Inhoud
hoofdstuk 1: Welke soorten criminaliteit zijn er en wat zijn de oorzaken?
hoofdstuk 2: Wat zijn de straffen in Nederland?
hoofdstuk 3: Hoe voorkomt en bestrijdt de overheid criminaliteit?
hoofdstuk 4: Wie zijn de slachtoffers en wat word eraan gedaan?
Wij hebben voor het onderwerp criminaliteit gekozen omdat we dachten dat daar veel informatie over te vinden was. Er stond natuurlijk ook heel wat in ons maatschappijleer boek. We hebben allemaal de taken eerlijk proberen te verdelen. Ieder heeft zijn deelvraag uitgewerkt en wat extra taken op zich genomen. We hadden bij wiskunde wel wat problemen met het aselect maken. We moesten ook halverwege de deelvraag van Jolanda veranderen omdat daar toch te weinig informatie over te vinden was. Verder waren er eigenlijk weinig problemen en iedereen heeft gedaan wat zij kon. De titel en de deeltitel hebben we gekozen omdat hij pakkend was en het onderwerp ook duidelijk maakte.
Met dank aan:
De Politie.
Groep 8 van de bs. Bernadette.
Havo 3 van het Zwijsen College Veghel.
Vwo 6 van het Zwijsen College Veghel.
De mensen van het bejaardenhuis.
En de mensen die in het centrum mee hebben gewerkt aan de enquête.
Welke soorten criminaliteit zijn er en wat zijn de oorzaken?
Criminaliteit is er in alle soorten en maten. Dit laat ook zien dat niet alle soorten criminaliteit even ernstig zijn. Bij minder ernstige vormen spreken we van kleine criminaliteit. Bij het zich herhaaldelijk schuldig maken aan kleine criminaliteit valt iemand wel in zwaardere straffen. Kenmerkend voor kleine criminaliteit is dat: de strafbare feiten meer voorkomen; ze minder ernstig zijn; en de straffen beperkt zijn. Kleine criminaliteit is bijvoorbeeld winkeldiefstal en vandalisme. Kleine criminaliteit mag dan niet zo zwaar gezien worden, het is wel vaak heel hinderlijk. Vooral ouderen mensen raken hierdoor angstig en durven niet meer makkelijk de straat op.
Naast kleine criminaliteit bestaat ook de grote of zware criminaliteit. Deze ernstige vorm bestaat uit plegen van zware misdrijven zoals roofovervallen, verkrachting of moord. De criminaliteit is sterk in beweging. Bij zware en georganiseerde criminaliteit worden steeds verfijndere ‘technieken’ toegepast. Daardoor laten organisaties zich moeilijker vangen.
In politiestatistieken worden de volgende vormen van criminaliteit onderscheiden:
verkeerscriminaliteit
Hieronder valt:
Agressief rijgedrag; is een verzamelnaam voor: grove snelheidsovertredingen, snijden, rechts inhalen, bumperkleven enz. De politie pakt agressief rijgedrag o.a. aan met surveillances met onopvallende videoauto’s/motoren.
Bumperkleven; is onvoldoende afstand houden is één van de grootste irritaties van de Nederlandse weggebruikers. Maar bumperkleven is niet alleen irritant, het is ook erg gevaarlijk. Negentig procent van alle kopstaartbotsingen op de snelwegen is een direct gevolg van te weinig afstand bewaren.
Door rood rijden; is één van de vijf speerpunten waarop de politie extra controleert. Door rood kan namelijk dramatische gevolgen hebben. Verkeerslichten staan op gevaarlijke of drukke kruisingen en zijn strak ingeregeld om het verkeer zo vlot mogelijk door te laten stromen. Mensen die dan het gaspedaal nog even iets verder intrappen, lopen het risico om andere verkeersdeelnemers te raken
Bellen in de auto; Sinds 30 maart 2002 is er een wettelijk verbod op bellen in de auto. het is verboden om een telefoon vast te houden of onder je schouder te klemmen. Wie toch wil bellen kan dat handsfree doen.
Agressieve criminaliteit
Hieronder valt:
Moord/doodslag; doodslag plegen betekent iemand opzettelijk doden zonder voorbedachte rade. Een moord plegen is iemand opzettelijk doden met voorbedachten rade
Lichamelijk geestelijk geweld; Vormen van lichamelijk geweld kunnen zijn: slaan, schoppen, de trap afduwen, brandwonden veroorzaken, enz. Vormen van geestelijk geweld kunnen zijn: vernederen, kleineren, bedreigen van het slachtoffer, niet alleen over straat mogen gaan, geen eigen leven mogen leiden, enz.
Vandalisme; is het opzettelijk vernielen van andermans eigendom zoals het beschadigen van auto’s, vernielen van bushokjes, stukgooien van ruiten enz.
seksuele criminaliteit
Hieronder valt:
Incest; een seksueel contact door een familielid of vertrouwenspersoon dat het kind heeft beschadigd.
Verkrachting; Bij verkrachting gaat het meestal om ongewenste geslachtsgemeenschap, maar bijvoorbeeld met een voorwerp de vagina binnendringen is ook verkrachting.
Aanranding; is iedere andere ongewenste aanraking met een seksuele bedoeling. Het kan zijn dat het slachtoffer wordt gedwongen om seksuele handelingen te ondergaan, maar ook dat zij wordt gedwongen om zelf seksuele handelingen te verrichten. De omstandigheden waaronder een vrouw aangerand of verkracht wordt, kunnen heel verschillend zijn
vermogens criminaliteit
Hieronder valt:
Diefstal; spullen van andere mensen afnemen die niet aan jou toebehoren. Dit zijn meestal goederen met een grote waarde.
Heling; het doorverkopen van gestolen goederen
Fraude; Het is een verzamelbegrip waarmee meestal vermogensdelicten zoals oplichting, verduistering en bankbreuk mee worden aangeduid
overige criminaliteit
Hieronder valt:
Misdaden door militairen; militairen in dienst die misbruik maken van hun positie door bijv: ondergeschikten of gevangen te martelen, seksueel te misbruiken, chanteren of zwart te maken.
Verboden wapenbezit; het in bezit hebben van een wapen waarvoor geen vergunning is verstrekt. Het aangeven van verboden wapenbezit kan gedaan worden via het telefoon nummer: 0800 7000.
Drugshandel; het inkopen van grote hoeveelheden drugs voor een lagere prijs dan de verkoopprijs. Daarna word de drugs in grote hoeveelheden doorverkocht.
Van deze verschillende soorten criminaliteit komt de verkeerscriminaliteit het meest voor. dagelijks worden er wel verkeersovertredingen gemaakt. En uit de enquête die we gehouden hadden bleek ook dat de mensen goed in de gaten hadden dat er in het verkeer vaak overtredingen worden gemaakt. Maar wat ook opviel was dat er ook een groot percentage dacht dat agressieve criminaliteit het meest voorkwam.
Amsterdam: Bij een brute overval op een woning in het Limburgse plaatsje Velden zijn een 64jarige man en zijn 54jarige vrouw dinsdagochtend vroeg gewond geraakt. De politie tast nog in het duister over de toedracht van de overval.
Eindhoven: Een 28jarige agent van de Rotterdamse politie is maandag aangehouden door de recherche in verband met een zedendelict. De man wordt verdacht van een poging tot verkrachting.
Den haag: De politie in Moskou heeft een 16jarige jongen gearresteerd wegens moord op zijn vader. De jongen zou na zijn daad het slachtoffer aan de vele katten hebben gevoerd die hij bezat.
Dagelijks zijn dit soort artikelen te vinden te vinden in de krant. Dan heeft er weer iemand: zijn echtgenote vermoord; joy gereden; drugs gedeald of een overval gepleegd. Het is altijd weer raak. Maar hoe komt het, waarom worden zulke delicten gepleegd. Wat zorgt ervoor dat de mensen naar zulke maatregelen grijpen..?
Normen en waarden zijn erg belangrijk om deze vraag te beantwoorden. De invloed van de maatschappij en de cultuur waar je uit komt, spelen een grote rol bij het vormen van je normen en waarden. Veelal worden allochtonen mensen als een risicogroep aangewezen op crimineel gedrag. Deze mensen zijn een andere cultuur gewend. Er zijn verschillende soorten groepen die invloed hebben op de normen en waarden van een persoon: het gezin, de school / buurt / leeftijdsgenoten, de media en de buurt waarin je woont.
Het gezin:
In het gezin wordt de basis voor het maatschappelijk functioneren voor mensen gelegd. Vooral het socialisatie proces is voor het latere gedrag erg belangrijk. In deze periode krijgt het kind bepaalde waarden en normen mee. Het leert ook hoe het zich moet aanpassen aan de samenleving, en op welke manier het met mensen kan omgaan. In het algemeen wordt verondersteld dat als dit proces goed verloopt je later makkelijker sociale contacten maakt, en minder kans hebt om met justitie in aanraking te komen. Het gebrek aan sociale controle binnen het gezin wordt steeds vaker genoemd als oorzaak voor asociaal en crimineel gedrag. Het hangt samen met de stijging van het aantal echtscheidingen en probleemgezinnen, en met de minder strenge gedragsnormen. Jongeren gaan in het algemeen sneller hun eigen weg dan vroeger, en kiezen eerder hun eigen levensstijl. Als gevolg hiervan kunnen er meer of minder ernstige gedragsstoornissen optreden.
Buurt / school / leeftijdsgenoten:
De invloed van deze drie factoren bepaalt mede de kans op asociaal gedrag. Jongeren die op school mislukken, lopen een grotere kans het verkeerde pad op te gaan en asociaal te worden. Kijken we naar het contact met leeftijdsgenoten, dan is veel asociaal gedrag en jeugdcriminaliteit zoals agressie en vernielingen het gevolg van groepsgedrag en stoer doen. In jongerengroepen kunnen normen en waarden zijn die tegen de algemene gedragsregels in gaan. In de buurt is de sociale controle, net als binnen het gezin, veel minder geworden: de mensen letten minder op elkaar. Dat de sociale controle in de buurt veel minder is geworden komt doordat we in steeds grotere woonwijken en flats zijn gaan wonen.
Verslechterende buurten:
Doordat de buurten steeds groter en onoverzichtelijker worden, is er meer gelegenheid voor criminaliteit. Of je nou in een rustige woonwijk woont met tien rijtjeshuizen, of in een grote stad met een hoop flats en gigantische woonwijken. Het is dan ook wel logisch dat daar meer criminaliteit plaatsvindt. Daar zijn zo veel mensen, niemand let meer goed op elkaar.
De media:
De media oefent veel druk uit op mensen. Zo worden er dagelijks thrillers of horrors op de tv uitgezonden waar weer eens iemand in word vermoord. Er worden veel spelletjes gemaakt waarin kinderen nonstop onschuldige mensen kunnen neerschieten, steken. Vooral kinderen worden hier agressief, ongevoelig en bang van. Voor sommige kinderen heeft dit schadelijke effecten voor hun ontwikkelingen. Ze worden ongevoelig voor het gebruiken van geweld, het hoort erbij, ze zien het dagelijks en horen er dagelijks iets van in het nieuws of in de krant.
Maar soms vind criminaliteit ook bij mensen plaats die niet beïnvloed zijn door de bovenstaande groepen, ze doen het om andere reden. Hier zijn een aantal voorbeelden:
Incidentele gebeurtenis:
Dit komt het meest voor. Het gebeurt als iemand met een hoop irritaties en/of tegenslagen te maken heeft gehad en dan door vaak iets kleins op tilt slaat. De spreekwoordelijke druppel is dan over de emmer gelopen en de dader is zijn zelfbeheersing volledig kwijtgeraakt. Zulke situaties spelen zie je vaak terug in het verkeer. (Meestal hebben we hier te maken met volwassenen.)
Voor de ‘kick:’
Deze categorie vorm een goede tweede plaats. Over het algemeen hebben we te maken met jonge mannelijke daders. Vaak onder invloed van alcohol, of ze proberen zich tegenover de rest van de groep waar te maken, gewoon voor de lol (‘kick’). Ze zoeken een ruzie of vechtpartij gewoon op of lokken het uit. Meestal lopen dit soort situaties goed af, maar soms loopt het volledig uit de hand. Als deze jongeren ouder worden, houdt dit gedrag meestal op.
Gestoord gedrag:
Dan heeft men te maken met daders die psychologische en/of psychiatrische problemen hebben. Vaak heb je dan ook te maken met uit de hand gelopen alcohol en drugsgebruik. Deze daders worden bij rechtspraak regelmatig ontoerekeningsvatbaar verklaard. Ze krijgen dan meestal geen gevangenisstraf maar tbs.
Alcohol en drugsgebruik:
Drugs en (veel) alcohol werken vaak als ‘drempelverlagers’. Misschien hebben je (als je ouder bent dan 16 jaar) zelf wel eens gemerkt dat je na een drankje meer 'durfde'. Door de alcohol heb je minder remmingen. Bijv. als iemand je aanzet om een ruit in te gooien, iemand te versieren, of een klap uit te delen, ben je eerder geneigd dit te doen. Drugs kunnen een stemming versterken: zo kan een droevige stemming doorslaan naar een heel depressieve stemming, een chagrijnig humeur kan versterkt worden naar agressief gedrag, etc. Per drug en per persoon verschilt de precieze uitwerking.
Er zijn in de loop der jaren vaak mensen geweest die het gebruik van criminaliteit probeerde te verklaren. Deze verklaringen werden vastgelegd in theorieën. De meeste theorieën zijn gebaseerd op meningen niet op feiten, daarom zijn de meeste nogal onbetrouwbaar. Zo heb je bijvoorbeeld de theorie van Hieronder staan een paar van de bekendste theorieën.
De persoonlijkheidstheorie van Freud:
Freud dacht dat er een verband was tussen crimineel gedrag van een volwassenen en hun ervaringen tijdens de kindfase. Het id. = aangeboren instinctieve in het onbewuste deel van de mens. Het ego is het bewuste deel van de persoonlijkheid wat de overhand krijgt als iemand volwassen wordt. Het 3e deel is het superego: dit ontwikkelt zich doordat de samenleving op mensen inwerkt. We vormen een geweten en ontwikkelen gevoelens van schuld en schaamte. Wanneer de balans tussen deze delen van de persoonlijkheid verstoord raakt, kan dit volgens Freud tot afwijkend of crimineel gedrag leiden.
De anomietheorie van Merton:
Volgens socioloog Merton ontstaat crimineel gedrag door de kloof tussen levensdoelen die mensen voor zichzelf stellen en de beperkte middelen die nodig zijn om die doelen op een legale en maatschappelijk geaccepteerde manier te bereiken. Mensen kunnen hierop verschillend reageren. Sommigen zullen hierdoor crimineel gedrag gaan vertonen.

De etiketteringtheorie van Becker:
Volgens de Amerikaanse socioloog Becker is sociale afkeuring van een persoon niet het gevolg maar de oorzaak van crimineel of afwijkend gedrag. Als mensen het ‘etiket’ afwijkend of crimineel opgeplakt krijgen, kunnen zij gestimuleerd worden om zichzelf als zodanig te gaan gedragen. Zo heeft bestraffing juist meer afwijkend gedrag tot gevolg.
De aangeleerd gedrag theorie van Sutherland:
Volgens deze theorie gaan mensen die als kind of jongere veel met criminaliteit in aanraking is geweest, later vaak zelf ook crimineel gedrag vertonen. Het criminele gedrag is aangeleerd. De buurt en de vriendenclub vormen de voedingsbodem, waarin de jeugd opgroeit zonder besef van ‘goed en kwaad’

De bindingstheorie van Hirschi:
Volgens Hirschi zit in ieder mens iets crimineels. Maar de meeste mensen weten deze gevoelens te onderdrukken, omdat ze bindingen hebben die ze niet zomaar op het spel willen zetten. Deze banden met familie, vrienden, collega’s enz. werken als remmen op criminele neigingen die iedereen heeft. Mensen die deze banden niet hebben, zullen eerder crimineel gedrag gaan vertonen.
Wat zijn de straffen in Nederland?
Hoe zit het eigenlijk met de straffen in Nederland. Overal in de wereld is Criminaliteit, dus ook zijn er overal straffen. Men kent in de wereld een aantal straffen
Taakstraf
Geldboete
Celstraf
Marteling
Doodstraf
HALT voor jongeren van 12 t/m 18
In Nederland zijn een aantal van deze straffen verboden en ze komen hier dus niet voor. Dat zijn marteling en doodstraf. Ook heb je bijkomende straffen zoals innamen van je rijbewijs voor een paar uur. Ook kan de rechter je het kiesrecht of het beroep dat je uitoefent ontnemen.
Taakstraf:
De rechter kan alleen een taakstraf opleggen als je daar zelf om vraagt, of het aan de officier van justitie hebt voorgesteld. Dit kun je alleen voorstellen als de straf die je verwacht niet langer is dan zes maanden. Je hebt twee soorten taakstraffen.
werkstraffen
leerstraffen
Werkstraf bestaat uit onbetaald werk voor bijvoorbeeld gemeenten, ziekenhuizen of staatsbosbeheer. Een leerstraf kan het volgen van een cursus sociale vaardigheden zijn. In het vonnis van de rechter staat de taakstraf precies omschreven, hoe lang deze duurt en binnen welke tijd de straf uitgevoerd moet worden. Als iemand de opgelegde taakstraf niet of niet goed uitvoert, gaat hij of zij alsnog naar de gevangenis.
Je kan ze los van elkaar krijgen, maar ook kun je ze beide krijgen. De taakstraf verricht je in je vrije tijd. Zit je dus op school of op je werk dan heeft dat niets te maken met je taakstraf en kun je in het weekend of in je avond uren de taakstraf gaan doen die je opgelegd is. In het vonnis van de rechter staat precies welke taakstraf je hebt gekregen en hoeveel uur het gaat duren. Voer je de taak niet gewenst uit zoals er van je verwacht wordt zoals bijv het aantal uur dat je werkt niet overeenkomt met wat je opgelegd gekregen hebt. Kun je alsnog de gevangenis in.
Geldboete:
Als de rechter een geldboete heeft opgelegd ontvang je enkele weken na de uitspraak een acceptgiro. Deze moet betaald worden via een bank of giro –rekening. Op de acceptgiro staat een uiterste betaaldatum. Als je niet voor deze datum betaald hebt krijg je eerst nog een herinnering. Tegelijk met deze herinnering wordt de geldboete verhoogd. Wanneer je daarna nog steeds niet hebt betaald, kan de deurwaarde beslag leggen op je geld en je spullen. Uit de opbrengst zullen de verhoogde boete en de deurwaarderskosten betaald worden. In het ergste geval moet je de boete in een celstraf uitzitten. Als je van tevoren al weet dat je de boete niet in een keer kan betalen kun je aan de rechter of officier van justitie vragen of je het in termijnen mag afbetalen.
Wie mogen boetes geven?
Naast de politie mogen ook bijzondere opsporingsambtenaren boetes uitschrijven. Dit zijn bijvoorbeeld conducteurs, parkeercontroleurs, brandweercommandanten, inspecteurs van de dierenbescherming, sociaal rechercheurs, leerplichtambtenaren, gemeentelijke opsporingsambtenaren en milieuopsporingsambtenaren.
Celstraffen:
Wanneer je een celstraf krijgt, ook wel een vrijheidsstraf, dan krijg je een brief thuis waarin je kunt lezen of je de straf in een gevangenis of in een huis van bewaring moet uitzitten. Als je het niet eens bent met de plaats waar je de straf moet uitzitten kan je in hoger beroep gaan. De brief die je krijgt na de veroordeling bevat verder informatie over waar en wanneer je voor de straf moet melden. Meld je, je niet op de aangegeven dag dan word je door de politie opgehaald. Als gedetineerde heb je ook wel bepaalde rechten, zoals het recht op bezoek, recht om te telefoneren en het recht post te ontvangen. Wanneer je een vrijheidsstraf van minder dan 14 dagen hebt gekregen, dan kun je vragen of de straf op bepaalde dagen van de week uitgevoerd kan worden. Dit kan dan alleen als er een goede reden voor is, een van die redenen zou kunnen zijn dat je door de week moet werken, zo zou je dus in het weekend je straf uitkunnen zitten.
Halt:
Halt is een initiatief van het Ministerie van Justitie, gemeenten en politie met als doelstelling een bijdrage te leveren aan criminaliteitsbestrijding en preventie bij jongeren tot 18 jaar. Halt verricht haar werkzaamheden vanuit de visie dat nietstraffen, nietoptreden tegen ongewenst wetsovertreding gedrag duidelijk een beloning vormt voor dit gedrag en daarmee de basis kan vormen voor herhaling en verergering van dit gedrag.
Wanneer een jongere in de leeftijd van 12 tot 18 jaar door de politie wordt aangehouden voor bijvoorbeeld het plegen van vandalisme, een lichte vorm van vermogenscriminaliteit of een vuurwerkdelict, wordt hij direct doorverwezen naar Halt. Daar wordt de jongere de mogelijkheid geboden zijn fouten te herstellen door werkzaamheden te gaan verrichten en de eventueel aangerichte schade te herstellen of te vergoeden zonder tussenkomst van de officier van Justitie. HALT staat dus voor Het ALTernatief (voor een doorverwijzing naar de officier van Justitie).
De doodstraf:
Na een parlementair debat van bijna 7 dagen in 1870 de doodstraf in Nederland afgeschaft omdat ze hem wreed en onbeschaafd vonden. In de 10 jaar daarvoor was de doodstraf al niet meer uitgevoerd. Op 31 oktober 1860 is hij voor het laatst uitgevoerd op Johan Nathan, hij werd veroordeeld voor de moord op zijn schoonmoeder. Hij werd opgehangen.
In 1880 probeerde men nog een keer de doodstraf opnieuw in te voeren. Maar dit mislukte. De toenmalige minister Modderman had er dit over te zeggen: ‘’de soms nog enigszins barbaarse, soms nogal variabele publieke opinie mag geen criterium zijn om recht van onrecht te onderscheiden’’.
Toch werd direct na de 2e wereld oorlog de doodstraf tijdelijk ingevoerd. Er werden zo’n 190 vonnissen uitgesproken tegen oorlogsmisdadigers en collaborateurs. In een geheime regeringsnotitie stond echter nadrukkelijk dat het aantal beperkt moest blijven tot enkele tientallen. Uiteindelijk werden er 43 mensen geëxecuteerd. De laatste was op 21 maart 1953.
Landen waar nog wel de doodstraf wordt uitgevoerd zijn bijvoorbeeld:
Amerika
Japan
China
Iran
SaoediArabië
Wel zijn de landen waar de doodstraf nog is in de minderheid.
Marteling:
Martelen is anders dan ‘gewoon’ geweld of mishandeling. Het is zeer ernstige geestelijke of lichamelijke foltering waarbij het slachtoffer gedurende langere tijd is overgeleverd aan de wil van de folteraar. In ten minste 132 landen ter wereld wordt gemarteld.Volgens het VNverdrag is marteling 'iedere handeling waardoor opzettelijk hevige pijn of hevig leed, lichamelijk of geestelijk, wordt toegebracht met zulke oogmerken als het verkrijgen van inlichtingen, bestraffing, intimidatie of dwang, wanneer zulke pijn wordt toegebracht door of met instemming van een overheidsfunctionaris.' De meest gebruikte vormen van marteling zijn slaan, schoppen, verkrachting en bedreiging.
Waarom wordt gemarteld?
Marteling bestaat sinds mensenheugenis. Een bron uit de tijd van de Egyptische farao Ramses II (13e eeuw voor onze jaartelling) noemt al een geval van marteling. In sommige culturen en religieuze tradities was marteling aan de orde van de dag. In andere was marteling juist een zeldzaamheid, bijvoorbeeld bij de joden en de Hindoes. In Europa is sinds de Middeleeuwen in de meeste landen marteling gebruikelijk geweest. Sommige gebieden waarop daarop echter een uitzondering, zoals Scandinavië en Argon (Spanje). Marteling stuitte op veel verzet: van de kant van rechtskundigen, verlichte denkers, religieuze activisten, vaak ook de publieke opinie. Marteling verdween geleidelijk uit Europa vanaf de negentiende eeuw. Maar sinds de Tweede Wereldoorlog is in een aantal WestEuropese landen veel gemarteld, zoals in Griekenland, Spanje en Portugal tot in het midden van de jaren zeventig.
Wanneer krijg je welke straf:
Wanneer je welke straf krijgt is niet precies vast gelegd. Er wordt vaak ook rekening gehouden met de omstandig heden en wat je hebt gedaan. Als je een moord hebt gepleegd kun je de hoogste straf krijgen en dat is levenslang. Levenslang stelt hier in Nederland niet zoveel voor. Meestal is dat maar iets van 20 jaar. Dan heb je ook nog voorwaardelijk en onvoorwaardelijk. Een voorwaardelijke straf kun je krijgen als je je goed gedraagt en kun je eerder vrij komen. Als je dan binnen een bepaalde tijd de fout in gaat moet je alsnog je straf uitzitten.
TBS:
Ook kun je tbs krijgen. TBS is een vrijheidsbenemende maatregel, die door de strafrechter opgelegd kan worden.Het doel van de maatregel is ‘bescherming van de samenleving’. Wanneer kan TBS met dwangverpleging opgelegd worden? De strafrechter kan TBS met dwangverpleging opleggen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:De verdachte heeft een ernstig misdrijf begaan; bij de verdachte bestond ten tijde van het begaan van het misdrijf een “gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens” (kort gezegd een psychische stoornis), waardoor het misdrijf hem/haar geheel of gedeeltelijk niet toegerekend kan worden; In het spraakgebruik gehele of gedeeltelijk ontoereken(ingsvat)baarheid. er bestaat, vanwege de psychische stoornis, gevaar voor herhaling. Ook kun je een gevangenisstraf krijgen en TBS.
Straffen van vroeger:
Vroeger had je Nederland nog geen regels waaraan iedereen zich moest houden. Iedereen moest doen wat volgens hem normaal was. Als je vond dat iemand gestraft moest worden, dan moest je een klacht indienen. Tegenwoordig moet de politie bewijzen dat je iets verkeerd hebt gedaan, vroeger niet.Als je beschuldigd werd van iets dat niet mocht moest je zelf bewijzen dat je het niet gedaan had. Als je dat niet kon, was je automatisch schuldig.Ook namen mensen het recht in eigen hand. Dat betekent dat je gewoon terug mocht doen wat een ander bij jou had gedaan. In de latere Middeleeuwen kwam er een echte rechtspraak. Elke stad had toen zijn eigen wetten en een rechtbank waarin een schout (een soort politiecommissaris) bepaalde of iemand schuldig was. Er waren veel verschillende straffen, soms kreeg iemand een boete en soms kreeg iemand de doodstraf. Wat je kreeg was afhankelijk van wat je gedaan had, en het hing er ook vanaf hoe belangrijk je was. De rechtbank deelde veel boetes uit. Dat was heel handig omdat de stad dan geld kreeg en als ze iemand zijn vinger eraf hakten werd niemand daar wijzer van. Als iemand zijn boete niet kon betalen werd hij verbannen. Dat wil zeggen dat iemand een tijd niet meer in de stad mocht komen. Ook kon hij dan gevangen gezet worden. Hij moest dan wel zelf zijn eten betalen. Rijke gevangenen hadden dus beter eten en een mooiere cel dan arme gevangenen. Er waren ook nog andere straffen, voor kleine overtredingen werd iemand op een schavot (heet ook wel schandpaal) gezet . Om zijn nek kreeg hij een bord waarop stond wat hij gedaan had. De mensen mochten alles naar zo iemand toegooien (zoals tomaten en paardepoep). Voor vrouwen die bijvoorbeeld op straat ruzie hadden gemaakt gebruikten ze twee grote schandstenen waarmee ze een tijd door de stad moest rondlopen. De mensen mochten dan allemaal dingen naar hen gooien. Als de rechtbank dacht dat je schuldig was, maar je het niet wilde toegeven, dan werd je overgebracht naar de pijnkelder. Daar probeerde de beul om je te laten bekennen.Hij kon zijn slachtoffer met een zweep slaan, of de duimschroeven aandraaien, of je aan een paal te binden en je lichaam dan uit elkaar te trekken. Het gebeurde wel eens dat een man 10 cm werd uitgerekt. De beul stopte pas als je toegaf dat je het gedaan had of als de rechtbank het genoeg vond. Het gebeurde wel eens dat iemand zei dat hij een boef was terwijl het niet zo was, dan stopte de beul tenminste met pijn doen. Voor mensen die vaker overtredingen hadden gepleegd waren er zwaardere straffen zoals het afhakken van vingers en handen en het brandmerken van je voorhoofd. Op die manier was hij gemakkelijk te herkennen, ook in een andere stad konden ze dan zien dat hij een boef was.In sommige landen wordt nog steeds je vinger afgehakt als je iets steelt … Als iemand meerder keren gestolen had, of iemand vermoord had of vals geld gemaakt had, dan kregen ze vaak de doodstraf. Het ophangen aan de galg was alleen voor gewone mannen. Belangrijkere mensen werden onthoofd. De beul gebruikte dan een zwaard of een bijl.De ergste doodstraf was radbraken. Dan werd iemand of een houten radbraakkruis vastgebonden. Daarna sloeg de beul met een grote hamer op alle botten totdat je dood was. Dat duurde natuurlijk langer als ophangen of onthoofden dus deze straf was erger. De doodstraffen gebeurden altijd in het openbaar, bijvoorbeeld op de markt zodat veel mensen de straf konden zien. Dat was dan direct een waarschuwing voor iedereen. Daarna werd het dode lichaam naar een algenveld gebracht. Dit was een veld buiten de stad waar allemaal galgen stonden. De dode werd opnieuw opgehangen totdat het lichaam vergaan was. Later kwamen ze erachter dat lijfstraffen toch niet altijd handig waren, als je iemand zijn hand afhakte kon hij bijna niet meer werken en moest hij weer gaan stelen om aan eten te komen.Daarom kwamen er in het jaar 1600 tuchthuizen. Dat waren een soort gevangenissen waar de boeven moesten werken. In sommige tuchthuizen moesten gevangenen hout raspen. Dit werd gebruikt om verf van te maken. Deze tuchthuizen noemden ze rasphuizen. Voor vrouwen had je speciale spinhuizen, dan waren tuchthuizen waarin ze wol moesten spinnen.Vanaf het jaar 1800 werden de gevangenen beter behandeld. De tuchthuizen werden afgeschaft en de gevangenissen werden beter. Er kwam verwarming en licht, beter eten en de boeven kregen voor het werk dat ze in de gevangenis deden een beetje geld. Dat is eigenlijk nog steeds zo.
Voorbeeld van een opgelegde straf:
Rowena Rikkers werd in 2001 vermoord en in stukken gesneden. Haar lichaamsdelen werden verspreid over het land gevonden, onder anderen bij Strand Nulde. Voor de rechtbank Arnhem werd Wanda Rikkers veroordeeld tot acht jaar. Het OM had toen om vijftien jaar cel en tbs met dwangverpleging gevraagd. Haar vriend Mike J. kreeg twaalf jaar en TBS opgelegd, na een eis van vijftien jaar. Het door hem in eerste instantie ingestelde hoger beroep werd later weer ingetrokken. Wanda Rikkers, de moeder van het vermoorde meisje Rowena. Is door het gerechtshof in Arnhem vrijdag in hoger beroep tot zes jaar cel veroordeeld.De vrouw, bijgestaan door mr. D. Moszkowicz, werd eerder dit jaar door de rechtbank Arnhem veroordeeld tot acht jaar. Het Openbaar Ministerie had in hoger beroep tien jaar cel en tbs met dwangverpleging geëist. Volgens het gerechtshof is de 27jarige vrouw medeplichtig aan doodslag. Door Moszkowicz werd onder andere aangevoerd dat niet vaststaat dat de mishandelingen tot de dood van Rowena hebben geleid. Het Hof beaamde dit, maar verwachte de door de raadsman geopperde mogelijkheid van een virale of bacteriële aandoening, waaraan Rowena overleden zou kunnen zijn, verwaarloosbaar klein. Het Hof oordeelde dat verdachte als moeder van Rowena een bijzondere zorgplicht had en dat zij, hoewel zij alleen getuige was van het slaan en stompen door Mike J., niet goed heeft ingegrepen. Door haar erg passieve houding steunde zij de dader in zijn gedrag terwijl zij zijdelings door Rowena binnen het bereik van Mike J. te houden hem de mogelijkheid gaf door te gaan met zijn gewelddadige handelen. Door deze houding van verdachte is er sprake geweest van medeplichtig zijn. Uit onderzoek door het Pieter Baan Centrum bleek dat de kans op herhaling groot was. Het hof oordeelde echter dat voor de oplegging van een TBSmaatregel onvoldoende is dat verdachte zich wellicht in de toekomst schuldig zal maken aan (lichte) vormen van mishandeling als gevolg van pedagogische onmacht. Zij oordeelde dat voor de bewezen verklaarde feiten in zeer sterke mate de bijzondere relatie van verdachte met Mike J. bepalend geweest is. Die relatie kenmerkte zich door een sterke overheersing van J. die zelf aan een ernstige stoornis leed.

Hoe voorkomt en bestrijdt de overheid criminaliteit?
Preventie
Om criminaliteit zowel te bestrijden als te voorkomen, voert de overheid het tweesporenbeleid. Ze proberen criminaliteit te voorkomen via preventieve maatregelen en bestrijden criminaliteit met repressieve maatregelen. Repressieve maatregelen zijn straffen, waarover meer informatie is te vinden in het hoofdstuk over straffen.

Criminaliteitspreventie is gericht op het beperken van omvang en ernst van criminaliteit met andere dan strafrechtelijke middelen. Dat wil zeggen dat de overheid op een andere manier dan straffen mensen ervan probeert te weerhouden van een misdaad plegen. Eigenlijk is het de bedoeling dat de repressieve maatregelen al een preventief effect hebben, omdat als iemand een strafbaar feit pleegt, wordt die persoon opgespoort en vervolgt, wat leidt tot een straf. Door die straffen zijn er twee preventieve werkingen: de speciale preventieve werking, wanneer de dader al eens veroordeeld is en bedenkt dat het niet slim is om het nog een keer te doen en de generale preventieve werking, wat betekent dat mensen geen strafbaar feit plegen door het vooruitzicht van een straf. Maar het repressiebeleid blijkt niet genoeg te zijn. Uit de vele misdaden die gepleegt worden, de weinige zaken die opgelost worden en de hoge belastingkosten van het strafrechtsysteem blijkt dat het niet goed genoeg werkt. Daarom heeft de overheid het tweesporenbeleid ingevoerd.

In het preventiebeleid worden over het algemeen drie soorten maatregelen genomen: maatregelen gericht op situaties, maatregelen gericht op daders en maatregelen gericht op slachtoffers. Maatregelen gericht op situaties zijn vooral gericht op de preventie van vermogensmisdrijven, maar slaat vaak twee vliegen in een klap, omdat bepaalde maatregelen ook geweldsmisdrijven kunnen voorkomen, zoals d.m.v. camera’s. Voorbeelden van zulke maatregelen zijn: detectiepoortjes in winkels die afgaan als er iets gestolen wordt, goed hang en sluitwerk of makkelijker gezegd, sloten en tourniquets in het openbaar vervoer tegen zwartrijders. Preventieve maatregelen tegen potentiele daders zijn maatregelen zoals ondersteuning bij de opvoeding en activiteiten tegen spijbelen. Zo kunnen kinderen geen slechte dingen op straat leren en krijgen ze goede dingen mee vanuit huis en school, waar ze later een goed leven mee kunnen opbouwen. Hoe groter de kans is dat ze een goed leven kunnen opbouwen, de kleiner de kans is dat ze het slechte pad opgaan. Tot slot de preventieve maatregelen gericht op slachtoffers. Door het vergroten van de weerbaarheid van potentiële slachtoffers is criminaliteit ook te voorkomen. Als potentiele slachtoffers weten wat wel en niet goed is en wat de beste manier is om zich af te weren in een gevaarlijke situatie, zullen ze niet zo snel slachtoffer worden dan als ze het niet weten. Voorbeeld: als een slachtoffer van een huisinbraak zich na een tijdje realiseert dat de kans dat het weer gebeurt redelijk groot is, zal dat persoon meer voorzorgsmaatregelen nemen, om te zorgen dat het niet weer gebeurt.

Een preventieve maatregel die op het moment erg actueel is is de identificatieplicht. De identificatieplicht is vanaf 1 januari 2005 ingevoerd. Het is ingevoerd om de rechtshandhaving in Nederland te versterken, het toezicht te verbeteren en de overlast te verminderen. De identificatieplicht houdt in dat alle mensen van 14 jaar en ouder zich ten alle tijden moeten kunnen identificeren. Als iemand zich niet kan legitimeren, wordt die persoon meteen afgevoerd naar het politiebureau. Het is de bedoeling dat (vooral de jongeren) zich minder zeker voelen als ze een misdaad plegen, omdat ze nu niet meer het gevoel hebben dat ze anoniem kunnen blijven. Het is nu nog erg actueel omdat het nog in de beginfase is en of het echt aanslaat, moet nog blijken.
Het Openbaar Ministerie en de procedure
Het Openbaar Ministerie is eigenlijk geen ministerie, maar vormt samen met de rechters de rechterlijke macht van Nederland. Het OM bepaald of een verdachte van een strafbaar feit vervolgd wordt. Als het OM besluit om te vervolgen, klaagt het als het ware de verdachte aan. Het houdt zich alleen bezig met strafzaken, zaken zoals de verdeling van stukken grond doet het niet.

De taak van het OM is wettelijk vastgelegd. De precieze woorden waarmee dat is gedaan zijn: 'Het Openbaar Ministerie is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en met andere bij wet vastgestelde taken.' De hoofdtaak van het OM is verdeeld in 3 kleinere taken. Ten eerste: de opsporing van strafbare feiten, ten tweede: de vervolging van strafbare feiten en ten derde: toezicht op de uitvoering van strafvonnissen

De opsporing van strafbare feiten doet het OM via de politie. Vertegenwoordigers van het OM, de Officieren van Justitie, hebben leiding over de onderzoeken. De officieren zorgen ervoor dat het onderzoek goed verloopt en helemaal volgens de wet gaat. Meer over de politie is te vinden onder het tussenkopje ‘politie’.

De officieren van justitie beslissen wat ze met een verdachte doen, als ze al het verzamelde bewijs binnen hebben gekregen. Ze kunnen uit 3 dingen kiezen. De eerste keuze is de zaak seponeren, de tweede keuze is schikken (transactie) en de laatste keuze is vervolgen.

Als de officier beslist dat hij/zij de zaak seponeerd, noemen we dat een sepot. Er zijn verschillende redenen voor de officier om een zaak te seponeren. Hij/zij kan vinden dat er niet genoeg bewijs is verzamelt door de politie. Dat heet een ‘technisch sepot’. Er is ook het ‘beleidssepot’. Dan kiest de officier er bewust voor om niet te vervolgen of schikken. Redenen daarvoor kunnen zijn dat de officier vind dat het vergrijp (het strafbare feit) te klein is om er een zaak van te maken, of de verdachte heeft de schade al vergoed.

De officier kan ook kiezen voor schikken. Officieel heet dit een ‘transactie’, maar schikken is het woord wat over het algemeen ervoor gebruikt wordt. Dit doet de officier alleen bij kleine vergrijpen, zoals winkeldiefstal en dergelijke. Als de officier besluit om te schikken, hoeft de verdachte niet voor de rechter te komen, maar hij/zij moet wel iets doen. Hij/zij moet dan een bepaald bedrag aan het OM betalen. Dat geld gaat rechtstreeks naar de staatskas.

Er wordt steeds vaker gekozen voor schikken. Er is tegenwoordig iets wat het ‘likopstukbeleid’ heet. Dat houdt in dat als een verdachte van een klein vergrijp op het politiebureau terecht komt, er meteen voor een transactie gekozen kan worden. Dan krijgt de verdachte meteen een acceptgiro mee naar huis.

Er zitten veel voordelen aan schikken: de verdachte is er snel vanaf, de strafzaken worden snel afgehandeld en de rechtbanken hebben minder strafzaken te verwerken, waardoor ze zich meer kunnen richten op de strafzaken.

Mensen die hun transactie niet betalen, worden alsnog vervolgd.
De officier kan ook nog kiezen voor de vervolging. Dan versturen ze een dagvaarding naar de verdachte. In een dagvaarding staat waarvan hij/zij wordt verdacht en wanneer hij/zij naar de rechter moet gaan. Dan wordt er een rechtszaak van gemaakt.
De Rechtszaak en de rechtbanken
Een rechtszaak verloopt in acht stappen. De eerste is de opening. De rechter noemt de persoonlijke gegevens van de verdachte op en zegt tegen de verdachte dat hij moet opletten en niet verplicht is te antwoorden op de vragen. De tweede stap is het voorlezen van de aanklacht oftewel de tenlastelegging. Dit doet de officier van justitie. In de tenlastelegging staat waarvan de verdachte wordt beschuldigd en waar en wanneer hij/zij dit dan heeft gedaan. De derde stap is het onderzoek van de rechter. De rechter gebruikt daarvoor het procesverbaal en hij/zij roept getuigen op. Via getuigen kunnen dingen verduidelijkt worden en kan het verhaal van de verdachte bevestigen. Getuigen staan onder ede, dus ze mogen niet liegen. Dan plegen ze meineed en dat is ook een strafbaar feit. De vierde stap is het verhoren van de verdachte. De verdachte staat niet onder ede, dus hij/zij mag ongestraft liegen. De verdachte mag ook getuigen oproepen die in zijn/haar voordeel een verklaring mogen afleggen. Deze getuigen staan wel weer onder ede. De vijfde stap is het requisitoir. Dit is een betoog van de officier van justitie, waarin hij/zij de schuld van de verdachte probeert aan te tonen en vertelt wat voor straf hij/zij vindt dat de verdachte moet krijgen. De zesde stap is het pleidooi. Nu mag de advocaat van de verdachte aan het woord. Hij/zij houdt zijn/haar eigen betoog om de rechter van de onschuld van de verdachte te overtuigen. Hij/zij probeert zo vrijspraak of een vermindering van de straf te krijgen. De zevende stap is het laatste woord. Die heeft de verdachte altijd. Hierin kan de verdachte nog zeggen wat hij/zij wil, om zo nog de uitspraak proberen te beïnvloeden. De laatste stap, de achtste, doet de rechter zijn uitspraak. Dat heet het vonnis of het arrest.

Er zijn drie verschillende soorten rechtbanken in Nederland. Dat zijn de arrondissementsrechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad. Er zijn negentien rechtbanken in Nederland. Het werkgebied van zo een rechtbank noemen we een arrondissement. Zo een rechtbank heet dus ook een arrondissementsrechtbank. De arrondissementsrechtbanken zijn de laagste soort rechtbanken. Deze rechtbanken doen alle soorten strafrecht. In een arrondissementsrechtbank werken verschillende rechters: de kinderrechter, de politierechter, de kantonrechter en de meervoudige kamer. De kinderrechter doet de zaken van jongeren tussen de twaalf en achttien jaar. De politierechter doet alleen lichte misdrijven. De kantonrechter spreekt recht in kantons. Deze rechter behandelt vooral overtredingen. Dan is er nog de meervoudige kamer. Dit zijn drie rechters die zware misdrijven behandelen, zoals moord. De uitspraak van een arrondissementsrechtbank heet het vonnis.

Mensen die het in de arrondissementsrechtbank niet eens waren met het vonnis, kunnen in hoger beroep gaan. Dan gaan ze naar het gerechtshof. Er zijn vijf gerechtshoven in Nederland. In Den Haag, Den Bosch, Amsterdam, Leeuwarden en Arnhem. In het gerechtshof zijn twee soorten rechters. Weer een meervoudige kamer, van drie rechters en een enkelvoudige kamer, van 1 rechter. De uitspraak van het gerechtshof heet niet het vonnis, maar het arrest.

Als mensen het niet eens zijn met het arrest van het gerechtshof kunnen ze nog een keer in hoger beroep gaan. Dan komen ze terecht bij de Hoge Raad. Dit heet cassatie. De Hoge Raad is de hoogste rechtbank van Nederland. Er is er ook maar 1 van, in Den Haag. De Hoge Raad is er niet om nog een keer de zaak helemaal te onderzoeken, maar om te kijken of alle rechters wel ongeveer dezelfde uitspraken doen en volgens alle regels de uitspraak hebben gedaan. Als ze dat wel hebben gedaan, blijft het vonnis gewoon staan. Als ze dat niet hebben gedaan, wordt de zaak naar een ander gerechtshof verwezen. De uitspraak van de Hoge Raad heet ook het arrest.
Politie
Via de politie zorgt de overheid voor de veiligheid van de burgers en de bestrijding van de criminaliteit. Het werk van de politie valt onder de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie.

De politie heeft een aantal kerntaken: opsporing van strafbare feiten en gedragingen, handhaving van de openbare orde, noodhulpverlening, toezicht in het publieke domein en signalering en advisering inzake veiligheid en het veiligheidsbeleid. Daarnaast is het politiewerk opgedeeld in twee taken: basispolitiezorg en specialistische taken. Dit is ingevoerd omdat het politiewerk zo veel is, dat niet 1 agent alles kan weten. Daarom zijn de specialistische taken weggelegd voor specialisten.

De Nederlandse Politie bestaat uit 25 korpsen en het KLPD (Korps Landelijke PolitieDiensten). De 25 korpsen doen hun taken in hun eigen regio en het KLPD organiseert de landelijke politietaken.

De verantwoordelijkheid voor de hele landelijke politie ligt bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Omdat er zoveel korpsen zijn is het moeilijk om ze allemaal te beheren, dus krijgen de korpsen ieder een aparte beheerder toegewezen. Meestal is dat de burgemeester van de grootste stad of dorp in die politieregio. Die burgemeester is verantwoordelijk voor dat politiekorps en overlegt daarover vaak met de officier van justitie. Er is ook nog de korpschef. Dat is meestal de hoofdcommisaris en die heeft de dagelijkse leiding over het korps.De hoofdlijnen van het beleid van de politiekorpsen worden bepaald door het regionaal college. Het regionaal college bestaat uit alle burgemeesters uit de regio en de officier van justitie. Dan is er uiteindelijk nog een driehoeksoverleg. Dat bestaat uit de korpschef, de korpsbeheerder en de officier van justitie van de regio. Ze bespreken het beleid, de ontwikkelingen en de resultaten. Het lijkt allemaal een beetje teveel van het goede, maar echt elk persoon die er net genoemd is is nodig om de landelijke politie goed te laten draaien.

Wie de beslissingen mag nemen over de politie, hangt af van de politietaak. De beslissingen voor de taken handhaven van de openbare orde en hulpverlening worden gemaakt door de burgemeesters. De burgemeesters mogen dat voor hun eigen gemeente beslissen. De beslissingen voor de taak opsporen van strafbare feiten worden door de officier van justitie gemaakt en via de officier van justitie dus door het Openbaar Ministerie.

De politie kan niet altijd alles zelf af. Vaak hebben ze een beetje hulp of in ieder geval medewerking nodig van bepaalde mensen of zaken. Om bijvoorbeeld de overlast op uitgaansavonden zoveel mogelijk te kunnen beperken werkt de politie samen met gemeenten, horecabedrijven en transportbedrijven. Om inbraken te kunnen voorkomen, werkt de politie samen met onder andere gemeenten, woningcorporaties en verzekeraars. Deze samenwerking tussen de politie (overheidsinstellingen) en de particuliere bedrijven wordt publiekprivate samenwerking genoemd. Nog meer samenwerking van de politie is met het buitenland. Criminelen willen nog wel eens buiten Nederland gaan, wat ook makkelijk is door de open grenzen. Om dat tegen te houden, of de criminelen in het buitenland alsnog te kunnen vinden, werkt de Nederlandse politie samen met overkoepelende organisaties zoals Interpol en Europol. Deze organisaties proberen misdaad door heel Europa te bestrijden.

De Nederlandse burgers moet erop kunnen vertrouwen dat de politie alleen in hun belang handelt. Om in hun belang te kunnen handelen, heeft de politie bevoegdheden die normale burgers niet hebben, zoals: fouilleren, in beslag nemen, insluiten en geweld. Hierdoor krijgt een agent veel verantwoordelijkheid en kunnen we het niet hebben dat een agent slechte bedoelingen heeft. Hij moet integer zijn. Dit houdt in dat een agent geen geschenken mag aannemen, omdat hij zo om te kopen is. Een agent mag ook geen bijbaantjes hebben die in conflict zijn met het politiewerk. Elk korps heeft een BIO ( Bureaus Interne Onderzoeken) die onderzoekt of de agenten wel of niet integer zijn. Zo kunnen de burgers erop vertrouwen dat alles wat de politie doet in hun belang is.
Wie zijn de slachtoffers en wat word eraan gedaan?
Misdrijven vormen een inbreuk op de normen en waarden van medeburgers, bedrijven en instellingen.
Een slachtoffer van een misdaad lijdt vrijwel altijd schade. Dat kan duidelijk aanwijsbare schade zijn, wat wij materiële schade noemen. Bij materiële schade gaat het meestal om de waarde van vernielde of gestolen spullen, de kosten van geneeskundige/professionele hulp en het verlies van geld.
Bij immateriële schade is er sprake van geestelijke en lichamelijke aandoeningen. Vaak hebben de slachtoffers hier nog lange tijd last van na het misdrijf.
Verschillende slachtoffers
Als eerst heb je de burger als slachtoffer. Zij worden vaak op straat beroofd, bedreigd of in elkaar geslagen. Het overkomt sommige mensen ook nog eens dat ze worden bestolen binnenshuis, als ze liggen te slapen of als ze op vakantie zijn. Het is dus ook zo dat één op de zes Nederlanders in het jaar slachtoffer wordt van criminaliteit. Vanuit een onderzoek is gebleken dat er iedere 47 seconden een fiets wordt gestolen en dat er eens in de 2 minuten iets uit de auto wordt mee genomen. Uitgerekend worden er 1839 fietsen per dag gestolen en 720 beroofd van inliggende spullen.
Ten tweede heb je de bedrijven als slachtoffer. Die hebben te maken met vernieling, inbraak, diefstal of bedreiging door personen van buiten het bedrijf. Enkele ervan hebben ook wel te maken met interne criminaliteit, van medewerkers binnen het bedrijf. Denk daarbij vooral aan stelen en fraude. Fraude komt bijvoorbeeld veel voor door het verduisteren van geld en andere financiele middelen. Naast de burger en het bedrijf als slachtoffer van criminaliteit zijn, zijn er ook nog zogenaamde slachtloze misdrijven waarvan het slachtoffer moeilijk te bepalen is. Hierbij gaat het meestal om gebruik van verdovende middelen, verboden wapenbezit, illegale seks – en gokbusiness, milieudelicten, omkoping en knoeien met producten die voor consumenten zijn.
Slachtofferhulp
Mocht je ooit het slachtoffer worden van criminaliteit, dan bestaat er in Nederland gelukkig Slachtofferhulp. Dit is een vrijwilligersorganisatie die opkomt voor de belangen en rechten van slachtoffers van bijvoorbeeld seksmisdrijven en verkeersongelukken. In Nederland zijn er nu ongeveer ruim 75 bureau’s waaronder 1500 vrijwilligers die er werken. Slachtofferhulp is een vervolg op het werk van de politie en justitie. In principe kan een Bureau Slachtofferhulp binnen 48 uur reageren op een verzoek om hulp. Wachttijden zijn er niet. De vrijwilligers benaderen slachtoffers persoonlijk. Ze nodigen ze dan uit voor een gesprek op het Bureau of gaan bij de mensen thuis op bezoek. De vrijwilligers nemen de tijd om met de slachtoffers te praten, vaak gebeurd dit in een vertrouwde omgeving. Hulp van Slachtofferhulp is gratis en je kunt er terecht voor nodige informatie over aansprakelijkheid, verzekeringen, en schadevergoederingen, maar natuurlijk ook voor advies over praktische zaken zoals het invullen van een formulier. Naast deze zaken kunnen zij je ook helpen gemakkelijker contact te leggen met lotgenoten, ze zijn altijd bereid om naar je verhaal te luisteren en je erbij te helpen een goede advocaat of psychiater te zoeken als dat van belang is.
Er vonden sinds het ontstaan van Slachtofferhulp in de jaren 70 tot nu, grote ontwikkelingen plaats. Allereerst werd in 1989 de hulpverlening uitgebreid met de slachtoffers van een verkeersongeluk. De volgende groei vond plaats met de komst van de wet Terwee, een nieuwe schadevergoedingsmaatregel, in 1995. Deze nieuwe wet versterkte de positie van het slachtoffer. De laatste belangrijke ontwikkeling is de éénwording van Slachtofferhulp Nederland in 2002. De vele onafhankelijke, lokale bureaus werden één landelijke organisatie.
Schadevergoeding en smartengeld
Vroeger had je als slachtoffer niet zo veel te willen of te eisen na een misdrijf. Tegenwoordig krijgt het slachtoffer meer aandacht van het Nederlandse strafrecht. Het is nog niet zo als in Amerika, dat je bij het kleinste gebeuren gelijk een rechtzaak kunt aanspannen. Maar in Nederland gebeurt het ook steeds vaker dat de rechter de tegenpartij veroordeelt tot het betalen van schadevergoeding of smartengeld. Een vergoeding van materiële schade heet schadevergoeding. Vergoeding van emotionele schade wordt meestal smartengeld genoemd.
Schade bij de slachtoffers
Van alle slachtoffers houdt ongeveer één op de zes aan straatroof enig letsel over; bij de beroving gemiddeld iets vaker dan bij tasjesroof. Over het algemeen is het letsel niet ernstig.
Van de slachtoffers moet ongeveer 40% een arts raadplegen. In bijna tweederde van de gevallen waarin van letsel voorkomt, betreft het lichte verwondingen, zoals schrammen, blauwe plekken, lichte kneuzingen, hoofdpijn of duizeligheid. In ruim een kwart van de gevallen waarin letsel ontstaat, is sprake van ernstig letsel (45%) waarvoor poliklinische of doktersbehandeling noodzakelijk was.
In 1998 zijn in Amsterdam twee slachtoffers van beroving overleden. Inwoners van Amsterdam lopen over het geheel genomen twee keer zo veel kans (20%) op letsel als (meestal jonge) toeristen (10%); mannelijke inwoners lopen iets meer risico (22%) dan vrouwelijke inwoners (18%). Voor oudere vrouwen is de kans op letsel echter het grootst (24%) door ongelukkig vallen na beroving. Want zij worden vaak gezien als de zwakste groep van de samenleving. De schade die de slachtoffers oplopen kunnen we verdelen in de volgende categorieën:
Materiele schade voor slachtoffers
De grootte van de buit is gedeeltelijk afhankelijk van de wijze van opereren. In de gevallen van een succesvol delict is de opbrengst in contant geld voor de dader in gemiddeld ruim 500 euro; bij tasjestrekken iets minder en bij beroving wat meer. Overigens brengt bijna de helft van de berovingen de daders nog geen honderd euro aan contant geld op. Veel van de gevallen van tasjesroof bij oudere vrouwen vallen in deze categorie.
Naast contant geld worden er ook vaak creditcards, cheques, paspoorten en rijbewijzen gestolen. In sommige gevallen is het zelfs in eerste instantie om de goederen te doen. Het betrof dan vaak sieraden of audio en video foto en filmapparatuur. Bij de jeugd komt het afpakken van dure merkartikelen veel voor. Zoals merkkleding, schoenen, zonnebrillen en apparatuur wat op dat moment erg in is.
Immateriële schade voor slachtoffers
Ongeveer een derde van de slachtoffers heeft na een beroving last van immateriële schade zoals nachtmerries, huilbuien, hoofdpijn, durft niet meer 's avonds (alleen) over straat of niet meer met het openbaar vervoer. Sommige slachtoffers verhuizen omdat het gebeuren in hun woonomgeving plaatsvond en ze zich daar niet meer veilig voelen. Het mogelijk gebruikte geweld maakt de verwerking van het delict alleen maar moeilijker.
Van het feit dat daders van criminaliteit op straat bijna altijd mannen zijn, gaat voor vrouwen een extra bedreiging uit. Niet alleen het gevoel van kwetsbaarheid door het fysiek sterker zijn van mannelijke daders, er is ook altijd nog op de achtergrond zijnde gedachte van mogelijk seksueel geweld maakt de angst voor beroving sterker.
Rechten van de slachtoffer
Als slachtoffer heb je het recht op een vriendelijke en eerlijke behandeling, ongeacht het misdrijf. Je nationaliteit, sociale afkomst, politieke overtuiging, geloof of seksuele geaardheid mogen geen rol spelen. Je hebt als slachtoffer zijnde ook recht op alle informatie over het verloop van de hele zaak, de bijstand van een advocaat, de middelen om schadevergoeding of financiële hulp te krijgen en over de Bureau voor slachtofferhulp. Binnen een redelijke tijd heb je het recht zo volledig mogelijk geïnformeerd te worden over de inhoud en het verloop van het dossier van je zaak. Als slachtoffer heb je het recht om gehoord te worden. Dit betekent dat je alles moet kunnen vertellen zonder beoordeeld te worden. Als slachtoffer heb je het recht op begeleiding en advies, zodra politie, justitie of hulpverlening aan te pas komen. Dit houdt onder andere in dat je het recht hebt te worden bijgestaan door een advocaat, ook als je niet over een beschikt. Als slachtoffer heb je recht op herstel van de opgelopen schade binnen een redelijke tijd. Je moet wel de schade wel kunnen aantonen. Als slachtoffer heb je recht op psychosociale hulp. Deze hulp wordt onder andere verleend door Bureau slachtofferhulp. Zij adviseren en begeleiden je op psychosociaal vlak, natuurlijk door de professionele die daar werken en niet de vrijwilligers. Politie en gerecht moeten je als slachtoffer beschermen tegen bedreigingen of wraakacties, van bijvoorbeeld de dader. Je hebt ook recht op bescherming tegen elke aantasting van je privéleven.

Hoe zorgen we ervoor dat er minder criminaliteit is en zodanig ook minder slachtoffers?
In Nederland proberen ze steeds hun kennis over criminaliteit te vergroten en zo dus het probleem eerder aan te kunnen pakken. Ook zijn ze bezig met een goede samenwerking tussen de politie, overheid en bedrijven. Want je staat tenslotte samen sterk. Ze werken als een groep aan de volgende aspecten:
Extra aandacht schenken aan de overtreders jonger dan 12 jaar
Kinderen jonger dan 12 jaar zijn nog immers jong. Als deze kinderen op tijd aangepakt worden en ze ook helpen, zijn we er op tijd bij. Een kind van 10 heeft tenslotte nog heel wat jaren te gaan. Door wat hulp komt het kind weer op het rechte pad.
Aanpakken van de 'harde kern' van groepen criminele jongeren in de steden
Als de ‘harde kern’ aangepakt worden van een groep criminelen, heb je meestal de leider te pakken. Zonder de leider kan de groep vrij weinig. Want hij bedenkt meestal de plannen, hij geeft de rest van de groep hun taken, hij zorgt voor de benodigde middelen. Als je deze persoon, of personen, te pakken hebt, zal de criminaliteit van de desbetreffende groep in ieder geval een heel stuk afnemen.
Leerplichtwet verbeteren
Criminaliteit vindt dus ook plaats bij jonge kinderen zoals hierboven staat vermeldt. Door deze kinderen goed op te voeden en ze goed onderwijs te geven, kan er heel wat criminaliteit voorkomen worden. Als ze een kind leren wat goed en fout is, zal een kind inzien dat, als hij aan criminaliteit meedoet, het fout is. Een kind dat niet naar school gaat, en dit soort dingen niet leert, zal dit niet zo goed weten, en heeft dus een grotere kans dat hij of zij mee gaat doen aan criminele dingen. Hiernaast hebben ze in het onderwijs ook meer sociale contacten. Die remmend kunnen zijn op hun verkeerde gedrag en zo ervoor zorgen dat ze op het rechte pad blijven. Bij goed onderwijs zullen de kinderen van jongs af aan al het idee hebben van dat als ze ervoor werken, dat ze in de toekomst heel ver komen. Het idee alleen al zal het kind stimuleren om op verkeerde vrienden en slecht gedrag af te dwingen.
Tegengaan van geweld op televisie en media
Als men minder of geen geweld ziet, zal dit ze niet aanleiden tot geweld.
Verhogen van de 'jeugddeskundigheid' bij de politiekorpsen.
De inrichting van binnen en buitenruimten moet veiliger worden.
Goed zicht (verlichting, geen "verborgen" plaatsen) is daarbij belangrijk. Zo zijn er minder ruimtes voor bijvoorbeeld illegaal drugsverkoop.
Het streng optreden tegen o.a. verslaafden, die buurten verzieken en onveilig maken.
Hulp zou hier kunnen bestaan uit behandeling, scholing en het bieden van mogelijkheden om (weer) aan het werk te kunnen in de maatschappij.
Wat kan er nog meer gedaan worden?
Er vallen jaarlijks nog steeds te veel slachtoffers, Nederland werkt hier al aan alleen is het niet genoeg. De volgende maatregelen kunnen ook nog genomen worden.
Ouders aanpakken
Kinderen zien hun ouders vaak als rolmodel, ze kijken tegen ze op en doen dingen na. Maar dat beseffen niet alle volwassenen. Zij tonen vaak binnenshuis, in het openbaar of waar dan ook acosiaal gedrag. En vaak komt het voor dat er kinderen aanwezig zijn die dat zien en meemaken. De jongeren nemen dat dus over. Asociaal gedrag kan leiden tot agressie en agressie kan weer leiden tot criminaliteit en door criminaliteit vallen er slachtoffers. Ouders zouden moeten gaan beseffen wat de gevolgen kunnen zijn van hun asociaal gedrag en daar dus beter mee om leren gaan of gewoon er beter op gaan letten.
Racismebestrijding
Discriminerende teksten en illustraties kunnen leiden tot criminaliteit. Sommige etnische groepen kunnen zich erdoor bedreigd voelen. Ze zouden er dus boetes voor uit kunnen gaan geven.
Uitbannen alcoholreclame
Het uitbannen van de alcoholreclame is genoodzaakt omdat minder alcohol tot minder criminaliteit leidt.Ook een krachtdadige campagne tegen drank en drugsmisbruik zal de criminaliteit een stuk verminderen. Het is bewezen dat veel vandalisme aangericht worden door dronken mensen. Het is dus niet goed om er reclame voor te gaan maken.
Vroeg genoeg beginnen
Hier bedoel ik mee dat de overheid in samenwerking met scholen projecten kan opzetten voor kinderen, zodat ze vanaf jonge leeftijd leren sociaal te zijn en ze vertellen wat wel en niet mag. Dat zullen ze in de loop der tijd in hun achterhoofd houden als er ooit iets mocht gebeuren in de richting van criminaliteit.
De criminelen en slachtoffers van later
In het gezin wordt de basis gelegd voor een hele hoop dingen. Dit is voor het latere gedrag erg belangrijk. Sociaal zijn wordt je geleerd, goed functioneren met anderen enz. In deze periode krijg je bepaalde waarden en normen mee.
In het algemeen is het zo, dat als je opgroeiproces goed verloopt, je later makkelijker sociale contacten maakt, en minder kans hebt om met justitie in aanraking te komen. Het gebrek aan sociale controle binnen het gezin wordt steeds vaker genoemd als oorzaak voor asociaal en crimineel gedrag. Jongeren gaan namelijk sneller hun eigen weg dan vroeger, en kiezen eerder hun eigen levensstijl. Hierdoor krijg je asociaal gedrag en dus ook criminaliteit.
De buurt, school en leeftijdsgenoten zijn ook een oorzaak van criminaliteit. In de buurt is de sociale controle, net als binnen het gezin, veel minder geworden: de mensen letten minder op elkaar. Dit komt doordat de buurten zijn verslechterd. Buurten worden steeds groter en onoverzichtelijker.daardoor is er meer gelegenheid voor criminaliteit. In de woonwijken van tegenwoordig met flatjes wonen en zijn zo veel mensen, niemand let meer goed op elkaar.Door die afgenomen sociale controle is er meer gelegenheid tot asociaal en crimineel gedrag.
Kinderen gaan met mensen om, zoals iedereen dat doet. Maar helaas worden kinderen snel beïnvloed. Dit gebeurt vooral door school en leeftijdsgenootjes. Zij sturen elkaar dan aan om dingen te doen: “Doe eens dat” of “Durf je dit?”. Hierdoor lijkt het voor de kinderen dat het een hele normale zaak is dat ze dingen kapotmaken of spullen van anderen stelen of kapotmaken.
ook is het zo dat kinderen die op school mislukken, een grotere kans lopen om het verkeerde pad op te gaan en asociaal gedrag gaan vertonen.
Ook verminderde politieaandacht is een oorzaak. De laatste jaren is er minder aandacht besteed aan criminaliteit en is er ook minder aandacht besteed aan het verminderen en bestrijden van criminaliteit. Als er meer weer gecontroleerd en gesurveilleerd door de politie, zal de criminaliteit afnemen. De jongeren van wie de ouders ze geen goede waarden en normen hebben bijgebracht, lopen meer kans om crimineel te worden later. De kinderen vanwie de ouders ze wel netjes hebben opgevoed zullen waarschijnlijk dan de slachtoffers worden.

Politie interview
met rechercheur C. de Kort
1. Hoe vaak meldingen van criminaliteit?
Ongeveer 2x per dag komt er wel een melding binnen van criminaliteit. Vaak is dit mishandeling op straat of huiselijk geweld.
2. Welke soorten criminaliteit komen hier het vaakst voor?
Uit de cijfers blijkt dat verkeerscriminaliteit het meest voorkomt, maar hier bij de politie krijgen we meer meldingen van huiselijk geweld binnen.
3. Staat criminaliteit in verband met het geslacht?
Criminaliteit zelf staat niet in het verband met het geslacht maar de soort criminaliteit vaak wel.
4. Is de soort criminaliteit aan leeftijd gebonden?
Nee, leeftijd heeft er niks mee te maken
5. zijn de straffen leeftijd gebonden?
Ja, jongere mensen worden lichter gestraft als oudere. Dit is ongeveer het schema:
± <12 = geen straf
± 12 − 16 = lichte straf (taakstraf)
± >16 = zwaardere straffen
6. Hoe word de criminaliteit aangepakt?
Eerst word er aangifte gedaan, daarna stellen wij een (technisch) onderzoek in dit kan gedaan worden aan de hand van DNA testen. Na dit onderzoek verzamelen we al dit bewijs en overhandigen we dit aan justitie. Justitie bepaald, aan de hand van het bewijs, de straf voor de dader.
7. Hoe heeft de criminaliteit zich de laatste jaren ontwikkeld?
Ik weet de absolute cijfers niet maar naar mijn idee is het huiselijk geweld flink gestegen. Vroeger bemoeide de politie zich namelijk niet met huiselijk geweld maar sinds dit wel gedaan word krijgen we er heel veel meldingen van binnen.
8. Hoe komt het dat sommige wijken een hoger criminaliteitspercentage hebben?
In sommige wijken is er een andere samenstelling van de bevolking omdat de mensen met een lager loon vaak in wijken gaan wonen waar de huur laag is. Deze mensen zijn ook vaak minder sociaalvaardig en hebben meer redenen om het criminele pad op te gaan.
9. Vind u dat de straffen in Nederland moeten veranderen ten opzichte van criminaliteit?
Ik vind dat de straffen zeker zwaarder moeten omdat de dader soms een te lage straf krijgt in verhouding met de schade die hij heeft aangericht.
10. is er verschil in de hoeveelheid criminaliteit in het weekend en door de week?
In het weekend ligt de criminaliteit zeker hoger omdat er dan meer mensen uitgaan, er wordt dan ook meer gedronken en daarvan komt meer geweld. De vermogenscriminaliteit ligt dus in het weekend opzienbarend hoger.
11. Wat word er gedaan als er een aangifte binnen is van criminaliteit?
Voor aangiftes of noodsituaties hebben wij altijd een noodhulp (auto). Deze rijdt dan direct naar het plaats delict.
12. hoelang duurt een proces?
Dat hangt van vele dingen af. Het hangt af van de verdachte, de daad en het bewijs. Voor ernstigere daden duurt het proces dus meestal langer.
13. heb je het gevoel dat mensen steeds jonger aan criminaliteit beginnen?
Ja ik denk van wel. De jongeren komen er namelijk ook steeds meer in aanraking mee. En ik vind dat de meeste jongeren ook brutaler zijn geworden. Hier worden wel maatregelen tegen genomen. We proberen de jongen door middel van taakstraf af te schrikken.
Bronnen
Jolanda:
www.cbs.nl
www.halt.nl
www.VVD.nl
www.PvdA.nl
www.CDA.nl
www.tegenzinloosgeweld.nl
www.google.nl
Emma:
www.openbaarministerie.nl/?p=pg&s=340
www.politie.nl
www.justitie.nl
www.veiligheidsprogramma.nl
www.google.nl
Het maatschappijleerboek
Martine:
www.scholieren.com
www.politie.nl
www.brabantsdagblad.nl
www.verkeershandhaving.nl
www.google.nl
Elsevier
Iris:
www.politie.nl
www.google.nl
De andere bronnen weet ze niet meer.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Karolien

Karolien

Volf ff aLLEMAAl @anne_0413 @brittvanlanen_ op insta

5 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast

henk

henk

dit is te lang maak deze spul korte man

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

P.

P.

is doodslag niet onopzettelijk?

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

te lang

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

ik zocht naar info over criminaliteit en heb het op dezez site gevonden.ik ben de rest van de studenten heel dankbaar,omdat ik ze heel hulpzaam vinden.ik wenste dat de studenten van de instituut waarop ik nu zit zo hulpzaam zouden zijn.

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast