Renaissance

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas vwo | 1764 woorden
  • 17 juni 2003
  • 66 keer beoordeeld
Cijfer 5.7
66 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview
Inhoudsopgave Renaissance in het algemeen
Muziek Architectuur Beeldende kunst Letterkunde Renaissance in het algemeen Renaissance is afkomstig van het Italiaanse woord ‘rinascita’ wat letterlijk wedergeboorte betekent. Deze stijl kenmerkt zich doordat er veel belangstelling was voor klassieke kunst. In de Renaissance komt dan ook veel motieven, decoratie- en bouwvormen die zijn geïnspireerd door de oudheid. Mensen verlangde naar de vrijheid van de oude Grieken en Romeinen. Deze nieuwe ideeën beïnvloeden alles: de politiek en maatschappij, theologie, filosofie, letterkunde, architectuur, muziek en beeldende kunst. Vroeger werd er ook veel meer voor god geleefd. Het denken van de middeleeuwse mens was gericht op religie en het hiernamaals. Als iets goed ging had je dat aan god te danken. In de Renaissance werd dit meer individueel. De Renaissance kwam het eerst voor in Italië, daar ontstond het rond 1300. Maar het duurde nog twee eeuwen voordat Nederland en Duitsland ook Renaissancistisch werden. Italië word dan ook wel als de grondlegger van de Renaissance beschouwd. Het is niet vreemd dat in Italië de Renaissance begon want daar waren overal nog ruïnes en andere dingen die mensen aan de klassieke oudheid herinneren. In de Renaissance werden moderne leefwijzen gecombineerd met aspecten uit de oudheid. Het was dus niet zo dat ze het alleen maar kopieerden. Een belangrijk kenmerk van de Renaissance is dat de mensen een afkeer hadden tegen abstract denken en dat ze zich vastklampten aan de wetenschap. De Renaissance kan worden verdeeld in drie perioden. De vroeg-Renaissance was tussen 1420 en 1500, tussen 1500 en 1530 heette het de hoog-Renaissance en de laatste periode tussen 1530 en 1600 werd het Maniërisme genoemd. Oorspronkelijk komt de Renaissance uit Italië maar elk land gaf er z’n eigen draai aan. Daarom word er ook wel gesproken van Nederlandse, Duitse, Franse enz. Renaissance. Muziek Op het gebied van muziek is er in de Renaissance veel veranderd. Middeleeuwse muziek was rijk, maar ongeorganiseerd. Na de val van het Romeinse rijk was de kerk de enige instantie die kon zorgen voor het behouden en doorgeven van deze soort muziek. De middeleeuwse kerk erfde het Gregoriaanse gezang, zo genoemd naar Paus Gregorius uit de 6de eeuw. Buiten de kerk hing muziek vooral af van allerlei soorten minstrelen of jongleurs die met hun instrumenten de liederen van de troubadours begeleiden. In de middeleeuwse muziek was de mens gebonden aan allerlei regels, zoals die van de kerk en zo zag men de vrijheid van de oude Grieken en Romeinen als een ideaal om minder aan regels gebonden muziek te maken. Veel dingen in de Renaissance werden geïnspireerd door voorbeelden uit de oudheid. Bij muziek kon dat niet. Er waren geen tastbare voorbeelden van muziek uit de oudheid. In de Renaissance werd wereldrijke muziek belangrijker. Er kwam ook een zekere sensualiteit in de muziek. De muziek lag goed in het gehoor en was sterk ritmisch. Net zoals vele andere kunstenaars werden musici echte vakmensen. Liederen waren niet langer anoniem.De musici beschouwden zichzelf nu ook als scheppende kunstenaars van hun liederen. Zijn liederen werden nu ook beschouwd als individuele kunstwerken.
Architectuur Door steeds nauwkeuriger studie van de klassieke oudheid ontstond rond 1420 in Italië een aantal nieuwe vormen die in de Renaissance werden opgenomen . De Renaissance kwam bijna een eeuw later naar ons land. Dit gebeurde stap voor stap. Eerst werden wat Renaissance-versiersels gebruikt in gebouwen die verder nog helemaal gotisch waren. Behalve zuilenorden (georganiseerde rijen met zuilen) waren ook frontons (door lijsten omsloten vlak) en medaillons bepalend voor de nieuwe stijl. De vele aantallen versieringen die de gevels opvrolijkten is een belangrijk bouwkenmerk van de Renaissance. Dit in combinatie met trapgevels, natuursteen verwerkt in het metselwerk, kruiskozijnen en elementen uit de klassieke oudheid zoals zuilen, pilasters (ornament dat als een vierkante platte zuil uit een wand of uit de hoek van twee wanden naar voren komt) en frontons word veel terug gevonden in Renaissancistische gebouwen. Zware, ruw gehakte blokken vormen vaak de onderste laag van een gebouw. Klassieke onderdelen als zuilen, pilasters en frontons geïnspireerd door de Romeinse bouwkunst zijn kenmerken van Renaissancistische architectuur
In de trapgevel zijn afwisselend lagen rode bakstenen en lichte natuursteen verwerkt dit word ook wel speklagen genoemd. Ook veel voorkomend zijn ronde bogen in Galerijen. Rond 1535 verschenen in Amsterdam (en de rest van Nederland) de eerste Renaissancistische kenmerken in gebouwen.. De noordelijke topgevel van de Nieuwe Kerk is rond 1540 geeft aan hoe voorzichtig de overgang verliep van gotiek (het tijdperk voor de Renaisance) naar vroeg renaissance . Het grote venster heeft nog de spitsbogen waar de gotiek om bekent staat, maar in sommige delen van de gevel en de hoeken werden zuilen, driehoekige frontons, schelpmotieven en kandelabers (kandelaar met verscheidene armen) min of meer willekeurig geplaatst. De architectuur in het maniërisme wordt gekenmerkt door een eigen verwerking van klassieke motieven waardoor ze een nog laat gotische structuur krijgen. Het meest karakteristiek zijn de bakstenen gevels met lagen natuursteen. In de maniëristische architectuur speelden twee architecten de hoofdrol: Hendrick de Keyser en Lieven De Keij
De meest bekende en gebruikte geveloplossing is de trapgevel. De kleine trappen op het dak van een gebouw werden bedekt met natuurstenen dekplaten. De bovenste trap (de top) werd vaak verstevigd door een gemetselde topmakelaar rustend op een console (veelal bewerkte draag- of kraagsteen) met leeuwen kopmotief. Deze werden vaak toegepast bij eenvoudige woonhuizen en kleine raadhuizen zoals in Graft (1613) en Zuidschermer (1639) Amsterdamse gevels uit de Renaissance tijd veel zandstenen blokjes langs de kanten van de vensters hebben. Beeldende kunst Tijdens de Renaissance is er in de beeldende kunst veel veranderd. Ook hier liet men zich weer inspireren door de klassiekers.De beelden werden zelfstandige kunstwerken en kwamen los van de architectuur. Alles werd zeer realistisch afgebeeld en nauwkeurig weergegeven. De kennis van het menselijk lichaam vorderde waardoor beelden en schilderijen met menselijk figuren erop steeds realistischer. De proporties waren goed en de plooival was kloppend. Ook werd naakt weer favoriet. Net als vroeger goot men weer beelden in brons. Er werden weer veel putto's (engeltjes) afgebeeld. Donatello maakte een heel nieuw soort reliëf (verhoogd beeld- of gietwerk dat namelijk uit de achtergrond is opgeheven). Hierbij werd de achtergrond nauwkeurig

weergegeven, terwijl het reliëf zelf maar weinig diepte en nauwkeurigheid had. Dit noemt men een 'schiaciato' ( oftewel een diepreliëf). Er zijn twee vormen van reliëf: Hoogreliëf en diepreliëf. Bij hoogreliëf komt meer dan de helft van het beeld uit de achtergrond. Bij diepreliëf zij er ook vormen uit de achtergrond weggehaald door middel van hak- en snijwerk. Dit draagt ook weer bij aan het meer realistisch maken van het reliëf. Donatello was ook de eerste die een reliëf maakte volgens het door Brunelleschi eerder uitgevonden “wetenschappelijk perspectief”. Wetenschappelijk perspectief betekent dat er perspectief is gecreëerd door een horizon op ooghoogte van de toeschouwer te maken met daarop één punt waar alle evenwijdige lijnen in te verdwijnen (tenminste dit lijkt zo). Dit was een belangrijk bewijs dat voorwerpen steeds kleiner werden als je er verder ervan af staat. Door de uitvinding van dit wetenschappelijk perspectief werden de schilderijen alleen maar realistischer. In de hoog-renaissance veranderde er niet veel meer. Alles werd nog beter en gedetailleerder. De noordelijke renaissance was ongeveer hetzelfde. Daar werden vooral veel reliëfs gemaakt, ook op "Het Louvre". De schoonhed van het lichaam werd opgehemeld, velen doden werden als mooie goden afgebeeld op hun graftombes. Enkele bekende beeldhouwkunstenaars uit de Renaissance tijd: - Lorenzo Ghiberti (1378 – 1455) Hij maakte het reliëf op "De Paradijsdeuren" - Donatello (1386 - 1466) Heeft o.a. '"David" en "St. Joris en de draak" gemaakt. - Michelangelo (1475 - 1565) Heeft o.a. "David", " Slaven" en "Mozes" gemaakt. Uit het beeld van David van Donatello en het beeld David van Michelangelo blijkt maar weer eens hoeveel de naakt er in de Renaissance werd weergegeven. Een andere bekende schilder uit de Renaissance was Leonardo da Vinci (1452-1519). Hij heeft de bekende Mona Lisa gemaakt. Letterkunde In de Renaissance raakte de literatuur in een stroomversnelling. Dit kwam door het uitvinden van de boekdrukkunst door Johannes Gutenberg in 1445. Hierdoor werden boeken gemakkelijker en goedkoper te maken waardoor steeds meer mensen ze konden lezen. Daarvoor waren kennis en ideeën in de boeken vooral eigendom van de kerk, opeens konden veel meer mensen zich verdiepen in de nieuwe ideeën over de wereld, godsdienst, kerk en wetenschap. De kerk vond dat er veel duivelse boeken waren, en maakte daarom een lijst met verboden boeken, maar toch lazen veel mensen ze nog. Belangrijke schrijvers zijn: - P.C. Hooft 1581-1647
P.C. Hooft was een veelzijdige schrijver. Hij heeft onder andere een grote beschrijving van de Nederlandse geschiedenis geschreven. Net als vele andere Renaissancistische schrijvers geïnspireerd door iemand uit de oudheid. P.C. Hooft was geïnspireerd door de Romeinse historieschrijver Tacitus, Hij heeft ook enkele toneelstukken, een groot aantal gedichten en een overweldigende hoeveelheid brieven gescreven. Daarnaast was hij ook nog politicus en ook een belangrijk organisator in de literaire wereld. - Joost van den Vondel 1587–1679
Joost van den Vondel was één van Nederlands grootste auteurs in de Renaissance. Hij was naast Gerbrant A. Bredero en P.C. Hooft een van de beste in de gouden zeventiende eeuw in de Nederlandse letterkunde. Vondel schreef oa. Geusevesper (1618) als protest tegen de terechtstelling van Johan van Olddenbarnevelt. Hij schreef veel meer protestboeken waaronder ook Decretum horrible (1631). Dit boek was tegen de godsdienstige onderdrukking. - G.A.Bredero 1585-1618
Over het leven van Gerbrand Adriaensz. Bredero is weinig bekend. Bredero werd in 1585 geboren in Amsterdam, heeft waarschijnlijk vrijwel zijn hele leven in die stad gewoond tot hij in 1618 stierf. Hij tijdens het schaatsen in een wak gereden. Erg oud is hij niet geworden. Desondanks heeft hij vrij veel gedichten gemaakt, waarvan vooral de komedie De Spaansche Brabander en het Groot Liedt-Boeck nog steeds veel gelezen worden. Bredero schreef vrij simpel waardoor zijn gedichten nu ook nog te begrijpen zijn. Hij schreef niet in deftige taal en met een latijnse woorden over mythische en Bijbelse thema's. Bredero schreef in het plat Amsterdams over het leven op straat zoals hij het zag. Daardoor zijn zijn toneelstukken nogal chaotisch. Er zitten veel scenes uit het dagelijks leven in, zonder een duidelijke verhaallijn. Dit maakte Bredero één van de modernste schrijvers van de zeventiende eeuw. - Jacob Cats 1577-1660

Jacob Cats was niet alleen een schrijver maar ook een bekend staatsman, dichter, theoloog (wetenschapper over god, het goddelijke en de godsdienst, die steunt op gegevens van de openbaring), dichter, rechtsgeleerde en historicus. Cats was één van belangrijkste figuren uit de Nederlandse gouden eeuw. Hij werd door zijn landgenoten ‘Vader Cats’ genoemd.

REACTIES

S.

S.

eej was een heel goed werkstuk
bedankt he voor de info
doeidoei
sanne

20 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.