ADVERTENTIE
Eerste hulp bij leerachterstanden!

Het zijn gekke tijden. Loop jij, om wat voor een reden dan ook, achter met de lesstof? Met deze tips van Examenbundel gaat het jou sowieso lukken om je leerachterstand weg te werken. Het allerbelangrijkste is dat je in jezelf blijft geloven. Jij kan dit! #geenexamenstress

De tips van Examenbundel

Titelblad:



Namen van de proef:

Proef 37: Serieschakeling

Proef 38: Parallelschakeling

Proef 39: Vervangingsweerstand

Proef 40: Variabele weerstand



Onderzoeksvraag:



Proef 37: Wat zijn de eigenschappen van een serieschakeling met twee weerstanden?

Proef 38: Wat zijn de eigenschappen van een parallelschakeling met twee weerstanden?

Proef 39: Hoe bereken je de vervangingsweerstand in vier verschillende schakelingen met drie weerstanden?

Proef 40: Hypothese: als de weerstand van de schuifbare weerstand groter is dan de vaste weerstand, krijgt de schuifbare weerstand meer spanning dan de vaste weerstand.



Als de weerstand van de schuifbare weerstand groter is dan de vaste weerstand, is de stroomsterkte kleiner bij de schuifbare weerstand dan bij de vaste weerstand.



Werkplan:



Proef 37: Serieschakeling

Benodigdheden:

- Spanningskast;

- Twee multimeters;

- Twee weerstanden: weerstand 1 en 3;

- Snoertjes.



Opstelling:



Beschrijving:

We hebben twee weerstanden in serie aangesloten op een spanningskast. De spanningskast hebben we ingesteld op 5,0 V. We hebben een voltmeter gebruikt om over de twee weerstanden apart de spanning te meten. Met de andere meter hebben we de weerstand gemeten, van de weerstanden apart, door de weerstanden in de ohmmeter te doen.



Proef 38: Parallelschakeling

Benodigdheden:

- Spanningskast;



- Twee multimeters;

- Twee weerstanden: weerstand 1 en 3;

- Snoertjes.



Opstelling:



Beschrijving:

We hebben twee weerstanden in parallel aangesloten op een spanningskast. De spanningskast hebben we ingesteld op 6,0 V. We hebben een ampèremeter ook aangesloten in de schakeling om de stroomsterkte te meten in de schakeling. Met de andere meter hebben we de weerstand gemeten, van de weerstanden apart, door de weerstanden in de ohmmeter te doen.



Proef 39: Vervangingsweerstand

Benodigdheden:

- Spanningskast;

- Drie gelijke weerstanden;

- Snoertjes;

- Multimeter.



Opstelling:



Beschrijving:

We hebben drie gelijke weerstanden aangesloten op een spanningskast. De spanningskast hebben we ingesteld op 6,0 V. Ook hebben we een ampèremeter aangesloten in de schakeling om de stroomsterkte te meten in de schakeling. De drie weerstanden hebben we steeds op een andere manier aangesloten, door middel van serie, parallel en een combinatie van beide.



Proef 40: Variabele weerstand

Benodigdheden:

- Spanningskast;

- Vaste weerstand;

- Schuifbare weerstand;

- Snoertjes;

- Multimeter.



Opstelling:



Beschrijving:

We hebben een variabele weerstand en een schuifbare weerstand aangesloten op een spanningskast. De spanningskast hebben we ingesteld op 6,0 V. Ook hebben we een ampèremeter aangesloten in de schakeling om de stroomsterkte te meten in de schakeling. De schuifbare weerstand hebben we op de maximale stand gezet.



Onderzoeksresultaten:



Proef 37: Serieschakeling

Weerstand 1 = 107 Ω; 1,7 V

Weerstand 3 = 209 Ω; 3,3 V



Rv = R1 + R3

317 Ω ≈ 107 Ω + 209 Ω



Ut = U1 + U3

5,0 V = 1,7 V + 3,3 V



U1/U3 = R1/R3

1,7 V/3,3 V = 107 Ω/209 Ω

0,51 = 0,51



Proef 38: Parallelschakeling

Weerstand 1 = 107 Ω; 45,9 A

Weerstand 3 = 209 Ω; 23,6 A



It = I1 +I3

68,9 A ≈ 45,9 A + 23,6 A



I1/I3 = R3/R1

45,9 A/23,6 A = 209 Ω/107 Ω

1,95 = 1,95



1/Rv = 1/R1 + 1/R3

1/Rv = 1/ 107 Ω + 1/ 209 Ω

Rv = 0,91 Ω



Proef 39: Vervangingsweerstand

1. Rvt = R1 + R2 + R3

Rvt = 54,6 Ω + 54,6 Ω + 54,6 Ω

Rvt = 163,8 Ω



It = 32,5 mA

Ut = 6,0 V



2. 1/Rvt = 1/R1 + 1/R2 + 1/R3

1/Rvt = 1/54,6 Ω + 1/54,6 Ω + 1/54,6 Ω

1/Rvt = 3/54,6 Ω

Rvt = 18,2 Ω



It = 320 mA

Ut = 6,0 V



3. 1/Rvt = 1/(R1+R2) + 1/R3

1/Rvt = 1/(54,6 Ω + 54,6 Ω) + 1/54,3 Ω

1/Rvt = 5/182 Ω

Rvt = 36,4 Ω



It = 75,2 mA

Ut = 6,0 V



4. Rvt = R1 + (1/R2 + 1/R3)

Rvt = 54,6 Ω + (1/54,6 Ω + 1/54,6 Ω)

Rvt = 54,6 Ω + 10/273 Ω

Rvt ≈ 54,6 Ω



It = 76,3 mA

Ut = 6,0 V



Proef 40: Variabele weerstand

Ut = 6,0 V

It = 60,6 mA

Variabele weerstand = maximaal



Ut – 6,0 V

It = 61,2 mA

Variabele weerstand = minimaal



Conclusie:



Proef 37: Serieschakeling

De eigenschappen van een serieschakeling met twee weerstanden zijn dat de totale weerstand de som is van de twee weerstanden. De som van de spanningen over de weerstanden is gelijk aan de totale spanning.



Proef 38: Parallelschakeling

De eigenschappen van een parallelschakeling met twee weerstanden zijn dat de spanning over de weerstanden gelijk is en de som van de stroomsterkte is gelijk aan de totale stroomsterkte.



Proef 39: Vervangingsweerstand

Bij opstelling:

1 bereken je de vervangingsweerstand als volgt: Rvt = R1 + R2 + R3.

2 bereken je de vervangingsweerstand als volgt: 1/Rvt = 1/R1 + 1/R2 + 1/R3.

3 bereken je de vervangingsweerstand als volgt: 1/Rvt = 1/(R1+R2) + 1/R3.

4 bereken je de vervangingsweerstand als volgt: Rvt = R1 + (1/R2 + 1/R3).



Proef 40: Variabele weerstand

Aangezien zij de proef nog niet helemaal afgerond hadden, kunnen we geen conclusie geven. Wij hebben te weinig resultaten gemeten. Helaas kunnen we dus niet nagaan of onze hypothese correct is.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.