Zinloos geweld

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 1982 woorden
  • 3 december 2001
  • 74 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 74 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
'ZINLOOS' GEWELD: WAT KUN JE ER TEGEN DOEN?

Heel veel! Maar het is wel een complex probleem. Nadat de term 'zinloos geweld' opkwam, en er een discussie ontstond over de vraag of er dan ook 'zinvol geweld' is, schokte het waanzinnige geweld waar Marianne Roza (18) en Froukje Schuitmaker (17) in Gorinchem (jan.1999) het slachtoffer van werden de Nederlandse bevolking opnieuw. Dit na de dood van ondermeer Joes Kloppenburg (Amsterdam, 1996) en Meindert Tjoelker (Leeuwarden, 1997). Tijdens een grote herdenkingstocht in Gorinchem (zaterdagavond 16 januari 1999), waaraan ongeveer 25.000 mensen deelnamen, droegen velen een shirt met de tekst "Is er wel zinvol geweld???" Zes scholieren lazen aan het begin van de tocht het gedicht 'Mensen gevraagd' voor, dat begint met de regels: "Mensen gevraagd om de vrede te leren ....... waar geweld door de eeuwen heen model heeft gestaan".

Andere weg
Voor mij raakt dit de kern van de zaak. Er zijn een groot aantal 'maatregelen' te bedenken om het 'zinloze geweld' te verminderen, maar om werkelijk als persoon en als samenleving een andere weg in te slaan zullen we een stap verder dienen te gaan. We dienen te gaan beseffen dat we in een maatschappij leven waarin het geweld nog te vaak verheerlijkt wordt en het een consumptie-artikel is geworden. De grofheden die b.v. door de film- en televisie-industrie de samenleving ingegooid worden, zijn terug te horen en te zien in de uitingen van jongeren en ouderen. 'Geweld' is big business, in het klein en in het groot. We raken er steeds meer door ge•nfecteerd. We zullen het geweld in al zijn vormen (verbaal, fysiek, psychisch, structureel, instrumenteel, verbeeld in films) niet meer moeten willen; we zullen er afstand van dienen te gaan nemen; het los te laten. We zullen hiertoe, als persoon en als samenleving, bewust moeten gaan besluiten. Ook dan blijven er nog genoeg momenten over waarop het ons onvoldoende lukt om zonder geweld (dat wil zeggen: zonder afbreuk te willen doen aan de ander) te reageren of te handelen. Maar dan is dit voor ons een signaal dat we een bepaalde situatie nog onvoldoende aankunnen, of dat we b.v. de vaardigheden missen om doeltreffend op een geweldloze manier te reageren of te handelen. Daar kun je dan iets aan doen. Zijn we passievelingen, die ons laten meeslepen en geen maat weten? Zijn we agressievelingen, die snel geprikkeld en ge•rriteerd zijn en ons willen doen gelden? Of zijn we assertieve, krachtige mensen die stevig in hun schoenen staan, sociaal vaardig zijn en geen enkele behoefte hebben aan welke vorm van geweld dan ook.


Agressie of veiligheid
Uiterlijke maatregelen (als regelgeving, betere verlichting, video-camera's, strenger overheids-optreden e.d.) zullen een bepaalde bijdrage kunnen leveren aan het beperken van agressief gedrag. Voorlichtings- en educatieve programma's, alsmede trainingen in sociale vaardigheden voor jongeren en ouderen, kunnen in belangrijke mate helpen om het geweld terug te dringen. Maar "de echte oplossing moet komen vanuit mensen zelf", zei de broer van Froukje Schuitmaker tijdens de stille tocht van 16 januari in Gorinchem. Ik zou daaraan toe willen voegen: we zullen als mensen en als samenleving de gewelds-verslaving te boven dienen te komen en de gewelds-dealers (degenen die met hun wapens of hun films, video-spelen, boeken en songs vol geweld geld proberen te verdienen) geen afzet meer laten hebben. In Geweldloos Actief Themanummer "Zinloos geweld een halt toeroepen" komen al deze aspecten aan de orde. Vanuit de realiteit dat er (volgens onderzoeken) een toename en verheviging van agressie tussen mensen (jongeren en ouderen) is, wordt gekeken naar die situatie op straat, in het verkeer, in het openbaar vervoer, in de sport, in het uitgaansleven, in de media. Wat gaat er mis, en wat wordt er aan gedaan? Hoe kunnen we weer veilige situaties krijgen? Situaties waarvan de omstandigheden allemaal verschillend zijn, maar waarin een constante zit: het gaat steeds om mensen, van welke leeftijd dan ook, die zich aanvallend naar anderen opstellen. Wat daarachter zit, en hoe u daar weerbaar op een geweldloze manier mee om kunt gaan, willen we in dit nummer verduidelijken. Laten we er tijd, geld en energie in gaan stoppen 'om de vrede te leren ..... waar geweld door de eeuwen heen model heeft gestaan'.
Waarom plegen mensen geweld? Er is nog veel onderzoek nodig voor het beantwoorden van die fundamentele vraag. Toch kunnen we grofweg de volgende motieven en achtergronden onderscheiden.

Incidenteel wangedrag
In de meeste gevallen zijn geweldplegers achteraf zelf het meest verbaasd en geschokt over wat ze hebben gedaan. Kleine irritaties die zich ophopen en een gebrek aan zelfbeheersing zijn voldoende om de vlam in de pan te doen slaan. Met name het verkeer blijkt een vruchtbare voedingsbodem. Onder deze groep van geweldplegers vinden we relatief veel daders van volwassen leeftijd.

Voor de ‘kick’
Een goede tweede vormen de geweldsincidenten op straat met veelal jonge mannelijke daders, die ‘niet vies’ zijn van een vechtpartijtje. Geweld is dan een vorm van amusement. Dit geweld valt onder de noemer ‘kickgedrag’. Onder invloed van met name alcohol, uit stoerheid, of eenvoudigweg om de kick, belandt men in ruzies of vechtpartijen. Meestal lopen deze confrontaties met een sisser af en blijft het geweld beperkt tot wat men noemt ‘enkele droge klappen’. Maar niet altijd. In sommige gevallen loopt het volledig uit de hand en vallen er zwaardere klappen. Vooral als er wapens in het spel zijn, kunnen dergelijke min of meer onschuldig begonnen kleine vechtpartijen grote gevolgen hebben. Als deze jongeren ouder worden, stoppen ze meestal met dit gedrag.

Geweld met een ‘doel’
Bij een kleiner deel van het geweld op straat zien we dat geweldpleging onderdeel is van een breder patroon van crimineel gedrag. De groepen waar we op doelen, omschrijven onderzoekers, politici en beleidsmakers als ‘meelopers en de harde kern’. Hier krijgt het geweld een andere functie: men wil er iets mee bereiken. De voorgaande vormen van geweld kunnen we omschrijven als onbedoeld, of niet-intentioneel. Dit meer criminaliteitsgerelateerde geweld is echter doelbewust, intentioneel. Er is nog een duidelijk verschil: het heeft veel minder een emotionele achtergrond en komt voornamelijk voort uit berekening. Daarom spreken we ook wel van instrumenteel geweld. Dat kan overigens breed worden ingevuld. Motieven kunnen uiteenlopen van het benadrukken van macht en status tot beroving. Het is de vraag in hoeverre deze laatste vorm van geweld nog valt onder onze definitie van zinloos geweld. Maar voor een slachtoffer is dat natuurlijk niet relevant.


Gestoord gedrag
Tenslotte voldoet nog een klein percentage aan het bekende schrikbeeld van zinloos geweld: incidenten waarbij uit het niets en min of meer toevallig iemand slachtoffer wordt. Zoals een oudere man die de krant zit te lezen aan de leestafel van de openbare bibliotheek en zomaar door een psychisch gestoorde man wordt doodgestoken. Bij een klein gedeelte van de geweldplegers liggen er psychologische problemen en/of psychiatrische problemen ten grondslag aan het gedrag. Deze gaan vaak gepaard met excessief alcohol- en drugsgebruik. De omvang van deze groep is nog onbekend.

Daders en slachtoffers
Mannen versus vrouwen
Geweld op straat is voor het overgrote deel een mannen-aangelegenheid. In slechts één op de tien gevallen is de dader een vrouw. Daarbij gaat het dan meestal om groepjes meisjes die andere meisjes in elkaar slaan. Bijna driekwart van de daders is jonger dan 25 jaar. De meeste daders komen duidelijk uit de groep van 12 tot en met 17 jaar.

Slachtoffers
De leeftijden van de slachtoffers liggen hoger. Sommigen lopen door hun beroep meer risico’s. Politiemensen bijvoorbeeld. Maar ook horecamedewerkers, buschauffeurs, treinconducteurs, verplegers in ziekenhuizen of mensen van de Sociale Dienst lopen een grotere kans om slachtoffer te worden. Het komt bijna niet voor dat daders of slachtoffers jonger zijn dan twaalf jaar, of ouder dan zestig jaar.

Groepen
Verder blijkt uit onderzoek dat daders in de meeste gevallen met leeftijdsgenoten vechten. De daders jonger dan 25 jaar plegen vaker dan andere daders geweld tegen oudere slachtoffers. Vooral de jongere daders plegen geweld in groepsverband. Dit gaat op voor driekwart van de jongeren onder de achttien jaar en voor tweederde van de jongeren tussen de 18 en 24 jaar. Tweederde van de daders boven de 24 jaar pleegt de geweldsdelicten juist alleen.

Getalsverhouding
De krachtsverhouding tussen daders en slachtoffers wordt onder meer bepaald door het aantal daders tegenover het aantal slachtoffers. Vier jongens die gezamenlijk een meisje in elkaar slaan, geven een ander beeld dan twee jongens die elkaar met honkbalknuppels te lijf gaan. In iets meer dan de helft van de geweldsincidenten zien we één dader tegenover één slachtoffer. In ongeveer één op de drie gevallen is het slachtoffer sterk in het nadeel. Meerdere daders vallen dan één slachtoffer aan. In één op de tien gevallen speelt de geweldpleging zich af tussen meerdere daders en slachtoffers.

Letsel
Vrijwel alle daders komen er zonder kleerscheuren af. Van de slachtoffers komt maar één op de twaalf personen met de schrik vrij. Tweederde loopt in ieder geval flink wat klappen op en houdt daar wat schrammen en blauwe plekken aan over. Eén op de vijf slachtoffers moet zich bij de Eerste Hulppost laten behandelen, vooral voor hechtingen door (steek)wonden. Eén op de twintig slachtoffers raakt zodanig gewond dat meerdere behandelingen nodig zijn. Het gaat daarbij om oogbeschadigingen, steekwonden, hersenletsel (hersenschudding), gebroken neus en gebroken of gekneusde ribben.

Waar?
Volgens recent onderzoek vindt het meeste straatgeweld plaats in woonwijken, bij het uitgaan en in het verkeer. Geweld in woonwijken ontstaat bijvoorbeeld door groepjes jongeren die buurtbewoners of elkaar lastig vallen. Het pure uitgaansgerelateerde straatgeweld betreft meestal uitgaande jongeren die onderling slaags raken. In het verkeer gaat het vaak om verkeersdeelnemers die het niet eens zijn over een bepaalde verkeerssituatie en daardoor met elkaar op de vuist gaan.
Andere vindplaatsen van geweld zijn winkelcentra, scholen, het openbaar vervoer en sportgelegenheden

De Primaire verantwoordelijkheid
We wijzen als eerste altijd graag naar de overheid wanneer het gaat om het voorkomen en bestrijden van geweld op straat. En natuurlijk heeft deze hierin ook een zware verantwoordelijkheid. Met name de lokale overheid in de persoon van de burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en daarmee voor het beleid aangaande geweld op straat. Hij staat daarin niet alleen. Burgemeester, politie en het openbaar ministerie zijn de zogenaamde formele verantwoordelijken. De burgemeester overlegt regelmatig met de (hoofd)officier van justitie en de korpschef. We noemen dat het zogenaamde ‘driehoeksoverleg’. Bovendien is binnen ieder politiedistrict een burgemeester (meestal van een grotere gemeente) korpsbeheerder en als zodanig kan hij de politie-inzet in zijn district mede bepalen.

Landelijke overheid en wetgeving
Bij sommige zaken heeft het lokaal bestuur de landelijke overheid nodig om bepaalde zaken wettelijk te regelen of te financieren. Zo stelt de regering extra geld beschikbaar voor de grote steden omdat deze vaker kampen met allerlei sociale problemen, waaronder criminaliteit. Een voorbeeld op wettelijk gebied is de discussie over een mogelijke verruiming van bevoegdheden van de politie in verband met de EK 2000, waardoor mogelijke onruststokers gemakkelijker zijn aan te houden.

Informele controle
Het zijn niet alleen de formele instanties die verantwoordelijk zijn. Geweld op straat kan alleen succesvol worden bestreden met de inzet van de hele samenleving. We spreken dan van informele controle of sociale controle. Daarbij geldt dat iedereen het tot zijn of haar verantwoordelijkheid rekent om bij ontsporingen als geweld op straat in te grijpen en corrigerend op te treden. Waar het geweld door jongeren betreft, zijn dat in de eerste plaats ouders, opvoeders en onderwijsgevenden. Verder zijn alle geledingen in de samenleving verantwoordelijk voor het terugdringen van geweld op straat. De buurt als het gaat om het gedrag van groepen jongeren in de openbare ruimte, de horeca als het gaat om gedrag in het uitgaanscentrum, de school als het gaat om de veiligheid van leerlingen, de sportvereniging als het gaat om sportiviteit en gezonde competitie. De laatste tien jaar is deze brede verantwoordelijkheid onvoldoende genomen, ook met betrekking tot uitwassen als geweld op straat. Het Landelijk Platform richt zich daarom met name op het doorbreken van de cultuur van afzijdigheid - overigens zonder het nemen van nodeloze risico’s.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

En wat voor plaatjes heb je gebruikt?

20 jaar geleden

A.

A.

achja het is wel een leuk werkstukeje maar het stelt niet echt veel voor vind ik!!!!

17 jaar geleden