Controle op de media

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 1481 woorden
  • 4 februari 2009
  • 9 keer beoordeeld
Cijfer 7.4
9 keer beoordeeld

Inleiding

De media vervult een belangrijke rol in onze maatschappij. Dagelijks worden miljoenen mensen op de hoogte gehouden van wat er speelt in onze samenleving en de wereld, worden even zoveel mensen vermaakt door te kijken naar populaire talkshows en spelprogramma’s op televisie en komen er enorm veel reclame boodschappen op ons af. De invloed die media op ons hebben is dan ook groot. Om te voorkomen dat media op een verkeerde manier gebruikt worden of voor personen of groepen al te zeer kwetsende of beledigende uitlatingen doen zijn er verschillende instanties opgericht die de media van tijd tot tijd op zijn plaats wijzen.

In dit literatuuronderzoek is de centrale vraag hoe de Nederlandse media gecontroleerd wordt op het naleven van de geldende (ethische) regels en waarom dat zo gaat. Om daarop een goed antwoord te kunnen geven is het van belang te onderzoeken welke instanties zich in Nederland de media ‘in de gaten houden’ en hoe ze werken. Om uit te vinden waarom er gekozen is voor die manier van werken onderzoek ik tevens hoe de Nederlandse samenleving tegenover de media en de vrijheid van media staat, wat het belang voor verschillende groepen is van ‘een wakend oog op de media’ en welk overheidsbeleid en wetgeving bijdragen aan deze situatie.


Uitkomsten van het onderzoek

‘De’ Media in het kort

Als we praten over de media, dan bedoelen we meestal kranten, televisie en radio. Maar ook tijdschriften en het internet behoren bijvoorbeeld tot de media. De media heeft een brede maatschappelijke functie. Zo stond in de inleiding al het voorbeeld van amusement en nieuwsvoorziening. Maar ook opinievorming en educatie zijn voorbeelden. Kranten zijn per definitie commercieel en beogen winst te maken met dat medium, evenals de commerciële tv en radiozenders zoals RTL, SBS en Radio 538. Daarnaast kent Nederland een publieke omroep die uitzendt via radio en televisie. De publieke omroep wordt voor een groot deel betaald door de overheid en heeft tot doel “een programma-aanbod te leveren dat geen enkele groep in de samenleving uitsluit” zoals op de website van de omroep te lezen is. De publieke omroep zendt minder amusement uit en bijvoorbeeld meer informatieprogramma’s. Ook ligt de mate waarin reclame mag worden uitgezonden aan banden. De publieke omroep dient ook als informatiekanaal bij grote rampen waarbij veel mensen gevaar lopen.

Persvrijheid groot goed voor de Nederlander


Persvrijheid is een groot goed en is in de ogen van veel Nederlanders erg belangrijk. Niet voor niets is persvrijheid opgenomen in artikel 7 van de grondwet. Hierin staat ongeveer dat iedereen het recht heeft te publiceren wat hij wil en dat de inhoud van een te publiceren stuk tekst of de inhoud van een televisie uitzending nooit van tevoren goedgekeurd hoeft te worden. De overheid kan en mag zich dus op voorhand niet bemoeien met wat er in de media geschreven, gezegd of afgebeeld wordt. Dat Nederlanders veel waarde hechten aan een vrije pers bleek wel toen twee verslaggevers van De Telegraaf werden gegijzeld omdat ze weigerden te zeggen van wie ze een geheim dossier over een topcrimineel in handen hadden gekregen. Een stortvloed van afkeurende reacties tegen justitie kwam los.
Het kaartje op de vorige pagina bewijst dat een dergelijk situatie niet vanzelfsprekend is. In veel landen over de wereld gelden andere regels en is de persvrijheid behoorlijk aan banden gelegd. Toch gelden in Nederland ook beperkingen. Een uiting in de media kan bijvoorbeeld schade toebrengen aan een persoon, een groep, een instantie of bedrijf. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van smaad of laster, maar ook kan een persoon of een groep in de samenleving zich gediscrimineerd voelen. Als een betrokken groep of persoon actie wil ondernemen tegen een medium dat zich daaraan in zijn ogen schuldig heeft gemaakt, zijn er verschillende wegen te bewandelen.


Raad voor de Journalistiek


De Raad voor de Journalistiek is een van de instanties die media indien nodig tot de orde roept. Het is een onafhankelijke raad die klachten behandelt over zaken die in het nieuws verschenen zijn. Iedereen kan kosteloos een klacht indienen mits de persoon zelf in het artikel of item voorkomt en er daadwerkelijk grenzen lijken te zijn overschreden. Die ‘grenzen’ heeft de Raad voor de Journalistiek zo veel mogelijk vastgelegd in een overzicht dat ze ‘De Leidraad’ noemen. Daarin staat bijvoorbeeld welke uitspraken er in het verleden zijn gedaan en over welke onderwerpen nog geen uitspraak is gedaan, maar waarover de raad wel van tevoren al een standpunt heeft ingenomen. Uitspraken van de Raad voor de Journalistiek zijn niet bindend. De Raad voor de Journalistiek kan dan ook geen schadevergoedingen opleggen. Wel kan de Raad bijvoorbeeld adviseren, een rectificatie te plaatsen. De meeste kranten, tijdschriften, nieuwsrubrieken en andere media geven tegenwoordig gehoor aan de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek. De Raad doet indien nodig uitspraak over elke journalist, ook als die niet is aangesloten bij de Raad voor de Journalistiek.

Reclame Code Commissie

Reclame heeft het doel consumenten ergens toe aan te zetten. Soms gebruiken adverterende bedrijven hiervoor de verkeerde weg. Om dit te voorkomen heeft de Stichting Reclame Code een gedragscode voor adverteerders opgesteld, de Reclame Code. Hierin staat te lezen wat wel en wat niet geoorloofd is bij het maken van een advertentie of reclame. De Reclame Code Commissie is opgericht om klachten te behandelen over advertenties of reclames die volgens de klager niet voldoen aan de richtlijnen uit de Reclame Code. Ook doen zij uiteindelijk een uitspraak in zo’n zaak. In tegenstelling tot de Raad voor de Journalistiek doet de Reclame Code Commissie wel bindende uitspraken. Alle bij de Stichting Reclame Code aangesloten organisaties hebben de plicht het ‘advies’ van de Reclame Code Commissie op te volgen. Onlangs werd een reclame van de ‘BioStabil 2000’ met Tineke de Nooij door de Commissie misleidend bevonden. Hierin werd gezegd dat de ‘BioStabil 2000’ een wereldwijd gepatenteerd product is, terwijl het wereldwijde patent slechts in aanvraag was. Eveneens werd beweerd dat de ‘BioStabil 2000’, een ketting met hanger, spanningen uit het lichaam zou wegnemen. Dit kan uiteraard niet aannemelijk worden gemaakt. De commercial mag niet meer worden uitgezonden.

De rechter


Ook de rechter heeft de macht om media terug te fluiten. Een stap naar de rechter is wel wat ingewikkelder dan die naar bijvoorbeeld de Raad voor de Journalistiek. Zo is het in zo’n geval raadzaam, een advocaat in de armen te nemen. Hieraan zijn uiteraard kosten verbonden. Wel is een gerechtelijke uitspraak gewichtiger dan die van de Raad voor de Journalistiek. Uiteraard is een gerechtelijke uitspraak bindend, maar ook bovendien de rechter een schadevergoeding toekennen aan de betrokkene die schade heeft geleden door een artikel of item. Alleen in ‘zwaardere’ gevallen is de gang naar de rechter de meest zinvolle.


Overige instanties


Verder is er een aantal andere instanties opgericht. Zo kan bij de meeste kranten, tijdschriften en tv-stations een klacht worden ingediend. In geval van de Nationale Omroep Stichting (NOS) geldt dat eveneens een klacht kan worden ingediend bij de Ombudsman. Die behandelt klachten over de overheid en de NOS wordt gezien als een overheidsinstelling. Ook zijn er diverse stichtingen die het debat over hoe de media functioneert stimuleren.

In wiens belang zijn deze organisaties en waarom?

De organisaties zoals hierboven beschreven zijn er in veler belang. Zo hebben personen die zich onterecht behandeld voelen door de media er belang bij om op een laagdrempelige manier een klacht in te dienen. Maar ook de andere partij, de media zelf heeft belang bij een goede controle. De bovenstaande organisaties (met uitzondering van de rechtbank) zijn vaak zelfs opgericht door de media zelf. Dat doen ze in het kader van zelfregulering. De media, maar ook adverteerders en reclamebureaus regelen zelf dus instituten voor eenvoudige klachtenbehandeling en zorgen daarmee dat de overheid zich niet genoodzaakt voelt verregaande maatregelen te nemen, zoals het algemeen verbieden van bepaalde soorten reclames en het ontwerpen van scherpere wetten ten aanzien van journalistiek berichtgeving. Tenslotte zijn de organisaties er dus ook in overheidsbelang. De overheid heeft uiteraard veel liever dat een bedrijfstak zelf codes en richtlijnen opstelt zodat de overheid daar geen werk aan heeft.

Conclusie


In Nederland is de vrijheid om te publiceren of af te beelden groot. Bij het overschrijden van grenzen door journalisten, programmamakers of adverteerders kan men als gedupeerde gebruik maken van een aantal instanties om een klacht in te dienen, die doorgaans door de media zelf zijn opgericht. Dit gebeurt omdat de media veel doet aan zelfregulering. De media wil door zelf veel in goede banen te leiden voorkomen dat de overheid gedwongen wordt met meer wetgeving de media vrijheid iets in te perken om te voorkomen dat de maatschappij gedupeerd raakt. Betreft het een zwaardere aanklacht tegen een medium, wil de klager zijn aanklacht meer gewicht geven, of wenst de klager geleden schade te verhalen op een medium, dan kan ook worden gekozen voor een stap naar de rechter, die meer bevoegdheden heeft. Dit lijkt een prima systeem waar alle betrokken partijen het beste mee af zijn.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.