Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

hoe ga je veilig om met elektriciteit?

Beoordeling 4.2
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas havo | 3570 woorden
  • 21 april 2009
  • 42 keer beoordeeld
Cijfer 4.2
42 keer beoordeeld

Inleiding:
Elke kamer in een huis heeft stopcontacten en andere elektrische aansluitpunten. Via de meterkast ontvang je stroom en worden de stopcontacten en andere elektrische aansluitpunten van elektriciteit voorzien. Ondanks dat er alles aan gedaan wordt om de elektrische installatie en de apparatuur zo veilig mogelijk te maken, kunnen er toch gevaarlijke situaties ontstaan, vooral als je niet weer waar je op moet letten. Om je te laten zien waar je allemaal op moet letten, en wat er allemaal kan gebeuren, hebben wij dit werkstuk gemaakt. Je vindt in dit werkstuk informatie over:

- Brand

- Inspectie en onderhoud
- Storing
- Overbelasting
- Kortsluiting
- Aardsluiting
- Elektrocutie

Brand:

Bijna alle elektrische toestellen produceren warmte. Met de juiste maatregelen verklein je het risico op brand. Hieronder staat waar je op moet letten om brand te voorkomen:

- Ventilatie is belangrijk. Sluit nooit ventilatie-openingen af.

- Zorg voor voldoende ruimte rondom het toestel.

-Laat apparatuur als tv en stereo niet op de standby-stand staan.(dat kost ook nog eens minder elektriciteit).

-Neem voor elektrische kachels of kookplaten een speciaal snoer dat daarvoor bestemd is. Die kun je bij een erkende vakhandel kopen.


-Als je een verlengkabel gebruikt, bijvoorbeeld op haspel, Rol het snoer dan volledig uit voor gebruik. Dan is de kans dat er knikken in komen kleiner.

-Laat nooit een elektriciteitskabel onder een deur of tapijt doorlopen. Door slijtage kan kortsluiting of brand ontstaan.

-Gebruik zo min mogelijk verdeelstekkers. Sluit apparaten direct op het stopcontact aan, als dat mogelijk is. Gebruik je toch een verdeelstekker, let dan op het KEMA-keur (of de Duitse variant VDE-keur).

-Zorg dat je weet hoe je veilig de elektriciteit kunt afsluiten.

-Zorg dat de meterkast altijd goed bereikbaar is.

- En ook niet onbelangrijk: maak van uw meterkast geen opbergkast!!.

inspectie en onderhoud:

Inspectie en onderhoud Inspectie en onderhoud van installaties is specialistenwerk. Je kunt een erkend elektrotechnisch installateur vragen om de elektrische installatie grondig te laten inspecteren. Zorg ervoor dat de elektrische installatie is aangelegd volgens de veiligheidsbepalingen van de norm NEN 1010.

storing:

Heb je een elektriciteitsstoring? Controleer dan eerst:

- of de elektriciteit in het hele huis is uitgevallen.
- of dat de elektriciteit van maar 1 van de groepen.
- of de aardlekschakelaar in de meterkast is uitgevallen.

Als de aardlekschakelaar uit is gevallen moet je dit doen:
- Schakel alle groepen achter de betreffende aardlekschakelaar uit met de groepsschakelaars in de meterkast.
- Schakel de elektrische apparaten uit, door de stekkers uit de stopcontacten te halen.
- Schakel de uitgeschakelde groepen weer in.
- Schakel de apparaten één voor één weer in, totdat de aardlekschakelaar weer wordt uitgeschakeld.
Nu kunt u bepalen om welk apparaat het gaat.

Kunt u dat niet?:

Geeft geen enkel apparaat een probleem? En is er ook geen sprake van overbelasting? Waarschuw dan een erkend elektrotechnisch installateur. Er is waarschijnlijk iets met de installatie aan de hand.
Zet een zaklantaarn en extra stoppen in de meterkast. Ook het storingsnummer van uw netbeheerder (0800 - 9009) en het telefoonnummer van een erkend installateur zijn handig.

Bij een groep zonder stroom moet je dit doen:

(Als u niet weet welk apparaat kapot is)
- Schakel de groep van de doorgeslagen stop of automaat uit met de groepsschakelaar in de meterkast.
- Schakel de elektrische apparaten binnen de groep die uitgevallen is uit, door de stekkers uit de stopcontacten te halen.
- Vervang de doorgeslagen stop, of schakel de automaat weer in.
- Schakel de apparaten één voor één weer in, totdat de stop of automaat weer wordt uitgeschakeld.
Nu kunt u bepalen om welk apparaat het gaat.
Kunt u dat niet?
- Geeft geen enkel apparaat een probleem? En is er ook geen sprake van overbelasting? Waarschuw dan een erkend installateur. Er is waarschijnlijk iets met de installatie aan de hand.
- Zet een zaklantaarn en extra stoppen in de meterkast. Ook het storingsnummer van uw netbeheerder (0800 - 9009) en het telefoonnummer van een erkend elektrotechnisch installateur kan handig zijn.

- Maak een groepenoverzicht. Om bij kortsluiting snel te kunnen zien welk apparaat de boosdoener is, kan een groepenoverzicht een handig hulpmiddel zijn. Noteer bij elke groep welke apparaten zijn aangesloten en hang dit overzicht in de meterkast.

Als u weet welk apparaat kapot is:
- Schakel eerst het apparaat uit.
- Haal vervolgens de stekker uit het stopcontact.
- Vervang in de meterkast de doorgeslagen stop, of schakel de automaat weer in.
-Schakel zo nodig de groepsschakelaar, of de aardlekschakelaar weer in.

Als het hele huis zonder stroom zit, moet je dit doen:
Als alle elektriciteit in huis is uitgevallen, zijn er drie mogelijke oorzaken:
- De aardlekschakelaar is uitgevallen door een storing in één van de aangesloten apparaten.
- De hoofdzekering of hoofdautomaat is doorgesmolten of uitgeschakeld door overbelasting (te veel apparaten tegelijkertijd in gebruik). De hoofdzekering moet worden vervangen door uw netbeheerder. Bel dan 0800 - 9009. Heb je een hoofdautomaat, dan kun je deze zelf weer inschakelen. Zorg er wel voor dat je eerst de oorzaak wegneemt. Schakel daarom de elektrische apparaten die tegelijk in gebruik waren uit.
- Een stroomstoring, waarbij een hele straat of woonwijk zonder elektriciteit komt te zitten. Dit kun je controleren door te informeren bij de buren. Als dit inderdaad het geval is, bel dan 0800 - 9009 om de storing te melden of voor meer informatie.


overbelasting:

Overbelasting houdt in dat er te veel stroom door de huisinstallatie gaat doordat er te veel elektrische apparaten op dat moment gebruikt worden. Het kan voor brandgevaar zorgen. Als dit gebeurt reageert de stop of automaat in de meterkast door de stroom uit te laten vallen.

Overbelasting kun je zo voorkomen:
- Controleer in de meterkast of je huisinstallatie verschillende groepen heeft. Zo is de belasting per groep lager dan wanneer alles op één groep is aangesloten.
- Heb je te weinig groepen? Laat een erkend installateur nieuwe groepen installeren. Check of er niet meer dan ongeveer 3600 watt op één groep wordt aangesloten. Een gemiddelde wasmachine vraagt ongeveer 3000 watt. Wilt u weten hoeveel je aansluit? Kijk dan op het typeplaatje of in de gebruiksaanwijzing.
- Gebruik een aparte groep voor wasmachine of wasdroger. Worden er meer apparaten op dezelfde groep aangesloten, dan kan de stop of automaat in de meterkast doorslaan.
- Gebruik nooit driewegstekkers.
- Gebruik zo min mogelijk verdeelstekkers. Sluit apparaten indien mogelijk direct op het stopcontact aan. Gebruik je toch een verdeelstekker let dan op het KEMA-keur (of de Duitse variant VDE-keur).

driewegstekker

Groepen
Door de huisinstallatie in verschillende groepen te verdelen, is de belasting per groep lager dan wanneer alles op één groep is aangesloten. Voor het aansluiten van wasapparatuur is tegenwoordig een aparte groep verplicht. Zitten wasmachine en wasdroger op dezelfde groep, dan is er vaak een keuzeschakelaar ingebouwd. Deze voorkomt dat de wasmachine en de droger tegelijkertijd aanstaan

Stoppen en automaten

De stoppen (of zekeringen) in de meterkast zorgen ervoor dat er niet te veel stroom door een groep gaat. In modernere huizen zijn de stoppen vaak vervangen door automaten.

Stop
Als er te veel stroom door de stop loopt, smelt er een draadje, waardoor de stroom wordt verbroken. De stop slaat door. Repareer zelf nooit een stop. Hierdoor verliest hij zijn beschermende functie.

Automaten
Als er te veel stroom door de automaat loopt schakelt hij uit. Nadat de automaat is afgekoeld, kun je deze weer inschakelen. Om opnieuw uitschakeling te voorkomen kijk je welke apparaten de overbelasting veroorzaken. Die apparaten kun je dan uitschakelen.


Kortsluiting:

Als er in de meterkast een stop of automaat doorslaat, dan kan er ergens in huis kortsluiting zijn. Kortsluiting ontstaat wanneer één of meer elektrische draden met elkaar in contact komen. Bijvoorbeeld door een kapot apparaat of een beschadigde kabel. De stroom vindt dan ongehinderd zijn weg naar plekken waar het niet hoort. Gelukkig schakelt de stop of automaat in de meterkast direct de stroom uit.

Kortsluiting kun je voorkomen:
- Check of elektrische kabels goed geïsoleerd zijn. De mantel mag niet beschadigd zijn.
- Gebruik alleen elektrische apparaten die minimaal een CE-markering hebben. Nog beter is een Kema-keur (of de Duitse variant VDE-keur).
- Houd je altijd aan de gebruiksaanwijzing van elektrische toestellen.
- Zorg ervoor dat u elektrische kabels nooit vastspijkert of vastniet.
- Raak blootliggende kabels nooit aan. (dit ook voor je eigen veiligheid)
- Laat nooit een elektriciteitskabel onder een deur op tapijt doorlopen. Door slijtage kan kortsluiting of brand ontstaan.
- Gebruik kabels nooit om iets op te hangen.

- Trek nooit aan kabels om de stekker uit het stopcontact te halen. Gebruik daarvoor de stekker.
- Gebruik nooit meer dan één verlengsnoer tussen apparaat en stopcontact.
- Gebruik je een verlengkabel, bijvoorbeeld op een haspel? Rol het snoer dan helemaal uit voor gebruik.

Isolatie

Goede isolatie van de elektrische kabels vermindert het gevaar van kortsluiting. Gebruik daarom geen apparaten waarvan de kabels beschadigd zijn, of waarvan de draden blootliggen. Door veel gebruik kun je voorkomen dat de isolatie bij de stekker loslaat, waardoor de draden bloot komen te liggen. Zorg dan direct voor vervanging van het apparaat of de stekker.
Waar zit de kortsluiting?

Als een stop of automaat doorslaat kan er kortsluiting zijn. Zo spoor je de oorzaak op:
- Schakel de groep van de doorgeslagen stop of automaat uit met de groepsschakelaar in de meterkast.
- Schakel de elektrische apparaten binnen de betreffende groep uit, door de stekkers uit de stopcontacten te halen.
- Vervang de doorgeslagen stop of schakel de automaat weer in.
- Schakel de apparaten één voor één weer in, totdat de stop of automaat weer wordt uitgeschakeld. 

Nu kunt u bepalen om welk apparaat het gaat.

Geeft geen enkel apparaat een probleem? En is er ook geen sprake van overbelasting? Waarschuw dan een erkend installateur. Er is waarschijnlijk iets met de installatie aan de hand.
Zet een zaklantaarn en extra stoppen in de meterkast. Ook het storingsnummer van je netbeheerder (0800 - 9009) en het telefoonnummer van een erkend installateur zijn handig.
Maak een groepenoverzicht. Om bij kortsluiting snel te zien welke apparaat de boosdoener is, kan een groepenoverzicht een handig hulpmiddel zijn. Noteer bij elke groep welke apparaten in welke ruimte zijn aangesloten en hang dit overzicht in je meterkast.

Aardsluiting:

Wat is aardsluiting precies?

Bij apparaten met een metalen behuizing, zoals een wasmachine of een droger, kan een verbinding ontstaan tussen de toevoerleiding van de stroom en de metalen behuizing. Een apparaat kan zo onder stroom komen te staan. Vooral in een vochtige omgeving kan dat gebeuren. Naast brandgevaar ontstaat hier ook het gevaar dat de ‘gebruiker’ met de metalen behuizing in aanraking komt. Wanneer je een voorwerp aanraakt waarop een elektrische spanning staat, kan dit ernstige gevolgen hebben. Extra opletten dus in badkamer, garage, kelder en schuur! Vocht en metaal zijn goeie geleiders van elektriciteit. Vandaar dat je in deze ruimtes geaarde stopcontacten vindt. Ook bad, douche en andere metalen delen als radiatoren zijn op de aarde aangesloten. Je bent zelf verantwoordelijk voor een goede installatie in uw huis!!

Aardsluiting


Veilig gebruik van elektriciteit begint met een goede aarding. Het voorkomt dat apparaten onder spanning komen te staan. Is er ergens in je huis een kapot toestel, dan zorgt de aarding ervoor dat de stroom veilig via de aardleiding naar de aarde wegvloeit. De stop in de meterkast slaat door of de aardlekschakelaar schakelt automatisch de elektriciteit uit voordat het gevaarlijk kan worden. Verkeerde aarding wordt vaak pas ontdekt als er iets fout gaat. Je merkt niet zo snel of je installatie niet meer geaard is. De wasmachine bijvoorbeeld blijft het gewoon doen als de aardedraad los zit of ontbreekt.

Veilige installatie
- Check of je een aardlekschakelaar in de meterkast hebt. Zo niet, laat er dan een installeren door een erkend elektrotechnisch installateur.
- Voer zelf geen reparaties uit aan de elektrische installatie, laat dat doen door een erkend elektrotechnisch installateur.
- Laat je elektrische installatie altijd checken na een verhuizing of verbouwing. Doe dit ook als je twijfelt aan de aarding. Vraag dit aan een erkend installateur.
- Laat de aardelektrode 1 keer per 10 jaar controleren door een erkend installateur.
- Test minstens twee keer per jaar je aardlekschakelaar, bijvoorbeeld bij de overgang naar zomer- of wintertijd. Druk de testknop in. De elektrische installatie wordt nu uitgeschakeld. Zet je de schakelaar weer terug, dan werkt alles weer normaal. Lukt dit niet, laat dan meteen een erkend elektrotechnisch installateur langskomen.
Veilig gebruik

- Gebruik zo veel mogelijk apparaten met een geaarde stekker.
- Let bij de aanschaf van een apparaat op de aarding. Goede aarding is makkelijk te herkennen aan de geaarde stekker, de stekker bevat inkepingen waarin metalen stripjes liggen.
- Sluit apparaten met een geaarde stekker alleen aan op stopcontacten met aarde. Een geaard stopcontact is dieper dan een ‘normaal’ stopcontact en is te herkennen aan de metalen contacten.
- Als een stekker niet past, kun je het apparaat ook niet veilig gebruiken. Als de stekker in één keer past, is de verbinding in orde.
- Pas op met water. Zet geen vaas op je tv of drankjes vlakbij een elektrisch toestel.
- Let op in de badkamer. Metalen leidingen zijn hier geaard. Let er op dat je deze aarding niet verbreekt.

Systemen van aarding

Door de metalen behuizing van het apparaat met de aarde te verbinden (aarding), wordt de kans op gevaarlijke situaties kleiner. Door te aarden, vloeit de stroom die op de behuizing komt te staan, direct naar de aarde. Aarding vindt plaats via een extra draad in de aansluitkabel van het elektrische apparaat. De stekkers en stopcontacten zijn voorzien van een extra contactstrip, de zogenaamde randaarde. In vochtige ruimtes zoals badkamers en keukens zijn geaarde stopcontacten verplicht. In nieuwe woningen - sinds oktober 1997 - worden overal in huis geaarde stopcontacten toegepast.

Er zijn vier manieren waarop je elektrische installatie kan worden geaard:

1. Via metalen aardelektrode
De aardleiding van de elektrische installatie is aangesloten op een metalen aardelektrode in de grond. Deze staat door middel van een metalen draad in de meterkast in verbinding met de elektrische installatie. Bij een kapot toestel of een defect van de installatie wordt de stroom via de pen afgevoerd naar de aarde. (Het is aan te raden om eens in de 10 jaar de goede werking van de aardelektrode te laten controleren door een erkend elektrotechnisch installateur).

2. Aarding via waterleiding
Bij oudere huizen kan aarding via de waterleiding nog altijd voorkomen. Daarbij gaat het in de meeste gevallen om elektrische installaties van voor 1975, maar ook bij jongere installaties is dit systeem van aarding niet uitgesloten. Aarding via de metalen waterleiding was een makkelijke manier en deed het goed. Maar door de toepassing van steeds meer (niet-geleidende) kunststof waterleidingbuizen is deze manier van aarding in de meeste gevallen onbruikbaar geworden. Als een metalen waterleiding wordt vervangen door kunststof, dan krijg je een bericht van het waterleiding-bedrijf en/of het energiebedrijf (tenzij het om plotselinge storingen gaat en bij de reparatie de waterleiding meteen wordt vervangen). De huiseigenaar moet dan zelf zorgen voor een goeie aardingsvoorziening. Het is voor jou zelf moeilijk te zien of de elektrische installatie is geaard op de waterleiding. Als je twijfelt, neem dan contact op met een erkend elektrotechnisch installateur om uw aarding te laten meten.
3. Aarding van het energiebedrijf
In sommige gebieden wordt aarding aangeboden door het energiebedrijf. De aardleiding in de woning is dan door¬verbonden met die van het elektriciteitsnet van het energiebedrijf.
4. Aarding via een collectief aardnet
De aardleiding in de woning is doorverbonden met die van het collectieve aardnet. Dit aardnet bestaat uit een ondergrondse koperdraad die rond de woningen is gelegd.

Check de aarding


Als je niet weet op welke manier je elektrische installatie is geaard, laat deze dan controleren door een erkend elektrotechnisch installateur. Zoals in de volgende situaties:

Aanpassing.installatie
Als jijzelf of een ander veranderingen heeft aan¬gebracht aan de elektrische installatie.

Verbouwing
Wanneer je je woning ingrijpend verbouwt, kan dat gevolgen hebben voor de elektriciteitsinstallatie. Zeker de badkamer verdient extra aandacht (als je je bad bijvoorbeeld vervangt door een douche), omdat water een goede geleider van elektriciteit is. Hier moet aarding altijd perfect functioneren.

Verhuis je naar een andere woning, dan weet je niet welke wijzigingen de vorige bewoners aan de elektrische installatie hebben aan¬gebracht. Dus laat de installatie controleren.

Waterleidingnet.gewijzigd
Als je installatie is geaard op het waterleidingnet, dan is het verstandig hulp in te schakelen van een erkend elektrotechnisch installateur. Steeds meer waterleidingen van lood of koper worden vervangen door kunststof leidingen. Daarop kan en mag niet geaard worden. Je waterleidingbedrijf en/of energiebedrijf zal je tijdig berichten als de waterleiding wordt vervangen. Gaat het om een plotselinge storing, en wordt de waterleiding bij de reparatie meteen vervangen,dan.is.dat.niet.gelijk.mogelijk.

Bij.twijfel

Het is voor jou zelf moeilijk te zien of de elektrische installatie is geaard op de waterleiding. Als je twijfelt, neem dan contact op met een erkend elektrotechnisch installateur.

Eens in de 10 jaar
Het is aan te raden om eens in de 10 jaar de goede werking van de aardelektrode te laten controleren door een erkend elektrotechnisch installateur.

Aardlekschakelaar

In de meterkast vindt je de groepenkast (met stoppen of automaten) en de aardlekschakelaar. Deze schakelaar zorgt voor extra bescherming voor als er iets kapot gaat. De aardlekschakelaar vergelijkt de heen- en teruggaande stroom in je huis. Die moet gelijk zijn. Zo niet, dan is er iets mis en verlaat de stroom via een verkeerde weg de elektrische installatie. In zo’n geval onderbreekt de aardlekschakelaar direct de stroomtoevoer, waardoor de spanning wordt afgeschakeld.

Bliksem
Ook door blikseminslag kan de aardlekschakelaar uitschakelen. Vaak kun je hem zonder problemen weer aanzetten. Als de aardlekschakelaar direct weer uitvalt, is er een andere oorzaak. Het kan zijn dat de aardlekschakelaar kapot is gegaan door de blikseminslag of dat er is ergens in huis een toestel kapot is gegaan. Ben je niet thuis, laat anderen na een onweersbui controleren of de aardlekschakelaar is uitgeschakeld.

Geen.aardlekschakelaar?

Woningen van na 1975 bevatten een aardlekschakelaar. Sinds dat jaar zijn ze verplicht. Heb je een installatie van voor 1975 en geen aardlekschakelaar? Laat er dan een plaatsen door een erkend installateur.

Test de aardlekschakelaar
Test minstens twee keer per jaar je aardlekschakelaar, bijvoorbeeld bij de overgang naar zomer- en wintertijd:
- Druk de testknop (T of Test) in.
- De elektrische installatie wordt uitgeschakeld.
- Wordt de installatie niet uitgeschakeld, laat dan meteen een erkend elektrotechnisch installateur langskomen
- Als je de schakelaar weer terugzet, dan moet alles weer normaal werken.

Aarding of dubbele bescherming

Elektrische apparaten zijn meestal goed beschermd. Allereerst door middel van een omhulsel om het apparaat. Daarnaast is bijna alle apparatuur tegenwoordig geaard. Een geaard stopcontact is dieper dan een ‘normaal’ stopcontact en is te herkennen aan de metalen contacten van de beschermleiding. De stekker van niet-geaarde apparatuur past niet in een geaard stopcontact. Stekkers van dubbel geïsoleerde toestellen passen in elk stopcontact. Deze apparaten zijn zo degelijk beschermd, door middel van een extra geïsoleerd omhulsel om het apparaat, dat ze bij defecten niet onder spanning kunnen komen te staan.

elektrocutie:

Elektrocutie betekent dat je lichaam in aanraking komt met stroom. Een klein beetje stroom voelen wij niet of nauwelijks. Maar hogere stromen kunnen leiden tot ademhalingsproblemen, verbranding en ernstige hartritmestoornissen, die zonder medisch ingrijpen tot de dood kunnen leiden... Als je je houdt aan de veiligheidsvoorschriften, dan is de kans op gevaarlijke situaties minder groot. Voorkomen is beter dan genezen
- Raak een elektrisch apparaat nooit aan met natte handen.
- Gebruik geen elektrische toestellen als je met je voeten in het water staat.
- Pas op met elektrische apparaten bij een bad of bij een douche. Zorg voor voldoende afstand tot het water en zorg dat er geen apparaten (bijvoorbeeld een haardroger) in bad kunnen vallen.
- Ga nooit strijken op het balkon of in de tuin, zeker niet op blote voeten.
- Gebruik nooit een 230 Volt-looplamp of een 230 Volt-bouwlamp in de kruipruimte. Een zaklamp of hoofdlamp op batterijen is veiliger.
- Gebruik alleen geaarde apparatuur, zeker in natte ruimten.
- Gebruik geen stopcontact dat kapot, gedemonteerd of slecht bevestigd is. Laat dit eerst herstellen!
- Gebruik geen driewegstekkers.

- Raak blootliggende kabels nooit aan.
- Trek nooit aan kabels om de stekker uit het stopcontact te halen. Gebruik daarvoor gewoon de stekker.
- Hou je zich altijd aan de gebruiksaanwijzing van elektrische toestellen.
Wat te doen bij elektrocutie:
- Raak het slachtoffer beslist niet aan, anders wordt je zelf slachtoffer.
- Schakel onmiddellijk de stroom uit. Haal de stekker uit het stopcontact of schakel de stroom uit in de meterkast.
Bel direct 112.
- Verleen eerste hulp.
En ook heel belangrijk: Laat het slachtoffer niet alleen.

Conclusie:
Dus hoe ga je nou veilig om met elektriciteit?
Als je dit werkstuk goed hebt gelezen, zal je dit inmiddels wel weten. Maar we voor het gemak hebben we hieronder de belangrijkste punten voor je samengevat ;-) 

Om brand te voorkomen, moet je zorgen dat er voldoende ruimte om het apparaat is, zodat het apparaat niet te warm kan worden. Sluit dus nooit de ventilatie af!!

Als er een storing is, volg dan de instructies uit dit werkstuk op, en ga niet zelf wat zitten klooien, want dan kan het gebeuren dat het daarna helemaal niet meer gemaakt kan worden, of dat je zelf onder stroom komt te staan!
Overbelasting kun je voorkomen door groepen in je meterkast te maken, en zo min mogelijk driewegstekkers of verdeelstekkers te gebruiken.
Kortsluiting kun je ook voorkomen. Check altijd of de elektrische kabels goed geïsoleerd zijn, en spijker deze kabels nooit vast, laat ze ook niet onder tapijt of onder een deur doorlopen, want door slijtage kunnen ze ook kapot gaan! En volg altijd de gebruiksaanwijzing van een toestel.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.