LIVE Q&A's

Deze en volgende week elke dag Q&A's met studenten van verschillende studies

 


Bekijk de planning Alles over studiekeuze


Piano
1. Inleiding
Thuis hebben wij een piano. Toen ik een klein jongetje van 3 jaar was, begon ik al een beetje piano te spelen. Dat deed ik door liedjes van de radio na te spelen. Ook vond ik het leuk om kinderliedjes te spelen. Dat deed ik uit mijn hoofd met één of twee vingers op de toetsen. Dus mijn ouders dachten van: “Hee, misschien is pianoles wel iets voor mij”. Het zit namelijk wel een beetje in de familie, want mijn opa, oom en mijn vader spelen allemaal piano.
Ik ging toen naar een open dag van het CKV in Almere-Stad. Bij de piano’s begon ik te spelen. De muziekleraar hoorde dat en vroeg of ik op pianoles zat. Toen zei mijn moeder dat ik al op de wachtlijst stond, maar dat ik ook nog te jong voor pianoles was. De pianomeester had toen voor mij stiekem een plekje vrijgemaakt en zo kreeg ik al heel vroeg pianoles.


Ik heb nog steeds les van dezelfde pianoleraar en ik vind het nog steeds erg leuk. Voor mijn werkstuk lijkt het me ook leuk om iets meer over de piano zelf te weten te komen. Ik wil weten hoe de piano is ontstaan, hoe hij werkt en hoe de componisten hebben geleefd. Vandaar dat ik mijn werkstuk over de piano houd.
2. Geschiedenis van de piano
Ongeveer duizend jaar geleden bestonden er nog geen piano’s, maar wel een soort piano. Dit instrument heette een hakkebord. Bij een hakkebord moest je op kleine snaren slaan met hamertjes en dan kwam er geluid uit. Het nadeel hiervan was dat je maar twee noten tegelijk kon spelen.
Later werden er toetsen uitgevonden, zodat je tien noten tegelijk kon spelen. Dit is het klavecimbel. Dit lijkt op een piano, maar dit instrument speelt muziek doordat hij aan de snaren trekt. Hier is ook weer een nadeel aan, namelijk dat het niet harder of zachter kan spelen. Zo kan je dus maar in één volume spelen.
Nog veel later in 1710 bedacht meneer Bartolomeo Christofori iets waardoor je niet hoeft te tokkelen (spelen op een klavecimbel). Hij vond en soort hamertjes met leer erover uit die op de snaren slaan als je op de toetsen speelt. Hij noemde dit een pianoforte. Dat betekent zacht-hard. Daar kon je dus voor het eerst hard en zacht mee spelen. Nu noemen we die pianoforte gewoon piano.
Er werden toen ook piano’s gemaakt die er in gespecialiseerd waren om korte noten te spelen. Deze werden vooral gebruikt bij snelle stukken. Misschien snap je dan ook wel dat ze piano’s maakten die de klank vasthielden. Deze werden weer voor rustige stukken gebruikt.
Zo gingen de mensen door met het verbeteren van de piano. Zo werd ook het pedaal uitgevonden. Daardoor had je geen piano’s meer nodig voor snelle of rustige stukken. Want door het pedaal in te drukken (met je voeten) blijft de klank hangen en als je hem loslaat, stopt de piano gelijk. En zo ontstond de piano zoals die er nu nog is.


3. Soorten piano’s
Er zijn veel verschillende soorten piano’s. Ik zal vertellen over een paar soorten, die het meest voorkomen, en welke merken er zijn.
Vleugel
Misschien ken je hem wel? De vleugel. Een vleugel heeft veel langere snaren en is zelf ook veel langer dan een gewone piano. Door die lange snaren klinkt de klank voller en mooi. Je kan de bovenkant van de vleugel openzetten. Daardoor wordt de klank ook anders, omdat het geluid dan “weg” kan. Het speelt wel raar als je gewend bent om op een gewone piano te spelen, omdat het anders klinkt.
Beroemde merken van een vleugel zijn Steinway, Érard, Broadwood en Bechstein.
Rechtopstaande piano
Deze piano’s zie je het meest. Ze werden eigenlijk alleen maar gebouwd omdat ze minder ruimte zouden innemen. De pianobouwer zette nu de snaren rechtop (bij een vleugel liggen de snaren breed). Dit is uitgevonden voor mensen met een kleine kamer of klein huis. Het is een makkelijkere manier van bouwen, dat als je een vleugel moet bouwen.
Piano’s kan je hoog of laag kopen. Uit een hoge piano komt een veel voller geluid dan uit een lage omdat de binnenkant veel groter is dan van de lage piano.
Het ligt er aan hoeveel geld je er voorover hebt, want een piano is erg duur.
Een ander idee om de klank mooier te maken, bedachten de Fransen. Dat is de kruissnarige piano. Als de hoge en de lage snaren over elkaar heen lopen kunnen kleine piano’s toch mooiere tonen spelen dan eerst. Tegenwoordig zijn alle piano’s zo gemaakt.
Bekende merken van piano’s zijn: Yamaha (die hebben wij), Bechstein, Bösendorfer, Schimmel en Petrof.
Keyboard
Een keyboard is engels voor toetsenbord. Het verschil met de piano is dat een keyboard elektrisch is en dat je (meestal) minder toetsen hebt. Als je op een piano speelt, is de klank (volgens de meesten) het mooist omdat deze met echte snaren wordt bespeeld. Maar je kunt er veel extra dingen mee doen die niet op een piano kunnen, zoals ritmes maken en spelen, veel soorten instrumenten bespelen en liedjes opnemen. Je hoeft de toetsen van het keyboard niet hard in te duwen, want het gaat al bijna vanzelf. Je kunt er goed op oefenen en leuke instrumenten op spelen die je niet eens kent. Dus je leert er ook wat van. De beroemde merken zijn: Yamaha, Rolan, Korg en Casio.
4. Binnen- en buitenkant van een piano
Buitenkant
Een piano bestaat ongeveer uit 88 toetsen die van hout zijn gemaakt. Je hebt zwarte en witte toetsen. De witte zijn a-b-c-d-e-f-g en de zwarte ais-bis-cis-dis-eis-fis-gis.
Onderaan zijn er 2 of 3 pedalen. Het rechter pedaal is er om de klank langer te laten klinken, het linker is er om de noten korter te maken en het middelste (als je die hebt) is er voor om het geluid te dempen (studiepedaal).
Je moet een piano dan niet op vochtige plekken zetten zoals de kelder, de garage of de schuur. Doe je dat wel, zet het hout uit, blijven de toetsen kleven, de snaren gaan roesten en een paar weken later is je piano klaar voor de schroothoop. Dus je moet erg zorgzaam omgaan met een piano want hij beschadigt snel.
Binnenkant
Het is grappig, want een normale piano bestaat uit 222 snaren, maar zoveel toetsen zijn er niet. Als je hem openmaakt dan ziet het eruit als op het plaatje hiernaast. Je ziet daar ook goed op dat het een kruissnarige piano is.
Er zijn veel onderdelen maar ik zal niet alles vertellen omdat ik dan al verklap wat er in het volgende hoofdstuk staat.
Er zijn hamertjes, een ijzeren raam, een zangbodem, piloten, kammen en een houten raam. Maar de belangrijkste zijn wel de hamertjes. Zij tikken tegen de snaren aan en dan komt er geluid.
Je hebt verschillende soorten snaren: het basregister, het middenregister en je raadt dan vast wel wat het volgende is. Het is natuurlijk het hoge register. De snaren zitten vast aan stemschroeven. Dat is net zoiets als bij een gitaar alleen dan zijn er veel meer.
5. Hoe werkt een piano
Eigenlijk kan je een piano een snaarinstrument noemen, omdat de klank gemaakt wordt door de snaar te laten trillen. Maar om zo’n snaar te laten trillen, moet er eerst iets anders gebeuren. Als je namelijk een toets indrukt, slaat een met vilt beklede hamer tegen de snaar. Daarom noemen wij het een toetsinstrument.
De klank met het hamertje kan je ook veranderen door de toets zachter of harder in te drukken. Dit heet de aanslag.
Het is erg belangrijk dat de hamertjes het goede gewicht hebben en allemaal op een even grote afstand staan van de snaren. Is dit niet het geval dan wordt de klank heel anders dan dat deze moet zijn. Bijvoorbeeld: het hamertje zit te dicht op de snaar. Het gevolg: de klank is veel zachter dan alle andere klanken.
De klank van de snaar wordt versterkt door de zangbodem. Je hoort nog meer geluid als je de klep (de kast) van de piano openzet, omdat al het geluid er dan goed uit kan.
De demper zorgt ervoor dat de klank niet blijft hangen, want die snaar trilt wel even door als je er met zo’n hamertje op slaat. Als je een toets indrukt, gaat de demper omhoog. Laat je de toets los komt de demper weer op de snaar, zodat het geluid stopt.
Het pedaal, dat de toon vasthoudt, zorgt er voor dat, ook al laat je de toets los, hij toch blijft klinken. Hij houdt pas op als je het pedaal loslaat.
6. Beroemde componisten
Ik zal vertellen over de 9 bekendste componisten. Al deze componisten hebben er voor gezorgd dat de piano steeds beter werd en aan hun eisen kon voldoen.
Domencio Scarlatti (1685-1757)
Scarlatti kreeg zijn eerste pianolessen al vroeg van zijn vader Alessandro. Hij was ook een componist. Toen Scarlatti zestien was, was hij al organist en speelde hij voor koninklijke families. Het duurde niet lang of Scarlatti werd tot musicus benoemd. Bijna al zijn stukken hadden een bepaalde moeilijkheid zoals de snelheid, vingerzettingen of akkoorden.
Johan Sebastiaan Bach (1685-1750)
Toen Bach negen was had hij al belangstelling voor muziek maken en schreef hij stukken over van zijn broer. Later kon hij heel goed orgel en klavecimbel spelen. Hij was de eerste componist die klavierconcerten schreef. Dat zijn stukken voor het klavecimbel en niet voor de piano.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Leopold (de vader van Mozart) leerde Mozart al heel vroeg pianospelen. En op zijn vierde speelde hij al foutloos etudes (oefenstukken). Toen hij ouder werd maakte hij al de mooiste opera’s. Maar dat was niet alles, want hij deed met de piano de raarste dingen wat de mensen niet gewend waren. Hij maakte bijvoorbeeld hele vreemde akkoorden en dan speelde hij opeens heel zachtjes. Zo begon de tijd van de moderne muziek. Mozart is gestorven aan vermoeidheid en slaaploosheid.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Beethoven speelde toen hij vijf was al moeilijke stukken en mocht toen hij zeven was voor het hof optreden. Zijn vader zei dat hij twee jaar jonger was, zodat de mensen meer onder de indruk waren. In 1808 werd Beethoven doof en moest hij stoppen met muziek spelen (hij speelde ook viool). Wel is hij doorgegaan met stukken schrijven.
Franz Peter Schubert (1797-1828)
Schubert speelde erg goed piano, alleen had hij nooit orkeststukken geschreven. Wel heeft hij veel liederen en sonates gemaakt. Nog even voor de duidelijkheid: een sonate is een bepaalde muzieksoort. Twee maanden voor zijn dood werd hij ernstig ziek en stierf op vroege leeftijd.
Frederic Chopin (1810-1849)
Chopin woonde in Warschau (Polen) en begon met pianospelen toen hij 7 jaar was. Hij begon toen ook al te componeren. Zijn eerste compositie heette: de polonaise. Chopin schreef weinig grote stukken voor orkest. Hij was een bekende pianoleraar en verdiende daar veel geld mee. Ook stond hij bekend om zijn walsen, die hij componeerde. Aan het einde van zijn leven leed Chopin ernstig aan tuberculose. En de laatste drie jaar schreef hij bijna geen stukken meer.
Robert Schumann (1810-1856)
Toen Schumann jong was, bleek hij al een muzikaal talent te zijn. Toch wilde zijn ouders dat hij rechten ging studeren. Maar het duurde niet lang of hij was er al mee gestopt en ging het muziekleven in. Zelf had hij later een mechaniekje van gewichtjes en katrolletjes dat hij met touwtjes aan zijn vingers vast maakte als hij speelde. Hij hoopte dat daardoor zijn vingers soepeler werden. Doordat hij dat vaak gebruikte gingen zijn vingers langzaam kapot. Hij stierf aan een vervelende ziekte die heerste in Duitsland.
Franz Liszt (1811-1886)
Liszt kreeg zijn eerste pianolessen van zijn vader toen hij zes jaar was. Hij had maar liefs twee concerten geschreven waarvan de eerste als slecht werd beschouwd. Dat kwam omdat er een triangelsolo in voor kwam. De tweede keer dat hij het deed (12 jaar later), vonden de mensen het prachtig. In Liszts vrije tijd schilderde hij ook, maar dat deed hij zelden, want componeren vond hij veel leuker. Liszt had als gewoonte dat hij vaak Hongaarse kleding droeg omdat dat zijn geboorteland was en omdat hij wou laten zien dat hij er trots op was dat hij Hongaars was.
Johannes Brahms (1833-1897)
Toen Brahms 8 was kreeg hij les van zijn vader die ook musicus was. Hij groeide op in een arm gezin en verdiende zijn geld met het spelen in kroegen en danslokalen. Toen hij ongeveer twintig was, schreef hij al drie grote sonates. In 1859 gaf Brahms zijn eerste optreden bij belangrijke mensen en die vonden het geweldig. Brahms maakte veel romantische stukken en werd daarmee erg populair. Hij hield er ook van om zelf te improviseren op andere stukken bijvoorbeeld volksliederen of pianostukken van andere componisten.
7. Oude en moderne pianomuziek
Je hebt stukken om te oefenen en om uit te voeren.
Een oefenstuk (dat noem je een etude) is een soort gymnastiek voor je vingers. Etudes zijn vaak niet zo lang.
Een stuk om uit te voeren bestaat vaak uit verschillende delen. Vaak noem je dit een sonate. De eerste sonates bestonden uit drie delen en gebruikten maar weinig toonsoorten:
- Een inleiding die niet te snel en niet te langzaam is maar wel met een stevig begin.
- Een tussenstuk dat meestal een soort dansje is, zoals een menuet, en dat in een andere toonsoort staat dan de inleiding.
- En dan een snel stuk als finale, vaak in dezelfde toonsoort als de inleiding.
Mozart en Haydn gebruikten deze vorm. De sonate krijgt dan vaak de naam van de toonsoort. Bijvoorbeeld pianosonate in G groot.
Hoe langer geleden de componist leefde, hoe vaster hij zich hield aan vaste vorm.
Later, in de tijd van Beethoven, had de piano meer mogelijkheden en werden meer toonsoorten gebruikt. De stukken werden langer en ingewikkelder om te spelen en om te luisteren. Mensen moesten er aan wennen. De sonates kregen toen vaak ook namen. Een bekende is de Mondscheinsonate van Beethoven. Deze tijd, de 19e eeuw, heette de Romantiek; de muziek noem je romantisch. Romantiek komt van het woord romance dat een middeleeuws verhaal was.
Aan het begin van de twintigste eeuw gebruikten de componisten vaak geen vaste vorm meer en ook geen vaste toonsoort. De muziek was zo moeilijk geworden om naar te luisteren dat het zelfs nu nog voor de meeste mensen niet mooi in de oren klinkt. Soms werd de piano zelfs als een soort slagwerk gebruikt, bijvoorbeeld door Bartok. Maar er bleven toch nog componisten muziek componeren die we nu nog mooi vinden, zoals Rachmaninof.
Ook in de twintigste eeuw werd veel populaire muziek gemaakt voor de piano, bijvoorbeeld om te spelen bij een stomme film. En ook de jazz begon toen. In café’s stond vaak een piano en daarop werd een soort achtergrondmuziek gespeeld, want je had nog geen geluidsinstallatie. Veel componisten begonnen zo met in een café te spelen, zoals: Gershwin en Scott Joplin. Zij zijn de bekendste componisten die ook jazz componeerden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

bartolomeo cristoffori zo heet hij en niet bartolomeo cristofori

12 jaar geleden

L.

L.

supergoed werkstuk
ik gebruik veel informatie voor mijn spreekbeurt

9 jaar geleden

J.

J.

wow je hebt er alles in staan wat een spreekbeurt over piano"s moet hebben!!!

8 jaar geleden

S.

S.

zo leuk ik hou nu mijn spreek beurt over de piano en jij bent mijn hoofd bron!!!!

8 jaar geleden

M.

M.

ik gebruim je hele werkstuk echt goed

8 jaar geleden

E.

E.

ik kan jouw werk stuk goed gebruiken

8 jaar geleden

S.

S.

jou werkstuk is goed maar ik heb een 10+ gehaald met mijn werkstuk over de piano

8 jaar geleden

D.

D.

ik ben nu bezig met een spreekbeurt over de piano(speel zelf ook piano.zit op concervatorium)

8 jaar geleden

M.

M.

leuk die werkstuk ik heb meer info over piano ik doe er zelfs mijn spreekbeurt over :) maar met 1 ding ben ik het niet mee eens over die Bartolomeo Christofori hij heeft die pianoforte ongeveer tussen 1698 - 1709 uitgevonden? maarja tof werkstuk

7 jaar geleden

M.

M.

super werkstuk ik ga zelfs mijn spreekbeurt over doen, maar de meeste vertellen bijna niks over een stemvork echt jamer :(:(:(:( maar aan de andere kant heb ik wel meer informatie gekregen :):):):)

7 jaar geleden

A.

A.

Maar je moet niet alles kopiëren en plakken das niet goed!!!!!

7 jaar geleden

A.

A.

Maar is wel een goeie werkstuk ik had een 10!!!!!

7 jaar geleden

L.

L.

Het is wel een redelijk goed werkstuk, al zouden de zinnen veel beter kunnen. Je gaat wel in op de onderwerpen en de informatie is zeker niet oppervlakkig. Al met al een mooie prestatie.

7 jaar geleden

F.

F.

goed werkstuk!! ik moest mijn eindproject over piano doen, en dan moet je echt heel veel doen, dus dit werkstuk is handig dan hoef ik niet de hele tijd naar verschillende sites te kijken ;)

6 jaar geleden

C.

C.

veel van geleerd
mijn werkstuk over piano is een 9,5

5 jaar geleden

A.

A.

WOWW!! echt heel handig! ik heb dit voor mijn werkstuk gebruikt! ik had een dikke vette 9 met een knipoog! hier ga ik vaker info vanaf halen!

3 jaar geleden

A.

A.

je kan er ook nog theorie kopje doen. daar in staat alles over de noten de sleutels en de rest.

3 jaar geleden

S.

S.

het kopje hoe werkt een piano leg je al alle onderdelen uit dus je had het net zo goed werking piano en onderdelen kunnen noemen. ik heb niet belangrijk nieuws gevonden! jammer :(

3 jaar geleden