef van Reynaert, dus de vos kon nu geen sluwe streken uithalen. Na een roerend afscheid van vrouw en kinderen gaat de vos mee. Onderweg veinst Reynaert berouw en biecht zijn misdaden op. Als ze langs een klooster komen kost het hem grote moeite niet even een kippetje te "scoren", maar Reynaert beheerst zich.

Reynaert verzekert koning Nobel dat er geen trouwer onderdaan bestaat dan hijzelf, toch wordt hij tot de strop veroordeeld. Reynaert zijn bloedverwanten vertrekken, zijn doodsvijanden (Isengrijn, Bruun, Tibeert) gaan de galg vast opstellen. Reynaert probeert nu te profiteren van het wantrouwen en de hebzucht van de koning. Hij vertelt de koning dat Bruun, Isengrijn en Tibeert een staatsgreep willen plegen. Het plan moest bekostigd worden met de schat van koning Hermelike, die door Reynaert zijn vader (die ook tot de samenzweerders behoorde) was gevonden. Reynaert maakte Nobel wijs dat hij de schat gestolen had en ergens anders begraven had om het plan te verijdelen. De koning wilde meer weten over de schat, die zich volgens Reynaert in de bron Kriekeput bij Hulsterput bevond.

Koning Nobel gelooft het hele verhaal en scheldt de vos zijn schulden vrij en sluit de vermeende staatsvijanden op. Reynaert maakt de koning wijs dat hij op boetetocht moet om van een pauselijke ban af te komen. Hij zegt dat hij hiervoor helemaal naar Rome en Palistina moet en krijgt de koning zelfs zover dat de huiden van enkele vooraanstaande dieren voor hem gestroopt worden en tot schoenen en reistas worden verwerkt.

Reynaert wordt op zijn “lange tocht” vergezeld door de ram Belijn en de haas Cuwaert tot aan zijn eigen kasteel. Hij lokt de haas mee naar binnen, waar hij Cuwaert samen met de rest van zijn famillie op eet. Hij stopt Cuwaert zijn hoofd in de pelgrimstas en zegt tegen Belijn, die buiten staat te wachten, dat in deze tas een afscheidsbrief voor de koning zit. Belijn brengt de tas opgetogen naar de koning, hij denkt zelfs beloond te zullen worden voor deze daad. Als de koning merkt dat hij bedrogen is, schreeuwt hij het uit van woede. Hij laat zijn gevangenen weer los. Hij verklaart dat de nietsvermoedende Belijn en zijn familie toe behoren aan de wolven en de beren. Reynaert en zijn hele familie verklaart hij vogelvrij. Maar Reynaert is hem dan allang gevolgen.



Onderzoek naar de verhaaltechniek



Dit grote gedicht behoort tot de epiek. Er wordt een dierenfabel verteld in dichtvorm. Het verhaal is licht didactisch in de zin dat het slecht afloopt met gierige dieren die zich laten afleiden door sluwe praatjes. Aan de andere kant bevat de ongekuiste versie weer zoveel onbeschaafde elementen dat het toch nauwelijks opvoedkundig bedoelt kan zijn. Dit gedicht is vooral satirisch, eigenlijk is het een grote parodie op een hoofse roman.

Het verhaal begint met een inleiding over hoe en waarom het verhaal geschreven is en voor welk publiek het bedoelt is. De schrijver komt hierin duidelijk persoonlijk naar voren, wat vrij ongebruikelijk is in moderne literatuur. De verteller is alwetend en gebruikt dus een auctoriaal perspectief.

Het verhaal is chronologisch verteld en hoewel de figuren het wel eens hebben over gebeurtenissen uit het verleden, bevat het verhaal eigenlijk geen flashbakcs. Het verhaal speelt in de middeleeuwen binnen het tijdsbestek van een paar weken.

Reinaert is de hoofdpersoon en een sluwe, gemene vos. Hij is door en door slecht en maakt geen karakterontwikkeling door in het verhaal. Eigenlijk bevat het boek alleen maar flat characters. De dieren worden wel menselijk weergegeven, maar zijn allemaal stereotiep.

Het verhaal speelt zich grotendeels af aan het hof, waar de aanklachten tegen de niet aanwezige Reynaert worden ingediend. De hofdag wordt meestal geplaatst in Gent, de hoofdplaats van de kanselarij. De gebeurtenissen spelen zich af in het Land van Waas (Oost-Vlaanderen), tussen Gent en Hulsterlo (een uitgestrekt bos tussen Hulst en Kieldrecht). Ook wordt er gesproken van Elmare, een Benedicter proostdij tussen Aardenburg en Biervliet. Malpertuus (het kasteel en het landgoed van Reynaert) staat waarschijnlijk symbool voor een burggraaf uit Destelbergen.

Volgens sommige geleerden is het kasteel van Reynaert (Malpertuus) te plaatsen in de buurt van Sint-Jansteen in Vlaanderen. De ruimte zou symbolisch bedoeld zijn. Reynaert wandelt door de kromme paden, en voelt zich thuis in de "woestine" (de veilige wildernis). De hofwereld van Nobel is een morele woestijn, een wereld van huichelarij en schijn. De plaatsnamen Absdale, Belsele en Hijfte komen ook in het boek voor.



Op zoek naar de thematiek



Dit boek is voornamelijk een parodie, maar het bevat toch wel enkele moralen en heeft een sterkte thematiek. Ook zijn er enkele “wijze lessen” uit te trekken, bijvoorbeeld: zorg dat je snuggerder bent dan je vijanden, wie niet sterk is moet slim zijn en hoogmoed komt voor de val.



Het hele boek door is Reynaert door al zijn listen iedereen te slim af. Hij maakt gebruik van de zwakheden van de andere dieren in het bos. De gierigheid en schijnheiligheid van bijvoorbeeld de koning, geven dit verhaal ook een maatschappij-kritische lading. Er wordt toch een verkeerde wereld getoond. Zowel de feodale maatschappij (vol corruptie, schijnheiligheid en winstbejag) als het kerkelijk gezag en de burgerij worden bekritiseerd.



Enkele motieven voor dit boek zijn: sluwheid, dieren, het bos, de adel, de kerk, de maatschappij, gierigheid, bekrompenheid, burgerlijkheid, schijnheiligheid, samenleving, schavuit en parodie.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



De oudste bekende tekstgedeelten van dit gedicht, de zogeheten “Darmstadse Fragmenten”, stammen uit de dertiende eeuw. De oorspronkelijke schrijver is niet met zekerheid vast te stellen. Het Franse voorbeeld van dit boek is de roman Renart. Deze werd geschreven in 1179, de Latijnse bewerking is gemaakt tussen 1272 en 1279. Dit boek is waarschijnlijk geschreven in de periode die ligt tussen de Franse en de Latijnse versie. In de 14e eeuw is er een bewerking gemaakt van dit verhaal met de titel “Reinaerts Historie”. Deze bewerking was veel moraliserender van karakter en ruim twee keer zo lang.



Dit boek staat sterk onder invloed van andere werken uit de wereldliteratuur. Ook het Franse Li Plaid van “Perout” vertoont veel overeenkomsten met dit verhaal. Niemand weet precies aan wie dit werk toegeschreven moet worden, maar er zijn drie theorieën die algemeen het meest geaccepteerd worden. In de eerste plaats zijn er mensen die van mening zijn dat “Arnout” de schrijver is van het eerste deel tot aan de terdoodveroordeling en dat “Willem” de rest heeft toegevoegd. De tweede theorie zegt dat “Willem” gewoon alles geschreven heeft en dan er is nog de derde theorie. “Arnout” is een verschrijving voor “Perrout”, de auteur Li Plaid. “Willem” heeft het eerste deel gebaseerd op Li Plaid, en daarna zijn eigen slot toegevoegd.



Over Willem is weinig bekend, we weten zelfs zijn achternaam niet. De schrijver wordt wel een hoge opleiding toebedacht. Hij kent immers zijn talen goed en af en toe bevat de stijl van dichten imitaties van klassieke retorische stijlmiddelen. Het is ook mogelijk dat dit boek geschreven is door verschillende schrijvers. Hoe dan ook de vertaling die ik gelezen heb, stamt uit 1985 en is geschreven door H. Adema.



Beoordeling



Ik vond dit een leuk boekje om te lezen. Ik heb af en toe met een schuin oog het Middelnederlands proberen te volgen en ik vind het erg interessant om te zien hoe de tekst vertaald is. Ik kan moeilijk beoordelen of de rijmwoorden goed zijn gekozen of eigenlijk niet goed passen of vergezocht zijn. De vertaling is weinig poëtisch qua stijlfiguren en zinsbouw, maar levert een goed lopend verhaaltje op. Ik moest er wel om lachen alhoewel ik de scène waarin Timbeert de geslachtsdelen van de pastoor ernstige schade toedoet alleen maar heel vies vond.



Misschien komt het omdat ik me niet helemaal in kan leven in de humor van de middeleeuwen, maar ik vond sommige scènes, die denk ik grappig bedoeld waren, alleen maar erg gruwelijk. Toen Reynaert de vellen van de dieren die hem aan proberen te klagen kreeg aangeleverd als reizigerspakket, vond ik het eigenlijk iets te gruwelijk. Aan de andere kant zou Reynaert zijn bosgenoten geen leed aan kunnen doen als ze niet allemaal een zwakke plek hadden in de vorm van gierigheid of een andere zonde.



Het blijft geen vrolijk verhaal, alhoewel er toch wel degelijk allerlei grapjes inzitten. Het gedicht bevat wel erg veel symbolen, wat knap is van de schrijver (of schrijvers of wie dit werk dan ook gemaakt heeft) maar af en toe is het wel erg veel allemaal. Zoveel prachtige symbolen in een lang gedicht werken niet echt ontspannend. Niet alle boeken hoeven ontspannend te zijn natuurlijk en het is erg leuk om te zien hoe menselijk deze dieren zich gedragen.



Het voorwoord van de schrijver vind ik eerlijk gezegd wel dapper. Ik heb helemaal niks tegen boeken of schrijvers die niet bang zijn voor een stevige moraal en zich niet laten kisten door wat sommige van hun tijdgenoten er wel niet van vinden. Al met al vond ik het leuk om dit boek te lezen en eigenlijk is dat ook niet zo verwonderlijk, want het is nou eenmaal een van de weinige boeken die geschreven zijn in het Middelnederlands en dat is taalkundig gezien toch een hele interessante periode in de Nederlandse literatuur.







Zakelijke gegevens



Willem Frederik Hermans

Het behouden huis, Wolters-Noordhoff, Groningen, Grote Lijsters 4, 2000

(Oorspronkelijk: De Bezige Bij, Amsterdam, 1951)

Psychologische Roman

55 Bladzijdes



Eerste Reactie



Ik heb dit boek gelezen op aanraden van Gerran Kroes. Ik was eigenlijk op zoek naar Aan de andere kant van de deur van Tonke Dragt, een prachtboek wat ik om onduidelijke redenen niet meer terug kon vinden. Ik heb alle boeken van Tonke Dragt gelezen, maar was bang dat haar boeken misschien tot de Kinderliteratuur worden gerekend. Het eerder genoemde boek is echter uitdrukkelijk geschreven voor volwassenen. Gerran zei dat ik Het behouden huis maar moest lezen, omdat ik dan van het gedonder af was en het een erg klein boekje is.



Ik heb eerlijk gezegd niet heel veel tijd meer om al mijn boekverslagen uit te werken en dit boekje is erg makkelijk om uit te werken. Het verhaal is interessant en leuk uitgewerkt, maar wordt in weinig regels verteld. Ik vind het lastig om een korte eerste reactie te formuleren. Ik dacht even een kort klein boekje te gaan lezen, maar feitelijk vind ik de inhoud nogal kil en een beetje ontluisterend ook. Toch heb ik net het woord leuk gebruikt, het lijkt wel of de schrijver het leuk vindt om zijn publiek een beetje te schokkeren. Ik vond het een vrij heftig verhaal. Het plot is niet leuk, maar het boek wel.



Verdieping



Samenvatting



De naamloze hoofdpersoon van dit verhaal komt uit Nederland. Zijn achtergrond blijft enigszins onduidelijk, maar hij vertelt aan het begin van het verhaal het een en ander over zichzelf aan de Spaanse Yesero (dit betekent betonvuller, zijn echte naam is onbekend). In ieder geval heeft hij de technische school gedaan en vecht hij al 4 jaar mee in de tweede wereldoorlog. Hij werkt als een soort spion. Hij is op een gegeven moment gevangen genomen door de Duitsers die hem in tuchthuis wilden stoppen. Toen hij overgeplaatst werd naar een andere gevangenis wist hij te ontsnappen. Hij werd echter opnieuw gevangen genomen en in het concentratiekamp Strellwitz gestopt.



Ook uit dit concentratiekamp wist de soldaat te ontsnappen, maar opnieuw werd hij opgepakt. Hij werd meegevoerd in een trein, maar wist daaruit te springen in Saksen. Hij liep naar het Oosten waar hij zich tussen de geallieerden voegde. In het leger moest hij met zijn mede-soldaten een heuvel over om een kuuroord te bereiken. Op een weg die langs een rivier liep werd opeens vanuit een huis geschoten. De naamloze soldaat schoot vier Duitsers dood en de laatste sprong zelf in de rivier. Zijn sergeant gaf hem opdracht om te kijken of het huis nu veilig was.



Toen de soldaat het huis binnenliep raakte hij in een soort droomtoestand. Hij had al vier jaar niet meer in een huis geslapen en dit huis was achtergelaten alsof iemand heel erg snel was vertrokken. De soep stond nog op het vuur. De soldaat doorzocht het hele huis, maar vond niets wat gevaar kon opleveren, hij constateerde wel dat er nog warm water liep uit de kranen bij het bad. De soldaat kon de verleiding niet weerstaan. Hij bekeek zichzelf eens in de spiegel, trok kleren aan die hij vond in de kast en rookte een sigaret om vervolgens op de sofa in slaap te vallen.



De naamloze soldaat werd wakker van de bel. Een Duitse kolonel kwam vragen of hij de bewoner van dit huis was. De kolonel wou Duitse officieren laten overnachten in dit huis. De soldaat deed net alsof hij de eigenaar was en accepteerde het verzoek. De Duitse kolonel is een aardige man en zegt tegen zijn soldaten dat ze zuinig moeten zijn met het huis. De hoofdpersoon vindt een bibliotheek met boeken die allemaal over vissen gaan en merkte ook op dat er een deur in het huis zat, die hij niet open kon krijgen.



Toen de Duitsers weer waren vertrokken ging hij naar buiten met een ladder. Op dat moment kam de eigenaar van het huis terug. Hij ontdekte dat zijn kleding weg was. Toen de eigenaar de tuin in liep schoot de soldaat hem dood. De vrouw van de eigenaar had dit gezien en de soldaat wurgde haar. Hij kwam uiteindelijk de kamer binnen waar hij eerst niet in kon en ontdekte een man van 96 die zijn vissen aan het voeren was. De man deed net alsof hij niets wist van wat er in het huis was gebeurd en begon over zijn vissen te vertellen. De oude man denkt dat hij een Duitser is en zegt dat Duitsland op alle fronten wint. De oude man zegt dat zijn zoon en schoondochter door een granaat getroffen zijn, maar dat is niet zo want die heeft de verteller omgebracht. De verteller sluit de oude man op omdat hij niet wil dat hij door de in het huis aanwezige Duitsers afgetuigd wordt



De hoofdpersoon legt het lijk van de vrouw neer op zijn bed en valt naast het dode lichaam in slaap. Opnieuw wordt hij wakker van de bel. De Duitse kolonel komt meedelen dat de stad is omsingeld door is door Bolsjewisten en dat zijn soldaten gesneuveld zijn. De hoofdpersoon doet zijn uniform aan en de Duitse kolonel denkt dat zijn laatste uur geslagen is. Hij vraagt of hij zich nog mag scheren voordat hij wordt doodgeschoten. De soldaat schiet hem niet dood, maar sluit hem op in de kelder. De hoofdpersoon gaat naar de oude man toe. Deze wil niet luisteren dus geeft de hoofdpersoon hem een briefje waarop staat dat Duitsland kapot is en dat hij geen “Heil Hitler” meer moet zeggen.



De soldaat wil zich weer aanmelden en gaat naar het punt waar hij zijn sergeant voor het laatst gezien heeft. Ze vragen of hij echt geen krijgsgevangene heeft gemaakt, na lang zwijgen geeft hij uiteindelijk de sleutel van de kelder. De Bolsjewisten plunderen alle huizen dus ook “het behouden huis”. De Duitse kolonel had nog geprobeerd om zijn eigen keel door te snijden met een scheermes. De Bolsjewieten maken een zooitje van het huis en de kolonel wordt gemarteld. De soldaat ziet de overwinnaars met de vissen van de oude man rond lopen.



De hoofdpersoon wordt het huis uitgezet, omdat hij niet goed meedoet. Hij sluipt ’s nachts weer naar binnen om te kijken wat er met de oude man gebeurd is. Hij ziet dat deze is opgehangen aan een tak. Hij had het papiertje nog bij zich. Aan een andere tak ziet hij de kolonel hangen, die op brute wijze vermoord is. Naast hem hangt het lijk van de vrouw. De soldaat neemt de fototoestellen en het horloge van de eigenaar mee en liet nog een granaat ontploffen in het lege huis. Hij keek nog eenmaal naar het huis om en zag dat het eigenlijk lelijk was en liep weg.



Onderzoek naar de verhaaltechniek



Deze novelle is niet duidelijk opgedeeld in hoofdstukken of delen. Het is dan ook een vrij kort verhaal, waardoor afbakening van de verschillende stadia niet echt noodzakelijk lijkt. Alhoewel deze stadia wel degelijk duidelijk aanwijsbaar zijn. Het eerste gedeelte van het boek behandelt hoe de hoofdpersoon het huis ervaart als hij er voor het eerst binnenkomt. Vervolgens komt aan bod wat er gebeurt als hij het huis weer verlaat en in het laatste gedeelte worden de misdragingen van de partizanen (of Bolsjewieten of Sovjets) in het huis beschreven.



De schrijver vertelt het hele verhaal vanuit de ogen van de hoofdpersoon en hanteert dus het ik-perspectief. De achtergrond van de hoofdpersoon, een soldaat, wordt niet expliciet benoemd en van zijn gevoelens (behalve dan zijn gevoelens ten opzichte van het huis) komt de lezer niet al teveel te weten. Het verhaal beslaat een periode van een aantal weken en de hele geschiedenis vindt plaats wanneer de Tweede Wereld Oorlog tegen het einde begint te lopen.



Het verhaal speelt voornamelijk af in en rond het huis, waar de ik-figuur zich in verstopt heeft. In welk land dit huis staat wordt niet expliciet genoemd. Er zijn wel aanwijzingen voor een mogelijk land waarin het huis zou kunnen staan. De soldaat dient tenslotte in het Russische leger, wat in bijvoorbeeld in Polen gevochten heeft tegen de Duisters.



Een andere aanwijzing voor een “situering” in Polen is dat de hoofdpersoon tegen de Duitse officieren verklaard dat zijn familie zich in Breslau bevindt. Deze plaats ligt echter vlak bij de Tsjechische grens, dus het verhaal zou eventueel ook in Tsjechië plaats kunnen vinden. In ieder geval in Oost-Europa.





De schrijfstijl is aangenaam om te lezen. De zinnen zijn kort met veel komma's. Het woordgebruik is modern. Er is weinig dialoog en als er dialogen voorkomen zijn die kort. Dit boek behoort tot het genre van de oorlog-novelle.



Op zoek naar de thematiek



Het grote thema van dit boek is de zinloosheid van oorlog en geweld, denk ik. Alhoewel het behouden huis zelf ook al een thema op zich is, natuurijk. Het behouden huis, waarin de ik-figuur behouden blijft ten koste van andere mensen is waarschijnlijk een verwijzing naar het behouden huis van “Nova Zembla”. De paralel met dit verhaal is waarschijnlijk dat de hoofdpersonen het huis willen beschermen. In “Nova Zembla” proberen de hoofdpersonen het huis te beschermen tegen ijsberen en de koude wind en in dit boek probeert de hoofdpersoon het huis te beschermen tegen de rest van de wereld. Het behouden slaat ook op het feit dat het huis nog in keurige conditie is terwijl er toch oorlog is in heel Europa.



Enkele motieven die voor dit boek zijn te geven zijn: oorlog, eenzaamheid, hebzucht, zelfbehoud, moord, medelijden, partizanen, bolsjewieken, Oost-Europa, chaos en bijvoorbeeld waanbeelden.



Plaats in de literatuurgeschiedenis



W.F. Hermans werd op 1 september 1921 in Amsterdam geboren. Hij studeerde fysische geografie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en werd in 1958 aangesteld als lector aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In 1973 nam hij ontslag en vestigde zich als fulltime schrijver in Parijs. De laatste jaren van zijn leven woonde hij in Brussel en hij stierf op 27 april 1995.

Deze schrijver debuteerde met het schrijven van gedichten. Hierna schreef hij voornamelijk recensies, essays en korte verhalen. In 1947 verscheen zijn eerste roman Conserve. Uiteindelijk heeft hij vele boeken geschreven in uiteenlopende genres. Sommige van zijn boeken zijn verfilmd en Hermans is vertaald in onder andere het Zweeds, Engels en in het Duits.

In alle boeken van Hermans komt een sterke chaos naar voren. Binnen deze chaos proberen de hoofdpersonen zich meestal op onorthodoxe manieren te redden. Door de roman Ik heb altijd gelijk uit 1951 kreeg Hermans een proces aan zijn broek. Het boek bevatte namelijk anti-katholieke passages. Hij won dit proces, maar het proces heeft waarschijnlijk wel bijgedragen aan het beeld van de Nederlandse maatschappij wat deze schrijver er op nahoudt. Hij vond het in Nederland bekrompen en vreselijk en is daarom ook in het buitenland gaan wonen.

Hermans staat er om bekend dat hij bij elke herdruk weer enkele verbeteringen aanvoert en nooit helemaal tevreden is met zijn eigen werk. Onder het pseudoniem “Age Bijkaart” publiceerde deze schrijver vanaf 1974 opstellen in Het Parool. Deze opstellen zijn later gebundeld in Boze brieven van Bijkaart in 1977. In datzelfde jaar aanvaardt Hermans de “Grote Prijs der Nederlandse Letteren”. Dit is opvallend omdat hij bijna alle andere denkbare literaire prijzen daarvoor al eens had gewijzigd. Hermans is een grote fan van Multatuli, Kafka, Bordewijk en van de Duitse filosoof Wittgenstein. Van deze laatste auteur heeft hij ook werken naar het Nederlands vertaald.

In 1993 schreef hij het Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk, maar zijn bekendste werken zijn:

Kussen door een rag van woorden (debuut), Overgebleven gedichten (1968) De tranen der Acacia’s (1949), Nooit meer slapen (1966), Onder Professoren (1975), Ruisend gruis (1995, postuum verschenen) Het behouden huis (1952), De laatste roker (1991).



Beoordeling



Ik had nog niet zoveel gelezen van Hermans in de al bijna twee decennia dat ik op deze planeet rond loop. Ik weet dat ik een keer Ruisend Gruis heb gelezen, dat boek draait ook om een huis. Dit keer is het juist niet wonderbaarlijk bestand tegen het een of ander, maar loopt het juist langzaam uit elkaar. Alsof een koffiepak lek gestoken wordt. Dat boekje vond ik erg grappig, maar Onder Professoren kon ik in de brugklas nog niet echt doorkomen.



Dit boekje heeft minder dolhilarische grapjes, maar ik bleef wel doorlezen. Dat zegt alleen niet zoveel, want dit is een van de weinige boeken die ik thuis heb gelezen, enkel en alleen om er een boekverslag van te maken. Ik moest dus wel blijven lezen, ook al had ik het niet leuk gevonden.



Ik vond dit boekje eigenlijk erg grauw en gruwelijk qua inhoud. Die oude man met zijn visjes die zomaar op brute wijze vermoord wordt. Ik vind het nogal wat allemaal en dat de hoofdpersoon die in de rest van het boek sympathiek overkomt stiekem ook een moordenaar is, vind ik toch niet zo prettig. Het is wel goed geschreven. Natuurlijk, de zinnen lezen makkelijk door en het verhaal loopt goed. Ik had het denk ik wat leuker gevonden als ik niet zoveel op de inhoud had gelet.



Het boek is namelijk vrij naargeestig. Het pessimisme van Weemoedt en Dorrestijn kan ik meer waarderen, alhoewel Hermans toch een betere schrijver is, denk ik. Kortom, het is mij niet helemaal duidelijk waarom Hermans dit verhaal graag aan zijn lezers wil vertellen, maar hij vertelt het erg goed.







INHOUDSOPGAVE ELDORADO



Inhoudsopgave Eldorado pagina 46



Algemeen pagina 47



Opdrachten uit de inleiding



Literaire begrippen pagina 48



Wat is literatuur?

Stijl en beeldspraak

Proza

Verhalen lezen

Poëzie

Gedichten lezen



Cultuur- en literaire geschiedenis pagina 61



Voorgeschiedenis

De late Middeleeuwen

De renaissance

De achttiende eeuw

De negentiende eeuw

1900 – 1940

1940 – 1960

1960 – 1980

De periode na 1980



ALGEMEEN



Inleiding



3. SE



a.



Dit verhaaltje roept bij mij geen gevoelens op van bijvoorbeeld angst

Het verhaaltje is redelijk origineel.

Ik kan niet zeggen dat ik echt aan het denken ben gezet.

Het verhaaltje is niet erg realistisch want meestal is een klas niet zo leergierig.

De opbouw is redelijk, je blijft wel lezen; de spanning wordt goed opgebouwd.

De bedoeling van dit verhaal is mij niet echt duidelijk.



b.



Dat heb ik gedaan.



5. E



Toen ik nog op de basisschool zat, heb ik ontzettend veel gelezen. Ik verveelde me heel vaak en was regelmatig alleen, dus las ik veel, vaak een boek per dag. Ik hield erg van Tonke Dracht, Paul Biegel, Daan Zonderland, Evert Hartman en natuurlijk Ronald Dahl. Ik denk dat bijna alle boeken van deze mensen wel heb gelezen, behalve dat ene feministische verhaal van Thea Beckman, want dat vond ik vreselijk. Verder heb ik ook Grote Omnibus gelezen van C. Joh. Cievit. Ik heb ook veel kinder-versies van mythes uit de Griekse oudheid gelezen. Ik denk dat ik er ongeveer twee boekenkasten doorheen heb gejaagd.



In groep acht kon ik Engels lezen en vanaf dat moment ben ik ook veel toneel gaan spelen en schrijven. Ik kijk bovendien veel meer naar de TV. Als ik nu nog een boek lees, is dat vaak Engels of verplicht door school, hoewel ik dat wel leuk vind eigenlijk. Ik moet bekennen dat ik de laatste tijd niet zo veel Nederlandse volwassenen boeken gelezen heb als vroeger. Ik lees wel heel veel in de vakanties. Bijvoorbeeld: de Avonden, Verzameld Werk van Willem Elsschot, en veel stukjes van Kees van Kooten en Herman Brusselmans.



Op het ogenblik blijft het daar een beetje bij. Ik heb laatst een paar gedichtbundels ontdekt die ik erg leuk vind, maar die lees ik niet van begin tot eind maar af en toe en stukje. Martinus Nijhoff en Jan Hanlo vind ik leuke dichters.



AFDELING 1: LITERAIRE BEGRIPPEN



Wat is literatuur?



1. E



Literatuur is een verzamelterm voor fictionele teksten, van een bepaald niveau.



2. S



a.



Ik heb het doorgelezen.



b.



Alles wat mensen lezen = lectuur

Fictionele teksten = verzonnen, maar verwijst naar een werkelijkheid

Literatuur = verzamelterm voor fictionele teksten

Bôk = oud Germaans



Zender Medium Ontvanger

Schrijver Tekst Lezer



Werkelijkheid 1 feiten

Werkelijkheid 2 visie schrijver

Werkelijkheid 3 uit de tekst gehaald



Kleuring zit in schrijverstekst. Elke lezer heeft een eigen referentiekader en vormt zo zijn eigen “werkelijkheid”.



Identificatie = gevoel van (h)erkenning

Aha-erlebnis = het gevoel dat iets duidelijk is gemaakt.

Escape functie = het even naar een andere wereld gaan weg van stress enzovoorts



3. E



Uitgevers proberen vaak de lezer zich goed te laten voelen door een boek, maar de schrijver bepaalt uiteindelijk wat geschreven is.



4. E



a.



De Avonden (Gerard van het Reve)

Hedendaags Feminisme (Renate Rubinstein)



b.



Ik heb van deze twee boeken alleen De Avonden helemaal uit gelezen.



5. E



a.



Door het boek 1984 van George Orwell ben ik nog steeds een beetje geschokt.



b.



Als de hoofdpersoon opgepakt wordt.



Proza



1. S



Legende godsdienstig, wonderlijk Maria, Jezus

Mythe Goden en Halfgoden, verklarend Perseus

Sage volksvertelling, magie Merlijn

Sprookje Goed vs. Kwaad Roodkapje

Fabel dierenverhaal Anansi

Parabel Verheven taalgebruik Samaritaan



3. C



Er was eens een mysterieuze oude man, die leefde aan de rand van het dorp. Hij ging elke ochtend langs de huizen en dronk de kommetjes melk leeg, die daar waren neergezet voor de kat. Op een gegeven moment kreeg de oude man haargroei op zijn rug. Hij dronk steeds meer melk en zijn haar werd wit van kleur. De mensen dachten dat dit door ouderdom kwam, maar zelf beweerde de man dat dit kwam door de witte melk. Op een gegeven moment kregen de dorpelingen genoeg van de man en ze hebben hem verbannen om in het nabijgelegen bos te gaan wonen.



Toen het dorp ging uitbreiden vonden de dorpelingen de hut waar de man in gewoond had. De oudste in het dorp wist nog te vertellen dat de mysterieuze man die gewoond had altijd langs de huizen ging om de melk op te drinken die hier voor de katten werd neergezet. Hij zei ook dat de man die in deze hut gewoond had, beweerde dat hij hier witte haren van kreeg. De mensen die zich vestigden op de plaats waar eerst de hut had gestaan, kregen kinderen met witte haren over hun hele lichaam. Vanaf dat moment was de naam voor het dorp: Witharen.



4. CE



De Wolf en het Lam



Een wolf en een lam, het onschuldige dier

Kwamen drinken bij een rivier

Ze kwamen drinken in een gebied zonder steden

De wolf dronk boven en het lam beneden

Ze waren net bezig en toen begon het gedonder al:

“Jij bevuilt het water wat ik drinken zal”

“Ach, Wolf wat zeg jij?

Het water stroomt gewoon van jou naar mij”

“Vloek jij mij toe?”

“Nee, dat is niet wat ik doe”

“Ach, je vader deed ook al zoals jij

en al zijn voorvaderen deden ook zoals hij”

“Ik was toen nog niet geboren

Waarom zou ik dat aan moeten horen?”

“Ben je me nou nog steeds aan het tegenspreken?

Nu zal ik mij toch echt moeten wreken!”

Toen ging het lam eraan

Ook al had het de wolf niks gedaan

Zo raakte een kwaad man in de gelegenheid,

Om zijn woede los te laten, maar hij raakt deze nooit kwijt



6. S



Roman



Ridder, avonturen, schelmen, picareske avonturen vrijgevochten hoofdfiguur

Psychische, tendens, strekkings, zeden Mentaliteit en ontwikkeling

Historische Geschiedenis

Streek Idealisering regio

Oorlogsroman Over de tweede wereldoorlog

Politie, Misdaad, thriller, detective Misdaad, spanning

Science Fiction Over een wereld met bedachte wetenschap

Fantasy Hele andere wereld



Verhalen Lezen



4. C



Er is niets dan schoonheid om mij heen. Ik voel mijzelf overmand worden door de warme zonnestralen van Januari. Het gevoel van samenhorigheid tussen zoveel lelijke puistenkoppen in een hok is werkelijk hartverwarmend.



10. S



Middelen om de aandacht van de lezer vast te houden:



· De ontknoping voortdurend uitstellen

· De lezer een informatie-voorsprong (of kennisachterstand) geven ten opzichte van de hoofdpersonen

· Humor doseren waardoor de spanning niet inzakt

· Het scheppen van bijzondere situaties en verhaalfiguren



Drie basiselementen van een verhaal



· De ruimte De plaats en tijd waarin de verhaalfiguren zich bewegen

· Verhaalfiguren Mensen of dieren die een rol spelen in het verhaal

· Situaties De verwikkelingen waarin de verhaalfiguren verzeild raken



In de handeling ontwikkelt zich het thema, de centrale gedachte van het verhaal.



Drie tekstsoorten en hun belangrijkste basiselement



· Psychologische Roman Verhaalfiguren

· Reisverhaal De ruimte

· Humoristische tekst Situaties



Er is sprake van belangenruimte als de manier waarop een verhaalfiguur zich voelt, wordt weergegeven door de manier waarop de ruimte, waarin deze figuur zich beweegt, beschreven wordt.



Er is sprake van een informatieve opening als de schrijver begint met zijn personages te introduceren en de plaats van handeling toe te lichten. Er kan ook al heel wat voorafgegaan zijn aan het verhaal, wat de schrijver niet beschrijft. In dit laatste geval is er sprake van een opening-in-de-handeling.



Het verhaal kan ook verder lopen als de tekst afloopt. Hiervoor bestaat de term open einde. Als verhaal en tekst tegelijk eindigen is er sprake van een gesloten einde.



In een Flash-back brengt de schrijver de lezer terug in de tijd als hij schrijft over de toekomst noemen we dit een Flash-forward. De schrijver kan ook versnelling en vertraging toepassen om de juiste hoeveelheid aandacht toe te dichten aan een bepaald verhaalelement.



Verhaalfiguren worden getypeerd door:



· Uiterlijke kenmerken

· Innerlijke kenmerken

· Hun handelingen



Round character = verhaalfiguur wordt ruim beschreven, er is sprake van een psychologische ontwikkeling



Flat character = slechts bepaalde kenmerken van een figuur worden belicht, vaak overdreven en stereotiep.



Er zijn verschillende vertelwijzen of perspectieven



· Ik-verhaal (alle gebeurtenissen worden beschreven vanuit de hoofdpersoon)

· Auctoriaal verhaal (alwetende verteller)

· Personaal verhaal (hij-zij verhaal)

· Wisselend perspectief (combinatie van perspectieven of meervoudige ik-vertelwijze)



Het thema van een verhaal, wordt bepaald door de centrale gedachte van de schrijver. Het is het bindende element in het verhaal. Er zijn signalen die op dit thema wijzen, zogenoemde motieven. Deze motieven kunnen terugkomende verschijnselen zijn uit het verhaal of onderwerpen die de lezer “tussen de regels door” heeft gelezen.





Poëzie



5. S



a.



Ik denk dat Bert Voeten wil overbrengen hoe hij een zomermiddag aan de Amstel ervaart. Hij vindt bijvoorbeeld het water en de zonnende meisjes mooi, maar het geluid van de scooters die langs komen als een schaar van geluid.



b.



de lucht drukt op het water

oksels van de rivier

Meisjes kopen op het voordek een nieuwe huid van de zon

Loopt het water spaak



c.



Hij heeft gezien dat een luie skiff naar de over vloog en hij heeft goed gekeken naar de lichaamsbewegingen van de roeiers.



d.



Ik probeer poëzie nooit te begrijpen, maar zou ook niet iets kunnen aanwijzen waarvan ik niet weet wat er mee bedoeld wordt. Het is dan ook geen al te lang gedicht, anders had er vast iets ingestaan wat ik niet begrijp. Ik snap nu eenmaal niet alles.



7. S



a.



Ik heb het gedicht gelezen.



b.



De gedichtvorm zorgt ervoor dat de boodschap helderder overkomt. De grotere hoeveelheid wit bepaald namelijk ook welke woorden meer aandacht krijgen en wat los staat van elkaar. In de proza-versie is het niet duidelijk wat de schrijver het belangrijkst vindt en het geheel wordt er een stuk onoverzichtelijker van.



8. S



Deze tekst is een gedicht en onderscheidt zich van proza op de volgende vijf punten:



· De regellengte wijkt af en het gedicht is opgebouwd in strofes

· De zinnen zijn beknopt en bevatten veel symbolische waarde

· Er wordt een gedachte weergegeven door middel van losse regels

· Het gedicht bevat veel beeldspraak

· Er komt maar een persoon aan het woord



Dit gedicht bevat geen herhaling en voldoet dus niet aan het vijfde criterium genoemd in het basisboek, maar deze punten volstaan om te concluderen dat het hier gaat om een gedicht.



13. S



De schrijver van dit gedicht associeert poëzie met de verheven opstelling van een leraar boven zijn leerlingen. Deze leraar zegt dat hij bepaalde dichters beschouwde als eten en drinken voor hem en zijn leerlingen bakken hem een poets door hem een met boter besmeerde en met hagelslag bestrooide dichtbundel voor te leggen.



16. S



a.



De ik-figuur uit dit gedicht is, denk ik, een jongetje. Hij komt misschien terug van een hobby (uur of acht is te laat voor school) en beschrijft wat hij allemaal ervaart als hij in de prachtige tuin, plaats neemt onder een boom. De jij-figuur uit dit verhaal is de persoon die naast het jongetje kan zitten. Waarschijnlijk is dit iemand waar de ik-figuur heel veel van houdt, het kan een jeugdvriendinnetje zijn. Die indruk wordt met name gewekt door het “dichtbij voor onze leeftijd”. Het wordt dus niet expliciet verteld.



b.



Er is hier sprake van een modern gedicht, omdat de dichter zijn eigen vorm gevonden heeft. Hij besteedt wel aandacht aan de lettergrepen en de verdeling in strofes, maar houdt zich niet aan een vooropgezet schema.



c.



De ik-figuur komt thuis ziet de tuinbank klaar staan onder de appelboom.

De ik-figuur gaat zitten en bekijkt hoe de buurman zijn tuin spit.

De ik-figuur vindt alles even te mooi en hoort de kinderen lachen helemaal vanuit het bad.

De ik-figuur hoort de vleugels van ganzen in de hemel en dan de stilte.

De jij-figuur komt naast appelboom zitten (zeldzaam zacht en dichtbij voor de leeftijd van deze twee verhaalfiguren).



d.



Rijm speelt een belangrijke rol in dit gedicht, dat blijkt in de eerste strofe uit het rijm:



“zacht voor de tijd van het jaar,”

de tuinbank stond klaar”



Gedichten lezen



1. S



Distichon strofe van twee versregels

Terzine strofe van drie versregels (in een sonnet: terzet)

Kwatrijn strofe van vier versregels

Kwintet strofe van vijf versregels

Sextet strofe van zes versregels

Septet strofe van zeven versregels

Octaaf strofe van acht versregels



Sonnet = Italiaanse sonetto (liedje). Dichtvorm uit dertiende eeuw. Beroemde dichters Dante en Petrarca. In vijftiende eeuw verspreiding rest van Europa. In Nederland veel gebruikt door de Tachtigers en in Renaissance.



Klassieke Sonnet



1 a

2 b

3 b kwatrijn

4 a

octaaf

5 a

6 b

7 b kwatrijn

8 a



----wending----



9 c

10 d terzet

11 c

sextet

12 d

13 c terzet

14 d



De bekendste variant op de klassieke sonnet is de Engelse- of Shakespeare-sonnet. De wending komt hier pas vlak voor het eind. Na de eerste twaalf regels, dit levert een extra kernachtig laatste gedeelte op.



Ballade



Deze dichtvorm is eveneens ontstaan in de dertiende eeuw en in Italië. De naam komt van Ballata (danslied) en er zijn twee soorten ballades.



Ten eerste is er het rederijkerslied of het referein. Dit is een lied van tien strofen, van elk acht tot tien versregels. Elke strofe eindigde met een refrein, waarin één of twee regels werden herhaald. Later werd een kortere slotstrofe toegevoegd, de zogenoemde envoi of price-strofe.



In de tweede plaats wordt de naam ballade sinds de romantiek ook gebruikt voor verhalende gedichten over heldendaden of liefdesgeschiedenissen. Deze gedichten hebben een eenvoudige versvorm en het tragische element voert de boventoon.



Epigram



Een dichtvorm die stamt uit de klassieke oudheid. De naam komt van epigramma, wat inscriptie betekent. Het is een puntdicht met een dikwijls ironische of kritische boodschap.



Grafschrift



Dit is ook een puntdicht dat vooral een satirische bedoeling heeft. Grafschriften zijn meestal gericht op een komisch effect. Ze onderscheiden zich alleen van epigrammen doordat ze zijn gesitueerd bij een begrafenis.



Limmerick



Vijfregelig humoristisch gedicht van Ierse oorsprong. De naam is ontleend aan een Ierse plaatsnaam.



1. a 9 lettergrepen

2. a 9 lettergrepen

3. b 5 lettergrepen

4. b 5 lettergrepen

5. a 9 lettergrepen



Kwatrijn



Vierregelig gedicht met een serieuze, soms zelfs filosofische inhoud. Omar Khayyam is de bekendste maker van kwatrijnen, hij kwam uit de elfde eeuw en door hem worden kwatrijnen vaak Oosterse of Perzische kwatrijnen genoemd.



1. a

2. a

3. b

4. a



Haiku



Dit woord is zowel enkelvoud als meervoud en is een van oorsprong Japanse dichtvorm. Het telt in totaal zeventien lettergrepen



1. 5 lettergrepen

2. 7 lettergrepen

3. 5 lettergrepen



Van oorsprong heeft deze dichtvorm een serieuze inhoud, maar er zijn ook komische versies van gemaakt. In het Japans heten deze senryu.



Visuele poëzie



De dichter stelt door de vorm van de letters en de positionering van de woorden op het papier of ten opzichte van elkaar een figuur samen met behulp van de tekst. Dit heet ook wel beelddicht of tekstbeeld. Deze dichtvorm stamt al uit de klassieke oudheid, maar kreeg na het in gebruik raken van de typmachine nieuwe impulsen.



Aristichon



Een naamdicht, de eerste letters van de strofen of beginletters vormen samen een woord. Het bekendste voorbeeld is ons volkslied.



Refrein



Een gedicht waarbij elke strofe eindigt op dezelfde regel.



Retrograde



Een gedicht dat ook van achteren naar voren te lezen is. Dit heet ook wel Kreefdicht.



Rondeel



Een gedicht van acht regels, waarbij regels 1, 4 en 7 gelijk zijn. Evenals de regels 2 en 8.



Ode en hymne



Een ode is een loflied op een persoon en een hymne is een loflied op een Godheid.



Elegie



Dit is een klaaglied, waarmee vaak de rouw van de dichter wordt aangegeven.



Hekeldicht



Een satirische poëzietekst vol spot verontwaardiging en haat.



2. SE



a.



Een soldaat slaapt op zijn overjas en droomde dat het vrede was.

De jij-figuur wordt dood geschoten en het gras kleurt rood.

De oorlog begint weer met het lawaai dat daarbij hoort.

Uit zijn jas kwam een briefje met daarop de laatste woorden die hij schreef: liefste de oorlog is nog niet begonnen.



b.



In dit gedicht komen twee personen voor. De hij-figuur is een soldaat die droomt dat het oorlog was. Verder is er nog een jij-figuur die sterft.



c.



Deze vorm van beeldspraak is een metafoor. Ik denk dat de paralel die Aafjes trekt voornamelijk gebaseerd is op het feit dat het contrast tussen een vogel die vliegt en een vogel die ten aarde stort wordt gebruikt om de plotselinge dood van de jij-figuur weer te geven.



d.



Hiermee wordt waarschijnlijk bedoeld dat het bloed het gras rood kleurde, dit is een vorm van beeldspraak.



e.



Aafjes kan dit bulderen goedmoedig noemen, omdat het weinig betekent in relatie tot de dood van de jij-figuur.



f.



De wending bestaat uit het sterven van de jij-figuur.



g.



“Een soldaat sliep op zijn overjas

Hij droomde lachend dat het vrede was”



Ik vind deze versregels het beste, omdat ze goed rijmen en omdat de regels goed lopen.



3. S



a.



Het is erg gezocht en maakt de vorm daardoor belachelijk. Dit is dan ook een parodie.



b.



In het octaaf wordt een kip door een hen bevrucht en biecht de kip haar schuld aan een naburige kalkoen.



c.



In het sextet besluit ze het ei binnen te houden om haar eer te redden. Het lukt de kip niet en ze barst met een knal in stukken.



d.



De wending is de explosie.



e.



De rijmwoorden zijn vreselijk gezocht en raar, de inhoud is absurd en de wending is ook alleen maar humoristisch bedoeld. Dit zijn sonnetten überhaupt al niet, dit gedicht is dan ook een grote parodie. Het rijmschema van het laatste terzet is ook niet op de klassieke manier gedaan.



5. S



De dochter uit het verhaal vraagt voortdurend op dezelfde wijze of ze naar heer Halewijn mag gaan.



“Och ... , mag ik naar Halewijn gaan? regel 6, 10, 14 en 18



Het antwoord dat ze krijgt is ook voortdurend hetzelfde:

“Och nee, gij .... , gij niet

Wie derwaarts gaan, die keren niet” regel 7, 8, 11, 12, 13 en 14



b.



Er wordt in dit lied een sprong in de tijd gemaakt op het moment dat het koningskind opeens midden in het bos is. De hele toch naar Halewijn wordt niet beschreven. (vanaf regel 39) en op het moment dat onmiddellijk een buffet wordt gehouden in de laatste twee regels.



9. C



a.



Ik ken zelf geen andere limerick, die ik uit mijn hoofd op zou kunnen schrijven.



b.



Schenen schelen voor suïcide



Een kapperszoontje uit Voorschoten

Was vreselijk bang voor kale benen

Hij vreest menselijk bloot

En wil daarom snel dood

Hij had alleen erg last van zijn schenen



14. SC



c.



Het thema voor dit gedicht is mijn grote liefde.



OGEN NEGO



Nog nooit gelogen

Zij heeft de allermooiste ogen

Mag ik haar

Tra

Nen

Drogen drogen drogen drogen drogen drogen?





IK

HEB

HOOP



19. SE



Leesverslag van een gedicht



Zakelijke gegevens



Visser van Ma Yuan

Lucebert

Eldorado, meulenhoff Educatief, Amsterdam, 1998-1



Eerste Reactie



Ik heb dit gedicht uitgekozen, omdat het kort is. Ik lees graag gedichten voor de lol, maar heb nu weinig tijd en het zou heel onverstandig zijn om een lang gedicht uit te kiezen. Tenslotte ben ik verplicht om dit te doen en is er geen enkele manier waarop ik plezier zou kunnen beleven aan dit gedicht.



Ik heb het gedicht gelezen en ik ben blij dat ik het uit heb gelezen. Het is wel aardig geschreven, maar ik ben niet zo dol op gedichten die niet meer om het lijf hebben dan wat beeldspraak. Toch kan ik mij slecht op de inhoud concentreren, omdat dit zo’n rare situatie is waarin ik verplicht een mening moet vormen over iets wat eigenlijk geschreven is om juist voor ontspanning te zorgen in plaats van stress.



Verdieping



Samenvatting



Visser van Ma Yuan



Een visser rust tussen de wolken waar de vogels varen en de golven waar de vissers vliegen. De visser rust terwijl de golven hoge wolken worden en de wolken hoge golven.



Onderzoek



De schrijver maakt onder andere gebruik van alliteratie. “vogels varen” en “vliegen vissen”. De lettergrepen zijn op een bewuste manier gebruikt, waardoor het gedicht een duidelijk ritme heeft. De schrijver maakt ook gebruik van assonantie “daartussen rust”. Verder gebruikt hij een soort van antithese door de golven te verwisselen met wolken en andersom. Hij past ook een vorm van herhaling toe. “maar daartussen rust de visser” is synchroon met “maar intussen rust de visser”.



Dit is een modern gedicht, omdat de schrijver zijn eigen vorm gevonden heeft. Hij heeft wel een herkenbare opdeling in strofes en de lettergrepen staan in een uitgedachte verhouding tot elkaar. Het kernwoord van dit gedicht is “rust” en het thema lijkt me dat de visser blijft rusten wat er ook om hem heen gebeurt. De titel slaat op de visser en in die visser ligt dan ook meteen het verband met het thema.

Beoordeling



Ik vond de eerste twee regels van dit gedicht het sterkst, omdat de schrijver daar op een leuke manier het vliegen van vogels en het zwemmen van vissen door elkaar haalt. Ik vond dit gedicht niet saai, maar het is dan ook niet zo lang. Het thema van dit gedicht vormt voor mij geen herkenbaar probleem, alhoewel het wel frappant is dat ik een gedichtje over rust lees terwijl ik zelf op het ogenblik verwacht dat ik in tijdnood kom te zitten, vanwege andere schoolse verplichtingen deze week.



Het is wel een leuk gedicht, maar ik had het liever op een rustiger moment gelezen en ik vind in ieder geval de structuur van het gedicht degelijk en het leest goed door. Dit is een goed geschreven gedicht, maar roept niet veel gevoelens bij mij op. Dit kan ook komen omdat ik daar op dit moment niet erg ontvankelijk voor ben. Ik denk dat dit wel een aardig gedicht is.







AFDELING 2: CULTUUR- EN LITERATUURGESCHIEDENIS



Voorgeschiedenis



2. E



a.



Ik heb in mijn leven vrij veel boeken gelezen over de oudheid, omdat ik bijvoorbeeld een gymnasium opleiding volg. De boeken die ik mij het levendigst herinner zijn: De Odyssee en de Ilias van Homerus, Keizer Justilianus de Afvallige van Vival, De honden van Akatoon van Birkowitz en de Vloek van Polyfemos door Paul Hartman.



b.



Ik heb de beste herinneringen aan het boek Keizer Justilianus de Afvallige. Ik vond dit een erg prachtig boek en ben er weken helemaal betoverd door geweest. Ik ging bijna geloven in de goden van de oudheid. Het is een erg spannend boek en een van de eerste echte grote mensen boeken die ik als klein jongetje gelezen heb. Ik heb daar nooit een boekverslag van hoeven maken en vond lezen toen heel erg leuk.



De late middeleeuwen



4. C



Het Roelandslied



Roeland had wel door

Dat hij bijna het leven verloor

De hersenen liepen hem uit de oren

Omdat hij zijn slaap had verloren

Hij had zijn zwaard Durendale nog in de hand

En oor zijn beroemde hoorn, genaamd: olifant

Want hij ging naar het door God gewilde land

Naar Spanje, waar hij een stukje kwam, ging hij alleen

Daar vond hij onder twee boompjes vier stukken marmeren steen

Hij tilde wel, maar het ontbrak hem aan kracht

En hij viel neer in onmacht

Dat alles heeft een Sarrasijn waargenomen

Die daar net was aangekomen

Hij hield zich stil en lachte stilletjes van binnen

Toen hij dacht wat hij met Roeland zijn wapenuitrusting zou beginnen

Maar Roeland die daar lag, helemaal bedekt met bloed

Stond op en liep de Sarrasijn tegemoet

De Sarrasijn die nog gedacht had van tevoren:

Dat hij ze te pakken had (het zwaard en de horen)

Om ze mee naar Arabië te kunnen krijgen

Dat hij ze geroofd had, zou hij dan verzwijgen

Maar wanneer de bekwame Roeland zoiets laags ziet

Handelt hij meteen, zo ook nu, hij sprak: “Een van mijn gazellen zijt ge niet”

En hij hief zijn hoorn op, krachtig en met groot gemak

Hij sloeg zo hard dat hij de Sarrasijn zijn schedel brak

Roeland zei: “Jij bent wel een enorme oen

Dat jij het waagde dit te doen

De dood komt u zeker ten dele

Omdat u mijn zwaard wilde stelen

Door u heb ik mijn hoorn, mijn geluk

Beschadigd aan het wijde voorstuk

Zelfs zijn er versieringen afgevallen

Al het goud en ook de kristallen”

Plots overviel Roeland toen de dood

Dit maakte zijn angst zeer groot

Maar in zijn hand, nam hij het zwaard, echt waar

En sloeg drie keer op een steen aldaar

Wat ik nu zeg, is echt niet gelogen:

Het zwaard was beschadigd, noch gebroken

Opnieuw hief hij het op, meteen

En weer sloeg hij op de steen

Het zwaard brak en kwam de klap niet meer te boven

Dat mag u van mij geloven

“Ach, zwaard” sprak Roeland

“Ik denk dat God u maakte met zijn eigen hand

Je kunt niet zijn gebroken

Je zult nooit meer gedragen worden door een man

Die iemand anders in dapperheid overtreffen kan”



De Renaissance



1. S



Filips II – machtig, bezat Spanje, half Italië en de Nederlanden. Kreeg te maken met groeiend protestants verzet



Willem van Oranje – behaalt overwinning in 1568 op de Spaanse troepen



Tachtig jarige oorlog – 1568 tot 1576



In 1576 wordt in Antwerpen een grote slachting aangericht door de Spanjaarden. Er ontstond groot verzet. Uiteindelijk werden de noordelijke Nederlanden een republiek met Willem van Oranje als belangrijkste man.



Veel Antwerpenaren vluchten naar Amsterdam, dit draagt bij aan de groei van Amsterdamse welvaart in deze periode. De gouden eeuw begint. Nederland speelt een grote rol in de handel en ook in de algemene culturele en politieke wereldverhoudingen.



De realistische portretkunst – Frans Hals, Gerard Terborch

Vermeer, Jan Steen – stadsleven en buitenleven

Jan van der Noot- eerste boek Renaissance Het bosken



De overwintering op Nova Zembla



Bredero – Den Spaenschen Brabander



P.C Hooft hoofd Muiderkring – verzameling Nederlandse kunstenaars



Nuovocento- veertiende eeuw in Italië, nieuwe inzichten en herontdekking oude kunsten



Boekdrukkunst - 1450



Momento mori – gedenk te sterven



Carpe diem – pluk de dag



Protestantisme – Calvijn, Luther -> Reformatie antwoord katholieken: contra-reformatie



Beeldenstorm 1566



Kennis medische wetenschap nam toe (bestudering werk Hippocrates) -> toch veel leed door bijvoorbeeld de Pest.



Veel aandacht anotomie -> menselijke lichaamsbouw



Barok- feestelijke uitbundige stijl



Vivaldi- Bach – Monteverdi



Petrarcische lofzang – sonnet uit Italië



De achttiende eeuw



3. C



Op de dood van mijn dochtertje – Hubert Kornelisz. Poot



Jakoba trad met tegenzin

De droevige wereld in

Ze heeft tot aan het eind geschreid

In haar onnozelheid

Ze was hier pas net verschenen

Of ze ging alweer en was verdwenen

De moeder kuste het meisje licht

Op haar levenloos gezicht

Ze riep het zieltje nog terug

Maar dat was te snel en te vlug

Al opgevaren

Om zich te voegen bij God’s verheugde scharen

Daar speelt ze nu en lacht ze nog gewoon

Rondom de hoogste troon

Ze spreidt haar vleugeltjes luchtig uit

Door verdriet noch spijt gestuit

O bloem van dertien dagen

Uw geluk verbiedt ons het klagen



De negentiende eeuw



1. S



Tot ver in de negentiende eeuw – Nederlandse poëzie burgerlijk (deugd, godsvrucht en vaderland)



De tachtigers (onder invloed van Baudelaire, Shelley en Keats) binden de strijd aan met deze burgerlijkheid



Realisme – Hildebrand (Nicolaas Beets)



Naturalisme – Louis Couperous, Marcellus Emants, Frederik van Eeden



Max Havelaar – van Multatuli beroemdste boek



Dichters (dominees) vaak populair -> Jacob ten Kate, Nicolaas Beets



Belangrijkste romantische dichter -> Guido Gazelle natuurbeschrijvingen



Tachtigers staan tegenover brave poëzie (dominees) – Willem Kloos, Gorter – impressionisme



Ook in toneel ontstaat meer vrijheid



Grote bevolkingsgroei -> betere hygiëne, industriële revolutie, verlichting



Groeiende welvaart oneerlijk verdeeld -> conflicten arbeiders en bourgeoisie



Ontstaan middenstand



Veel liberale revoluties rond 1848 -> rechten van de mens worden herkend en veel nieuwe grondwetten



Wetenschap – eerste trein (Engeland), eerste vliegtuig, films, Freud en Darwin, fotografie wordt gemeengoed



Stromingen achttiende eeuw zetten zich door, burgerlijkheid wordt verdrongen als dominerende stroming.



Symbolisme -> reactie op impressionisme, ideeën uitgewerkt door symbool



De eerste kinderboeken ontstaan, steeds meer mensen kunnen lezen



2. SE



Anthonie Staring – Herdenking, Jaromir cyclus



1767-1840 afkering alledaagsheid en goedkope populariteit



Zijn Jaromir Cyclcus gaat over een student die zich voordoet als de duivel om een gratis maaltijd te bemachtigen. De duivel probeert wraak te nemen.



Hendrik Conscience – De leeuw van Vlaanderen



1812 - 1883 “heeft het Vlaamse volk leren lezen”



meer dan 100 boeken, Vlaams nationalisme -> zelfrespect terug geven



Nicolaas Beets (Hildebrand) – De familie Stastok, Camera obscura



1814 – 1903 romanticus



verschuilt onvrede en kritiek achter humor, relativeert



Beschrijft de gegoede burgerij en ook de kleinburgerlijke samenleving



Guido Gezelle – Het schrijverke, O! ’t Ruischen van het ranke riet!, Kerkhofbomen



1830 – 1899 Vlaamse Priester, belangrijkste romantische dichter van de eeuw



beschrijft natuurbeelden, gebruikt klankeffecten om beweging te suggereren



Multatuli (Eduard Douwes Dekker) – Max Havelaar



1820 – 1887 een rebel met afkeer van dogma’s, doctrines en conventies



pseudoniem betekent in Latijn “ik heb veel gedragen”



Grote aanklacht tegen Nederlands kolonialisme en machtsmisbruik



Protest tegen harde nuchterheid negentiende-eeuwse burgerman



Piet Paaltjens (François Haverschmidt) – Snikken en Grimlachjes



1835 – 1894 “uiterst romantisch gekweld jongmens” toch humor en zelfspot



Heeft uiteindelijk zelfmoord gepleegd



Jacques Perk – Mathilde, een sonnetenkrans



1859 – 1881 “heraut van de tachtigers” brak met de burgerlijke poëzie.



Gebruikte de moeilijke sonnetvorm en schreef erg kunstig.



Frederik van Eeden – Grassprietjes, De kleine Johannes



1860 – 1932 Hij schreef onder pseudoniem Cornelis Paradijs zijn beroemdste werk. Vol met parodieën op de brave poëzie. De critici hadden dit in eerste instantie niet eens door



naturalistisch – hij beschrijft realistisch en met psychologische diepgang zijn eigen kindertijd, waarin hij wel fantasie-werelden en andere onrealistische gegevens inbouwt



Louis Couperus – Eline Verre



1863 – 1923 naturalist, toch weinig van doen met de Tachtigers



schrijft sierlijk, zijn hoofdpersonen zijn meestal fijngevoelig zonder levensenergie



Marcellus Emants – Een nagelaten bekentenis



1848 – 1923 naturalist, veel tegenstand oudere generatie, bijval van de jongere



3. S



a.



De ik-figuur en de haar-figuur die samen schuilen



b.



De schemering is voorbij, de figuren vertrekken weer. Hun ervaringen leven in herdenking voort.



c.



Hun ervaring opgedaan door dit bijzondere moment, waarop zij samen schuilden.l



7. S



Multatuli verzet zich hier tegen de opstelling van de Droogstoppels en de Slijmeringen van deze wereld. Multatuli verzet zich hier ook tegen de mishandeling van de Javaan in het algemeen.



Multatuli gebruikt verschillende stijlmiddelen in dit fragment, bijvoorbeeld:



Herhaling:

“En in de tweede plaats: ik wil gelezen worden. Ja, ik wil gelezen worden. Ik wil gelezen worden door staatslieden...”



Metafoor (beeldspraak):

“Havelaar die zijn plicht deed met den moed van een leeuw, en honger lijdt met het geduld van een marmot in den winter”



Saïdjah en Adinda



1.



De vader moest steeds weer een erfstuk verkopen om een andere buffel te kunnen kopen. De vorige was hem door het districtshoofd afgenomen.



2.



De vader van Saïdjah vlucht het land uit, omdat hij de landrenten niet meer kan betalen. Hij wordt opgepakt in Buitenzorg, waar hij wordt mishandeld omdat hij Lebak heeft verlaten. Hij komt in de gevangenis terecht, waar hij na toen jaar sterft.



3.



Saïdjah was vijftien jaar toen hij naar Batavia vertrok.



4.



Adinda moest de tijd bijhouden door voor elke maan (in totaal 36 manen, dus drie jaar) een kerf in haar rijstblok te maken.



5.



Ze had de tijd bijgehouden, want als Saïdjah het rijstblok vindt, ziet hij hierop 32 kerven staan. Na 32 maanden had Adinda dan ook met haar familie het dorp verlaten.



6.



De kern van het lied bestaat uit Saïdjah zijn gevoelens van heimwee en eenzaamheid.



7.



De bediendes die geen Maleis spreken, zijn niet bedorven door de Europese beschaving en daarom was er grote behoefte aan ze.



8.



In Batavia leert Saïdjah Maleis en hij gaat er werken. Hij werkt in de stal en wordt vervolgens huisbediende. Hij werkt hard en verdiend genoeg geld om buffels te kunnen kopen.



9.



Saïdjah kan een getuigschrift van goed gedrag mee naar huis nemen en heeft verder dertig Spaanse matten, een waardevolle kris en een prachtige gordel in zijn bezit.



10.



Tijdens de terugweg dacht Saïdjah alleen aan het verwachte terugzien van Adinda.



11.



Terwijl Saïdjah onder de boom staat, denkt hij vol twijfel en ongeduld aan de verwachte komst van Adinda.



12.



De eekhoorn, de vlinder en de zon vinden allemaal hun geluk in tegenstelling tot Saïdjah. Deze blijft maar wachten op zijn geliefde en wordt steeds verdrietiger.



13.



De buffel van Adinda’s vader wordt afgenomen door het districtshoofd. Haar moeder en jaar jongste zusje zijn gestorven. Adinda’s vader heeft zich aangesloten bij een groep opstandelingen en is samen met zijn nog levende gezin gedood door Nederlandse soldaten.



14.



Saïdjah gaat op zoek naar zijn geliefde. Hij vindt haar lichaam en dat van haar gezinsleden en loopt in de zwaardbajonetten van de Nederlandse soldaten.



15.



Multatuli wil met deze vertelling aangeven dat de Javaanse bevolking wordt uitgebuit en onderdrukt door de inlandse hoofden en door de Nederlandse regering.



8. S



a.



De overdrijving ligt hem in het feit dan een enkele blik genoeg is voor de ik-figuur om “het eindeloos levenspad met fletse lach te doen vervolgen”. Vervolgens wil de ik-figuur meteen samen met zijn liefdesobject verpletterd worden onder een trein.



b.



De slotregel drukt het verlangen van de ik-figuur uit om te sterven samen met zijn geliefde.



11. SE



Dat De kleine Johannes een kinderboek is, blijkt bijvoorbeeld uit de volgende woordkeuzes.



“Wel vriendje! wat zit je daar te huilen?”



“Ik heb nog wel mooiere namen, maar die begrijp je toch niet”



“En het mannetje lachte met een piepend, doordringend geluid”



12. S



Eline heeft een levensecht karakter en ondergaat vele psychologische ontwikkelingen. In dit fragment realiseert ze zich op een levensechte manier de nutteloosheid van haar bestaan.



1900 – 1940



1. S



Door de opkomst van vakbonden, kwamen er steeds meer sociale wetten. Er kwam structureler onderwijs, ziekenzorg en andere sociale voorzieningen.



In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Duitsland viel België wel binnen, maar Nederland werd met rust gelaten.



In de jaren dertig was Nederland sterk “verzuild”. Protestanten, katholieken, socialisten en communisten gingen nauwelijks met elkaar om. Iedere zuil had eigen scholen, verenigingen, kranten en omroepen.



In 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit en in mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen.



De Nederlandse stijl-beweging met onder andere Mondriaan en Rietveld maakte furore. Zij stonden onder invloed van de Duitse Bauhaus.



Symbolisme -> J.C Bloem, P.C Boutens en Adriaan Roland Holst. “Generatie van 1910”



Neoromantiek -> wonderlijke en fantasierijk tegenhanger naturalisme, Augusta de Wit, Arthur van Schendel



Expressionisme -> Paul van Ostaijen, Hendrik Marsman, gevoelens, vrijheid, socialisme



Nieuwe zakelijkheid -> strakke manier van schrijven, functioneel -> Ferdinand Bordewijk



De tweede wereldoorlog is funest voor de Nederlandse schrijvers -> alleen Martinus Nijhof, Adriaan Roland Holst en Simon Vestdijk overleven.



Toneel -> Op hoop van zegen door Herman Heijermans



Ontwikkeling van de vliegindustrie, eerste radio-uitzending en Einstein zorgen voor grote wetenschappelijke ontwikkelingen



In Nederland wordt in 1918 algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen ingevoerd.



3. S



De nabestaanden van de gestorven (vermoorde) vissers worden hier zo gemanipuleerd dat ze geen schadevergoeding krijgen en ze worden op geen enkele manier opgevangen.



6. S



Japi is iemand die van zichzelf vindt dat hij “helemaal niet is”. Liefst doet hij helemaal niets. Hij wil nergens aan mee doen en eigenlijk zelfs niet denken. Hij wou alleen maar ongevoelig worden voor honger en kou en slaap. Verder heeft Japi geen enkele ambitie, hij pleegt uiteindelijk ook zelfmoord.



7. SC



kaashandel -> te eenvoudig, te onbepaald

algemene kaashandel -> te Vlaams, te duidelijk, het woord kaas is niet geschikt

Commerce Général de fromage -> al iets beter

Commerce Général de fromage hollandais -> duidelijk hollands zonder kaas, maar commerce niet zo goed

Enterprise Général de fromage hollandais -> klinkt goed, maar het is geen onderneming

Entrepots Généraux de fromage hollandais -> opslaan is maar bijzaak

Central cheese trading company -> trading is de hoofdzaak en Engels is goed

General cheese trading company -> bijna goed

General Antwerp Feeding Products Association -> De kaas is er nu echt uit en de afko is een slagwoord



b.



bananenhandel -> te eenvoudig, te onbepaald

algemene bananenhandel -> te Vlaams, te duidelijk, het woord bananen is niet geschikt teveel nen

Commerce Général des banana -> al iets beter

Commerce Général des banana hollandaise -> duidelijk hollands zonder bananen, maar commerce niet zo goed

Enterprise Général des bananas hollandais -> klinkt goed, maar het is geen onderneming

Entrepots Généraux des bananas hollandais -> opslaan is maar bijzaak

Central Banana trading company -> trading is de hoofdzaak en Engels is goed

General Banana trading company -> bijna goed

General Antwerp Feeding Products Association -> De bananen zijn er nu echt uit en de afko is een slagwoord



Ferdinand Bordewijk – Bint, Fantastische vertellingen, Karakter



1884 – 1965. Schrijven is voor deze advocaat altijd bijzaak geweest. Wel belanrijk: 9 romans en ruim 150 verhalen. Zijn personages zijn hard en zakelijk. Hij beschrijft sinistere zaken, maar wel humoristisch. Zijn stijl is kort en krachtig: “gewapend-betonnen taal”. Het wordt gerekend bij de “nieuwe zakelijkheid”. Zijn bekendste verhaal Bint gaat over een school met een buitensporig strak regime.



Gerrit Achterberg - Blauwzuur



1905 – 1962. Veel mensen vinden deze dichter de grootste van de vooroorlogse periode. Hij schreef “vers dat niet bedierf”. Het grote thema van zijn werk is de verhouding tussen de liefde en de dood. Deze schrijver is twee keer opgenomen in een psychiatrische kliniek. Hij had een labiele en overgevoelige persoonlijkheid. In 1937 heeft hij in schemertoestand een vrouw gedood. Hij werd zes jaar opgenomen in een psychiatrische inrichting, gedichten uit deze periode verschenen pas na zijn dood.



1940 – 1960



1. S



De Duitse bezetting duurde tot mei 1945. Men probeerde de verzuiling tegen te gaan om een front te vormen tegen de vijand en na de oorlog om verenigd weer verder te gaan. Dit mislukte, het duurde tot de jaren zestig voordat Nederland ontzuild werd.



In 1941 werd de Kultuurkamer opgericht, waar schrijvers met een “ariërs-verklaring” zich konden aansluiten. Veel schrijvers werkten absoluut niet mee. Hele uitgeverijen ontstonden als tegenbeweging (De bezige bij bijvoorbeeld).



De Tweede Wereldoorlog is een grote bron van inspiratie voor veel schrijvers, voor oudere auteurs zoals Antoon Colen of Simon Vestdijk, maar ook voor de jongere generatie met Harry Mullisch, Hermans en vele anderen.



In de jaren vijftig ontstonden ook de Bekentenisromans. Schrijvers beschreven de burgerlijkheid van een ontgoochelde generatie. De Avonden door Gerard van het Reve heeft grote indruk gemaakt.



Na de Tweede Wereldoorlog was er de Koude oorlog om zich druk over te maken. De koude oorlog vormde een voortdurende bedreiging in de periode na de tweede wereldoorlog.



In de jaren vijftig ontstaat in Amerika het Colourfield Painting, schilderijen met kleurvelden zonder enkele voorstelling.



Cobra -> ontstaan in Parijs, Karel Appel is een initiatiefnemer en ook Corneille. Cobra liet zich inspireren door kindertekeningen en primitieve kunst. 1948 – 1951 (de invloed liep door)



In 1949 wordt de NAVO opgericht en de kerncentrale stamt ook uit deze periode.



De kunsten maken een enorme ontwikkeling door, want de TV wordt langzaamaan gemeengoed. Vanuit Amerika komen hele nieuwe muziekvormen die zijn ontstaan uit negermuziek en Country.



Gerard Reve – De Avonden



1923 – onbekend. Veranderde in 1973 zijn naam van Gerard Kornelis van het Reve naar Gerard Reve. Deze schrijver heeft de literaire wereld altijd gechoqueerd. Zijn debuutroman is de ultieme bekentenisroman.



Willem Frederik Hermans – De tranen der acacia’s, Ik heb altijd gelijk, Het behouden huis



1921 – 1995. De eerste boeken van deze schrijver hebben ook voor grote opschudding gezorgd. Zijn eerste roman De tranen der acacia’s beschadigde het Nederlandse zelfbeeld van heroïsch verzet aanzienlijk. In Ik heb altijd gelijk beledigde hij katholiek Nederland, waarvoor hij ook werd aangeklaagd. Hij won dit proces overigens.



Hugo Claus – De metsiers, Het verdriet van België, De zwaardvis



1929 – onbekend. Deze auteur heeft een enorm oeuvre op zijn naam staan. Hij is ook zeer veelzijdig, zijn werk bevat poëzie, proza, toneel, filmscenario’s en vertalingen. Veel van zijn werk is vertaald. In zijn romandebuut is hij een van de eerste grote schrijvers die een wisselend ik-perspectief gebruikt. In Het verdriet van België beschrijft hij de hypocriete houding van een Vlaams dorp in de Tweede Wereldoorlog.



Lucebert (Bert Swaanswijk)– Triangel in de jungle, Apocratief, Troost de hysterische robot



1924 – 1994. Ook deze schrijver zorgde voor veel opschudding. Deze schrijver hoorde bij de Vijftigers en zette zich af tegen de schoonheid van de kunst. Hij schrijft gedichten met nieuwe woorden en taalvormen, zonder vooropgezet schema. Een dichter die werkt op basis van associatie.



Harry Mulisch – Het mirakel, Voer voor psychologen, Het stenen bruidsbed, De aanslag



1927 – onbekend. Deze auteur is geboren uit Oostenrijkse immigranten. Hij is een ijdel auteur met meer dan 70 publicaties op zijn naam. Mulisch voelt zich niet helemaal Nederlander en “on-nederlands” wordt ook vaak gebruikt om zijn werk in positieve zin te typeren. Een terugkerend thema in zijn werk is de Tweede Wereldoorlog en hij schrijft in vele genres. Zijn bekendste werk is De Aanslag.



1960 – 1980



1. S



De jaren zestig zijn in Nederland de tijd van de provo en de kabouters. Jongeren zetten zich massaal af tegen de burgerlijke samenleving. Ook kwam de vrouwenemancipatie op gang. Vele taboes werden onderwerp van publieke discussie.



Made in Holland was de “industrie-kunst” van de Nul-groep. Zij wouden een brug maken tussen kunst en werkelijkheid.



De oudere generatie las boeken van A. Den Doolaard en Jan de Hartog, terwijl de jongere generatie Claus, Hermans, Lucebert, Mulisch en Reve las. Het werk van Jan Wolkers deed weer veel stof opwaaien. Hij schreef fel realistisch en behandelde ook openhartig seksualiteit.



In de jaren zeventig werden ook feministische boeken gemaakt op ideologische grondslag. En het detective-genre begon in Nederland voeten aan de grond te krijgen met schrijvers als Janwillem van de Wetering en de Belg Jef Geeraerts.



De poëzie wordt in deze jaren op zo’n vergaande manier “bevrijd” dat alle mogelijke formuleringen gebruikt worden. Dichters experimenteren met de vorm en andere proberen emotionele reacties te ontlokken. Er komt ook een tegenbeweging, Jean-Pierre Rawie bijvoorbeeld maakt veel gebruik van de sonnetvorm en er een grote groep lezers begint zich weer te interesseren in het werk van oude dichters.



Kees van Kooten en Wim de Bie maken vernieuwende kunstvormen op de televisie die grote populariteit krijgen.



Steeds minder schrijvers wagen zich aan toneelwerken en eigenlijk wordt zelfgemaakt repertoire ook vandaag de dag alleen nog door amateurs vaak gespeeld. In de jaren zeventig protesteerde Actie Tomaat tegen het sjieke toneel dat was ontvreemd van de samenleving.



Met de welvaart groeit het verzet in Europa. De Rote Armee Fraktion schrok in de jaren zeventig zelfs niet terug om vooraanstaande staatslieden te vermoorden in de hoop dat het volk in opstand kwam.



De koude oorlog wordt beslecht en in Amerika vechten de zwarte succesvol tegen de Apartheid.



Jan Wolkers – Serpentina’s petticoat, Kort Amerikaans, Turks Fruit



1925 – onbekend. Jan Wolkers shockeerde door taboe’s op seksualiteit te doorbreken. Hij rekent in zijn werk af met zijn calvinistische opvoeding. Zijn hoofdthema’s zijn: liefde, dood en seksualiteit. De debuutroman van Wolkers Kort Amerikaans gaat over een jongen met een onvermogen tot liefhebben. Hij wil kunstenaar worden en doet zijn ouders veel verdriet. Het boek beschrijft expliciet seksuele handelen en eindigt met de dood van de hoofdpersonen. In de jaren tachtig menen sommige critici dat deze auteur in herhaling treedt.



Simon Carmiggelt – Kroeglopen, Kroeglopen 2



1913 – 1987. Carmiggelt is een echte stukjesschrijver. Hij heeft een heldere eenvoudige stijl en waardeert het leven van de “gewone mensen”. Carmiggelt bespreekt van alles in zijn artikelen en heeft een goed psychologisch inzicht. De kroeg was voor hem een troostrijke plek, waar mensen het besef van menselijk tekort met elkaar deelden.



Judith Herzberg - Ziekenbezoek



1943 – onbekend. Herzberg schrijft poëzie, toneelstukken en filmscripts. Ze heeft veel aandacht voor details en nauwkeurige observatie is voor haar manier van werken heel belangrijk. Ze wordt de belangrijkste Nederlandse toneelschrijfster van de laatste decennia genoemd.



Jan Cremer – Ik Jan Cremer, Ik Jan Cremer 2



1940 – onbekend. In de moderne schelmenroman Ik Jan Cremer uit 1964 staat een rebelse stadsjongen centraal die de taal van de straat gebruikt. Het was het meest verguisde en meest gelezen boek uit die tijd. Zeventien drukken binnen een enkel jaar. Deze schrijver (ook beeldend kunsternaar) was alleen onder de jongeren populair, hij provoceerde bewust en noemde zichzelf een kunst-gangster.



Rutger Kopland (R. Van den Hoofdakker) – Onder het vee



1934 – onbekend. Deze schrijver / psychiater die dicht onder pseudoniem heeft de veel gelezen dichtbundel Onder het vee in 1966 gepubliceerd. Hij heeft veel literaire prijzen ontvangen en zijn werk is in vele talen uitgegeven. Hij heeft veel aandacht voor nuances van waarneming en gevoel, de lezer moet zijn eigen verbeelding gebruiken.





Maarten ’t Hart – Stenen voor een ransuil, Het vrome volk, Mammoet op Zondag



1944 – onbekend. Deze schrijver / bioloog zijn debuutroman Stenen voor een ransuil verkocht slecht. Zijn doorbraak kwam met de verhalenbundels Het vrome volk en Mammoet op Zondag. De hoofdpersonen zijn meestal schuchterige wetenschappers bezeten van natuur, literatuur en klassieke muziek. Terugkomende thema’s in zijn werk zijn eenzaamheid, agressie, erotiek, geloof en de vader-zoon relatie. Zijn werk bevat vaak autobiografische elementen en in de laatste jaren zelfs serieuze travestiete elementen, geschreven onder het pseudoniem Maartje ‘t Hart.



A. F. Th. Van der Heijden – Een gondel in de Herengracht, De tandeloze tijd, Weerborstels



1951 – onbekend. Deze schrijver debuteerde in 1978 onder pseudoniem Patrizio Canaponi met de verhalenbundel Een gondel in de Herengracht. De verhalen waren in zwierige stijl geschreven en redelijk ontvangen. In 1983 brak deze auteur door met twee romans uit zijn reeks De tandeloze tijd. Een serie van waarschijnlijk zeven boeken, waarvan er al vier verschenen zijn. De oorspronkelijke ik-figuur is Albert Egberts en heeft een autobiografisch karakter. Niet alle boeken hebben hetzelfde perspectief en hoofdfiguur, maar vormen wel een reeks. Het boekenweekgeschenk uit 1992 Weerborstels is meer in inleiding en geen zelfstandig deel.



De periode na 1980



1. S



De internationale betrekkingen beginnen een steeds belangrijke rol te spelen in de politiek en in de rest van de maatschappij. Rob Scholte is de bekendste beeldend kunstenaar in het buitenland. Verder behalen Nederlandse cineasten in binnen- en buitenland steeds grote successen.



Er komen computerspelletjes en spelcomputers op de markt en de film wordt het nieuwe kunstgenre, dat meteen een enorm publiek verovert. De technologie maakt hele nieuwe dingen mogelijk.



Er zijn ook nostalgische stromingen die terugkijken naar de jaren zestig en de aandacht voor de klassieke oudheid neemt ook weer toe in de literatuur en in het toneel. Het postmodernisme zorgt ervoor dat elke kunstenaar zich helemaal vrij voelt in het bepalen van zijn manier van werken, waardoor stromingen een kleinere rol spelen.



Als het westen in de periode na 1980 nog betrokken is bij oorlogen, is dat met name om morele redenen. Er zijn maar weinig oorlogsslachtoffers gevallen onder Nederlandse bevolking na 1980.



Door sociale wetgeving en het polder-model worden de scherpe kantjes van de vrije markt economie te goed gedaan. Het pragmatisme houdt iedereen redelijk tevreden. Toch hebben veel mensen het geloof in “de politiek” verloren en komen er steeds minder mensen stemmen.



De Europese Unie wordt nauwelijks democratisch gecontroleerd en de maatschappij worstelt met een toenemende bureaucratie.



Er treedt eens sterke globalisering toe, door de TV de film en Internet doet de hele wereld mee aan dezelfde cultuurprocessen. Amerika speelt hier een grote rol in.



In de jaren tachtig was er een groot aantal debuterende vrouwelijke schrijvers. Bijvoorbeeld Tessa de Loo, Hermine de Graaf en Marjan Berk. De toenemende rol van de media zorgt voor nieuwe literaire kunstvormen. De column in de krant wordt vervolmaakt. Een columnist die schrijft onder het pseudoniem Kader Abdolah, is een voorbeeld van een vluchteling die succesvolle boeken schrijft in het Nederlands.



De van oorsprong Franse cabaretkunst heeft zich in Nederland ontwikkelt tot een genre, uniek in de wereld. Cabaretiers maken een programma, vaak met onmiskenbare literaire kwaliteiten en spelen dit als een grote performance enkele theaterseizoenen lang. Ze schrijven ook vaak gedichten, columns en soms zelfs boeken. Het in het buitenland bekende Stand-up Comedy doet ook in Nederland zijn intrede. Hier gaat de komische act van de artiest geleidelijk over in een nieuw programma en soms blijven komieken jarenlang dezelfde grappen maken.



Door de nieuwe technologische ontwikkelingen op gebied van computers en met name de opkomst van het Internet, krijgen nieuwe jonge talenten de kans om hun werk direct te publiceren zonder enige tussenkomt. Een voorbeeld hiervan is de schrijver Ewout Jansen die zijn toneelstukken en gedichten publiceert onder het pseudoniem Naamlozer op www.mee-eeter.nl



Tessa de Loo (Tineke Duyvené) – De tweeling, de meisjes van de suikerwerkfabriek



1946 – onbekend. Deze schrijfster debuteerde met de verhalenbundel De meisjes van de suikerwerkfabriek in 1983. De kritieken waren lovend. In het titelverhaal randt de ik-figuur samen met de andere meisjes een conducteur van een trein aan. De tweeling is eens stuk braver en handelt over de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Beide hoofdpersonen ontmoeten elkaar pas als ze oud zijn in een kuuroord te Spa. Met dit boek is Tessa de Loo echt doorgebroken.



Youp van ’t Hek – Niks spel, knikkers!



1947 – onbekend. Youp van ’t Hek is een cabaretier die gebruik maakt van intelligente woordspelingen en groffe grappen. Hij speelt bewust met zijn publiek en heeft een melancholische ondertoon en zelfs een moraal. Deze cabretier schrijft columns in het NRC Handelsblad. Terugkerende thema’s in zijn werk zijn: sport, Ajax, Amsterdam, bobo’s en recepties.



Ronald Giphart – Ik ook van jou, Phileine zegt sorry



1965 – onbekend. Ronald Giphart schrijft met vaart en soepele zinnen. Zijn werk wordt vaak vergeleken met dat van Jan Wolkers. Ronald Giphart heeft alleen veel meer grappen. Soms hebben zijn boeken een ernstige kern, maar ze besteden ook flink wat aandacht aan non-sense. Ronald Giphart gebruikt vaak schuttingtaal, maar besteed ook aandacht aan Plato en in Phileine zegt sorry is een grote rol voor Romeo en Julia. Zijn werk is enorm populair onder de jeugd en Ik ook van jou is pas verfilmd.



Arnon Grunberg – Blauwe maandagen, Figuranten



1972 – onbekend. De debuutroman van Arnon Grunberg Blauwe maandagen is sterk autobiografisch van karakter. De ik-figuur draagt dan ook zijn eigen naam. Het boek beschrijft zijn eigen jeugd en heeft een cynische en spottende afstandelijkheid. In het boek Figuranten willen de verhaalfiguren het stuk voor stuk maken in de toneelwereld of in het volle leven, maar het wil niet lukken, ook dit boek is sterk autobiografisch.




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

O.

O.

P l a g i a a t . . .

8 jaar geleden